Uitvoeringsagenda publieke mobiliteit - eindversie 2
Tekst van het document
32/47
BEÏNVLOEDERS
BESLISSERS
Regio Stedendriehoek Gemeenten
Lokale ondernemers 1
2
3
4
Lokale vrijwilligersinitiatieven
1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten
Reizigers UITVOERDERS
GEBRUIKERS
Betrokken Partij
Rol in het Project
Regio Stedendriehoek
Initiator, verantwoordelijke kennispunt
Lokale vrijwilligersinitiatieven
Uitvoerende partijen (bijv. AutoMaatje, Ontmoetingslijn Voorst, Automobiel Apeldoorn, etc.).
Gemeenten (9)
Lokale partner.
Partner in het waarderingsprogramma (bijv. Lokale ondernemers/instellingen ziekenhuizen, horeca voor "gratis koffie").
Hoe draagt dit bij aan doelen? Doel
Bijdrage
1 - Bereikbaarheid van voorzieningen vergroten.
Gemiddeld. Deze initiatieven zijn een vervoersoplossing op maat in gebieden waar het reguliere aanbod voor de doelgroep niet toereikend is.
2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk.
Hoog. Het vervoer gaat vaak gepaard met een sociaal contactmoment, wat eenzaamheid tegengaat.
3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw.
Laag. Deze initiatieven zijn primair gericht op sociale en zorg gerelateerde ritten, niet op het opvangen van grootschalige vervoersstromen.
4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit.
Gemiddeld. Het biedt een kostenefficiënt alternatief (gedragen door vrijwilligers) dat de druk op het duurdere Wmo-vervoer (PlusOV) enigszins kan verlichten.
33/47
Wat is de planning en fasering? Project C1 - Kleinschalige vrijwilligersinitiatieven 2026 1 2 3 1 - Gesprekken met initiatieven 2 - Inrichten online kennispunt 3 - Opzetten fonds/bepalen kaders 4 - Opzetten waarderingsprogramma 5 - Start fonds 5 - Gerichte communicatie 6 - Bijhouden & beheren 7 - Evaluatie
4
1
2027 2 3
4
1
2028 2 3
2029
2030
4
Stappen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Gesprekken met huidige vrijwilligersinitiatieven Inrichten online kennispunt Opzetten fonds (o.a. bepalen kaders) Opzetten van waarderingsprogramma Start fonds Communicatie naar bestaande initiatieven en welzijnsorganisaties (incl. in kaart brengen initiatieven) 7. Bijhouden kennispunt, beheren fonds en waarderingsprogramma 8. Evaluatie Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? • •
Projectleider voor opzetten kennispunt Fonds:
Welke risico’s zijn er? Risico Kwetsbaarheid van initiatieven; als sleutelfiguren wegvallen, stopt het initiatief.
Versnippering en onzichtbaarheid van de vele kleine initiatieven voor de potentiële gebruiker.
34/47
Maatregel Faciliteren van een 'bottom-up' benadering met ondersteuning vanuit een centraal kennispunt en fonds, zodat initiatieven kunnen professionaliseren zonder hun lokale kracht te verliezen. Opzetten van een centraal online kennispunt en ondersteuning bij communicatie om initiatieven zichtbaar te maken.
35/47
Ontwikkelspoor D – Deelmobiliteit verbreden Inleiding Zoals de Tussenrapportage Publieke Mobiliteit (juni 2024) concludeerde, wordt het aanbod van deelmobiliteit als "grillig" ervaren in de Regio. Het is nog niet overal vanzelfsprekend en spreekt daardoor slechts een beperkt deel van de doelgroepen aan. Dit ontwikkelspoor heeft tot doel om alternatieven aan te bieden voor eigen vervoer, of waar andere publieke vervoersvormen niet beschikbaar zijn. Bijvoorbeeld het niet nodig hebben van een (tweede) auto omdat er altijd een deelauto of (bak)fiets in de buurt beschikbaar is om te gebruiken. Het deelauto-segment is het meest ontwikkeld. Landelijke aanbieders zoals MyWheels en Greenwheels zijn de belangrijkste spelers. Hun aanwezigheid is echter sterk gericht op de steden, ongeveer 75% van het regionale aanbod bevindt zich in Apeldoorn en Deventer. Recente ontwikkelingen tonen wel een actieve groei: zo heeft de gemeente Apeldoorn in oktober 2025 15 nieuwe, gereserveerde parkeerplaatsen toegewezen aan Greenwheels vanwege een "sterke groei" in het gebruik. Deze aanbieders zijn ook gevestigd in Deventer en Twello. Naast deze commerciële stadsinitiatieven bewijst Lochem Energie met 15 deelauto's dat deelmobiliteit ook in het landelijk gebied een belangrijke functie kan vervullen, juist daar waar het ov-aanbod beperkter is. Het aanbod op twee wielen is nu nog aanzienlijk lager.
De ov-fiets is de bekendste en meest succesvolle vorm, maar kampt met een significant dekkingsprobleem. Op 5 van de 11 treinstations in de regio, waaronder Twello, Klarenbeek en Voorst-Empe, ontbreekt deze voorziening voor de 'last mile' nog steeds. De provincie Gelderland heeft met NS afgesproken dat vóór 2029 alle stations in Gelderland ov-fietsen moeten hebben. De deelscooters (zoals GO Sharing) die voorheen in Apeldoorn en Deventer actief waren, zijn eind 2022/begin 2023 weer uit het straatbeeld verdwenen. De gemeenten werken nu aan beleid, zoals vergunningstelsels, om een eventuele terugkeer in goede banen te leiden en overlast te voorkomen. De focus van de gemeenten ligt momenteel sterk op het creëren van de juiste randvoorwaarden. Zowel Deventer (in het Mobiliteitsplan 2025) als Apeldoorn (in G40verband) zetten strategisch in op de ontwikkeling van mobiliteitshubs. Deze hubs, vaak aan de rand van de binnenstad of bij bestaande parkeergarages, moeten de fysieke overstappunten worden waar deelmobiliteit wordt gekoppeld aan het ov en de fiets. Tegelijkertijd wordt via het regionale programma 'Slim en Schoon Reizen' de zakelijke markt gestimuleerd met mobiliteitsscans en e-bike probeeracties. Een opvallend systeem
36/47
is ook het deelsysteem voor Wmo-scootmobielen in Apeldoorn en Deventer, dat een andere doelgroep aanboort dan normaal bij deelmobiliteit wordt gezien. Locaties hubs Belangrijke eigenschap van deelmobiliteit is dat het in veel gevallen geconcentreerd is op hubs. In diverse gemeentelijke en regionale plannen zijn al concrete hub-locaties aangewezen. De regionale "Uitvoeringsagenda 2023-2030"¹ identificeert de stationsgebieden van Apeldoorn, Deventer en Zutphen, evenals de Spoorzone Voorst, als de primaire hubs op regionaal niveau. Ook spreekt bijvoorbeeld het Verkeersplan Twello de ambitie uit voor een hub nabij het station van Twello. De gemeenten vullen dit verder in. Zo heeft Deventer in zijn "Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie"² Station Deventer als hoofd-hub benoemd, met de ambitie om bestaande parkeergarages (zoals de Centrumgarage) aan de stadsrand om te vormen tot hubs, en worden strategische locaties als Colmschate en Handelspark de Weteringen (nabij de A1) onderzocht. Apeldoorn richt zich in zijn "Mobiliteitsvisie 2040"³ op Station Apeldoorn Centraal als 'Top-hub', aangevuld met geplande stadsrandhubs bij de A1 en A50. Zutphen, ten slotte, focust in zijn omgevingsvisie⁴ niet alleen op de stationsomgeving (Het Spoor), maar ook op de ontwikkeling van knooppunten bij het bedrijventerrein De Mars en belangrijke invalswegen.
Belangrijk bij de ontwikkeling van hubs is dat het niet enkel knooppunten zijn waar vormen van mobiliteit bij elkaar komen, maar dat het ook plekken zijn waar men graag verblijft en waar bijvoorbeeld voorzieningen geclusterd kunnen zijn. 1. Regio Stedendriehoek (Uitvoeringsagenda 2023-2030): https://regiostedendriehoek.nl 2. Gemeente Deventer (Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie): https://www.deventer.nl 3. Gemeente Apeldoorn (Mobiliteitsvisie 2040): https://www.apeldoorn.nl 4. Gemeente Zutphen (Omgevingsvisie/mobiliteitsplannen): https://www.zutphen.nl
D1 – Verkennen regio-breed deelfietssysteem Beschrijving project/maatregel Dit project omvat de implementatie van een uniform deeltweewielersysteem op de corridor Apeldoorn-Twello-Deventer, waarbij de gemeentegrenzen voor de gebruiker vervagen. In plaats van een zware concessie, kiest de regio strategisch voor een gelijkgeschakeld vergunningensysteem. Dit houdt in dat de drie gemeenten hun regelgeving (APV) harmoniseren om één marktpartij per type voertuig (trapfiets en e-bike) te selecteren die in het gehele gebied mag opereren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de functie van het voertuig: de gewone trapfiets wordt ingezet voor de korte, 37/47
binnenstedelijke ritten ter vervanging van de auto, terwijl de elektrische deelfiets specifiek wordt gepositioneerd voor de langere afstanden op de corridor en het landelijk gebied. De inbedding in de fysieke ruimte volgt een hybride model dat nauw aansluit bij de Hubsstrategie uit de uitvoeringsagenda. Voor elektrische fietsen wordt direct gestart met vaste fysieke hubs (o.a. voor opladen) op strategische plekken zoals ov-knooppunten en toeristische trekpleisters. Voor trapfietsen wordt gestart met een flexibeler model binnen digitale zones (geofences), dat op basis van data kan evolueren naar vaste locaties om verrommeling tegen te gaan. Dit project fungeert als de praktische invulling van de regionale ambitie om mobiliteitshubs te ontwikkelen aan de randen van de steden en bij stations. Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut? Het project adresseert het probleem van het "grillige" aanbod van deelmobiliteit, zoals geconstateerd in de Tussenrapportage Publieke Mobiliteit. Momenteel is het aanbod versnipperd en stopt het bij de gemeentegrens, waardoor het voor forenzen geen betrouwbaar alternatief is voor de auto. Door de corridorbenadering wordt bijgedragen aan een oplossing voor de "last mile" problematiek in het landelijk gebied (Voorst) en op de verbinding tussen de stedelijke kernen.
Reizigers hoeven bij het starten en beëindigen van ritten geen rekening te houden met de gemeentegrenzen. Tegelijkertijd wordt de kans benut om in te spelen op de forse woningbouwopgave in de regio (40.000 woningen tot 2040). Nieuwe bewoners in ontwikkelgebieden zoals de Spoorzone Voorst of de Kanaalzone in Apeldoorn krijgen direct toegang tot een alternatief voor de (tweede) auto, wat ook parkeerdruk tegengaat en positief bijdraagt aan de ruimtelijke puzzel die gelegd moet worden. Iedere extra nieuwe parkeerplaats leidt namelijk tot minder ruimte voor groen, nieuwe huizen of voorzieningen. Bovendien biedt dit systeem een vangnet voor de verschraling van het reguliere busvervoer (Ontwikkelspoor A); waar buslijnen gestrekt worden of frequenties afnemen, biedt de elektrische deelfiets een fijnmazige oplossing voor de first/last mile, en is het een alternatief dat 24/7 beschikbaar is. Wat levert het project concreet op? Concreet resulteert dit project in een vloot van minimaal 400 deelfietsen die beschikbaar zijn voor inwoners, bezoekers en forenzen. Er ontstaat een netwerk waarbij een gebruiker een fiets kan huren in Apeldoorn en deze kan inleveren in Deventer of Twello, zonder tegen gemeentelijke barrières aan te lopen. Dit levert een directe versterking op van de ketenreis rondom de zeven stations op de corridor (Apeldoorn, Apeldoorn De Maten,
38/47
Apeldoorn Osseveld, Klarenbeek, Twello, Deventer en Deventer Colmschate), waar een aanbodgarantie geldt. Daarnaast levert het project waardevolle data en inzichten op over reisgedrag tussen de gemeenten. Doordat er gekozen wordt voor een vergunningstelsel in plaats van een concessie, wordt een marktconform systeem opgezet dat potentieel zonder zware structurele subsidies kan draaien, maar wel de mogelijkheid biedt om via 'in kind' bijdragen (zoals het faciliteren van locaties) te sturen. Dit model dient als blauwdruk voor mogelijke verdere opschaling naar andere delen van de regio Stedendriehoek. Hoe draagt dit bij aan de doelen? Doel
Bijdrage Hoog. De (elektrische)deelfietsen zijn specifiek geschikt om de langere afstanden op de corridor (tussen Apeldoorn, Voorst en Deventer) en in het landelijk gebied te overbruggen. Ze fungeren als aanvulling op het ov waar weinig aanbod is en als last mile oplossing vanaf stations in het buitengebied. Gemiddeld. Het systeem biedt een flexibel vervoersalternatief voor inwoners (ook zonder auto), werknemers en bezoekers. Hoog. Het project heeft als doel het vervangen van korte autoritten binnen de steden en middellange autoritten tussen de gemeenten. Hiermee wordt een duurzaam en ruimtebesparend alternatief geboden voor de privéauto. Hoog. Door te kiezen voor een vergunningstelsel in plaats van een concessie, draagt de markt het financiële risico en is er vanuit de overheid (in theorie) geen structurele financiële bijdrage nodig. De overheid faciliteert vooral, wat leidt tot een efficiënte inzet van publieke middelen.
1 - Bereikbaarheid landelijk gebied en buitenwijken vergroten.
2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk. 3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw. 4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit.
Wat is de planning en fasering? Project D1 - Regiobreed deelfietssysteem 1
2026 2 3
4
1
2027 2 3
4
1
2028 2 3
2029 4
1 - Introductie deeltweewielers 2 - Monitoring en evaluatie 3 - Opschalen met lessons learned
1. Introductie deeltweewielers in gemeenten Voorst, Apeldoorn en Deventer 2. Monitoring en evaluatie 3. Met lessons learned opschalen naar andere gemeenten
39/47
2030
Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? • •
•
Afstemming over gestandaardiseerd vergunningsysteem en (in Voorst) aanpassing APV. Als er potentie is voor opschaling zijn van (nieuwe) deelnemende gemeenten personeelskracht voor o.a. juridische zaken en marketing benodigd, en (indien door de gemeente gewenst) middelen voor het aanbrengen van fysieke hubaanduidingen op locaties die zij belangrijk achten. Er is vooralsnog geen sprake van een structurele financiële exploitatiebijdrage vanuit de gemeenten, aangezien gekozen is voor een vergunningenmodel.
Wie gaat dit project trekken, en wie zijn partners? De gemeenten Apeldoorn, Deventer en Voorst zijn de trekkers en vergunningverleners, aangezien zij bevoegd gezag zijn voor de openbare ruimte. Zij zijn verantwoordelijk voor de lokale implementatie en handhaving. Belangrijke partners zijn de Provincies Gelderland en Overijssel, die als concessieverleners van het ov een belang hebben bij een goede voor- en natransportketen en kunnen ondersteunen met kennis en flankerend beleid. De commerciële aanbieders zijn de uitvoerende partners. Daarnaast wordt er samenwerking gezocht met werkgevers op de corridor voor het aanbieden van zakelijke abonnementen, en met NS/ProRail voor de inpassing op de stationslocaties. Er is een duidelijk raakvlak met Project D2 (Sociale deelmobiliteit): de hubs die voor D1 worden gerealiseerd, kunnen in de toekomst ook dienen als uitgiftepunt voor Wmo-scootmobielen of andere sociale deelvoertuigen. BEÏNVLOEDERS
BESLISSERS
Regio Stedendriehoek
Provincies Gemeenten 1
2
3
4
Deelmobiliteitsaanbieders
1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten
Gebruikers UITVOERDERS
GEBRUIKERS
Betrokken Partij
Rol in het Project
Regio Stedendriehoek & gemeenten
Initiator
40/47
Provincies Overijssel & Gelderland Commerciële deelmobiliteitsaanbieders
Actieve partners Potentiële uitvoerders.
Welke risico’s zijn er? Risico De deelfietsen worden niet of weinig gebruikt.
Maatregel De zichtbaarheid van de fietsen vergroten
D2 – Deel-scootmobielen en andere sociale deelmobiliteit Beschrijving project/maatregel Dit project richt zich op de optimalisatie en verdere uitrol van sociale deelmobiliteit, met een specifieke focus op deel-scootmobielen binnen het Wmo-vervoer. In de gemeenten Apeldoorn en Deventer bestaat al een 'scootmobiel-pool'. Het project streeft ernaar dit systeem beter te integreren in het bredere mobiliteitsnetwerk door sociale deelmobiliteit strategisch te plaatsen bij mobiliteitshubs en zorglocaties, én te onderzoeken waar in de regio het nog meer een passend extra mobiliteitsaanbod kan zijn. In de praktijk betekent dit dat deel-scootmobielen niet alleen individueel worden uitgegeven, maar beschikbaar worden gesteld op plekken waar de doelgroep zich bevindt of naartoe reist, zoals locaties voor dagbesteding of ov-knooppunten. Hiermee wordt de deel-scootmobiel een flexibele 'last mile' oplossing voor mensen met een mobiliteitsbeperking en wordt het systeem nadrukkelijker gekoppeld aan het Wmo-beleid. De kern van dit project is het starten van een werkgroep van de gemeenten waar al deelscootmobielen zijn en samen identificeren waar, wanneer en voor wie het een toegevoegde waarde te hebben, en hoe het gebruik zo optimaal mogelijk kan worden. Met deze resultaten wordt vervolgens onderzocht welke locaties in de regio nog meer interessant zijn voor de uitrol van de deelscootmobiel.
Stappen 1. Succesfactoren bestaande gemeenten (o.a. Deventer, Apeldoorn) op een rij 2. Onderzoeken potentiële nieuwe locaties/gebieden 3. Gericht uitrollen deel-scootmobiel Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut?
41/47
Het project adresseert het knelpunt dat deelmobiliteit momenteel vaak nog als "grillig" wordt ervaren en niet altijd aansluit bij de behoeften van minder mobiele doelgroepen. In Deventer wordt bijvoorbeeld geconstateerd dat de deelscootmobielen nog beperkt worden gebruikt in relatie tot hun potentieel. Door de voertuigen beter in te bedden in het Wmo-systeem en fysiek te koppelen aan hubs, wordt de drempel voor gebruik verlaagd. De kans die hier wordt benut, is de koppeling tussen het sociale domein (Wmo) en het fysieke domein (mobiliteitshubs). Er ligt al een bewezen basis in Apeldoorn en Deventer; door dit systeem 'slimmer' te maken en te koppelen aan zorglocaties, kan de zelfredzaamheid van cliënten worden vergroot en kan de koppeling met Wmo-vervoer nadrukkelijker worden gemaakt. Dit biedt een kostenefficiënt alternatief voor het reguliere Wmo-taxivervoer voor korte ritten en integreert een specifieke doelgroep in het reguliere straatbeeld, wat bijdraagt aan ontschotting. Wat levert het project concreet op? Het project resulteert in een efficiënter gebruik van de bestaande vloot van deelscootmobielen en een betere toegankelijkheid van voorzieningen voor kwetsbare doelgroepen.
Concreet levert dit project nieuwe uitgiftepunten op bij strategische hubs, zoals bij locaties voor dagbesteding of zorginstellingen, waardoor de voertuigen direct beschikbaar zijn waar de vraag ontstaat. Dit vermindert de noodzaak voor dure taxiritten voor korte afstanden, aangezien de gebruiker op de locatie zelfstandig mobiel is. Daarnaast levert het project kennis en data op vanuit de bestaande pool in Apeldoorn en Deventer, die kan worden ingezet om sociale deelmobiliteit in de rest van de regio Stedendriehoek verder te ontwikkelen. Hoe draagt dit bij aan doelen? Doel 1 - Bereikbaarheid landelijk gebied en buitenwijken vergroten. 2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk. 3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw. 4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit.
42/47
Bijdrage Laag. Hoog; helpt ook de minder mobiele reiziger op weg.
Laag.
Hoog (in potentie); er wordt met dit project ingezet op gebruik in plaats van bezit van een scootmobiel. Daarnaast
kan de scootmobiel mogelijk ook een deel van korte Wmoritten vervangen.
Wat is de planning en fasering? Project D2 - Deelscootmobielen/sociale deelmobiliteit 2026 1 2 3 4 1 - Succesfactoren op een rij 2 - Onderzoeken nieuwe locaties
2027 2 3
1
4
1
2028 2 3
2029
2030
4
3 - Uitrollen deelscootmobiel incl comm.
4 - Evaluatie
Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? • •
Ambtelijke inzet van de op te richten werkgroep voor o.a. in kaart brengen potentie en gesprekken met zorginstellingen, dagbestedingslocaties, etc. Wanneer potentie op bepaalde locaties blijkt, dienen de voertuigen hier ook te worden ingekocht op een passende manier.
Wie gaat dit project trekken, en wie zijn partners? BEÏNVLOEDERS
BESLISSERS Overige gemeenten
Regio Stedendriehoek
1
2
3
Gemeente Deventer en Apeldoorn
4
1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten
Gebruikers UITVOERDERS
GEBRUIKERS
Trekker van de ambtelijke werkgroep: Deventer Betrokken Partij Gemeente Deventer & Apeldoorn Wmo (afdelingen gemeenten) Overige gemeenten
43/47
Rol in het Project Eigenaar, initiatiefnemer en kennisdrager; hebben het systeem met 1.000 deel-scootmobielen al geïmplementeerd. Het systeem is "vanuit de Wmo" opgezet en fungeert als "deel-scootmobielpool". Opdrachtgevers bij nieuw aanbod buiten Deventer/Apeldoorn
Regio Stedendriehoek
Facilitator
Welke risico’s zijn er? Risico Deelscootmobielen worden te weinig gebruikt.
Beheer en logistiek (laden, schades) op decentrale locaties.
Maatregel Scootmobielen strategisch plaatsen op locaties waar de doelgroep al komt (zorglocaties, dagbesteding) en koppelen aan hubs, in plaats van alleen losse uitgifte. Duidelijke afspraken maken met leveranciers/beheerders en locatiepartners (zorginstellingen) over beheer en toezicht.
D3 – Deelauto’s en deelauto-ambassadeurs Beschrijving project/maatregel Dit project richt zich op de integratie van deelauto's in de grootschalige woningbouwopgave waar de Regio Stedendriehoek voor staat. Met een verwachte groei van 17.000 woningen tussen 2025 en 2030 is het onhoudbaar om de huidige parkeernormen (gericht op privébezit) ongewijzigd toe te passen. Het breed invoeren van deelauto’s is een project van de lange adem. Het ontwikkelen van een regionale aanpak (met evt. lokale accentverschillen) is de eerste pijler van dit project. Dan gaat het bijvoorbeeld over het verkennen van mogelijke prestatieafspraken met projectontwikkelaars en woningcorporaties om deelauto's standaard onderdeel te maken van nieuwe gebiedsontwikkelingen. Er wordt ingezet op lagere parkeernormen gecombineerd met een gegarandeerd aanbod van deelauto's op strategische plekken, zoals mobiliteitshubs aan de rand van de wijk of bij appartementencomplexen. Wie ergens nieuw komt wonen overweegt opnieuw de mobiliteitskeuzes. Wanneer er dan een goed aanbod van deelmobiliteit is vergroot dit de kans dat mensen de overstap maken voor sommige of alle verplaatsingen. Daarbij kijken we niet alleen naar commerciële aanbieders die al actief zijn in de regio, zoals MyWheels en Greenwheels, maar juist ook naar burgerinitiatieven zoals Lochem Energie.
Veel gemeenten zijn al bezig met beleidsontwikkeling op dit gebied. Binnen dit project wordt kennisuitwisseling over deelauto’s binnen de regio verder gestimuleerd. Belangrijke tweede pijler en toegevoegde waarde vanuit de regio binnen dit project is het regionaal uitrollen van deelauto-ambassadeurs. Dit zijn gebruikers van deelmobiliteit in bestaande en nieuwe wijken die kunnen dienen als lokaal kennispunt en promotor op dit
44/47
thema. Ook wie bijvoorbeeld zelf wil starten met particulier autodelen kan aankloppen bij de deelauto-ambassadeurs. Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut? Inzetten op deelauto’s draagt bij aan het oplossen van ruimtelijke knelpunten die gepaard gaan met de grote woningbouwopgave. Het huidige aanbod van deelmobiliteit is nog te grillig en te sterk geconcentreerd in de centra van Apeldoorn en Deventer (75% van het aanbod). De kans die wordt benut, is het moment van verhuizen om reisgedrag te beïnvloeden. Nieuwe bewoners staan meer open voor nieuwe mobiliteitsconcepten als deze vanaf dag één beschikbaar zijn doordat de deelmobiliteit in bouwplannen geïntegreerd is. Daarbij wordt het probleem van de onbekendheid die veel mensen ervaren rondom deelmobiliteit met de deelauto-ambassadeurs aangepakt. Wat levert het project concreet op? Het project resulteert in kennisuitwisseling in de regio over het succesvol implementeren van deelauto’s bij nieuwe en bestaande woningen, gecombineerd met een regionale aanpak voor deelauto-ambassadeurs, om zo de kennis rondom deelauto’s bij mensen in de buurt te organiseren. Hoe draagt dit bij aan doelen? Doel Bijdrage 1 - Bereikbaarheid landelijk gebied en buitenwijken vergroten.
Gemiddeld. Hoewel de focus ligt op nieuwbouw (vaak stedelijk), bewijst het voorbeeld van Lochem Energie dat deelauto's bij kleinschalige nieuwbouw in dorpen essentieel kunnen zijn waar het ov-aanbod beperkt is.
2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk.
Gemiddeld. Het maakt incidenteel autogebruik mogelijk voor mensen die de vaste lasten van een eigen auto niet kunnen of willen dragen, mits de tarieven toegankelijk blijven.
3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw.
Hoog. Dit is een belangrijke pijler van dit project. Het faciliteert de groei van 17.000 woningen zonder dat de regio dichtslibt met extra privéauto's. Het koppelt woningbouw direct aan de mobiliteitstransitie.
4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van
Hoog. De kosten voor de voertuigen liggen bij de markt of de ontwikkelaar. De maatschappelijke winst zit in lagere bouwkosten en efficiënter ruimtegebruik.
45/47
middelen voor publieke mobiliteit. Wat is de planning en fasering? Project D3 - Deelauto's en -ambassadeurs 1
2026 2 3
4
2027 2 3
1
4
1
2028 2 3
2029
2030
4
1 - Verkenning 2 - Opstellen aanpak ambassadeurs 3 - Plan van aanpak deelauto's gereed
4 - Besluit uitrol ambassadeurs 5 - Uitrol ambassadeurs
Stappen 1. Regionale verkenning samenwerking op deelauto’s (2026) 2. Opstellen regionale aanpak ambassadeurs (2026) 3. Afronding regionaal plan van aanpak deelauto’s (2027) 4. Besluit uitrol ambassadeurs (medio 2027) 5. Ambassadeurs uitrollen op een pilotlocatie (2027-2028) Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? • • •
Ambtelijke inzet vanuit Regio Stedendriehoek voor verkenning rondom de regionale samenwerking. Opstellen plan van aanpak deelauto-ambassadeurs 2026-2027, Regio Stedendriehoek €10.000 Projectleiding deelauto-ambassadeurs incl. monitoring/evaluatie 2027-2028 €10.000 Regio Stedendriehoek
Wie gaat dit project trekken, en wie zijn partners? BEÏNVLOEDERS
BESLISSERS
Regio Stedendriehoek
Provincies
Gemeenten 1 Deelmobiliteitsaanbieder
Deelautoambassadeurs
2
3
4
1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten
Gebruikers UITVOERDERS
GEBRUIKERS
De Regio Stedendriehoek treedt op als initiator voor de kennisdeling en het opstarten van het deelauto-ambassadeurproject.
46/47
Welke risico’s zijn er? Risico Onbekendheid met het concept bij nieuwe bewoners.
Bewoners van nieuwe wijken schaffen alsnog een tweede auto aan, wat leidt tot parkeeroverlast in omliggende wijken.
47/47
Maatregel Inzet van 'deelauto-ambassadeurs' (bewoners die het concept promoten) en actieve introductie bij oplevering van de woningen. Verkennen van parkeernormen verlagen in combinatie met een gegarandeerd aanbod van deelauto's vanaf dag één, zodat deelmobiliteit de norm is bij intrek.