Tussenevaluatie Project implementatie Ontwerp Beschermd Thuis
Tekst van het document
Implementatie Ontwerp Beschermd Thuis Tussenevaluatie
Versie: januari 2026
1
Inhoudsopgave Leeswijzer............................................................................................................................................... 3 Samenvatting ......................................................................................................................................... 4 Vooruitblik komende jaren: ................................................................................................................... 4 1. Inleiding en doel van de evaluatie ................................................................................................... 5 2. De beweging in 2025: van beleid naar uitvoering .......................................................................... 7 2.1 Regionale koers ............................................................................................................................. 7 2.2 Start van de uitvoeringsfase (2025) ............................................................................................... 7 2.3 Kwantitatieve beweging (feitelijke stand) ....................................................................................... 7 2.4 Kwalitatieve beweging ...................................................................................................................
8 2.5 Samenvattend beeld ...................................................................................................................... 8 3. Voortgang per thema ......................................................................................................................... 9 3.1 Implementatie inkoop Beschermd Thuis (deelproject Toegang) .................................................... 9 3.2 Ontwikkeling en monitoring van de beweging Beschermd Thuis .................................................. 9 3.3 Wonen – woonopgave en harmonisatie opstapregelingen .......................................................... 10 3.4 Partnerschap tussen gemeenten en zorgaanbieders ...................................................................11 3.5 Persoonsgebonden budgetten (pgb) binnen Beschermd Thuis .................................................. 12 3.6 Zorginfrastructuur en samenwerking langdurige geestelijke gezondheidszorg ........................... 13 3.7 Overgang van Jeugd naar Beschermd Wonen ............................................................................ 14 3.8 Anti-stigma en inclusieve samenleving ........................................................................................ 15 3.9 Werk, inkomen en dagbesteding .................................................................................................
15 3.10 Samenvattend beeld .................................................................................................................. 16 4. Beweging in cijfers en financiën .................................................................................................... 17 4.1 Algemene trends 2025 ................................................................................................................. 17 4.2 Financieel beeld en sturing .......................................................................................................... 17 5. Knelpunten, lessen en aanbevelingen .......................................................................................... 19 5.1 Knelpunten in uitvoering .............................................................................................................. 19 5.2 Lessen uit het eerste uitvoeringsjaar ........................................................................................... 20 5.3 Aandachtspunten voor de komende jaren ................................................................................... 20 5.4 Samenvattend beeld ....................................................................................................................
21 Begrippenlijst ....................................................................................................................................... 22
2
Leeswijzer Deze tussenevaluatie beschrijft de voortgang van de implementatie van het Regionaal Ontwerp Beschermd Thuis in het eerste uitvoeringsjaar (2025). De rapportage is bedoeld voor bestuurders, beleidsadviseurs en partners binnen de regio Oost-Veluwe en geeft inzicht in waar de beweging staat, welke resultaten zijn bereikt en welke vervolgstappen nodig zijn. De opbouw is als volgt: •
Hoofdstuk 1 schetst de achtergrond, doelstelling en positionering van de beweging naar Beschermd Thuis binnen het regionale en landelijke kader.
•
Hoofdstuk 2 laat zien hoe de beleidsmatige koers in 2025 is vertaald naar uitvoering: de feitelijke en kwalitatieve beweging.
•
Hoofdstuk 3 beschrijft per thema uit het Regionaal Uitvoeringsplan 2025–2026 de voortgang, resultaten en aandachtspunten.
•
Hoofdstuk 4 geeft een kwantitatief beeld van de ontwikkeling in cijfers en financiën.
•
Hoofdstuk 5 bundelt de belangrijkste knelpunten, lessen en aanbevelingen voor de komende jaren.
De tussenevaluatie vormt zo een tussenstand in de uitvoering van de regionale transformatie naar Beschermd Thuis. Het moet gezien worden als een hulpmiddel om de koers te bevestigen, te leren van de eerste ervaringen en gericht te kunnen bijsturen richting 2026 en verder.
3
Samenvatting De regio Oost-Veluwe (Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Hattem en Voorst) werkt gezamenlijk aan de transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Met de inwerkingtreding van de nieuwe contracten per 1 januari 2025 is de uitvoeringsfase officieel gestart. Het doel is dat inwoners met een psychische kwetsbaarheid zo zelfstandig mogelijk wonen, met passende begeleiding. Indien nodig met zorg in de nabijheid als tijdelijk vangnet. Het eerste uitvoeringsjaar laat een herkenbaar beeld zien van ombouw en opbouw. Het beleidsmatige fundament is stevig: regionale kaders, convenant en dienstverleningsovereenkomst (DVO) zijn verankerd, en de samenwerking tussen gemeenten, aanbieders en corporaties is structureel ingericht. De implementatie van nieuwe producten, zoals het Integraal Hersteltraject (Beschermd Thuis), verloopt goed. Het aantal inwoners met een integraal hersteltraject groeit gestaag en het aantal inwoners bij niet-gecontracteerde aanbieders is met ruim 70% gedaald. Daarmee is de beweging zichtbaar in de praktijk. De grootste belemmering blijft het doorstromen naar een passende woning: circa 300 inwoners kunnen potentieel uitstromen, maar passende woonruimte is beperkt beschikbaar.
Daardoor vertaalt de zorginhoudelijke beweging naar Beschermd Thuis zich in 2025 nog onvoldoende in daadwerkelijke afbouw van intramuraal verblijf en bijbehorende financiële effecten. Dit vraagt om versnelling en innovatieve oplossingen. De eerste ervaringen laten zien dat gezamenlijke regie werkt, dat monitoring het verschil maakt en dat een duidelijke governance-structuur essentieel is. Tegelijkertijd vraagt Beschermd Thuis om een lange adem en om blijvende verbinding met andere domeinen, zoals jeugd, werk & inkomen, veiligheid en ruimtelijke ordening. Financieel blijft de druk voelbaar door stijgende zorgzwaarte en beperkte uitstroom, maar de ontwikkeling blijft binnen beheersbare marges. De bijstelling van de DVO heeft gezorgd voor meer helderheid over taken, formatie en financiering, wat de uitvoeringskracht verder versterkt.
Vooruitblik komende jaren: • • •
versnellen van de woonopgave via prestatieafspraken en ontwikkeling alternatieve woonvormen; doorontwikkeling van het zorglandschap en samenwerking met ketenpartners zoals het Zilveren Kruis; verdere versterking van monitoring en financiële sturing.
Met deze koers en samenwerking bouwt de regio Oost-Veluwe stap voor stap aan een inclusieve samenleving waarin inwoners met een psychische kwetsbaarheid beschermd thuis kunnen wonen — met perspectief op herstel, participatie en volwaardig burgerschap. Voor de leesbaarheid zijn begrippen die niet voor iedereen direct duidelijk zijn of die binnen de regionale afspraken een specifieke betekenis hebben, opgenomen in een begrippenlijst achterin dit document. Dit helpt lezers die niet dagelijks met deze termen werken om de inhoud goed te kunnen volgen.
4
1. Inleiding en doel van de evaluatie De beweging naar Beschermd Thuis is een gezamenlijke inspanning van de zes regiogemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Hattem en Voorst om inwoners met een psychische kwetsbaarheid een zo zelfstandig mogelijk bestaan te bieden. Het perspectief is helder: wonen in de samenleving, met zorg en begeleiding binnen handbereik en herstelgericht verblijf alleen als vangnet, gericht op herstel en terugkeer naar zelfstandigheid. De basis voor deze beweging werd gelegd met het landelijke rapport van Dannenberg (2015), waarin werd opgeroepen tot een fundamentele herziening van het stelsel van maatschappelijke opvang en beschermd wonen. De centrale boodschap: mensen met psychische kwetsbaarheden moeten zoveel mogelijk zelfstandig kunnen wonen, met passende ondersteuning in hun eigen leefomgeving. De regio Oost-Veluwe heeft hier vroegtijdig op aangesloten en stelde in 2016 de Transformatieagenda Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen (2016–2020) op. Vervolgens werd het Werkprogramma EPA (Ernstige Psychiatrische Aandoening) en de Sluitende Aanpak Personen met Verward Gedrag (2018–2021) geschreven. Deze programma’s hadden één gemene deler: ervoor zorgen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen, met een stevig netwerk van ondersteuning in hun directe omgeving.
Omdat het in de praktijk vaak om dezelfde doelgroep ging, hebben heeft de regio deze lijnen samengebracht in één gezamenlijke koers onder de noemer ‘Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis’. Dit leidde tot het opstellen van het Regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis 2022–2030, waarin de regionale ambitie is vastgelegd om te komen tot een duurzaam stelsel van wonen, begeleiding en herstel. Deze koers is verder uitgewerkt in het Regionaal Ontwerp Beschermd Thuis 2030 en het Regionaal Uitvoeringsplan 2025–2026, waarin de regionale en lokale uitvoering concreet wordt gemaakt. Ter bekrachtiging van deze gezamenlijke koers en de samenwerking tussen de regiogemeenten is in 2023 een regionaal samenwerkingsconvenant ondertekend, waarin afspraken zijn vastgelegd over rollen, verantwoordelijkheden en besluitvorming. Dit convenant wordt ondersteund door een dienstverleningsopdracht (DVO) van de regiogemeenten aan de centrumgemeente Apeldoorn, waarin de uitvoerings- en coördinatierol van Apeldoorn nader is uitgewerkt. Samen vormen deze documenten het fundament onder de regionale samenwerking en de gezamenlijke beleidsontwikkeling binnen Beschermd Thuis. Ook in het bredere rijksbeleid is deze omslag stevig verankerd.
Het ministerie van VWS en partners als Platform31 benadrukken in recente publicaties over ‘Wonen met begeleiding’ het belang van het principe ‘Wonen Eerst’: mensen moeten, ongeacht hun zorgbehoefte, kunnen wonen in een gewone omgeving, met passende ondersteuning waar nodig. Dit principe weerspiegelt een beweging die inzet op het normaliseren van wonen en het doorbreken van de stigmatiserende koppeling tussen wonen en zorg. De zes leidende principes die daarbij richting geven zijn: 1. huisvesting is een mensenrecht; 2. dakloosheid voorkomen is altijd het beste; 3. respect voor eigen keuze en regie; 4. herstelondersteuning en inzet van ervaringsdeskundigheid; 5. scheiding van wonen en zorg; 6. ondersteuning is flexibel en op maat. Deze principes vormen ook het kompas voor de regionale aanpak in de Oost-Veluwe: een beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis, waarbij wonen in de samenleving het uitgangspunt is en zorg ondersteunend daaraan.
5
De uitvoering van deze koers is sinds 1 januari 2025 geconcretiseerd via de nieuwe contracten Beschermd Thuis. Deze inkoop markeert een nieuw uitvoeringshoofdstuk waarin: • de samenwerking tussen gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties structureel is vormgegeven en geborgd; • meer focus ligt op ambulante begeleiding, doorstroom en regionale monitoring; • en de financiële en uitvoeringsverantwoordelijkheid nadrukkelijk regionaal wordt gedeeld. Deze tussenevaluatie heeft als doel om: • inzicht te geven in de voortgang van de beweging in het eerste uitvoeringsjaar; • successen en knelpunten in beeld te brengen; • en lessen te trekken voor bijsturing en doorontwikkeling in de toekomst.
6
2. De beweging in 2025: van beleid naar uitvoering Na de beleidsmatige verankering zoals beschreven in hoofdstuk 1, richt dit hoofdstuk zich op de eerste stappen in de uitvoering in 2025 2.1 Regionale koers De regionale koers is opgebouwd uit vijf thema’s die gezamenlijk richting geven aan de transformatie, waarbij de regiogemeente per thema voornamelijk zelf aan de lat staat om stappen te zetten via een lokaal uitvoeringsplan: 1. Zorginfrastructuur in de wijk – versterken van ambulante ondersteuning, met herstelgerichte zorg dichtbij huis. 2. Welkom in de woonomgeving – bevorderen van inclusie en het verminderen van stigma in buurten en wijken. 3. Wonen – realiseren van voldoende, passende en verspreide woningen/woonvormen, inclusief tussenvoorzieningen. 4. Werk en dagbesteding – ontwikkelen van betekenisvolle activiteiten die bijdragen aan herstel en participatie. 5. Financiële mogelijkheden – borging van betaalbaarheid en doelmatige inzet van middelen. Deze thema’s zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: zonder passende woningen geen uitstroom, zonder wijkgerichte zorg geen duurzaam herstel, en zonder financiële beheersing geen houdbare beweging.
2.2 Start van de uitvoeringsfase (2025) De regio is per 1 januari 2025 gestart met een nieuwe raamovereenkomst voor Beschermd wonen en Beschermd Thuis. De overeenkomst kent een looptijd van 3 jaar (2025-2027). Er is éénmaal een verlengingsoptie voor 2 jaar (t/m 31 december 2029). In de eerste helft van 2025 lag de nadruk op de organisatorische implementatie: de opstart van de nieuwe contracten, het herinrichten van interne werkprocessen en het opzetten van de basis voor monitoring (zowel kwantitatief als kwalitatief). Parallel hieraan zijn de gesprekken met corporaties over de woonopgave geïntensiveerd en is een regionale schouw uitgevoerd om de feitelijke stand van de doelgroep in beeld te brengen.
2.3 Kwantitatieve beweging (feitelijke stand) De regio Oost-Veluwe werkt aan een duidelijke af- en ombouwopgave binnen Beschermd Wonen. Deze opgave is in de eerste plaats zorginhoudelijk gedreven. Tegelijkertijd wordt de beweging versterkt door financiële prikkels, zoals de overgang naar een ander verdeelmodel vanuit het rijk voor de middelen Beschermd Wonen. Omdat de regio historisch relatief veel intramurale voorzieningen kent, is de doelstelling ambitieus maar noodzakelijk: • Afbouw: een reductie van circa 25% van het totaal aantal intramurale indicaties in de periode 2025–2035 (van circa 500 naar 360 inwoners in zorg); • Ombouw: het resterende cliëntenbestand zal naar verwachting ongeveer gelijkmatig verdeeld zijn tussen intramuraal verblijf (Beschermd Wonen) en zelfstandig wonen met begeleiding (Beschermd Thuis). Om de voortgang richting deze doelstelling te kunnen bepalen, hebben de gemeentelijke toegangsteams in 2024 en in 2025 een schouw uitgevoerd. Daarbij is voor iedere inwoner met een Beschermd Wonen-indicatie beoordeeld waar iemand feitelijk thuishoort: Beschermd Wonen of Beschermd thuis.
7
De regionale schouw van april 2025 bevestigt dat de beoogde doelstelling – zoals eerder berekend op basis van het nieuwe verdeelmodel van het Rijk – aansluit bij de feitelijke situatie. In totaal telt de regio circa 500 inwoners met een Beschermd Wonen-indicatie. We onderscheiden vier subgroepen, op basis van ondersteuningsbehoefte en uitstroompotentie. • 100 inwoners bevinden zich in een fase van herstel waarin geen 24/7 ondersteuning meer nodig is; zij kunnen potentieel uitstromen naar zelfstandig(er) wonen met begeleiding; • 200 inwoners kunnen zelfstandig wonen onder de noemer Beschermd Thuis, hetzij volledig zelfstandig, hetzij via een geclusterde/intermediaire woonvorm; • 50 inwoners bewegen richting een andere voorziening, met name binnen de Wet langdurige zorg; • 150 inwoners zijn nog aangewezen op intramuraal verblijf vanwege de aard en intensiteit van hun ondersteuningsvraag. Het beeld is duidelijk: een groot deel van de huidige groep kan uitstromen naar zelfstandig(er) wonen. Het tempo waarin deze transformatie plaatsvindt, wordt echter vertraagd door een structureel knelpunt: het aantal beschikbare woningen. De opgave is inmiddels verwerkt in het concept van de regionale fair share-afspraken. Deze afspraken worden gemaakt zodat alle gemeenten in de regio inwoners die uitstromen uit onder andere beschermd wonen, zullen huisvesten.
Binnen deze context is gekozen voor een gefaseerde aanpak, waarbij in eerste instantie wordt ingezet op de groep cliënten die geen 24/7-ondersteuningsvraag meer heeft. Voor deze groep is ambulante begeleiding beschikbaar en is de stap naar zelfstandig(er) wonen het meest realistisch en urgent. Deze cliënten zijn dan ook als eerste aangemeld voor de opstapregeling, om de beweging naar Beschermd Thuis concreet vorm te geven.
2.4 Kwalitatieve beweging Naast cijfers is de beweging zichtbaar in de manier van samenwerken en denken: • Gemeenten en aanbieders werken meer integraal samen via structurele overlegvormen. • De zorg wordt meer wijkgericht georganiseerd, met aandacht voor herstel, preventie en terugvalmogelijkheden. • In de samenwerking met het Zilveren Kruis wordt gewerkt aan het streven inwoners de zorg te geven die ze nodig hebben (juiste zorg op de juiste plek).
2.5 Samenvattend beeld Eind 2025 kan de regio Oost-Veluwe worden gekarakteriseerd als een regio in transitie: het fundament van beleid, samenwerking en monitoring is gelegd. De beweging naar Beschermd Thuis is beleidsmatig goed verankerd, bestuurlijk breed gedragen en organisatorisch in uitvoering. Tegelijkertijd vraagt de komende periode om: • versnelling van de woningopgave en doorstroom, • en aandacht voor de uitvoeringscapaciteit en financiële houdbaarheid.
8
3. Voortgang per thema In dit hoofdstuk wordt per thema uit het Regionaal Uitvoeringsplan 2025–2026 de voortgang beschreven en worden de belangrijkste resultaten en aandachtspunten in beeld gebracht. 3.1 Implementatie inkoop Beschermd Thuis (deelproject Toegang) Doel volgens uitvoeringsplan: Zorgdragen voor een soepele en uniforme implementatie van de nieuwe inkoop Beschermd Thuis per 1 januari 2025, met duidelijke afspraken over producten, processen en samenwerking tussen gemeenten en aanbieders. Wat is afgesproken: • Introductie van nieuwe producten. • Afspraken over continuïteit van zorg en overgang van bestaande cliënten. • Uniformering van processen in toegang, backoffice en berichtenverkeer. Voortgang: De tweede helft van 2024 stond in het teken van voorbereiding, waaronder het ontwikkelen van de 24/7-bereikbaarheidsdienst en de terugvalvoorziening (zie ook paragraaf 3.4). Binnen alle regiogemeenten zijn interne werkprocessen aangepast, is het berichtenverkeer ingericht en zijn medewerkers geschoold in de nieuwe productstructuur. De overgang van bestaande cliënten naar het nieuwe contractstelsel is zorgvuldig verlopen. Alle inwoners woonachtig bij niet gecontracteerde aanbieders hebben een individueel uitstroomplan. Daarmee is de implementatie van de nieuwe contracten Beschermd Thuis succesvol afgerond per 1 januari 2025.
3.2 Ontwikkeling en monitoring van de beweging Beschermd Thuis Doel volgens uitvoeringsplan: Inzicht krijgen in voortgang, resultaten en financiële effecten van de beweging naar Beschermd Thuis. Ontwikkeling van een regionaal dashboard en een structurele evaluatiecyclus (kwantitatief en kwalitatief). Wat is afgesproken: • Inzicht in de voortgang van de beweging naar beschermd thuis, inclusief het aantal en type indicaties. • Het tijdig identificeren van problemen en het nemen van passende maatregelen om de beweging in gang te houden. • Het beheersen van financiële risico’s. Voortgang: Monitoring en evaluatie In 2025 is de basis gelegd voor een structurele monitorings- en evaluatiecyclus. Er is een regionaal uitvoeringsplan en een meerjarenbegroting opgesteld, gekoppeld aan de rapportagelijnen van het RAO en RBO. Daarnaast is begonnen met de ontwikkeling van een regionaal dashboard, dat inzicht biedt in aantallen indicaties, verblijfsduur, uitstroom en budgettaire effecten. Hiervoor is een aanbesteding geweest waar Van Dam Datapartners intussen een dashboard ontwikkeld heeft. Gezamenlijke sturing en leerervaringen De maandelijkse terugkoppeling in het Regionaal Ambtelijk Overleg (RAO) en de periodieke bespreking van trends in het strategisch overleg met aanbieders versterken de gezamenlijke sturing.
De eerste leerervaringen tonen aan dat monitoring niet alleen cijfermatig, maar ook kwalitatief van waarde is – bijvoorbeeld door het zichtbaar maken van knelpunten bij plaatsingen of in de samenwerking. 9
De eerste analyses laten zien dat de beweging naar Beschermd Thuis zich in 2025 vooral kenmerkt door ombouw: de invoering van nieuwe producten en werkwijzen, versterkte samenwerking en professionalisering van de monitoring. De daadwerkelijke afbouw van intramuraal verblijf is nog beperkt zichtbaar door het gebrek aan passende woonoplossingen. Herijking van de Dienstverleningsovereenkomst MOBW Om de beweging naar Beschermd Thuis duurzaam te kunnen uitvoeren, is in 2025 de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) herijkt. Deze bijstelling was nodig om de feitelijke uitvoering, verantwoordelijkheden en personele inzet weer in lijn te brengen met de afspraken en de praktijk. Positionering van toezicht In het verlengde van de herijking van de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) is in 2025 ook de positionering van het toezicht opnieuw bekeken. Deze heroriëntatie hangt samen met de ontvlechting van de zorgregio, waarbij de taken voor Jeugd worden ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling (GR). In dat kader is bestuurlijk besloten om de toezichtstaken voor Beschermd Wonen en Beschermd Thuis te beleggen bij de gemeente Apeldoorn, vanuit haar rol als centrumgemeente. Apeldoorn wordt daarmee verantwoordelijk voor zowel kwaliteits- als rechtmatigheidstoezicht, gericht op gecontracteerde zorg en persoonsgebonden budgetten (pgb’s).
Het toezicht wordt zodanig ingericht dat signalen over kwaliteit en rechtmatigheid structureel kunnen worden teruggekoppeld naar contractmanagement en beleid, zodat de ‘lerende cyclus’ binnen de uitvoering wordt versterkt. De nieuwe inrichting wordt in 2026 verder uitgewerkt en geborgd in de uitvoeringspraktijk, met als doel één uniform, professioneel toezichtstelsel binnen de centrumgemeente, in samenhang met de uitvoering van de DVO.
3.3 Wonen – woonopgave en harmonisatie opstapregelingen Doel volgens uitvoeringsplan: Voldoende en passende woningen voor de doelgroep, inclusief tussenvormen. Prestatieafspraken met woningcorporaties, harmonisatie opstapregelingen en ondersteuning van vastgoedtransformatie. Wat is afgesproken: • Projectmatige aanpak van de woonopgave (2024–2026). • Prestatieafspraken tussen gemeenten en corporaties over aantallen en spreiding (‘fair share’). • Actualisatie opstapregeling Apeldoorn en voorbereiding op regionale harmonisatie (Wet versterking regie op de volkshuisvesting 2026). Voortgang: De woonopgave is in 2025 verder geconcretiseerd en vormt één van de meest bepalende factoren voor het tempo van de beweging naar Beschermd Thuis. Het huidige woningaanbod is nog onvoldoende om de gewenste uitstroom uit intramurale voorzieningen te realiseren. Hierdoor blijft de verblijfsduur langer en vertraagt de transformatie inhoudelijk én financieel. De inzet van het nieuwe product Integraal Hersteltraject (IHT), oftewel Beschermd Thuis, groeit gestaag: van 33 inwoners begin 2025 naar 93 in december. Deze groei bestaat uit zowel volledig zelfstandig wonende inwoners als inwoners die verblijven in semizelfstandige, intermediaire woonvormen.
Door de groei van kleinschalige vormen van (kamer)wonen is in Apeldoorn in 2025 besloten de generieke vrijstelling van de vergunningplicht voor gecontracteerde Beschermd Thuis–aanbieders in te trekken. Voor nieuwe locaties geldt daarmee weer een vergunningplicht. Hiermee wordt ongewenste groei van ongeschikte tussenvormen beperkt en wordt de regie versterkt.
10
Prestatieafspraken met corporaties In 2025 is intensief samengewerkt met woningcorporaties om de woonopgave verder te concretiseren binnen de prestatieafspraken: • Beschermd Thuis is als aandachtsgroep opgenomen in de prestatieafspraken 2026. • Afgesproken is dat deze afspraken in 2026 worden gecontinueerd in afwachting van de nieuwe urgentieregeling en regionale fair-shareafspraken in het kader van de Wvrv. • De lokale opstapregeling van Apeldoorn is geëvalueerd en wordt bijgesteld; dit vormt de basis voor een regionaal afgestemd kader in 2026. Totale woonopgave voor uitstroom uit Beschermd Wonen per gemeente – schouw bevestigt eerdere uitgangspunten De regionale schouw (zie 2.3) van 2025 brengt voor het eerst een uniform en integraal beeld van alle inwoners met een Beschermd Wonen–indicatie en hun uitstroompotentie. De uitkomsten sluiten nauw aan bij de aantallen die in de voorbereiding op de regionale inkoop zijn gebruikt; de schouw verfijnt het bestaande beeld maar introduceert geen nieuwe opgave. De totale woonopgave bestaat uit alle inwoners die de komende jaren kunnen doorstromen naar een passende zelfstandige woonoplossing (bijvoorbeeld zelfstandige of semizelfstandige woonvormen, kamerbewoning of intermediaire woonvormen). Gemeente Apeldoorn
Totale woonopgave komende jaren ca. 240 woonoplossingen
Brummen
ca. 20 woonoplossingen
Epe
ca. 20 woonoplossingen
Voorst
ca. 20 woonoplossingen
Heerde Hattem
ca. 4 woonoplossingen 0–2 woonoplossingen
Duiding Meerjarige opgave; aansluitend bij regionale aannames. Meerjarige opgave; aansluitend bij regionale aannames. Meerjarige opgave; aansluitend bij regionale aannames. Meerjarige opgave; aansluitend bij regionale aannames. Reguliere uitstroom dekt de volledige opgave. Reguliere uitstroom dekt de volledige opgave.
Samenhang met de Wet versterking regie op de volkshuisvesting Met de komst van de Wvrv worden de doelgroepen van beschermd wonen, maar ook bijvoorbeeld maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, jeugdzorg en forensische uitstroom onderdeel van één regionale urgentiesystematiek en fair-shareverdeling. De totale woonopgave voor Beschermd Thuis moet daarom worden bezien in samenhang met deze bredere regionale huisvestingsopgave. De schouw vormt een belangrijk fundament onder deze toekomstige verdeling en biedt gemeenten inzicht in het tempo waarin uitstroom kan worden gerealiseerd.
3.4 Partnerschap tussen gemeenten en zorgaanbieders Doel volgens uitvoeringsplan: Versterken van het partnerschap tussen gemeenten en gecontracteerde aanbieders om de transitie gezamenlijk te dragen. Wat is afgesproken: • Strategisch overleg (maandelijks) en operationeel overleg (tweewekelijks) tussen gemeenten en aanbieders. • Casuïstiekregistratie en -verdeling. • Afspraken over onderaannemerschap en buitencontractuele trajecten. Voortgang: Bereikbaarheidsdienst en terugvalvoorziening Na ondertekening van de nieuwe raamovereenkomst in de zomer van 2024 hebben de gecontracteerde aanbieders de tweede helft van dat jaar benut om gezamenlijk twee cruciale voorzieningen binnen Beschermd Thuis operationeel te maken: de 24/7-bereikbaarheidsdienst en de
11
terugvalvoorziening. De bereikbaarheidsdienst is deels regionaal ingericht door samenwerking tussen meerdere aanbieders, waardoor cliënten in crisissituaties dag en nacht kunnen terugvallen op deskundige ondersteuning. Daarnaast zijn in regionaal verband terugvalplekken gerealiseerd, die dienen als tijdelijk vangnet wanneer het in de thuissituatie (tijdelijk) niet meer gaat. Beide voorzieningen zijn per 1 januari 2025 operationeel en vormen een belangrijk fundament onder het nieuwe zorgmodel Beschermd Thuis. Versterking van overlegstructuur De samenwerking met zorgaanbieders heeft zich in 2025 verdiept en verbreed. Er is een strategisch overleg ingericht op managementniveau, waarin de voortgang van de transformatie, beleidsmatige keuzes en gezamenlijke ontwikkelopgaven worden besproken. De inhoud krijgt vorm via een werkagenda. Daarnaast vindt er tweewekelijks een operationeel overleg plaats waarin casuïstiek, wachtlijsten en plaatsingen worden afgestemd. Deze overlegstructuur draagt zichtbaar bij aan snellere afstemming, kennisdeling en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de regionale zorgopgave. Zorgvuldige overgang naar gecontracteerd aanbod De overgang naar gecontracteerd aanbod is zorgvuldig verlopen. Het aantal inwoners bij nietgecontracteerde aanbieders is teruggebracht van 95 naar 27.
Daarbij is steeds gekozen voor continuïteit van zorg: als een cliënt nog een korte herstelperiode nodig had bij een nietgecontracteerde aanbieder, is de indicatie verlengd om onnodige verhuizingen te voorkomen. Voor alle inwoners is een perspectiefplan opgesteld waarin deze zorgvuldigheid is geborgd. Dekkend zorglandschap Met de nieuwe contracten is het aantal aanbieders beperkt, met de intentie om een dekkend zorglandschap te realiseren. In de praktijk blijkt het aanbod grotendeels passend, maar niet volledig toereikend. Voor specifieke doelgroepen, zoals inwoners met externaliserend gedrag of complexe groepsdynamiek, ontstaan plaatsingsproblemen. Dit komt niet door gebrek aan capaciteit, maar door het ontbreken van geschikte settingen binnen bestaande locaties. In die gevallen wordt incidenteel uitgeweken naar buitencontractueel aanbod. Dit gebeurt met prudentie en blijft een uitzondering. Het vraagt op dit moment geen acute actie, maar wel een blijvend onderwerp van gesprek met aanbieders over structurele oplossingen, bijvoorbeeld via onderaannemerschap of aanvullende expertise.
3.5 Persoonsgebonden budgetten (pgb) binnen Beschermd Thuis Doel volgens uitvoeringsplan: Borgen van kwaliteit en beheersbaarheid van pgb’s binnen Beschermd Thuis; voorkomen van ongewenste groei of misbruik. Wat is afgesproken: • Actualisatie van pgb-beleid. • Regionale harmonisatie in lokale regelgeving. Voortgang Beheersbare inzet van pgb’s Het gebruik van pgb’s binnen Beschermd Thuis blijft beperkt en stabiel (circa 10–15 inwoners). Dit is laag vergeleken met andere regio’s en duidt op een beheersbare inzet en effectief toezicht. Daarmee wordt het risico op ongewenste groei of misbruik beperkt. Opvallend is dat de overgang naar nieuwe contracten niet heeft geleid tot een toename van pgb’s, zoals vaak verwacht bij transities. Dit hangt samen met het feit dat de regio direct voorafgaand aan 2025 het pgb-beleid heeft aangescherpt en duidelijke kaders heeft vastgelegd om onjuist gebruik tegen te gaan. De huidige inzet is volledig toe te schrijven aan één aanbieder met wie de regiogemeenten goede ervaringen hebben.
12
Actualisatie van pgb-beleid in verordening en beleidsregels Om bij de start van de nieuwe contracten duidelijke kaders te bieden, is in 2024 het pgb-beleid geactualiseerd en vastgelegd in de Beleidsregels. Hierin zijn kwaliteitseisen en voorwaarden opgenomen, zoals samenwerking met professionele aanbieders en borging van continuïteit van zorg. Momenteel wordt gewerkt aan een juridische verankering van deze bepalingen in de Wmoverordening, zodat de regels op het juiste niveau zijn vastgelegd. Dit versterkt de rechtszekerheid voor inwoners en gemeenten en zorgt voor uniforme toepassing in alle zes regiogemeenten. De kern van deze aanscherping is dat pgb’s binnen Beschermd Wonen alleen worden verstrekt als aan dezelfde kwaliteitseisen wordt voldaan als bij gecontracteerde zorg.
3.6 Zorginfrastructuur en samenwerking langdurige geestelijke gezondheidszorg Doel volgens uitvoeringsplan: Versterking van het regionale zorglandschap in samenwerking met Zilveren Kruis en GGZ-aanbieders, met specifieke aandacht voor inwoners met complexe zorgvragen. Wat is afgesproken: • Gezamenlijke koersbepaling op het vlak van de langdurige GGZ. • Overzicht van zorgaanbod voor inwoners met complexe zorgvragen. Voortgang: Regioplan en samenwerking In 2023 zijn gesprekken gestart naar aanleiding van de landelijke opgave om de instroom in de WlzGGZ te beperken. Dit heeft geleid tot het regioplan ‘Beperken instroom GGZ-Wlz’, waarin afspraken zijn vastgelegd over samenwerking en regie. In 2025 is deze samenwerking verder verdiept: partijen hebben een samenwerkingsverband gevormd om gezamenlijk koers te bepalen voor de keten van langdurige GGZ. Regiokaart-complex en werkagenda De Regiokaart-complex is geïntroduceerd als instrument om inzicht te krijgen in hiaten in het regionale zorglandschap. Op basis hiervan is een dynamische werkagenda opgesteld met prioritaire thema’s, zoals: • Organiseren van passend woonaanbod voor cliënten met een complexe zorgvraag; • Voorkomen van eenzijdige zorgbeëindiging; • Realiseren van adequate bemiddeling en overbruggingszorg. Deze werkagenda vormt de basis voor gezamenlijke deelopdrachten en afspraken over inzet, financiering en monitoring.
De eerste stappen zijn gezet, maar structurele borging van deze samenwerking en het realiseren van fysieke plekken en specialistische voorzieningen blijven een aandachtspunt voor de komende periode. Specialistische voorziening Safehouse In 2025 is verkend hoe de specialistische voorziening Safehouse structureel kan worden ingebed binnen het regionale zorglandschap. De huidige inzet van safehouses geschiedt via aparte buitencontractuele afspraken. In 2026 wordt nader onderzocht of deze vorm wenselijk en toekomstbestendig is en of voor deze vorm van beschermd wonen of beschermd thuis een gezamenlijke aanbesteding nodig is. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar een bovenregionale aanpak samen met de centrumgemeenten Arnhem, Zwolle, Deventer, Harderwijk, Nijmegen en Enschede, om schaalvoordelen te benutten en continuïteit van zorg te waarborgen.
13
3.7 Overgang van Jeugd naar Beschermd Wonen Doel volgens uitvoeringsplan: Zorgcontinuïteit voor jongeren bij de overgang van Jeugdhulp (18-) naar Beschermd Wonen (18+). Wat is afgesproken: • Uitgangspuntennotitie met procesafspraken. • Interne samenwerking tussen beleidsadviseurs versterken. • Informatievoorziening en samenwerking met toegangsteams. Voortgang: Uitgangspuntennotitie In 2025 is een uitgangspuntennotitie opgesteld die richting geeft aan een soepele overgang van jeugdhulp naar Beschermd Wonen. Deze notitie is ontwikkeld door de centrumgemeente Apeldoorn in samenwerking met de Zorgregio MIJOV en bevat uitgangspunten voor de overgang van minderjarig naar meerderjarig. Belangrijke elementen zijn: tijdige voorbereiding (vanaf 16,5 jaar), continuïteit van ondersteuning en het voorkomen van onnodige wisselingen van verblijf. De notitie is gedeeld en besproken met beleidsadviseurs jeugd, die deze uitgangspunten meenemen in hun contractering, zodat de afspraken structureel worden geborgd. Afstemming toegangsteams gemeenten Daarnaast zijn er vanuit het deelproject Toegang (zie 3.1) gesprekken gevoerd met gemeentelijke toegangsteams en jeugdconsulenten over de beweging naar Beschermd Thuis. Daarbij is benadrukt dat voor iedere jongere een duidelijk perspectiefplan cruciaal is.
Ook is afgesproken dat, wanneer Beschermd Wonen nog niet direct beschikbaar is, tijdelijke oplossingen worden geboden om continuïteit van ondersteuning te waarborgen. Eerste implementatie en knelpunten De eerste implementatie laat zien dat de afspraken helder zijn, maar dat de praktische uitvoering nog aandacht vraagt. Voor jongeren met een lichte ondersteuningsvraag sluit het huidige woonaanbod nog onvoldoende aan, waardoor soms verlengd jeugdverblijf of beschermd wonen vanuit de Wmo wordt ingezet terwijl een flexibel woonconcept passender zou zijn. Daarbij speelt ook dat het principe ‘scheiden van wonen en zorg’ niet altijd uitvoerbaar is: jongeren onder de 21 jaar beschikken vaak niet over voldoende inkomen om zelfstandig te wonen, waardoor extra ondersteuning of tijdelijke oplossingen noodzakelijk blijven (zie 3.9). Behoefte aan nieuwe tussenvormen De regio ziet dat er in de keten van wonen en zorg voor jongvolwassenen een duidelijke behoefte bestaat aan nieuwe tussenvormen: woonvoorzieningen voor jongeren die niet meer thuis kunnen wonen, maar (nog) niet zijn aangewezen op intensieve begeleiding of intramuraal verblijf. Denk hierbij aan vormen als kamerwonen of semi-zelfstandig wonen waar geoefend kan worden met woonvaardigheden. Deze woonvormen zijn essentieel om te voorkomen dat jongvolwassenen onnodig uitvallen of terechtkomen in zwaardere zorg.
Deze inzichten worden meegenomen in de regionale inkoop van jeugdverblijf en in de ontwikkeling van lokale woonoplossingen binnen de regiogemeenten, in nauwe samenwerking met woningcorporaties en aanbieders. Gemeenten werken toe naar een gemêleerd woonaanbod dat aansluit bij de ondersteuningsbehoefte en ontwikkelfase van jongvolwassenen.
14
Praktijkvoorbeeld: Kansrijk Wonen – een subregionale oplossing voor jongvolwassenen De regiogemeenten Hattem, Heerde en Epe werken gezamenlijk met Woonstichting Triada aan de introductie van het concept Kansrijk Wonen, geïnspireerd op het succesvolle initiatief in de NoordVeluwe. Kansrijk Wonen biedt jongvolwassenen (18–25 jaar) met een lichte ondersteuningsvraag de mogelijkheid om tijdelijk (1 à 1,5 jaar) samen te wonen in een sociale huurwoning, onder begeleiding van een vrijwillige coach en een parttime huiscoördinator. Deze tussenvorm voorkomt dat jongeren zonder passende woonplek uitvallen, dakloos raken of in zwaardere voorzieningen terechtkomen. De begeleiding is gericht op het versterken van woonvaardigheden, het uitbreiden van het netwerk en het vinden van een structurele woonplek. De resultaten elders zijn positief: circa 85% van de deelnemers stroomt binnen anderhalf jaar door naar zelfstandig wonen. De gemeenten Hattem, Heerde en Epe verkennen gezamenlijk de haalbaarheid van dit concept, in samenwerking met woningcorporatie Triada. Kansrijk Wonen is daarmee een voorbeeld van hoe de beweging naar Beschermd Thuis ook voor jongvolwassenen kan worden vormgegeven: preventief, inclusief en met oog voor maatwerk in de wooncarrière.
3.8 Anti-stigma en inclusieve samenleving Doel volgens uitvoeringsplan: Vergroten van bewustwording en acceptatie van mensen met psychische kwetsbaarheid; bevorderen van inclusieve wijken. Wat is afgesproken: • Ontwikkeling (regionaal of lokaal) van een anti-stigma-aanpak. Voortgang: Vooralsnog geen gezamenlijke regionale campagne In 2025 is er (nog) geen gezamenlijke regionale anti-stigma-campagne opgestart. De meeste regiogemeenten hebben het onderwerp primair lokaal opgepakt binnen hun eigen inclusiebeleid Regionaal is er vooralsnog een verkennende vraag of en op welke thema’s gezamenlijke actie toegevoegde waarde heeft. Een concrete verkenning met landelijke partners heeft nog niet plaatsgevonden; dit staat (indien gewenst) op de agenda voor verdere afweging in 2026.
3.9 Werk, inkomen en dagbesteding Doel volgens uitvoeringsplan: Versterken van de verbinding tussen Beschermd Thuis en arbeidsparticipatie/dagbesteding. Wat is afgesproken: • Afstemming met Werkcentrum Veluwe Stedendriehoek en Hoofdzaak Werk. • Aansluiting bij regionale inkoop werk/dagbesteding. • Afspraken over toepassing inrichtingsnorm en koppeling Participatiewet. Voortgang: Start samenwerking rond arbeidsparticipatie In 2025 is gestart met het versterken van de verbinding tussen Beschermd Wonen / Beschermd Thuis en arbeidsparticipatie. Er zijn eerste gesprekken gevoerd tussen het Werkcentrum Veluwe Stedendriehoek, het project Hoofdzaak Werk, gemeenten en zorgpartijen over het structureel koppelen van inwoners met Beschermd Thuis aan dagbesteding en werktrajecten. Deze samenwerking is essentieel om inwoners niet alleen een woonplek, maar ook perspectief op herstel, daginvulling en maatschappelijke participatie te bieden.
15
Financiële positie van jongeren bij doorstroom Een belangrijk aandachtspunt in 2025 is de financiële positie van jongeren die vanuit de jeugdhulp doorstromen naar Beschermd Thuis. Jongeren onder de 21 jaar hebben vaak onvoldoende inkomen om zelfstandig te wonen, onder meer door de lage bijstandsnorm, beperkte mogelijkheden om te werken naast studiefinanciering en de bijdrageplicht van ouders. Dit leidt in de uitvoering tot vragen over de toepassing van de Participatiewet en de rol van de Wmo bij het compenseren van woonlasten. Druk op BUIG-middelen door verschuiving woonlasten De verschuiving van verblijfskosten (intramuraal) naar reguliere woonlasten betekent bovendien dat deze lasten deels drukken op de BUIG-middelen (Participatiewet), zonder dat hiervoor extra rijksmiddelen beschikbaar zijn. Om deze financiële en juridische vraagstukken zorgvuldig te adresseren, vindt structureel overleg plaats tussen de betrokken gemeentelijke afdelingen, waaronder Wmo, Participatiewet en Juridische Zaken. Deze afstemming is essentieel om tot eenduidige toepassing van regelgeving en passende oplossingen voor inwoners te komen.
3.10 Samenvattend beeld De voortgang over 2025 laat zien dat de beleidsmatige fundamenten stevig zijn gelegd. De uitvoering is op veel onderdelen in beweging, maar het tempo verschilt per thema. Het is een jaar waarin het fundament gelegd wordt voor de verdere beweging naar beschermd thuis. De randvoorwaarden zijn op orde, de samenwerking is versterkt, maar de daadwerkelijke versnelling richting Beschermd Thuis vraagt in 2026 en de jaren erna om extra inzet op woningrealisatie, ketenregie en financiële balans.
16
4. Beweging in cijfers en financiën Dit hoofdstuk geeft een kwantitatief beeld van de beweging naar Beschermd Thuis en beschrijft de financiële ontwikkelingen en trends in 2025. 4.1 Algemene trends 2025 Het eerste uitvoeringsjaar van de nieuwe contracten Beschermd Thuis laat een gemengd beeld zien. De beweging richting ambulantisering komt duidelijk op gang, maar de daadwerkelijke afbouw van intramuraal verblijf blijft vooralsnog beperkt. De cijfers bevestigen dat 2025 vooral een ombouwjaar is: de implementatie van nieuwe producten, werkwijzen en samenwerkingsstructuren is succesvol verlopen, terwijl de feitelijke verschuiving van intramuraal naar Beschermd Thuis pas geleidelijk zichtbaar wordt. Indicator
Stand begin 2025
Stand eind 2025
Trend / toelichting
Inwoners met IHT-indicatie (Beschermd Thuis) Inwoners met verblijf (Beschermd Wonen) Totaal inwoners BT + BW
33
84
369
351
402
435
Inwoners bij nietgecontracteerde aanbieders
95
31
Inwoners met buitencontractuele maatwerkvoorziening Inwoners met PGB
24
35
14
14
Groei van IHT (beschermd thuis) door nieuwe contractstructuur. Een geschikte woning om naar door te stromen is niet altijd voor handen. Stijging door groei IHT en trage uitstroom BW; landelijke trend. Forse daling via zorgvuldig overgangsbeleid en gerichte uitstroombegeleiding naar passende woningen (via opstapregeling). Lichte stijging door inzet bij complexe problematiek (m.n. verslavingszorg) en tijdelijk tekort regulier aanbod. Stabiel laag; duidt op beheersbare inzet en effectief toezicht. Tijdelijke intramurale opvang bij ontregeling van inwoners die zelfstandig wonen binnen Beschermd Thuis.
Inwoners gebruikmakend van terugvalvoorziening
7
Analyse De cijfers over 2025 laten zien dat de beweging naar Beschermd Thuis zich vooral manifesteert in een verschuiving binnen het zorgaanbod. Het aantal inwoners met een Integraal Hersteltraject (IHT) is in 2025 aanzienlijk toegenomen (van 33 naar 84), wat bevestigt dat het nieuwe contractmodel wordt benut en dat de inzet van ambulante ondersteuning groeit. Tegelijkertijd is de afname van het aantal inwoners in intramuraal verblijf in 2025 beperkt. Hoewel in totaal 82 inwoners zijn uitgestroomd en het totale aantal inwoners in verblijf licht is afgenomen, leidt de opbouw van ambulante trajecten niet één-op-één tot een evenredige daling van verblijf. Dit hangt samen met meerdere factoren, waaronder beperkte uitstroommogelijkheden naar zelfstandige woonruimte en nieuwe instroom met relatief hoge zorgzwaarte. Door deze samenloop van ontwikkelingen ontstaan in 2025 tijdelijk parallelle kosten binnen verblijf en ambulante ondersteuning. Daarnaast leidt de instroom van inwoners met complexe of moeilijk plaatsbare problematiek in een beperkt aantal gevallen tot inzet van buitencontractuele maatwerktrajecten (BCA), wat bijdraagt aan de kostenontwikkeling.
17
De regionale terugvalvoorziening is in 2025 zeven keer ingezet, steeds kortdurend en gericht op stabilisatie. Dit past bij het beoogde herstelgerichte zorgmodel, waarin tijdelijke opschaling wordt gebruikt om langdurig verblijf te voorkomen. Samenvattend laten de cijfers zien dat de inhoudelijke beweging richting Beschermd Thuis zichtbaar op gang is gekomen, maar dat de effecten op volume en kosten van intramuraal verblijf zich geleidelijker ontwikkelen. Structurele financiële effecten zijn afhankelijk van een samenhangende ontwikkeling van zorg, wonen en instroom, en vragen om voortzetting van de ingezette koers in de komende jaren.
4.2 Financieel beeld en sturing De beweging naar Beschermd Thuis vindt plaats in een financieel uitdagende context. Het Rijk koppelt deze beweging aan een nieuw verdeelmodel dat, in de vorm zoals eerder voorgesteld, voor onze regio nadelig zou uitpakken. De invoering daarvan is echter onzeker: het model is al meerdere keren uitgesteld en de VNG onderzoekt alternatieven. Het voorstel ligt nog steeds in de Tweede Kamer en is niet van tafel, maar de demissionaire status van het kabinet vertraagt besluitvorming. Mocht het beoogde verdeelmodel alsnog worden ingevoerd, dan zou dit – door stapsgewijze afbouw – in de jaren na invoering financieel impactvol zijn. Voor regio’s met relatief veel zorginstellingen, zoals Oost-Veluwe, kan dit op termijn een daling van de rijksmiddelen van circa 25–30% betekenen. De uiteindelijke impact hangt sterk af van de snelheid waarmee we intramuraal verblijf kunnen afbouwen en de beweging naar ambulante ondersteuning realiseren. Huidige situatie: Door het huidige verdeelmodel bevindt de regio zich in een financieel gunstige positie. In 2026 ontvangt Apeldoorn als centrumgemeente circa €47 miljoen voor Beschermd Wonen, binnen een totale regionale begroting van ruim €53 miljoen. De afgelopen jaren zijn hierdoor aanzienlijke overschotten ontstaan, wat ruimte bood voor het opbouwen van reserves en investeringen in de transformatie.
Deze overschotten zijn echter het directe gevolg van het huidige verdeelmodel en bieden geen structurele zekerheid voor de toekomst. In 2025 nemen de uitgaven toe door een nieuw marktconform tarief (behorend bij de nieuwe raamovereenkomst), indexering van dat tarief in combinatie met een beperkte doorstroom vanuit verblijf naar zelfstandige woonruimte. Hierdoor lopen ambulante kosten en intramurale kosten tijdelijk naast elkaar. Ook zien we een lichte toename van indicaties bij niet-gecontracteerde aanbieders, ingezet vanuit zorgvuldigheid wanneer geen passend gecontracteerd aanbod beschikbaar is. Deze kostenontwikkeling weerspiegelt de spanning tussen zorgvraag, woningvraag en de ambitie om intramuraal verblijf terug te dringen. Vooruitblik en sturing: De financiële positie is op dit moment solide en biedt ruimte om te investeren in de beweging naar Beschermd Thuis. Tegelijkertijd is deze positie sterk afhankelijk van twee factoren: 1. Het tempo waarin intramuraal verblijf daadwerkelijk kan worden afgebouwd, wat samenhangt met de beschikbaarheid van passende woningen. 2. De toekomstige vormgeving van het verdeelmodel door het Rijk. Beide factoren zijn onzeker. Het verdeelmodel is meerdere keren uitgesteld en er wordt landelijk nagedacht over aanpassingen. Daarnaast zetten wij in op transformatie, wat de uiteindelijke financiële impact mede zal bepalen.
Het is daarom van belang om reserves zorgvuldig in te zetten en scenario’s voor mogelijke financiële effecten in beeld te houden.
18
5. Knelpunten, lessen en aanbevelingen In dit afsluitende hoofdstuk worden de belangrijkste knelpunten, lessen en aanbevelingen samengevat, als basis voor de verdere uitvoering in 2026 en daarna. 5.1 Knelpunten in uitvoering •
Beperkte doorstroom De doorstroom vanuit de intramurale woonvoorziening naar een zelfstandiger woonruimte is de grootste uitdaging. De beweging naar Beschermd Thuis zorgt voor spanning tussen ambitie en uitvoerbaarheid. Versnelling vraagt om structurele samenwerking met corporaties, spreidingsafspraken (‘fair share’) en het ontwikkelen van alternatieve woonvormen.
•
Zorgzwaarte en complexere casuïstiek De instroom bestaat steeds vaker uit inwoners met zwaardere of externaliserende problematiek. Deze trend vergroot niet alleen de zorgzwaarte, maar leidt ook tot plaatsingsproblemen binnen het gecontracteerde aanbod. Beschermd wonen wordt traditioneel vooral in groepsvorm aangeboden, maar door de verzwaring van problematiek is er vaker behoefte aan meer individuele of kleinschalige settingen. Dit vraagt om doorontwikkeling van specialistische woon-zorgvormen én om een nauwere samenwerking tussen gemeenten, aanbieders en Zilveren Kruis in het kader van Wlz-grensgevallen. Daarnaast legt deze ontwikkeling extra druk op het personeel in bestaande groepen, terwijl er sprake is van een groeiende schaarste aan gekwalificeerd personeel. Dit maakt het noodzakelijk om zowel te investeren in passende woonvormen als in personele capaciteit en deskundigheid.
•
Capaciteit en uitvoeringsdruk bij gemeenten De implementatie van de nieuwe contracten en de versterking van de regionale sturing vragen veel inzet van de lokale toegangsteams en de centrumgemeente. De herijking van de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) heeft gezorgd voor meer duidelijkheid en financiële dekking, maar de structurele uitvoeringsdruk blijft hoog. Monitoring van taken, formatie en middelen is noodzakelijk om de uitvoering duurzaam te borgen.
•
Financiële spanning Door beperkte uitstroom, stijgende zorgzwaarte en hogere tarieven staan de budgetten onder druk. De financiële effecten van de nieuwe producten zijn nog niet volledig voorspelbaar, wat vraagt om voortdurende monitoring en scenariosturing. De komende jaren zullen moeten uitwijzen in hoeverre de toename van ambulante begeleiding met 24/7 ondersteuning in de nabijheid op termijn leidt tot lagere kosten voor intramuraal verblijf. Een specifieke aandachtspunt vormt de groep inwoners die zorginhoudelijk kan uitstromen naar Beschermd Thuis, maar in de praktijk nog verblijft binnen intramuraal aanbod vanwege het ontbreken van passende woonruimte. Hierdoor maken zij gebruik van een zwaarder en duurder verblijfsproduct dan inhoudelijk noodzakelijk is, wat leidt tot extra financiële druk. In 2026 wordt onderzocht of een aanvullend verblijfsproduct met een lichter tarief kan bijdragen aan een beter passend en doelmatiger aanbod voor deze groep.
•
Grensvlakken met Jeugd en Participatiewet De overgang van jeugd naar Beschermd Thuis en de koppeling met werk, inkomen en dagbesteding vragen om een eenduidige werkwijze tussen de Wmo, de Participatiewet en de Jeugdwet. In de praktijk ontstaan nog verschillen in interpretatie en bekostiging, met name bij jongeren onder de 21 jaar. Een gezamenlijke lijn is noodzakelijk om zorgcontinuïteit en financiële duidelijkheid te waarborgen.
19
5.2 Lessen uit het eerste uitvoeringsjaar •
Gezamenlijke regie werkt De nieuwe overlegstructuren tussen gemeenten, aanbieders en corporaties leiden tot snellere besluitvorming, betere casuïstieksturing en meer gedeeld eigenaarschap. De gezamenlijke regie vergroot de handelingskracht en versterkt het vertrouwen tussen partijen.
•
Zorgvuldige transitie voorkomt schade De afbouw van niet-gecontracteerde trajecten is zorgvuldig en gefaseerd verlopen, zonder dat de continuïteit van zorg voor inwoners in het gedrang kwam. Deze aanpak bevestigt dat tempo ondergeschikt is aan kwaliteit wanneer het gaat om kwetsbare doelgroepen.
•
Monitoring maakt het verschil De ontwikkeling van het regionale dashboard biedt voor het eerst structureel inzicht in aantallen, trends en budgeteffecten. Hierdoor kan het gesprek over resultaten en keuzes meer datagedreven worden gevoerd. Monitoring ontwikkelt zich daarmee van verantwoordingsinstrument naar een stuurmiddel voor beleid en uitvoering.
•
Een duidelijke governance-structuur is cruciaal Door scherp te kijken naar de onderlinge taakverdeling binnen de regionale samenwerking is inzichtelijk geworden welke taken door welke partij worden uitgevoerd. Deze duidelijkheid heeft geleid tot een betere afstemming van kosten op de feitelijke werkzaamheden, waardoor de gemeente Apeldoorn gedekt wordt voor de kosten die zij maakt als opdrachtnemer voor de regio. Tegelijkertijd is de gezamenlijke uitvoeringskracht versterkt, wat de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening ten goede komt.
•
Beschermd Thuis vraagt een lange adem De transformatie naar Beschermd Thuis is een meerjarige beweging die alleen tot duurzame resultaten leidt bij bestuurlijke continuïteit en langdurige inzet. De ervaring in 2025 leert dat het tempo van verandering afhankelijk is van externe factoren zoals woningbeschikbaarheid en zorgcapaciteit, maar ook van de mate waarin gemeenten en aanbieders koersvast blijven.
•
Lokale uitvoering blijft cruciaal Succesvolle transformatie vraagt om voldoende capaciteit en deskundigheid bij lokale toegangsteams en beleidsafdelingen. Structurele ondersteuning vanuit de DVO is hierbij onmisbaar om de uitvoering te ontlasten en te verbinden met de regionale ontwikkelopgaven.
•
Verbinding met andere domeinen is randvoorwaarde De beweging naar Beschermd Thuis kan alleen slagen als er blijvende verbinding is met de domeinen jeugd, werk & inkomen, veiligheid, ruimtelijke ordening en het medisch domein. De integrale benadering bepaalt mede het succes van de transformatie en de mate waarin inwoners daadwerkelijk duurzaam zelfstandig kunnen wonen.
5.3 Aandachtspunten voor de komende jaren 1. Versnellen van de doorstroom a. Regionale afspraken over toewijzen van woningen via urgentie aan onder andere mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen. b. Implementeren van de regionale fair share-aanpak en harmoniseren van opstapregelingen. c. In 2026 wordt een uitvraag onder zorgaanbieders uitgevoerd om de uitstroompotentie, benodigde woningtypen en begeleidingsintensiteiten preciezer en eenduidiger in beeld te brengen. Deze verdiepende informatie is noodzakelijk om de aard en omvang van de woonopgave voor Beschermd Thuis zorgvuldig te onderbouwen en realistisch te kunnen faseren in de tijd. 2. Doorontwikkeling van het zorglandschap a. Structurele samenwerking met Zilveren Kruis en aanbieders via de regiokaartcomplex. 20
b. Analyseren van buitencontractuele casuïstiek en stimuleren van innovatie. c. Onderzoek aanbesteding Safehouse-voorziening over structurele positionering van deze specialistische vorm van Beschermd Thuis, mogelijk via een bovenregionale inkoop. Deze doorontwikkeling sluit aan bij de werkagenda van het strategisch overleg, waarin ook thema’s als problematiek bij beëindiging van zorg, afwezigheidsdagen en inzet van terugvalbedden zijn opgenomen. Deze onderwerpen vragen om gezamenlijke oplossingen en worden in 2026 verder uitgewerkt. 3. Versterken van monitoring en financiële sturing a. Koppeling van de beschikbare data (indicatoren voor volume, duur, uitstroom en kosten) aan de meerjarenbegroting MO/BW en periodieke bijstelling via RAO en RBO. b. Monitoren van taken en formatie op basis van de bijgestelde DVO, als onderdeel van de periodieke evaluatie van de regionale samenwerking (via het convenant en de dienstverleningsopdracht). 4. Verbinding tussen Beschermd Thuis, jeugd en participatie a. Afstemmen van beleid rond woonlasten jongeren <21 jaar (Participatiewet ↔ Wmo). b. Verankeren van doorstroomafspraken in de nieuwe inkoop jeugdverblijf en versterken van samenwerking met het Werkcentrum Veluwe Stedendriehoek. 5. Borgen van uitvoeringskracht en continuïteit a. Afronden herijking van de DVO in 2026, inclusief structurele formatieafspraken. b.
Behoud van kennis en expertise door regionale coördinatie en structurele ambtelijke ondersteuning. 6. Voorbereiden op verdeelmodel 2027–2028 a. Uitwerken van scenario’s voor de financiële effecten van het objectieve verdeelmodel. b. Verbinden van deze scenario’s aan beleidskeuzes over schaal, tempo en prioritering binnen de afbouwopgave. 7. Borging kwaliteit en regelgeving a. Voltooien van de juridische verankering van het geactualiseerde pgb-beleid in de Wmo-verordeningen van de regiogemeenten (2026). b. Voltooien van de overdracht en inrichting van het toezicht binnen de regio vanuit de gemeente Apeldoorn, conform de ontvlechting van de zorgregio en de takenverdeling binnen de DVO.
5.4 Samenvattend beeld De regio Oost-Veluwe is begonnen met de daadwerkelijke uitvoering van de transformatie. De beleidsmatige koers en samenwerking zijn stevig, de beweging is zichtbaar in de cijfers, maar de uitvoering kent structurele knelpunten op woningmarkt, zorglandschap en uitvoeringskracht. De uitdaging voor 2026 ligt in het versnellen van de uitstroom, verbreden van de samenwerking met andere domeinen en borgen van een financieel houdbare transitie richting 2030.
21
Begrippenlijst • •
•
• •
• • • •
• • • •
24/7-bereikbaarheidsdienst Regionale regeling waarbij aanbieders gezamenlijk zorgen voor permanente bereikbaarheid voor cliënten die beschermd thuis wonen, om crisissituaties te voorkomen of op te vangen. Beschermd Wonen Beschermd wonen is een maatwerkvoorziening als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het betreft wonen in een accommodatie van een aanbieder met daarbij behorende ondersteuning, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid, herstel en participatie van personen die vanwege psychische of psychosociale problematiek niet in staat zijn zich op eigen kracht in de samenleving te handhaven. De voorziening omvat zowel de wooncomponent als de begeleiding en is bedoeld voor inwoners die een veilige, beschermde woonomgeving nodig hebben om te kunnen functioneren. Beschermd Thuis Beschermd Thuis betreft zelfstandig wonen in de eigen woning of een intermediaire woonvorm binnen de wijk, met professionele ondersteuning en 24/7-bereikbaarheid van zorg, gericht op herstel, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. De voorziening is bedoeld voor inwoners die (weer) in staat zijn zelfstandig te wonen, maar voor wie nabijheid van begeleiding en de mogelijkheid tot terugval op tijdelijk verblijf noodzakelijk blijft om stabiliteit en veiligheid te behouden. Buitencontractueel aanbod Individuele maatwerktrajecten buiten de regionale raamovereenkomst.
DVO MOBW Dienstverleningsovereenkomst Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Legt de taken, verantwoordelijkheden en financiering vast tussen de regiogemeenten en Apeldoorn als centrumgemeente. Fair share-afspraken Regionale afspraken over een evenwichtige verdeling van bij wet aangewezen urgente doelgroepen over gemeenten, passend bij omvang en woningvoorraad. Herstelgericht verblijf Verblijfsproduct onder de noemer Beschermd Wonen. IHT Integraal Hersteltraject: Ambulant product onder de noemer Beschermd Thuis, waar 24/7 begeleiding op afroep beschikbaar is. Intermediaire woonvorm Een intermediaire woonvorm vormt een tussenvorm tussen beschermd wonen en beschermd thuis. Het betreft een woonvorm die een tussenpositie inneemt tussen zelfstandig wonen in een eigen woning en beschermd wonen in een instelling, waarbij de bewoner (geclusterd) zelfstandig woont met professionele ondersteuning, toezicht, gericht op het waarborgen van veiligheid, stabiliteit en herstel en met het doel uitstroom naar volledig zelfstandig wonen. Objectief verdeelmodel Voorgesteld rijksmodel voor herverdeling van BW-middelen tussen gemeenten. Invoering is herhaaldelijk uitgesteld. Opstapregeling Regeling waarmee cliënten vanuit Beschermd Wonen met voorrang een sociale huurwoning kunnen krijgen voor de stap naar zelfstandig(er) wonen.