CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvulling brief Gemeenteraad 29-9-2025

Gemeenteraad 15 oktober 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Definitieve beslissing op aanvraag Verklaring van geen bedenkingen Tomassen Duck-To B.V.1.766 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ermelo, 29 september 2025

Betreft: onjuiste voorlichting door College

Geachte raadsvertegenwoordigers dossier Tomassen Duck-To BV, Op 26 september jl. brachten wij al een aantal zaken onder uw aandacht ten behoeve van de oordeelsvormende bespreking op 1 oktober 2025. Deze brief geldt als een aanvulling daarop. Bij het terugkijken van de beeldvormende bespreking van 11 december 2024 is ons opgevallen dat wethouder de heer Tigchelaar uw raad onjuist heeft voorgelicht, c.q. de waarheid ernstig geweld heeft aangedaan. Dit is kennelijk bedoeld om de onverklaarbare draai van het college in dit dossier te rechtvaardigen. Het college is er kennelijk alles aan gelegen om onze bedrijfsactiviteiten te beëindigen en laat daarin geen middel, inclusief misbruik van de Wet Bibob, onbenut.

Onjuiste voorlichting van uw raad De onjuiste voorlichting door de heer Tigchelaar betreft de volgende uitspraak tijdens de raadsvergadering van 11 december 2024: “In juni hadden we de stukken die we wilden hebben, die hadden we. Die waren toen nog niet getoetst of beoordeeld in de zin van zijn ze allemaal compleet, zijn ze allemaal aan elkaar gekoppeld, komen ze met elkaar overeen. Vervolgens hebben we in de zomerperiode en na de zomerperiode extern de heer Lam van Hekkelman gevraagd van wil je er nog eens een keer naar kijken van hoe jij hiernaar kijkt want wij hadden zelf intern de indruk dat het aan alle kanten haperde de aanvraag, dat er onvoldoende materiaal was en daarom hebben we een externe ingeschakeld de heer Hekkelman (bedoelt Lam) zogezegd.” (rond 1.59) Die uitspraak is aantoonbaar onjuist. Op 19 juni 2024 vertelde de heer Tigchelaar aan de Ermelosche Courant immers nog het volgende (zie ook onze brief van 26 september jl.): “Ze [Tomassen] hebben gedaan wat ze moesten doen, al het materiaal is binnen en dat is een hele klus geweest. Bovendien zijn we afhankelijk van anderen, het participatietraject is gelopen, er zijn allerlei nieuwe adviezen en alles past binnen de juridische kaders. Bij Tomassen is zicht op legalisatie, het past binnen de afspraken die vorig jaar gemaakt zijn.”

Met andere woorden: anders dan de heer Tigchelaar u op de 11 december 2024 voorhield, had men helemaal niet de indruk dat de aanvraag “aan alle kanten haperde” en was er geen aanleiding om dure externe juridische bijstand in te schakelen. Dat heeft hij kennelijk achteraf verzonnen als rechtvaardiging voor het inschakelen van Hekkelman en voor de vele verzoeken om aanvullende gegevens aan ons adres van later dat jaar. De opmerking was kennelijk ook bedoeld om ons negatief af te schilderen als bedrijf dat een rammelende aanvraag heeft ingediend en daarmee uw raad aan zijn zijde te krijgen.

Opgewekt vertrouwen en draai van het college De uitspraak van de heer Tigchelaar is kennelijk nodig om de onverklaarbare draai van het college te rechtvaardigen. Hoewel u bekend bent met de gebeurtenissen in dit dossier, zetten wij die toch kort op een rij. Wij verzoeken u die chronologie tot u te nemen en zich af te vragen wat hier nu werkelijk speelt, voordat u beslist over de verklaring van geen bedenkingen. 1. Op 30 november 2019 heeft het college een positief ontwerpbesluit gepubliceerd op onze aanvraag uit 2018 met inachtneming van uw positief oordeel over de VVGB. 2. Op 20 december 2023 is tussen de gemeente en ons de letter of intent (LOI) tot stand gekomen. Wij hebben ons er op aandringen van het college contractueel aan verbonden de productiecapaciteit aanzienlijk af te schalen om tot een breed gedragen oplossing te komen. Dit heeft zijn weerslag gevonden in onze gewijzigde aanvraag van 29 februari 2024. Het college verbond zich er op zijn beurt in de LOI contractueel aan om zich maximaal in te spannen om de vergunning te verlenen en uw raad positief te adviseren over de VVGB. 3. De LOI heeft ertoe geleid dat de activiteiten vanwege de afgeschaalde productiecapaciteit minder belastend werden voor de omgeving.

De aanvraag werd daarmee ook makkelijker vergunbaar dan onze oorspronkelijke aanvraag uit 2018 waarop het college al een positieve ontwerpbeschikking in 2019 had gepubliceerd. 4. Het college deelde die mening, in een interview met toenmalig wethouder Weidema gaf deze aan: “de productie van de slachterij wordt met de aanvraag begrensd en daarmee ook de bijkomende activiteiten, met alle positieve effecten voor de omgeving van dien. Dat is onze stellige overtuiging.” 5. Vervolgens heeft wethouder Tigchelaar zich op 19 juni 2024 uitgelaten zoals weergegeven op de vorige pagina: wij hadden ons aan de afspraken gehouden, hij stelde op basis van adviezen vast dat alles binnen de juridische kaders paste en dat er zicht op legalisatie was. Tot onze verbazing overstelpte het college ons vlak na de installatie van de heer Tigchelaar ineens met verzoek op verzoek om steeds weer nadere informatie. Waarom was dat ineens nodig terwijl er eerst positief was beslist in de vorm van de ontwerpbeschikking 2019 en alles ook na de gewijzigde aanvraag binnen de juridische kaders paste met zicht op legalisatie? De heer Tigchelaar verklaart dat achteraf met de opmerking dat men intern de indruk had dat de aanvraag haperde (zie vorige pagina). Dat is dus echter

aantoonbaar onjuist. De hamvraag is: wat speelt er hier achter de schermen? Welke belangen heeft het college om de onverklaarbare draai te maken? Wij hebben met behulp van gerenommeerde partijen zoals Royal Haskoning en Peutz steeds aan de aanvullingsverzoeken voldaan, maar het was nooit genoeg in de ogen van het college. Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat wethouder Tigchelaar vrij snel na zijn aantreden heeft besloten om alles in het werk te stellen om een einde aan onze bedrijfsactiviteiten te maken. De reden daarvan is ons onduidelijk. Uw raad heeft het college op 11 december 2024 gevraagd naar het verschil tussen de positieve ontwerpbeschikking uit 2019 en het voornemen om onze gewijzigde aanvraag van 2024 ineens niet te vergunnen. De heer Wilhelm vraagt bijvoorbeeld “wat er in vredesnaam is veranderd”(vanaf 1.53). Daarop heeft de heer Tigchelaar geen (echt) antwoord gegeven. In de ontwerpbeschikking van 2024 staat daarover in ieder geval niets, zodat dit besluit op voorhand al ondeugdelijk is gemotiveerd. Publiekelijk hanteert het college het mantra dat het alleen de huidige (gewijzigde) aanvraag heeft getoetst en herhaalt het het frame dat wij onvoldoende gegevens zouden hebben aangeleverd. Dat verklaart nog steeds het verschil met de positieve ontwerpbeschikking van 2019 niet.

Die oorspronkelijke aanvraag uit 2018 aanvraag is immers ook aan de wet getoetst en was meer belastend voor de omgeving dan de aanvraag uit 2024. De heer Tigchelaar stelt verder dat een vergelijking met 2019 “niet aan de orde” is. (zie wederom vanaf 1.53). Wij vinden deze opmerking eerlijk gezegd stuitend. Het college wilde onze aanvraag vergunnen in 2019, wij hebben de productiecapaciteit afgeschaald, het college heeft een contractueel vastgelegde inspanningsverplichting op zich genomen en de heer Tigchelaar doet net alsof dat er allemaal niet toe doet. Juridisch adviseur Lam verklaart namens het college dat hij de ontwerpbeschikking van 2019 niet kende. Het college (eventueel in de persoon van de heer Lam) zal echter wel moeten kunnen uitleggen waarom het eerst positief was en daarna niet meer. Ook de heer Lam doet dat niet. Uiteraard zullen wij ons bij de rechtbank beroepen op schending van het vertrouwensbeginsel, maar we hopen dat het zover niet hoeft te komen. Wij hopen ook dat uw raad zich kwijt van uw controlerende taak en de heer Tigchelaar bevraagt over de draai van 180 graden. Het (ingestudeerde) antwoord: “wij toetsen alleen de aanvraag van 2024”, is wat ons betreft bij lange na niet toereikend. De reden van de koerswijziging zal boven tafel moeten komen. Bibob Uw raad gaat in beginsel niet over het Bibob-besluit.

Desondanks heeft het college de Bibobgegevens in strijd met de geheimhoudingsplicht geopenbaard en actief onder de aandacht van de media en van uw raad gebracht. Daarmee heeft het college getracht de publieke opinie aan zijn zijde de krijgen en de reputatie van ons bedrijf te beschadigen. Het college heeft op deze manier ook uw raad beïnvloed ten opzichte van de taak waar u wel over gaat: het stemmen over de VVGB. Wij begrijpen namelijk heel goed dat u de Bibob-conclusie (al dan niet onbewust) mee laat wegen bij de beoordeling van de VVGB.

Uiteraard dienen wij bij het college een zienswijze in tegen het Bibob-besluit. Voor nu volstaan wij met de opmerking dat de inzet van de Wet Bibob past binnen het plan van de heer Tigchelaar om een einde aan ons bedrijf te maken. Daarmee maakt het college misbruik van het Bibob-instrument. Het college doet in het ontwerpbesluit alsof het hoogst verbaasd was over de inhoud van het Bibobadvies. Het college vond het bovendien nodig om ons ten onrechte te framen als structurele veelpleger. In werkelijkheid zijn wij actief in een zeer streng gereguleerde en gecontroleerde sector. De NVWA controleert ons circa 2000 keer per jaar. Daar waar in de meeste beroepsgroepen een fout slechts een fout is, leidt een menselijke fout in onze sector al snel tot een overtreding en een boete. Wij onderschrijven het belang van die strenge regelgeving, maar vinden het onbegrijpelijk dat het college dit nu aangrijpt om ons bedrijf te beëindigen. Het college was er bovendien ten tijde van de totstandkoming van de LOI al van op de hoogte dat de NVWA ons (en alle vergelijkbare bedrijven in de sector) boetes oplegt. We verwijzen bijvoorbeeld naar de schriftelijke inbreng van de Stichting Doeh voor de beeldvormende tafel van 10 september jl: “U kreeg de laatste 3 jaar netjes per kwartaal de gegevens daarvan aangereikt in overzichtelijke schema’s.

De ambtenaren waren dus van de feitelijkheden van de structurele overtredingen wis en waarachtig op de hoogte.” We verwijzen ook naar een artikel uit de Stentor van 24 september 2025, waar de burgemeester zich verweert tegen onze aangifte van schending van de geheimhoudingsplicht: “de opgesomde feiten zouden volgens burgemeester Hans van Daalen ook buiten het LBB-rapport om al in de openbaarheid zijn gekomen.” Als het het college uitkomt (verweer tegen het strafbaar bekend maken van geheime Bibobinformatie) zijn die gegevens al lang openbaar. Als het gaat om de weigering, dan wist het college ineens van niets en was het hoogst verbaasd over het Bibobadvies. Het college moet naar onze mening maar eens uitleggen hoe dit precies zit. Daar waar het college de NVWA-boetes tijdens de totstandkoming van de LOI nog geen probleem vond, passen die boetes nu ineens binnen de strategie om ons weg te krijgen. Van betrouwbaar en voorspelbaar overheidshandelen is, mede gelet op de positieve ontwerpbeschikking uit 2019, in ieder geval geen sprake.

Wij wensen u nogmaals veel wijsheid toe.

Directie en personeel Tomassen Duck-To BV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16032006/2