CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

VNOG ZZ Bijlage 1 Jaarstukken VNOG 2021 v 09jun22 incl verklaring

Gemeenteraad 15 september 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken37.321 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2 alinea's met “opening”: 496 657

• •

eind van het jaar: het in beeld brengen van mogelijke nieuwe risico’s en maatregelen en de toetsing van bestaande risico’s t.b.v. de kadernota (in 2021: Kadernota 2023-2026); het afstemmen over/ vergelijken met andere veiligheidsregio’s ten aanzien van relevante risico’s.

Het doel van deze aanpak is om het beoordelen en beheersen van risico’s actueel te houden. Risico-inventarisatie Algemeen In de Programmabegroting 2021-2024 was in de risicoparagraaf een tussenstand opgenomen van de vanaf begin 2020 voor de VNOG geïnventariseerde risico’s. De inventarisatie is gecompleteerd vanaf de Kadernota 2022-2025. Het geheel wordt jaarlijks gemanaged zoals hiervoor beschreven. Daarbij is het van belang te beseffen dat het inherent is aan risico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Bij de inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen, vormen de bestuurlijk vastgestelde beleidsdoelen en normen (waaronder die uit de Toekomstvisie 2020-2026) het uitgangspunt. De corona (COVID-19) uitbraak maakt meer in algemene bewoordingen onderdeel uit van de risicoinventarisatie. Gezien de impact van de pandemie wordt hier separaat bij stilgestaan. De wereldwijde corona uitbraak vanaf eind februari 2020 heeft ook voor 2021 grote gevolgen gehad voor de VNOG. Een toelichting op hoofdlijnen staat in hoofdstuk 2 Het resultaat van deze jaarstukken; meer details zijn te vinden bij de toelichting op de programma’s (hoofdstuk 3) en in de zogenaamde ‘COVID-19 paragraaf’ (paragraaf 4.4.). In financieel opzicht brengt de coronacrisis zowel meer- als minderkosten met zich mee.

Zo zijn er hogere kosten door inzet van extra mensen en middelen voor de crisisorganisatie. Ten opzichte van 2020 zijn deze hogere kosten in 2021 wel afgenomen. De minderkosten hebben te maken met het niet kunnen of anders moeten uitvoeren van een deel van de reguliere activiteiten, plannen en initiatieven van de VNOG. Dit geldt ook voor bepaalde onderdelen van de implementatie van de op 15 januari 2020 vastgestelde Toekomstvisie (zie ook paragraaf 4.7. ‘Toekomstparagraaf’). Er bestaat een kleine kans dat door de VNOG genomen besluiten in het kader van de handhaving van de COVID-19 maatregelen (GRIP-4) met succes worden aangevochten door bedrijven en instellingen en dat claims toegewezen worden. Dit risico laat zich nog niet kwantificeren. Inventarisatie In de vastgestelde programmabegroting 2021-2024 waren de risico’s weergegeven in drie afzonderlijke tabellen. Daarmee is een eerste uitwerking gepresenteerd van de geïnventariseerde en beoordeelde (financiële) risico’s, waarbij toen de volgende aantekeningen waren gemaakt: • De benoemde risico’s voor de begroting 2021 waren opgehaald vanuit de afdeling Bedrijfsvoering en aangevuld met relevante risico’s uit eerdere jaren en die van de omliggende veiligheidsregio’s. • De risico’s uit de begroting 2021 zijn weergegeven in de hierna weergegeven drie tabellen.

Naast de financiële risico’s voor de VNOG, met een (te berekenen) effect op het weerstandsvermogen (tabel 1, afgekort “rw”), worden verder de overige (eigen) risico’s (tabel 2, afgekort “ro”) - en de externe risico’s (tabel 3, afgekort “re”) van elkaar onderscheiden. Voor de ‘eigen’ (financiële) risico’s moet de VNOG zelf maatregelen treffen. Voor de meer algemene

Pagina 30 van 96

•

(externe) risico’s die mogelijk ook voor meer veiligheidsregio’s (kunnen) gelden, wordt vooral in ‘collectief verband’ gekeken naar (gezamenlijke) oplossingen. De bedragen die staan vermeld bij weerstandscapaciteit waren bij het opstellen van de begroting 2021 nog indicatief en moesten verder worden uitgewerkt en onderbouwd. Voor de tabellen is destijds, bij vergelijkbare risico’s, mede gekeken naar de berekende bedragen van de buurregio’s Twente en IJsselland.

Tabel 1 (afk. rw): risico’s met schatting Weerstandscomponent Beschrijving risico's VNOG met schatting weerstandscomponent Nr. Risico (samengevat) risico 1 De continuiteit van de repressieve activiteiten en crisisorganisatie komt in gevaar bij onvoldoende mensen en middelen. 2 De continuiteit van de repressieve activiteiten en crisisorganisatie komt ingevaar door niet functionerende ICTsystemen (cyber aanval). 3 De continuiteit van de repressieve activiteiten en crisisorganisatie komt in gevaar, nu een tekort aan vrijwilligers dreigt. Een teveel aan (roostering) uren van de bestaande (repressieve) bezetting, geeft risico op fouten, uitval en sancties (Arbeidstijden). 4 De t.l.v. de VNOG (de regio's) blijvende kosten voor multi-opschaling (CACOfunctie), na overgang van de regionale naar de landelijke meldkamer (LOM). 5 Onduidelijkheid voor wiens rekening kosten voor (aanpassing van) huisvesting komen, kunnen leiden tot onvoorziene kosten en ook tot conflicten tussen partijen en onrechtmatig handelen.

6

Oorzaak

Beheersmaatregel

Risico- Weerstandsdrager capaciteit management BO *)

Mensen en/of middelen vallen uit en/of hun optreden/inzet wordt verstoord bij (acute) repressieve acties. Verbindingen en/of systemen vallen uit en/of worden verstoord bij (acute) repressieve acties.

Uitvoeren maatregelen op basis van continuïteitsplan voor kritische processen, opgesteld (2019) door de afdeling Crisisbeheersing. Uitvoeren maatregelen op basis van manacontinuïteitsplan voor kritische gement processen, opgesteld (2019) door de BO *) afdeling Crisisbeheersing. De binding die vrijwilligers hebben Organiseren van activiteiten en met werken aan veiligheid, neemt participeren in lobby die de binding manaaf (maatschappelijke trend). van vrijwilligers bevorderen. Er wordt onvoldoende gestuurd op Verbeteren van sturing op aantallen gement IB **) werving (naar tijd en plaats). en regierol bij HR daarbij. Te weinig repressieve bezetting Werving/uitbreiding repressieve drukt op bestaande formatie. (vrijwilligers) capaciteit. De kosten van multi-opschaling Opnemen bij weerstandscapaciteit manaworden pas duidelijk na opening aandeel kosten VNOG van risico op gement € 600.000 van de LOM in 2022. kosten voor multi-opschaling (totaal BO *) ca. € 1 mln. per jaar). Bij de overgang van taken van de Opnemen bij weerstandscapaciteit gemeenten naar de VNOG, zijn in noodzakelijke (wettelijk) vereiste € 1.000.000 manahet verleden de zaken rondom kosten facilitair en huisvesting gement (aanpassingen aan) gemeentelijke gerelateerd aan demarcatie. eigendommen onvoldoende Opnemen in weerstandscomponent BO *) € 72.000 geregeld. mogelijke kosten voor vereiste Arboaanpassingen.

Mogelijke fiscale eindheffing bij Boven forfait uitkomend bedrag Opnemen bij weerstandscapaciteit overschrijding forfaitaire ruimte. aan vergoedingen/ verstrekkingen. gemiddelde kosten laatste 4 jaar. € 100.000 Mogelijke boete bij onjuiste (fiscale) toe- Onvoldoende (gedeelde) kennis Opleiden medewerkers en intern manapassing (Werkkostenregeling (Wkr)) bij van - en bewaking op juiste afstemmen van cao - en fiscale kennis. gement betalingen vergoedingen aan vrijwilligers. uitvoering (fiscaliteit). BV ***) *) BO = Brandweerondersteuning *) IB = Incidentbestrijding ***) BV = Bedrijfsvoering

Tabel 2 (afk. ro): Overige risico’s VNOG Beschrijving overige risico's VNOG Nr. Risico (samengevat) Oorzaak Beheersmaatregel Risicorisico drager 1 Er kan worden ingekocht voor te hoge Binnen de VNOG worden de De afspraken en regels voor inkopen manabedragen en/of tegen onjuiste inkoopregels en -afspraken niet bij de VNOG, organisatiebreed gement voorwaarden. Ook bestaat er risico dat (altijd) nageleefd en/of zijn deze 'ophalen' en communiceren. BV ***) wordt verzuimd om aan te besteden onduidelijk/onbekend. Vastleggen en communiceren (onrechtmatig handelen). proces/procedure inkoop. 2 Door hoog personeelsverloop op bepaalde Door 'stapeling' van organisatiever- Meer managementsturing nodig op afdelingen gaat (te)veel vakkennis anderingen, i.s.m. veel alternatie- behoud personeel, - vakkennis en mana'verloren' bij het VNOG-beroepspersoneel ve mogelijkheden voor een baan, continue opleiding - en ontwikkeling gement en blijft er werk liggen of wordt slecht zijn er veel vacatures bij de VNOG. van (tevreden) medewerkers. BO*) & uitgevoerd. Medewerkers zijn niet tevreden Meer aandacht voor onderzoeken/ BV ***) Het imago van de VNOG als werkgever over het werk en de (VNOG-) managen tevredenheid medewerkers. loopt gevaar. organisatie.

3 Onjuiste (cao) betalingen/vergoedingen Onjuiste basisgegevens, onvoldoen- Doorvoeren interne controle maatmanaaan personeel/vrijwilligers en veel tijd de kennis van en - controle op regelen (koppelingen en data). gement nodig voor te herstellen fouten. toepassing en aansluiting gegevens Opleiden medewerkers/declaranten. IB **) verschillende registratiesystemen. Vastleggen en afstemmen proces. 4 Het genereren van juiste Ontbreken regie en beleid t.a.v. Aanwijzen regisseur en opstellen manamanagementinformatie over personeel/ informatiebehoefte totaal VNOG. beleid infobehoefte VNOG. gement vrijwilligers en materiaal/materieel is te Ontbreken integrale In beeld brengen informatieBV ***) complex. informatiearchitectuur. behoeften/-architectuur. 5 Geen zichtbare uitvoering Onvoldoende vastlegging, borging Zichtbaar vastleggen en borgen manainformatieveiligheidsbeleid; mogelijke en tijd/capaciteit uitvoering beleid. uitvoering informatiebeleid. gement datalekken en boetes. Onvoldoende kennis van BIGWerven en opleiden betrokken BV ***) normen. medewerkers (BIG) informatiebeleid.

6 Gevaar discontinuiteit (ondersteuning) Het zoeken/vinden van een Nagaan of aan een manauitvoering van repressieve activiteiten en uitwijkmogelijkheid, heeft tot op uitwijkmogelijkheid van het data-/IT gement crisisorganisatie, door ontbreken heden geen (financiële) prioriteit centrum, prioriteit moet worden BV ***) uitwijkmogelijkheid voor (huidge) data-/IT gekregen. gegeven. centrum. *) BO = Brandweerondersteuning *) IB = Incidentbestrijding ***) BV = Bedrijfsvoering

Pagina 31 van 96

Tabel 3 (afk. re): algemene (Externe) risico’s VNOG Beschrijving algemene (externe) risico's VNOG Nr. Risico (samengevat) Oorzaak Beheersmaatregel Risicorisico drager 1 De mogelijke aanpassing van de De eventuele aanpassingen zijn De (landelijke) ontwikkelingen manarechtspositie (Wnra) van vrijwilligers kan gebaseerd op externe regelgeving. omtrent Wnra volgen. gement grote gevolgen hebben (financieel en Voorbereiden mogelijke gevolgen BV ***) paraatheid). t.a.v. de inzet personele capaciteit. 2 Wegvallen exploitatie(baten) bij stoppen Door wijziging van regels en Tijdig anticiperen, zowel financieel als manaOpenbaar Brand-/Regionaal meldsysteem opschaling naar een (landelijke) organisatorisch, op gevolgen bij gement (OMS/RBS) met gevaar voor discontinuïtiet meldkamerorganisatie. wijzigingen in huidige meldsystemen. BO *) meldingen. 3 Kosten voor VNOG bij onvoldoende Ontwikkelingen maatschappelijk Nagaan of er landelijk afsraken mana(mogelijkheden) dekking (door en in verzekeringsmarkt. kunnen worden gemaakt gement verzekering) bij aanspraken (fondsvorming) ter dekking van evt. BV ***) personeel/vrijwilligers bij schades. claims. *) BO = Brandweerondersteuning *) IB = Incidentbestrijding ***) BV = Bedrijfsvoering

Toelichting uitvoering risicomanagement 2021 Op grond van het uitgevoerde risicomanagement in 2021 wordt het volgende overzicht ‘Risico’s jaarrekening 2021’ weergegeven. De ontwikkelingen en verschillen t.o.v. de begroting 2021 worden kort nader toegelicht. Drie van de uit de begroting 2021 genoemde risico’s komen niet meer voor in de herziene inventarisatie. Het betreft de risico’s: • van blijvende kosten multi-opschaling CACO-functie (1e tabel, rw 4); • het verloren gaan van vakkennis door hoog personeelsverloop (2e tabel ro 2) en • ontoereikende managementinformatie (2e tabel, ro 4). De opschaling van de CACO-functie is inmiddels onderdeel van de (toekomstige) begroting van de nieuwe meldkamer (Oost 5), hierdoor is dit risico ten laste van de (individuele) VNOG komen te vervallen. Het mogelijk verliezen van vakkennis in de organisatie als gevolg van verloop van personeel, wordt voldoende geborgd door een goede overdracht van werkzaamheden. Daarnaast wordt aan binding van het personeel gewerkt door het bieden van voldoende mogelijkheden van interne ontwikkeling en doorstroming. Het genereren van juiste en samenhangende informatie heeft bij de VNOG voldoende aandacht (gekregen) m.n. door de introductie van BI tools en kan daarom als risico vervallen.

Verder is het in de begroting 2021 genoemde risico van het onvoldoende kunnen beschikken over voldoende mensen en middelen voor repressieve taken meer uitgewerkt in een aantal specifieke risico’s. Hierbij kan m.n. worden gedacht aan uitval van repressief materieel en vertraging ervan bij de aanschaf van nieuw (zie resp. nr. 8 en 9 in onderstaand overzicht ‘Risico’s jaarrekening 2021’). En ook aan de capaciteit van oefen- en opleidingsplaatsen (nr. 10 van genoemd overzicht). In het hierna weergegeven overzicht ‘Risico’s jaarrekening 2021’ wordt tussen haakjes verwezen naar de overeenkomende risico’s (rw., re. en ro.) uit de begroting 2021. Onder de tabellen wordt een aantal risico’s die in jaarrekening 2021 nieuw staan weergegeven, nog kort nader toegelicht. Risico's jaarrekening 2021 (gekwantificeerd) Nr. *

Risico's en oorzaken

1 (re,2) 2

Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS), risico niet kunnen inpassen medewerkers i.c.m. het vraagstuk behoud informatiepositie vanuit het brandmeldsysteem. Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG. Schaarste capaciteit repressieve inzet van vrijwilligers brandbestrijding door groter verloop/uitstroom vrijwilligers.

3 (rw,3)

Weerstandscapaciteit (euro's)

Pagina 32 van 96

75.000 320.000

286.000

4 (rw,3) 5

6 7

8 9

10 11 (rw,5) 12 (rw,5) 13 14 (rw,2) (ro,6) 15 (rw,6) (ro,3) 16 (ro,1) 17 (re,3) 18 19 20 (ro,5)

Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). Hogere prijzen; boven prijsindex, exploitatiekosten van energie en kleding Wereldwijde ontwikkelingen (in 2021) van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de (grondstof)prijzen van energie en kleding (aanschaf: 1 mln. per jaar) stijgen. Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten (vergoedingen/opleiding vrijwilligers en onderhoudstaken) behorende bij (nog niet gerealiseerde) besparingen vervanging materieel (vorig punt). Uitval materieel repressieve inzet brandbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen (5%) van blusmaterieel leiden bij vervanging (45 mln.) tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve in de komende jaren. Onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden beperkt bij niet voldoen vakbekwaamheidspleinen eisen RI&E.

Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). Kosten (tijdelijke) huisvesting/ faciliteiten kantoorpersoneel. Onzekerheid (termijn)toekomstige definitieve kantoorlocatie, na Europaweg.

15.000 70.000

80.000 385.000

45.000 225.000

18.000 58.000

360.000

Aanpassingen kantoorfaciliteiten en (meer) thuiswerken (corona). Hack systemen, verhinderen uitvoering crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT- systemen.

132.000 250.000

Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, - berekeningen en ontoereikende kennis en controles.

105.000

Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek. Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. Stijging reële bijdrage aan IFV door bijv. nieuwe taken. Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage. Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoons-gerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegevens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen.

15.000 60.000 18.000 486.000 30.000

3.033.000

*) tussen haakjes overeenkomend nr. Risico uit de begroting 2021

Risico's jaarrekening 2021 (niet gekwantificeerd) Risico's en oorzaken Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o. relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder. 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. 3 Onzekerheid toekomstbestendige - en efficiënte uitvoering van repressieve taken bij het niet (tijdig) realiseren samenvoeging/-werking kazernes (Toekomstvisie bouwsteen 31 en 31a). Door onzekerheid uitkomsten onderzoeken samenvoeging/-werking aangegeven regio's, nog geen duidelijkheid over verbeteringen uitvoering repressieve activiteiten. 4 (On)mogelijkheid terugbrengen meerkosten kazernering dagdienst. Bij vervallen van mogelijkheid van roosteren vrijwilligers voor repressieve (dag)taken, zoeken naar (duurdere) alternatieven, zoals inhuur. 5 Pandemie, het scenario pandemie zal n.a.v. COVID-19 worden herzien in het risicoprofiel. De consequenties voor de VNOG zijn nog niet te kwantificeren.

Nr.* 1 (re,1)

*) tussen haakjes overeenkomend nr. risico uit de begroting 2021

Pagina 33 van 96

Toelichting Bij de uitvoering van het risicomanagement in 2021 is enerzijds gekeken naar de actuele situatie van risico’s welke zich kunnen voordoen binnen en buiten de VNOG. Anderzijds is gestuurd op de te nemen maatregelen om de risico’s te beheersen. In de Tweede Financiële Verkenning 2021 is daarover een rapportage opgenomen. De in 2021 nieuw weergegeven risico’s hebben in grote lijn te maken met de volgende onderwerpen: • het risico van een juiste match tussen ‘vraag en aanbod’ bij de komst van de nieuwe Omgevingswet; • het risico op hogere prijzen, schaarste en uitval van (vervangend brandweer)materieel; • het risico van het niet tijdig realiseren van personele – en materiële besparingen bij vertraging van realisatie van de Toekomstvisie; • het risico van onvoldoende (eigen) oefenmogelijkheden/-locaties; • risico’s met financiële gevolgen door (andere) externe oorzaken, zoals de rentestijging en de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Bij de inventarisatie van de risico’s is ook gekeken naar mogelijk oorzaken ervan en de te nemen maatregelen voor het matigen, overdragen, vermijden of accepteren ervan. De te nemen maatregelen en de bewaking van de opvolging ervan komen verder aan de orde in de begroting 2023-2026 en daaruit voorvloeiende (P&C) rapportages.

In het kader van de jaarrekening 2021 volstaan we met de weergave van de hiervoor vermelde risico’s met de oorzaken en het daarbij berekende bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit. Het berekende bedrag is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect. Voor een deel van de risico’s is het nog te niet te zeggen wat de financiële effecten ervan (kunnen) zijn (zie het overzicht ‘Risico's jaarrekening 2021 (niet gekwantificeerd)’). Daarnaast verwachten we van risico’s die extern worden veroorzaakt dat de mogelijke financiële effecten, generiek zullen worden gecompenseerd. De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstands-capaciteit, komen verderop in deze paragraaf aan de orde. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (de benodigde weerstandscapaciteit). De vastgestelde beleidsregels worden hieronder samengevat. De beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen.

De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's.

Pagina 34 van 96

Beschikbare weerstandscapaciteit • De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken. • De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve, eventuele Stille Reserve en de post Onvoorziene uitgaven. Bij de VNOG is er geen sprake van een stille reserve. Bij de jaarrekening wordt de post Onvoorziene uitgave niet meegenomen, omdat deze onderdeel vormt van het resultaat waarvan de bestemming bestuurlijk wordt vastgesteld. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. • De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (artikel 12 van de Financiële verordening VNOG 2019) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, zoals daarvan o.a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. • De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s. Dit geldt voor zover er geen bestuurlijke besluitvorming t.a.v.

specifieke bestedingen (leidend tot een beklemming/beslag in de toekomst) heeft plaatsgevonden. Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2021

€

Saldo Algemene reserve

1.135.114

Saldo Bedrijfsvoeringsreserve *)

1.979.500

Beschikbaar weerstandsvermogen

3.114.614

* hierbij is rekening gehouden met in 2021 genomen besluiten tot toekomstige besteding in 2022 e.v. ad. € 920.000; voorts met begin 2022 ter besluitvorming voorliggende besteding ad. € 100.500, zoals blijkt uit de overeenkomstige toelichting in de begroting 2023-2026. Daarmee wordt het saldo van de Bedrijfsvoeringsreserve dat meetelt in het bepalen van de beschikbare weerstandscapaciteit: 3.000.000 – 920.000 – 100.500 = 1.979.500.

Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG rekening 2021

€

Beschikbare weerstandscapaciteit

3.114.614

Benodigde weerstandscapaciteit

3.033.000

Ratio

1,03

Toelichting De hoogte van de Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve eind 2021 is zodanig dat de weerstandsratio zich bevindt aan de ondergrens van de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4. Financiële kengetallen VNOG Begroting 2021

Rekening 2021

Netto schuldquote

82%

41%

Solvabiliteitsratio

12%

29%

Structurele exploitatieruimte

0,3%

4,6%

Pagina 35 van 96

Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Categorie A= minste risico

B - gem. risico

C = meeste risico

Netto schuldquote

< 90%

90%-130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20%- 50%

< 20%

begr. > 0%

begr. = 0

begr.< 0%

Structurele exploitatieruimte

De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor de VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is van financiële positie bij het opmaken van de jaarcijfers 2021. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente en aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Bij de begrote cijfers voor 2021 werd uitgegaan van een hogere schuldenlast en een lagere positie aan eigen middelen. Mede door het besluit om de m.n. in 2019 gevormde reservepositie te handhaven c.q. het weerstandsvermogen te versterken, valt de berekende netto schuldquote in de categorie ‘minste risico’. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio (inclusief het exploitatieresultaat over 2021) bedraagt 29% en valt daarmee binnen de categorie ‘gemiddeld risico’.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen. Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Deze ratio heeft vooral zeggingskracht wanneer de uitvoering van begroting niet wordt verstoord door uitzonderlijke situaties zoals daar de afgelopen jaren sprake van is geweest. Door de Covid-19 pandemie kon namelijk een deel van de structurele middelen niet worden ingezet. De betekenis van de berekende ratio voor het financieel beleid is in deze huidige context zeer beperkt.

Pagina 36 van 96

4.2. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Het brandweermaterieel en drie kazernes zijn in eigendom van de VNOG. Ter dekking van de groot onderhoudskosten van deze (overgenomen) kazernes is in de jaarrekening van de VNOG voor de kazernes Harderwijk en Doetinchem per kazerne een voorziening gevormd voor rekening van de betreffende gemeente; dit op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). De kazerne in Apeldoorn Zuid (Saba) betreft een appartementsrecht. Het opbouwen van een voorziening groot onderhoud voor de kazerne Apeldoorn Zuid (Saba) is daardoor een aangelegenheid van de Vereniging van Eigenaren Werkgebouw Zuid. De kazernes in eigendom van de VNOG zijn allemaal aangekocht in 2013. In 2023, na de BTW herzieningstermijn van 10 jaar, zullen de kazernes Harderwijk, Doetinchem en Apeldoorn Zuid (Saba) terug verkocht gaan worden aan de desbetreffende gemeenten. Dan wordt ook de binnen de VNOG opgebouwde onderhoudsvoorziening aan de betreffende gemeenten overgedragen. De kapitaalgoederen voor rekening van de VNOG zijn de voertuigen en overig materieel waarop wordt afgeschreven. Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen.

Pagina 37 van 96

4.3. Paragraaf Financiering Inleiding De Financieringsparagraaf is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de Programmarekening op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Artikel 13 van dit besluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Op grond van de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden) moet de Veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. In 2014 is het treasurystatuut herzien. De herziening was voornamelijk ingegeven door het toenemende belang vanwege de groei van activa als gevolg van de regionalisering en de invoering van de wet Hof. De aanpassing van het treasurystatuut is op 18 december 2014 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Op 10 december 2020 heeft het AB een nieuw treasurystatuut vastgesteld met een ingangsdatum van 1 januari 2021. Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn w.o. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Renterisico’s Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd zal worden met hogere rentelasten. Door ontwikkelingen op de geld- of kapitaalmarkt kan de nieuwe lening duurder uitvallen dan de oude. Ook wanneer een geldlening in aanmerking komt voor renteherziening bestaat dit risico. De Wet Fido stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente of andere decentrale overheid zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijke grens vastgesteld. Het niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van de VNOG, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. Preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen behoort in laatste instantie tot de mogelijkheden. Renterisico vaste schuld De renterisiconorm is een wettelijke norm die betrekking heeft op de vaste schuld. Vaste schuld ontstaat wanneer leningen worden afgesloten met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De renterisiconorm zet decentrale overheden aan tot spreiding van hun lening portefeuille en daarmee verlaging van het jaarlijks renterisico door hen te verplichten aflossingen op geldleningen en momenten van renteherziening over toekomstige begrotingsjaren te verdelen.

Het is aan de besturen van de decentrale overheden zelf om binnen de renterisiconorm voor een bepaalde mate van spreiding te kiezen. Berekening Renterisiconorm: Begrotingstotaal 2021 Percentage Renterisiconorm

: € 61,8 miljoen : 20% : € 12,4 miljoen afgerond

De risiconorm geeft aan dat jaarlijks maximaal € 12,4 miljoen van de vaste schuld in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. De VNOG heeft in 2021 geen leningen aangetrokken. Dit was mogelijk doordat terughoudend is omgegaan met uitgaven en door de heroriëntatie op de voorPagina 38 van 96

genomen investeringen waardoor in 2021 en voorgaande jaren slechts in beperkte mate gebruik werd gemaakt van de beschikbaar gestelde kredieten. Daarnaast was er sprake van een forse toename van de reserves binnen de VNOG die als intern financieringsmiddel zijn aangewend. In het verslagjaar is voor een bedrag van € 5,0 miljoen op de vaste schuld afgelost. In 2021 was geen sprake van renteherziening van een van de aangetrokken geldleningen. De VNOG heeft in 2021 dus ruimschoots aan de renterisiconorm voldaan. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de jaarbegroting van de VNOG bij aanvang van het jaar. De totale omvang van de jaarbegroting 2021 van de VNOG bedroeg bij aanvang van het jaar 2021 circa € 61,8 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond circa € 5,1 miljoen. Onderstaand overzicht bevat de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet, zoals bedoeld in het "Uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden.

Alle bedragen in onderstaand overzicht x € 1.000 Vlottende Vlottende Schulden Middelen Saldo Gemiddeld over=+/onder=januari 0 6.671 -6.671 schrijding limiet februari 88 8.355 -8.267 maart 899 9.232 -8.333 kwartaal 1 -7.757 -€ 12.820 april 8 10.055 -10.047 mei 604 7.555 -6.952 juni 753 8.903 -8.150 kwartaal 2 -8.383 -€ 13.447 juli 1.217 7.463 -6.246 augustus 843 7.418 -6.575 september 1.753 7.924 -6.172 kwartaal 3 -6.331 -€ 11.395 oktober 2.301 8.855 -6.554 november 676 9.785 -9.109 december 1.093 6.109 -5.016 kwartaal 4 -6.893 -€ 11.957

-12.820

-13.447

-11.395

-11.957

Kasgeldlimiet VNOG: € 5.063.707,1 afgerond € 5.063.707 Begroot aan het begin van het jaar 2021 € 61.752.526 Cf begroting vastgesteld in het AB conform artikel 2d van het uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden geldt voor een gemeenschappelijke regeling een percentage van 8,2%

Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt is de kasgeldlimiet in 2021 niet overschreden. Schatkistbankieren Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. De VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Als overtollig wordt aangemerkt alle middelen die een drempelbedrag overschrijden. Voor de VNOG is het drempelbedrag voor 2021 bepaald op € 463.000 (0,75% van begrotingstotaal). Het Ministerie heeft de regeling per 1 juli 2021 aangepast waardoor het drempelbedrag ingaande die datum verhoogd is naar € 1.235.000 (2% van Pagina 39 van 96

begrotingstotaal). De VNOG legt in navolgende tabel verantwoording af over de wijze waarin in 2021 de regels over schatkistbankieren zijn nageleefd. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) Drempelbedrag 463 463 1.235 1.235 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's (2) 255 208 230 164 Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 208 255 1.005 1.071 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 61.753 61.753 Het deel van het begrotingstotaal dat (4b) 61.753 61.753 kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat (4c) de € 500 miljoen te boven gaat 1e en 2e kw.: (1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met Drempelbedrag een minimum van €250.000; 3e en 4e kw.: (4b)* 0,02

463

1.235

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Som van de per dag buiten 's Rijks (5a) schatkist aangehouden middelen 22.981 18.929 21.203 15.053 (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's (2) - (5a) / (5b) 255 208 230 164 Rijks schatkist aangehouden middelen

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de VNOG in 2021 de regels voor het schatkistbankieren volledig heeft nageleefd. Renteberekening jaarrekening Voor de kapitaallasten van kazernes zijn in 2021 evenals voorgaande jaren de afgesproken projectpercentages doorbelast. Deze projectpercentages zijn gebaseerd op de ten behoeve van de financiering van de kazernes aangetrokken leningen. Aan de reguliere VNOG-investeringen is in 2021 0,8% rente toegerekend. Uitgezette externe gelden In het treasurystatuut staat dat er drie soorten kortlopende gelden ingezet kunnen worden. Het gaat om de volgende instrumenten: callgeld (daggeld), kasgeldleningen & deposito’s en rekeningcourantovereenkomsten. De VNOG heeft een rekening-courant bij de BNG en drie rekeningen bij de ING. Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. De VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën.

Pagina 40 van 96

4.4. COVID-19 paragraaf Ook in 2021 heeft de VNOG extra kosten gemaakt vanwege de coronapandemie. Gemaakte kosten Toezicht en handhaving In december 2020 is in het AB besloten dat de VNOG voor de gemeenten toezicht en handhavingscapaciteit organiseert via externe bedrijven. Bij de besluitvorming in december door het AB is ervan uitgegaan (brief minister De Jonge 28 september 2020), dat deze kosten tot en met het 1e kwartaal 2021 konden worden gedeclareerd bij het ministerie van VWS. Deze kosten zijn ook gedeclareerd. Over zowel 2020 als 2021 zijn deze declaraties nog niet door het ministerie voldaan. Specifiek voor de CTB-controle eind 2021 verloopt de Rijksbijdrage ad € 2.140.710 aan de deelnemende gemeenten via de VNOG. Dit verloopt budgettair neutraal; de afwikkeling en verantwoording volgen later. Crisisorganisatie De kosten die voor de crisisorganisatie zijn gemaakt, zijn onder andere kosten voor inhuur van personeel voor Duits-Nederlandse samenwerking, juridisch adviseurs, personeel van gemeenten, huur meubilair crisisorganisatie, extra kosten techniek AB-vergaderingen. Teststraten en vaccinatielocaties De VNOG heeft sporadisch werkzaamheden verricht voor deze locaties. Deze zijn gedeclareerd bij de GGD-NOG. Kosten eigen organisatie Dit zijn kosten die iedere organisatie heeft moeten maken in het kader van deze pandemie zoals desinfectiemiddelen, spatschermen, etc.

Deze kosten zijn niet declarabel en draagt de VNOG zelf. Bij de Tweede Financiële Verkenning is hiervoor € 219.000 beschikbaar gesteld. De werkelijke kosten kwamen € 32.787 hoger uit, wat binnen de betreffende begrotingsprogramma's gedekt kon worden. Overzicht lasten en baten Werkelijk

Bedrijfsvoering: Corona (COVID-19) spoeduitgaven(K) Brandweerzorg : Corona (COVID-19) spoeduitgaven(K) Brandweerzorg: Testlocaties Covid-19(K) Brandweerzorg: Toezicht en handhaving Covid-19 maatregelen(K) Risico- en crisisbeheersing: Corona (COVID-19) spoeduitgaven(K) Risico- en crisisbeheersing: Juridische kosten Covid-19(K) GHOR: Corona (COVID-19) spoeduitgaven(K) MON: Corona (COVID-19) spoeduitgaven(K) Alg.: Ondersteuning toezicht en handhaving CTB(K) *

Lasten

Baten

50.930 111.557 15.807 241.540 82.637 532 7.036 3.095 1.155.204 1.668.339

-15.807 gedeclareerd bij GGD-NOG -241.540 gedeclareerd bij Ministerie VWS -5.000 -2.140.710 985.506 -2.403.057 985.506

* De VNOG heeft een specifieke uitkering ontvangen van het Ministerie van Jusitie en Veiligheid voor het ondersteunen van de naleving van de controleplicht van het coronatoegangsbewijs. Van deze specifieke uitkering groot € 2.140.710 is per 31 december 2021 € 1.155.204 als voorschot uitbetaald aan 16 gemeenten. Het niet uitgekeerde bedrag, € 985.506 is opgenomen op de balans.

Pagina 41 van 96

Kosten VNOG Kosten Kosten 1,5 mtr crisisorganisatie samenleving 49.771 1.159 111.557 82.637 -4.468 7.036 3.095 134.976 115.811

4.5. Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG begroting is vanaf 2016 het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgenomen. Voor de behaalde doelstellingen en uitgevoerde activiteiten op dit programma wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Deze paragraaf gaat in op diverse andere onderwerpen binnen de bedrijfsvoering. Werkkostenregeling Doordat de verhouding tussen de omvang van de totale loonsom en hoeveelheid personeel bij de VNOG scheef ligt door het grote aantal vrijwilligers, is over het algemeen een eindheffing vanwege de Werkkostenregeling (WKR) onvermijdelijk. Om vroegtijdig inzicht te krijgen op de ontwikkeling van de WKR, berekent de VNOG met ingang van 2017 ieder kwartaal de cumulatieve effecten van de WKR. Op die manier kan worden bezien of er een eindheffing vanwege de WKR dreigt, of bijsturing mogelijk is en kunnen bijsturingsacties worden genomen. Deze maatregel heeft sinds 2017 effect. De eindheffing is de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Eindheffing Werkkostenregeling 2016 288.000 2017 61.000 2018 71.000 2019 36.000 2020 38.000 2021 18.000

Eenmalige veranderkosten Toekomstvisie De eenmalige veranderkosten vanuit de Toekomstvisie betreffen onder andere de organisatieontwikkeling en informatievoorziening. De aanvullende werkzaamheden voor informatievoorziening waren in 2020 afgerond. Wat betreft de organisatieontwikkeling het volgende. De directeur heeft eind 2018 een bestuursopdracht gekregen om een toekomstbestendige organisatie te vormen die veiligheid en zorg biedt aan de burgers. De bestuursopdracht bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel is uitgewerkt in de reader voor de bestuurlijke tweedaagse van september 2019 en heeft geleid tot de Toekomstvisie, die vastgesteld is op 15 januari 2020. Het tweede deel omvat de inrichting, cultuur en aansturing van de organisatie. Het dagelijks bestuur heeft voor dit tweede deel van de opdracht het besluit genomen tot aanpassing van de organisatie. Daarbij is besloten om de organisatie en medewerkers te ontwikkelen door middel van een organische veranderaanpak. Dit betekent een veranderaanpak waarbij - in nauwe samenwerking met de medewerkers en de OR - stapsgewijs veranderingen in de organisatie worden aangebracht; dit met rechtspositionele waarborgen. Hiervoor is een aangepast sociaal statuut vastgesteld op 13 februari 2020. De VNOG ziet dit proces als een reis, genaamd ‘De Expeditie’, waarin we met elkaar onze organisatievisie vorm en inhoud geven.

Samen werken we aan de koers en daar waar nodig sturen we onze koers bij. Aan het einde van dit traject (in 2022) zijn bijvoorbeeld de knelpunten op het gebied van aansturing, eenheid en integraal denken in het managementteam verholpen. Daarbij leggen wij een fundament onder onze toekomst.

Pagina 42 van 96

Een onderdeel van de ‘De Expeditie’ is het traject van de ‘professionals voor de toekomst’. Dit traject is een intensieve leergang voor het vergroten van persoonlijk leiderschap waardoor in het werk en in het leven meer flow ervaren wordt. Nieuwe leidinggevenden hebben hiervoor in 2021 samen met collega’s een programma gevolgd voor de periode van een half jaar. Gedurende het programma werd gewerkt aan het uitwerken van vier complexe, uitdagende opdrachten die relevant zijn voor de organisatie. Medio 2021 zijn de resultaten gepresenteerd. Een tweede groep Professionals voor de Toekomst is inmiddels van start gegaan. De resultaten van deze opdrachten worden in juni 2022 gepresenteerd, waarmee het programma wordt afgesloten. In het kader van het organisch verandertraject zijn de afdelingsplannen vastgesteld en verwerkt in het organisatieplan. Dit plan is samen met de functie- en formatielijst in 2021 door het MT vastgesteld. Formele bestuurlijke vaststelling inclusief advisering door de Ondernemingsraad vindt plaats in de eerste helft van 2022. Tevens is de wijziging van een aantal regelingen voorbereid, waaronder de organisatie- en de mandaatregeling. Ook voor deze regelingen geldt dat de formele bestuurlijke vaststelling inclusief advisering door Ondernemingsraad plaats vindt in de eerste helft van 2022.

De ontwikkel –en functieverkenningsgesprekken met de medewerkers zijn afgerond. De verwerking van de uitkomsten van de gesprekken loopt nog door in 2022. De informatie uit de gesprekken en hiermee de doorontwikkeling van de medewerkers zijn onderdeel van en worden ingebed in de gesprekscyclus. Terugkijkend op het jaar 2021 heeft het werken aan Duurzame Inzetbaarheid een plek gekregen binnen de VNOG. In de zomerperiode tot september stond een enquête uit met vragen over de Health Check, de vitaliteitsweken, Good Habitz, loopbaan coaching en de ontwikkel- en functieverkenningsgesprekken. Het Huis van Werkvermogen is onze metafoor. De begane grond van dit huis staat voor vitaliteit; • De afgelopen periode zijn de resultaten van de Health Checks gedeeld met het MT en de teamleiders. Speerpunten komende tijd zijn aandacht voor mentale fitheid en leefstijlelementen. Er komen trainingen met gesprekstechnieken voor leidinggevenden. Medewerkers met een matig werkvermogen zijn anoniem uitgenodigd voor een consult met de bedrijfsarts om hun rapportage en mogelijke interventies te bespreken. • In het najaar organiseerde de werkgroep VNOG Vitaal activiteiten rondom ‘Goed Slapen’ en ‘Balans Werk & Privé’. Ook was er een Beweegchallenge met een virtuele route langs alle gemeenten van de regio.

• 73% van de medewerkers geeft aan dat ze ervaren dat de VNOG het belangrijk vindt dat medewerkers vitaal zijn en zich goed voelen. Op de eerste verdieping van het huis staan competenties en ontwikkeling centraal: • In november werden de Werkweken voor de tweede maal georganiseerd. Beoogd waren ochtendlezingen van het A&O fonds, (digitale) workshops, open huis en een loopbaansymposium. Door de coronamaatregelen zijn de laatste twee activiteiten naar 2022 doorgeschoven. • Ook de tweede groep van Professionals voor de Toekomst krijgt een Insights Discovery profiel. Enkele individuele medewerkers hebben naar aanleiding van hun ontwikkelgesprek een Insights Profiel laten maken. Vervolgsessies met als thema o.a. teameffectiviteit staan gepland voor 2022. Insights Discovery is een krachtig systeem dat uitgaat van psychologische voorkeuren. • Loopbaan coaching; Uit de enquête blijkt dat 20% van de medewerkers een loopbaantraject heeft gevolgd. En dat 60% dit in de toekomst wil gaan doen. Pagina 43 van 96

In de media: • Het project ‘Werken aan Duurzame Inzetbaarheid’ kreeg aandacht in de sociale media door een artikel van het A&O Fonds en in de VNG special ‘Werken bij de Overheid’. Voor de veranderkosten is bij vaststelling van de Toekomstvisie incidenteel € 1.040.000 beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld voor ‘De Expeditie’, Risico- en Crisisbeheersing, IT en Vakbekwaamheid. Mede door corona zal het traject van de Expeditie naar verwachting doorlopen tot de zomer van 2022. In de tabel hieronder staan de veranderkosten tot en met 2021. Budget éénmalige veranderkosten Toekomstvisie: Budget: Uitgaven: Leiderschapsprogramma: Ontwikkel- en loopbaanadvies Professionele vaardigheden Duurzaam inzetbaarheid Mobiliteit Subsidie A&O voor mobiliteit

Uitgaven 2020 1.040.000

Uitgaven 2021 723.208

Totale uitgaven

-151.925 -13.749 7.543

-44.191 -1.688 -35.598 -54.017 -4.447 5.000

-196.116 -15.437 -28.055 -54.017 -4.447 5.000

Personele kosten

-93.987

-89.300

-183.287

Projectleiding administratieve processen Informatievoorziening

-24.674 -40.000

Doorontwikkeling RCB Totale uitgaven: Restant budget 31-12 boekjaar

-24.674 -40.000

-316.792

-64.500 -288.741

723.208

434.467

-64.500 -605.533

Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) en Arbo In de periode van 2017 t/m 2018 is er een gedegen Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uitgevoerd, bestaande uit een ‘warme’ RI&E (voor de repressieve medewerkers), de ‘koude’ RI&E (voor alle 56 kazernes en werklocaties), een ‘natte’ RI&E (voor waterongevallen) en enige ‘specialistische’ RI&E’s. Verder heeft een werkbelevingsonderzoek plaatsgevonden voor het vaste kantoorpersoneel. In 2019 werd het RI&E rapport definitief. In 2019 is een Plan van Aanpak opgesteld, om de actiepunten uit het RI&E rapport uit te voeren; dit loopt. Actiepunten koude RI&E brandweerposten Vanuit de RI&E zijn er voor de 56 posten actiepunten opgenomen in het Arbomanagementsysteem. De actiepunten zijn integraal afgestemd met het team Vastgoed, Services en Projecten (VSP) van de VNOG en worden vanuit vastgoed in samenwerking met Arbo en in nauwe afstemming met de gebouweigenaren (de gemeenten) opgepakt. De punten zijn geïntegreerd in de demarcatie afspraken omtrent huisvesting met de gemeenten. RI&E Oefenlocaties, Vakbekwaamheidspleinen Het afgelopen jaar heeft er door de aanpassingen bij de vakbekwaamheidspleinen alhier een aanvullende inventarisatie plaatsgevonden voor de RI&E. De geconstateerde punten zijn omgezet naar acties in het Arbomanagementsysteem en grotendeels opgepakt. Met team VSP wordt gekeken naar borging van structureel beheer.

Pagina 44 van 96

Vaccinatiebeleid VNOG (operationele dienst) Volgend op één van de actiepunten in de RI&E (“Stel een VNOG breed controlesysteem op voor de geldigheid en her(vaccinatie) van medewerkers”), is er in 2021 een vaccinatiebeleid VNOG vastgesteld. Aansluitend heeft er een inventarisatie plaatsgevonden en start de uitvoering in Q1 van 2022. Overige onderwerpen − Covid-19 en thuiswerken: ook 2021 heeft in het teken gestaan van werken binnen de beperkingen van covid-19. Voor het thuiswerken zijn er vanuit Arbo adviezen gegeven voor het creëren van een goede en veilige thuiswerkplek. Hierover is door het MT van de VNOG een besluit genomen over het beschikbaar stellen van benodigde voorzieningen. − Melding ongevallen, etc.: in 2021 is geregeld dat de meldingen van ongevallen, bijna ongevallen, gevaarlijke situaties en agressie en geweld voortaan rechtstreeks via een link op het digitale platform MijnVNOG gemeld kunnen worden bij HRM-Arbo. Voor de vrijwilligers komt ter vervanging van de papieren formulieren in 2022 een tablet op de posten en een app beschikbaar van waaruit rechtstreeks de melding kan worden gemaakt. Bij schade worden meldingen doorgegeven aan het onderdeel Verzekeringen.

− Diverse projecten Materieel en Vakbekwaamheid: bij de lopende projecten van aanschaf van materieel en projecten bij Vakbekwaamheid wordt door Arbo in diverse projectgroepen deelgenomen om aan de voorkant aan te sluiten en de benodigde input te geven. − Project voorkomen hittestress: in 2019 en 2020 heeft de brandweer VNOG tijdens het repressieve optreden te maken gehad met hoge omgevingstemperaturen. Ten aanzien van bewustwording op dit thema heeft in 2021 de campagne ‘Beat the heat’ plaatsgevonden, om medewerkers te helpen bij het werken bij hoge temperaturen. − Arbofilm-VNOG: vanwege covid-19 was het niet mogelijk om als Arbo fysiek aanwezig te zijn bij een thema-avond bij de 56 posten. Als alternatief is er voor het oefenprogramma een ‘ArbofilmVNOG’ gemaakt. − Adviezen: Arbo heeft in 2021 diverse adviezen uitgebracht naar aanleiding van vragen vanuit diverse afdelingen. Verzekeringen Vanwege de coronacrisis hebben veel activiteiten een tijd lang stilgelegen. Als gevolg daarvan zijn er ook minder schades geweest dan voorgaande jaren wat tot uiting komt in de cijfers van de schadeafwikkeling. Hieronder zijn enkele cijfers hieromtrent over het jaar 2021 opgenomen.

Het betreft het aantal dossiers dat in behandeling is genomen bij onszelf als eigen risicodrager of bij de verzekeraar; bijgewerkt tot 24 januari 2022: Personele dossiers: − Ongevallen: 10 dossiers, variërend in financiële omvang. − Eigendommen: 12 dossiers. Alle dossiers zijn voor eigen rekening van de VNOG. o 10 dossiers onder de € 500 o 2 dossiers boven de € 500 − Aansprakelijkheid richting derden: 3 dossiers. − Rechtsbijstand: geen dossiers. Materiele dossiers: − Instrumenten: 4 dossiers, waarvan 3 inbraken in de kazerne waarbij redgereedschap is ontvreemd. − Werkmateriaal: 1 dossier. − Brandverzekering: geen dossiers. − Wagenpark: Totaal 61 dossiers: o Schadeclaim tussen: € 0 – € 5.000: 50 o Schadeclaim tussen: € 5.000 – € 10.000: 3 o Schadeclaim tussen: € 10.000 – € 25.000: 1 o Schadeclaim: > € 25.000: 0 Specificatie: o 6 (nog) geen claim

Pagina 45 van 96

− −

o 23 claims WA o 36 claims Casco o 1 dossier met letsel(tegenpartij) Uitkeringen in dossiers ouder dan 2021: 11 uitkeringen op personele dossiers en 8 uitkeringen op materiele dossiers (zowel betalingen en ontvangsten). Er staan nog enkele letseldossiers van het personeel open: o 2016: 2 dossiers o 2017: 2 dossiers o 2018: geen dossiers o 2019: geen dossiers o 2020: 2 dossiers o 2021: 7 dossiers

De ongevallenverzekering en de verzekering van het wagenpark zijn met 12 maanden verlengd tot 31-12-2022/01-01-2023. Er wordt landelijk gewerkt aan het oprichten van twee stichtingen rondom verzekeringen e.d. waar alle veiligheidsregio’s aan kunnen deelnemen: een Stichting Risicobeheer en een Stichting Waarborgfonds. Zie de paragraaf ‘Verbonden partijen’ (4.6) voor een toelichting. Vervolg op hack Er zijn in 2021 verdere stappen gezet naar aanleiding van de computerhack waar de VNOG in september 2020 mee werd geconfronteerd. Er is een extra monitoring op de beveiliging ingevoerd (‘versterkte dijkbewaking’) en voor het personeel is een bewustwordingsprogramma uitgevoerd. Een versnellingsprogramma om op een hoger niveau te komen voor de Baseline Informatievoorziening Overheden (BIO) en de AVG (privacywetgeving), dat landelijk door alle veiligheidsregio’s is omarmd, is voorbereid om vanaf 2022 te gaan uitvoeren. Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor de VNOG. Ook hier heeft corona ervoor gezorgd dat in 2021 maar beperkt stappen konden worden gezet en soms zaken moesten worden uitgesteld, maar er zijn wel degelijk ook vorderingen gemaakt, zoals projecten voor langer veilig thuis wonen, brandbarometer, onderzoek naar de inzet van drones bij de natuurbrandbestrijding, etc. Bij de programma’s in hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan.

Pagina 46 van 96

4.6. Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de Veiligheidsregio een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Voor de VNOG is alleen de ‘gemeenschappelijke regeling Meldkamer Oost Nederland (MON)’ een verbonden partij. Meldkamer Oost Nederland (MON) Twee leden van het algemeen bestuur VNOG nemen deel in het algemeen bestuur van de MON. Tot 1 januari 2020 bestond de financiële bijdrage uit een voorschot dat tweemaal per jaar werd voldaan. De financiële middelen die beschikbaar worden gesteld zijn niet verhaalbaar in het geval de MON haar financiële verplichtingen niet nakomt. De VNOG zorgt samen met de Veiligheidsregio IJsselland, de districten NOG en IJsselland binnen de politie-eenheid Oost en de vergunninghouders ambulancezorg in de regio’s NOG en IJsselland voor de financiering van de MON. Relatie met doelstelling Volgens de Wet veiligheidsregio’s is het bestuur van de Veiligheidsregio verantwoordelijk voor het instellen en in standhouden van een gemeenschappelijke meldkamer. Beleidsvoornemens / ontwikkelingen Het invoeren van de Landelijke Meldkamer Samenwerking met tien locaties in Nederland (waaronder Apeldoorn) zorgt voor een grote impact.

Voor de MON betekent dit dat het beheer en de bedrijfsvoering van de meldkamer per 1 januari 2020 is ondergebracht bij het verbijzonderde deel van de politieorganisatie LMS. Dit houdt ook in dat de Veiligheidsregio ingaande 1 januari 2020 hiervoor geen bijdrage meer aan de MON verschuldigd is. Het positief resultaat over 2019 groot € 411.141,is, in tegenstelling tot voorgaande jaren, niet terug betaald aan de deelnemers maar is toegevoegd aan de algemene reserve van de MON. Dit om (on)verwachte kosten tussen 1 januari 2020 en het moment van opening van de nieuwe meldkamer Oost 5 (naar verwachting eerste kwartaal 2023) te kunnen dekken. Over 2021 heeft de VNOG dus geen bijdrage aan de MON betaald. Het bestuurlijk belang J.N. Rozendaal DB lid MON. A.J.M. Heerts DB lid MON. Het financieel belang Bijdrage 2021: € nihil Omvang Eigen- Vreemd vermogen MON Eigen vermogen: 1-1-2021: € 416.091,- 31-12-2021: € 371.283,Vreemd vermogen: 1-1-2021: € 0,31-12-2021: € 0,De omvang van het verwachte nadelig resultaat 2021 voor de MON bedraagt circa € 44.808,-. Dit nadelig saldo wordt gedekt uit de aanwezige algemene reserve MON. Wel bestuurlijk belang, maar geen financieel belang Het verdient de aanbeveling om in deze paragraaf ook die partijen te noemen waar de VNOG wel een bestuurlijk belang in heeft, maar geen financieel belang.

Pagina 47 van 96

Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) In 2021 heeft het algemeen bestuur van de VNOG besloten om deel te gaan nemen aan de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) die per 1 januari 2022 officieel van start gaat. De deelname aan de WVSV is in 2021 via een aanpassingsprocedure van de gemeenschappelijke regeling van de VNOG vastgelegd. De aanpassing is in 2021 eerst aan de gemeenten voorgelegd en de raden hebben hun colleges toestemming gegeven om de aangepaste regeling aan te gaan. De komst van de WVSV was nodig vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra). Op 1 januari 2020 is de Wnra in werking getreden. Vanaf deze datum valt het gemeentepersoneel niet meer onder de CAR-UWO maar onder de CAO gemeenten c.q. het CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). Voor het personeel van de veiligheidsregio’s is de Wnra voor onbepaalde tijd uitgesteld en dit betekent dat op het personeel van de veiligheidsregio’s nog wel de CARUWO van toepassing is. Met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is afgesproken dat de CAR-UWO nog in 2020 en 2021 door de VNG wordt bijgehouden. Vanaf 2022 is het aan de veiligheidsregio’s om dit zelf te organiseren.

Om deze reden heeft het Veiligheidsberaad (voorzitters van de 25 veiligheidsregio's) besloten tot oprichting van een eigen zelfstandige werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s, de WVSV. Deze vereniging gaat vanaf 2022 namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelen met de werknemersorganisaties en afspraken maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De toekomstige arbeidsvoorwaardenregeling van de WVSV wordt zoveel mogelijk vergelijkbaar met de CAO-gemeenten/SGO, met toevoeging van c.q. aparte aandacht voor specifieke brandweeronderwerpen (vergelijkbaar met de huidige brandweerbepalingen in de CARUWO). De WVSV neemt daarmee het werk van de Brandweerkamer van de VNG over. De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. Het bestuur van de WVSV kent vijf zetels en bestaat uit bestuurders uit veiligheidsregio’s. In 2021 zat in het eerste bestuur i.o. van de WVSV geen bestuurder uit de VNOG. Het bestuur vormt tevens de onderhandelingsdelegatie, ondersteund door een vertegenwoordiging vanuit de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) en een ambtelijk secretaris/adviseur.

De WVSV wordt op het gebied van bedrijfsvoeringstaken ondersteund door het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV, nieuwe naam wordt: Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, NIPV). Stichting Risicobeheer en Stichting Waarborgfonds Voor de veiligheidsregio’s vergt het verzekeringsdossier steeds vaker specialistische kennis. Daarnaast is het steeds moeilijker om hun risico’s te verzekeren (met name de risico’s van arbeidsongevallen) en is sprake van stijgende verzekeringspremies. Nauwere samenwerking tussen de veiligheidsregio’s is een goede mogelijkheid om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden. Daarmee is het eveneens mogelijk om aanspraken van repressieve medewerkers, die bij hun werkzaamheden aan vergelijkbare risico’s blootstaan, gelijk te trekken. De veiligheidsregio’s kunnen hun kennis en (in de regel beperkte) personele capaciteit op het gebied van verzekeringen bundelen en een gezamenlijk fonds oprichten. Deze samenwerking tussen de veiligheidsregio’s krijgt vorm in twee stichtingen: de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, waarvan de oprichting eind 2021 aan de orde was en de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, waarvan de oprichting in de loop van 2022 zal volgen. De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen.

De Stichting Waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. De stichtingen zijn met name van belang voor het meedenken in de complexe zaken, het uniformeren

Pagina 48 van 96

van alle aanspraken binnen alle veiligheidsregio’s, begeleiden van aanbestedingen en het afdekken van risico’s welke we niet willen of kunnen verzekeren. Eind 2021 heeft het algemeen bestuur van de VNOG het voornemen uitgesproken tot oprichting van, en deelname aan, de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s. Dit voornemen van het algemeen bestuur volgt op het principebesluit van het landelijke Veiligheidsberaad tot oprichting van deze stichting. Het voornemen (inclusief toekomstige deelname aan de nog op te richten Stichting Waarborgfonds) is eind 2021 in de vorm van een wijziging van de gemeenschappelijke regeling VNOG aan de gemeenten voorgelegd; de deelname aan deze stichtingen moet namelijk in de gemeenschappelijke regeling VNOG worden verwerkt. De aanpassingsprocedure hiervoor is in december 2021 gestart. Het definitieve besluit tot deelname volgt begin 2022. Overig − Het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV, nieuwe naam wordt: Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, NIPV) is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het IFV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11684583/1