CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

005-bijlage 1 Verslag AB GGD NOG 20250220 concept

Gemeenteraad 9 april 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 9 april 20253.755 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept - Verslag vergadering Algemeen bestuur Datum: Locatie:

20 februari 2025 GGD-kantoor, Warnsveld

Aanwezig:

J.C. Wikkerink (Aalten), A.J. Prins (Apeldoorn, voorzitter), W.A. Wormgoor (Berkelland), E. Blaauw (Bronckhorst), G.I. Timmer (Brummen), R. Giesen (Doetinchem), J.W. Simonse (Elburg), G. van den Berg (Epe), M. Reckman (Harderwijk), W. van Ommen (Heerde), W. Goodin (Lochem), M. Eleveld (Montferland), J.M. Elskamp (Nunspeet), E.E.M. Dusseldorp (Oost Gelre), M. Bennink (Oude IJsselstreek), J. van den Hoorn (Putten), P. Wormskamp (Voorst), E.S.F. Schepers (Winterswijk), J. Bloem (Zutphen);

Volgend overleg:

Datum: 10 april 2025

M.W. Jaeger (dagelijks bestuur GGD NOG, vanuit Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland); namens GGD Noord- en Oost-Gelderland: J.J. Baardman (directeur publieke gezondheid), R. Schwebke (concerncontroller), T. Thasing (strategisch adviseur), A.H.E. van de Klift (directiesecretaris);

Afwezig: Verzendlijst:

S. Hamstra (Ermelo), T.E. Siderius (Hattem) AB-leden, gemeenteraden, ambtenaren publieke gezondheid, managers en adviseurs GGD

1. Opening en vaststelling agenda besloten vergadering Mevrouw Prins opent de vergadering en licht toe waarom voorgesteld is om de bestuursopdracht achter gesloten deuren te behandelen. Mevrouw Prins vraagt of het AB akkoord is dat de vergadering besloten is, dat er verslaglegging plaatsvindt en of de betrokken ambtenaren van GGD aanwezig mogen zijn bij de behandeling. Het AB stemt hiermee in. Mevrouw Prins heet mevrouw Giesen die de heer Huizinga vervangt welkom. Het AB stelt de agenda ongewijzigd vast. 2. Bestuursopdracht 1

Mevrouw Prins kijkt terug naar de vorige besloten vergadering van 6 december 2024. Hiervan is geen verslag gemaakt om open en transparant met elkaar van gedachten te kunnen wisselen. De GGD was hierbij ook niet aanwezig. Er is wel een rode draad die als samenvatting kan dienen. Er zou meer verbinding tussen GGD en gemeentes moeten zijn en lokale ambtenaren moeten meer betrokken worden. Daar wordt hard aan gewerkt. Daarnaast bleek dat de noodzaak van de noodkreet van de DPG een nadere duiding behoeft en dat bij het onderzoek naar de JGZ voor 0- tot 18-jarigen het belang van het kind, de jongvolwassene en de opvoeders centraal moet staan. Ook werd teruggegeven dat een ambtelijke werkgroep moet worden gevormd om de input van de ambtenaren te borgen. Tot slot is het belangrijk te benadrukken dat de uitkomsten van het onderzoek worden voorgelegd aan de gemeenten en dat de gemeente dan zelf moet beslissen wat zij doet met de uitkomsten. De uitkomsten zijn geen verplichtend model. Mevrouw Baardman geeft een nadere toelichting op de noodkreet. Zij verwijst naar de gezamenlijk toekomstvisie die opgesteld is door Actiz en GGD GHOR. Hierin wordt een toekomstperspectief geschetst dat we allemaal kunnen omarmen.

Het is echter onmogelijk om het geschetste toekomstperspectief, de jeugdgezondheidszorg (verder aangeduid als JGZ) lokaal organiseren, te realiseren in onze regio gezien de huidige versnippering. Er zijn veel organisaties die een onderdeel van de JGZ in deze regio uitvoeren en dat leidt tot problemen als het gaat om de overdracht van dossiers, de continuïteit, informatieveiligheid, opleiding van mensen en vernieuwing. De GGD ervaart dat de organisatorische versnippering het optimaal verlenen van zorg in de weg zit. Dat kan niet de bedoeling zijn en dat is ook de noodkreet van de professionals. In Nederland is 85% van de JGZ integraal georganiseerd. In onze regio is de JGZ georganiseerd met vijf organisaties en dat leidt tot inefficiëntie. Volgend jaar worden er op een aantal thema’s; het kwaliteitskader, rijksvaccinatieprogramma en huisvestiging aanvullende eisen gesteld. De GGD weet niet hoe in de huidige situatie dan nog aan alle kwaliteitseisen voldaan moet worden. Mevrouw Baardman benadrukt dat het belangrijkste is dat er een keuze gemaakt wordt zodat de kwaliteit van de JGZ en laagdrempelige toegankelijke JGZ geborgd blijft. Natuurlijk ziet ze graag dat integrale JGZ bij de GGD belegd wordt, maar ook een keuze voor de JG 0-4 aanbieder kan de kwaliteit van de JGZ stutten. De noodkreet is een vraag om duidelijkheid en keuzes. Het is niet meer houdbaar.

Die noodkreet komt bijna dagelijks uit de organisatie. Mevrouw Elskamp verwijst naar een eerdere presentatie waarin drie perspectieven geschetst werden, kort, middel en lang. Duidelijk is dat we veel te doen hebben en zij begrijpt dat integraal voordelen heeft maar ziet ook dat in geval van crises, een oorlog of pandemie, juist spreiding ook voordelen heeft. Is integraliteit niet juist een risico? Mevrouw Baardman geeft aan dat de versterking van de publieke voorziening het uitgangspunt is en dat schaalvergroting nodig is om risicospreiding te verbeteren. Mevrouw Prins vult aan dat er grote zorgen zijn om de voorgenomen bezuinigingen op de pandemische paraatheid. Dit betekent veel voor de infrastructuur die opgezet is vanwege COVID. Als dit weer afgebroken wordt dan zijn we niet klaar als er vanwege een calamiteit opgeschaald moet worden. Hier wordt landelijk voor gelobbyd. Ook de VNOG vraagt hier uitdrukkelijk aandacht voor. Mevrouw Dusseldorp stelt aan de orde dat eigenlijk een stap teruggedaan moet worden. De vraag moet beantwoord worden wat de GGD wil, is dat richting veiligheid of preventie en gezondheid? En wat is nu de aanleiding van het onderzoek? Er wordt al een afslag genomen door het onderzoek te richten op de integrale JGZ. Mevrouw Dusseldorp vraagt ook waarop de stellingname dat de JGZ kostbaar is, gebaseerd is.

2

Mevrouw Baardman geeft aan dat er al veel onderzoeken geweest zijn. Zij verwijst naar het programma GGD NOG Robuust. Er zijn veel stappen gezet maar de wereld draait door en er worden steeds meer en nieuwe eisen gesteld. Daar moet onderzoek naar gedaan worden. Daarnaast blijkt uit de onderzoeken die de afgelopen tien jaar gedaan zijn steeds dat de grootste efficiencyslag gemaakt kan worden op het gebied van de JGZ. De heer Wikkerink licht toe dat hij samen met mevrouw Timmer en de heer Van den Hoorn als begeleidingsgroep binnen het DB dit proces getrokken heeft. Zij hebben ook in de aanloop naar de AB-vergadering met elkaar gekeken naar de afgelopen maanden en zich afgevraagd of ze niet te veel vanuit de robuustheid gekeken hebben naar het onderwerp en dus niet te veel het organisatiebelang vooropgesteld hebben en onvoldoende het belang van de inwoner. Maar het antwoord daarop is nee. Zij zijn overtuigd dat het voorgestelde onderzoek in het belang van de inwoner noodzakelijk is. De begeleidingsgroep heeft geprobeerd in de regio’s uit te leggen wat het belang van het onderzoek is. De reden voor het onderzoek heeft niets te maken met de bestaande zorgaanbieders en er is ook helemaal geen kritiek op de zorgaanbieders. Dreigingen, wetswijzigingen en taakstellingen zijn de redenen om het onderzoek te willen starten.

De heer Wikkerink geeft aan dat de rondes in de regio's maar deels geslaagd lijkt. Er waren in de regio veel vragen en ook argwaan. De vraag wordt gesteld of gemeentes nog wel eigenaarschap voelen bij de GGD. Is de GGD nog wel van ons? Ook op 6 december 2024 is daar over gesproken. Dat was een prettig gesprek. De samenwerking en communicatie moeten wel beter. Ook was er veel waardering voor het werk van de GGD en de stappen die gezet zijn. Tijdens de bijeenkomst zijn er ook waardevolle opmerkingen over de onderzoeksopzet gemaakt. Die zijn vervolgens verwerkt. Ook is de opdrachtstructuur aangepast. Daarnaast heeft het DB nagedacht over de financiering. De uitkomst van het onderzoek is bepalend voor de GGD en het is een tijdrovend traject om alle gemeenten apart te laten bijdragen. Daarom heeft het DB besloten voor te stellen om het onderzoek te financieren uit de middelen van de GGD. De GGD heeft geen vooropgezette bedoeling bij de uitkomst. Het DB is graag bereid om te kijken naar de samenstelling van de te vormen commissie en de inrichting van het ambtelijk opdrachtgeverschap. Wel verzet het DB zich tegen de stelling dat een stuurgroep met DB-leden niet objectief zou zijn. Ook DB-leden hebben een verantwoordelijkheid jegens hun gemeente net als andere AB-leden. Onderzoek alles en behoud het goede is het uitgangspunt.

Het is te vroeg om te praten over uitkomsten en varianten bij het onderzoek. Varianten en uitkomsten worden besproken en eventueel uitgewerkt. Niet alleen in het AB maar ook bij de individuele gemeenten. De gemeente besluit vervolgens. Als vele malen vanuit de GGD het geluid klinkt dat zo niet langer gaat en dat die noodkreet geuit wordt door alle lagen van de GGD dan moet het AB verantwoordelijkheid nemen. De heer Wikkerink roept aan het slot van zijn betoog op om het voorstel te steunen. Mevrouw Prins vult aan dat het DB in het begin een verkeerde afslag genomen heeft door een kleine groep te vragen om in de regio het onderzoeksvoorstel te bespreken. Daarmee is het ambtelijk apparaat onvoldoende meegenomen. Daardoor is er ruis ontstaan en dat had voorkomen kunnen worden. De heer Wormskamp heeft twee vragen. Ten eerste de principiële vraag of iedereen er wel open minded in zit. Als er nu al AB-leden zijn die bij voorbaat zeggen dat ze alles bij het oude willen houden dan moet wel besproken worden of zo'n groot en duur onderzoek opgetuigd moet worden. En ten tweede vraagt de heer Wormskamp zich af wat de opgelopen vertraging doet met de tijdslijn.

3

De heer Wikkerink licht toe dat de stuurgroep er met een open mind in zit. Alle varianten worden onderzocht, ook de variant alles bij het oude te laten. Vervolgens moeten alle varianten in een discussie door de gemeenten bekeken worden. Mevrouw Timmer vult aan dat ook meegenomen moet worden wat de kritische massa is die nodig is voor de verschillende varianten. Mevrouw Eleveld geeft aan dat uit de stukken lijkt te volgen dat alles bij het oude laten geen optie is; dus dat sluit niet goed aan bij een uitkomstvariant die alles bij het oude laat. De insteek van het onderzoek lijkt integrale JGZ te zijn. En dat is een behoorlijke stap. Mevrouw Timmer licht toe dat onderzocht wordt wat de gevolgen zijn van de variant ‘blijven zoals het is’ en daarbij wordt ook in kaart gebracht wat dat betekent voor de inwonerbijdrage en kwaliteit van zorg. De heer Wormskamp geeft aan dat ook gekeken moet worden naar de gevolgen van bijvoorbeeld procesoptimalisatie. Mevrouw Prins benadrukt dat alle varianten onderzocht moeten worden. Vervolgens moeten gemeenten zelf beslissen en zullen zij de gevolgen voor onder andere de bedrijfsvoering in kaart moeten brengen. Mevrouw Vos geeft aan dat het wel verwarrend is dat steeds genoemd wordt dat er onderzoek gedaan wordt naar de integrale JGZ terwijl het onderzoek breder lijkt te zijn.

Mevrouw Timmer stelt daarom voor om de opdracht te wijzigingen in toekomstbestendige JGZ in plaats van integrale JGZ. De heer Van den Berg merkt op dat de bestuursopdracht hier niet van uit gaat. Het hele onderzoek van Lysias is gericht op integrale JGZ. Mevrouw Vos gaat er van uit dat als het AB de bestuursopdracht wijzigt dit ook met Lysias gecommuniceerd wordt. Mevrouw Prins herhaalt het voorstel dat voorligt. En stelt de volgende aanpassing voor bij punt drie: het onderzoek naar integrale JGZ te starten te vervangen door het onderzoek naar toekomstbestendige JGZ te starten. De heer Van den Hoorn geeft aan dat als deze wijziging effect heeft op het onderzoeksvoorstel van Lysias dit besproken moet worden met Lysias en dat dit dan terug kan komen in de volgende ABvergadering. Mevrouw Prins stelt voor dat het AB vandaag kan beslissen tot aanvang van het onderzoek, en dat zij verwacht dat een aangepast onderzoeksvoorstel zodra gereed kan worden toegestuurd. Mevrouw Dusseldorp vraagt nogmaals aandacht voor haar stelling dat de bestuursopdracht opgesplitst zou moeten worden tussen enerzijds JGZ en anderzijds het vervolg van GGD NOG Robuust en als derde de bezuinigingsopdracht in het kader van het ravijnjaar dat er aan komt. Daarnaast stelt zij vraagtekens bij de rol van de GGD bij het onderzoek. Dit lijkt toch wel de slager die zijn eigen vlees keurt.

Tot slot vraagt zij of organisaties als Yunio ook betrokken zijn geweest bij dit proces. Mevrouw Prins licht toe dat er meerdere trajecten lopen voor wat betreft GGD NOG Robuust, ook in verband met de samenwerking met de VNOG en de bezuinigingsopdracht. Vanwege de voortgang wordt nu om een voorstel op specifiek het onderdeel JGZ gevraagd. Dat hangt wel samen met de andere trajecten. De heer Wikkerink beantwoordt het tweede deel van de vraag. Er is voor gekozen om eerst het AB een besluit te laten nemen. Het onderzoeksbureau zal echter bij de zorgaanbieders informatie gaan ophalen. De communicatie met de zorgaanbieders moet zeer zorgvuldig voorbereid worden. Dat is de ook de reden voor de besloten vergadering. Mevrouw Goodin stelt dat de communicatie met de zorgaanbieders niet bij het onderzoeksbureau neergelegd moet worden en zij vindt het belangrijk dat er één boodschap geformuleerd wordt. 4

De heer Jaeger vraagt waar dan de zorgen zitten en stelt dat je als bestuurder nu alleen moet aangeven dat er een onderzoek gestart wordt en dat voorkomen moet worden dat je als bestuurder onderdeel wordt van het onderzoek. Mevrouw Dusseldorp vraagt zich af of de zorgaanbieders wel volwaardig onderdeel uitmaken van het onderzoek als één van die zorgaanbieders, de GGD, aan de voorkant wel betrokken is bij het onderzoek en misschien zelfs wel opdrachtgever is. Mevrouw Timmer geeft aan dat er vier ambtelijke opdrachtgevers komen en de ambtelijke opdrachtgevers moeten ook een communicatieplan opstellen. De GGD is geen opdrachtgever en slechts betrokken aan de voorkant vanwege de noodkreet. Van daaruit is het proces gestart. De factuur wordt wel voldaan uit de middelen van de GGD. De heer Jaeger benadrukt dat de GGD wijzelf zijn en dat is iets anders dan de particuliere zorgaanbieders. Dat onderscheid moet vanuit een governance-oogpunt echt gemaakt worden. Mevrouw Vos wil namens de gemeenten uit de regio Noord-Veluwe graag een aantal vragen stellen. Lysias heeft de afgelopen jaren in onze regio meerdere onderzoeken gedaan naar de JGZ. Lysias heeft dus historie en zijn zij daardoor wel in staat om nu aan de hand van de huidige actuele stand van zaken objectief het onderzoek te doen? Helpt het in het kader van de objectiviteit dat de GGD betaalt.

De argumentatie om daarvoor te kiezen wordt echter wel gevolgd. In de stukken gaat het ook vaak over preventie. Op de NoordVeluwe zijn meer partijen betrokken bij de preventieve kant en Noord-Veluwe wil daar dan ook graag aandacht voor vragen. Het heeft niet zo veel zin om te gaan schuiven met financiële middelen dus Noord-Veluwe wil dit graag terug zien in de doorrekening van de scenario's. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen, wat doet dit met het tijdspad? Tot slot willen de wethouders enige tijd om zelf de zorgaanbieders te informeren voordat er een officiële brief gestuurd wordt. Mevrouw Prins geeft in antwoord op de laatste vraag aan dat juist de zorgvuldige communicatie met de zorgaanbieders de reden is voor de beslotenheid. Aan het einde van de vergadering moet ook besloten worden tot wanneer geheimhouding geldt, zodat de benodigde zorgvuldigheid betracht kan worden. Voor wat betreft de tijdslijnen is enige haast geboden. Gestreefd wordt om de uitkomsten te bespreken in de samenstelling zoals het AB nu bij elkaar zit. Ervaringen met Lysias zijn goed en zij kennen het veld erg goed, ook in andere regio's. Ze doen ook onderzoek op landelijk niveau naar allerlei governance-vraagstukken die spelen. De heer Van den Hoorn vult aan dat hij meerdere malen om tafel gezeten heeft met Lysias.

Er is uitgebreid gesproken over de historie en Lysias heeft kunnen overtuigen. Gezien de ruime ervaring lijkt Lysias toch de beste keuze. Ook omdat de regie bij de ambtelijke opdrachtgeversgroep en dus de gemeenten zelf ligt. Mevrouw Vos benadrukt dat zij er niet aan twijfelt dat Lysias een gerenommeerd bureau is maar dat het gaat om de historie en dat Lysias nu onderzoek moet doen aan de hand van de actuele gegevens en het verleden moet laten rusten. De heer Bloem stelt voor afspraken te maken wie contact legt met de zorgaanbieders. De heer Van den Hoorn geeft in overweging om vanuit elke subregio één wethouder telefonisch contact op te laten nemen en om dan gezamenlijk met het onderzoeksbureau een brief op te stellen. Mevrouw Schepers heeft hier heel veel moeite mee. In haar regio wordt heel goed samengewerkt met de particuliere zorgaanbieder. Het besluit dat het AB neemt is van invloed op de zorgaanbieders terwijl zij helemaal niet meegenomen zijn. Zij zijn partners. Mevrouw Schepers voelt zich er heel onaangenaam bij dat de zorgaanbieders van JGZ 0-4 jarigen helemaal niet zijn meegenomen in het plan om überhaupt het onderzoek te doen. De zorgaanbieders hebben niet 5

kunnen aangeven wat we ervan vinden. Mevrouw Schepers heeft er ook grote moeite mee dat de lokale netwerken hier heel veel last van kunnen krijgen. De heer Jaeger wijst erop dat, hoe ingewikkeld dat ook is, voor ogen gehouden moet worden waar het over gaat. Hij maakt de vergelijking met de arbodienst. Er is een essentieel verschil tussen de GGD en de gecontracteerde particuliere zorgaanbieders. De GGD zijn wij zelf. Mevrouw Vos geeft aan er nog veel meer partijen betrokken zijn in de keten. Zij gaat ervan uit dat alle partijen hun zegje kunnen doen en dat dit wordt meegenomen in het onderzoek. Mevrouw Prins sluit de beraadslaging en geeft alle AB-leden de gelegenheid een stemverklaring af te leggen. De heer van den Berg vraagt zich af wat nu de aanleiding is en of het onderzoek alle antwoorden zal geven. Hij stemt voor maar geeft aan dat wat hem betreft het onderzoek niet nodig is. Beleg de JGZ gewoon bij de GGD. Mevrouw Eleveld gaat mee met onderzoek. Wel met een paar kanttekeningen. Een vraag die ook beantwoord zou moeten worden is of de organisaties het wel kunnen op korte termijn. En de communicatie vraagt heel veel zorgvuldigheid. De heer Blaauw vindt het absoluut noodzakelijk dat de gemeente de opdracht verstrekt aan het onderzoeksbureau en ten tweede zou het gesprek aan de voorkant moeten zijn of integrale JGZ wel de oplossingsrichting is voor de robuustheid.

De heer Bennink geeft aan dat Oude IJsselstreek aansluit bij Bronckhorst en in aanvulling daarop dat het belangrijk is om de opdrachtgeversgroep goed te beleggen en de begeleidingsgroep uit te breiden met AB-leden om een breder draagvlak te creëren. Mevrouw Schepers heeft grote moeite hoe het is aangevlogen. Opdracht zou vanuit de gemeente moeten komen. Zij vindt het een farce dat het opdrachtgeverschap via het AB van de GGD geregeld wordt. De regio's verschillen heel sterk en zij heeft grote twijfels of het onderzoek wel antwoord gaat geven op de vragen die ook in het memo gesteld zijn. We zijn tekort geschoten bij het meenemen van de betrokken partijen. Mevrouw Dusseldorp geeft aan niet in te stemmen met het voorstel zoals dat voorligt. Zij verwijst naar haar eerdere bijdrage waarin zij heeft aangegeven er voorstander van te zijn het onderzoek op te splitsen in drie pijlers. Zij is het in aansluiting op de opmerkingen van mevrouw Schepers ook niet eens met de wijze waarop het hele proces is aangevlogen. De heer Wormskamp benadrukt dat het opdrachtgeverschap vanuit de gemeente heel helder moet zijn. Wel behoefte om echt objectief te laten onderzoeken wat de voors- en tegens zijn. Doe het onderzoek met een open mind, bekijk alle scenario's en reken het ook echt door.

De heer Bloem geeft aan dat het belangrijk is dat het onderzoek open minded wordt uitgevoerd en dat alle opties op een evenwichtige manier worden onderzocht. Ook is het belangrijk om te weten wat de kritische massa is die je nodig hebt voor handelingsperspectief. De heer Jaeger roept op om er zuiver naar te kijken. Als de interne adviseur, de GGD, aangeeft dat het niet langer gaat dan hebben alle AB-leden een verantwoordelijkheid in het kader van het publieke belang. Het belang van de inwoner moet boven het leveranciersbelang gesteld worden. Het publieke belang moet voor ogen gehouden worden.

6

Mevrouw Prins geeft aan dat Apeldoorn ervaring heeft met integraliteit. Apeldoorn is tevreden over de huidige situatie maar staat ondanks dat positief ten opzichte van het onderzoek omdat er misschien betere oplossingsrichtingen zijn. En Apeldoorn doet graag mee omdat het wellicht kan leiden tot aanbevelingen van verbeteringen van de bedrijfsvoering of andere opties. Mevrouw Dusseldorp geeft nog aan dat zij ervan uitgaat dat het onderzoek niet meer gaat kosten dan nu is begroot. Mevrouw Prins bevestigt dat. Mevrouw Prins herhaalt het aangepaste voorstel: 1. Kennis te nemen van de oplegger bestuursopdracht Perspectieven GGD en de memo van de DPG 2. Kennis te nemen van het onderzoeksvoorstel van Lysias 3. Te besluiten om het onderzoek naar toekomstbestendige JGZ te starten, en in navolging van het procesvoorstel een ambtelijke opdrachtgeversgroep en ambtelijke opdrachtnemersgroep in te richten. 4. Het onderzoeksvoorstel aan te laten passen aan de gewijzigde opdracht zoals nu verwoord onder 3, het gewijzigde voorstel te delen met het AB, een communicatieplan op te laten stellen nadat op korte termijn de zorgaanbieders geïnformeerd zijn over het onderzoek en dat AB-leden aansluiten bij de begeleidingsgroep. Hierna gaat mevrouw Prins over tot stemming. Loting bepaalt dat de gemeente Lochem als eerste haar stem mag uitbrengen.

Het aantal stemmen wordt bepaald door het aantal inwoners van de de betreffende gemeente. Bij stemming zijn niet aanwezig: Hattem en Ermelo. Voor: Aalten, Apeldoorn, Berkelland, Bronkhorst, Brummen, Doetinchem, Elburg, Epe, Harderwijk, Heerde, Lochem, Montferland, Nunspeet, Oude IJsselstreek, Putten, Voorst en Zutphen. Tegen: Winterswijk en Oost-Gelre Uitslag: 83 stemmen voor en 7 stemmen tegen. Het voorstel is aangenomen en mevrouw Prins bedankt voor het vertrouwen dat daarmee is uitgesproken. Mevrouw Timmer vraagt welke AB-leden willen aansluiten bij de begeleidingsgroep? Mevrouw Wormgoor, de heer Wormskamp en de heer Bennink melden zich hiervoor. Afgesproken wordt dat maandag 24 februari 2025 gebeld wordt met de zorgaanbieders. Elke partij krijgt één telefoontje. Mevrouw Vos, de heer Huizinga en de heer Wormskamp bellen maandag met de zorgaanbieders. Vanaf maandagavond 24 februari 2025 vervalt dan ook de geheimhouding van de stukken en van de verslaglegging van de besloten vergadering. Het AB besluit: 1. Kennis te nemen van de oplegger bestuursopdracht Perspectieven GGD en de memo van de DPG 2. Kennis te nemen van het onderzoeksvoorstel van Lysias 3. Om het onderzoek naar toekomstbestendige JGZ te starten, en in navolging van het procesvoorstel een ambtelijke opdrachtgeversgroep en ambtelijke opdrachtnemersgroep in te richten. 4.

Het onderzoeksvoorstel aan te laten passen aan de gewijzigde opdracht zoals nu verwoord onder 3, het gewijzigde voorstel te delen met het AB, een communicatieplan op te laten stellen nadat op korte termijn de zorgaanbieders geïnformeerd zijn over het onderzoek en dat AB-leden aansluiten bij de begeleidingsgroep.

7

3. Rondvraag en sluiting Geen bijzonderheden

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15230752/1