03 VNOG Dekkingsplan 2025-2028 def v 16dec24
Tekst van het document
1
REGIONAAL
DEKKINGS- EN SPREIDINGSPLAN
2025-2028
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
COLOFON Het dekkings- en spreidingsplan 2025-2028 is opgesteld in opdracht van Carla Kats en Olav Strotmann.
Datum vaststelling Vastgesteld op 12 december 2024 door het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Redactie Projectleider: Leo van Ruiven Medeauteurs Adriaan Westland, Richard Holtman, Thari Hazelaar, William Qualm en Carola van Ingen Beheer Het beheer van het dekkings- en spreidingsplan ligt bij Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. Contactgegevens Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Postbus 234 7300 AE Apeldoorn
2
3
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
INHOUDSOPGAVE Inleiding
4
Bijlage 1
Overzicht materieel per post
35
Kenschets Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
4
Bijlage 2a Technische uitgangspunten berekeningen
38
Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen
5
Rekensysteem
38
Relatie met het risicoprofiel
6
Bijlage 2b Relevante bestuurlijke besluiten
40
Leeswijzer
9
Bijlage 3
Opkomstprestaties
41
Dekking bijstellen | Processtap 1
10
Bijlage 4
Repressieve dekking van de overige kerntaakgebieden
43
Interne ontwikkelingen
10
Interne ontwikkelingen
10
Externe ontwikkelingen
13
Dekking beschrijven | Processtap 2 Beschrijving onderdelen snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk
4a. Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening 43 4b. Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig
44
16
4c. Beoordeling operationele prestaties bij waterongevallen
45
16
4d. Beoordeling operationele prestaties bij watertransportsystemen
47
Dekking beoordelen | Processtap 3
24
Indeling gebieden in categorieën Gebiedsgerichte Opkomsttijden)
24
Beoordeling van de basisbrandweerzorg
25
Aandachtsgebieden
28
Risicogericht werken
30
Voorlichting en campagnes voor een risicobewuste samenleving
30
Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing
30
Een sluitende veiligheidsketen
31
Regionale conclusies en aanbevelingen
31
Dekkings- en spreidingsplan vaststellen | Processtap 4
32
Uitvoering bijstellen | Processtap 5
33
Dekking uitvoeren en beoordelen | Processtap 6 en 7
34
4e. Beoordeling operationele prestaties bij natuurbranden 4f. Beoordeling operationele prestaties bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen
48 50
4g. Beoordeling operationele prestatie van Redding Groot Vee
51
4h. Beoordeling operationele prestatie van Schuimblusvoertuigen
52
Bijlage 5
Aandachtsobjecten
53
1. Oude binnenstad
53
2. G ebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen
53
3. Hoge woongebouwen
54
4. Portiekwoningen
54
4
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
INLEIDING Vanuit de Wet veiligheidsregio’s is ons bestuur verplicht om elke vier jaar een dekkings- en spreidingsplan voor de (basis) brandweerzorg vast te stellen. Hierin onderzoeken wij hoe de operationele prestaties van de brandweer zich verhouden tot de daaraan gestelde eisen. Ieder half jaar houden we ons Algemeen Bestuur op de hoogte van de operationele prestaties van de brandweer, met een prestatiekaart. Kenschets Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
In onze planvorming en activiteiten houden we rekening met maat schappelijke ontwikkelingen. In onze regio is bijvoorbeeld sprake van een toenemende druk op de zorg door een vergrijzende bevolking. Ook verandert het zorglandschap door centralisatie van de meer complexe zorg. Er is een toename van toerisme in natuurgebieden. Daarnaast worden we in de regio geconfronteerd met de gevolgen van de klimaatverandering en het effect daarvan op extreem weer, overstromingen en het natuurbrandrisico. De kans op infectieziekten, die zich kunnen ontwikkelen tot een pandemie, heeft zich met de uitbraak van het coronavirus in 2020 daadwerkelijk voorgedaan. Ook polarisatie, wat verstoringen in de openbare orde kan veroorzaken, digitale verstoringen en cybercrime dragen bij aan het veranderende risicobeeld. Deze aspecten zijn van invloed op de taakuitoefening van ons als veiligheidsregio en spelen een belangrijke rol bij het inrichten van de organisatie. Het regionaal risicoprofiel is hierin leidend.
Onze regio bestaat uit 22 gemeenten. De regio is te typeren als een plattelandsregio met een aantal stedelijke kernen. De totale oppervlakte van het gebied bedraagt (ruim) 3.000 km² en er wonen ruim 842.000 mensen. In de zomer verblijven daarnaast circa 0,9 miljoen recreanten op de Veluwe en circa 0,5 miljoen in de Achterhoek. Noord- en Oost-Gelderland kent veel natuur, agrarisch Hattem Oldebroek en recreatief gebied. Ongeveer 25% van de totale oppervlakte bestaat uit bos en heide. De regio ligt aan de landsgrens met Duitsland en Elburg Heerde wordt doorsneden door de IJssel. Binnen VNOG worden veel Harderwijk (grote) evenementen georganiseerd. Ook zijn er veel Nunspeet Epe recreatieparken en zorginstellingen. De regio telt Ermelo verschillende risicovolle milieulocaties, waaronder zes SEVESO-inrichtingen (op acht locaties). Dit zijn Putten Voorst bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke Apeldoorn Lochem stoffen aanwezig zijn boven een bepaalde drempelwaarde en die vallen onder de Zutphen werking van de SEVESO 3-richtlijn. Brummen
22 gemeenten 3.000 km2 oppervlakte 842.000 inwoners 1,4 miljoen recreanten 25% bos en heide 1 regionaal vliegveld Berkelland
4 snelwegen
Bronckhorst
15 categorie C-evenementen Oost Gelre
Figuur 1 Kenschets gebied VNOG
Winterswijk
Doetinchem Montferland
5 ziekenhuizen
Aalten Oude IJsselstreek
400 huisartsen
5
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Met de omliggende veiligheidsregio’s (IJsselland, Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid en Twente – samen Oost -) en Defensie hebben we samenwerkingsafspraken gemaakt op het gebied van brandweerinzet. Een voorbeeld hiervan is het gezamenlijk oefenen in natuurbrandbestrijding. We nemen ook deel aan de Samij (Samenwerkingsregeling Incident bestrijding IJsselmeergebied) in verband met de randmeren. Daarnaast is er een grensoverstijgende samenwerking met de gemeente Bocholt (D) (Dinxperlo-Süderwick).
De minister van Justitie en Veiligheid heeft de handreiking omarmd. Dit markeert het einde van het systeem van objectgerichte opkomsttijden en de overgang op de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Ondanks dat onze veiligheidsregio niet tot de pilot behoorde is het dekkings- en spreidingsplan VNOG 2021-2024 op het gedachtegoed van gebiedsgerichte opkomsttijden geschreven. 2
dekking beschrijven
Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen In de afgelopen jaren is door het Veiligheidsberaad en de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), in afstemming met het ministerie van Justitie en Veiligheid, de vakbonden en de Vereniging van brandweervrijwilligers (VBV), gewerkt aan een nieuwe (landelijke) systematiek voor het opstellen van dekkingsplannen. Deze systematiek is vastgelegd in een handreiking en draagt bij aan een uniforme landelijke werkwijze en realistische opkomsttijden. De handreiking bestaat uit het beschrijven van het dekkingsplanproces (inclusief rekenvoorschriften) en beoordelingskaders voor gebiedsgerichte opkomsttijden, slagkracht en grootschalig brandweeroptreden. Het proces bestaat uit zeven stappen waarmee de brandweer cyclisch de inrichtings- en uitvoeringsfase van het dekkings- en spreidingsplan doorloopt. Het vormt een PDCA-cyclus (plan-do-check-act) voor het beoordelen van de geleverde brandweerzorg ten opzichte van de verwachte basisbrandweerzorg in de vorm van opkomsttijden.
1
dekking bijstellen
INRICHTING
3
dekking beoordelen
4
DEKKINGSPLAN
5
bijstellen uitvoering
UITVOERING
6
uitvoeren dekking
7
beoordelen uitvoering
Figuur 2 Landelijke systematiek voor dekkingsplannen
6
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
In 2022 hebben we in de herziening handreiking versie 3.0 een aanvulling opgenomen in de vorm van aandachtsgebieden en aandachtsobjecten. Het nieuwe kader voor gebiedsgerichte opkomsttijden zorgt voor een eenduidige werkwijze en landelijke regels omtrent het minimumniveau van brandweerzorg. Kanttekening hierbij is dat het leveren van adequate brandweerzorg niet louter wordt bepaald door de opkomsttijd. Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028 is vormgegeven op basis van de processtappen uit de landelijke systematiek.
Relatie met het risicoprofiel Er bestaat een relatie tussen het risicoprofiel en het dekkings- en spreidingsplan. Daarbij hebben we ook gekeken naar de risico’s die al zijn geïdentificeerd in het regionaal risicoprofiel. In de opmaat van het regionaal risicoprofiel zijn binnen onze regio de voor de brandweer relevante risico’s geïnventariseerd en geanalyseerd. Deze vormen, net als de landelijke richtlijnen, de focus van het risicogerichte operationele beleid van risicobeheersing. Uitkomsten hiervan zijn bijvoorbeeld het postgericht oefenen op basis van daadwerkelijk gebeurde scenario’s.
In het regionaal risicoprofiel VNOG 2025-2028 hebben we de volgende scenario’s opgenomen, waarbij de brandweer proceseigenaar is: 1 Natuurlijke omgeving • Natuurbranden (maatgevend scenario: bosbrand met loopvuur in naaldhout, heideveld en brand in natuurgebied) (tevens speerpunt regionaal beleidsplan 2025-2028) 2 Gebouwde omgeving • Branden in kwetsbare objecten (maatgevend scenario: brand in gebouw met kwetsbare doelgroepen) • Branden in kwetsbare objecten (maatgevend scenario: brand in een geschakelde energie neutrale woning met verminderd zelfredzamen) • Branden in kwetsbare objecten (maatgevend scenario: brand in historische binnenstad, een of meerdere gebouwen in brand en rookverspreiding in omgeving) 3 Technologische omgeving • Incidenten met giftige stof in open lucht (maatgevend scenario: botsing tussen goederentrein geladen met gevaarlijke stoffen (brandbaar gas, toxisch gas, brandbare vloeistof en toxische vloeistof) en een vrachtwagen • Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht (maatgevend scenario: bedrijfsongeval met brandbare vloeistof methanol) • Incidenten met giftige stof in open lucht (maatgevend scenario: brand in opslag van Li-ion accu’s)
7
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
1. Natuurlijke omgeving Binnen het verzorgingsgebied van onze regio ligt een aantal natuurgebieden dat kwetsbaar is voor natuurbrand. Deze staan onder waarneming van een provinciale projectgroep. De natuurgebieden worden doorsneden en mede gebruikt voor een grote variatie aan functies, zoals: • Zorginstellingen • Mobiliteitsinfra • Recreatieondernemingen • Gebieden wonen/werken
De interactie tussen al deze functies kan een verhoogd risico op het effect van natuurbrand met zich meebrengen. Natuurbrand kan hier ernstige impact op de gezondheid van mensen en natuurwaarden hebben en leiden tot een ontwrichting van de samenleving.
Figuur 3 Infographic gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing
Gelderse gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Gemeenten
Provincie
Veiligheidsregio’s
Herzien Plan van aanpak
SPOOR 1
SPOOR 2
Risicovolle objecten/ lokaties
Gemeentelijke plannen van aanpak
Landschapsinrichting Natuur en Infratraces
Provinciale Projectgroep: Provincie, VGGM, VRGZ, VNOG
PROJECTFASE SPOOR 1 Interregionale werkgroep 2024 en 2025 Beheerfase / adviescapaciteit vanaf 2026 VGGM, VNOG, VRGZ
PROJECTFASE SPOOR 2 Beheerfase / adviescapaciteit
STAP 1 Hoofd- en STAP 2 subcompartimentering
8
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
2. Gebouwde omgeving
3. Technologische omgeving
Brand in een gebouw met kwetsbare doelgroepen
Treinongeval met brandbare en giftige stoffen
In onze regio zien we twee demografische ontwikkelingen die zorgen voor een grotere behoefte aan zorg. Ten eerste is er sprake van vergrijzing. Daarnaast stijgt het aantal personen dat verminderd zelfredzaam is en zelfstandig woont. De verwachting is dat mensen (zowel oud als jong) steeds langer thuis blijven wonen.
Het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee. Ongevallen met gevaarlijke stoffen zijn denkbaar bij het vervoer over weg, water, spoor, per buisleiding en bij de stationaire inrichting zelf. Daarbij kunnen incidenten plaatsvinden. In het regionaal risicoprofiel is een scenario uitgewerkt van een botsing tussen een goederentrein met gevaarlijke stoffen en een vrachtwagen op een gelijkvloerse kruising.
Brand in een energieneutrale woning met verminderd zelfredzamen
In het kader van de energietransitie worden veel gebouwen, waaronder woningen, aangepast. Een voorbeeld hiervan zijn de Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Om de risico’s hiervan, bijvoorbeeld vanwege isolatie en zonnepanelen, nader te duiden is een scenario opgenomen voor een brand in een geschakelde energieneutrale woning met verminderd zelfredzamen. Brand in dichte binnenstad
In de regio is een aantal locaties met een historische binnenstad met dichte bebouwing. De kans op een grote brand in een historische binnenstad is daardoor aanwezig. Dat maakt dat voor dit incidenttype een scenario is uitgewerkt. De RCDV heeft op 22 november 2022 een nieuwe versie van de doctrine brandbestrijding uitgebracht. Alle vernieuwde inzichten rondom brand bestrijding in relatie tot het risicogericht werken zijn verwerkt in de scenariobeschrijvingen van het regionaal risicoprofiel.
Bedrijfsongeval met brandbare vloeistof Een incident in de open lucht met brandbare of explosieve stoffen kan bijvoorbeeld plaatsvinden bij opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen, productie- en verwerkingsfaciliteiten, of tijdens het gebruik en vervoer van deze stoffen. Deze situaties kunnen leiden tot branden, explosies, en ernstige milieuschade, afhankelijk van de aard en hoeveelheid van de betrokken stoffen. In het regionaal risicoprofiel is een scenario uitgewerkt waarin een heftruck botst op een IBC met een brandbare vloeistof. Brand in bedrijfspand met opslag Li-ion accu’s
Gevolg van de energietransitie is dat in de komende jaren steeds meer gebruik zal worden gemaakt van Li-ion energiedragers. Denk hierbij aan de buurtbatterij maar ook aan grote magazijnen vol met fietsaccu’s. Er komen daarom steeds meer locaties waar deze, of gelijksoortige energiedragers, worden opgeslagen. In het regionaal risicoprofiel is een nieuw scenario toegevoegd in het kader van deze energietransitie.
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
LEESWIJZER In dit dekkings- en spreidingsplan hebben we de processtappen uit de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen doorlopen: • Processtap 1 beschrijft wijzigingen in de geografische en maatschappelijke context van het dekkings- en spreidingsplan ten opzichte van 2021-2024. • Processtap 2 beschrijft de operationele prestaties van de brandweer aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, slagkracht en werkdruk. • Processtap 3 beschrijft de indeling van de regio in gebieden, de daarvoor geldende opkomsttijden, de mate waarin we aan deze tijdsnormen kunnen voldoen en of maatregelen noodzakelijk zijn. • Processtap 4 tot en met 6 hebben betrekking op bestuurlijke vaststelling, implementatie en monitoring.
Bijlagen De bijlagen zijn integraal opgenomen in dit document.
9
10
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
DEKKING BIJSTELLEN | PROCESSTAP 1 In dit hoofdstuk beschrijven we de bestaande regionale context, die als vertrekpunt in het opstellingsproces dient. Ook zijn de verschillende interne en externe ontwikkelingen beschreven die invloed kunnen hebben op de dekking. Het referentiekader is hierbij het vorige bestuurlijk vastgestelde dekkings- en spreidingsplan. Interne ontwikkelingen Ontwikkelingen in organisatie en werkveld maken dat de brandweer zich blijvend slim moet organiseren. Flexibilisering en modernisering van brandweerzorg zijn noodzakelijk. Repressieve inrichting Onze repressieve organisatie bestaat uit een fijnmazig netwerk van 56 brandweerposten in 22 gemeenten met een gebouwenbestand van circa 450.000 objecten. Een object kan ook een appartementsgebouw zijn met bijv. 40 appartementen. Sinds 2021 is/wordt een aantal posten verplaatst. Het betreft de volgende posten: Didam (2022), Almen (2023), Oldebroek (2024), Twello (2025), Wapenveld (2025) en Apeldoorn (2027). Voor post Dinxperlo/Süderwick(D), Voorst, Terwolde, Oene, Hoog Soeren, Klarenbeek, Loenen en Ugchelen zal in 2024 een locatiekeuze gemaakt worden. Er is momenteel nog geen informatie over wanneer deze nieuw te bouwen posten operationeel zijn en vanaf welke locatie. In het dekkingsplan 2021-2024 werd vermeld dat onderzocht zou worden of de posten Gendringen en Silvolde samengevoegd konden worden.
Dit levert niet de verwachte verbetering op, het college van gemeente Oude IJsselstreek heeft daarom het advies gekregen om te overwegen om de post Silvolde op een nieuwe locatie te herhuisvesten.
In Apeldoorn komt in de Matenhoek een nieuwe locatie voor de brandweer. Dit wordt tevens ons hoofdkantoor. De vrijwillige post de Maten, de vrij willigers van post Apeldoorn-Centrum en post Apeldoorn-Zuid (Logistiek) en de beroepsposten Apeldoorn-Centrum en Apeldoorn-Zuid worden gehuisvest op de nieuwe locatie. In Bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de voertuigen die gestationeerd staan per post en de organisatievorm (gekazerneerd of niet gekazerneerd -instroomprofiel-). Organisatievorm Brandweerzorg wordt vanuit 56 posten verzorgd, het grootste deel hiervan is niet gekazerneerd en wordt bemenst door het zogenaamde vrije-instroom profiel van medewerkers met een vrijwillige aanstelling. Het overige deel van de posten is gekazerneerd door medewerkers met een beroepsaanstelling, mogelijk aangevuld met ingehuurde medewerkers met een vrijwillige aan stelling. We zoeken continu naar verbetering, zowel binnen als buiten onze orga nisatie. Hierbij zetten we het bieden van maatschappelijke meerwaarde centraal. In dit verband is de brandweer op enkele posten ook vraaggestuurd gaan uitrukken voor reanimatiemeldingen. Verderop in dit plan gaan we hier verder op in (First Responder Team).
Interne ontwikkelingen 1. Uitruk op maat (UOM) Op 15 januari 2020 heeft het Algemeen Bestuur (AB) besloten om Variabele Voertuigbezetting/Uitruk op Maat (UOM) mogelijk te maken voor alle posten binnen onze regio. Dit is opgenomen in onze toekomstvisie, als onderdeel van Opdracht 46: Ook wordt ingezet op variabele voertuigbezetting. Daar waar het incident dit toelaat - bepaald door de bevelvoerder - wordt met vier personen uitge rukt. Deze maatregelen dienen ervoor te zorgen dat vrijwilligers en hun werkgevers, zo min mogelijk (onnodig) belast worden en gemotiveerd blijven.
11
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Het kader voor UOM is vereenvoudigd ten opzichte van het eerdere kader. Het biedt ruimte voor een TS-Flex en de wijze waarop deze wordt ingezet: 1 De basis van het operationele optreden bij een maatgevend incident, een binnenbrand in een woning, is de alarmering van een TS6, die eventueel modulair samengesteld kan worden. 2 Mits veilig (en) verantwoord kan een TS-Flex, wanneer deze als eerste eenheid ter plaatse is, starten met het bestrijden van het maatgevende incident. Dit is een keuze die enkel kan worden gemaakt door de bevelvoerder van de eerste eenheid en valt ook onder diens verantwoordelijkheid. 3 In de opleiding en training van manschappen en bevelvoerders dient aandacht te zijn voor de inzetmogelijkheden en beperkingen van de TS-Flex. Hierbij wordt getraind op basis van de minimale bezetting (TS4). Dit is sindsdien ook onderwerp van gesprek met onze ondernemingsraad. Zij staat positief tegenover de variabele voertuigbezetting en voelt zich medeverantwoordelijk voor de veiligheid, gezondheid en welzijn van de brandweermensen. Dit uit zich in een aantal onderlinge afspraken, waar regelmatig in gezamenlijkheid aan getoetst wordt. Bezetting, huisvesting en slimme technieken De paraatheid van de vrijwillige kazerne in Doetinchem en Zutphen wordt door een dagdienstbezetting geleverd door het aanwezige kantoorpersoneel.
Door posten, beperkt, te voorzien van een goede werkplek worden vrijwilligers aangemoedigd om op hun post te gaan werken voor hun werkgever. Dit is in verschillende vormen terug te zien. Deze plekken worden soms gebruikt door sleutelfunctionarissen (bevelvoerder en/of chauffeur). Het thuiswerken raakt meer ingeburgerd en op deze manier sluiten we als organisatie aan op de veranderende arbeidssituatie.
Post Apeldoorn-Centrum wordt 24/7 bemand met een beroepsbezetting, aangevuld met kantoormedewerkers met een harde koppeling. In de avond, nacht en weekenden wordt dit aangevuld met gekazerneerde vrijwilligers. Posten Apeldoorn-Zuid, De Maten en Beekbergen verzorgen de basisbrandweerzorg voor het zuidelijke deel van Apeldoorn en Beek bergen. Post Apeldoorn-Zuid doet dit alleen tijdens kantooruren met een gekazerneerde bezetting. Buiten kantooruren verzorgen de posten De Maten en Beekbergen de basisbrandweerzorg, door middel van het vrije instroomprofiel. De toename van de inzet van slimme pagers (Precom) geeft de brandweer steeds meer inzicht in de beschikbaarheid van medewerkers na een alarmering. Dit gebeurt nu op postniveau. Direct na een melding op hun pager geven brandweermensen aan of zij naar de post komen. Op de post hangt een digitaal scherm dat aangeeft of er voldoende mensen opkomen. Voor sommige vrijwillige posten zitten met name overdag kritische momenten qua beschikbaarheid van voldoende personeel voor de nood zakelijke bezetting. Brandweermensen kunnen in Precom aangeven of zij beschikbaar zijn voor een uitruk. Zij kunnen zich ook afmelden als ze bijvoorbeeld niet in de plaats zijn vanwege vakantie, werk, etc. Zij staan dan buiten dienst.
Postcommandanten worden door het systeem geïnformeerd indien een post door de ondergrens gaat, zodat zij maatregelen kunnen nemen. Een post kan bijvoorbeeld buitendienst worden gesteld. In dat geval wordt de post niet gealarmeerd. Op de meldkamer alarmeert het systeem dan automatisch de dichtstbijzijnde post.
12
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Interregionale operationele grenzen We hebben goede contacten met onze aangrenzende regio’s IJsselland, Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid en Twente. De interregionale samenwerking gaat als vanzelfsprekend. Vanuit Meldkamer Oost-Nederland worden de eenheden die het snelst bij een incident kunnen zijn gealarmeerd, zoals vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Ook de afspraken over (landelijke) bijstand bij Grootschalige Optreden Brandweer (GBO) blijven zoals ze zijn. Nauwkeurig alarmeren Voortschrijdende techniek maakt het mogelijk om nauwkeuriger de juiste brandweereenheden te kunnen alarmeren. Voorheen werd een vastgesteld geografisch gebied (vakkensystematiek) als uitgangspositie beschouwd. Nu kunnen we de snelste brandweerzorgeenheden en functionarissen alarmeren, op basis van een nauwkeurige kaartpositie van het incident. Dit heet ‘dynamisch alarmeren’. Dit biedt ook de mogelijkheid om specifieke afspraken te automatiseren. Bij voorbeeld op het terrein van een zorgaanbieder binnen gemeente Voorst. In theorie zou brandweer Deventer hier een aantal seconden eerder kunnen zijn. Brandweer Twello wordt hier echter voor gealarmeerd, omdat zij hier beter bekend is en veelvuldig oefent. Springbemanning Op een aantal posten wordt gewerkt met een springbemanning. Dit betekent dat één bezetting uit kan rukken met verschillende soorten brandweervoertuigen.
Informatiegestuurd werken in de brandweervoertuigen Uitrukkende eenheden zijn voorzien van een tablet waarop ze een overzichtskaart van de incidentlocatie/situatie kunnen bekijken. Zo kunnen ze aanrijdend snel een beeld van de incidentlocatie vormen, zoals de aard van de bebouwing, de omgeving en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Tevens kunnen ze op de tablet aandachtskaarten en operationele informatie (Repressieve Object Informatie) bekijken. Alle eerstelijns eenheden zijn uitgerust met een voertuignavigatiesysteem. Dit houdt in dat de adresgegevens van de incidentlocatie automatisch worden ingevoerd. Met de invoering van deze functionaliteit wordt de eenheid op een slimme en altijd op de snelste wijze naar de incidentlocatie genavigeerd. First Responder teams Binnen onze regio is een aantal posten toegerust op het verlenen van reanimatie-ondersteuning. Dit is ooit ontstaan vanwege het feit dat beschikbare ambulancezorg op wat grotere afstand zat en er nog niet veel werd gewerkt met hartveilig wonen/hartslag nu en/of beschikbare AED’s in de buurt. De korpsen die hiermee zijn uitgerust vormen een waardevolle aanvulling. De brandweerposten Oldebroek, Wezep, Elspeet, Uddel, Bergh, Didam, Dinxperlo en Aalten zijn voorzien van een daartoe uitgerust voertuig met AED.
13
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Externe ontwikkelingen
Infrastructuur
Wij streven naar nauwe verbondenheid met onze maatschappij. De maatschappij verandert en daarmee ook de eventuele hulpvraag van inwoners en bezoekers van de regio. Daarbij blikken we niet alleen terug, maar kijken we ook vooruit. Ons regionaal risicoprofiel schetst een beeld van de incidenten, rampen en (langdurige) crises die in ons werkgebied kunnen plaatsvinden. Het document geeft antwoord op de vragen: wat kan ons overkomen? En hoe erg is dat? Rookmelders Sinds 2003 is wettelijk vastgelegd dat een nieuw te bouwen woning of woongebouw voorzien moet zijn van rookmelders. Sinds 1 juli 2022 is dat uitgebreid naar alle bestaande woningen en woongebouwen. Het is nog te vroeg om hier resultaten van te zien. Feit is dat overdag de meeste branden kleiner blijven dan ’s nachts. Overdag wordt een brand namelijk sneller ontdekt. Door de komst van de verplichte rookmelder in bestaande woningen zal ook ’s nachts de ontdekkingstijd korter worden. Verlaging algemene snelheidslimiet van 30 km/uur binnen de bebouwde kom Op landelijk niveau wordt op dit moment gewerkt aan een haalbaarheids studie om de maximale snelheid binnen de bebouwde kom te standaar diseren naar 30 km/uur. Dit heeft nadelige gevolgen voor de opkomsttijd van de brandweer. De wegbeheerder heeft namelijk de plicht om de weginrichting op de verlaagde snelheid aan te passen.
Door meer verkeers drempels en bloembakken op de openbare weg is de aanrijdtijd voor vrijwilligers richting de kazerne langer, maar ook voor de uitrukkende voertuigen naar het incident. Deze voertuigen moeten zich, ondanks het voeren van optische en akoestische signalen, verhouden tot de maximaal toegestane snelheid van de brancherichtlijn. Ook de weginrichting moet zich lenen voor een verantwoorde verhoging van de rijsnelheid.
Figuur 4 Regio NOG wordt doorkruist door transportassen over de weg (A1/A18/A28/ A50 - rood), het water (IJssel - blauw) en het spoor (groen)
In de afgelopen jaren is groot onderhoud uitgevoerd aan provinciale en gemeentelijke wegen in de regio. Ook zijn er aanpassingen gedaan om de veiligheid en de doorstroming te verbeteren. Dit heeft echter niet geleid tot significante tijdwinst voor de brandweer. In het kader van verkeersdoorstroming heeft gemeente Apeldoorn een spoorviaduct aan laten leggen op de Laan van Osseveld. In Nunspeet wordt gewerkt aan een spoorviaduct bij het Stationsplein. Hierdoor hoeft de brandweer niet meer voor gesloten spoorbomen te wachten. Ook heeft het een positief effect op snelle ontsluiting naar de A28 en de natuurgebieden aan de zuidkant van Nunspeet. Op de A1 wordt gewerkt om de toenemende filedruk te verminderen met behulp van een derde baan, tussen Apeldoorn en Deventer. Verkeersdrukte door het dorp Voorst en het verderop gelegen De Hoven (Zutphen) is dankzij de aanleg van een rondweg om deze kernen sterk afgenomen.
14
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Industrieterreinen In de afgelopen jaren hebben zich geen grote uitbreidingen op bestaande industrieterreinen voorgedaan. Ook waren er geen ontwikkelingen van nieuwe industrieterreinen die effect hadden op de brandweer of de brandrisico’s in die gebieden. Wonen Om aan de grote vraag naar woningen te voorzien vinden binnen gemeenten veel bouwactiviteiten plaats. Gemeenten zetten hierbij vooral in op inbrei dingslocaties. Een ontwikkeling die enige tijd geleden is ingezet is het veranderen van kantoorgebouwen naar woongebouwen. Dit vergt nauwe samenwerking tussen gemeenten en onze organisatie, zodat er voldoende aandacht is voor de mate van (brand)veiligheid. Op dit moment worden er grootschalige bouwprojecten voor de ont wikkeling van nieuwe woonwijken uitgevoerd. Wij worden bij de plannen betrokken en kunnen hierover adviseren. Maatschappelijke ontwikkelingen Onze samenleving wordt complexer. Er is een toename in het aantal onbekende veranderingen en dreigingen waarmee we geconfronteerd worden. Het gaat hier om veranderingen waarbij diverse factoren en effecten (vergrijzing, verdroging, polarisatie, etc.) zodanig samenkomen dat er sprake is of zou kunnen zijn van een langdurige ontwrichting van de maatschappij. Deze veranderingen zullen leiden tot nieuwe veiligheidsen gezondheidsrisico’s waarop wij als veiligheidsregio, samen met onze partners, moeten inspelen.
Ook de beleving van risico’s is aan verandering onderhevig, al dan niet veroorzaakt door media-aandacht of gebeurtenissen elders in de wereld. Voor ons zijn zes maatschappelijke ontwikkelingen van belang: klimaat verandering, energietransitie, demografie, sociale verhoudingen, data en technologie en langdurige crises. Deze hebben invloed op onze fysieke leefomgeving.
Klimaatverandering De opwarming van de aarde versnelt, met als gevolg stijgende zeespiegels, toenemende droogte en hevige regenval. In oktober 2023 heeft het KNMI de wereldwijde klimaatscenario’s van het klimaatpanel van de Verenigde Naties vertaald naar Nederlandse klimaatscenario’s. Hierin werd bevestigd dat klimaatverandering gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en natuur. Het KNMI waarschuwt voor gezondheidsrisico’s zoals allergieën en hitte-gerelateerde klachten. De natuur past zich langzaam aan, wat kan leiden tot verlies van en veranderingen binnen biodiversiteit. Door stijgende temperaturen neemt het aantal brandgevoelige dagen toe. Hierdoor bestaat de kans dat er vaker natuurbranden zullen ontstaan. Ook worden er meer dagen voorspeld waarop extreem weer voorkomt, zoals hevige regenval of windhozen. Energietransitie Nederland streeft ernaar energieneutraal te worden, door over te schakelen naar duurzame energiebronnen zoals zonne-energie, wind energie en waterstof. Dit brengt uitdagingen met zich mee, voor bijvoor beeld infrastructuur en productie. Waterstof wordt gezien als een veelbelovend alternatief op fossiele brandstoffen, maar de productie ervan is nog grotendeels niet duurzaam. De energietransitie brengt ook nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee, zoals brandveiligheid in duurzame gebouwen en het gebruik van nieuwe brandstoffen en energiedragers.
Demografie De demografie van Nederland is aan veranderingen onderhevig. De bevolkingsgroei wordt beïnvloed door stijgende levensverwachting en buitenlandse immigratie. De Nederlandse bevolking vergrijst. Binnen onze regio is het percentage van vergrijzing hoger dan het landelijke gemiddelde. Dit leidt mogelijk tot arbeidstekorten in verschillende sectoren, waaronder zorg en techniek. De vergrijzing vergroot ook de druk op de gezondheidszorg en kan leiden tot een tekort aan mantelzorgers.
15
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Sociale verhoudingen De sociale ongelijkheid tussen groepen wordt groter. Dit heeft te maken met de leefomstandigheden die worden beïnvloed door opleiding en inkomen, en daarmee de grip van personen op hun leven. Het CBS verwacht dat ongelijkheid in inkomen en in het vermogen van personen om zich aan te passen aan de snel veranderende omgeving de komende jaren steeds blijft groeien. Naast sociale ongelijkheid is er een toename in ‘wij-zij denken’, oftewel polarisatie. Ook de individualisering van de samenleving wordt sterker. In Nederland is voornamelijk sprake van polarisatie waarin gevoelens van afkeer en onbegrip tussen inwoners en richting de overheid toenemen. Polarisatie kan worden versterkt door sociale media en de verspreiding van desinformatie. Data en technologie De samenleving wordt steeds meer datagedreven. Hierdoor groeit de mate van afhankelijkheid van technologieën, zoals sensoren en kunstmatige intelligentie. De evolutie in data en technologie biedt kansen voor efficiëntere dienstverlening en innovatie, maar brengt ook privacyvraagstukken en -risico’s met zich mee. Bijvoorbeeld cybercriminaliteit en de verspreiding van desinformatie. Het gebrek aan regelgeving en ethische richtlijnen kan leiden tot onvoorspelbare consequenties van technologische ontwikkelingen.
Langdurige crises Nieuwe crises, zoals COVID-19 en de vluchtelingencrisis, hebben een langdurig karakter en vereisen flexibiliteit en veerkracht van de crisis beheersing. Deze crises zijn vaak grensoverstijgend en hebben impact op verschillende aspecten van de samenleving. Als veiligheidsregio moeten wij ons samen met onze partners aanpassen aan deze nieuwe realiteit en onze veerkracht vergroten. Wereldwijd komt de veiligheid steeds meer in het geding. Door bijvoorbeeld verschuivende machtsverhoudingen, cybercriminaliteit, de impact van klimaatverandering en de toenemende instabiliteit aan de randen van Europa. Dit heeft directe gevolgen voor de veiligheid binnen Europa en Nederland. Ook directe dreigingen tegen vitale infrastructuur (zoals het stroomnet of een cyberaanval op een drinkwaterleverancier) vormen een steeds grotere, en wellicht langdurige, bedreiging voor de Nederlandse (veiligheids)belangen.
16
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
DEKKING BESCHRIJVEN | PROCESSTAP 2 In dit hoofdstuk beschrijven we de verwachte dekking in ons verzorgings gebied. Hiermee maken we inzichtelijk welke brandweerzorg onder welke voorwaarden kan worden verwacht. In dit hoofdstuk is de uitwerking voor de basisbrandweereenheid weergegeven. De uitwerking van andere eenheden, zoals het hulpverleningsvoertuig, redvoertuig en een waterongevallenvoertuig is opgenomen in de bijlage. Beschrijving onderdelen snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk De kwaliteit van de brandweerzorg wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In onderstaand overzicht is aangegeven welke aspecten hiervan onderzocht zijn.
Factor
Variabele(n)
Snelheid
• Maatgevend scenario gebouwbrand • Eerste tankautospuit ter plaatse
Capaciteit
• Slagkracht • Grootschalige en langdurige inzetten
Paraatheid
• Beschikbaarheid • Gelijktijdigheid en restdekking Alarmeringsfrequentie
Werkdruk
• Alarmeringsfrequentie
Brandweereenheden worden ingezet volgens het principe van ‘operationele grenzen’. Dit betekent dat gemeente- en regiogrenzen geen belemmeringen vormen voor de snelste basisbrandweerzorg. Het dekkings- en spreidingsplan geeft inzage in de prestaties op regionaal niveau. Interregionale eenheden zijn meegenomen in de berekeningen. Dit sluit aan bij de afspraken met de omliggende regio’s en de wens van de minister van Justitie en Veiligheid om tot een landelijk dekkings- en spreidingsplan te komen. Dit dekkings- en spreidingsplan is voor het eerst samengesteld op basis van de nieuwe landelijke (reken)systematiek en bijbehorende kaartlagen. Doorlopend werken wij aan het inleren van het nieuwe systeem zodat uitkomsten de realiteit benaderen en ontwikkelingen worden meegenomen.
17
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Snelheid Een snelle reactie kan levens redden en schade voorkomen. De factor ‘snelheid’ is onderzocht aan de hand van het maatgevende incidenttype gebouwbrand en de berekening van de snelheid van de eerste tankautospuit ter plaatse. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.
Eerste tankautospuit ter plaatse
Bij melding van gebouwbrand stuurt de brandweercentralist van Meldkamer Oost-Nederland altijd als eerste een tankautospuit (basisbrandweereenheid). Daarom is snelheid gedefinieerd als ‘de tijd waarmee de eerste tankautospuit ter plaatse kan zijn’. In een geografische weergave is hieronder de opkomst prognose van de basisbrandweereenheid in onze regio inzichtelijk gemaakt.
Maatgevend scenario gebouwbrand
De brandweer beschikt over diverse soorten eenheden met verschillende opkomsttijden. Voor het beschrijven van de factor snelheid is ‘gebouwbrand’ het maatgevend incidenttype. Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbranden of industriebranden.
Figuur 6 Opkomsttijd eerste tankautospuit in minuten ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. De lichtste kleur geeft de kortste opkomsttijd weer (0-6 minuten) en de donkerste kleur de langste (18+ minuten).
Figuur 5 Overzicht van de posten ’s nachts, inclusief die in de omliggende veiligheidsregio’s. Apeldoorn: Post Zuid (beroeps) is tijdens kantoortijden inzetbaar, in de nacht wordt dit overgenomen door posten De Maten en Beekbergen.
18
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Analyse Snelheid
Over het algemeen is de opkomsttijd bij gebouwbrand binnen de steden Apeldoorn, Doetinchem en Zutphen het snelst. Dit komt doordat deze posten 24/7 gekazerneerd zijn. Hierdoor hebben zij een snelle respons en altijd een volledige bezetting. De opkomsttijd bij de vrijwillige posten in de regio is relatief hoger, doordat in niet-stedelijk gebied de gebouwen meer verspreid liggen. Daarnaast maken de posten in die gebieden gebruik van het vrije instroomprofiel. Dat betekent dat degene die beschikbaar is naar de kazerne komt. Dit heeft automatisch gevolgen voor de uitruktijd ten opzichte van een gekazerneerde post. 79% van de objecten binnen onze regiogrenzen wordt binnen 10 minuten bereikt. In Figuur 7 zijn de opkomsttijden van de eerste tankautospuit weergegeven. We zien dat met name (afgelegen) bospercelen en natuurgebieden een langere opkomsttijd kennen. Dat heeft logischerwijs te maken met de afstand tot een kazerne (in natuurgebieden bevinden zich geen kazernes) en de (on)begaanbaarheid van die gebieden. Hier is niet altijd voorzien in wegen en paden die voor blusvoertuigen begaanbaar zijn. Ook kan de locatiebepaling van het incident uitdagend zijn. Niet iedere melding wordt gedaan door plaatselijk bekenden en exacte locatieaanduiding ontbreekt vaak bij een melding.
De brandweer kan niet alle objecten in de regio binnen de normtijd van 18 minuten bereiken conform het Besluit Veiligheidsregio’s. In minder dan 0,1% van onze totale regio heeft de brandweer een overschrijding, met een maximale opkomsttijd van 22 minuten.
Figuur 7 Het percentage van objecten in de regio dat binnen een bepaalde tijd kan worden bereikt is weergegeven in een grafiek (s-curve).
19
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Capaciteit Als de brandweer ter plaatse is begint de bestrijding van het incident. Hiervoor zijn mensen en materieel nodig, soms voor langere tijd. De factor ‘capaciteit’ is onderzocht aan de hand van de aspecten ‘slagkracht’ en ‘grootschalige en langdurige inzetten’. De prestaties op het gebied van slagkracht zijn berekend onder het principe van basisbrandweerzorg. Het spreidingsplan van onze organisatie is hiervoor als basis gebruikt.
Figuur 8 Opkomsttijden van eerste tankautospuiten in minuten ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. De lichtste kleur geeft de kortste tijd aan (0-10 minuten) en de donkerste kleur de langste (30+ minuten).
De prestaties op het gebied van grootschalige en langdurige inzetten zijn geanalyseerd onder het principe van Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. Slagkracht
Voor het beschrijven van het aspect slagkracht zijn twee uitgangspunten gebruikt. 1. De maximale opkomsttijd van drie tankautospuiten en 2. het totale aantal tankautospuiten dat binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. Deze 15 minuten is de referentiewaarde die in de handreiking als beoordelingskader is meegegeven. Het percentage van de objecten en gebieden in de regio die binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kan worden bereikt is in Figuur 9 weergegeven.
Figuur 9 Het percentage van de objectlocaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kan worden bereikt.
20
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Analyse slagkracht
Analyse grootschalige en langdurige inzetten
Wij beschikken op iedere post over één of meerdere operationele voertuigen. Daarbij is in het vervangingsschema blusvoertuigen rekening gehouden met een aantal reservevoertuigen. Zo kunnen we de dekking garanderen bij (groot) onderhoud of reparatie van een blusvoertuig. Regionaal kunnen we bijna overal binnen 15 minuten met drie tankauto spuiten ter plaatse zijn. Aan de randen van de regiogrens, over het algemeen dunbevolkte gebieden, zien we dat we binnen 15 minuten over minder dan drie tankautospuiten kunnen beschikken. Bij 99% van alle objecten in onze regio kunnen binnen 18 minuten drie tankautospuiten ter plaatse zijn.
De brandweer in onze regio kan voor grootschalige en langdurige inzet in eigen regio drie basispelotons, een peloton Grootschalige Watervoorziening (GWV), twee pelotons Natuurbrand en een peloton Redding & Technische Hulpverlening (THV) leveren. Als één van de zes steunpunten IBGS in Nederland leveren we ook een peloton Grootschalige Ontsmetting (GOE). Vanzelfsprekend zijn de pelotons ook beschikbaar voor interregionale bijstand. Inzetvoorstellen hiervoor houden rekening met het bieden van voldoende restdekking voor de bestrijding van overige incidenten.
Capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten
Voor grootschalige en langdurige inzetten hebben we gekeken naar de regionale organisatie van eenheden voor grootschalig brandweeroptreden. Voor (interregionale) grootschalige en langdurige inzetten kunnen we in ieder geval drie basispelotons leveren, conform de landelijke visie Grootschalig Brandweeroptreden. Een basispeloton levert extra capaciteit bij brandbestrijding, redding, basis-Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS) en waterongevallen. Basispelotons worden dynamisch gevormd en afgestemd op de incident locatie en prioriteit. Ze worden conform Kazerne Volgorde Tabel (KVT) gealarmeerd. Een dienstdoende Officier van Dienst wordt dynamisch toegewezen aan dit peloton óf, indien alle gepiketteerde Officieren van Dienst ingezet zijn, door middel van vrije instroom.
21
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Paraatheid Paraatheid gaat over de mate waarin de brandweer volgens plan gereed is om uit te rukken. De factor ‘paraatheid’ is onderzocht aan de hand van de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel en materieel, de kans op gelijktijdige incidenten en regionale restdekking. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. De bestuurlijke norm is 98%. Hierover leggen we twee keer per jaar verantwoording over af door middel van de prestatiekaart.
Gelijktijdigheid
Bij gelijktijdige incidenten (meer dan één incident in het reguliere inzet gebied van een korps) is de aangewezen eenheid al ingezet bij een ander incident en niet beschikbaar. Het dekkings- en spreidingsplan 2021-2024 ging niet uit van gelijktijdigheid van (grootschalige) incidenten. Op basis van realisatie over de afgelopen periode en kwalitatieve inschatting wordt de kans op gelijktijdigheid nog altijd als klein ingeschat.
Beschikbaarheid is de mate waarin de brandweer voldoende (gemotiveerd en gekwalificeerd) personeel en werkend materieel beschikbaar heeft om daadwerkelijk naar een incident uit te rukken en deze te bestrijden.
In periodes van grote drukte, zoals tijdens de jaarwisseling of een storm, vinden vaak meerdere prio 2-incidenten tegelijk plaats. Bij veel inzetten wordt de meldkamer Brandweer ontlast en wordt de Decentrale Uitgifte (DCU) procedure ingezet. Hierbij worden eenheden wel ingezet voor prio 2-inzetten, maar blijven ze beschikbaar voor prio 1-inzetten. Hierbij wordt ook ondersteuning geleverd buiten ons reguliere verzorgingsgebied.
Om als brandweer te kunnen voldoen aan de opkomst- en capaciteitscriteria moeten we beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel en materieel. Binnen onze organisatie is op dit moment geen registratie aangelegd over de beschikbaarheid van eenheden. Buitendienststelling van voertuigen en posten wordt zo snel mogelijk doorgegeven aan Meldkamer Oost-Nederland.
Door ons netwerk van kazernes is opkomst van de brandweer gegarandeerd. Wel kan er in het geval van gelijktijdigheid sprake zijn van een langere opkomsttijd. De impact van gelijktijdigheid op de paraatheid is daarmee beperkt. Bestrijding in geval van gelijktijdigheid van een maatgevend incident (gebouwbrand) zal naar verwachting niet leiden tot knelpunten als het gaat om capaciteit.
Buitendienststelling
Dit is anders bij natuurbranden in droge periodes. Tijdens deze periodes worden vanaf het moment van de melding grote aantallen basisbrandweerzorgeenheden en veel menselijke capaciteit ingezet. Bestrijding heeft de hoogste prioriteit om een ontstane natuurbrand te kunnen doven. In een later stadium vindt (indien nodig) herschikking van mensen en materieel plaats.
Beschikbaarheid
Er kunnen situaties bestaan waardoor een post tijdelijk buiten dienst raakt. Dit kan een personele oorzaak hebben, maar bijvoorbeeld ook komen door storingen aan materieel. Onze organisatie kent een paraatheidsregeling waarbij korpsen gedurende een kalenderjaar 72 uur afwezig mogen zijn voor verenigingsactiviteiten. Korpsen waar het, omwille van dekking, noodzakelijk is dat er twee tankautospuiten gestationeerd staan zijn hierop de uitzondering. Deze korpsen blijven altijd met minimaal één tankautospuit in dienst. Het gaat hier om de korpsen Zutphen, Nunspeet, Harderwijk, Apeldoorn-Centrum, Doetinchem en Winterswijk.
Analyse restdekking
Bij grootschalige incidenten is het bewaken van de restdekking een verantwoordelijkheid van de dienstdoende Algemeen Commandant Brandweer, indien nodig ondersteund door de sectie Brandweerzorg. Alarmering gebeurt primair op basis van operationele grenzen. Dit houdt in dat de dichtstbijzijnde beschikbare eenheid wordt gealarmeerd.
22
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Werkdruk Incidenten zijn niet gelijk over de regio verdeeld. Er is onderzocht of de organisatievorm van de brandweer past bij de spreiding van incidenten. Vanwege het ontbreken van data van voorgaande jaren is niet te duiden hoe de alarmeringsfrequentie zich verhoudt tot de factor werkdruk. ‘Werkdruk’ is gedefinieerd als het gemiddeld aantal alarmeringen (voor alle incidenttypen) van een brandweerpost per jaar. AANTAL ALARMERINGEN PER POST PERIODE 2023 Achterhoek Zuid
Midden
Achterhoek Noord
Veluwe
Aalten
89
Apeldoorn-Centrum B
739
Almen
28
Elburg
179
Bergh
92
Apeldoorn-Centrum V
37
Barchem
19
Elspeet
70
Borculo
49
Apeldoorn-Zuid
145
Gorssel
63
Epe
127
Didam
79
Beekbergen
49
Hengelo (gld)
46
Ermelo
127
Dinxperlo
48
De Maten
79
Laren
46
Harderwijk
306
Doetinchem
375
Hoenderloo
32
Lochem
79
Hattem
123
Eibergen
79
Hoog Soeren
14
Steenderen
25
Heerde
86
Gendringen
86
Loenen
53
Vorden
58
Hierden
60
Groenlo
76
Uddel
77
Zelhem
69
Nunspeet
175
Lichtenvoorde
83
Ugchelen
81
Zutphen
324
Oene
35
Neede
58
Voorst
32
Oldebroek
78
Ruurlo
46
Twello
83
Putten
117
Silvolde
62
Terwolde
23
Vaassen
111
Varsseveld
62
Brummen
38
Wapenveld
53
Wehl
30
Eerbeek
71
Wezep
89
Winterswijk
177
Klarenbeek
52
Apeldoorn-Zuid GWV
34
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Analyse werkdruk
De werkdruk voor een kazerne met beroepsbezetting (post ApeldoornCentrum) is met 739 alarmeringen per jaar als gemiddeld te beoordelen. Bij gekazerneerde posten, zoals Zutphen en Doetinchem, zit dat gemiddelde op de helft. Bij vrijwilligersposten fluctueert het tussen de 20 en 150 meldingen per jaar. De alarmeringsfrequentie sluit aan bij de organisatievorm van de bezettingen. De alarmeringsfrequentie geeft beperkt inzicht in de werkdruk per post. Zo geeft de alarmeringsfrequentie alleen het gemiddeld aantal keren weer dat een repressieve inzet van de betreffende post wordt verwacht. Dit geeft nog geen indicatie van de duur en de fysieke en mentale belasting van de ingezette medewerkers. Een alarmering voor een loze melding telt bijvoorbeeld even zwaar als een reanimatie of langdurige inzet bij een grote industriebrand. Ook worden preventieve en voorbereidende activiteiten, zoals het geven van voorlichting, oefenen en oriënteren, niet meegewogen. Naast basisopleidingen en specialistisch opleidingen (Bevelvoerder, brandweerchauffeur, etc.) die brandweermensen volgen oefenen de korpsen gemiddeld genomen één keer per week. Daarnaast worden gezamenlijke oefeningen gehouden (zoals een natuurbrandoefening), specialistische oefeningen (bevelvoerders- of chauffeurstrainingen) of dagoefeningen op een realistisch oefenterrein.
Door de veelheid aan oefeningen loopt de kennis en kunde van de medewerkers wel op, maar daarbij ook de oefenbelasting.
23
24
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
DEKKING BEOORDELEN | PROCESSTAP 3 In de eerste twee stappen van het inrichtingsproces beschreven we hoe we onze repressieve organisatie inrichten en welke repressieve dekking wij op basis daarvan verwachten te leveren. In processtap 3 toetsen we, op basis van de uitkomsten van processtap 2, de verwachte repressieve dekking en beoordelen we deze. Dit is nodig om te bepalen of de repressieve mogelijkheden ons verzorgingsgebied voldoende afdekken of dat aanpassingen en/of kaderaanvullende maatregelen nodig zijn. Het resultaat van processtap 3 is een beoordeling van de verwachte repressieve dekking. Omdat er voor de factoren snelheid en capaciteit voor brand een (beoogd) beoordelingskader bestaat dienen we dit inzichtelijk te maken. Op basis van de totale beoordeling van deze factoren kunnen we constateren in hoeverre deze verwachte repressieve dekking past binnen het wettelijk kader en bij onze bestuurlijke wensen.
Indeling gebieden in categorieën (Gebiedsgerichte Opkomsttijden) De methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden is gericht op het verwachte effect van brand en de bestrijding die daarvoor noodzakelijk is. Hiervoor is de regio in gebieden verdeeld op basis van de CBS-buurtindeling. Na toepassing van de methode valt elk gebied in een bepaalde categorie, met bijbehorende opkomsttijd. Per gebied is de adressendichtheid en het soort en aantal objecten (gebouwen) bekeken. Ook geeft de methode de bandbreedte waarbinnen afwijking van de geadviseerde opkomsttijd toelaatbaar is.
Categorie
Overheersend karakter van het gebied
Referentiewaarde in minuten
I
• Oude binnensteden (woningen, gebouwen voor zelfredzame personen zoals hotels, kantoren, winkels, publieksgebouwen, scholen en industriegebouwen) • Gebouwen voor slapende nietzelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen) • Portiekwoningen • Woongebouwen hoger dan 20 meter
7
4-10
• Woningen • Gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
10
7-13
• Verspreid liggende woningen • Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
15
12-18
II III
Bandbreedte in minuten*
* De gegeven minimale waarde is een inzichtwaarde, uiteraard mag het altijd sneller.
25
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Wanneer het overheersend karakter van een buurt een door het CBS bepaalde stedelijkheid van 1, 2 of 3 heeft (1-3 van de gebouwen voldoet aan het kenmerk zoals beschreven in bovenstaande tabel), dan valt een buurt in categorie 1. Referentiewaarde is dan zeven minuten. Wanneer minder dan een derde van de gebouwen voldoet, dan valt de buurt in categorie 2. De referentiewaarde is dan tien minuten. Het verschil tussen categorie 2 en 3 is meer of minder dan 500 adressen per km2.
Beoordeling van de basisbrandweerzorg In dit dekkings- en spreidingsplan toetsen we of de snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk van onze operationele brandweereenheden aansluiten bij de basisbrandweerzorg die nodig is in de gebieden van onze regio. Uit deze brede analyse blijkt dat zowel het huidige aantal eenheden als de huidige organisatievorm nodig is en blijft voor het leveren van passende brandweerzorg in de regio. Hieronder volgt een toelichting. Beoordeling van de operationele prestatie op snelheid Voor alle 790 buurten hebben we geanalyseerd welke opkomsttijd we kunnen realiseren. De eerste tankautospuit kan na melding van een gebouwbrand over het algemeen binnen de gestelde bandbreedte ter plaatse zijn. Let wel, dit betreft een beoordeling op basis van de geprognosticeerde opkomsttijd. Er kunnen omstandigheden zijn die leiden tot langere opkomsttijden. Denk daarbij aan bijvoorbeeld weers omstandigheden zoals ijzel, sneeuw, mist en extreme regenval, en/of drukte op de weg. De verwachte opkomsttijden sluiten goed aan op de gewenste (gebieds gerichte) opkomsttijden. Dat betekent dat er vanuit dit perspectief geen aanleiding is om spreiding van kazernes en eenheden te heroverwegen.
Figuur 10 Gebiedscategorisering met de gebiedsgerichte indeling categorie 1, 2 en 3. De donkerste kleur is gebied 1 (20 gebieden), de lichtoranje kleur is gebied 2 (399 gebieden), de lichtgele kleur is gebied 3 (371 gebieden).
Voor een gering aantal objecten in de regio overschrijden wij de uiterste opkomsttijd voor gebouwen van 18 minuten. Dit is geen verandering ten opzichte van het vorige dekkings- en spreidingsplan, waar al werd gesproken over focusgebieden. De methodiek is veranderd, waardoor wij nu ook op objectniveau rapporteren in plaats van enkel gebiedsniveau. Het gaat in alle gevallen om objecten in dunbevolkte gebieden bijvoorbeeld aan de grens met Duitsland en midden op de Veluwe. Onder deze objecten bevindt zich geen risico-object. Afgelopen beleidsperiode hebben wij ons ingespannen om de veiligheid te beïnvloeden of de snelheid in het brandweeroptreden te ondersteunen. Dit zetten wij ook de komende beleidsperiode voort. Bij deze objecten zijn al voorbereidende maatregelen getroffen (vakbekwaamheid, gebiedskennis,
26
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
opschaling en samenwerking Duitsland). Een aantal objecten valt binnen het project Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandbeheersing. Ook is afgelopen beleidsperiode de pilot Leefsamen Achterhoek (brandveiligheid door slimme sensoren) uitgebreid over de hele regio. Voor alle 22 gemeenten is (zomer 2021) in beeld gebracht in welke wijken veiligheidswinst behaald kan worden door middel van de campagnes: vluchtsleutelhangers, veilig vluchten, veilig koken en veilig stoken. VNOG krijgt, door de versterkte informatiepositie, steeds beter inzicht in de risico’s en kan deze risico’s steeds beter duiden. Hierdoor worden activiteiten daar uitgerold waar ze de meeste toegevoegde (veiligheids)waarde hebben. Het is niet uit te sluiten dat toekomstige ontwikkelingen op het gebied van bereikbaarheid, ruimtelijke verdichting, snelheidsbeperkende maatregelen, 30 kilometer zonering en ruimtelijke uitbreidingen (nieuwe woonwijken) impact hebben op de opkomsttijden.
Figuur 11 Beoordeling van gebieden op de factor snelheid. Groen is voldoende (661 gebieden), blauw is voldoende (119 gebieden), rood is onvoldoende (10 gebieden).
Score
Omschrijving
Goed
De opkomsttijd is korter dan de streeftijd die behoort tot de categorie
Voldoende
De opkomsttijd in dit gebied is gemiddeld langer dan voorgeschreven, maar valt wel binnen de acceptabele brandbreedte.
Onvoldoende
De opkomsttijd in dit gebied is gemiddeld langer dan voorge schreven en valt niet binnen de acceptabele bandbreedte.
27
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Beoordeling van de operationele prestatie op capaciteit De capaciteit (slagkracht) is voor de hele regio op orde. We hebben voldoende brandweermensen en materieel om tijdig voldoende eenheden ter plaatse te krijgen. De regionale capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten voldoet aan de landelijke afspraken over Grootschalig Brandweeroptreden (GBO) en het landelijke slagkrachtprofiel. In de samenstelling van de GBO-eenheden (pelotons) is ook rekening gehouden met een logische spreiding van mensen en materieel, zodat er voldoende restdekking gewaarborgd blijft. Beoordeling van de operationele prestatie op paraatheid De beschikbaarheid van de eerstelijnseenheden is op niveau. Indien er sprake is van gelijktijdige incidenten kunnen eenheden in elkaars gebied optreden. Hierdoor worden de nadelige effecten bij gelijktijdige incidenten geminimaliseerd. Dit model kent echter ook grenzen, bijvoorbeeld in het geval van twee gelijktijdige natuurbranden van enige omvang. Het netwerk van kazernes is ook van belang om voldoende restdekking te behouden. Dit is de dekking in de regio ten tijde van een (grootschalig) incident. De beschikbaarheid van vrijwilligers heeft continu aandacht nodig. Binnen onze regio werken voor het grootste gedeelte vrijwilligers op basis een vrij instroomprofiel.
Dat betekent dat zij thuis of op kantoor zijn en bij een pageralarm naar de kazerne komen en beschikbaar zijn om uit te rukken. Beschikbare slimme technieken worden toegepast en er zijn afspraken gemaakt over het dooralarmeren bij eventuele onderbezetting. Een postcommandant heeft de verantwoordelijkheid om onderbezetting te melden en zijn post buiten dienst te melden (en weer in dienst indien de onderbezetting is opgeheven) Mocht een post zich niet binnen zeven minuten na alarmering melden zal de meldkamer de eerstvolgende dichtstbijzijnde eenheid alarmeren.
Ook de mogelijke effecten van op basis van Europese regelgeving, over de verplichte taakdifferentiatie tussen beroeps- en vrijwillige brandweer mensen, worden op de voet gevolgd. Kunnen vrijwilligers in de toekomst nog geconsigneerd worden? Daarnaast investeren we voortdurend in het werven van nieuwe vrijwilligers, maar ook beroepsbrandweermensen om de sterkte van de posten op peil te houden. Beoordeling van de operationele prestatie op werkdruk De werkdruk sluit aan bij de huidige regionale organisatievorm van gekazer neerde en niet-gekazerneerde posten. Dat wil zeggen dat in gebieden met een hoge incidentfrequentie een gekazerneerde post staat en dat in de gebieden met een relatief lage incidentfrequentie een niet-gekazerneerde post staat. Het aantal objecten, bewoners en infrastructuur maakt of een post een diversiteit aan voertuigen heeft. De hoeveelheid taken die een post uitvoert brengt ook een bepaalde oefenbelasting met zich mee. Wij hebben het aantal taken op een post gemaximaliseerd tot drie per post, met uitzondering van de gekazerneerde post van Apeldoorn-Centrum. Vooralsnog wordt geen aanleiding gezien om daarop te interveniëren. Wel wordt de komende periode een vinger aan de pols gehouden om de ontwikkelingen te volgen.
28
Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028
Aandachtsgebieden Leerpunten Pilot Harderwijk beleidsperiode 2021-2024 In de pilot ‘Risicobewust Harderwijk’ werkten we samen met gemeente Harderwijk en brandweerpost Harderwijk. Het doel van de pilot was het ontwikkelen van een risicogerichte aanpak om aantoonbaar het risicobewustzijn en veiliger gedrag van inwoners te vergroten. In de pilot is een aanpak ontwikkeld op de samenhangende terreinen van voorlichting (met o.a. publiekscampagnes), advisering (bijvoorbeeld vanuit controles) en oefening. Deze pilot hebben we samen met gemeente Harderwijk op 24 juni 2022 in gezamenlijkheid afgerond en geëvalueerd. Door de intensieve samenwerking met gemeente Harderwijk zijn goede resultaten geboekt. De pilot en samenwerking hebben waardevolle inzichten en informatie opgeleverd. Daar waar mogelijk hebben effectmetingen op het gebied van risicobewustzijn en gedrag plaatsgevonden. Zo hebben in alle gemeenten in de regio gedragsonderzoeken plaatsgevonden over de veiligheidsbeleving met betrekking tot brand en crises. Ook zijn drie campagnes uitgevoerd in alle 22 gemeenten: vluchtsleutelhangercampagne, vluchtplancampagne en campagne veilig stoken. De wijze waarop de pilot ‘Risicobewust Harderwijk’ is aangepakt was zowel voor ons als voor de gemeente zeer arbeidsintensief. De ervaringen die in Harderwijk zijn opgedaan worden ook in de komende beleidsperiode ingezet.
Omgevingswet en vroegtijdige betrokkenheid De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Dit biedt een aantal nieuwe planfiguren, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Wij zijn als adviseur veiligheid aangesloten bij de vorming van deze plannen. Belangrijk is dat we vroegtijdig aansluiten bij gebiedsontwikkelingen, zodat de effecten op de dekking meegenomen worden in de besluitvorming (bijvoorbeeld in een omgevingsvisie of omgevingsplan). Wij nemen de effecten van gebiedsontwikkelingen op de dekking mee in onze advisering richting gemeenten en partners. Echter is het ook van belang dat gemeenten ons actief betrekken in een vroeg stadium van gebiedsontwikkeling, zodat