5. APV inhoudelijke wijzigingen
Tekst van het document
Herziening Apv – belangrijkste inhoudelijke wijzigingen Aanleiding voor de herziening: - een drietal jaarlijkse voorstellen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) voor wijziging/actualisatie; - actualisatie a.d.h.v. jurisprudentie en ontwikkelingen vanuit de praktijk; - informatie uit de weerbaarheidsscan van het Regionale Informatie- en Expertise Centrum(hierna: RIEC). Hieronder worden de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen (kort) aangegeven/benoemd. Voor de (exacte) inhoudelijke tekst van de artikelen verwijzen wij graag naar de overzichtstabel. Artikel 2:6 Beperking verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen In dit artikel gaat het kort gezegd om ‘flyeren’. Er is een behoefte vanuit de praktijk om dit artikel weer in de Apv op te nemen, om overlastsituaties te kunnen bestrijden (met name tijdens de weekmarkt en evenementen). Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen In dit artikel gaat het kort gezegd om straatartiesten. In de praktijk zijn er veel vragen over de mogelijkheden en er is behoefte aan een toetsingskader. In het voorgestelde lid 2 is dit toetsingskader opgenomen. Dit betekent dat onder een aantal voorwaarden het toegestaan is zonder ontheffing van de burgemeester als straatartiest op te treden.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan maximaal drie personen tegelijk, niet met versterkte muziek, maximaal een kwartier op dezelfde plaats en niet tussen 22.00 uur ’s avonds en 9 uur ‘s ochtends. Er is een vergelijking gemaakt met de APV’s van enkele grotere gemeenten die hier al langer ervaring mee hebben en daar is deze bepaling op gebaseerd. Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Voorstel is om dit artikel weer in de Apv op te nemen, om zo nodig tegen ongewenste situaties te kunnen optreden. Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn Voorstel is om dit artikel weer in de Apv op te nemen, om zo nodig tegen ongewenste situaties te kunnen optreden. Afdeling 4 toezicht op openbare inrichtingen Het voorstel is om het exploitatievergunningenstelsel te wijzigen. Waarom een wijziging? Harmonisatie met de Apv van Harderwijk om een waterbedeffect te voorkomen. Informatie uit de weerbaarheidsscan van het RIEC. Het gaat om een rapportage met de belangrijkste conclusies en aanbevelingen ter voorkoming van ondermijnende criminaliteit in onze gemeente. Deze wijzigingen hebben betrekking op de artikelen 27 tot en met 28E en worden hieronder nader toegelicht. Artikel 2:27 Definitie Vanuit de weerbaarheidsscan die in 2021 door het RIEC is uitgevoerd, is geadviseerd om ook afhaalzaken onder de exploitatievergunningplicht te brengen.
Naar aanleiding hiervan is de definitie van een openbare inrichting aangepast, zodat ook de afhaalzaken hieronder vallen. Voor bestaande afhaalzaken is voorzien in een overgangsregeling (artikel 2:28C). Deze overgangsregeling houdt in dat bestaande afhaalzaken nog tot 1 juli 2024 zonder exploitatievergunning mogen blijven exploiteren. Nieuwe afhaalzaken dienen meteen na inwerkingtreding van de herziene APV een exploitatievergunning aan te vragen. Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting De weigeringsgronden in het tweede en derde lid van dit artikel zijn voor de overzichtelijkheid opgenomen in een afzonderlijk artikel, artikel 2:28A. Artikel 2:28A Weigeringsgronden De weigeringsgronden uit artikel 2:28, tweede en derde lid, zijn in één artikel opgenomen. Daarnaast zijn de weigeringsgronden uitgebreid, mede naar aanleiding van het advies uit de weerbaarheidsscan die door het RIEC is uitgevoerd. In de overzichtstabel zijn de toevoegingen voor de duidelijkheid met groene arcering aangeduid. Hiermee ligt deze bepaling ook in lijn met de Apv van Harderwijk, om een waterbedeffect te voorkomen. Met de uitbreiding van de weigeringsgronden wordt het voor de gemeente bijvoorbeeld ook mogelijk om
constructies van schijnbeheer tegen te gaan. Een vergunning kan dan worden geweigerd, als er aanwijzingen zijn dat er sprake is van schijnbeheer. Artikel 2:28B Aanwezigheid leidinggevende Naar aanleiding van het advies uit de weerbaarheidsscan die door het RIEC is uitgevoerd, is dit artikel opgenomen en uitgebreid. Artikel 2:28C Overgangsbepalingen afhaalzaken Er is een overgangsbepaling ingevoegd voor de nieuwe categorie ‘afhaalzaken’ die nu onder de reikwijdte van de definitie (artikel 2:27) is gebracht. Vanaf 1 juli 2024 dienen ook afhaalzaken te beschikken over een exploitatievergunning. Door deze overgangstermijn hebben bestaande afhaalzaken de tijd om zich hierop voor te bereiden en alsnog een exploitatievergunning aan te vragen. Artikel 2:28D Beëindiging exploitatie Deze bepaling is toegevoegd ter verdere aanscherping van het exploitatievergunningenstelsel en de harmonisatie met de Apv van Harderwijk. Artikel 2:28E Intrekkingsgrond Naar aanleiding van het advies uit de weerbaarheidsscan die door het RIEC is uitgevoerd, is dit artikel opgenomen en hiermee ligt deze bepaling ook in lijn met de Apv van Harderwijk. Met dit artikel kan schijnbeheer worden aangepakt. Het gaat hierbij om zaken die al (met vergunning) in bedrijf zijn en waarbij de exploitatievergunning kan worden ingetrokken als blijkt dat er sprake is van schijnbeheer.
Artikel 2:31a Kansspelen Naar aanleiding van het advies uit de weerbaarheidsscan die door het RIEC is uitgevoerd, is dit artikel opgenomen. Dit artikel houdt een verbod in om kansspelen te houden in een horecazaak (openbare inrichting). Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen Naar aanleiding van het advies uit de weerbaarheidsscan die door het RIEC is uitgevoerd, is dit artikel opgenomen. Het advies is om dit artikel op te nemen in het kader van het verbod op heling. Artikel 2:47a Overlast door skaters en skateboarders Dit artikel is opgenomen naar aanleiding van klachten van omwonenden van het Raadhuisplein over overlast door skaters en skateboarders op het Raadhuisplein. Deze bepaling regelt kort samengevat dat de raad het college de bevoegdheid geeft om plaatsen aan te wijzen waar het verboden is te skaten of te skateboarden. Artikel 2:48b Lachgasverbod Dit artikel is opgenomen vanwege het voorstel van de VNG. Het opnemen van dit artikel draagt bij aan de aanpak van (mogelijke) overlast ten gevolge van lachgasgebruik. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Dit artikel te laten vervallen gelet op de uitspraak van de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het betreffende Apv-artikel onverbindend verklaard. Met dit artikel wordt een inbreuk gepleegd op de grondrechten, namelijk de vrijheid van meningsuiting.
Artikel 2:57 Loslopende honden Deze wijziging (toevoeging) is conform het voorstel van de VNG. De wijziging breidt het verbod voor nietaangelijnde honden uit tot andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’. Artikel 2:65 Bedelarij Deze wijziging (toevoeging) is conform het voorstel van de VNG en de aanleiding is een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens. In deze uitspraak wordt geoordeeld dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven). Artikel 2:73a Carbidschieten Er is vanuit de praktijk behoefte om de tijd te wijzigen en te vervroegen naar 18.00 uur op 31 december in plaats van 02:00 uur op 1 januari. De leesbaarheid en duidelijkheid van het eerste artikellid is verbeterd. Hiertoe zijn de onderdelen over de zondag en de inhoud van de bus verplaatst naar sub g respectievelijk het derde lid.
Artikel 2:74 Drugshandel op straat Vanuit de praktijk bestond de behoefte om het artikel te wijzigen, zoals het artikel voor de laatste wijziging gold en hiermee ligt deze bepaling ook in lijn met de Apv van Harderwijk (om waterbedeffect te voorkomen). Door de wijziging is in de verbodsbepaling ook duidelijk opgenomen dat het verboden is om met een voertuig heen en weer te rijden om daar drugs in te vervoeren voor de handel. Artikel 3:7 Weigeringsgronden Uit de brief van de VNG van 14 juli 2020 blijkt deze toelichting: ‘’In het eerste lid is tot uitdrukking gebracht dat de genoemde weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1:8. In het eerste lid is onderdeel b geschrapt en zijn de overige onderdelen anders geletterd.’’ Onderdeel b bevatte de weigeringsgrond ‘de exploitant of beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij’. Sinds 2015 is wettelijk sprake van ‘beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij’. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. In verband hiermee is ook in de Drank- en Horecawet deze weigeringsgrond destijds vervallen. Artikel 6:2 Toezichthouders Het derde lid is verruimd, zodat (bijvoorbeeld) de Koninklijke Marechaussee ook onder dit artikel valt, i.v.m. het defensieterrein in de gemeente Ermelo.