4. Overzichtstabel vergelijking Apv Ermelo 4 maart 2020 en definitief 2023
Tekst van het document
Definitief VERGELIJKING APV ERMELO 2020, ZOALS DEZE NU GELDT VANAF 14 DECEMBER 2022, MET HET VOORGESTELDE RAADSBESLUIT NIEUWE APV ERMELO 2023 + DOORGEVOERDE WIJZIGINGEN In deze tabel staan de artikelen uit de huidige Apv Ermelo 2020, overzichtelijk naast de artikelen uit de nieuwe Apv, versie 2023. Wijzigingen in de tekst van de nieuwe APV zijn met gele markering aangegeven. Een toelichting op de wijzigingen is beknopt in cursief weergegeven, hierin is ook ingegaan of en in hoeverre is afgeweken van de Model Apv.
Apv Ermelo 2020 Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
Nieuwe APV (2023) Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
In deze rechter kolom komen dan ook in zwarte letters de nieuwe artikelen te staan. Met rood en cursief zijn de wijzigingen ten opzichte van het huidige artikel kort toegelicht. De wijzigingen in de tekst zijn met gele markeringen weergegeven.
-
Artikel 1:1 Definities
Artikel 1:1 Definities
bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid, van de Bouwverordening gemeente Ermelo; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; evenemententerrein: de ruimte die in de evenementenvergunning is aangegeven om de activiteiten te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen daarnaar te kijken en/of eraan deel te nemen; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet1994.
-
In deze verordening wordt verstaan onder: -
bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid, van de Bouwverordening gemeente Ermelo dan wel (na inwerkingtreding) in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; evenemententerrein: de ruimte die in de evenementenvergunning is aangegeven om de activiteiten te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen daarnaar te kijken en/of eraan deel te nemen; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet dan wel (na inwerkingtreding) bijlage I bij het Bouwbesluit bouwwerken leefomgeving; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor
het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet1994.
Deze wijzigingen (toevoegingen) zijn conform het voorstel van de VNG (zomeraanpassing 2021) en hebben te maken met de aanpassing aan de Omgevingswet die naar verwachting per 1 januari 2024 in werking treedt. De verwijdering van de definitie van ‘bevoegd gezag’ is doorgevoerd omdat de betreffende artikelen zijn overgeheveld naar de Verordening Fysieke Leefomgeving.
Artikel 1:2 Beslistermijn
Artikel 1:2 Beslistermijn
1.
Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
1.
2.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
3.
In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als
1
2. 3. 4.
Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. Vervallen (in verband met Verordening Fysieke Leefomgeving. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25, tweede lid en in artikel 3:3, eerste lid, een termijn van twaalf weken.
Definitief beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, vijfde lid, een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11. 4.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25, tweede lid en in artikel 3:3, eerste lid, een termijn van twaalf weken.
In de VNG zomeraanpassing 2021 wordt voorgesteld een vijfde lid toe te voegen, luidende dat dit artikel niet van toepassing is op een aanvraag omgevingsvergunning, zodra de Omgevingswet in werking is getreden. Wij hebben dit vijfde lid niet overgenomen, aangezien de betreffende artikelen zijn overgeheveld naar de Verordening Fysieke Leefomgeving.
Artikel 1:3 Indiening aanvraag (Vervallen)
Artikel 1:3 Indiening aanvraag (Vervallen).
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
1.
Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
2.
Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. b.
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c.
de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d.
van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
e.
de houder dit verzoekt.
Artikel 1:7 Termijnen 1.
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
2.
De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1.
De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:
a.
de openbare orde;
2
In de VNG zomeraanpassing 2021 wordt voorgesteld een derde lid toe te voegen, luidende dat dit artikel niet van toepassing is op een aanvraag omgevingsvergunning, zodra de Omgevingswet in werking is getreden. Dit derde lid is niet overgenomen in deze APV, aangezien de betreffende artikelen zijn overgeheveld naar de Verordening Fysieke Leefomgeving. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. In de VNG zomeraanpassing 2021 is voorgesteld een tweede lid toe te voegen, luidende dat dit artikel niet van toepassing is op een aanvraag omgevingsvergunning, zodra de Omgevingswet in werking is getreden. Dit tweede lid is niet overgenomen, aangezien de betreffende artikelen over omgevingsvergunningen zijn overgeheveld naar de Verordening Fysieke Leefomgeving. Artikel 1:6 Intrekking, wijziging of schorsing van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken, gewijzigd of geschorst als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c.
de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. de houder dit verzoekt. Vanuit de weerbaarheidsscan die in 2021 door het RIEC is uitgevoerd voor de gemeente Ermelo, is geadviseerd om dit artikel uit te breiden en ook de schorsingsmogelijkheid hierin op te nemen. In de zomeraanpassing van de VNG van 2021 is voorgesteld een tweede lid op te nemen, inhoudende dat het eerste lid niet van toepassing is op een omgevingsvergunning, zodra de Omgevingswet in werking is getreden. Dit tweede lid is niet overgenomen, aangezien de betreffende artikelen over omgevingsvergunningen zijn overgeheveld naar de Verordening Fysieke Leefomgeving. Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffinganders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Geen wijzingen voorgesteld.
Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu.
Definitief b.
de openbare veiligheid;
c.
de volksgezondheid;
d.
de bescherming van het milieu.
2.
Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
3.
2.
3.
Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. In afwijking van het tweede lid kan in geval van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 tweede lid en in artikel 3:3, eerste lid, de vergunning ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 12 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Geen wijzigingen voorgesteld.
In afwijking van het tweede lid kan in geval van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 tweede lid en in artikel 3:3, eerste lid, de vergunning ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 12 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1.
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
2.
Degene die op een openbare plaats: a.
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
b.
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
c.
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van de politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3
Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
5
Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Artikel 2:2 Optochten
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van de politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3 Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Toevoeging is opgenomen naar aanleiding van input politie en aangepast aan omschrijving APV Harderwijk.
Artikel 2:2 Optochten (Vervallen)
(Vervallen) Geen wijzigingen voorgesteld. Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1.
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste één week voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2.
De kennisgeving bevat: a naam en adres van degene die de betoging houdt; b het doel van de betoging; c de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d de plaats en, voor zover van toepassing, de route;
3
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste één week voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a naam en adres van degene die de betoging houdt; b het doel van de betoging; c de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f maatregelen die degene die de betoging houdt, zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
Definitief e f
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en maatregelen die degene die de betoging houdt, zal treffen om een regelmatig verloop te
bevorderen.
3.
Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
4.
Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
5.
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:4 Afwijking termijn (Vervallen)
5.
algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:4 Afwijking termijn (Vervallen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen)
Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:6 Beperking verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen (Niet overgenomen)
Artikel 2:6 Beperking verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. Er is een behoefte vanuit de praktijk om dit artikel weer op te nemen, om overlastsituaties te kunnen bestrijden (met name tijdens de weekmarkt en evenementen).
Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd en dergelijke
Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd en dergelijke (Vervallen)
(Vervallen) Geen wijzigingen voorgesteld. Artikel 2:8 Dienstverlening
Artikel 2:8 Dienstverlening (Vervallen)
(Vervallen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1.
Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden binnen de bebouwde kom.
2.
De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
4.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden binnen de bebouwde kom. 2. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing indien: a. met ten hoogste drie personen wordt opgetreden; b. geen draaiorgels, geluidversterkende apparatuur of slaginstrumenten zoals trommels, bongo's en dergelijke worden gebruikt; c. het optreden niet langer duurt dan een kwartier achtereen op dezelfde plaats en d. het optreden niet plaatsvindt tussen 22.00 en 09.00 uur; e. het optreden vindt niet plaats binnen een straal van 100 meter van markten of evenementen, of binnen 100 meter van verzorgings- en/of verpleeginrichtingen of gezondheidszorginstellingen; f. er worden geen artikelen verkocht of geld aangenomen waarvoor het publiek actief is benaderd; g .er is geen sprake van hinderlijk gedrag of overlast voor de directe omgeving. 3. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
Definitief beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. In de praktijk zijn er veel vragen over de mogelijkheden en is er behoefte aan een toetsingskader. Met dit artikel wordt hieraan tegemoet gekomen. Er is een vergelijking gemaakt met de APV’s van enkele grotere gemeenten die hier al langer ervaring mee hebben en daar is deze bepaling op gebaseerd. In het vijfde lid is verduidelijkt dat het om een aanvraag ontheffing gaat. Afdeling 2 Bruikbaarheid uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving). Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:10a Omgevingsvergunning voor handelsreclame Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving).
a.
Artikel 2:10a Omgevingsvergunning voor handelsreclame Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving). Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving).
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving). Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving).
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (Vervallen)
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (Vervallen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:14 Winkelwagentjes (Niet overgenomen)
Artikel 2:14 Winkelwagentjes (Niet overgenomen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving).
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke (Niet overgenomen)
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Voorstel om dit artikel op te nemen, om zo nodig tegen ongewenste situaties te kunnen optreden.
Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke (Niet overgenomen)
Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke (Niet overgenomen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving).
5
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurgebieden Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving)
Definitief Geen wijzigingen voorgesteld. Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (Vervallen)
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (Vervallen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (Vervallen)
Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (Vervallen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving).
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving). Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn (Niet overgenomen)
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 1. 2 3
Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de hoogspanningslijnen en de veiligheid daarvan en vooraf hierover schriftelijk advies is ingewonnen van de beheerder van de betrokken hoogspanningslijnen. Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.
Voorstel om dit artikel op te nemen, om zo nodig tegen ongewenste situaties te kunnen optreden.
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving).
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving). Geen wijzigingen voorgesteld.
Afdeling 3 Evenementen Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen, als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s; g. een snuffelmarkt. 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09:00 uur en 23:00 uur; c.
geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau, zoals aangegeven in de beleidsregels voor evenementen, op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object.
6
Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen, als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s; g. een snuffelmarkt. 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09:00 uur en 23:00 uur; c.
geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau, zoals aangegeven in de beleidsregels voor evenementen, op de gevels van omringende
Definitief
d. e.
woningen niet wordt overschreden; de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object.
Een kennelijke verschrijving rechtgezet en de term Drank- en Horecawet vervangen door de per 1 juli 2021 in werking getreden Alcoholwet.
Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. B- en C- evenementen dienen, in afwijking van de termijn voor het indienen van een aanvraag zoals genoemd in artikel 1:3, minimaal 12 weken voor aanvang van het evenement te worden aangevraagd. 3. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 4. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste vier weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 5. De burgemeester kan binnen acht dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 6. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 7.
Het vierde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is. 9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. B- en C- evenementen dienen, in afwijking van de termijn voor het indienen van een aanvraag zoals genoemd in artikel 1:3, minimaal 12 weken voor aanvang van het evenement te worden aangevraagd. 3. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 4. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste vier weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 5. De burgemeester kan binnen acht dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 6. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 7.
Het vierde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. De wijzigingen in dit artikel zijn een juridische aanscherping zoals voorgesteld in de VNG zomeraanpassing 2020.
Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. Geen wijzigingen voorgesteld.
Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé/shishalounge, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid, verstrekt en/of afgehaald. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Vanuit de weerbaarheidsscan die in 2021 door het RIEC is uitgevoerd voor de gemeente Ermelo, is geadviseerd om ook afhaalzaken onder de exploitatievergunningplicht te brengen. Naar aanleiding hiervan is deze definitie van een openbare inrichting aangepast, zodat ook de afhaalzaken hieronder vallen. Voor bestaande afhaalzaken is voorzien in een overgangsregeling (artikel 2:28C). De term ‘sishalounge’ is een nadere verduidelijking.
7
Definitief Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, als: a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of b.
de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a. 7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling.
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Vervallen. Opgenomen in artikel 2:28A weigeringsgronden. 3. Vervallen. Opgenomen in artikel 2:28A weigeringsgronden. 4.
5.
6. 7.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en – handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. De vrijstelling kan worden ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning en de aanvraag om een vrijstelling.
De weigeringsgronden in het tweede en derde lid van dit artikel zijn voor de overzichtelijkheid opgenomen in een afzonderlijk artikel, het hierna opgenomen artikel 28A. In het zesde lid is van de vrijstellingsmogelijkheid een ‘kan’ bepaling gemaakt, zodat er nog afwegingsruimte is om per situatie te beslissen. Deze bepaling ligt nu ook in lijn met de APV van Harderwijk. Artikel 2:28A Weigeringsgronden 1. De burgemeester weigert de (in artikel 2:28 bedoelde) vergunning indien: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. de aanvrager binnen drie jaar voor de aanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde, gesloten is geweest; c. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning vermelde in overeenstemming zal zijn. 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 3.
Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 dienen de houder, dan wel indien de houder een rechtspersoon is, degenen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefenen in de openbare inrichting, aan de volgende eisen te voldoen: a. zij mogen niet onder curatele staan; b. zij mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn; c. zij moeten de leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt. De weigeringsgronden uit artikel 2:28, tweede en derde lid, zijn in één artikel overzichtelijk opgenomen. De weigeringsgronden zijn uitgebreid, mede naar aanleiding van het advies uit de weerbaarheidsscan die door het RIEC in 2021 in Ermelo is uitgevoerd. De toevoegingen zijn voor de duidelijkheid met groene arcering aangeduid. Hiermee ligt deze bepaling ook in lijn met de APV Harderwijk (om waterbedeffect te voorkomen). Voor wat betreft de weigeringsgrond ‘slecht levensgedrag’ is de jurisprudentie die is gevorm onder de Alcoholwet (voorheen: Drank- en Horecawet) relevant. Artikel 2:28B Aanwezigheid leidinggevende 1. Het is verboden de openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de op de vergunning vermelde leidinggevende in de openbare inrichting aanwezig is. 2.
In afwijking van het eerste lid is het een paracommerciële rechtspersoon verboden een horecalokaliteit, gedurende de tijd dat daar alcoholhoudende drank wordt verstrekt, geopend te houden, indien in de inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 29, tweede lid, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of b. een persoon wiens bijschrijving is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist of
8
Definitief c.
een barvrijwilliger die een voorlichtingsinstructie heeft gekregen.
Dit artikel overzichtelijk opgenomen en uitgebreid, mede naar aanleiding van het advies uit de weerbaarheidsscan die door het RIEC in 2021 in Ermelo is uitgevoerd. Artikel 28C Overgangsbepaling afhaalzaken Bestaande openbare inrichtingen, die uitsluitend bestaan uit afhaal en/of bezorgen, die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening al worden geëxploiteerd en onder de vergunningplicht vallen, mogen tot uiterlijk 1 juli 2024, zonder exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Apv, worden geëxploiteerd. Overgangsbepaling ingevoegd voor de nieuwe categorie ‘afhaalzaken’ die nu onder de reikwijdte van de definitie is gebracht. Artikel 2:28D Beëindiging exploitatie 1. De vergunning of vrijstelling vervalt zodra de ingevolge artikel 2:28 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de openbare inrichting feitelijk heeft beëindigd. 2. Van beëindiging van het exploiteren van de openbare inrichting is sprake indien: a. de openbare inrichting blijkens de registers van de Kamer van Koophandel niet meer voor rekening van de exploitant, op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd; b. op grond van andere informatie blijkt, dat de openbare inrichting niet meer voor rekening van de exploitant op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd. 3.
Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan. Bepaling is toegevoegd ter verdere aanscherping van het exploitatievergunningstelstel en harmonisatie met de APV van Harderwijk. Artikel 2:28E Intrekkingsgrond Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en 2:28D van deze verordening kan de exploitatievergunning of de vrijstelling worden ingetrokken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning dan wel de vrijstelling vermelde in overeenstemming is. Mede naar aanleiding van het advies uit de weerbaarheidsscan die door het RIEC in 2021 in Ermelo is uitgevoerd. Hiermee ligt deze bepaling ook in lijn met de APV Harderwijk (om waterbedeffect te voorkomen). Met dit artikel kan schijnbeheer worden aangepakt. Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 01.00 uur en 07.00 uur. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. Openbare inrichtingen zijn op 1 januari gesloten tussen 06.00 uur en 07.00 uur. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd zoals vermeld in het eerste en zevende lid.
Uitsluitend openbare inrichtingen, welke beschikken over een drank- en horecavergunning en het horecaconvenant hebben ondertekend en zich aan de bijbehorende voorwaarden houden, komen hiervoor in aanmerking. 5. Voor een openbare inrichting die zich bevindt in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet en de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 6. Het eerste en het vierde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 7. Het is verboden een terras voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers te laten verblijven op een terras tussen 00.00 uur en 07.00 uur van maandag tot en met donderdag en tussen 01:00 uur en 7:00 uur op vrijdag, zaterdag en zondag. 8. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 01.00 uur en 07.00 uur. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. Openbare inrichtingen zijn op 1 januari gesloten tussen 06.00 uur en 07.00 uur. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd zoals vermeld in het eerste en zevende lid. Uitsluitend openbare inrichtingen, welke beschikken over een drank- en horecavergunning en het horecaconvenant hebben ondertekend en zich aan de bijbehorende voorwaarden houden, komen hiervoor in aanmerking. 5. Voor een openbare inrichting die zich bevindt in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet en de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 6. Het eerste en het vierde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 7. Het is verboden een terras voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers te laten verblijven op een terras tussen 00.00 uur en 07.00 uur van maandag tot en met donderdag en tussen 01:00 uur en 7:00 uur op vrijdag, zaterdag en zondag. 8.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Een kleine juridische aanpassing is doorgevoerd ter verduidelijking.
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
9
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Definitief
Geen wijzigingen voorgesteld. Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken het terras.
Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken het terras. Geen wijzigingen voorgesteld. Artikel 2:31a Kansspelen 1. Het is verboden in een openbare inrichting in enigerlei vorm met of om geld te spelen. 2. Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot kansspelautomaten waarvoor ingevolge artikel 30b van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend door de burgemeester.
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen (Niet overgenomen)
Dit artikel is opgenomen naar aanleiding van het advies uit de weerbaarheidsscan die door het RIEC in 2021 in Ermelo is uitgevoerd. Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen 1. 2.
In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Dit artikel is opgenomen naar aanleiding van het advies uit de weerbaarheidsscan die door het RIEC in 2021 in Ermelo is uitgevoerd. Advies is deze op te nemen in het kader van verbod op heling.
Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar het college bij de toepassing van de artikelen 2:29 en 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar het college bij de toepassing van de artikelen 2:29 en 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan. Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:34 (Vervallen)
Artikel 2:34 (Vervallen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: alcoholhoudende drank; horecabedrijf; horecalokaliteit; inrichting; paracommerciële rechtspersoon; sterke drank; slijtersbedrijf; zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.
Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: alcoholhoudende drank; horecabedrijf; horecalokaliteit; inrichting; paracommerciële rechtspersoon; sterke drank; slijtersbedrijf; zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. In dit artikel is de Drank- en Horecawet vervangen door de per 1 juli 2021 in werking getreden Alcoholwet.
Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen
10
Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen
Definitief 1. 2. 3.
Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op maandag tot en met zondag vanaf 14.00 uur tot 00.00 uur. Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank verstrekken tijdens ten hoogste twaalf bijeenkomsten per jaar van persoonlijke aard of die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk vijf werkdagen voor een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid, hiervan melding aan de burgemeester.
1. 2. 3.
Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op maandag tot en met zondag vanaf 14.00 uur tot 00.00 uur. Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank verstrekken tijdens ten hoogste twaalf bijeenkomsten per jaar van persoonlijke aard of die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk vijf werkdagen voor een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid, hiervan melding aan de burgemeester.
Geen wijzigingen voorgesteld. Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven (Niet overgenomen)
Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven (Niet overgenomen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:34d Koppeling toegang aan leeftijden (Niet overgenomen)
Artikel 2:34d Koppeling toegang aan leeftijden (Niet overgenomen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven (Niet overgenomen)
Artikel 2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven (Niet overgenomen). Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:34f Verbod ‘happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
Artikel 2:34f Verbod ‘happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd. Geen wijzigingen voorgesteld.
Afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Definitie (Niet overgenomen)
Artikel 2:35 Definitie (Niet overgenomen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie (Niet overgenomen)
Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie (Niet overgenomen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:37 Nachtregister (Vervallen)
Artikel 2:37 Nachtregister (Vervallen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister (Niet overgenomen)
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister (Niet overgenomen) Geen wijzigingen voorgesteld.
Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. Geen wijzigingen voorgesteld.
11
Definitief Artikel 2:39 Speelgelegenheden (Niet overgenomen)
Artikel 2:39 Speelgelegenheden (Niet overgenomen)
Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan.
Geen wijzigingen voorgesteld. Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan. Geen wijzigingen voorgesteld.
Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1 Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2 Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1 Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2 Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:41a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde, de veiligheid of volksgezondheid, de tijdelijke sluiting bevelen van een voor publiek openstaand gebouw en bijbehorende erven als daar: a. is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen; b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; c. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; of d. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of volksgezondheid. 2. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.
Geen wijzigingen voorgesteld. Artikel 2:41a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde, de veiligheid of volksgezondheid, de tijdelijke sluiting bevelen van een voor publiek openstaand gebouw en bijbehorende erven als daar: a. is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen; b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; c. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; of d. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of volksgezondheid. 2. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet. Geen wijzigingen voorgesteld.