CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

20230713 Concept PIP Windpark Horst en Telgt v2 0

Gemeenteraad 6 november 2023, gemeente Ermelo43.095 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

44

Provincie Gelderland

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)

4.3.3

Maat, schaal en inrichting van het landschap

Op het hoogste schaalniveau, dus op grote afstand van het beoogde windpark, is de invloed van het initiatief op de openheid nog relatief gering op een lager schaalniveau wordt dat groter. Op het laagste schaalniveau neemt de invloed van het initiatief op de openheid opnieuw toe (zie Figuur 4.5). 4.3.4

Visuele interferentie met andere windturbines of andere hoge elementen

Met betrekking tot interferentie is de afstand van het windpark tot andere hoge elementen op alle schaalniveaus te groot om te leiden tot interferentie. In de ruime omgeving van het plangebied staan alleen enkele kleine turbines (bij boerderijen) van circa 15 meter hoogte. Ook de afstand tot de hoogspanningslijn Harderwijk - Ede is te groot om tot interferentie te leiden. De dichtstbijzijnde moderne windturbines staan in Zuidelijk Flevoland, op meer dan 6 kilometer afstand. 4.3.5

Cultuurhistorische achtergrond van het landschap

Het plangebied maakt onderdeel uit van het zogeheten Zuiderzeekustlandschap. Enkele delen (nabij Palmbosch aan de Zeeweg en bij Groot Dasselaar) behoren tot het Kampenlandschap. Verder vormt het plangebied min of meer één langgerekte open ruimte, nagenoeg vrij van bebouwing en opgaande beplantingen. Figuur 4.8 Overzichtskaartje structuur plangebied en omgeving en standpunt Figuur 4.9 in rood [bron: topotijdreis.nl]

Provincie Gelderland

45

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Het plangebied ligt aan de oostkant van de A28. Deze snelweg vormt de scheidslijn tussen groene, vrij dichtbeplante recreatiegebieden aan het Nuldernauw aan de westzijde en het open agrarische gebied aan de oostzijde. De beken die vanaf het Veluwe-massief langs en door het plangebied richting het Nuldernauw lopen, zijn opgenomen in het recht toe recht aan slagenpatroon van de verkaveling. Figuur 4.9 Enkele bomenrij in het verder lege slagenlandschap ten westen van de Riebroeksteeg, in de verte de A28 [bron: OVSL]

4.3.6

De beleving van de windturbines in het landschap

De beleving van het windpark wordt vooral bepaald door de mate waarop het windpark zichtbaar en herkenbaar is voor de waarnemer. Ondanks dat op het hoogste schaalniveau (een deel van) de opstelling schuil gaat achter andere landschapselementen, laten visualisaties dat vanuit tal van standpunten in de (ruimere) omgeving het windpark zichtbaar zal zijn. Vanaf grote open plekken in beboste omgevingen zoals de Ermelose Heide, is de zichtbaarheid sterk afhankelijk van het standpunt. Vanaf de wegen door dergelijke gebieden is het windpark vrijwel niet zichtbaar (zie onderstaande illustratie), maar op sommige plekken kan dat toch het geval zijn. Ervan uitgaande dat er binnenkort een juridische basis voorligt om in Nederland automatische luchtvaartverlichting toe te mogen passen, is de zichtbaarheid s' nachts beperkt tot de momenten waarop daadwerkelijk een vliegtuig het windpark nadert. Mocht onverhoopt de juridische basis voor het toepassen van automatische luchtvaartverlichting niet geregeld zijn op het moment dat het windpark in bedrijf gaat zal de obstakelverlichting continu moeten branden en zijn de windturbines 's nachts automatisch meer zichtbaar.

46

Provincie Gelderland

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)

Figuur 4.10 Zicht vanaf de N302 (op de Ermelose Heide) naar het westen, circa 8 kilometer van het plangebied (standpunt 6)

Figuur 4.11 Kijkend vanaf de Ermelose Heide zelf naar het westen, op circa 8 kilometer van het plangebied (3D-modellen.) [bron: Windplanner]

Met name vanaf de A28 neemt de zichtbaarheid van het windpark toe op het middelhoge schaalniveau. Dit komt vooral doordat het landschap zich direct rond het plangebied als het ware opent en het windpark veel minder schuil gaat achter andere landschapselementen. Dit geldt ook voor de nachtsituatie. Doordat de afstand van de waarnemer tot het windpark op het laagste schaalniveau kleiner wordt, worden de verschillen in onderlinge afstand minder duidelijk waarneembaar. Voor de waarnemer is het namelijk minder goed in te schatten of ogenschijnlijke verschillen in onderlinge afstand ook echt verschillen in onderlinge afstand zijn. Er vindt op dit schaalniveau een zekere perspectivische vertekening plaats. De turbines horen wel duidelijker bij elkaar dan op het middelste schaalniveau. Weer neemt vanaf de A28, maar ook vanaf wegen door het plangebied heen, de zichtbaarheid van het initiatief op het laagste schaalniveau toe. Dit komt door de relatief grote openheid van het plangebied zelf en het beperkte aantal landschapselementen waarachter de opstellingen op dit schaalniveau schuil kunnen gaan. 4.3.7

Realisatie 5 windturbines in plaats van 7

Voor het windpark wordt uitgegaan van 5 + 2 windturbines onder voorwaarden (zie ook paragraaf 4.2). Indien er 5 windturbines worden gebouwd dan leidt dit tot een verandering in het landschappelijk beeld ten opzichte van 7 windturbines. In deze paragraaf wordt daar nader op in gegaan. Ruimtelijke kenmerken van het landschap / maat, schaal en inrichting van het landschap Op het laagste schaalniveau wordt door het wegvallen van de twee oostelijke turbines de samenhang van het windpark met de A28 versterkt.

Provincie Gelderland

47

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)

Beleving van de windturbines in het landschap Door het wegvallen van de twee oostelijke turbines wordt de opstelling langs de A28 op het hoogste en middelste schaalniveau nog beter herkenbaar als zelfstandige en samenhangende opstelling. Visuele interferentie met andere windturbines of andere hoge elementen Er is er zowel bij 5 als bij 7 windturbines geen sprake van interferentie met andere windturbineopstellingen of hoge landschapselementen. Er is geen sprake van een verandering op dit punt. Beleving van windturbines in het landschap Indien er 5 in plaats van 7 windturbines worden gebouwd, is het beeld van de waarnemer op het middelste schaalniveau minder 'gevuld' en tast het windpark daarmee de openheid en weidsheid van het landschap minder aan. Op het hoogste schaalniveau is het verschil in beeld geringer vanwege beperktere zichtbaarheid van de windturbines op grote afstand. Ook op het laagste schaalniveau is het verschil in effecten gering, omdat het beeld van de waarnemer ook bij 5 turbines nog steeds goed 'gevuld' is. Het windpark is zowel bij 5 als bij 7 windturbines goed zichtbaar voor waarnemers vanuit verschillende standpunten in de omgeving.

Realisatie van 5 windturbines niet nadeliger vanuit het aspect landschap De aansluiting op (bestaande) landschappelijke structuren (met name de A28) met 5 windturbines is groter, de herkenbaarheid van de opstelling neemt toe en het effect op de openheid is minder. Realisatie van 5 windturbines, in plaats van 7, leidt niet tot meer nadelige effecten op het landschappelijk beeld. Vanuit landschap leidt realisatie van 5 windturbines zelfs beperkt tot een verbetering van het landschappelijk beeld (ten opzichte van 7 windturbines), al hoewel 7 windturbines ook acceptabel en inpasbaar worden geacht. 4.3.8

Conclusie ruimtelijk ontwerp

Een inschatting maken van het totale landschappelijke effect van het initiatief is geen kwestie van het optellen en aftrekken van plussen en minnen. Over het geheel genomen mag worden geconcludeerd dat het ruimtelijk ontwerp van het windpark van invloed is op (de beleving van) het landschap, vanwege de impact door het windpark op de visuele rust en zichtbaarheid. De effecten zijn (tot op zekere hoogte) inherent aan de ontwikkeling van windenergie in het plangebied. Realisatie van 5 windturbines, in plaats van 7, leidt niet tot meer nadelige effecten op het landschappelijk beeld. Er is sprake van een zorgvuldig ruimtelijk ontwerp.

48

Provincie Gelderland

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)

Hoofdstuk 5

Toetsing aan omgevingsaspecten

5.1

Uitgangspunten

5.1.1

Algemene uitgangspunten voor toetsing omgevingsaspecten

Voorbeeldwindturbine Voor het bepalen van milieueffecten is gebruik gemaakt van een voorbeeldturbine, omdat de keuze voor een specifieke windturbine met bijbehorende specificaties pas in een later stadium plaats vindt. Voor alle omgevingsaspecten worden berekeningen of beschrijvingen uitgevoerd voor een worst-case windturbine, dus de maximale milieueffecten. Voor het aspect geluid wordt een akoestisch gemiddelde realistische windturbine binnen de bandbreedte van het inpassingsplan gehanteerd, wat betekent dat deze qua bronvermogen gemiddeld is binnen de turbineklasse voor windpark Horst en Telgt. De initiatiefnemer kiest daarmee op voorhand al voor het niet realiseren van een hele luide windturbine maar kiest een stillere als maatgevend. Voor geluid is het maximale bronvermogen van de windturbine in combinatie met de maximale ashoogte bepalend. Voor de overige omgevingsaspecten geldt dat een windturbine met maximale afmetingen de worst-case situatie is, de onderzoeksconclusies zijn dan ook geldig voor kleinere en lagere windturbinetypes dan de voorbeeldwindturbine, ongeacht hun afmetingen.

Als voorbeeldturbine is in de onderzoeken uitgegaan van een windturbine met een rotordiameter van maximaal 170 meter en een tiphoogte van maximaal 250 meter (en dus een ashoogte van 165 meter), dus een windturbine met de maximale afmetingen voor rotordiameter en tiphoogte in dit inpassingsplan. Molenaarswoning en woningen van derden Molenaarswoningen (ook wel 'woning behorende tot de sfeer van de inrichting' genoemd) zijn woningen waarbij er sprake is van een relatie tussen de eigenaar/bewoner en (de exploitant van) het windpark. Woningen van derden zijn woningen die geen relatie hebben met het windpark. Voor een molenaarswoning hoeft niet aan dezelfde norm voor geluid en slagschaduw als voor woningen van derden te worden voldaan. Vanwege de betrokkenheid van de molenaarswoning (en zijn bewoner) bij het windpark is een hogere norm dan voor woningen op derden aanvaardbaar, waarmee wel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er zijn geen molenaarswoningen aanwezig bij Windpark Horst en Telgt, alleen maar woningen van derden. 5.1.2

Algemeen kader voor lokale milieunormen

In dit inpassingsplan zijn planregels toegevoegd met eigen milieunormen voor de aspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid naar aanleiding van de tussenuitspraak inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. Deze paragraaf voorziet samen met Bijlage 2 de uitleg en motivering van deze lokale en projectspecifieke milieunormen. Door de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ('Afdeling') inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding moeten de bepalingen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer (de 'windturbinebepalingen') buiten toepassing worden gelaten bij de beoordeling van de milieuaspecten van nog niet vergunde windparken. Derhalve heeft het bevoegd gezag besloten om voor het windpark irst en Telgt eigen normen te stellen ter vervanging van de windturbinebepalingen. In Bijlage 2 is de motivering van de in de planregels van dit inpassingsplan gestelde lokale milieunormen opgenomen zoals die door Gedeputeerde Staten aan dit inpassingsplan zijn verbonden. In deze paragraaf wordt een samenvatting van de motivering gegeven. In paragraaf 5.2, 5.3 en 5.4 wordt voor windpark Horst en Telgt in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan de gestelde normen getoetst.

Provincie Gelderland

49

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)

(Tussen)uitspraak Raad van State Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling een tussenuitspraak gedaan over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding over - onder meer en - samengevat de vraag of voor het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer (Activiteitenregeling) een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn28 in navolging op het Vlaamse Nevele-arrest.29 De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling van de windturbinebepalingen moet worden gemaakt. Die beoordeling zal door het Rijk worden opgesteld. Tot die beoordeling is gemaakt mogen de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan (in deze inpassingplan) en/of de vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. De Afdeling geeft in haar uitspraak echter ook aan dat het bevoegd gezag bij het beoordelen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan ten behoeve van het vaststellen van een plan voor een concreet project eigen normen kan stellen ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling.

Daarvoor geldt dat de te hanteren normen moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Die motivering wordt voor dit inpassingsplan gegeven. Inmiddels is op 12 april 2023 de einduitspraak over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding gedaan door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.30 De Afdeling heeft geconstateerd dat voor windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding sprake is van voldoende gemotiveerde onderbouwing van de eigen (lokale) milieunormen voor het windpark. Kader voor het bepalen van een ruimtelijk aanvaardbaar beschermingsniveau In zijn algemeenheid hebben de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid voor windturbines uit het Activiteitenbesluit en -regeling een belangrijke overeenkomst met elkaar en met die van andere (hinder)bronnen en inrichtingen. Het accepteren van enige mate van hinder of risico is inherent aan het feit dat Nederland een druk bevolkt en dicht bebouwd land is en multifunctioneel ruimtegebruik toegepast wordt. Uitsluiten van hinder of risico behoort niet tot de mogelijkheden, omdat daarmee geen ontwikkelingen meer kunnen plaats vinden.

Deze benadering heet het ALARA-beginsel (zie ook Kader 5.1) en geldt voor veel maatschappelijke activiteiten, zoals weg- en railverkeer, luchtvaart, industrie, sport- en recreatieterreinen, maar ook windturbines. Kader 5.1: Bescherming tegen hinder versus ruimtelijke ontwikkelingen: ALARA

50

Provincie Gelderland

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)

Aanpak tot de normstelling voor de windturbines Normen worden dus over het algemeen vastgesteld op basis van de aanvaardbaarheid van enige mate van hinder of risico voor omgeving ten opzichte van het algemene maatschappelijk belang - in deze bij het realiseren van windturbines - om duurzame energie op te wekken en daarmee de landelijke, provinciale en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen en klimaatdoelstellingen te behalen. Daarmee is sprake van een belangenafweging tussen het individueel belang van een omwonende, op het gebied van leefbaarheid, veiligheid en gezondheid, versus het algemeen maatschappelijk belang van de energietransitie naar hernieuwbare energie en verbetering van het klimaat. De afweging tussen (individuele) hinder voor de omgeving enerzijds en het (algemeen) belang van duurzame elektriciteitsopwekking anderzijds vindt dus ook plaats bij beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de mate van geluidhinder, slagschaduwhinder en externe veiligheidsrisico's van windturbines. Voor het windpark is onderzoek uitgevoerd ter onderbouwing van de eigen normen ter vervanging van de windturbinebepalingen.

Voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en lichtschittering is in de onderzoeken:  inzichtelijk gemaakt welke effecten verwacht kunnen worden bij de realisatie van de windturbines;  aangegeven aan de hand van welke criteria en (reken)methodieken deze effecten inzichtelijk kunnen worden gemaakt en beoordeeld;  inzichtelijk gemaakt hoe deze effecten zich lokaal manifesteren in het beoogde project, en:  of de normstelling, rekening houdend met alle relevante aspecten en belangen, voldoende bescherming biedt om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen;  welke gevolgen de normstelling heeft voor het initiatief. In deze onderzoeken is gebruik gemaakt van de actuele stand van wetenschappelijk kennis op verschillende milieuthema's. In deze plantoelichting wordt, op basis van de onderzoeken, een ruimtelijk aanvaardbare normstelling opgenomen voorzien van 'actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering' en vertaald in de planregels. De achterliggende motivering van de normstelling wordt in paragraaf 5.1.3 weergegeven, waarna in paragrafen 5.2 tot en met 5.4 getoetst wordt aan de lokale normstelling. 5.1.3

Motivering van de normstelling voor windpark Horst en Telgt

In deze paragraaf is beknopt de achterliggende motivering van de normstelling weergegeven op basis van Bijlage 2. In de paragrafen daarna wordt het onderzoek weergegeven. De gekozen normen zijn ook juridisch geborgd in de planregels. Gebiedsanalyse De omgeving van het plangebied kan worden getypeerd als een laag-dynamisch gebied met overwegend agrarische activiteiten. Direct ten oosten van de A28 zijn landschappelijke waarden aanwezig die bij ruimtelijke ontwikkelingen worden beschermd. Naarmate de afstand tot de snelweg toeneemt, neemt de dichtheid van woningen en bedrijfslocaties toe, waarbij agrarisch gebruik nog steeds de overhand heeft. Ten westen van de A28 is sprake van recreatiegebied en waternatuur. Het gebied direct ten oosten van de snelweg A28 kan worden getypeerd met het gebiedstype ‘Agrarisch met landschappelijke waarden’. Daaraan grenzend, in oostelijke richting, kan het gebied worden getypeerd als ‘agrarisch’. Ten westen van de A28 is sprake van het gebiedstype ‘Natuur’. De kwaliteit van de leefomgeving wordt bepaald door verschillende aspecten. Het gaat om sectorale, milieugerelateerde aspecten maar ook om ecologische, sociale en economische kwaliteitsaspecten. De gebiedsanalyse is opgesteld ter voorbereiding op de afweging van lokale normgrenzen voor geluid en slagschaduw.

Voor het derde onderdeel van de windturbinebepalingen die met het Nevele arrest voorlopig buiten werking zijn gesteld, het Plaatsgebonden Risico (in het kader van externe veiligheid), speelt een gebiedsanalyse eigenlijk geen rol.

Provincie Gelderland

51

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)

Figuur 5.1 Gebiedstypen rondom het plangebied en globale duiding plangebied (ovaal) [bron: bijlage 2]

Geluid De aandachtspunten voor de normering voor geluid op basis van de gebiedsanalyse zijn als volgt:  de omgeving van windpark Horst en Telgt is relatief dunbevolkt en kent reeds een hoge achtergrondgeluidsbelasting;  wonen is een nevenfunctie van het gebied: de hoofdfuncties zijn landbouw, veehouderij en natuur;  bij het bepalen van een passende geluidsnorm is het van belang om recht te doen aan de huidige situatie: woningen die al erg veel geluid van de snelweg ontvangen moeten beschermd worden tegen een ontoelaatbare cumulatieve geluidsbelasting. Voor de overige woningen geldt dat er uit de gebiedsanalyse geen reden naar voren komt om een extra strenge geluidsnorm toe te passen. Daarbij is in het MER ook specifiek gekeken naar de geluidsbelasting in de nachtperiode, in verband met de lagere bijdrage van de snelweg. Die analyse leidt voor dit plangebied niet tot uitzonderlijke conclusies; het is een relatief doorsnee buitengebied. Slagschaduw Op basis van de gebiedsanalyse kan gesteld worden dat hoewel het gebied relatief dunbevolkt en open is de windturbines groot zijn en zij werpen slagschaduw over een groot gebied. Wel geldt, hoe verder van de windturbines, des te korter de jaarlijkse slagschaduwduur per object.

Externe veiligheid Op basis van de gebiedsanalyse kan geconcludeerd worden dat het plangebied niet uitzonderlijk is voor wat betreft de aspecten die voor externe veiligheid van belang zijn:  aantallen en dichtheid van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten;  aantallen en dichtheid van risicovolle installaties;  nabijheid van transport gevaarlijke stoffen. Voor de laatste twee punten geldt dat de positionering van de windturbines tot stand is gekomen met kennis van aan te houden minimumafstanden, waardoor deze aspecten geen rol van betekenis 52

Provincie Gelderland

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) spelen. Lokale norm voor geluid Op basis van de gebiedsanalyse enerzijds en het inzicht in het effect van verschillende normen anderzijds stelt de provincie zich op het standpunt dat een geluidsnorm van 47 dB L den een goede balans kent tussen de beperking van hinder enerzijds en het belang van de energietransitie anderzijds. Op verzoek van de initiatiefnemer, die tegemoet wil komen aan de wensen van de omgeving en gemeenten, is besloten een geluidnorm van 45 dB Lden voor juridisch-planologisch vast te leggen in dit inpassingsplan. Uit het akoestisch onderzoek (Bijlage 3) is naar voren gekomen dat de jaargemiddelde geluidsbelasting in de nachtperiode (Lnight) ter plaatse van gevoelige objecten nergens hoger is dan 41 dB. Gezien het constante karakter van windturbinegeluid (de verschillen tussen dag-, avond- en nachtperiode zijn beperkt) en de straffactor van +10 dB die standaard deel uitmaakt van de Lden-methodiek is het nachtelijke geluidsniveau afdoende beschermd bij toepassing van een Lden norm. De provincie beraadt zich nog voor de ter inzage legging van het ontwerpinpassingsplan of het toepassen van een aanvullende norm voor geluid in de nachtperiode van toegevoegde waarde kan zijn.

Het MER toont aan dat het aantal ernstig gehinderden bij 47 dB Lden gering is, ook ten opzichte van andere recente Gelderse windprojecten, zoals getoond in onderstaande figuur. Bij toepassing van de 45 dB Lden norm wordt dit nog minder. Een goede ruimtelijke ordening betekent niet alleen het bieden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, maar ook het bieden van vertrouwen dat handhavend kan worden opgetreden indien overtreding van de norm blijkt. De Activiteitenregeling milieubeheer biedt reeds een voorgeschreven aanpak voor handhaving. Door recente ervaringen bij enkele Nederlandse windparken is gebleken dat windturbines in uitzonderlijke gevallen akoestische eigenschappen vertonen die niet overeenstemmen met de (gecertificeerde) technische specificaties die worden aangeleverd door de fabrikant. De provincie beraadt zich op het in het ontwerp van dit inpassingsplan aanvullende planregels op te nemen en/of vergunningvoorschriften, om daarmee handhavend te kunnen optreden indien windturbines sterk afwijkende akoestische eigenschappen blijken te hebben, bijvoorbeeld op het gebied van laagfrequent geluid, tonaal geluid of piekgeluid, ook als daarbij de L den-norm niet wordt overschreden. Om de geluidsbelasting te berekenen is een rekenmethodiek vereist die rekening houdt met de specifieke eigenschappen van windturbinegeluid.

Het document ‘Reken-en meetvoorschrift Windturbines’31 is specifiek opgesteld voor het berekenen van windturbinegeluid. Het Reken- en meetvoorschrift windturbines wordt nog steeds toepasbaar geacht om geluidberekeningen uit te voeren voor windturbinegeluid. De methodiek in het Reken- en meetvoorschrift is de best beschikbare methode waarmee de gevolgen voor het milieu inzichtelijk kunnen worden gemaakt en wordt voor de volledigheid met een planregel als bijlage aan de planregels toegevoegd. <NB. Resultaten van het toegezegde onderzoek naar aanvullende normering voor nacht, piek en LFG worden verwerkt in ontwerp PIP> Lokale norm voor slagschaduw Het MER voor windpark Horst en Telgt berekent voor objecten in de ruime omgeving van het windpark de verwachte jaarlijkse slagschaduw (Bijlage 1). Daarbij is tevens inzicht verschaft in de jaarlijkse energieopbrengst. Onderstaande tabel vat samen. Tabel 5.1 Samenvatting slagschaduw en opbrengst en het effect van verschillende normgrenzen [bron: tabel 4 van Bijlage 2]

Door de grote hinderlijkheid van binnenshuis optredende slagschaduw is het beperken van de slagschaduwduur voor de provincie van groot belang. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden

Provincie Gelderland

53

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) tussen verschillende soorten objecten op basis van de tijd dat er mensen verblijven, en dus de kans dat er hinder optreedt:  slagschaduwgevoelige objecten: gebouwen die bedoeld zijn voor permanent verblijf van personen (zoals woningen en zorginstellingen). Op basis van de gebiedsanalyse enerzijds en het inzicht in het effect van verschillende normen anderzijds stelt de provincie zich vooralsnog op het standpunt dat een slagschaduwnorm van 6 uur per slagschaduwgevoelig object per jaar een juiste balans kent tussen de beperking van hinder enerzijds en het belang van de energietransitie anderzijds. Deze norm is juridisch-planologische vastgelegd met een planregel in dit inpassingsplan.  In de fase naar het ontwerpinpassingsplan gaat de provincie de toepassing van een slagschaduwapp onderzoeken. De app wordt aangeboden door de initiatiefnemers die hiermee tegemoet willen komen aan de wens van de omgeving en gemeenten. De app wordt aangeboden aan omwonenden die meer dan 0 uur slagschaduw kunnen verwachten en kunnen de turbine stilzetten op het moment dat ze slagschaduwoverlast ervaren. De resultaten van de verkenning worden betrokken bij de vertaling van de milieunormen naar het provinciaal inpassingsplan en de uitvoeringsbesluiten.

 Deels-slagschaduwgevoelige objecten: gebouwen waar gedurende langere tijd personen aanwezig kunnen zijn, maar niet permanent verblijven (zoals scholen, kantoren en recreatiegebouwen). Voor de omgeving van windpark Horst en Telgt geldt dat de deels-slagschaduwgevoelige objecten (ook wel 'overige' slagschaduwgevoelige objecten) allen campings zijn, op 1 hotel na (bestemd, maar nog niet gebouwd). Deze objecten en terreinen zijn niet jaarrond bewoond, en de verblijfstijd van gasten is doorgaans kort (dagen tot misschien enkele weken in zomer). Het MER maakt de slagschaduweffecten op deze objecten inzichtelijk (Bijlage 1, zie ook Tabel 5.6 in paragraaf 5.3.2 van dit inpassingsplan). Hieruit blijkt dat de hoeveelheid slagschaduw gering is, zeker wanneer ook de periode waarbinnen de slagschaduw jaarlijkse kan optreden in ogenschouw wordt genomen. Gelet op deze resultaten wordt het niet nodig geacht om aanvullende bescherming te bieden tegen slagschaduw op campings in de vorm van een aanvullende norm. Hetzelfde geldt voor het hotel. <NB. Resultaten van het toegezegde onderzoek naar slagschaduwapp worden verwerkt in ontwerp PIP> 5.4

Veiligheid

Lokale norm voor externe veiligheid De veiligheid van inwoners van de provincie wordt belangrijk geacht. Ten behoeve van de beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s voor (beperkt) kwetsbare objecten wordt er voor gekozen om een beschermingsniveau te hanteren dat overeenkomt met de normstelling voor overige risicovolle activiteiten, volgend uit diverse externe veiligheidsbesluiten zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Omdat in deze besluiten een aanvaardbare kans op overlijden is omschreven die niet afhankelijk is van het type inrichting wordt het niet nodig geacht om voor windturbines afwijkende normen voor te schrijven:  Het plaatsgebonden risico voor een kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van windpark Horst en Telgt, is niet hoger dan 10-06 per jaar.  Het plaatsgebonden risico voor een beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van windpark Horst en Telgt, is niet hoger dan 10-05 per jaar. Voor de definitie van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten kan worden aangesloten bij de definities uit het Bevi. De norm voor externe veiligheid is juridisch-planologische vastgelegd op de verbeelding en met planregels in dit inpassingsplan.

Overige windturbinebepalingen De windturbinebepalingen kennen naast normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid ook nog een aantal (technische) bepalingen om hinder te beperken en veiligheid te borgen. Dit betreffen de volgende regels ten aanzien van het in gebruik nemen en hebben van windturbines:  ter voorkoming van lichtschittering;  ten aanzien van algemene veiligheid en controle;  verplichte NEN-certificering van de windturbines.

54

Provincie Gelderland

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Lichtschittering Gladde en glimmende oppervlakken (bijvoorbeeld glas, maar ook geschilderde oppervlakken) kunnen invallend zonlicht reflecteren. Wanneer dit licht bij de ontvanger aankomt kan dit een hinderlijk (verblindend) effect hebben of tot gevaarlijke situaties leiden, bijvoorbeeld voor wegverkeer. Dit effect kan echter eenvoudig worden voorkomen door de betreffende objecten en oppervlakken te voorzien van een anti-reflecterende coating of gebruik te maken van niet-reflecterende materialen. Voor windturbines is dit standaardpraktijk en wordt dit geborgd door reflectiewaarden te controleren via de certificering en de NEN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. Algemene veiligheid en controle Bij een geconstateerd of vermoed gebrek dient een windturbine buiten bedrijf te worden gesteld, daarmee wordt voorkomen dat het gebrek een gevaarlijke situatie voor de omgeving oplevert. Met het opleggen van een verplichting op dit punt worden alle mogelijke effecten voorkomen. NEN-certificering van de windturbines Windturbines dienen aan deze bepalingen/regels te voldoen, er is verder dus geen inhoudelijke afweging van een normering aan de orde. Daarom zijn deze bepalingen ook verder niet afgewogen maar wel opgenomen als planregels in dit inpassingsplan.

Windturbines dienen aan deze bepalingen/regels te voldoen, dit is middels de planregels geborgd.

5.2

Geluid

5.2.1

Toetsingskader

In deze paragraaf worden de uitgangspunten voor onderzoek, waaronder de gekozen normstelling voor geluid nader toegelicht. Wat is geluid van windturbines? Windturbines produceren geluid als de rotoren draaien. Dit geluid is voornamelijk aerodynamisch geluid afkomstig van de bladen die door de wind 'zoeven'. Windturbines produceren daarnaast ook mechanisch geluid, dit is afkomstig uit het overbrengen van de energie vanuit de wieken naar de generator en uit de generator zelf. Het mechanische geluid is meestal vele malen lager dan het aerodynamische geluid. Net als voor andere geluidbronnen waaronder wegverkeers-, industrie-, railverkeer- en luchtvaartgeluid is het wenselijk om normen vast te leggen voor de hoeveelheid geluid die mag optreden op de omgeving teneinde de hinder hiervan te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Om te komen tot een normstelling speelt het daadwerkelijk optredende geluidniveau, de betreffende omgeving en de hinderlijkheid van het specifieke geluid een rol. Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (kortweg: het Activiteitenbesluit milieubeheer)32 als kader voor de toetsing van geluid van windturbines mag voorlopig bij de beslissing over de goede ruimtelijke ordening niet meer gebruikt worden (zie paragraaf 5.1.2).

Achtergrond Europese systematiek geluiddosismaat L den en Lnight en toepassing dosismaat voor geluidnorm windturbines Volgens richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement dient omgevingslawaai in alle lidstaten op dezelfde wijze behandeld te worden. De geluidbelasting dient daarbij in decibel (dB) L den of dB Lnight te worden uitgedrukt. Lden is een berekend gewogen jaargemiddelde van de geluidsbelasting tijdens de dag-, de avond- en de nachtperiode. De avond- en nachtperiode krijgen een opslag van respectievelijk +5 en +10 dB omdat in deze periode geluid als hinderlijker wordt ervaren en deze periodes worden derhalve zwaarder meegewogen. De nachtelijke geluidbelasting wordt uitgedrukt in Lnight. Voor het bepalen van de hinder wordt gebruik gemaakt van Lden. Lnight wordt gebruikt om effecten die kunnen leiden tot slaapverstoring te bepalen.

Provincie Gelderland

55

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Gezien het constante karakter van windturbinegeluid (de verschillen tussen dag-, avond- en nachtperiode zijn beperkt) is de Lden-normering een passende maat om blijvende toe te passen. Toepassing geven aan een andere geluidsdosismaat dan de Lden is overwogen. Een andere dosismaat levert geen hoger beschermingsniveau op en is ook anderszins niet evident beter ter bescherming van de omgeving tegen windturbinegeluid. De geluidsnorm voor windturbines van een jaargemiddelde in Lden is een theoretisch getal dat door zogenaamde straffactoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. Daarnaast is een windturbine continu in bedrijf. Daar waar het wellicht in theorie mogelijk is om aan het gemiddelde te voldoen met een kortstondige hoge piekbelasting en een lange tijd heel weinig geluid, zal dat in de praktijk door de aard van een windturbine (de hoeveelheid geluid die een windturbine produceert is afhankelijk van het bronvermogen van de windturbine en heeft tevens een rechtstreeks verband heeft met de jaargemiddelde optredende windsnelheid) niet gebeuren. Daardoor is het maximale geluid dat in praktijk op de gevel van een woning kan ontstaan lager dan de Lden norm.

Lokale geluidnorm Voor onderhavig plan wordt getoetst aan de volgende lokale normen voor geluid (zie paragraaf 5.1.3 en 5.1.2) van alle zeven de windturbines gezamenlijk:  een jaargemiddelde geluidnorm van 45 dB Lden ter plaatse van geluidgevoelige objecten. De normstelling voor geluid is juridisch-planologisch verankerd in de planregels. Cumulatie met alle geluidbronnen Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines.33 In het geval van dit project zijn dat industriegeluid, wegverkeersgeluid, spoorwegverkeersgeluid en scheepvaartgeluid. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter de cumulatie van geluid met andere bronnen wel te worden afgewogen. Een gevestigde en door de Afdeling geaccepteerd methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is de 'Methode Miedema', deze wordt hiervoor dan ook toegepast. Laagfrequent geluid Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op laagfrequent geluid (geluid met trillingen in een lage frequentie). Het meest voorkomende ‘gewone’ geluid zit tussen de 125 en 8.000 Hertz.

Hoe meer trillingen per seconde, hoe hoger de frequentie en hoe hoger de toon. Bij minder dan 100 trillingen per seconde (100 Hz) hebben we het over laagfrequent geluid. Geluid onder de 20 Hz is niet hoorbaar, alleen voelbaar. Beneden de 20 Hz wordt gesproken van infrasoon geluid. 5.2.2

Onderzoek

Ten behoeve van de windturbines is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de effecten op de omgeving in beeld te brengen (zie Bijlage 3). Ter bepaling van de akoestische effecten is in het akoestisch onderzoek uitgegaan van een windturbine met een gemiddelde geluidemissie binnen zijn klasse, de Nordex N163/6.X STE windturbine met een rotordiameter van 163 meter op 165 meter ashoogte. De Nordex windturbine is derhalve een gemiddelde realistische windturbine, wat betekent dat deze qua bronvermogen (geluidproductie) in het midden zit van de turbineklasse voor windpark Horst en Telgt (dus niet al te lawaaiige windturbine). In de akoestische berekeningen zijn 15 referentietoetspunten gedefinieerd ter plaats van maatgevende woningen in het gebied rondom de locatie van Windpark Horst en Telgt. Per toetspunt zijn de jaargemiddelde geluidniveaus Lden en Lnight berekend. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van:  het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;  het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;  het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB. Tabel 5.2 geeft de geluidbelasting Lden en Lnight weer van windpark Horst en Telgt, zowel ongemitigeerd als gemitigeerd naar Lden 45 dB. In Figuur 5.1 is de gemitigeerde contour Lden 45 dB opgenomen.

56

Provincie Gelderland

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Tabel 5.2 Geluidbelasting (ongemitigeerd en gemitigeerd naar 45 dB Lden) van windpark Horst en Telgt in dB(A)

Figuur 5.2 Gemitigeerde geluidcontour Lden 45 dB voor windpark Horst en Telgt [bron: bijlage 10 van bijlage 3]

Het windpark Horst en Telgt geeft een extra geluidbelasting in het gebied. Zonder mitigerende maatregelen voor windpark Horst en Telgt wordt de geluidsnorm Lden 45 dB op negen toetspunten

Provincie Gelderland

57

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) (woningen) overschreden (cursief weergegeven in Tabel 5.2). Door middel van het treffen van geluidvoorzieningen bij de windturbine (aanpassen bedrijfsinstellingen windturbines, zodat de windturbine onder omstandigheden minder dan wel niet draait om de geluidsproductie te verminderen) kan voldaan worden aan de lokale geluidsnorm L den 45 dB. Een dergelijke voorziening leidt tot een productieverlies van circa 13,4%. Ook het kiezen van een stillere windturbine kan gezien worden als mitigerende maatregel, waarbij deze stillere windturbine met minder of wellicht geen geluidvoorzieningen kan draaien. Het is de afweging van de initiatiefnemer om hier (mede in het kader van de businesscase) een afweging over te maken. Het plan is daarmee uitvoerbaar. De lokale normstelling voor dit project is opgenomen in de planregels van dit inpassingsplan waardoor het treffen van voornoemde voorzieningen ook afdoende geborgd is. Aanvullend is in het inpassingsplan ook een Reken- en Handhavingsmethodiek opgenomen om zo de handhaafbaarheid van de lokale normstelling te borgen. Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere geluidbronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines.

Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht. Met de cumulatieve rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines is de gecumuleerde geluidbelasting berekend. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende mate van hinderlijkheid van de diverse geluidbronnen:  Windturbine L*WT = 1,65 * LWT - 20,05 dB  Wegverkeer L*VL = 1,00 * LVL + 0,00 dB = LVL  Railverkeer L*RL = 0,95 * LRL - 1,40 dB  Industrie L*IL = 1,00 * LIL + 1,00 dB  Scheepvaart L*SL = 0,975 * LSL - 0,7 dB De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industriegeluid waarvoor de etmaalwaarde geldt. In het plangebied is er sprake van cumulatie met wegverkeersgeluid (VL) en windturbinegeluid (WT). Een gangbare en (door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State) geaccepteerde methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is de 'Methode Miedema'. In deze methode wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving bepaald voor en na toevoeging van een nieuwe geluidbron. Hiermee kunnen de gevolgen voor de leefomgeving objectief worden beoordeeld. (zie ook Tabel 5.3 en 5.4).

De cumulatieve geluidbelasting van alle geluidbronnen is berekend op de referentietoetspunten, waarbij voor windpark Horst en Telgt in Tabel 5.2 zowel de ongemitigeerde als gemitigeerde waarde naar Lden 45 dB in beeld is gebracht.

58

Provincie Gelderland

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)

Tabel 5.3 Berekende geluidbelasting (in dB) van alle geluidbronnen (vóór toepassing rekenregels voor cumulatieve geluidbelasting en windpark Horst en Telgt ongemitigeerd en gemitigeerd)

Tabel 5.4 Waardering kwaliteit akoestische omgeving volgens Methode Miedema

In de bestaande situatie, zonder windpark Horst en Telgt, wordt de akoestische omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten volledig bepaald door het wegverkeersgeluid (zie 3e kolom Tabel 5.2), al dan niet rekening houdend met de mate van hinderlijkheid. De bestaande akoestische kwaliteit van de omgeving (Lcum referentiesituatie (ref.)) varieert van goed (=<50 dB Lden) tot tamelijk slecht (=<65 dB Lden). In de toekomstige situatie met het windpark zowel zonder als met mitigatie wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten nog steeds bepaald door het wegverkeersgeluid en deels ook nog steeds door windturbinegeluid. De toekomstige akoestische kwaliteit van de omgeving varieert ongemitigeerd van redelijk (=< 55 dB Lden) tot tamelijk slecht (=< 65 dB Lden) en gemitigeerd naar Lden 45 dB van goed (=<50 dB Lden) tot tamelijk slecht (=<65 dB Lden) . Er vindt bij woningen een cumulatieve verslechtering op de schaal van Miedema plaats op 10 van de 15 gehanteerde toetspunten. Bij negen woningen één stap op de schaal van Miedema (van goed naar redelijk en van redelijk naar matig). Er vindt bij één woning een verslechtering plaats van twee

Provincie Gelderland

59

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) stappen op de schaal van Miedema (van goed naar matig). Voor de overige vijf toetspunten bij woningen blijft de akoestische kwaliteit gelijk (twee toetspunten goed, twee toetspunten redelijk en één toetspunt tamelijk slecht). De cumulatieve verslechtering is deels inherent aan het realiseren van een windpark in een agrarisch gebied. De cumulatieve verslechtering is niet heel groot doordat de geluidbelasting in de huidige situatie wordt bepaald door de A28 en dat blijft ook zo. Het geluid van windturbines wordt wel extra streng meegerekend in de cumulatieve geluidbelasting vanwege de extra hinderlijkheid 's nachts. Daar waar cumulatief in de bestaande situatie een relatief goede situatie is neemt de geluidbelasting cumulatief slechts gedeeltelijk toe en er ontstaat geen (tamelijk) slechte akoestische situatie. Daar waar in de huidige situatie een slechtere (maximaal tamelijk slecht) akoestische situatie bestaat, treedt geen extra verslechtering op. Een cumulatieve geluidbelasting voor woningen van derden van maximaal 65 dB (tamelijk slecht) wordt in zijn algemeenheid bij de ontwikkeling van windparken acceptabel geacht 34, zeker omdat er op de woningen ook nog aan de lokale norm Lden 45 dB voldaan dient te worden.

Bij een cumulatieve geluidbelasting van maximaal 65 dB (akoestische kwaliteit tamelijk slecht volgens Miedema) is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gezien het belang van het realiseren van het windpark als bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling en de samenhang met de beleidsmatige keuze om het plangebied aan te wijzen als zoekgebied voor windenergie, wordt de toekomstige cumulatieve akoestische situatie bij woningen acceptabel geacht. Wanneer met de definitieve windturbinekeuze gekozen wordt voor realisatie van een 'stillere' windturbine neemt ook de cumulatieve geluidbelasting af. Laagfrequent geluid Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines produceren, net als de meeste andere geluidbronnen, ook laagfrequent geluid. Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht (2013)35. Hierin wordt gesteld dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is voor de hinderbeleving.

Er is geen aparte beoordeling nodig bovenop de bescherming die de zogenoemde A-gewogen normstelling op basis van dosis-effectrelaties reeds biedt. De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL (2013)36. Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Tenslotte is door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines een brief aan de Tweede Kamer gestuurd (2014)37. Op grond van de brief van de staatssecretaris en het rapport van het RIVM kan gesteld worden dat toetsing aan de standaard Nederlandse geluidnormen tevens voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid, waaronder laagfrequent geluid, en gezondheid38. Tweeëndertig (peer reviewed39) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn daarbij onderzocht in de literatuurstudie. Deze literatuurstudie bevestigt nogmaals dat een windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden heeft.

Dit onderzoek heeft in oktober 2020 een update gekregen40 met een literatuuronderzoek waarbij onderzoeken tussen 2017 en medio 2020 op een rij zijn gezet over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden. Uit de update literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten 'laagfrequent geluid' (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt dan de hinder die optreedt van 'gewoon' geluid. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder.41 In maart 2023 is ten slotte in het internationale tijdschrift Environmental Health Perspectives een onderzoek naar de gezondheidseffecten van windturbinegeluid en dan specifiek infrageluid gepubliceerd,42 deze is (nog) niet meegenomen in de update van het RIVM. Op basis van onderzoek onder geluidgevoelige personen blijkt dat bij geen van de mensen die werden blootgesteld aan infrageluid effecten optreden 60

Provincie Gelderland

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) die kunnen worden omschreven als het windturbinesyndroom. Er was geen impact op slaap, hersenfunctie of cardiovasculaire of psychologische gezondheid. Daarom denken de onderzoekers dat het onwaarschijnlijk is dat infrageluid van windturbines een slechte gezondheid of slaapverstoring veroorzaakt. Kortom: het aandeel laagfrequent geluid is niet onevenredig groot bij windturbines (in tegenstelling tot bijvoorbeeld compressoren of transformatoren), het aandeel laagfrequent geluid is niet significant toegenomen met het formaat van de windturbine en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat specifiek laagfrequent en infrageluid een effect op de volksgezondheid veroorzaken of tot additionele hinder leiden ten opzichte van dat wat reeds wordt beoordeeld. Het specifiek toevoegen van een norm voor laagfrequent van windturbines leidt daarmee niet tot een betere beoordeling van de optredende effecten van geluid. Het hanteren van de dosismaat Lden en eventueel bijbehorende Lnight voor windturbinegeluid biedt derhalve voldoende bescherming tegen laagfrequent geluid.

Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat windinitiatieven zich op basis van bovenstaande studies in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder door laagfrequent geluid (zie o.a. ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228 (Windpark Wieringermeer), 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 (Windpark De Drentse Monden Oostermoer), 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2720 (Windpark De Rietvelden) en recentelijk 16 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2226 (Windplan Groen) en ECLI:NL:RVS:2023:1433 (Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding). Het is dan ook niet nodig verder onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor het windpark Horst en Telgt. Met naleving van de geluidsnormering is er ook ten aanzien van laagfrequent geluid sprake van een aanvaardbare situatie. 5.2.3

Conclusie

Een lokale norm voor windturbinegeluid van Lden 45 dB op gevoelige objecten voor windpark Horst en Telgt is aanvaardbaar. De norm is ruimtelijk aanvaardbaar op basis van een afweging tussen de te verwachten hinder en het belang van opwekking duurzame elektriciteit met windturbines. De norm is opgenomen in de planregels. Aan de ruimtelijke aanvaardbare norm voor windturbinegeluid kan worden voldaan. De geluidhinder, waaronder laagfrequent geluid, is aanvaardbaar. Cumulatief met andere geluidbronnen vindt er bij woningen geen cumulatieve verslechtering op de schaal van Miedema plaats op 10 van de 15 gehanteerde toetspunten, 9 met één stap op de schaal van Miedema en bij 1 woning 2 stappen op de schaal van Miedema. Voor de overige 5 toetspunten bij woningen blijft de akoestische kwaliteit gelijk. Geconstateerd kan worden dat de cumulatieve verandering van de geluidbelasting beperkt is. Dit wordt aanvaardbaar geacht gezien het belang van het realiseren van het windpark als bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling. Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening. <NB. Resultaten van het toegezegde onderzoek naar aanvullende normering voor nacht, piek en LFG worden verwerkt in ontwerp PIP>

Provincie Gelderland

61

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)

5.3

Slagschaduw

5.3.1

Toetsingskader

De draaiende rotoren van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. Deze 'slagschaduw' kan als hinderlijk worden ervaren. De mate van hinder wordt bepaald door de duur van de slagschaduw. Flikkering bij windturbines is gerelateerd aan de draaisnelheid van de windturbinebladen. Slagschaduw met flikkerfrequenties vanaf 2,5 Hz wordt als extra hinderlijk ervaren en kan schadelijk zijn (dit komt bij gangbare turbines echter vrijwel nooit voor). De frequenties van de lichtflikkeringen van de voorbeeldwindturbines voor het windpark liggen, gezien hun afmetingen, tussen de 0,24 en 0,95 Hz en worden daarmee niet als extra hinderlijk ervaren en zijn niet schadelijk. De afstand van de blootgestelde locatie tot de windturbine, de stand van de zon, de weersomstandigheden en het al dan niet draaien van de windturbine zijn bepalende aspecten voor de duur van de periode waarin slagschaduw optreedt (slagschaduwduur). In de planregels is een norm voor de toetsing van slagschaduw opgenomen specifiek voor windpark Horst en Tegt. Lokale norm voor slagschaduw Voor onderhavig plan wordt voor slagschaduw getoetst aan de volgende normen voor slagschaduw op basis van paragraaf 5.1.3 en 5.1.2.

Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering zijn de windturbines van windpark Horst en Telgt voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt:  ter plaatse van slagschaduwgevoelige objecten (gebouwen die bedoeld zijn voor permanent verblijf van personen (zoals woningen en zorginstellingen)), mag windpark Horst en Telgt maximaal 6 uur slagschaduw per jaar toevoegen.  ter plaatse van deels slagschaduwgevoelige objecten (gebouwen waar gedurende langere tijd personen aanwezig kunnen zijn, maar niet permanent verblijven (zoals scholen, kantoren en recreatiegebouwen)) is geen extra bescherming noodzakelijk. Aanvullend geldt daarbij op basis van uitgangspunten in het uitgevoerde onderzoek (Bijlage 3):  voor zover er tussen de windturbine en de woningen <slagschaduwgevoelig object?> er nog sprake is van een minimale afdekking van 20% van de zon door het rotorblad (gebied waarbinnen er nog sprake kan zijn van hinderlijke slagschaduw). De afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het object.  voor zover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige gebouwen ramen bevinden. De normstelling voor slagschaduw is juridisch-planologisch verankerd in de planregels. <NB.

Resultaten van het nader oderzoek naar toepassing app wordt verwerkt in ontwerp PIP>

62

Provincie Gelderland

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)

5.3.2

Onderzoek

Ten behoeve van de windturbines is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd om enerzijds te toetsen aan de slagschaduwnorm in de planregels van dit inpassingsplan en anderzijds de effecten op de omgeving in beeld te brengen (zie Bijlage 3). Ter bepaling van de maximale slagschaduweffecten (worst-case) is in het slagschaduwonderzoek voor het plan uitgegaan van turbines met een maximale tiphoogte van 250 meter en een maximale rotordiameter van 170 meter (en daarmee een ashoogte van 165 meter). Voor de slagschaduwberekeningen zijn enkel deze geometrische eigenschappen van belang. Bij de beoordeling van slagschaduw is daarnaast geen rekening gehouden met obstakels in de omgeving die zich kunnen bevinden tussen de windturbines en de toetsobjecten. Op afstanden waar groter dan waar er nog sprake is van een minimale afdekking van 20% van de zon door het rotorblad wordt de slagschaduw niet meer als hinderlijk beoordeeld en daardoor ook niet berekend (in deze maximaal 2.050 meter voor een worst case voorbeeldwindturbine met maximale afmetingen).Binnen een afstand van circa 469 meter van de windturbine kan de zon volledig bedekt worden door een rotorblad . De rotor moet dan haaks staan op de richting van de zon. De schaduw is dan maximaal en wordt als meer hinderlijk ervaren. Op grotere afstanden is de schaduw nooit volledig.

De resultaten van de berekeningen op basis van de voorbeeldwindturbine zijn weergegeven in Tabel 5.5. Hierin is de verwachte hinderduur per jaar gegeven op maatgevende voor slagschaduwgevoelige objecten, in betreft in dit geval alleen woningen. Voor overige voor slagschaduw gevoelige objecten die niet in onderstaande tabellen staan is de duur van slagschaduw vrijwel gelijk of lager dan de resultaten gegeven in de tabel op representatieve toetspunten. In het kader van onderhavig plan kan volstaan worden met mitigerende maatregelen om te voldoen aan de slagschaduwnorm. Tabel 5.5 Verwachte slagschaduw op toetspunten zonder mitigatie door windpark Horst en Telgt (in uu:mm, uren en minuten)

Provincie Gelderland

63

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Bij 13 van de 15 representatieve toetspunten (woningen) treedt jaarlijks meer 6 uur slagschaduwhinder op. Normoverschrijding van de lokale norm is daar mogelijk. Eventuele overschrijding van de norm wordt weggenomen door een stilstandregeling tot het niveau waarop wordt voldaan aan de norm van maximaal 6 uur slagschaduw uit de planregels. De benodigde mitigatie om te voldoen aan de norm (maximaal circa 1,7% bij een norm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar) zorgt voor een beperkt opbrengstverlies en de uitvoerbaarheid van dit plan is daarmee dus niet in het geding. In Figuur 5.3 is met isolijnen aangegeven waar de totale jaarlijkse verwachte hinderduur (ongemitigeerd) 0 tot en met 30 uur bedraagt. Overschrijding van de norm voor de jaarlijkse hinderduur kan globaal optreden bij de woningen binnen de blauwe 6-uurscontour. Bij gevoelige objecten buiten de 6-uurscontour wordt met zekerheid aan de norm voor de maximale hinderduur voldaan. Figuur 5.3 Slagschaduwcontouren verschillende hinderduren windpark Horst en Telgt

Slagschaduw op andere objecten dan gevoelige objecten De slagschaduweffecten op andere objecten zijn eveneens inzichtelijk gemaakt (zie Bijlage 3 en Tabel 5.5). In deze zijn dat enkele campings en een gepland hotel. De te verwachten slagschaduw is op een maatgevend toetspunt berekend. Dit betekent dat er één toetspunt op elke camping of recreatieterrein is beschouwd met afmetingen zoals die voor woningen zijn gehanteerd. Voor andere plekken op de campings kunnen de exacte tijdstippen en periodes in het jaar (beperkt) anders uitvallen, maar zal er altijd minder verwachte slagschaduw zijn dan op de plek waar het toetspunt is gesitueerd. Daarnaast is ter plaatse van het perceel waar mogelijk een hotel wordt gerealiseerd op twee plaatsen een toetspunt geplaatst om inzicht te verschaffen in de verwachte hoeveelheid slagschaduw bij het hotel. Er is een toetspunt op het perceel gepositioneerd waar de verwachte jaarlijkse hoeveelheid het hoogst is en waar de verwachte jaarlijkse hoeveelheid het laagst is. De rekenresultaten van de beschouwde campings en hotel zijn weergegeven in Tabel 5.6.

64

Provincie Gelderland

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Tabel 5.6 Slagschaduw ter plaatse van campings en hotel

De hoeveelheid slagschaduw op overige objecten is gering, zeker wanneer ook de periode waarbinnen de slagschaduw jaarlijks kan optreden in ogenschouw wordt genomen. De meeste slagschaduw bij campings treedt op buiten het campingseizoen. Voor het geplande hotel geldt dat slagschaduw juist midden op de dag kan optreden wanneer gasten over het algemeen net in het hotel zijn maar op pad of wel bij een evenement in de toekomstige evenementenhal. Over het algemeen gaat het om kortdurende verblijven waardoor er ook geen aanleiding is om een gelijke norm te stellen als bij gevoelige objecten. De overige objecten profiteren bovendien ook mee van slagschaduwvoorzieningen op de gevoelige objecten. Er is derhalve ook geen aanleiding voor het vaststellen van een aparte norm. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. 5.3.3

Conclusie

Een norm voor slagschaduw van maximaal 6 uur per jaar op gevoelige objecten is op basis van een afweging tussen de te verwachten hinder en het belang van opwekking duurzame elektriciteit met windturbines ruimtelijk aanvaardbaar en is opgenomen in de planregels. Er is geen aanleiding een aparte norm voor overige deels-gevoelige objecten vast te stellen. Er is ook sprake van een aanvaardbare slagschaduwduur bij deze objecten.

Provincie Gelderland

65

inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Aan de ruimtelijke aanvaardbare norm voor slagschaduwduur op voor slagschaduw gevoelige objecten kan het plan, met het (zo nodig) toepassen van een stilstandvoorziening voldoen. Het windpark is ruimtelijk inpasbaar en haalbaar. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. <NB. Resultaten van het toegezegde onderzoek naar slagschaduwapp worden verwerkt in ontwerp PIP>

5.4

Veiligheid

5.4.1

Toetsingskader

Voor de ruimtelijke inpassing van windturbines speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel het risico laag is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het effect van windpark Horst en Telgt op de veiligheidssituatie van de omgeving is beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, die zijn afgeleid uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken. Deze toetsingscriteria hebben zowel betrekking op externe veiligheid als op leveringszekerheid ten aanzien van elektriciteitskabels- en (buis)leidingen. Het Activiteitenbesluit en -regeling is gedeeltelijk het kader voor de (externe) veiligheid van windturbines en mag voorlopig niet worden gebruikt op basis van de uitspraken windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (zie ook paragraaf 5.1.2. In het Activiteitenbesluit milieubeheer was onder andere geregeld hoe vaak een windturbine moet worden gecontroleerd en wanneer een windturbine wel of niet in werking mag zijn. Zo mag bijvoorbeeld een windturbine niet in werking worden gesteld indien een zodanige ijslaag is afgezet op de rotorbladen dat dit een risico vormt voor de veiligheid van de directe omgeving. Bij moderne windturbines kan door middel van ijsdetectiesystemen de windturbine zo nodig automatisch stilgezet worden. Daarnaast bestaat ook nog de interne veiligheid van windturbines.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13418001/1