20230713 Concept Milieueffectrapport WP Horst en Telgt v5 0
Tekst van het document
3.7 Conclusie 3.7.1 Geschiktheid op basis van locatievergelijking
In Tabel 3.8 wordt de samenvatting van de locatiebeoordeling weergegeven. Uit de beoordeling blijkt dat de locatie Nuldernauwkust een geschikte locatie is voor de realisatie van een windpark in de RES Regio Noord-Veluwe. Het gebied heeft, samen met gebied Lorentz-Oost, de grootste potentie voor de opwek van duurzame energie van alle locaties en scoort daarmee op energieopbrengst zeer positief (++). Er staat een gemiddelde hoeveelheid woningen in het effectgebied, wat leidt tot een licht negatieve score voor het aspect leefomgeving. Qua ecologie hebben alle zoekgebieden een negatieve score (-), vanwege de nabijheid van verschillende Natura 2000-gebieden en weidevogelgebieden. Ecologie is daarmee geen onderscheidende factor in de locatiebeoordeling. Wat betreft landschap is Nuldernauwkust het enige gebied waarbij op bestaande infrastructuur kan worden aangesloten én het enige gebied dat niet is aangeduid als waardevol open gebied en/of nationaal landschap (score 0).
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 56
Tabel 3.8 Beoordeling locatiealternatieven RES Regio Noord-Veluwe Energieopbrengst
Leefomgeving
MW
Score
Woningen per MW
Score
Aantal binnen 1 km
Score
% binnen 1 km
Score
L1 Hattemerbroek
27
+/++
26
-
67
0/-
10%
L2 N308
22,5
+
26
-
300
-
L3 Veluwemeerkust
27
+/++
10
0/-
87
L4 Hulshorst
22,5
+
4
0
L5 Lorentz-Oost
36
++
23
L6 Nuldernauwkust
36
++
L7 A28 Blindesteeg
22,5
+
Locatie
Ecologie
Landschap
0
-
-
51%
-
-
-
0/-
42%
0/-
-
-
39
0
43%
0/-
-
-
-
374
-
45%
0/-
-
-
8
0/-
74
0/-
26%
0/-
-
0
5
0
65
0/-
56%
-
-
-
3.7.2 Geschiktheid op basis van beleid De locatie Nuldernauwkust wordt in de verschillende beleidsstukken aangewezen als een geschikte locatie voor de plaatsing van windturbines, zowel bovenlokaal als lokaal. Het gebied kwam voor in de windvisie van 2014 en het planMER daarvoor, en is ook in de RES 1.0 aangewezen als zoekgebied. Een verdere uiteenzetting staat in paragraaf 2.5.
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 57
4 Voornemen en alternatieven Dit hoofdstuk bevat de beschrijving van het voornemen en de te onderzoeken alternatieven. Vervolgens wordt de referentiesituatie beschreven en het beoordelingskader voor de effectbeoordeling van de alternatieven uiteengezet.
4.1 Voornemen Het voornemen betreft de bouw en aanleg van een windpark van maximaal acht windturbines, inclusief de daarbij behorende infrastructuur en andere voorzieningen en aansluitend de exploitatie. Van deze turbines is er één gesitueerd in de gemeente Putten. De overige turbines liggen in de gemeente Ermelo. Zie ook Figuur 4.4 en Figuur 4.5. Figuur 4.1 Plangebied Horst en Telgt
De te plaatsen windturbines zijn gecertificeerd en van een commercieel beschikbaar type. Het turbinetype is nu nog niet bekend. Daarom gaan we uit van realistische voorbeeldturbines en worden de effecten op basis van de eigenschappen van deze voorbeeldturbines bepaald.
4.1.1 Doel voornemen Het doel van het Windpark Horst en Telgt is zoveel mogelijk duurzame elektriciteit op te wekken door de realisatie van een financieel rendabel nieuw windpark langs de A28. Daarbij zal de locatie zo maximaal mogelijk benut worden. Daarbij wordt gelet op het beleid en de ambities op het gebied van duurzame energie van de gemeente Ermelo en Putten, de RES-regio Veluwe-Noord, de provincie Gelderland en Nederland als geheel.
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 58
Door de initiatiefnemers wordt ook invulling gegeven aan financiële participatie voor zowel de grondeigenaren als de (directe) omgeving. Een maximum aan opgewekte energie door het windpark komt daardoor niet alleen de energietransitie en de daarmee verbonden landelijke provinciale en gemeentelijke doelstellingen voor duurzame energie ten goede, maar is ook van financiële waarde voor de omgeving. Een maximale benutting van de locatie heeft ook een impact op andere locaties. Minder windenergie op deze locatie zal leiden tot meer windenergie op andere locaties binnen de RES Noord-Veluwe om de energie doelstellingen van de regio te realiseren
4.1.2 Onderdelen voornemen Het windpark bestaat uit de volgende onderdelen: •
Windturbines met een in de bodem gefundeerde mast voorzien van gondel met drie rotorbladen (zie ook de tekening in Figuur 4.2);
•
Ondergrondse elektriciteitskabels tussen turbines onderling en naar een nieuw aansluitpunt (inkoopstation) op het hoogspanningsnet 29;
•
Het aanpassen of aanleggen van toevoer- en onderhoudswegen en opstelplaatsen voor de bouwkranen.
Windturbines Een windturbine zet de energie uit wind om in elektriciteit door de draaiing van de rotorbladen via een generator. De belangrijkste onderdelen van de windturbine zijn (zie Figuur 4.2): •
Het fundament: het fundament verankert de windturbine in de bodem. Ook verlaat de kabel via dit fundament de windturbine. Deze kabel verbindt de windturbines met het inkoopstation;
•
De mast, met aan de onderzijde de transformator die opgewekte elektriciteit naar het spanningsniveau van de kabel brengt, die de elektriciteit verder transporteert;
•
De gondel waarin zich de generator (omzetten van de draaiing van de rotorbladen in elektriciteit) bevindt en waar de rotor aan bevestigd wordt;
•
Drie rotorbladen.
29
Er wordt nu vooroverleg met netbeheerders Tennet en Liander gevoerd. Definitieve afspraken zijn pas mogelijk na vaststelling van het PIP. Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 59
Figuur 4.2 Onderdelen windturbine
De aansturing van de windturbine vindt automatisch plaats. Het functioneren van de windturbine en de prestatie kan op afstand worden gevolgd en indien wenselijk worden bijgestuurd. Het controlesysteem kan een windturbine automatisch stilzetten bij geconstateerde afwijkingen of ongunstige windomstandigheden. De windturbine kan ook handmatig gestopt worden met de aanwezige start/stop-schakelaar en de diverse aanwezige noodstop-schakelaars. De windturbines moeten voldoen aan de internationale norm voor windturbines IEC-61400-1. Op grond van deze norm bevat de windturbine diverse veiligheidssystemen om ervoor te zorgen dat bij falen van onderdelen of bij extreme weersomstandigheden de windturbine niet wordt beschadigd en de veiligheid van de turbine en omgeving wordt gewaarborgd. Onder andere bevat de windturbine een remsysteem dat ervoor zorgt dat de rotorbladen uit de wind worden gedraaid bij te hoge windsnelheden. Daarnaast is er een bliksembeveiliging die ervoor zorgt dat inslaande bliksem buiten kwetsbare delen van de windturbine naar de grond leidt. De windturbines worden daarnaast uitgerust met ijsdetectie (en eventueel preventie) om ijsafval te voorkomen.
De meeste windturbines gaan in bedrijf bij windsnelheden van ongeveer 3 m/s (2 Beaufort) en gaan uit bedrijf bij windsnelheden tussen de 26-34 m/s (10-12 Beaufort), de windsnelheid ter hoogte van de rotor is daarbij bepalend. Omdat deze omstandigheden niet afhankelijk zijn van dag of nacht zijn de windturbines in principe, bij voldoende wind, 24 uur per dag en 7 dagen per week in bedrijf (situatie zonder mitigerende maatregelen). Naast windturbines bevat de voorgenomen activiteit ook de benodigde infrastructuur: (tijdelijke) opstelplaatsen, toevoerwegen, een inkoopstation en kabels voor aansluiting op het hoogspanningsnet. Dit is hieronder achtereenvolgens beschreven.
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 60
Civieltechnische en elektrische infrastructuur Naast de feitelijke constructie van de windturbines is voor een windpark infrastructuur nodig. Deze infrastructuur bestaat uit civieltechnische en elektrische werken. Civieltechnische werken zijn wegen, funderingen en (kraan)opstelplaatsen voor de constructie en het onderhoud van de windturbines. De elektrische werken bevatten de kabels voor zowel het transport van de elektriciteit en eventuele bouwwerken voor correcte aansluiting op het bestaande elektriciteitsnetwerk. Onder deze bekabeling vallen ook kabels (veelal glasvezel) voor aansluiting van de windturbines op het internet via het SCADA informatiesysteem. Voor correcte inpassing in het elektriciteitsnetwerk is bij een aansluitpunt op het hoogspanningsnet één of meerdere inkoopstations benodigd.
Civieltechnische infrastructuur Windturbines bestaan uit meerdere onderdelen van grote afmetingen en worden gebouwd met grote hijskranen. Voor het transport van de onderdelen en de plaatsing van de hijskraan zijn opstelplaatsen en transportwegen bij elke windturbine nodig. Hiervoor zijn verschillende typen voertuigen nodig en ieder type voertuig stelt weer specifieke eisen over ruimte en ondergrond. De werken bestaan uit zowel vaste werken die tijdens de gehele looptijd van het project aanwezig zijn als tijdelijke werken die alleen tijdens de bouwfase aanwezig zijn. Deze worden hieronder nader beschreven. Naast de daadwerkelijke windturbines zijn er meerdere vaste werken benodigd voor het functioneren van een windpark: •
De bij de windturbines behorende funderingen;
•
Opstelplaatsen voor de kraan ten behoeve van de opbouw van de windturbine en eventueel onderhoud en reparatie;
•
Wegen en overgangen voor transport naar de windturbines vanaf het openbare wegennet.
Fundering Voordat de windturbines geplaatst kunnen worden, wordt er op elke windturbinelocatie een fundering gebouwd. Het type fundering wordt mede bepaald door de bodemopbouw. Dit volgt uit de detailengineering in combinatie met de onderzoeken die daaruit volgen. Opstelplaatsen Voor de aanleg van de fundamenten en de windturbines zelf zijn kraanopstelplaatsen nodig. Dit zijn de plekken waar grote kranen veilig en stabiel kunnen opereren. Een deel van de opstelplaats moet permanent wordt ingericht om ervoor te zorgen dat onderhoud en reparatie tijdens de exploitatie van het windpark mogelijk blijft. Een ander deel van de opstelplaats is tijdelijk omdat deze voorziening alleen dient om de bouw van het windpark mogelijk maken. Dit deel van de opstelplaats zal nog tijdens de bouwfase worden verwijderd. Wegen en overgangen Tijdens de constructiefase kunnen er tijdelijke aanpassingen aan het openbare wegennet rondom de projectlocatie nodig zijn. Deze aanpassingen kunnen nodig zijn voor het veilig uitvoeren van het transport van de benodigde windturbine- en kraanonderdelen. Hierbij valt te denken aan tijdelijke verhardingen rondom scherpe bochten om de benodigde draaicirkel mogelijk te maken.
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 61
Elektrische infrastructuur De kabels tussen de windturbines onderling, tussen de windturbines en het inkoopstation vormen samen de elektrische infrastructuur die nodig is voor de werking van het windpark. Er wordt onderscheid gemaakt in interne en externe werken. Interne werken bestaan uit de elektrische infrastructuur binnen het windpark (tussen de windturbines en het inkoopstation). Externe werken bestaan uit de elektrische infrastructuur buiten het plangebied van het windpark en bestaan uit bekabeling en stations van de netbeheerder Liander. Inkoopstation Het inkoopstation bestaat uit een deel van Windpark Horst en Telgt en een deel van Liander. In het inkoopstation wordt de koppeling gemaakt tussen het windpark en het regionale net. Het station bestaat uit 33 kV transformatoren en bijbehorende installaties en voorzieningen van Windpark Horst en Telgt en een 66 kV schakelinstallatie van netbeheerder Liander ten behoeve van de aansluiting op het landelijk net. De locatie van het inkoopstation is gelegen in Harderwijk. De locatie is zorgvuldig gekozen en afgestemd met het netbeheerder Liander. De belangrijkste redenen zijn: •
Er is voldoende ruimte aanwezig om alle benodigde voorzieningen en installaties te kunnen realiseren.
•
De locatie is niet ver gelegen van het midden van het windpark, wat vanuit het oogpunt van het
beperken van kabelverliezen gunstig is. Kabeltracé De windturbines worden met interne parkbekabeling aangesloten op het inkoopstation waar de duurzaam opgewekte stroom wordt omgezet naar een spanningsniveau waarmee op het landelijk net kan worden aangesloten (van 33kV naar 66 kV).
4.1.3 Aanleg- en exploitatiefase Aanlegfase De realisatie van het windpark zal een periode van tussen de 1 en 2 jaar beslag nemen. Dit betekent echter niet dat er op alle plekken gedurende deze periode bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Onder de bouw van het windpark wordt, naast de realisatie van de windturbines zelf, ook alle bijbehorende voorzieningen verstaan zoals; aanpassing van bestaande wegen, aanleg van nieuwe ontsluitingswegen ten behoeve van het windpark, aanvoer van bouwmaterialen, realisatie van kraanopstelplaatsen, inkoopstation en de installatie van de kabels naar het inkoopstation. In principe zijn de (aanpassingen aan) toegangswegen en kraanopstelplaatsen tijdelijk.
Exploitatiefase Een windpark heeft na oplevering een technische levensduur van minimaal 25 jaar. Gedurende de exploitatiefase zijn de activiteiten, naast de in bedrijf zijnde windturbines, beperkt tot het verrichten van benodigde reparaties en periodiek verrichten van inspecties en onderhoud. Na de exploitatiefase worden de windturbines in principe verwijderd in overleg met de betreffende bevoegde gezagen. Door onderhoud Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 62
en vervanging kan de exploitatieperiode van 25 jaar in technische zin worden verlengd, maar dit moet dan ook vergunbaar zijn.
4.2 Inrichtingsalternatieven 4.2.1 Totstandkoming alternatieven In afstemming met de provincie Gelderland en de gemeenten Ermelo en Putten is ervoor gekozen om met twee’ hoofdalternatieven’ te starten voor de inrichting van het projectgebied, waaruit vervolgens in overleg met belanghebbenden zoals de themacommissie van de gemeente Ermelo, de klankbordgroep uit de lokale omgeving en het expertiseteam vanuit de provincie, verschillende ‘onderzoeksvarianten’ (optimalisaties) opgesteld zullen worden. Bij de twee hoofdalternatieven wordt uitgegaan van een maximale benutting (energieopbrengst) van het gebied: één alternatief met 7 grotere turbines en één alternatief met 8 kleinere turbines. Deze maximale benutting betekent dat ook de maximale milieueffecten op de omliggende omgeving worden onderzocht. Op die manier kunnen de effecten nooit worden onderschat. Voor de ontwikkeling van alternatieven in een MER wordt gevarieerd met opstelling van de windturbines en de afmetingen van de turbines, afhankelijk van de flexibiliteit die de ruimte voor windenergie biedt op de beoogde locatie. Omdat de afmetingen van de turbine ook bepalend zijn voor de (onderlinge) afstanden tussen turbines kan ook het aantal turbines per hoofdalternatief verschillen. De hoofdalternatieven en varianten kunnen verschillen waar het gaat om: •
Het aantal windturbines;
•
De afmetingen van de windturbines;
•
De posities van de windturbines.
Omdat windturbines niet overal kunnen worden geplaatst, moet bij de ontwikkeling van hoofdalternatieven en varianten rekening worden gehouden met aanwezige functies in het gebied, zoals bijvoorbeeld (met afstand tot) bebouwing, aanwezige (water)wegen en andere infrastructuur. De twee hoofdalternatieven zijn binnen de wet- en regelgeving uitvoerbaar. De ruimte voor de te ontwikkelen hoofdalternatieven in het plangebied wordt grotendeels bepaald door de beperkingen vanuit geluid, slagschaduwhinder en externe veiligheid. De voornaamste basis voor de ontwikkeling van de alternatieven is de in 2019 door de initiatiefnemers uitgevoerde ruimtelijke analyse en financiële uitvoerbaarheid. Uit het MER zal moeten volgen of de hierbij gekozen posities van alternatieven ook vanuit andere milieucriteria uitvoerbaar zijn.
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 63
4.2.2 Beschrijving alternatieven In de NRD is de bandbreedte voor de alternatieven opgenomen. Zie de onderstaande tabel. Tabel 4.1 Bandbreedte Windpark Horst en Telgt Onderwerp
Bandbreedte
Vermogen individuele windturbines
4,5-7,0 MW
Aantal windturbines
5-8
Tiphoogte individuele windturbines
200 tot 250 meter
Tiplaagte individuele windturbines
55 tot 80 meter
Ashoogte individuele windturbines
105 tot 177,5 meter
Rotordiameter individuele windturbines
145 tot 170 meter
Onderlinge afstand tussen windturbines
Minimaal 3x de rotordiameter
Op basis van deze bandbreedte zijn de volgende twee hoofdalternatieven gekozen: •
Alternatief 1: 7 windturbines met een tiphoogte van 250 meter
•
Alternatief 2: 8 windturbines met een tiphoogte van 200 meter
Het maximumaantal van 7 windturbines bij 250 meter tiphoogte (en 170 meter rotordiameter), en het maximum van 8 windturbines van 200 meter tiphoogte (en 145 meter rotordiameter) is mogelijk op basis van de ruimtelijke analyse in Figuur 4.3. Het minimumaantal van 5 windturbines uit Tabel 4.1 is benodigd voor de financiële uitvoerbaarheid. Het exacte type windturbine is op dit moment nog niet bepaald om bij aanbesteding keuzevrijheid te houden. In het MER wordt daarom voor onderzoek gebruik gemaakt van een representatieve voorbeeldwindturbine binnen die bandbreedte. Met de positionering van de windturbines in de alternatieven is rekening gehouden met een afstand van minimaal 400 meter30 tot woningen. Windturbines op minder grote afstand zijn minder realistisch, vanwege de geluid- en slagschaduwhinder. In dit MER worden de effecten voor geluid en slagschaduw voor de alternatieven onderzocht.
30
Dit is een richtwaarde voor de aan te houden afstanden tot geluidgevoelige objecten en terreinen gebaseerd op expert judgement en het voor dit MER gekozen normenkader van windturbinegeluid en slagschaduw. Het inpassen van de daadwerkelijke windparken is maatwerk en vergt altijd een individuele berekening per locatie. Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 64
Figuur 4.3 Plangebied met hoofdalternatieven en belemmeringen
Figuur 4.4 Hoofdalternatief 1
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 65
Figuur 4.5 Hoofdalternatief 2
Onderzoeksvarianten Er is bewust voor de twee verschillende hoofdalternatieven met mogelijk maximaal effect op de omgeving gekozen, zodat er vervolgens in het MER verschillende varianten (optimalisaties) onderzocht kunnen worden. Een variant of optimalisatie is een wijziging ten opzichte van een hoofdalternatief die te klein is om als geheel nieuw alternatief te worden beschouwd. Door te werken met varianten (optimalisaties) is het makkelijker om meer optimalisaties te onderzoeken en die per onderzoeksthema te verwerken in het MER. Er hoeft dan namelijk niet, zoals bij een alternatief, een volledige effectbeoordeling plaats te vinden. In plaats daarvan wordt alleen bekeken of er significante wijzigingen zijn in vergelijking met het hoofdalternatief. Het levert milieu-informatie op voor de besluitvorming en geeft zo weer hoe de hoofdalternatieven aangepast kunnen worden om minder negatieve effecten op het milieu te veroorzaken of juist meer positieve effecten zoals een grotere elektriciteitsopbrengst. Een variant (optimalisatie) kan verschillende functies hebben, zoals bijvoorbeeld het minimaliseren van ecologische effecten, het verminderen van hinder voor omwonenden, of zorgen voor een betere landschappelijke inpassing.
In het MER zullen de positieve effecten van de verschillende varianten (optimalisaties) worden toegelicht en zal worden aangegeven hoe dit de andere aspecten beïnvloedt, zoals bijvoorbeeld de energieopbrengst. De te beschouwen varianten (optimalisaties) vallen allemaal binnen de bandbreedte die in de NRD is opgenomen (zie ook Tabel 4.1).
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 66
Opmerkingen commissie m.e.r. over optimalisaties/alternatieven In haar advies op de NRD van het voornemen heeft de commissie m.e.r. aangegeven in ieder geval ook de volgende twee alternatieven gelijkwaardig aan de twee hoofdalternatieven te onderzoeken en te vergelijken:
Enkele lijn met gelijke onderlinge afstanden en los van eventuele voorkeurs(grond)posities Deze variant is al eerder aangedragen door onder andere de klankbordgroep en de themacommissie en door de gemeenten Ermelo, Putten en Provincie Gelderland. Ook kwam deze optimalisatie langs in de zienswijzen op de NRD. In de komende hoofdstukken wordt deze variant dus zeker onderzocht. Vergroten zoekgebied [het plangebied uit Figuur 1.1, Pondera]: mogelijk zijn net ten noorden en zuiden van de grenzen mogelijkheden om met dit park meer duurzame energie op te wekken Het zoekgebied uit de RES is het uitgangspunt geweest voor de turbineposities van windpark Horst en Telgt. Zoals ook te zien is in de ruimtelijke analyse in Figuur 4.3 is met het bepalen van de turbineposities al rekening gehouden met belemmeringen voor de plaatsing van windturbines zoals de woningen, wegen en andere infrastructuur in de omgeving. Op het direct naastgelegen gebied in Putten zitten ruimtelijke restricties. Het gebied zonder ruimtelijke restricties ligt op één kilometer afstand van de huidige potentiële windturbine in Putten en ligt te ver af om een samenhangend geheel met de andere potentiële windturbineposities van het windpark Horst en Telgt in Putten en Ermelo te vormen.
Voorkeursalternatief Naast bovenstaande alternatieven wordt aan het einde van dit MER ook een voorkeursalternatief (VKA) onderscheiden. Dit kan één van de alternatieven, al dan niet met optimalisaties, een combinatie van de twee alternatieven of toch een nieuw alternatief. De provincie Gelderland stelt in overleg met de initiatiefnemer en de gemeenten Ermelo en Putten een voorkeursalternatief voor. Dat voorstel is gebaseerd op de resultaten in dit MER. Het voorkeursalternatief wordt uiteindelijk verankerd in het inpassingsplan en de vergunning- en ontheffingsaanvragen. Over het voorkeursalternatief vindt ook afstemming met andere betrokkenen plaats. In Figuur 4.6 is het proces om te komen tot het VKA schematisch weergegeven.
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 67
Figuur 4.6 Proces alternatieven WP Horst & Telgt
4.3 Referentiesituatie De referentiesituatie is de huidige situatie inclusief de autonome ontwikkeling31. De referentiesituatie is de situatie waarbij het windpark niet wordt gerealiseerd. Het gebied zal zich dan ontwikkelen conform vastgesteld of voorgenomen beleid, maar zonder realisatie van de windturbines. Per milieuthema wordt deze situatie vergeleken met de verschillende opstellingsalternatieven in het MER. Hieronder worden de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen binnen het plangebied beschreven.
4.3.1 Huidige situatie In de huidige situatie bestaat het plangebied uit gronden met een agrarische functie waar enkele lokale wegen en watergangen doorheen lopen. Ten oosten van het plangebied liggen de kernen Horst en Telgt. Deze kernen maken deel uit van de gemeente Ermelo en hebben respectievelijk circa 600 en 900 inwoners. De dorpen hebben een duidelijk agrarisch karakter, waar kleinschalige bedrijvigheid een belangrijk thema is. Aan de westzijde van het plangebied ligt het Nuldernauw, één van de Veluwerandmeren. De zuidelijke punt van het plangebied ligt in de gemeente Putten. Ten noorden van het plangebied ligt camping de Horsterhoeve, en de gemeente Harderwijk. In Figuur 4.7 en in Figuur 4.8 is de huidige situatie en de ligging van het plangebied in haar omgeving weergegeven.
31
Autonome ontwikkelingen zijn op zichzelf staande ontwikkelingen die onafhankelijk van het windpark plaatsvinden en waarover al een besluit is genomen (bijvoorbeeld bestemmingsplan of vergunning die is verleend). Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 68
4.3.2 Natuur en recreatie Het projectgebied grenst aan het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Het Natura 2000-gebied De Veluwe ligt op ongeveer drie kilometer afstand. In het zuiden van het plangebied is een klein stukje Gelders Natuurnetwerk aanwezig. In dit gebied zijn geen windturbineposities voorzien. Daarnaast maakt een aanzienlijk deel van het plangebied onderdeel uit van de Groene Ontwikkelingszone (zie Figuur 4.8). Zoals ook besproken in paragraaf 3.5 valt het gebied buiten provinciaal aangewezen gebieden zoals weidevogelgebied. Daarnaast vraagt de gemeente Ermelo ook aandacht voor de volgende natuur(ontwikkel)gebieden: •
Het groene kruispunt (zie paragraaf 4.3.5)
•
De Dasselaar. In dit gebied is een overeenkomst met natuurmonumenten gesloten vanwege een herplantplicht.
•
De natuur bij De Horsterhoeve vanwege o.a. de aanwezigheid van de das.
Deze gebieden zijn weergegeven in Figuur 4.7. Figuur 4.7 Locaties van de windturbines van alternatief 1 en 2 ten opzichte van natuurgebieden in de omgeving
Bron: Witteveen & Bos
Op circa 500 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt Strand Nulde (zie Figuur 4.8). Het strand heeft een sterk recreatief karakter en ligt tussen het Nuldernauw en de A28. Het strand biedt uitzicht op de Randmeren en de Flevopolder. Er zijn verschillende zandstranden, ligweiden en voorzieningen waaronder
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 69
horecapunten. Daarnaast biedt Strand Nulde een jachthaven, hotel en camping. Recreatiegebied Strand Nulde is 365 dagen per jaar toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang. Aan de noordwestzijde van het plangebied liggen het bungalowpark Aquahorst, het recreatiegebied De Ganzenkamp en strand Horst. De recreatieve mogelijkheden maken deel uit van de referentiesituatie, voor die onderwerpen waarvoor dat relevant is. Figuur 4.8 Ligging plangebied, natuurgebieden en recreatie
4.3.3 Bestaande windturbines en zonneparken Aan de overzijde van het Veluwerandmeer, in de provincie Flevoland ten westen van het plangebied, zijn een groot aantal bestaande windturbines aanwezig (zie Figuur 4.9). Zowel ten zuidwesten (Nijkerkerweg) als ten noordwesten (Zeewolderdijk) zijn op een afstand van circa vijf kilometer vanaf het plangebied windturbines in exploitatie. De windturbines aan de Nijkerkerweg en hebben een tiphoogte van 150 meter. De windturbines aan de Zeewolderdijk zijn kleiner en hebben een tiphoogte van 81 meter. Op dit moment worden de windparken in de gemeente Zeewolde opnieuw ingericht. In dat kader worden een groot deel van de bestaande turbines vervangen door een kleiner aantal grotere windturbines met tiphoogtes van de rond de 220 meter. In het Gelderse deel van de omgeving van het plangebied zijn, op een enkele kleinere windturbines (tiphoogte < 50 meter) na, nog geen windturbines gebouwd.
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 70
Zonnepark Schaapsdijk Ten noordoosten van het plangebied is het zonnepark Schaapsdijk sinds 2021 operationeel. Het zonnepark heeft een totale oppervlakte van circa 7,5 hectare, waarvan 3,75 hectare in gebruik is door geplaatste zonnepanelen. Het resterende oppervlak biedt ruimte voor natuur en extra beplanting. Figuur 4.9 Bestaande windturbines in de omgeving van het windpark Horst en Telgt
N.B. de windturbines ten zuiden en zuidoosten van het Nuldernauwkust op deze kaart zijn kleine turbines met een ashoogte van minder dan 30 meter.
4.3.4 Woningen, bedrijven en infrastructuur Op ongeveer 1 kilometer ten oosten van het plangebied liggen de kernen Horst en Telgt. Er zijn daarnaast diverse verspreid liggende woningen in de omgeving van het projectgebied. Dit betreft vooral agrarische bedrijfswoningen, met name aan de Zeeweg en de Riebroekseweg. Het gaat om een combinatie van akkerbouw, glastuinbouw en veehouderijen. In het projectgebied is een Paramotor Sport Club actief. Het is niet waarschijnlijk dat vliegen met paramotors mogelijk blijft in de buurt van een draaiend windpark. Een mogelijke oplossing is om samen met de vergunninghouder en het bevoegd gezag te zoeken naar een geschikte alternatieve plek. Het plangebied wordt ten westen begrensd door de A28. Het plangebied wordt niet doorkruist door rijks- of provinciale wegen, ondergrondse buisleidingen of bovengrondse hoogspanningsmasten. Wel lopen er diverse lokale wegen door het plangebied. Zie daarvoor Figuur 4.3. De aanwezige woningen, infrastructuur en bedrijvigheid maken deel uit van de referentiesituatie, voor die milieuonderwerpen waarvoor dat relevant is.
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 71
4.3.5 Autonome en overige ontwikkelingen In deze paragraaf worden de relevante autonome ontwikkelingen beschreven. Autonome ontwikkelingen zijn plannen en projecten waarover reeds concrete besluitvorming heeft plaatsgevonden of wordt verwacht voorafgaand aan besluitvorming over het windpark. Daarnaast zijn er een aantal ontwikkelingen die niet autonoom zijn en waarover besluitvorming wat langer op zich laat wachten, maar die mogelijk wel beInvloed worden door Windpark Horst en Telgt, of andersom. Deze ontwikkelingen worden apart onder overige ontwikkelingen beschreven.
Autonome ontwikkelingen Onderstaand worden de relevante autonome ontwikkelingen die nu in en nabij het gebied worden voorzien besproken.
Hotel en evenementenhal Aan de westkant van het beoogde plangebied ligt Strand Horst. Dit is een uitgestrekt gebied met verschillende faciliteiten. Hier geldt het bestemmingsplan “Strand Horst” (vastgesteld op 2020-11-12). Op een gedeelte van het gebied rust de bestemming “Cultuur en ontspanning”. In dit gedeelte zijn twee bouwvlakken aangewezen die bestemd zijn voor een hotel/leisure en voor een evenementenhal. Deze bouwmogelijkheden zijn nog niet benut maar er zijn wel plannen voor. De toekomstige evenementenhal mag maximaal 6.000 m2 bedragen. De eigenaar/initiatiefnemer van Strand Horst is voornemens om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan om een hotel te realiseren van maximaal 60 meter. In Figuur 4.10 is een uitsnede van het bestemmingsplan weergegeven.32
Figuur 4.10 Uitsnede bestemmingsplan ‘Strand Horst’
32
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0233.BPstrandhorst-0402/r_NL.IMRO.0233.BPstrandhorst0402.html Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 72
Het Groene Kruispunt Het Groene Kruispunt is een gezamenlijk natuurontwikkelingsproject in de provincies Gelderland, Flevoland en Overijssel uit het Integrale Inrichtingsplan Veluwerandmeren (IIVR 2001). Dat Inrichtingsplan is ontwikkeld door de gemeenten en provincies die grenzen aan de Veluwerandmeren, in combinatie met verschillende ministeries en waterschappen. Overheden beogen met het inrichtingsplan een goede balans tussen natuur, recreatie en andere functies. Het Groene Kruispunt, dat dus onderdeel uitmaakt van het IIVR, is gelegen tussen de rijksweg A28 en het Veluwerandmeer. Aan de noord- en zuidzijde wordt het gebied begrensd door Strand Horst en Strand Nulde. Het Groene kruispunt wordt een rietmoeras dat overgaat in loofbos en grasland. Het creëert een leefgebied voor diverse diersoorten. In het water komen onderwaterbossen waar vissen kunnen schuilen. Het Groene Kruispunt is een actualisering van een natuurversterkingsopgave uit het IIVR 2001 en draagt nu ook bij aan de natuurdoelen uit het Natura 2000 beheerplan Veluwerandmeren en de Kaderrichtlijn Water. Het Flevolandse deel van het Groene kruispunt Nuldernauw is gerealiseerd. Het Gelderse deel (op grondgebied van Ermelo en Putten) moet nog worden uitgevoerd.
Het Gelderse deel wordt volgens planning in het najaar van 2022 gerealiseerd.33 In onderstaande afbeelding is het schetsontwerp van het Groene Kruispunt van het Gelderse deel weergegeven. Deze afbeelding is ter verduidelijking tevens toegevoegd als bijlage 1.
33
Groene Kruispunt Nuldernauw, P. Beelen, https://www.gastvrijerandmeren.nl/Projecten/Onze+projecten/projectpagina+groene+kruispunt+nuldernauw/
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 73
Figuur 4.11 Schetsontwerp Groene Kruispunt
Bron: Bureau Waardenburg in opdracht van Gastvrije Randmeren
Overige ontwikkelingen Onderstaand worden enkele ontwikkelingen genoemd waarover op het moment van schrijven nog geen ruimtelijke procedures lopen. Het zijn daarom geen autonome ontwikkelingen. De ontwikkeling van het windpark hoeft daarom hier niet aan getoetst te worden. Een windpark kan wel invloed kan hebben op toekomstige ontwikkelingen en andersom. Mede op verzoek van de gemeente Ermelo zijn daarom de relevante overige ontwikkelingen volledigheidshalve in dit hoofdstuk opgenomen. Deze ontwikkelingen kunnen bij de besluitvormingen over het voorkeursalternatief betrokken worden.
Bedrijventerrein Ecopark De gemeente Ermelo overweegt om in het noordelijk deel van het plangebied van het windpark het bedrijventerrein Ecopark te ontwikkelen. Hierover heeft echter nog geen formele besluitvorming Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 74
(bestemmingsplan of vergunningen) plaatsgevonden. Op termijn zal hier echter wel mogelijk bedrijvigheid gerealiseerd worden uit agrarische sector (glastuinbouw, gewasbescherming), bouwsector of logistieke sector. De meest noordelijke windturbine van beide alternatieven is geprojecteerd op het beoogde bedrijventerrein. In dit MER wordt een indicatie worden gegeven in hoeverre het windpark belemmeringen oplevert voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Omdat de plannen nog niet zijn uitgewerkt, zijn aannames gedaan over het bedrijventerrein.
Woningbouw Buitenbrinkweg 81 te Ermelo De gemeente Ermelo onderzoekt in afstemming met de eigenaar van het agrarisch bedrijf, gevestigd aan de Buitenbrinkweg 81, de mogelijkheden voor het de bouw van vier woningen. Het is de intentie om de ruimte die is ontstaan door het slopen van een aantal bedrijfsgebouwen te benutten voor de bouw van de woningen. In dit MER worden voor deze locatie toetspunten voor geluid en slagschaduw worden opgenomen zodat duidelijk is welke effecten het windpark op deze mogelijke ontwikkeling heeft.
Woningbouw Horsterhoeve Er is een schetsplan ingediend door De Bunte Vastgoed om op de locatie van Camping Horsterhoeve 267 woningen te realiseren. De eigenaar van het recreatieterrein heeft aangegeven met de camping te willen stoppen wat een kans voor grootschalige woningbouw biedt. Er is circa 11 hectare aan terrein beschikbaar. De herontwikkeling is een kans om samenhang met de omliggende bebouwing te creëren, omdat er door het beoogde plan aansluiting ontstaat met bewoningskern Drielanden (Harderwijk). In Figuur 4.12 is het terrein weergegeven waar de beoogde werkzaamheden mogelijk gaan plaatsvinden. Het terrein ligt ten noorden van het plangebied van het windpark. In dit MER zullen, op verzoek van de gemeente, voor deze locatie toetspunten voor geluid en slagschaduw worden opgenomen zodat duidelijk is welke effecten het windpark op deze mogelijke ontwikkeling heeft.
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 75
Figuur 4.12 Ligging overige ontwikkelingen
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 76
5 Werkwijze en milieubeoordeling 5.1 Inleiding Effecten van windturbines kunnen ontstaan door het uitvoeren van de werkzaamheden tijdens de bouw, door het ruimtegebruik en door het in gebruik zijn van de windturbines. Dit MER onderzoekt deze effecten tijdens de aanleg en de exploitatie (gebruik, onderhoud, reparaties). De effecten tijdens de aanleg zijn vaak klein en bovendien tijdelijk van aard. Dit MER richt zich dan ook vooral op het beoordelen van de effecten tijdens de exploitatie. Voor zover relevant, zijn ook de effecten tijdens de aanlegfase beschreven.
Project- en studiegebied Bij de beschrijving van effecten kan een onderscheid gemaakt worden tussen het projectgebied en het studiegebied. Het projectgebied is het gebied dat nodig is voor de realisatie van het voornemen, of één van de alternatieven daarvoor (zie Figuur 1.1 op bladzijde 1). Het is dus de locatie van windturbines en de daarbij horende infrastructuur. Het studiegebied is het gebied waarbinnen voor een bepaald aspect onderzocht moet worden of en in welke mate sprake is van effecten. Het studiegebied verschilt per milieuaspect. Voor sommige aspecten reikt het studiegebied niet verder dan de ingreep, terwijl voor andere thema’s het studiegebied tot op meerdere kilometers afstand van het plangebied reikt. Bijvoorbeeld voor archeologie is het studiegebied beperkt tot die plaatsen waar graafwerkzaamheden of roering van de bodem plaatsvindt. Voor het thema landschap kan het studiegebied wel tot een afstand van meer dan 10 kilometer reiken, vanwege de zichtbaarheid van de turbines buiten het plangebied.
5.2 Beoordelingskader In dit MER is op basis van regelgeving en beleid een beoordelingskader ontwikkeld waarmee de effecten van de alternatieven beoordeeld zijn. De effecten zijn per milieuaspect beschreven aan de hand van beoordelingscriteria. Tabel 5.1 geeft per milieuaspect weer welke criteria zijn gebruikt en de wijze waarop de effecten zijn beschreven en beoordeeld (kwantitatief en/of kwalitatief). Dit is in de hoofdstukken 6 tot en met 16 per thema toegelicht. Tabel 5.1 Beoordelingsaspecten en -criteria Aspecten 34
Geluid
Beoordelingscriteria
Effectbeoordeling
- Aantal geluidgevoelige objecten (zoals woningen van derden35) binnen de geluidscontouren per 1 dB-klasse, aflopend van 50 dB Lden tot en met 37 dB - Het aantal (ernstig) gehinderden - De benodigde mitigatie om te kunnen voldoen aan drie verschillende geluidsniveaus (Lden 47, Lden 45 en Lden 44) - Laagfrequent geluid - Cumulatieve geluidbelasting
Kwantitatief
Laagfrequent geluid kwalitatief
In het kader van de uitspraak Raad van State over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (ook wel ‘Nevele-arrest’ genoemd) (zie Kader 7.1) worden er door het bevoegd gezag normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid ontwikkeld. Dit proces maakt geen direct onderdeel uit van de m.e.r. 35 Woningen van derden zijn woningen die niet behoren tot de inrichting van het windpark 34
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 77
Aspecten
Beoordelingscriteria
Effectbeoordeling
Slagschaduw
- Het aantal slagschaduwgevoelige en overige slagschaduwgevoelige objecten binnen een achttal slagschaduwduurcontouren (variërend van 0-uur tot meer dan 30 uur per jaar) (zonder mitigatie)
Kwantitatief
- De cumulatief te verwachten slagschaduwduur (aantal uur slagschaduw dat totaal optreedt op slagschaduwgevoelige objecten, zonder mitigatie) - De benodigde stilstand om de slagschaduwbelasting te reduceren naar een drietal niveaus: verwaarloosbaar, 6 en 10 uur per jaar. Windturbines en gezondheid
- Effect van windturbines op gezondheid
Kwalitatief
Natuur
- Oprichting: effect op beschermde gebieden - Exploitatie: effect op beschermde gebieden - Oprichting: effect op beschermde soorten - Exploitatie: effect op beschermde soorten - De kansen voor natuur en versterking landschapselementen - Stikstofgevoeligheid - Effecten van verstoring GNN-gebieden - Effecten op de kernkwaliteiten Groene Ontwikkelingszone
Kwalitatief en kwantitatief (soorten, gebieden en stikstof)
Cultuurhistorie en archeologie waarden
- Aantasting cultuurhistorische waarden - Aantasting archeologische waarden
Kwalitatief
Landschap
- De ruimtelijke kenmerken van het landschap - De maat, schaal en inrichting in het landschap - De visuele interferentie met een nabijgelegen windturbine of windturbines - De cultuurhistorische achtergrond en waarden van het landschap - De beleving van de windturbine of het windturbinepark in het landschap - Aansluiting op landschappelijke structuur - Zichtbaarheid - Obstakelverlichting
Kwalitatief
Waterhuishouding en bodem
- Watersysteem (waterkwantiteit en waterkwaliteit) - Watergangen (bereikbaarheid voor het beheer en onderhoud) - Bodemkwaliteit
Kwalitatief
Veiligheid
- Bebouwing - Wegen, waterwegen en spoorwegen - Industrie en inrichtingen - Transportleidingen en hoogspanningsleidingen - Dijklichamen en waterkeringen
Kwantitatief (aantal objecten binnen de toetsafstand)
Ruimtegebruik
- Huidige functies - Straalpaden - Vliegverkeer en radar - Laagvliegroute, LA-route
Kwalitatief
Economie
- Financiële participatiemogelijkheden - Eventuele planschade en effect op vastgoedwaarde - Effect van windenergie op recreatie en toerisme
Kwalitatief
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 78
Aspecten
Beoordelingscriteria
Effectbeoordeling
Duurzame energieopbrengst en vermeden emissies
- Opbrengst - CO2-emissiereductie - SO2-emissiereductie - NOx-emissiereductie - PM10 (fijnstof) - PM2,5 (indien gegevens beschikbaar) - Effecten op gezondheid (vermeden emissies)
Kwantitatief, resp. in MWh en Kton Kwalitatief (recyling/voetafdruk)
Om de effecten van de inrichtingsalternatieven per aspect te kunnen vergelijken, worden deze op basis van een vijfpuntsschaal beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Hiervoor wordt de beoordelingsschaal gebruikt, zoals weergegeven in Tabel 5.2. De beoordeling wordt gemotiveerd. Tabel 5.2 Beoordelingsschaal MER Windpark Horst en Telgt Oordeel ten opzichte van de referentiesituatie
Score --
Negatief
Het voornemen leidt tot een sterk merkbare negatieve verandering
-
Licht negatief
Het voornemen leidt tot een merkbare negatieve verandering
0
Neutraal
Het voornemen onderscheidt zich niet van de referentiesituatie
+
Licht positief
Het voornemen leidt tot een merkbare positieve verandering
++
Positief
Het voornemen leidt tot een sterk merkbare positieve verandering
De effectbeoordeling wordt op kwalitatieve en kwantitatieve wijze uitgevoerd. Waar mogelijk en zinvol wordt het oordeel met cijfers onderbouwd. Indien het niet mogelijk of zinvol is om de effecten te kwantificeren, is de beschrijving kwalitatief. De effecten zijn per milieuaspect beoordeeld aan de hand van de criteria in Tabel 5.1. Dit kan een harde parameterwaarde zijn die wettelijk is aangewezen als een norm (getal), bijvoorbeeld de voorkeursgrenswaarde voor geluidhinder, of herleid uit het voorgenomen beleid. Voor sommige aspecten is vanwege een nog nader te bepalen locatiespecifieke norm gekeken naar de effecten van een potentiële norm, voorbeelden hiervan zijn geluid en slagschaduw. Bij de beoordeling zullen de effecten ook uitgedrukt worden in een eenheid van elektriciteitsproductie (bijvoorbeeld kWh). Gezondheid Uit zienswijzen bij projecten voor windenergie blijkt dat er bij omwonenden zorgen bestaan over de mogelijke gevolgen van windenergie op de kwaliteit van de leefomgeving en daarmee hun gezondheid. Zoals uit het beoordelingskader blijkt, staat dit MER uitgebreid stil bij effecten van windturbines door geluid, slagschaduw, veiligheid en landschap. Daarmee wordt thematisch ingegaan op aspecten die van belang zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving.
Om het aspect gezondheid en windturbines een meer prominente plek te geven in dit MER wordt in hoofdstuk 6 het onderwerp windenergie in relatie tot gezondheid apart behandeld.
5.3 Cumulatieve effecten In de navolgende effecthoofdstukken wordt per milieuaspect ook ingegaan op de cumulatie van effecten van andere projecten en activiteiten. Voor een aantal aspecten, bijvoorbeeld natuur, geldt dat cumulatie alleen voor het VKA wordt bepaald.
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 79
5.4 Mitigerende maatregelen In de navolgende effecthoofdstukken wordt per milieuaspect ook ingegaan op mogelijke mitigerende maatregelen. Dit zijn maatregelen die de effecten van windturbines voorkomen of verzachten.
Optimalisatiemogelijkheden Een bijzondere vorm van mitigatie zijn de optimalisatiemogelijkheden per alternatief die in het kader van deze MER worden beschouwd. Hierbij wordt per milieuaspect gekeken of voor het onderzochte alternatief, binnen de bandbreedte (zie Tabel 4.1), een variant denkbaar is die voor het betreffende aspect als optimalisatie gezien kan worden. Deze variant wordt beschreven waarbij ook ingegaan wordt op de effecten van deze variant op de overige milieuaspecten.
5.5 Leemten in kennis en evaluatie In hoofdstuk 19 wordt aangegeven welke leemten in kennis er zijn geconstateerd en wat hun betekenis is voor de besluitvorming. Voor leemten in kennis die van belangrijke betekenis zijn, wordt een monitoring programma opgesteld waarmee kan worden bepaald of de gemeten effecten overeenkomen met de in het MER voorspelde effecten en of andere of aanvullende maatregelen nodig zijn om de effecten te beperken. Deze monitoringsgegevens kunnen tevens worden gebruikt voor de evaluatie van de besluitvorming tijdens of na afloop van de activiteiten van Windpark Horst en Telgt.
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 80
6 Gezondheid 6.1 Inleiding Uit zienswijzen bij projecten voor windenergie en in de landelijke media blijkt dat er zorgen bestaan over de mogelijk negatieve effecten van windenergie op de directe leefomgeving en hieruit mogelijk voortvloeiende hinder en gezondheidseffecten. Uit de zienswijzen die zijn ingebracht op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) van onderhavige MER blijkt dat deze zorgen zich ook voordoen bij enkele omwonenden van het beoogde Windpark Horst en Telgt. Ook de GGD Noord-Oost Nederland heeft in een memo36 een zienswijze ingebracht op de NRD. De strekking van het advies van deze GGD en de wijze waarop de adviezen zijn betrokken in het MER zijn in paragraaf 6.3 opgenomen. Het aspect gezondheid maakt impliciet ook deel uit van andere hoofdstukken (geluid, slagschaduw en veiligheid) in het MER, aangezien daar de effecten worden beschreven en beoordeeld die mogelijk gevolgen kunnen hebben op de leefomgeving (hinder en gezondheid)37. Om het aspect gezondheid en windturbines in dit MER een meer prominente plek te geven, dan slechts te verwijzen naar het hoofdstuk over geluid, slagschaduw of veiligheid, wordt in dit hoofdstuk het onderwerp windenergie in relatie tot gezondheid apart behandeld. De hoofdstukindeling van dit hoofdstuk wijkt af van de andere hoofdstukken van het MER, vanwege de kwalitatieve benadering van het onderwerp gezondheid.
Dit houdt in dat dit hoofdstuk (wetenschappelijke) studies presenteert die de relatie tussen windturbines en gezondheid beschrijven. Specifieker wordt vervolgens in dit hoofdstuk ingegaan op gezondheid en windturbinegeluid, waarna de verschillende overige aspecten (zoals bijvoorbeeld elektromagnetische velden en lichtschittering) van windturbines en gezondheid toegelicht worden. In dit hoofdstuk wordt dus geen apart of aanvullende onderzoek verricht naar de gezondheidsaspecten voor het windpark Horst en Telgt, maar wordt een beschouwing gegeven van de huidige stand van wetenschappelijke inzichten met betrekking tot gezondheidsaspecten van windturbines.
6.2 Onderzoek Windturbines worden regelmatig in verband gebracht met een verscheidenheid aan gezondheidsproblemen. Er is een onderscheid tussen hinder en effecten op gezondheid, hoewel er wel een verband tussen beiden bestaat. Het is namelijk zo dat hinder kan worden ondervonden, terwijl er geen sprake hoeft te zijn van gezondheidseffecten. (Ernstige) hinder kan echter wel leiden tot gevoelens van irritatie, boosheid en onbehagen en als gevolg daarvan tot gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld stress en hoge bloeddruk). Wanneer windturbines in of nabij bewoonde gebieden worden geplaatst, kunnen omwonenden hinder ondervinden van deze aspecten. De invloed van windturbines op omwonenden is globaal in drie aspecten te verdelen: •
Geluid en trillingen;
36
Memo gezondheidsaspecten Notitie reikwijdte en detailniveau windpark Horst en Telgt, GGD Noord- en Oost Gelderland, 20 juni 2022 37 Momenteel wordt een planMER opgesteld ten behoeve van het hernieuwd vaststellen van de landelijke normen voor geluid, slagschaduw en lichtschittering en externe veiligheid. Hierbij speelt het aspect gezondheid een belangrijke rol. Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 81
•
Visuele aspecten (zichtbaarheid en slagschaduw);
•
Veiligheid.
In paragraaf 6.2.1 worden, in chronologische volgorde, de wetenschappelijke inzichten over de relatie tussen windturbines en gezondheid beschreven. Omdat de discussie en de wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp zich voornamelijk buigt over de effecten van windturbinegeluid en gezondheid, zal windturbinegeluid centraal staan in dit deel van het hoofdstuk. In paragraaf 6.2.2 zijn de overige thema’s die regelmatig aan de orde komen in het gesprek over windturbines en gezondheid beschreven. Ook hier geldt dat sommige onderwerpen ook in andere hoofdstukken van dit MER aan de orde komen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de onderwerpen ‘fijnstof’ en ‘slagschaduw’ die ook in het hoofdstuk Elektriciteitsopbrengst en vermeden emissies (H16) en Slagschaduw (H9) aan de orde komen.
6.2.1 Stand van zaken (wetenschappelijke) studies en berichtgevingen windturbines en gezondheid De eerste moderne windturbines zijn in de jaren ’70 van de vorige eeuw ontwikkeld en gerealiseerd. Er zijn in de loop van de jaren honderden studies naar gezondheidseffecten van windturbines uitgevoerd. De informatie in dit hoofdstuk is gebaseerd op met name informatie volgend uit (inter)nationale publicaties van gezondheidsinstituten en universiteiten. Voornamelijk worden er wetenschappelijke metastudies behandeld waarin een analyse is gemaakt van een groot aantal uitgevoerde onderzoeken. Daarnaast behandelen wij in deze paragraaf berichtgevingen en artikelen die in de maatschappelijke discussie rond windturbines en gezondheid vaak aangehaald worden. Deze informatiebronnen hebben wij in kaders opgenomen.
Evaluatie betrouwbaarheid bronnen Om inzicht te krijgen in de stand van de kennis is het belangrijk om vast te stellen welke bronnen betrouwbare informatie bieden. De kwaliteit van gebruikte bronnen moet worden geëvalueerd om de zeggingskracht van de informatie te kunnen waarderen. Daarbij is gebruik gemaakt van de richtlijnen van de Universiteit Utrecht over het evalueren van bronnen38. Wetenschappelijke bronnen zijn te prefereren aangezien hier controle voor- en achteraf plaatsvindt. Daarnaast zijn er niet wetenschappelijke bronnen waarbij de kwaliteit van de informatie beoordeeld kan worden door bijvoorbeeld te beschouwen wie de auteur(s) is/zijn, het doel of intentie van de bron (indien bekend) of het niveau van de bronnen (zoals de gehanteerde/gebruikte verwijzingen). Deze paragraaf beschrijft de onderstaande de belangrijkste wetenschappelijk studies en adviezen: 1. Wind Turbine Health Impact Study: Report of Independent Expert Panel, Massachusetts (2012) 2. Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects, Health Canada (2016) 3. NHMRC Statement and information paper: Evidence on Wind Farms and Human Health (2015) 4. A nationwide cohort study, Denmark (2018) 5. Environmental Noise Guidelines: for the European Region, World Health Organization (2018) 6.
RIVM & GGD Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, (2013/ 2018) 7. RIVM Health effects related to wind turbine sound: an update (2020) 8. RIVM Effecten van nieuwe energiebronnen op gezondheid en veiligheid in Nederland (2021) 9. Advies expertgroep gezondheidseffecten windturbines (2022) 38
https://libguides.library.uu.nl/bronnen-evalueren/algemeen#s-lg-box-wrapper-16941472 Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 82
10. EHP (Environmental Health Prospectives): The Health Effects of 72 Hours of Simulated Wind Turbine Infrasound: A Double-Blind Randomized Crossover Study in Noise-Sensitive, Healthy Adults (2023) •
Verder zijn in deze paragraaf enkele kaders opgenomen waarin berichtgevingen en onderzoeken zijn opgenomen die in de maatschappelijke discussie regelmatig worden aangehaald, te weten:
Kader 6.1 Pierpont, Wind Turbine Syndrome – A Report on a Natural Experiment (2009) Kader 6.2 Artikel S. van Manen, Medisch Contact, Windmolens maken wel degelijk ziek (2018) Kader 6.3 M. Alves Public health and noise exposure: the importance of low frequency noise (2013) Kader 6.5 Artikel J. de Laat, Nederlands Tijdschrift voor Gezondheid (2021)
1. Wind Turbine Health Impact Study: Report of Independent Expert Panel, Massachusetts (2012) Om meer overzicht te creëren in de wetenschappelijke literatuur over de gezondheidseffecten door windturbines, heeft een panel van zeven onafhankelijke deskundigen een studie van wetenschappelijke literatuur ondernomen om de zorgen en onzekerheden over gezondheidseffecten van windturbines te duiden. Het panel gebruikte onder andere peer reviewed literatuur van vier studies om de gedocumenteerde of potentiële gezondheidseffecten en -risico’s van windturbines te identificeren. Uit dit onderzoek komt naar voren dat een deel van de omwonenden het geluid door windturbines als hinderlijk ervaart. Ook het veranderde uitzicht en het waarnemen van de beweging van de rotorbladen wordt als hinderlijke factor benoemd. Onderzoek laat ook zien dat mensen die de windturbines vanuit hun woning kunnen zien, bij vergelijkbare geluidniveaus, eerder hinder rapporteren dan mensen die geen windturbines vanuit huis zien. Wanneer omwonenden economisch voordeel hebben van een windturbine rapporteren ze vrijwel geen hinder. De mate van ervaren hinder is een combinatie van de feitelijke geluidbelasting, zichtbaarheid van windturbine(s) vanuit de woning en of er sprake is van economisch gewin. Wanneer iemand hinder ondervindt, dan betekent dit nog niet dat er een effect is op de gezondheid van die persoon.
In de studie worden de volgende conclusies ten aanzien van gezondheidseffecten getrokken: •
Er is onvoldoende bewijs dat windturbinegeluid directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaakt (dat wil zeggen, onafhankelijk van een effect op hinder of slaap);
•
Of ergernis over windturbines leidt tot slaapproblemen of stress is niet voldoende gekwantificeerd. Er is wel bewijs dat verstoring van de slaap een negatief effect kan hebben op stemming, cognitief functioneren en het algeheel gevoel van gezondheid en welzijn. Dit is niet gebaseerd op bewijs dat zich op windturbines richt;
•
Er is geen bewijs voor gezondheidseffecten door blootstelling aan windturbines dat gekarakteriseerd kan worden als het ‘windturbinesyndroom’ (zie voor nadere uitleg begrip ‘windturbinesyndroom’ Kader 6.1).
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 83
Kader 6.1 Onderzoek N. Pierpont39 Regelmatig wordt het onderzoek van de Amerikaanse arts N. Pierpont geciteerd over het windturbinesyndroom. Deze ziekte zou veroorzaakt worden door laagfrequent geluid. De conclusies worden niet gedeeld door andere studies die de invloed van windturbines op gezondheid bestudeerden. De studie is breed bekritiseerd als wetenschappelijk zwak op basis van de volgende punten: •
De steekproef is te klein om een statistisch effect te vinden (38 personen uit 10 families op verschillende afstanden van windturbines, te weten 300 tot 1.500 meter);
•
De studie bevatte geen controlegroep, waardoor geen validatie van de relatie plaatsvond;
•
De studie is niet gebaseerd op metingen maar op telefonische interviews. Ze interviewde 23 mensen en van hen verzamelde ze ook de symptomen van de overige 15 personen. De symptomen waren door de proefpersonen zelf gerapporteerd zonder tussenkomst van een medisch specialist;
• •
Er is geen onderzoek gedaan naar de gezondheidshistorie van de proefpersonen. Een aantal proefpersonen zou al gezondheidsproblemen hebben voor de bouw van de windturbines; Het artikel is enkel peer reviewed door kennissen van Pierpont. Geen van de peer reviewers heeft een achtergrond in akoestiek, epidemiologie of geneeskunde.
Evaluatie wetenschappelijke betrouwbaarheid: De kwaliteit van het betreffende onderzoek is laag gezien voorgaande.
2. Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects, Health Canada (2016) Uit de studie van Health Canada, de federale gezondheidsinstantie van Canada, blijkt dat geluid van windturbines geen directe negatieve effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Er zijn geen meetbare effecten op (chronische) ziekten, stress en slaap, zo luidt de conclusie. Vanaf 2012 zijn 1.238 volwassenen, woonachtig op verschillende woonafstanden van windturbines gevolgd. Voor het onderzoek zijn deze mensen meerdere keren lichamelijk onderzocht op bloeddruk, hartritme, slaap en stresshormonen. Ook moesten zij enquêtes invullen bestaande uit vragen over sociaal-demografische situaties, geluid en hinder, gezondheidseffecten, levensstijl en bestaande chronische ziektes. Tevens is tijdens het onderzoek 4.000 uur aan windenergiegeluid opgenomen om te kijken of er bij een hoger geluidniveau ook meer klachten zijn. Er zijn geen directe verbanden gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en klachten als migraine, diabetes, hoge bloeddruk en slapeloosheid. "While some people reported some of the health conditions above, their existence was not found to change in relation to exposure to wind turbine noise," aldus Health Canada. Wel ervaren omwonenden meer hinder van de luchtvaartlichten op de gondels en slagschaduw wanneer het geluidniveau hoger is.
Bronnen: Pierpont, N. (2009), Wind Turbine Syndrome – A Report on a Natural Experiment. Santa Fe. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3179699/, https://www.theaustralian.com.au/business/businessspectator/the-junk-science-of-wind-turbine-syndrome/news-story/bc83f0bd362b8e36c82e99fd60de9152; https://abcnews.go.com/Health/wind-turbine-syndrome-blamed-mysterious-symptoms-cape-cod/story?id=20591168; http://www.nwea.nl/over-windenergie/factsheets-land/factsheet-windturbines-en-gezondheid. 39
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 84
Milieueffectrapport 721080 | Windpark Horst en Telgt | Concept v5.0 | 13-7-2023 Pagina 85
Kader 6.2 Artikel S. van Manen, Medisch Contact (2018)40 In 2018 heeft huisarts S. van Manen een artikel gepubliceerd in het opinieblad Medisch Contact. Er wordt, op basis van een van haar bronnen, genoemd dat een substantieel deel van omwonenden van windturbines wereldwijd identieke gezondheidsklachten rapporteert. Haar aangehaalde bron van Health Canada uit 2016 (zie artikel hierboven) concludeert echter dat er op basis van een steekproef van 1.238 omwonenden van windparken geen relatie is tussen blootstelling aan windturbine geluid tot 46 dB(A) en de gerapporteerde gezondheidsklachten. Tot slot concludeert van Manen dat er geen bewijs is dat windturbines directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaken en stelt dat er meer onderzoek nodig is. Evaluatie wetenschappelijke betrouwbaarheid: een publicatie in een opinieweekblad heeft geen wetenschappelijke status.
3. NHMRC Statement: Evidence on Wind Farms and Human Health (2015) Deze verklaring is op basis van een literatuurstudie opgesteld door de ‘National Heath and Medical Research Council’ (NHMRC) van de Australische nationale overheid. In deze verklaring wordt gesteld dat er geen direct bewijs is dat windturbines nadelige gezondheidseffecten kunnen veroorzaken. De volgende conclusies worden gemaakt: •
Blootstelling aan geluid kan (directe) gezondheidseffecten veroorzaken, maar deze gezondheidseffecten kunnen alleen voorkomen bij geluidsniveaus die veel hoger liggen dan het geluidniveau dat wordt ervaren door omwonenden van windparken.
•
Alhoewel individuen windturbinegeluid op grotere afstand kunnen waarnemen, is het onwaarschijnlijk dat windturbinegeluid als hinderlijk wordt ervaren op afstanden groter dan 1.500 meter.
•
Er is geen direct bewijs voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten.
Kader 6.3 Onderzoek van M. Alves-Pereira41 en Wollongong University 42 Bij de zorg die omwonenden kunnen hebben over mogelijke gezondheidseffecten van windturbines, wordt geregeld het onderzoek van Alves-Pereira aangehaald. Zij stelt dat er een relatie is tussen het geluid van windturbines, en met name het laagfrequente geluid, en de aanwezigheid van hart- en vaatziekten. Evaluatie wetenschappelijke betrouwbaarheid: Uit Australisch onderzoek42 blijkt dat de stellingen van Alves-Pereira niet door andere onderzoekers worden onderschreven. Voort blijkt uit hetzelfde Australische onderzoek dat het onderzoek van Alves-Pereira niet voldoet aan de eisen die aan wetenschappelijke onderzoek kunnen worden gesteld. Het onderzoek over het gestelde effect van ‘vibro-acoustic disease’ (evenals Windturbinesyndroom) is eveneens beoordeeld in het recente onderzoek van het RIVM (2020). Hierin concludeert het RIVM het optreden van deze effecten als ‘niet bewezen’ en ‘niet aannemelijk’.