20260421 raadsinformatiebrief Weerbaarheid
Tekst van het document
veiligheidsregio
Noord- en OostGelderland
Postbus 234 Aan
7300 AE
de
griffies van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Aan de colleges van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
www.vnog.nl
1
21
Uw
brief van
Ons
:
26-75084/26-106334/AM
Uw
kenmerk
MN
(geanonimiseerd) |
Bijlage(n)
:
Raadsinformatiebrief Weerbaarheid
de
gemeenteraden
Behandeld
door
Onderwerp Beste leden
van
Gefeliciteerd met
april 2026
in Noord-
en
4000
info@vnog.nl
Datum kenmerk
Apeldoorn
088 310
el
Oost-Gelderland,
benoeming! Misschien bent u net begonnen in het mooie ambt als raadslid, opnieuw gestart in een nieuwe periode. In beide gevallen spreek ik mijn waardering uit voor uw inzet voor onze gemeenschap. misschien bent
uw
u
De wereld verandert snel
en we
zich mee, ook
voor
de lokale
Juist daarom
stuur ik u deze
Gelderland)
vind ik het
met
gemeenten
onze
22
leven
politiek.
onrustige tijd. Dat brengt veel vragen
een
brief. Als voorzitter
belangrijk voor
in
Dit vraagt veel
een
om
u te
van
informeren
weerbare
en
van
u
VNOG
en
taken met
als raadslid.
(Veiligheidsregio
Noord-
en
Oost-
de manier waarop VNOG samenwerkt veerkrachtige overheid en samenleving. Met het over
oog op de uitdagingen waar we voor staan, een samenwerking die cruciaal is. In die samenwerking ik veel gesprekken met alle burgemeesters die samen met mij het bestuur van VNOG vormen.
voer
Zonder
uitzondering zien we
Potentiële risico’s
dit als
belangrijk
en
urgent.
dreigingen zijn potentiële risico’s en dreigingen waar we rekening mee moeten houden. Denk aan de gevolgen en effecten van de oorlog in Oekraïne en dreigingen vanuit Rusland. Ook andere internationale spanningen, zoals het optreden van de Verenigde Staten, kunnen de stabiliteit in Europa beïnvloeden. Er
en
verschillende
Daarnaast gaat
klimaatverandering door. Dit zorgt voor meer extreem weer, zoals droogte en hevige regenbuien. Ook in onze regio hebben we de gevolgen hiervan voor de samenleving al ervaren. Denk hierbij aan de zomerstorm in Winterwijk in 2025, de valwinden in de omgeving van Apeldoorn in 2024 en hevige regenval in Doetinchem waarvan meermaals het ziekenhuis hevige hinder ondervond. En iets langer geleden zagen we grootschalige stroomuitval door omgewaaide hoogspanningsmasten bij Oosterwolde in 2021 of in Flevoland na brand in een hoogspanningsstation in 2023.
Tot slot blijft de kans op een nieuw virus , dat van dier op mens kan overspringen en zich wereldwijd verspreidt , aanwezig. Effecten voor de samenleving Al deze risico’s kunnen grote gevolgen hebben voor onze samenleving. Ze kunnen het dagelijks leven tijdelijk ontregelen , zorgen voor onzekerheid over energie , voedsel en andere belangrijke voorzieningen , en leiden tot extra vragen om hulp aan de (lokale) overheid. Dit is geen nieuw beeld , maar de kans dat dit gebeurt is groter geworden. Daarom starten VNOG en de 22 deelnemende gemeenten het Programma Weerbaarheid. Het doel van dit programma is om de samenleving weerbaarder te maken (maatschappelijke weerbaarheid) en ervoor te zorgen dat onze eigen organisatie blijft te allen tijde blijft functioneren (institutionele weerbaarheid). In deze brief licht ik dit programma toe. Daarbij ga ik in op de volgende onderwerpen: 1. Het programmaplan Weerbaarheid en de gezamenlijke bestuursafspraken 2. De grondslag in het Regionaal Beleidsplan VNOG 2025-2028 3. De special van het Regionaal Risicoprofiel VNOG 4. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden 1. Programma weerbaarheid en gezamenlijke bestuursafspraken
Het versterken van weerbaarheid en veerkracht gebeurt vooral op lokaal niveau. Gemeenten kennen hun inwoners , gemeenschappen en organisaties het best en hebben daar direct contact mee. Daardoor kunnen zij goed inspelen op wat nodig is en inwoners en organisaties gericht ondersteunen. Ik realiseer me dat deze opgave bovenop andere belangrijke taken van gemeenten komt. Daarom is in 2025 , op verzoek van de burgemeesters in het algemeen bestuur van VNOG , een gezamenlijke actiepuntenlijst opgesteld. Deze lijst is gemaakt door experts van VNOG en de gemeenten samen. De burgemeesters hebben in november 2025 , namens hun colleges , de intentie uitgesproken om deze acties binnen de afgesproken termijn uit te voeren. Bij de uitvoering werken medewerkers van VNOG en gemeenten nauw samen. Zo leren we van en met elkaar en hoeft niet elke gemeente alles zelf uit te zoeken. Door samen te werken , bepalen we wat prioriteit heeft en voeren we de acties efficiënt uit , ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Deze samenwerking zorgt voor één gezamenlijke regionale aanpak om de weerbaarheid te versterken. Belangrijk hierbij is de structurele samenwerking van VNOG en gemeenten met onder andere GGD NOG , defensie , politie en crisispartners. 2.
Grondslag in Regionaal Beleidsplan VNOG 2025-2028 Elke veiligheidsregio werkt op basis van twee belangrijke (wettelijk verplichte) documenten , die allebei eens in de vier jaar moeten worden herzien: het regionaal risicoprofiel en
het regionaal beleidsplan. Het risicoprofiel bevat een analyse van de belangrijkste risico’s die zich op regionaal niveau voordoen. Serieuze risico’s die VNOG kenmerken zijn bijvoorbeeld natuurbrand , brand in de zorg , uitval van elektra of gas en dierziekten.
2
Mede op basis van deze analyse stelt de veiligheidsregio een beleidsplan op , waarin het beschrijft op welke punt het beleid een extra accent krijgt. VNOG noemt dit speerpunten. Het actuele beleidsplan is , na consultatie van uw raden , vastgesteld in december 2024 en loopt tot en met 2028. De speerpunten in het beleidsplan zijn: 1. Crisisbeheersing 2. Grensoverstijgende samenwerking 3. Informatievoorziening 4. Arbeidsmarkt 5. Natuurbrandbeheersing 6. Risicobewustzijn en Veilig Gedrag Het werken aan de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving loopt als een rode draad door het gehele beleidsplan heen. Weerbaarheid staat nu nadrukkelijk op ons netvlies als thema om aan te werken. Tegelijkertijd is het een belangrijk onderdeel van alles dat we doen. De zes speerpunten werken dus aan de juiste zaken en bieden een kader waarbinnen de samenwerking tussen VNOG en onze 22 gemeenten voor het weerbaar maken van onze samenleving vormgegeven kan worden. In dit kader wil ik nog nadrukkelijk stilstaan bij het speerpunt Risicobewustzijn en Veilig Gedrag. Dit is een relatief nieuw specialisme binnen veiligheidsregio’s , waarbij VNOG met enkele andere veiligheidsregio’s een vooroplopende positie inneemt. De ambitie die uit het beleidsplan spreekt is om vanuit die positie de opgebouwde expertise beschikbaar te stellen aan gemeenten. Daarvoor opent VNOG een gedragsloket.
VNOG staat met enkele andere veiligheidsregio’s aan de basis voor de huidige Denk Vooruit campagne. Daarvoor zijn ook lessen uit andere landen , zoals Zweden en Duitsland , meegenomen. 3. Scenario uitgewerkt: special Regionaal Risicoprofiel VNOG
Zoals hierboven beschreven is het regionaal risicoprofiel een product dat de veiligheidsregio eens per vier jaren moet opleveren volgens de wet. Tegelijkertijd stellen we vast dat risico’s zich sneller dan die termijn ontwikkelen. Daarom hebben we afgesproken dat het regionaal risicoprofiel een jaarlijkse update krijgt. In de recente update is ook het scenario Grootschalige stroomuitval , langer dan 72uur , beoordeeld. Eigenlijk valt deze buiten de kaders van het regionaal risicoprofiel , omdat het om een landelijk en exceptioneel risico gaat. Bovendien worden meerdere bestaande scenario’s hierin betrokken , zoals de uitval van stroom in een deel van het gebied of de uitval van ICTvoorzieningen. Tegelijkertijd is het waardevol om dit scenario uit te werken en te bezien hoe zich dit verhoudt tot de andere risico’s waarmee VNOG werkt. Het uitgewerkte basisscenario helpt VNOG , gemeenten , partners en inwoners om het gesprek aan te gaan en nader te analyseren wat de impact is en welke maatregelen nodig zijn. Daarom biedt VNOG dit aan in een special van het regionaal risicoprofiel. Deze special vindt u bijgevoegd. 4. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden VNOG heeft nagedacht hoe de programmastructuur in de ‘koude fase’ (voorbereiding) zich kan aanpassen aan een crisisstructuur in de ‘warme fase’ (crisis).
Deze twee fasen worden door de veiligheidsregio’s gebruikt om onderscheid te maken tussen de periode van voorbereiden en het
werk dat nodig is tijdens een crisis of incident.
3
Koude fase De minister van Justitie en Veiligheid (JenV) en de minister en staatssecretaris van Defensie hebben in juli en december 2025 een tweetal brieven aan de Tweede Kamer gestuurd. In deze brieven is op hoofdlijnen te lezen hoe de weerbaarheidsopgave in Nederland eruitziet. Het Rijk heeft daarom vanaf 2027 € 70 miljoen beschikbaar gesteld voor dit onderwerp. Daarvan is € 35 miljoen bedoeld voor de ontwikkeling van noodsteunpunten en € 25 miljoen voor de ondersteuning van de veiligheidsregio’s in hun weerbaarheidstaken. In haar coalitieakkoord identificeert het nieuwe kabinet dit onderwerp als één van de vijf belangrijkste uitdagingen voor onze nationale veiligheid. Het kabinet wil werken aan de ‘samenredzaamheid’ in de samenleving , onder meer door met lokale overheden en veiligheidsregio’s op te trekken en noodsteunpunten in te richten. Wat dit concreet betekent en of dat extra financiering voor gemeenten op dit wezenlijke onderdeel oplevert , is op dit moment nog niet bekend. Hierover voer ik , als voorzitter van de commissie Bestuur en Veiligheid van de VNG , aan de Bestuurlijke Tafel Weerbaarheid het gesprek. De minister van JenV heeft dit opgericht. Namens het Veiligheidsberaad (de 25 voorzitters veiligheidsregio) zitten burgemeesters Schuurmans (Haarlemmermeer) en Bruls (Nijmegen) aan tafel.
De veiligheidsregio’s kennen Vakraden waar alle 25 veiligheidregio’s aan meedoen en waar kennis en kunde wordt gedeeld. VNOG levert één van de landelijke portefeuillehouders weerbaarheid. De portefeuillehouder Weerbaarheid in het bestuur van VNOG heeft een stuurgroep tot diens beschikking. In de stuurgroep brengen we de voortgang en ontwikkelingen van verschillende partijen samen , om de aanpak op elkaar af te stemmen. Daarom zitten in deze stuurgroep leidinggevenden vanuit VNOG , gemeente , GGD en politie. Dit zijn op dit moment de belangrijkste partners als het gaat om preparatie. Op termijn zien we ook andere samenwerkingspartijen , zoals het waterschap of defensie , graag aansluiten in deze stuurgroep. De gemeenten hebben afgesproken om in de eigen organisatie een aanspreekpunt aan te wijzen. Het college van B&W is hiervoor verantwoordelijk. Deze aanspreekpunten brengt VNOG met elkaar in verbinding , zodat we in staat zijn om good practices met elkaar te delen. Met de 22 burgemeesters hebben we afgesproken dat we samen de voortgang op de bestuursafspraken bijhouden in een dashboard dat VNOG op ons verzoek heeft ontwikkeld. Eén onderdeel van de samenwerking licht ik er graag uit: de pilot noodsteunpunten. Op dit moment werken vier gemeenten (Aalten , Ermelo , Harderwijk en Nunspeet) met VNOG samen aan het inrichten van vier noodsteunpunten en een coördinatiepunt bij VNOG.
Dit is onderdeel van een landelijke pilot. De lessen die uit al die pilots volgen , gebruiken we voor een dekkend netwerk van noodsteunpunten. Deze pilots kosten nu schaarse tijd , op een moment dat we veel urgentie voelen om dit te organiseren. Tegelijkertijd kan dit niet anders dan in gezamenlijkheid , in onze veiligheidsregio en in Nederland. We willen namelijk een voorspelbaar en betrouwbaar systeem van noodsteunpunten aanbieden aan onze inwoners. Warme fase Een grootschalige verstoring van het maatschappelijk leven , bijvoorbeeld door stroomuitval , betekent het opstarten van de crisisstructuren die we in Nederland kennen. Dat noemen we GRIP: Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure. Die kent een fasering van GRIP-1 tot GRIP-4. Die laatste is voor een gemeentegrens overstijgend incident of crisis bedoeld , waarbij bestuurlijke dilemma’s beslecht moeten worden.
4
De Wet Veiligheidsregio’s draagt in een GRIP-4 situatie een deel van de bevoegdheden van de burgemeester over aan mij als voorzitter Veiligheidsregio. Dat betekent bijvoorbeeld dat ik dan een noodverordening voor de getroffen gemeenten (of een deel ervan) kan afkondigen. Ik kan bijvoorbeeld dan ook de zorg aanwijzingen geven , als zij hun eigen verantwoordelijkheden niet nemen , of schaarse middelen of diensten vorderen. Maar niet voordat ik de betreffende burgemeesters hierover heb gesproken. Dat doen we in het Regionaal Beleidsteam (RBT) , waar ook de hulpdiensten aan deelnemen. Hiermee hebben we tijdens de coronacrisis veel ervaring opgedaan , ook in de samenwerking met de gemeenten voor de uitwerking van maatregelen. Het is denkbaar dat een grootschalige verstoring zich niet aan de grenzen van onze veiligheidsregio houdt. In dat geval zullen ook andere veiligheidsregio’s opschalen naar GRIP4. Het is dan mijn taak om met de andere voorzitters veiligheidsregio te overleggen. Daarnaast is het aannemelijk dat de nationale crisisstructuur wordt geactiveerd. Daarmee komt de feitelijke sturing op de crisisbeheersing bij het kabinet. De uitvoering van de maatregelen blijft bij de veiligheidsregio’s en gemeenten , al dan niet samen met andere betrokken partijen.
Democratische legitimatie Als gemeenteraad , of als gezamenlijke gemeenteraden , heeft u het recht om geïnformeerd te worden over het gevoerde beleid. En bij de inzet van noodbevoegdheden , zoals een noodbevel of een noodverordening , heeft het bestuursorgaan dat dat besluit heeft genomen de plicht om zich bij u te verantwoorden. Tijdens de coronacrisis hebben we in het eerste jaar veel ervaring opgedaan met noodverordeningen van de voorzitter Veiligheidsregio , die voor de hele regio golden én die afgestemd moesten worden met de omliggende regio’s. Voor mij is het van groot belang dat het geven van een noodverordening of een noodbevel in nauwe afstemming gaat met de betrokken burgemeesters. Ik vind het ook erg belangrijk om u als raden daarin mee te nemen. Tijdens de coronacrisis heb dat bijvoorbeeld met regelmatige raadsinformatiebrieven -zoals deze- gedaan en ben ik met enige regelmaat in de vorm van een webinar met uw raden in gesprek gegaan. Tenslotte We bereiden ons nu voor op een situatie die zich hopelijk nooit voor gaat doen. Dat is een belangrijk kenmerk van onze veiligheidsdiensten. Tegelijkertijd zijn de (geopolitieke) risico’s groter geworden en dat betekent dat we het aan onze inwoners verplicht zijn om ons voor te bereiden. Ik ben er van overtuigd dat we door slimme samenwerking en het bundelen van onze krachten tot mooie resultaten kunnen komen.
Resultaten waar we hoe dan ook in de toekomst de vruchten van kunnen plukken. Werken aan weerbaarheid betekent namelijk dat de mensen in onze buurtschappen , dorpen en steden in staat zijn om ook bij een korte verstoring zelfredzaam te zijn en misschien voor de mensen in hun directe omgeving te zorgen. We gaan werken aan een systeem van noodsteunpunten , die ook bij een incident met lokale impact nuttig kunnen zijn. Het betekent ook dat onze organisaties weerbaarder worden , die met een robuuste informatieorganisatie in staat is om de dienstverlening aan onze inwoners voort te zetten. Wat betekent dit nu voor u? In uw raad start nu de fase om te komen tot een college en een collegeprogramma. Ik hoop dat u dit onderwerp in die gesprekken meeneemt. Niet alleen is er de nut en noodzaak voor vandaag en morgen om te investeren in de maatschappelijke weerbaarheid. Ik ben er bovendien van overtuigd dat we met deze investeringen in sociale structuren de wereld een beetje beter kunnen maken.
5
Als
in de komende
u
periode
hen dan vooral uit.
over
deze
aan
Samen
nacht klaar
Met
u staat
dag
in gesprek wilt met de
mensen
verder inzicht geven in de wereld om een weerbare samenleving. U kunt hen u
en
om
hulp
te bieden
ons
van
heen
VNOG, en
uitnodigen
als het
wat
via
er
uw
nodig is. Vandaag werken we aan wat ons morgen sterker maakt. Met elkaar geven we deskundig, daadkrachtig en met aan onze missie: Samen werken aan veiligheid. passie uitvoering met
VNOG
Zij kunnen
onderwerpen
nodigt nodig is om met elkaar te werken griffie of burgemeester. u
vriendelijke groet,
mede
namens
het algemeen
bestuur
van
(geanonimiseerd) A.J.M.
de
Veiligheidsregio
Heerts
Voorzitter
Bijlage: special langdurige
stroomuitval
—
regionaal risicoprofiel
Noord-
en
Oost-Gelderland,