CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie op artikel 34 vragen CDA over herinrichting van de Oenerweg

Gemeenteraad 19 september 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken d.d. 19 september 20241.285 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Fractie van het CDA Zaaknummer Behandelaar Telefoonnummer

: 1023911 : A. vd Vrugt : 14 0578

Onderwerp

: Fietsverbinding Epe-Oene (herinrichting Oenerweg)

Epe, 27 augustus 2024 Geachte fractie, Op 11 juli 2024 heeft u ons een aantal vragen gesteld over: de fietsverbinding Epe-Oene en specifiek de herinrichting van de Oenerweg. Door middel van deze brief beantwoorden wij de door u gestelde vragen. 1) Tracé betreft nu de Oenerweg vanaf de rotonde bij de Meent tot aan het kanaal, is er zicht op het aanleggen van een goed fietspad het hele tracé tussen Epe en Oene? En zo ja, past het huidige ontwerp hier dan in? Er is zicht op het hele tracé Epe – Oene, waar fase 1 binnen past. Het tracé Epe – Oene is opgedeeld in 2 fasen: fase 1 “rotonde de Meent t/m het Jaagpad” en fase 2 “Jaagpad t/m de komgrens van Oene. Voor het deeltraject Jaagpad tot de kern Oene zijn varianten geschetst die aansluiten op het huidige ontwerp van fase 1. Daarmee is een doorkijk gemaakt naar een volledige fietsroute tussen Epe en Oene. Middels een zorgvuldig participatietraject worden de varianten per deeltraject afgewogen. Het is echter financieel en qua ambtelijke capaciteit niet haalbaar het gehele traject in één fase uit te voeren. Vanuit de risicoanalyse op de verkeersveiligheid is besloten om het deeltraject tussen rotonde de Meent en het Jaagpad verder uit te werken en als eerste te realiseren. Het deeltraject tussen het Jaagpad en de kom van Oene staat op de programmabegroting van 2026.

Deze afweging is reeds gemaakt en opgenomen bij het vaststellen van het Uitvoeringsprogramma 2023-2027. 2) Het STOP-principe is de beleidsmatige onderlegger voor dit ontwerp. Een goede bereikbaarheid van Oene is ook een beleidsmatig uitgangspunt, deze weg is niet voor niets aangewezen als gebiedsontsluitingsweg. Door het viaduct beperkt toegankelijk te laten zijn voor autoverkeer, verslechtert de bereikbaarheid van Oene. Wat is de afweging geweest om het STOP principe te prevaleren boven de bereikbaarheid van Oene? De aanleiding voor het ontwerp is de verkeersveiligheid op deze route, die vanuit de risico-gestuurde aanpak verkeersveiligheid naar voren komt. Ook is door de Raad een motie aangenomen om onderzoek te doen/te komen tot een fietsroute Epe-Oene. Het is correct dat het ontwerp bijdraagt aan het STOP-principe, maar het is niet correct dat het STOP principe prevaleert boven een goede doorgaande route Epe - Oene. Een verkeersveilige en toekomstbestendige inrichting voor alle gebruikers is het belangrijkste uitgangspunt voor dit ontwerp en daarbij houden we rekening met de functie van de weg. Deze route heeft een belangrijke functie voor het autonetwerk, fietsnetwerk én het landbouwnetwerk. Met de VRI op het viaduct verslechtert de totale bereikbaarheid niet.

Met het aantal motorvoertuigbewegingen op deze weg en de verwachte toekomstige groei is de VRI geen significante beperking. In 70% van de keren zal het verkeer door kunnen rijden en ondervindt de bestuurder geen vertraging. Tijdens de proefopstelling van 13 juni is ook komen vast te staan dat de theoretisch bepaalde maximaal wachtrijlengte van 72m1 realistisch is en in 95% van de gevallen niet wordt overschreden. Hierbij moet worden opgemerkt dat tijdens de beproeving van 13 juni ook het verkeersaanbod met 4700 voertuigen extra hoog lag vanwege een omleiding.

Gemeente Epe | bezoekadres: Marktplein 1, 8161 EE Epe | postadres: Postbus 600, 8160 AP Epe | telefoon: 14 0578 | fax: (0578) 678788 e-mail: gemeente@epe.nl | website: www.epe.nl | KvK 50483714 | IBAN NL23BNGH0285002430 | BTW NL001299992B01

2 3) Door het viaduct beperkt toegankelijk te laten zijn, zullen mensen de Oenerweg vermijden en via Zuuk of via Vemde rijden. Is het rekening mee gehouden, met name ook met het feit dat deze wegen helemaal geen voorzieningen voor fietsers hebben, waardoor deze wegen drukker en daarmee potentieel gevaarlijker worden. Het is niet aannemelijk dat al het gemotoriseerde verkeer een andere route zal rijden, door de beperkte wachtduur voor de VRI, in relatie tot de extra reistijd via de alternatieve routes. Voor landbouwvoertuigen zijn we wel breder onderzoek aan het doen naar landbouwroutes. Dit heeft onder andere te maken met het probleem dat landbouwverkeer nu wordt gedwongen door de dorpskern van Epe heen te rijden. Echter in de toekomstige situatie blijft de Oenerweg ook een goede doorgaande route voor landbouwverkeer. Op het viaduct wordt voldoende rekening gehouden met de doorrijdbreedtes voor uitzonderlijke landbouwvoertuigen. Nieuwe ontwikkelingen van de VRI maken het mogelijk dat met vroegtijdige detectie van aantallen en type voertuig ingespeeld kan worden op de juiste doorstromingsbehoeftes. 4) Fietsers richting Epe die gebruik gaan maken van het vrijliggende fietspad, moeten twee keer oversteken om gebruik te maken van het fietspad.

Klopt dit en in hoeverre draagt dit bij aan de verkeersveiligheid? Het is correct dat de fietsers vanaf Oene naar Epe bij het Jaagpad de Oenerweg dienen over te steken in de toekomstige situatie. Deze oversteek ter plaatse van het Jaagpad is in eerste instantie bedoeld om de realisatie van fase 1 goed aan te sluiten op de bestaande te vervolgen route. Omdat hier al een oversteekplaats aanwezig is, is dat een natuurlijk moment om de eerste fase aan te sluiten. Hoe deze route vervolgd wordt, is mede afhankelijk van het participatietraject en de inpassing voor fase 2. We streven naar zo min mogelijk oversteekpunten, om potentiële conflictpunten tussen fietsers en auto’s te vermijden. Echter waar dit nodig is, wordt de oversteek op zorgvuldige locaties gedaan, zoals hierboven toegelicht. Zo is bij het Jaagpad de oversteek voorzien ter plaatse van de wegversmalling. De wegversmalling wordt iets smaller zodat het verkeer in één richting kan passeren, nu zijn hier met regelmaat twijfels. 5) In hoeverre is nagedacht over alternatieven zoals het tijdelijk versmallen van het fietspad op het viaduct? Ook aan de Heerderweg zijn delen van het fietspas smaller i.v.m. de aanwezige bomen. Het viaduct over de A50 is een belangrijk knelpunt omdat deze in de basis, met een breedte maat van 7,75m, te smal is om een verkeersveilige inrichting met vrijliggende fietsvoorziening te realiseren.

In de basis is de wens richting Rijkswaterstaat (RWS) uitgesproken om een fietsbrug aan het huidige viaduct te maken of een volledige nieuwe fietsbrug te realiseren. RWS heeft aangegeven dat deze kosten volledig voor rekening van de gemeente komen. Een dergelijke fietsbrug kent echter een investering van >5 miljoen. Dat is voor nu financieel niet haalbaar. In het huidige ontwerp is wel geanticipeerd op de mogelijkheid om in de verdere toekomst separaat een fietsbrug te realiseren. In het huidige ontwerp is gekozen voor een VRI oplossing waarbij een verkeersveilige situatie gerealiseerd kan worden. Aan de hand van berekeningen zijn de maximale wachtrijlengtes bepaald voor het gemotoriseerde verkeer, zoals onder punt 2 verwoord, en dit is middels een beproeving van de doorstroming geverifieerd. Voor een GOW60 weg met de gemiddelde verkeersintensiteit van 4500 voertuigbewegingen per etmaal en tijdens de beproeving 4700 voertuigbewegingen zijn er geen zwaarwegende beperkingen voor de doorstroming aangetoond. Er is dus geen aanleiding om de keuze van de VRI voor het verbeteren van de verkeersveiligheid ter discussie te willen stellen. Wachtrijlengtes waren van 0 tot 5 voertuigen en in het spitsuur tijdens de beproeving met de “hakselaar” gemiddeld 5 en maximaal 15 auto’s.

6) Wij begrijpen dat recent het contact met de ondernemersvereniging Oene en het Oener Belang hierover weer is opgepakt. Deze partijen zijn niet blij met het voorgestelde ontwerp omdat dit de bereikbaarheid van het dorp verslechtert. Bent u bereid om geen vervolgstappen te nemen totdat geprobeerd is om samen met de ondernemersvereniging Oene en het Oener Belang tot een gedragen plan te komen?

We bouwen aan een veilige en leefbare buitenruimte. Hiervoor vinden wij draagvlak van met name de

3 Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Epe, de burgemeester, de secretaris, dhr. dr. T.C.M. Horn

dhr. N.L.J.J. Dusink

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14465194/1