2025-10-15 Inspreekverzoek Joet over beschikbaarheid en toegankelijkheid van jeugdzorg (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Joel Lunteren,
15 oktober
2025
Betreft:
Inspreekverzoek over
Geachte
burgemeester,
beschikbaarheid
wethouder Jeugdzorg
en
en
toegankelijkheid
leden
van
de
van
jeugdzorg
gemeenteraad,
In Nederland
geldt één uitgangspunt: het belang van het kind gaat altijd voor. Overheid, rechters en hulpverleners zijn daaraan gebonden. Alleen bij een ernstige bedreiging van het kind mag worden ingegrepen in het gezinsleven. De
Jeugdwet legt de uitvoering van jeugdhulp en bescherming bij gemeenten, met het college van Burgemeester en Wethouders verantwoordelijk voor kwaliteit en toezicht. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) controleren landelijk en publiceren tekortkomingen om verbetering af te dwingen. praktijk zien dat het systeem structureel faalt. Kinderen worden nog steeds niet goed beschermd, hulp komt te laat, personeelstekorten zijn groot en toezicht schiet tekort. Tragedies zoals het meisje uit Vlaardingen en oordelen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tonen dat de wet op papier klopt, maar in de uitvoering tekortschiet. Toch laat de
Ondanks
herhaalde
wetgeving, zoals de overdracht van taken van de Jeugdautoriteit naar de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), blijft het stelsel kwetsbaar. Gemeenten en instellingen moeten hun verantwoordelijkheid nemen, samenwerken en zorgen dat elk kind veilig, gehoord en goed geholpen wordt. Ik verzoek
moties,
Met
u
ouders
en
met
kinderen
klem,
en
nieuwe
inspreekmoment te organiseren. Op dit moment onnodig lang gescheiden. Zij leven dagelijks met verdriet en frustratie, terwijl zij vervolgens achteraan moeten sluiten in de wachtrij van meer dan 100.000 wachtenden binnen de GGZ. Tijdens dit inspreekmoment zal ik u enkele mogelijke oplossingen aandragen om deze situatie te verbeteren. worden
vriendelijk, maar
onderzoeken
om
een
van
elkaar
vriendelijke groet,
(geanonimiseerd) Youri
Hazeleger
Initiatiefnemer
van
Joet
(geanonimiseerd)
Wetgeving Belang van het kind moet bij alles wat kinderen raakt vooropstaan In Nederland gaan internationale mensenrechten altijd voor als ze botsen met Nederlandse wetten (art. 94 Gw). Dat betekent dat de overheid en rechters zich daaraan moeten houden. Volgens die regels moeten bij alles wat kinderen raakt hun belangen vooropstaan (art. 3 IVRK) , recht op privacy en gezinsleven (art. 8 EVRM) , iedereen heeft recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM) , en recht op goede lichamelijke en geestelijke zorg (art. 12 IVESCR). Samen zorgen die regels ervoor dat mensen , en vooral kinderen , met respect , zorg en eerlijkheid worden behandeld. Ingrijpen alleen gelegitimeerd bij structureel of acute ernstige bedreiging van de ontwikking Bij ondertoezichtstelling (art. 255 , 257 BW) , beëindiging of schorsing van gezag of voogdij (art. 266 , 268 , 327 , 328 , 331 BW) , omgangsontzegging (art. 377a BW) en mentorschap (art. 453 BW) vormt het begrip “ernstig” de wettelijke grens voor rechterlijk ingrijpen. Alleen wanneer sprake is van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling of het welzijn van het kind , of van ernstig nadeel voor de betrokkene , kan de rechter de ouderlijke of persoonlijke autonomie beperken. De in art.
247 BW neergelegde norm van goede verzorging en opvoeding geldt daarbij als ijkpunt: pas wanneer die norm structureel of acuut wordt geschonden , is ingrijpen gerechtvaardigd. B&W is belast met kwaliteitsborging De toezichthoudende rolverdeling binnen de Jeugdwet kent een gelaagde structuur waarin zowel gemeenten als het Rijk eigen verantwoordelijkheden dragen. De gemeenteraad stelt op grond van artikel 2. 2 en artikel 2. 9 van de Jeugdwet 2015 het beleidskader en de verordeningen vast , waarmee zij richting en regels geeft voor de uitvoering van preventie , jeugdhulp , kinderbescherming en jeugdreclassering. Het college van burgemeester en wethouders is belast met de uitvoering en kwaliteitsborging van dit beleid (artikelen 2. 3 t/m 2.7) , waaronder het toeleiden naar passende hulp , het waarborgen van continuïteit en het toezicht op de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen (artikel 2. 13). IGJ publiceert ter bevordering van kwaliteitsverbetering Op rijksniveau houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ingevolge artikel 9. 1 toezicht op de kwaliteit van jeugdhulp , gecertificeerde instellingen , Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming , terwijl ministeriële ambtenaren op basis van artikel 9. 2 toezien op naleving van wettelijke verplichtingen en sancties kunnen worden opgelegd door de betrokken ministers (artikelen 9. 3 t/m 9. 6).
De inspecties rapporteren aan zowel de betrokken organisaties als de ministers en publiceren bevindingen ter bevordering van transparantie en kwaliteitsverbetering (artikelen 9. 7 en 9. 8). Zo ontstaat een samenhangend systeem waarin de gemeenteraad beleidsmatig toeziet , het college uitvoerend bewaakt en de rijksinspecties stelselmatig kwaliteits- en nalevingstoezicht uitoefenen. De gemeenteraad is het hoogste gezag binnen de gemeente , binnen de grenzen van de wet De bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk , provincie en gemeente zijn vastgelegd in artikel 124– 132 van de Grondwet , waarin is bepaald dat gemeenten en provincies een eigen huishouding hebben (autonomie) en dat het Rijk slechts toezicht kan uitoefenen , niet hiërarchisch kan aansturen. De Gemeentewet en Provinciewet (o. a. art. 170–180 Gemw en art. 176–182 Provw) bepalen dat de burgemeester en de commissaris van de Koning verantwoording afleggen aan respectievelijk de gemeenteraad en provinciale staten (art. 125 Gw). Klachten over het handelen van gemeenten of provincies dienen op grond van art. 9:1–9:36 Awb eerst bij het betreffende bestuursorgaan te worden ingediend; bij ontevredenheid over de afhandeling kan men zich wenden tot de Nationale ombudsman (art. 78a Gw). Deze inrichting is in 2
overeenstemming met het Europees Handvest inzake Lokale Autonomie (Trb. 1985 , 117) , dat de zelfstandige bevoegdheden van lokale overheden en de beperking van rijksinmenging waarborgt , en met artikel 13 EVRM , dat het recht op een effectief rechtsmiddel garandeert.
3
Feiten en omstandigheden Op 01-01-2015 trad de Jeugdwet in werking. Met deze wet werd het stelsel van jeugdhulp , jeugdbescherming en jeugdreclassering in Nederland ingrijpend hervormd , waarbij gemeenten verantwoordelijk werden voor de uitvoering van preventie , jeugdhulp en de ondersteuning van gezinnen en jeugdigen. Op 15-01-2021 viel de Nederlandse regering als gevolg van kindermishandeling door de verzuiling tussen het ministerie van Financiën , Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid , Welzijn en Sport. Kinderen onterecht van hun ouders werden gescheiden en 482 kinderen kwamen te overlijden. Het meisje uit Vlaardingen werd vanaf maart 2022 bij haar pleegouders geplaatst , waar zij volgens het Openbaar Ministerie (OM) meerdere keren werd vastgebonden en in een zelfgemaakte kooi opgesloten; in de nacht van 20 op 21 mei 2024 werd ze zwaargewond en niet aanspreekbaar in het ziekenhuis opgenomen met ernstige hersenletsels en meerdere botbreuken , waarna zij afhankelijk werd van intensieve zorg. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV) concludeerden dat de betrokken jeugdhulpinstanties , waaronder Enver en de William Schrikker Stichting (WSS) , ernstig tekortschoten: signaleringen van onveiligheid werden onvoldoende opgepakt en het meisje werd niet adequaat beschermd.
Op 19-12-2024 werd een motie ingediend door de leden Ceder en Westerveld , waarin werd gepleit voor een passend vervolg op het Adviesrapport Expertteam ouderverstoting/complexe omgangsproblematiek uit 2020. De motie benadrukte dat ouderverstoting een groot probleem is , dat disproportioneel vaders treft , en dat nieuwe inzichten behulpzaam kunnen zijn voor verdere ontwikkeling van beleid. De motie werd aangenomen. Op 09-04-2024 werd een motie ingediend door de leden Bruyning en Westerveld , waarin werd voorgesteld om ervoor te zorgen dat gemeenten hun beleid omtrent het afgeven van dubbele indicaties herzien. Deze motie werd aangenomen. Op 09-04-2024 werd een motie ingediend door de leden Bruyning en Westerveld , waarin werd voorgesteld om een warme overdracht als standaardprocedure te onderzoeken en de implementatie van de 'Big Five' als essentiële voorwaarde voor het afbouwen van jeugdzorg te bevorderen. Deze motie werd aangenomen. Op 29-01-2025 besliste de rechtbank Noord-Holland dat een zestienjarige jongen onder toezicht van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (GI) drie maanden uit huis wordt geplaatst , omdat er geen geschikte woonplek voor hem is. De jongen verblijft voorlopig in een justitiële jeugdinrichting — een gevangenis als wachtkamer — terwijl instanties zoeken naar een passende plek.
De zaak legt de onmacht bloot van ouders , hulpverleners en rechters binnen een overbelast systeem , waarin jongeren met complexe problemen vaak tussen wal en schip raken. Op 15-04-2025 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat Nederland in de fout is gegaan bij het beëindigen van het ouderlijk gezag van een moeder over haar dochter. Het oordeel kwam in de zaak Van Slooten tegen Nederland en is een harde , maar belangrijke wakeup call voor iedereen die betrokken is bij jeugdbescherming. Op 23-06-2025 oordeelde de Rechtbank Den Haag dat Jeugdbescherming West faalde door een gebrek aan capaciteit en verouderde informatie. De kinderrechter oordeelde dat er géén ernstige 4
ontwikkelingsbedreiging meer was voor het kind. Alle betrokkenen – ouders en grootouders – konden de zorg zelf goed regelen. De verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing werd daarom afgewezen. Het kind blijft veilig bij de grootouders , zonder verdere inmenging van instanties. Op 24-06-2025 reageerde de provincie op een brief waarin zorgen werden geuit over het toezicht op de jeugdzorg. Klachten over de handelwijze van de gemeente moeten via de gemeentelijke klachtenprocedure worden ingediend. Ontevredenheid over de afhandeling daarvan kan men zich wenden tot de Nationale Ombudsman. Op 03-07-2025 verduidelijkt het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat het geen hiërarchische zeggenschap heeft over provincies of gemeenten , en dat burgemeesters en commissarissen van de Koning verantwoording afleggen aan respectievelijk de gemeenteraad en provinciale staten. Burgers die zorgen hebben over het functioneren van het lokaal of provinciaal bestuur kunnen hun klacht indienen bij de gemeente of provincie , gebruikmaken van inspraak- en participatiemogelijkheden binnen de gemeenteraad , of zich , indien zij ontevreden zijn over de klachtbehandeling , wenden tot de Nationale ombudsman.
De brief benadrukt daarmee de gescheiden verantwoordelijkheden: de gemeente is primair verantwoordelijk voor haar eigen bestuur , de provincie houdt toezicht op gemeenten , en het ministerie heeft een adviserende en coördinerende rol zonder directe sturingsbevoegdheid. Op 24-07-2025 werd Jeugdbescherming Noord in Groningen onder verscherpt toezicht gesteld nadat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) concludeerden dat de kwaliteit van de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering onvoldoende is. Uit onderzoek in maart 2025 bleek dat kinderen en jongeren niet tijdig de passende bescherming , begeleiding en hulp krijgen , dat er een hoog verloop en verzuim van jeugdzorgwerkers is , en dat sommige jongeren geen vaste jeugdzorgwerker hebben en op interne wachtlijsten staan. De inspecties constateerden dat verbeteringen nodig zijn op het gebied van goed bestuur , voldoende gekwalificeerd personeel en toezicht op de ontwikkeling en veiligheid van jongeren , maar dat de oorzaken deels buiten de invloed van Jeugdbescherming Noord liggen. Het verscherpt toezicht moet ervoor zorgen dat de organisatie uiterlijk medio januari 2026 de noodzakelijke verbeteringen doorvoert , terwijl de inspecties de voortgang nauwlettend volgen.
Op 25-09-2025 publiceerde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een rapport waaruit blijkt dat Jeugdbescherming Gelderland ernstig tekortschiet in de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen. Kinderen en gezinnen krijgen vaak te laat passende hulp , de veiligheid van het kind wordt onvoldoende gecontroleerd en kinderen hebben regelmatig geen vaste jeugdbeschermer , waardoor vertrouwensbanden ontbreken. Oorzaken zijn onder meer een chronisch personeelstekort , lange wachtlijsten en een tijdelijke werkwijze uit 2022 die nu standaard is geworden. Financieel lijdt de organisatie ook verlies , terwijl structurele verbeteringen nodig zijn. De IGJ benadrukt dat de problemen grotendeels buiten de directe invloedssfeer van Jeugdbescherming Gelderland liggen , maar dat het zicht op de veiligheid en ontwikkeling van elk kind moet verbeteren. Deze problematiek speelt bovendien landelijk en vraagt om leiderschap van bestuurders , gemeenten en het Rijk. Op 07-10-2025 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg goedgekeurd , waarmee de taken van de Jeugdautoriteit (JA) worden overgedragen aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) , inclusief uitbreiding van bevoegdheden en het behoud van expertise van JA-medewerkers. De NZa krijgt de verantwoordelijkheid voor stelselonderzoek naar 5
de beschikbaarheid van jeugdzorg , vroegsignalering van knelpunten en toezicht op de financiële bedrijfsvoering van jeugdhulpaanbieders , maar stelt geen regels of tarieven op en houdt geen toezicht op gemeenten; die rol blijft bij de gemeenteraden liggen. Gemeenten en regio’s blijven daarmee verantwoordelijk voor de organisatie , inkoop en tarieven van jeugdhulp , terwijl de NZa nauw samenwerkt met de sector om inzicht en ondersteuning te bieden bij tekorten en herstelmaatregelen.
Gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland
Inkoopverband JeugdFV , ISNV
William Schrikker
JeugdFV , ISNV
Leger des Heils
JeugdFV , ISNV
Samen Veilig MiddenNederland
JeugdFV
6
Aangesloten gemeenten Barneveld , Ede , Nijkerk , Renswoude , Rhenen , Scherpenzeel , Veenendaal , Elburg , Ermelo , Harderwijk , Nunspeet , Oldebroek , Putten , Zeewolde Barneveld , Ede , Nijkerk , Renswoude , Rhenen , Scherpenzeel , Veenendaal , Elburg , Ermelo , Harderwijk , Nunspeet , Oldebroek , Putten , Zeewolde Barneveld , Ede , Nijkerk , Renswoude , Rhenen , Scherpenzeel , Veenendaal , Elburg , Ermelo , Harderwijk , Nunspeet , Oldebroek , Putten , Zeewolde Barneveld , Ede , Nijkerk , Renswoude , Rhenen , Scherpenzeel , Veenendaal