CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport onderzoek Regio Stedendriehoek Epe (versie 22 januari 2024)

Gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Hamerstuk: Rekenkamerrapport Evaluatie Regio Stedendriehoek21.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit maakt het extra belangrijk dat er een goede informatievoorziening is richting de raden, maar raadsleden geven aan dat de stukken die aan hen geleverd waren onvoldoende duidelijkheid geven over de mate waarin ambities worden gerealiseerd. Daarnaast wordt de doelrealisatie beperkt inzichtelijk gemaakt door middel van een vooral kwalitatieve toelichting. In de raadssessies is dan ook aangegeven dat er weinig zicht is op de ambitie-/doelrealisatie. De raad kan hier dus maar beperkt op sturen vanuit de informatievoorziening. Vanuit de nieuwe Wgr en de ontwerpregeling komt

35

Ontwerpregeling GR Regio Stedendriehoek, juli 2023

36

Ontwerpregeling GR Regio Stedendriehoek, juli 2023

23 / 54

wel naar voren, dat men bezig is om de monitoring van de doelen te verbeteren, maar hoe deze monitoring eruit komt te zien is nog niet bekend. Daarnaast komt uit de documenten en interviews niet naar voren dat er onderscheid is gemaakt in hoe de raden betrokken dienen te worden bij verschillende trajecten. Raden hoeven aan de voorkant minder sterk betrokken te zijn bij de meer concrete projecten, maar trajecten als het regioarrangement, waarin de gezamenlijke ambities, doelen en opgaven voor de leefomgeving worden beschreven (waar o.a. het transitiefonds Landbouw en het Klimaatfonds aan gekoppeld zijn) vragen om sterke betrokkenheid van de raden. De regio en de raden zijn momenteel nog zoekende naar hoe de raden in de positie kunnen worden gebracht om hun kaderstellende en controlerende rol in deze verschillende trajecten adequaat in te vullen. De regio-organisatie geeft aan dat de raden in ieder geval geïnformeerd zijn middels een raadsconferentie, een webinar en twee raadsinformatiebrieven. In oktober worden de raden bezocht en wordt het gesprek aangegaan over het regio-arrangement. Richting het einde van het jaar wordt het plan van aanpak, waarin ook de betrokkenheid van de raden een onderdeel is, gedeeld.

Raadsleden geven wel aan dat betrokkenheid wordt gefaciliteerd door informatiebijeenkomsten die georganiseerd worden door de regio, maar dat ze daar vooral informatie toegezonden krijgen en weinig worden uitgedaagd om na te denken en input te leveren. Wel spreken raadsleden het vertrouwen uit dat de beoogde Raadsadviescommissie (RAC) zal leiden tot meer betrokkenheid. Positief is wel dat de raden actief betrokken zijn bij de totstandkoming van de ontwerpregeling van de nieuwe GR. Onder regie van de regio-organisatie is in dit proces geschakeld tussen het bestuur van de regio, de colleges, de gemeentelijke ambtelijke strategen en juridisch adviseurs en het overleg van gemeentesecretarissen. Ook raadsleden werden tijdens een speciale raadsbijeenkomst om input gevraagd.37 Uit de interviews en stukken is niet gebleken op welke manier de raden zijn betrokken bij trajecten als de naamswijziging van Cleantech Regio naar Regio Stedendriehoek. Verder hebben de raden de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op de begroting van de Regio Stedendriehoek. Van deze gelegenheid is ook gebruik gemaakt door verschillende raden.

Door de wijzingen in de Wgr, krijgen raden de mogelijkheid om extra zienswijzen uit te brengen, aanvullend op de zienswijze die zij al konden indienen op de ontwerpbegroting, bijvoorbeeld op de Meerjarige Kadernota en de Strategische Visie van de regio en bij eventuele tussentijdse aanpassingen en voortgangsrapportages van deze visie. De regionale adviescommissie zou ook een rol kunnen gaan vervullen bij de stroomlijning van de zienswijzen, procedureel en ook inhoudelijk. Deze uitgebreidere mogelijkheden tot het indienen van zienswijzen zouden de raden daarmee in de toekomst meer in staat kunnen stellen om haar controlerende en kaderstellende rol in te vullen. Raadsadviescommissie De Wgr biedt de formele mogelijkheid om een regionale adviescommissie van raadsleden in het leven te roepen. Momenteel wordt de opzet van deze commissie op papier uitgewerkt. In de totstandkoming van de ontwerpregeling bleek veel steun te zijn voor de komst van een regionale adviescommissie. Daarbij werden wel de volgende aandachtspunten genoemd:38 • De commissie is bedoeld als adviescommissie voor het algemeen bestuur. De commissie kan ook worden benut in de richting van de gemeenteraden, bijvoorbeeld voor het inhoudelijke of procedureel afstemmen van zienswijzen.

37

Toelichting op de ontwerpregeling Regio Stedendriehoek, juli 2023

38

Toelichting op de ontwerpregeling Regio Stedendriehoek, juli 2023

24 / 54

• •

•

De commissie mag echter niet een zienswijze uitbrengen in plaats van de raden: die bevoegdheid blijft in handen van de raden en zij kunnen deze bevoegdheid niet overdragen. De commissie komt er alleen op gezamenlijk voorstel van de gemeenteraden: alle raden moeten dit voorstel steunen (een raad mag ook besluiten zelf geen lid voor de commissie aan te wijzen). Om deze suggestie te kunnen realiseren, is het van belang dat iedere raad dit voorstel richt tot de Regioraad. Taken, bevoegdheden, samenstelling, werkwijze e.d.: dat moet door het algemeen bestuur worden geregeld. Dat maakt daartoe eerst een voorstel, waarop alle raden hun eventuele wensen of bedenkingen kunnen geven. Daarna volgt de installatie van de commissie.

In de interviews wordt breed steun uitgesproken voor de adviescommissie. Raadsleden zien de RAC als een goede mogelijkheid om mee te kunnen praten over wat er gebeurt in de regio, waardoor raadsleden beter kunnen worden aangehaakt en zich meer betrokken kunnen gaan voelen bij de regio. En om als RAC vervolgens terug te kunnen koppelen naar de rest van de raad. Wel moet deze positieve ontwikkeling zich verder gaan concretiseren. Wat wordt precies de rol van de RAC? Is deze vooral informerend richting de raden, of krijgt deze daadwerkelijk een adviserende rol, zoals de naam en de ontwerpregeling suggereren? Op welke punten kan men dan advies uitbrengen en hoe staat dit in verhouding tot de besluitvormende rol van de raden? En hoeveel raadsleden gaan daadwerkelijk deelnemen aan de RAC, gelet op het feit dat dit toch een extra belasting oplevert voor de leden? Hoe de uitwerking van de RAC en de werking in de praktijk zal lopen moet nog blijken, al is dus wel te zien dat raadsleden veel vertrouwen hebben dat de RAC hun kaderstellende en controlerende rol gaat versterken.

3.3. Toetsing aan het normenkader Groen: aan de norm wordt volledig of grotendeels voldaan Oranje: aan de norm wordt gedeeltelijk voldaan Rood: aan de norm wordt niet of nauwelijks voldaan. Aspect

Norm

Hoe is de governance van de Regio Stedendriehoek georganiseerd en hoe is hierin de betrokkenheid van colleges en raden geborgd?

1.

De governance van de Regio Stedendriehoek is in opzet duidelijk en voldoet aan relevante wet- en regelgeving (specifiek de Wgr).

2.

Expliciet is door de raden afgewogen of ten aanzien van de Regio Stedendriehoek gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden die de nieuwe Wgr biedt.

3.

Daarbij is duidelijk afgesproken welke rol de colleges hebben in de governance van de Regio Stedendriehoek en in de samenwerking met de Regio Stedendriehoek.

4.

Daarbij is duidelijk afgesproken hoe de raden worden betrokken bij de Regio Stedendriehoek, welke mogelijkheden de raden hebben om hun kaderstellende en controlerende rol in te vullen en welke informatie de raden wanneer ontvangen.

5.

De governance en de gemaakte afspraken worden conform opzet uitgevoerd.

6.

De samenwerking in de Regio Stedendriehoek en tussen de Regio Stedendriehoek en de gemeenten is zodanig, dat deze volgens de betrokkenen bijdraagt aan de realisatie van de ambities en doelstellingen.

25 / 54

7.

De raden worden in staat gesteld om en maken gebruik van de mogelijkheden om hun kaderstellende en controlerende rol in te vullen ten aanzien van de Regio Stedendriehoek.

Norm 1. De governance van de Regio Stedendriehoek is in opzet duidelijk en voldoet aan relevante wet- en regelgeving (specifiek de Wgr). De nieuwe opzet die formeel in werking treedt vanaf 1 januari 2024 voldoet aan relevante wet- en regelgeving en is een vooruitgang ten opzichte van de huidige opzet. De structuur met twee werkorganisaties wordt losgelaten, waarmee de governance er in opzet duidelijk uitziet. De toekomstige structuur – waar nu al deels mee wordt gewerkt – is op papier een stuk logischer en de verwachting is ook is dat dit zal bijdragen aan een meer slagvaardige regio. Daarmee is aan de eerste norm volledig voldaan. Wel zal uiteindelijk moeten blijken hoe de nieuwe opzet functioneert in de praktijk. Norm 2. Expliciet is door de raden afgewogen of ten aanzien van de Regio Stedendriehoek gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden die de nieuwe Wgr biedt. Norm 3. Daarbij is duidelijk afgesproken welke rol de colleges hebben in de governance van de Regio Stedendriehoek en in de samenwerking met de Regio Stedendriehoek. Norm 2 en norm 3 hangen sterk met elkaar samen en worden hieronder samen getoetst. De raden zijn actief betrokken bij het opstellen van de nieuwe ontwerpregeling voor de GR en hebben daarbij expliciet afgewogen of er ten aanzien van de Regio Stedendriehoek gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden die de nieuwe Wgr biedt.

Zo hebben de raden kunnen aangeven dat ze heil zien in de Raadsadviescommissie, waarbij ook aandachtspunten zijn meegegeven aan de regio. Binnen de ontwerpregeling staat ook duidelijk beschreven welke rol de colleges hebben in de governance van en in de samenwerking met de regio. Zo is aan de tweede en derde norm volledig voldaan. Norm 4. Daarbij is duidelijk afgesproken hoe de raden worden betrokken bij de Regio Stedendriehoek, welke mogelijkheden de raden hebben om hun kaderstellende en controlerende rol in te vullen en welke informatie de raden wanneer ontvangen. Tot nu toe is de betrokkenheid van de raden bij de Regio Stedendriehoek beperkt geweest. De Regioraad zoals deze tot 2024 actief is, geeft twee leden van elke raad de mogelijkheid om informatie te verstrekken aan de rest van de raden, maar uit de gesprekken is gebleken dat raadsleden hier niet aan deelnamen. Raadsleden voelen zich in de breedte dan ook weinig betrokken bij de regio. Ook wordt aangegeven dat de informatievoorziening, zoals deze nu is ingericht, voor de raden niet leidt tot een goed beeld van waar de regio mee bezig is en tot welke resultaten dit leidt. Daarmee is aan de vierde norm nauwelijks voldaan. Kanttekening daarbij is wel dat de raden zich inmiddels via zienswijzen hebben uitgesproken voor een formele instelling van de – nu nog informele – raadscommissie.

Hiermee is de verwachting dat raden in de toekomst actiever worden betrokken dan nu het geval is. Norm 5. De governance en de gemaakte afspraken worden conform opzet uitgevoerd. Voorheen, toen nog sprake was van de governance met twee werkorganisaties, werd deze door een aantal betrokkenen als onlogisch en te weinig slagvaardig ervaren. De nieuwe governance met één werkorganisatie – die nu al informeel van kracht is en in januari 2024 formeel wordt – lijkt op papier duidelijker van opzet. Meerdere betrokkenen geven ook aan positief tegenover deze verandering te staan. De daadwerkelijke verbetering van de governance moet zich nog wel op papier gaan bewijzen. Daarom is tot op heden nog niet aan de vijfde norm voldaan, maar is wel de verwachting dat hier in de toekomst aan wordt voldaan. Norm 6. De samenwerking in de Regio Stedendriehoek en tussen de Regio Stedendriehoek en de gemeenten is zodanig, dat deze volgens de betrokkenen bijdraagt aan de realisatie van de ambities en doelstellingen.

26 / 54

De samenwerking in de Regio Stedendriehoek en tussen de gemeenten draagt volgens een aantal betrokkenen ten dele bij aan de realisatie van de ambities en doelstellingen. Wel is het voor meerdere betrokkenen lastig te beoordelen in hoeverre de samenwerking bijdraagt aan de realisatie, aangezien de informatievoorziening aangaande doelrealisatie als ontoereikend wordt ervaren. Daarnaast wordt de samenwerking complexer door beperkte capaciteit en door het feit dat de gemeenten van de regio in twee provincies liggen en dat er sprake is van deelname aan meerdere regio’s. De gemeenten geven elkaar hierin de ruimte, maar het strategisch gesprek over deelname aan andere regio’s kan worden benut, wordt niet gevoerd. Ook blijft een aandachtspunt in de samenwerking hoe de ondernemers en onderwijsinstellingen goed aangehaakt blijven middels hun rol in de Strategische Board. Daarmee wordt aan zesde norm gedeeltelijk voldaan. Norm 7. De raden worden in staat gesteld om en maken gebruik van de mogelijkheden om hun kaderstellende en controlerende rol in te vullen ten aanzien van de Regio Stedendriehoek. De regio en de raden zijn momenteel nog zoekende hoe de raden zo goed mogelijk in positie kunnen worden gebracht om hun kaderstellende en controlerende rol in te kunnen vullen.

Wat in de regio gebeurt, is heel breed en speelt zich af op veel belangrijke thema’s en de inspanningen die worden geleverd komen voor in verschillende vormen. Het gaat dan niet alleen om concrete projecten – waar raden aan de voorkant minder sterk bij betrokken hoeven te zijn – maar ook om grote strategische vraagstukken. Trajecten als het komen tot het regioarrangement (de ruimtelijke puzzel), zijn trajecten waarbij raadsleden aan de voorkant sterker betrokken zouden moeten worden gelet op hun kaderstellende rol. Dit vergt een andere betrokkenheid, maar in de regio wordt hier nog geen onderscheid in gemaakt. Dit is een aandachtspunt. De nieuwe raadsadviescommissie – waar nu al informeel mee wordt gewerkt – kan vanaf 2024 hieraan een positieve bijdrage gaan leveren, maar hoe deze er in praktijk uit komt te zien en welke rol deze gaat vervullen is nog niet formeel bepaald. Daarmee wordt aan de laatste norm vooralsnog niet voldaan.

27 / 54

4.Wat levert de samenwerking op? In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het resultaat van de samenwerking, oftewel: worden de doelen en ambities bereikt en wat is de meerwaarde van de samenwerking in de ogen van betrokkenen? Het hoofdstuk is opgedeeld in drie paragrafen, een feitelijke beschrijving (§4.1), de analyse aan de hand van de interviews en raadssessies (§4.2) en de toetsing op de normen (§4.3).

4.1. Feitelijke beschrijving 4.1.1. Doelrealisatie: doelen en ambities Jaarstukken van de Regio Stedendriehoek In de jaarstukken van de Regio Stedendriehoek – die ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraden – wordt per portefeuille – uit de vorige agenda – teruggeblikt op de activiteiten en projecten die zijn uitgevoerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in wat men wilde bereiken en wat is bereikt. Zo wordt voor de portefeuille landelijk gebied het volgende benoemd in de jaarrekening 2022.39 Wat wilden we bereiken?40 • Communicatiecampagne korte ketens: verbeteren relatie boer - burger en stimuleren van gedragsverandering consument: o Uitgewerkte communicatiestrategie op basis van gemeenschappelijke visie o Ontwikkelde communicatiematerialen/ toolbox voor betrokken gemeenten en organisaties • Brede gezondheidsbenadering: literatuurstudie brede gezondheidsbenadering gezondheid ander soort landbouwproducten: samen met onderwijsinstellingen • Practice what you preach: als gemeenten in de Regio Stedendriehoek zijn wij voorbeeldige overheden in voedselgebruik, beperken van voedselverspilling en stimulering van biodiversiteit; korte keten gebruik door gemeenten.

Onderdeel POP3 aanvraag • Agro Innovatie Coöperatie: ondersteuning uitrol innovatie coöperatie en verbreden netwerk • Programma natuurinclusieve landbouw Wat hebben we bereikt?41 "In 2022 is een succesvolle communicatiecampagne gelanceerd over korte ketens: Super die Boer. Dit als concrete uitwerking van de ambitie in de visie voor de transitie voedsel, landbouw en landschap dat wij ons als gemeenten willen inzetten op het versterken van het toekomstperspectief van onze agrariërs door bij te dragen in een systeemverandering richting een duurzaam landbouwsysteem binnen een hoogwaardig landschap. Onderdeel hiervan was het ontwikkelen van een regionale kaart met informatie over regionale producenten, het opzetten van een netwerk van lokale producenten en het verankeren van het korte-keten denken in gemeentelijk beleid. Als concretisering van onze ambitie om natuurinclusieve landbouw te stimuleren hebben we in 2022 een scholingstraject aan 30 agrariërs georganiseerd, een project rondom het stimuleren van kruidenrijke akkerranden uitgevoerd en hebben we ons als

39

Jaarrekening 2022, 30 maart 2023

40

Jaarrekening 2022, 30 maart 2023

41

Jaarrekening 2022, 30 maart 2023

28 / 54

regio aangesloten bij het platform natuurinclusieve landbouw. Tenslotte hebben we in 2022 een aantal netwerkbijeenkomsten rondom voedsel, landbouw en landschap georganiseerd, verbeterden we onze samenwerking met relevante partijen als IJsselvallei Boert en Eet bewust en pakte de werkgroep een rol in de totstandkoming van de uitvoeringsagenda." In de jaarstukken wordt geen koppeling gemaakt tussen de resultaten en de overkoepelende doelstellingen en ambities. De Regio Stedendriehoek heeft naast de jaarstukken geen formele verantwoordingsdocumenten waarin hierop wordt gereflecteerd. Op regionaal niveau worden meer beleidsstukken geformuleerd, wat onderdeel is van de doelen en activiteiten. Zo is te zien dat er een regionale woondeal is opgesteld.42 Ook zijn er een regiovisie voedsel, landbouw en landschap43 en een mobiliteitsagenda44 opgesteld. De Strategische Board reflecteert op haar acties en doelen in het jaarverslag. 45 In het jaarverslag wordt gerapporteerd over de acties die zijn uitgevoerd binnen de verschillende thema's, volgend op de actieplannen of de plannen binnen de Regio Deal en de RES. In het jaarverslag wordt geen kwalitatieve terugblik gegeven op de ambities en de doelen uit de strategische agenda.

Uit de ontwerpregeling komt naar voren dat de regio op dit moment werkt aan nieuwe monitoringsinstrumenten voor het monitoren van de uitvoeringsagenda.46 Deze zijn op dit moment nog niet beschikbaar. De regio-organisatie geeft aan dat de nieuwe monitor wordt gebaseerd op de uitvoeringsagenda en de indicatoren voor brede welvaart47. Hieraan wordt gewerkt vanuit de gemeente Deventer, de regio en Saxion. Het doel is om de monitor einde van het jaar gereed te hebben. Voortgangsrapportage Regio Deal De Regio Deal heeft een aparte begroting en een aparte verantwoording. Hier wordt dus apart over gerapporteerd aan de gemeenteraden.48 In de Regio Deal staan twee actielijnen centraal: Cleantech Werkt en Groene Groei. Onder deze actielijnen vallen verschillende programma's. Deze programma's zijn in Stedendriehoek-verband ondergebracht bij de verschillende portefeuilles, zoals economie en landelijk gebied en bij de Strategische Board. Aan de doelen en programma's van de Regio Deal zijn voornamelijk kwantitatieve indicatoren gekoppeld om de voortgang te meten. In de voortgangsrapportage wordt stilgestaan bij de resultaten hiervan. Voor het programmadoel matching en mobiliteit, binnen de actielijn Cleantech Werkt, zijn bijvoorbeeld de volgende doelen en indicatoren geformuleerd:49

42

Woonagenda 2022-2030, maart 2023

43

Regionale visie voedsel, landbouw en landschap, oktober 2019

44

Mobiliteitsagenda 2023-2027, oktober 2022

45

Jaarverslag Strategische Board 2022

46

Toelichting bij ontwerpregeling GR Regio Stedendriehoek, juli 2023

47

Uit de Monitor Brede Welvaart van de provincie Gelderland blijkt dat de regio relatief goed scoort, maar moet werken aan gezondheid en

arbeidsparticipatie. De uitvoeringsagenda is dan ook medegericht op het verbeteren van de brede welvaart, en daarom wordt ook gemonitord op dit punt. 48

Begroting 2024

49

Voortgangsrapportage Regio Deal 2020-2022, maart 2023

29 / 54

Vervolgens wordt er aan de hand van deze indicator – percentage mensen met een uitkering – gerapporteerd. Ook worden andere kwantitatieve resultaten gedeeld van projecten binnen het programma.

In een bijlage wordt per project gerapporteerd op doelen, resultaten, financiën, governance, planning en geleerde lessen. Uit de rapportage komt naar voren dat men redelijk op koers ligt met de realisatie van de programmadoelen, maar dat de langetermijneffecten van de acties nog niet inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Voortgangsrapportage RES De RES heeft – net als de Regio Deal – een eigenstandige begroting vanuit het Nationaal Programma RES. Daar aangekoppeld heeft de RES ook een aparte monitoringssystematiek, met een voortgangsrapportage aan de raden. 50 Het doel vanuit de RES is om 1,07 TWh op te wekken in de regio Stedendriehoek (exclusief Deventer, die onderdeel uitmaakt van een andere RES-regio). Deze opgave moet worden gerealiseerd uit een combinatie van grootschalige

50

Voortgangsrapportage RES Stedendriehoek, juni 2023

30 / 54

opwek uit wind, zon op dak en zon op land. In de voortgangsrapportage wordt de volgende doelrealisatie gerapporteerd:51 In de rapportage wordt benoemd dat met wat betreft zon op land goed op weg is en dat de ambitie voor dit onderdeel realistisch is.52 Wel wordt benoemd dat sommige plannen nog kunnen afvallen vanwege onder andere problemen met aansluiting op het net (vanwege netcongestie). Voor zon op dak ziet de RESregio nog wel risico’s. Dit aspect omvat het grootste deel van de ambitie, maar is ook het aspect waar gemeenten de minste invloed op hebben. In de rapportage wordt aangegeven dat men wat betreft zon op dak niet op koers ligt, onder andere vanwege ongeschikte daken, problemen met het verzekeren van gebouwen met zonnepanelen, verschillen van inzicht tussen huurders en pandeigenaren, en de netcongestie. Ook wordt benoemd dat monitoring van dit aspect lastig is, omdat eigenaren hun zonnepanelen niet hoeven te melden bij de gemeente.53

4.1.2.

Financiën: jaarstukken

Jaarstukken Regio Stedendriehoek In de jaarrekening, die ter kennisgeving wordt gedeeld met de raden, worden de lasten en baten van de werkprogramma's uiteengezet.54 Daarbij wordt onderscheid gemaakt in kosten die verband houden met de organisatie (bestuur en bureau), de agenda van de stedendriehoek (de programma's), de verantwoording van een aantal projecten rondom bereikbaarheid en uitvoeringsovereenkomsten. De volgende tabel wordt uiteengezet in de jaarrekening: 55

51

Voortgangsrapportage RES Stedendriehoek, juni 2023

52

Voortgangsrapportage RES Stedendriehoek, juni 2023

53

Voortgangsrapportage RES Stedendriehoek, juni 2023

54

Jaarstukken 2022

55

Jaarstukken 2022

31 / 54

Uit de tabel komt naar voren dat zowel de lasten als de baten voor 2022 lager uitvallen dan begroot. Deze verschillen komen bijvoorbeeld voort uit extra subsidies die zijn binnengehaald, projecten die zijn doorgeschoven naar 2023, te hoge/te lage begrotingen of projecten die - door beperktere betrokkenheid van ondernemers door corona of de Oekraïne-oorlog - zijn ingeperkt.56 De raden zijn geïnformeerd over deze wijziging en hebben hierop een zienswijze kunnen indienen, waarna besluitvorming heeft plaatsgevonden in de Regioraad. De accountant oordeelt dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2022 als van de activa en passiva op 31 december 2022 in overeenstemming met het Besluit Begroting en Beantwoording provincies en gemeenten (BBV). De accountant oordeelt ook dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2022 in alle van materieel belang zijnde aspecten, rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving.57 Regio Deal In de voortgangsrapportage voor de Regio Deal wordt ook gereflecteerd op de begrote kosten, de uitgekeerde kosten en de bestede bedragen. De voortgangsrapportage is gedeeld met de gemeenteraden.58

56

Jaarstukken 2022

57

Controleverklaring, jaarstukken 2022

58

Voortgangsrapportage Regio Deal 2020-2022, maart 2023

32 / 54

Uit de voortgangsrapportage komt voort dat er ruim € 101 miljoen beschikbaar is gesteld tot eind 2024. Hiervan is reeds ruim € 8 miljoen uitgekeerd en uiteindelijk bijna € 3,6 miljoen besteed. Wel is te zien dat bepaalde partijen, zoals de gemeenten Zutphen en Epe, meer hebben besteed dan origineel uitgekeerd. Voor elke partij geldt dat er minder is uitgekeerd dan begroot. Bepaalde projecten waar veel geld voor is begroot, met name project Eerbeek Loenen 2030 (€ 45,6 miljoen), Biogashub Oxe (€ 11,6 miljoen) en Toekomstbestendige bedrijventerreinen (€ 10,25 miljoen), zijn ten tijde van de rapportage nog niet gestart of hebben nog geen middelen ontvangen.59 In de voortgangsrapportage wordt benoemd dat de uitkering van middelen op koers ligt.

4.2. Analyse 4.2.1. Doelrealisatie Ambities en doelstellingen In de jaarstukken wordt gemonitord aan de hand van de activiteiten, projecten en programma’s die onderdeel uitmaken van de jaarplannen. Hierin geeft de regio aan welke activiteiten dat jaar zijn uitgevoerd. Wat opvalt aan de jaarstukken is dat er geen verbinding wordt gelegd tussen de uitvoering van de activiteiten en de realisatie van de doelstellingen en ambities. In de jaarstukken worden de uitgaven onderbouwd waarbij wordt aangegeven welke activiteiten daarmee zijn uitgevoerd. Het expliciet maken in welke mate daarmee doelen worden gerealiseerd, gebeurt nog beperkt. De regio rapporteert wat is uitgevoerd, maar niet tot welke effecten dat heeft geleid en of daarmee de realisatie van de ambities een stap dichterbij komt. Wel is te zien dat er op regionaal niveau meer beleidsstukken worden geformuleerd, wat kan bijdragen aan het realiseren van de ambities. De verdere realisatie van de ambities zou wel kunnen worden versterkt door middel van de afspraken en activiteiten die volgen uit de regionale woondeal, mobiliteitsagenda en de regiovisie voedsel, landbouw en landschap, alsmede de Regio Deal. Deze zijn allen voortgekomen uit de samenwerking. Met de nieuwe agenda is het ook maar beperkt mogelijk om te monitoren op de doelstellingen. Zoals ook beschreven in paragraaf 2.2.1.

zijn de doelstellingen vanuit de nieuwe uitvoeringsagenda abstract en maar beperkt meetbaar geformuleerd. Een kwantitatieve monitoring is dan ook maar beperkt mogelijk. Een kwalitatieve monitoring kan hierbij een oplossing vormen, maar ook deze monitoring ontbreekt. Hierdoor is het beperkt mogelijk om vast te stellen of de doelstellingen en de ambities worden gerealiseerd of op koers liggen om te worden gerealiseerd.

59

Voortgangsrapportage Regio Deal 2020-2022, maart 2023

33 / 54

Uit interviews met de regio-organisatie komt ook naar voren dat monitoring vanaf het begin een aandachtspunt is. Zo wil de regio de doelen van het versterken van leefbaarheid en het vestigingsklimaat gaan monitoren, onder andere aan de hand van brede welvaart. Ook wordt benoemd dat er vanuit de raden de vraag is om te laten zien wat er voor de specifieke gemeenten is gedaan. De regio wil meer inzetten op het inzichtelijk maken van deze meerwaarde. Uit de ontwerpregeling komt ook naar voren dat men werkt aan nieuwe monitoringsinstrumenten, maar het is de vraag in welke mate deze inzicht bieden in de doelstellingen door de beperkte meetbaarheid hiervan. Zelfs al wordt deze wel gebaseerd op de uitvoeringsagenda. Vanuit de interviews en raadsessies komt ook naar voren dat het beperkt zichtbaar is waar de regio toe leidt: welke resultaten worden geboekt, concreet? Vanuit meerdere betrokkenen is het dan ook de wens om de resultaten zichtbaarder te maken. RES- en Regio Deal doelstellingen Vanuit de RES-monitoring is wel te zien wat de doelrealisatie is. In de RES is een meetbaar doel afgesproken omtrent de duurzame opwek (1,07 TWh). In de voortgangsrapportage is te zien dat hiervan op dit moment 0,31 TWh is gerealiseerd. De rapportage laat zien dat de regio op koers ligt wat betreft zon op land, maar dat het grootste deel van de ambitie moet worden gerealiseerd met zon op dak.

Daar liggen grote achterstanden. Op basis van de rapportage is dan ook te zien dat de regio niet op koers loopt om de ambities te behalen. Kijkend naar de Regio Deal wordt deze gemonitord aan de hand van de activiteiten en geformuleerde indicatoren bij de doelen. Vanuit de rapportage komt naar voren dat de realisatie van de ambities en programmadoelen redelijk op koers ligt. Wel wordt door de organisatie de kanttekening gemaakt dat de langetermijneffecten van de programma’s – en daarmee de impact op de ambities – in dit stadium nog niet inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Kanttekening bij de monitoring van de Regio Deal is dat deze vooral gestoeld is op indicatoren. Bij een dergelijke monitoring is het van belang dat de indicatoren het doel én de ambitie voldoende dekken. Ten voorbeeld: een doel is om de praktijkgerichte leeromgevingen te versterken om hiermee de flexibiliteit en wendbaarheid van studenten, zij-instromers en medewerkers te vergroten.60 Dit doel wordt gemonitord aan de hand van het aantal praktijkgerichte leeromgevingen en het aantal studenten dat betrokken is bij het centrum digitale veiligheid, digitale werkplaats Stedendriehoek en opleidingen energietransitie en techniek.

Maar in welke mate zeggen deze cijfers iets over flexibiliteit en wendbaarheid? En wat wordt precies verstaan onder flexibiliteit en wendbaarheid? Wanneer de indicatoren het doel niet volledig dekken, is het lastig om te duiden wat de precieze impact is van de activiteiten op deze doelen. Het werken met indicatoren geeft dus een goed kwantitatief inzicht in de doelrealisatie, maar hierbij dient in ogenschouw te worden genomen en kritisch te worden gekeken in welke mate de doelen voldoende te vatten zijn in deze indicatoren.

4.2.2. Financiële kaders Aangezien de doelrealisatie niet goed kan worden nagegaan, is het ook niet goed mogelijk om te zeggen of de doelrealisatie plaatsvindt binnen de gestelde kaders. Wel is vanuit de financiële stukken te zien dat de uitvoering van de activiteiten plaatsvindt binnen de gestelde financiële kaders. Uit de jaarstukken komt naar voren dat er geen grote overbestedingen plaatsvinden op de budgetten. In plaats daarvan is vooral een onderbesteding te zien. Zo worden projecten bijvoorbeeld doorgeschoven naar andere jaren of is een project uiteindelijk minder uitgebreid dan gedacht. Dit is het geval voor bijna alle programma’s. Eventuele afwijkingen die er zijn voor de uitvoering, worden uitgebreid toegelicht in de jaarstukken. Ook de accountant oordeelt dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte

60

Voortgangsrapportage Regio Deal 2020-2022, maart 2023

34 / 54

en samenstelling van de baten en lasten. De accountant heeft dan ook geen specifieke aandachtspunten geformuleerd omtrent de inhoud van de jaarrekening en geen tekortkomingen geconstateerd. Vanuit de Regio Deal-rapportage komt naar voren dat de uitvoering bij deze projecten ook plaatsvindt binnen de gestelde kaders. De rapportage laat zien dat er nu een gedeelte van het beschikbare budget is verleend en dat er nog een aantal grote projecten op de rol staat. Uiterlijk in 2025 dienen alle budgetten volledig te zijn besteed.

4.2.3. Meerwaarde Meerwaarde van een samenwerking gaat breder dan alleen het realiseren van je doelen en ambities. Meerwaarde kan bijvoorbeeld ook worden gehaald uit de samenwerking an sich of uit de externe rol die een samenwerking kan spelen. Meerwaarde van de Stedendriehoek wordt door betrokkenen en raadsleden vooral uit andere factoren gehaald dan de activiteiten die worden ontplooid. In plaats daarvan wordt de meerwaarde vooral gezien in de noodzaak die er bestaat om samen te werken. Meerdere betrokkenen en raadsleden benoemen – over de volle breedte van de regio – dat men eigenlijk niet meer zonder samenwerking in de regio kan. Gelet op zaken als het regio-arrangement of de woningopgave en de regio-overstijgende opgaven waar gemeenten mee te maken hebben, is samenwerking noodzakelijk. Vooral ingegeven vanuit de provincie, het Rijk en de Europese Unie. Betrokkenen en raadsleden stellen dan ook vrijwel unaniem dat men door moet gaan met de Stedendriehoek. Wat wel opvalt, is dat de meerwaarde vooral wordt gezien in het idee dat vanuit het Rijk en de provincie meer wordt gewerkt in provinciaal verband, waardoor het noodzakelijk wordt voor gemeenten om regionaal samen te werken.61 En minder vanuit het idee dat de samenwerking ook daadwerkelijk intrinsieke meerwaarde heeft voor de regio en de gemeente.

Meerdere betrokkenen benoemen hierbij ook dat het inzichtelijk maken van de meerwaarde er meer voor zou kunnen zorgen dat men betrokkenheid voelt bij de regio en dat men ziet dat het daadwerkelijk een plus is om onderdeel uit te maken van de Stedendriehoek. Deze plus wordt nog beperkt beleefd door alle geledingen van de gemeenten, ambtelijke organisatie, college én raad; men ziet vooral de plus in de functie richting het Rijk en de provincie wat betreft het behouden van voorzieningen en het ontvangen van gelden en subsidies. De noodzaak van de Stedendriehoek wordt ook gezien in de externe rol die de Stedendriehoek kan spelen richting de provincie, het Rijk en de Europese Unie. Zo kan de Stedendriehoek een lobbyfunctie vervullen om de belangen van de regio bij die gremia goed te vertegenwoordigen. Dit is vooral waardevol voor gemeenten zonder eigen interne lobbyfunctie. Maar ook voor de andere gemeenten zien meerdere betrokkenen de waarde van de lobbyfunctie: immers, als regio als geheel heb je vaak eerder een voet tussen de deur en een kans op een plek aan tafel dan als enkele gemeente. Zelfs een grotere stedelijke gemeente. De lobbyfunctie die de Stedendriehoek vervult tot concrete meerwaarde geleid in de vorm van de Regio Deal en subsidies die zijn binnengehaald.

Betrokkenen geven massaal aan dat vooral de Regio Deal er niet zou zijn geweest zonder de samenwerking in de Stedendriehoek. Ook wordt meerwaarde gezien in het idee dat een sterke regio ervoor zorgt dat voorzieningen – ook in kleine gemeenten – behouden blijven. Verder wordt de meerwaarde ook gezien in de samenwerking zelf. De Stedendriehoek biedt een platform om op een breed palet aan onderwerpen met elkaar samen te werken en elkaar op te zoeken. Dit zorgt voor kortere lijnen tussen ambtelijke organisaties. Men weet elkaar sneller te vinden en kan beter van elkaar leren. Even bellen om na te gaan hoe

61

Dit onderzoek gaat niet over de rol van en rolinvulling door de provincie(s). Daarover worden derhalve geen bevindingen geformuleerd. In paragraaf 3.2.1.

gaan we wel in op het gegeven dat de regio is verspreid over twee regio's en wat dat betekent voor de samenwerking.

35 / 54

een collega-ambtenaar met een knelpunt is omgegaan, is gemakkelijker en toegankelijker dan zonder deze samenwerking. Ook op een hoger niveau – tussen de gemeentesecretarissen – wordt de meerwaarde hiervan gezien. Concreet zien betrokkenen ook meerwaarde. Concrete resultaten zijn voor betrokkenen minder goed te benoemen, al zijn die er zeker. Zo worden onder andere de volgende resultaten benoemd: • Tekenen van de woondeal • Cleantech-battle • Verbreding van de A1 • Projecten Centrum voor digitalisering en • Afspraken over bedrijventerreinen veiligheid • RES-afspraken en -proces • Binnenhalen van de Regio Deal • Project snelfietspaden • Binnenhalen van versnellingsgelden • Fieldlab energietransitie • Human Capital Agenda en scholingsfonds Over het algemeen wordt in de interviews wat betreft meerwaarde vooral teruggevallen op de lobbyfunctie richting Den Haag en de provincie en het feit dat je als regio zaken kan binnenhalen als de Regio Deal of subsidies. En dat het samenwerken in een regio kan bijdragen aan het binnenhalen van versnellingsgelden. Dit hangt ook samen met het beeld van raadsleden. Zij zien nog weinig wat de concrete meerwaarde is van de regio in hun gemeente en voor hun inwoners. Raadsleden zien dat de resultaten díe geboekt worden ook te weinig onder de aandacht worden gebracht.

Daardoor is het voor hen en voor inwoners ook niet goed inzichtelijk wat er precies gebeurt en waarom het waardevol is voor hun gemeente om (financieel) bij te dragen aan de regio. Raadsleden zien dan ook dat de meerwaarde zich vooral in de toekomst moet gaan manifesteren in de lobbyfunctie en als vehikel om gelden richting de regio te halen. Case - Innovatie Coöperatie: Ook in het gesprek met betrokkenen bij de Innovatie Coöperatie wordt genoemd dat concrete resultaten te weinig zichtbaar worden gemaakt en daarmee te weinig herkenbaar zijn. Er wordt benoemd dat er verschil zit in de mate waarin gemeenten nieuwsgierig zijn in wat de Innovatie Coöperatie oplevert en dat daardoor beperkt resultaten worden uitgedragen. Daarmee wordt de zichtbaarheid van de regio niet vergroot.

Rol van de Stedendriehoek De regio speelt verschillende rollen bij de projecten en activiteiten die worden uitgevoerd. Zo heeft de regio bijvoorbeeld een hele directe rol als het gaat om het binnenhalen van subsidies. De regio wil vanaf 2024 een subsidieadviseur aanstellen die kansrijke subsidies identificeert en gemeenten ondersteunt bij het aanvragen van deze subsidies. Ook is er binnen de regio een lobbyist in dienst die bij provincie, Rijk en Europa lobbyt om voor de regio belangrijke thema’s op de agenda te plaatsen. Projecten als het binnenhalen van de Regiodeal zijn dus projecten waarin de regio meerwaarde toont via de lobbyrol. Deze projecten worden gefinancierd vanuit de regiobegroting, waarin middelen zijn opgenomen voor lobby en communicatie. Daaronder vallen de middelen voor de lobbyist en subsidieadviseur. Ook is beoogd om in 2024 een investeringsplatform op te zetten. Daarnaast stuurt de regio via programmateams op de uitvoering van de projecten. In de programmateams wordt samen met de belangrijke partijen voor dat specifieke project gewerkt aan concrete projecten en initiatieven. De uitvoering ligt daarbij wel bij de deelnemende gemeenten, net als het eigenaarschap over het project. De regio heeft bij deze concrete projecten meer een coördinerende rol dan een uitvoerende rol.

Denk aan projecten als het Centrum voor Digitalisering en Veiligheid of de snelfietspaden. Daarin heeft de regio een coördinerende rol gehad. Waarmee de regio zijn meerwaarde toont, in de ogen van betrokkenen. Ook had de regio een coördinerende rol als het gaat om het komen tot de mobiliteitsagenda, afspraken over bedrijventerreinen en het tekenen van de woondeal. Het coördineren van dergelijke projecten wordt gefinancierd vanuit de regiobegroting.

36 / 54

Tot slot heeft de regio – via het dagelijks en algemeen bestuur – een richtinggevende rol in de vaststelling van de strategische agenda en de uitvoeringsagenda. De Stedendriehoek is de regionale tafel waaraan bestuurders en ambtenaren tot afspraken komen over de opgaven die gezamenlijk worden opgepakt en die voor de deelnemende gemeenten prioriteit hebben. Gemeenten willen en moeten tot overeenstemming komen over de koers van de regio en de inzet vanuit de regio richting Rijk en provincie. Dat gebeurt aan de bestuurlijke tafels van de Stedendriehoek. De uitvoering van de Regio Deal en de RES ligt niet direct bij de regio Stedendriehoek. Hiervoor zijn aparte stuurgroepen ingericht die direct schakelen met de colleges, en via hen, de raden. De financiën van de Regio Deal en de RES lopen dan ook niet via de regiobegroting, maar via aparte begrotingen. De Stedendriehoek biedt voor deze trajecten een platform voor gemeenten en eventuele andere stakeholders, zoals bedrijfsleven en onderwijs, om samen tot een voorstel voor de Regio Deal te komen en samen de RES op te zetten en uit te voeren. De meerwaarde van de Stedendriehoek is in dit soort gevallen meer indirect. Maar wel belangrijk, geven respondenten aan. De Stedendriehoek biedt voor dergelijke trajecten als het ware een infrastructuur voor samenwerking.

4.3.Toetsing aan het normenkader Groen: aan de norm wordt volledig of grotendeels voldaan Oranje: aan de norm wordt gedeeltelijk voldaan Rood: aan de norm wordt niet of nauwelijks voldaan. Aspect

Norm

Welke meerwaarde wordt gerealiseerd?

1.

Aantoonbaar is gemaakt dat met de programma’s, projecten en activiteiten de doelstellingen worden gerealiseerd of op koers liggen om te worden gerealiseerd.

2.

Aantoonbaar is gemaakt dat de ambities worden gerealiseerd met de realisatie van de doelstellingen of dat deze realisatie op koers ligt.

3.

De doelrealisatie vindt plaats binnen de vastgestelde budgetten. Eventuele afwijkingen worden duidelijk onderbouwd.

4.

Raden, colleges, ambtelijke organisaties en samenwerkingspartners (ondernemers en onderwijs) zien de meerwaarde van de samenwerking in Regio Stedendriehoek.

Gelet op het feit dat de nieuwe agenda pas recent is vastgesteld en tot uitvoering wordt gebracht, wordt in deze toetsing getoetst aan de realisatie van de ambities en doelstellingen van de oude Strategische Agenda. Norm 1. Aantoonbaar is gemaakt dat met de programma’s, projecten en activiteiten de doelstellingen worden gerealiseerd of op koers liggen om te worden gerealiseerd Norm 2. Aantoonbaar is gemaakt dat de ambities worden gerealiseerd met de realisatie van de doelstellingen of dat deze realisatie op koers ligt. Norm 1 en norm 2 hangen sterk met elkaar samen en worden hieronder samen getoetst. In de jaarstukken wordt geen reflectie gegeven op de doelstellingen en de ambities in de oude strategische agenda. In plaats daarvan wordt alleen gereflecteerd op de activiteiten die worden uitgevoerd. Het is echter ook niet goed mogelijk om te monitoren op de realisatie van de doelstellingen en de ambities. De doelstellingen uit de oude agenda zijn namelijk te hoog over - en niet meetbaar geformuleerd - om hier op te kunnen monitoren. Daarmee is het ook niet

37 / 54

goed mogelijk om te reflecteren op de ambities die moeten worden gerealiseerd. Het is dus niet aantoonbaar gemaakt dat met de programma’s en activiteiten de doelstellingen op koers liggen om gerealiseerd te worden en dat daarmee de realisatie van de ambitie op koers ligt. Daarmee is aan de eerste en de tweede norm niet voldaan. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er niets wordt gerealiseerd. Zo worden er middelen en subsidies naar de regio gehaald, is er een woondeal gesloten en worden resultaten geboekt op de doelen van de RES en de Regio Deal. Er wordt daarnaast gewerkt aan nieuwe instrumenten om te monitoren, maar hoe deze nieuwe instrumenten gaan bijdragen aan inzicht in doelrealisatie is op dit moment nog niet te zeggen. Wel wordt de monitoring breed erkend als aandachtspunt. Norm 3. De doelrealisatie vindt plaats binnen de vastgestelde budgetten. Eventuele afwijkingen worden duidelijk onderbouwd. Aangezien de doelrealisatie niet aantoonbaar is gemaakt, is het daardoor ook lastig te zeggen of deze plaatsvindt binnen de gestelde budgetten. Daarom is in deze toetsing gekeken naar de uitvoering. Vanuit de jaarrekening komt naar voren dat er geen grote afwijkingen zijn van projecten die meer budget vragen dan verwacht.

In plaats daarvan is vooral te zien dat budgetten worden doorgeschoven naar opvolgende jaren of er is onderbesteding doordat projecten anders uitpakken dan eerder gedacht. Een overschrijding van de vastgestelde budgetten is dus niet te zien. Daarmee is aan de derde norm geheel voldaan. In de accountantscontrole van de jaarrekening van de regio 2022 zijn geen tekortkomingen geconstateerd en geen specifieke aandachtspunten geformuleerd. Kanttekening daarbij wel is dat een onderschrijding kan betekenen dat het niet lukt om projecten binnen planning uit te voeren, waardoor de projecten en de budgetten doorgeschoven moeten worden naar andere jaren. Norm 4. Raden, colleges, ambtelijke organisaties en samenwerkingspartners (ondernemers en onderwijs) zien de meerwaarde van de samenwerking in Regio Stedendriehoek. Betreffende de meerwaarde wordt deze zeker door de betrokken partijen gezien. Vooral in de laatste jaren met de ontwikkeling van de werkorganisatie en de nieuwe strategische agenda. Men geeft aan dat de ambtelijke en bestuurlijke samenwerking een meerwaarde is – zoals de korte lijnen of het kunnen delen van kennis. Het is niet te zien dat men zich wil terugtrekken uit de samenwerking. Alle betrokkenen geven aan de samenwerking belangrijk te vinden en te willen investeren in de samenwerking. Dit beeld is wel verschillend onder raadsleden.

De ene ziet meer meerwaarde in de samenwerking dan de ander. Dit komt vooral doordat raadsleden minder een beeld hebben van wat er concreet speelt, gebeurt en wordt gerealiseerd in de regio. Dit sluit aan op andere betrokkenen, die weinig concrete voorbeelden van meerwaarde zien. Deze wordt nog vooral gezien in het binnenhalen van externe budgetten en subsidies – de Regio Deal wordt vaak genoemd – en in de lobbyfunctie die de regio kan vervullen voor de betrokken gemeenten. Daar speelt de Stedendriehoek wel een belangrijke rol in, die gemeenten wellicht niet zelf – zo efficiënt of doeltreffend – kunnen vervullen. Men is nog wel terughoudend. Zo wordt benoemd dat de meerwaarde zich vooral moet gaan laten zien in de toekomst. Ook wordt benoemd dat de meerwaarde nog zichtbaarder moet worden gemaakt, met concrete voorbeelden voor ondernemers, onderwijspartners en vooral ook inwoners. Wat gebeurt er in de regio? Wat levert dat op voor de gemeente en de inwoners? Waar worden de budgetten precies aan besteed? Men ziet dus meerwaarde, maar dit moet zichtbaarder en concreter worden gemaakt om de samenwerking verder te verstevigen en legitimiteit te geven richting de raden en de inwoners. Daarmee is aan de vierde norm gedeeltelijk voldaan.

38 / 54

5. Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk presenteren wij de hoofdconclusie (hoofdboodschap) van dit onderzoek (§5.1). De deelvragen worden in de volgende paragraaf beantwoord aan de hand van deelconclusies (§5.2.) en zijn gekoppeld aan de toetsing op de normen. Tot slot worden op basis van de conclusies aanbevelingen geformuleerd; kritische randvoorwaarden voor het verder versterken van de doelrealisatie (§5.3.).

5.1. Hoofdconclusie De regio heeft de laatste jaren belangrijke stappen voorwaarts gezet. De governance is verduidelijkt. De samenwerkingsagenda wordt meer gedragen door de deelnemende gemeenten en is een stuk realistischer. De mogelijkheid om de raden meer in positie te brengen met de regionale adviescommissie wordt opgepakt. Er wordt geïnvesteerd in de werkorganisatie zodat regionale opgaven voortvarender kunnen worden opgepakt. En door de samenwerking komt de woondeal tot stand, wordt met de Regio Deal geld in de regio geïnvesteerd en worden concrete projecten verspreid over de regio uitgevoerd. De regionale samenwerking in de Stedendriehoek wordt doeltreffender en doelmatiger. Maar is nog niet doeltreffend en doelmatig genoeg. Wat dat betreft is de samenwerking volop in ontwikkeling en moeten in de toekomst de vruchten daarvan zichtbaar en geplukt worden. Een belangrijke aandachtspunt in de verdere ontwikkeling is het bouwen aan een gezamenlijk regioverhaal dat iedereen kent, herkent en vertelt. Een gezamenlijk verhaal is nodig om de gemeenschappelijke doelen en acties verder aan te scherpen en verder te concretiseren, tot een scherp en uitvoerbaar uitvoeringsprogramma. Het verhaal moet ook als onderlegger dienen voor toekomstige planontwikkeling, bijvoorbeeld op het vlak van wonen en economische structuurversterking.

Het is een feit dat deelnemende gemeenten ook samenwerken in andere regio’s en dat de regio verspreid is over twee provincies. Dat kan op onderdelen de samenwerking bemoeilijken, maar is op korte en middellange termijn niet aan te passen. Dit is een gegeven waarmee in de Stedendriehoek pragmatisch wordt omgegaan. Men geeft elkaar de ruimte en expliciteert wat op welke regiotafels wordt gedaan. Het strategisch gesprek over hoe de verwevenheid met andere regio’s kan worden benut, vindt nog beperkt plaats. In het regioverhaal verdient dit een plek. De Stedendriehoek is niet alleen een regio waarin stad en land op een vanzelfsprekende manier in balans (kunnen) worden gebracht. Het is/kan ook de verbindende schakel in Oost-Nederland zijn. Verder is het daadwerkelijk vormgeven van de raadsadviescommissie van belang om de raden meer te betrekken bij de regio. De adviescommissie moet een inhoudelijke schakel worden tussen de regio en de afzonderlijke raden. Voorkomen moet worden dat het een tafel wordt waaraan de leden alleen periodiek worden bijgepraat. De commissie moet benut worden om vroegtijdig mee te denken over ontwikkelingen, wat deze ontwikkelingen betekenen voor de raden en hoe de raden daarbij betrokken kunnen worden. Dat vraagt ook voldoende handelingsvrijheid voor de leden van de raadsadviescommissie.

Handelingsvrijheid om ook namens hun eigen raad te spreken en mee te denken. Dat vraagt vertrouwen. Vertrouwen van de rest van de raad in hun vertegenwoordiging, en vertrouwen van de raden dat in de raadadviescommissie de goede dingen gebeuren en worden besproken. Zonder daarbij – uiteraard – de

39 / 54

besluitvorming in de eigen raad aan te tasten. Eigen besluitvorming dient het uitgangspunt te blijven, ook wanneer wordt gewerkt met een raadsadviescommissie die meedenkt en mede de regio vormgeeft. Tevens moeten de investeringen in de werkorganisatie zich gaan uitbetalen in een duidelijke programmatische sturing op de regionale opgaven. Dit vergt regionale inzet, maar ook verbinding en samenwerking met de afzonderlijke ambtelijke organisaties van de gemeenten. Daarvoor dient de samenwerking en de programmateams/werkgroepen adequaat te zijn. Daar moet de ambtelijke samenwerking vorm krijgen en moeten werkafspraken worden gemaakt. Het overleg van gemeentesecretarissen vervullen in de coulissen een belangrijke rol bij het op gang houden en krijgen van deze ambtelijke samenwerking. Eveneens is de governance in opzet zichtbaar verbeterd met een eenduidige aansturing en governance. Er is geen sturing meer vanuit de board én vanuit de GR. Dat maakt het mogelijk en noodzakelijk om te investeren in het betrekken en versterken van ondernemersnetwerken. Deze netwerken en de verbinding daarmee moeten op lokaal niveau op orde zijn zodat je dat op regionaal niveau kunt verbinden. De organisatiegraad van deze ondernemerswerken en de betrokkenheid daarvan bij de regio zijn momenteel nog niet op orde.

Ten slotte, de investeringen – niet alleen in geld – in de Stedendriehoek moeten zich ook gaan vertalen in resultaten. Al zijn dit resultaten die niet per se te duiden zijn per gemeente. Concreet de meerwaarde bepalen voor specifiek Apeldoorn of Deventer, bijvoorbeeld, is niet makkelijk. De resultaten en meerwaarde zijn vaak regionaal, zoals de woondeal of het regio-arrangement. Dat maakt dat raadsleden het soms lastig vinden om goed te duiden wat de meerwaarde is van de regio, omdat toch vaak naar de meerwaarde voor de eigen gemeente wordt gekeken. Terwijl er wel degelijk meerwaarde wordt gerealiseerd. Deze meerwaarde moet niet alleen worden gerealiseerd, maar zeker ook zichtbaar worden gemaakt voor zowel raadsleden, inwoners, ondernemers als maatschappelijke organisaties.. Het tonen van de meerwaarde van de regionale samenwerking verstevigt het fundament voor de samenwerking bij de raden en in de samenleving. Daarbij is het van belang dat men verder kijkt dan alleen de meerwaarde voor de eigen gemeente. Niet alle projecten zullen evenveel meerwaarde hebben voor álle deelnemers. Dat betekent niet dat die projecten niet moeten worden uitgevoerd, maar dat het dus ook van belang is en vruchtbaar kan zijn om projecten te ondersteunen die vooral elders in de regio meerwaarde hebben.

En samenwerking betekent verder kijken dan de eigen grenzen: meerwaarde in een gemeente realiseren betekent meerwaarde voor de gehele regio.

5.2. Deelconclusies Waarom wordt er samengewerkt? Binnen de samenwerking en de gemeenten wordt breed erkend dat samenwerking nu en in de toekomst van belang is. Gemeente-overstijgende vraagstukken en vraagstukken vanuit het Rijk en de provincie maken dat samenwerking noodzakelijk is en blijft. De samenwerking in de Stedendriehoek heeft vorm gekregen middels een strategische agenda. De meest recente agenda maakt een slag in de concreetheid van de ambities, en is realistischer, ten opzichte van de vorige agenda. Maar er zijn nog stappen nodig om de agenda goed richting te laten geven aan de samenwerking. Dat zit vooral in het ontbreken van regionale verhaal. Dit is gegroeid, maar wordt nog niet breed gedragen en verteld. Dit maakt dat er nog beperkt een concrete stip aan de horizon is waar men in de samenwerking naar toe wil werken, en waar men zich volledig aan kan committeren. Een lastig punt daarin is de binding die gemeenten ook hebben met andere regio’s waar activiteiten plaatsvinden.

40 / 54

Het ontbreken van dit regionale verhaal en de stip aan de horizon maken ook dat de raden beperkt beeld hebben bij de regio en de ambities die hierin worden nagestreefd. Hetzelfde geldt voor de ondernemers en de onderwijspartijen waarmee wordt samengewerkt. Hoe wordt er samengewerkt? Vanaf januari 2024 wordt gewerkt met een nieuwe organisatiestructuur, met één werkorganisatie. Dit is een wijziging ten opzichte van de eerdere structuur, waarbij de regio werd aangestuurd door zowel het dagelijks bestuur als de Strategische Board. Dit was een situatie die werd gezien als onlogisch, lastig uit te leggen en niet slagvaardig. Op papier lijkt de nieuwe structuur daar verandering in te kunnen brengen. Met de nieuwe structuur van de Strategische Board – dat een adviserende rol krijgt – wordt gehoopt op een betere vertegenwoordiging van de ondernemers en onderwijspartijen in de samenwerking. Al moeten de voordelen van het werken in de nieuwe structuur in de praktijk nog blijken. Aandachtspunt daarin blijft de capaciteit, zowel mensen als middelen. Vooral ook bij de gemeenten. Ook de betrokkenheid van de raden gaat veranderen. Met de wijziging in de Wgr wordt een raadsadviescommissie ingesteld om de raden eerder en meer te betrekken bij de regio. Deze commissie moet nog verder vorm gaan krijgen. Zo is nog niet inzichtelijk of de commissie een adviserende of meer informerende rol krijgt.

Een meer adviserende rol zou de raden meer in positie brengen om de kaderstellende en controlerende rol in te vullen, maar vraagt een goede organisatie en voldoende handelingsvrijheid voor de deelnemende raadsleden. Wat levert de samenwerking op? Voorop staat dat geen van de deelnemers uit de samenwerking wil stappen; men ziet de meerwaarde van het samenwerken. Vooral gelet op de rol die de regio moet pakken richting provincie en Rijk, en de lobbyfunctie die de regio kan vervullen. Wel wordt de verdere meerwaarde van de regio nu op papier niet goed zichtbaar gemaakt. Monitoring gebeurt op activiteitenniveau, dus het is lastig om te bepalen of de ambities en doelen worden gerealiseerd. Daarmee is niet inzichtelijk wat er in de regio wordt gedaan. Gelet op de grote ambities uit de vorige agenda, zijn deelnemers het er wel over eens dat daar in ieder geval weinig van is gerealiseerd. Al betekent dat zeker niet dat er ook niets wordt gedaan. De Regio Deal, de innovatiecoöperatie of de woondeal zijn resultaten die op regionaal niveau worden geboekt. Voor raadsleden zijn deze resultaten – ook door de beperkte monitoring – niet goed zichtbaar. Zij vinden het lastig om te zeggen wat de meerwaarde is, waardoor de regio ook wordt beleefd als een ‘ver van mijn bed’-show.

Zij gaan dan ook vooral op zoek naar meerwaarde voor hun eigen gemeente: wat wordt er in mijn gemeente gedaan en wat merken mijn inwoners daarvan? Doordat de resultaten nu nog vooral regionaal zijn, is de vertaling naar de lokale meerwaarde lastig te maken. Het is dan ook de wens – ook vanuit de regio – om meer verhalend te rapporteren over meerwaarde, ook richting de inwoners. In dat kader wordt dit jaar gewerkt aan nieuwe monitoringsinstrumenten.

5.3. Aanbevelingen Aanbeveling 1. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – vorm te geven aan het regioverhaal. De Regio Stedendriehoek heeft de potentie om op te treden als verbindende schakel in Oost-Nederland. Wat daarvoor nodig is, is een gedragen en gedeeld regioverhaal. Waar willen we heen met de regio? Wat is onze stip op de horizon? En wat betekent dat voor prioritering van activiteiten of projecten? Dit verhaal moet worden ontwikkeld, en vervolgens eenduidig worden uitgedragen. Door bestuurders, maar zeker ook door raadsleden. De regio zet stappen om te komen tot het regioverhaal, maar moet dit nog verder ontwikkelen. Geef daarom als raad opdracht aan het college om deze

41 / 54

ontwikkeling verder door te zetten, en borg daarbij dat er ook aandacht wordt besteed aan de verbinding met andere samenwerkingsverbanden en andere regio’s als Twente, Zwolle en de Achterhoek. Gebruik dit regioverhaal om de gemeenschappelijke doelen en acties verder aan te scherpen tot een meer concreet, uitvoerbaar en controleerbaar programma van activiteiten. Leg dit programma vervolgens voor aan de gemeenteraden. Aanbeveling 2. Ga als raad de samenwerking aan met andere raden om te zorgen dat de raadsadviescommissie de goede vorm krijgt. De raadsadviescommissie kan een goed middel zijn om de raden eerder en aan de voorkant te betrekken. Vanuit de nieuwe Wgr heeft de raad hier mogelijkheden toe gekregen. Wel is het noodzakelijk dat de raadsadviescommissie goed vorm krijgt. Niet alleen als afstemming of om informatie te delen, maar ook in een adviserende rol. De deelnemende raadsleden kunnen bijvoorbeeld namens hun eigen raad meedenken over kaders en adviseren over projecten en prioritering ten behoeve van het uitvoeringsprogramma. En hun raad informeren over wat er gebeurt binnen de regio, aanvullend op de informatievoorziening vanuit het college en de regio zelf. Immers, een adviescommissie is geen vervanging voor de formele informatievoorziening. Waarbij wel duidelijk moet worden gemaakt dat de raadsadviescommissie niet gaat over inhoudelijke aspecten.

Er worden dan ook geen besluiten genomen. Immers, een adviescommissie is ook geen vervanging voor de besluitvorming in de eigen gemeente en de eigen raad. De leden van de raadsadviescommissie dienen wel mandaat te krijgen vanuit hun raad om mee te denken over de informatievoorziening. De raadsadviescommissie kan ook meedenken over passende betrokkenheid van de raden bij verschillende trajecten. Immers, betrokkenheid bij een concreet project als de fietssnelweg zal anders zijn dan betrokkenheid bij een traject als het regioarrangement. Maak vanuit de raadsadviescommissie afspraken met het dagelijks bestuur over de gewenste betrokkenheid van de raden bij de verschillende trajecten die worden ontplooid in de regio. Borg daarbij wel dat de raadsadviescommissie niet in een te operationele rol vervalt. Zorg er daarnaast voor dat de raadsadviescommissie goed wordt ondersteund vanuit de griffies en de ambtelijke apparaten van de verschillende gemeenten. Denk over het bovenstaande samen als raden na, actief, aanvullend op het traject wat reeds loopt voor de totstandkoming van de adviescommissie. Aanbeveling 3. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – de programmatische sturing door te ontwikkelen. Borg daarbij dat de werkorganisatie niet te veel op afstand komt te staan van de ambtelijke organisaties van de gemeenten.

De wijze waarop de uitvoeringsagenda programmatisch is aangevlogen is passend voor de activiteiten en projecten die worden uitgevoerd. Maar deze sturing moet wel verder worden doorontwikkeld. Het moet duidelijk zijn hoe de verschillende overleggen zich tot elkaar verhouden en wat ervoor nodig is om deze overleggen goed vorm te geven. Denk aan het inbouwen van voldoende tijd om de portefeuillehouders te informeren, of het afspreken van termijnen voor het aanleveren van stukken. Daarnaast moet de verbinding tussen de regio-organisatie en de verschillende ambtelijke organisaties goed zijn. Er moet daarbij worden voorkomen dat de regio teveel op afstand komt te staan van de gemeenten, doordat meer taken door de regio worden opgepakt. Het is en blijft van belang dat de ambtelijke organisaties goed blijven aangehaakt bij wat er gebeurt in de regio, en wat dat betekent voor de desbetreffende gemeente. Met de ontwikkeling naar één werkorganisatie wordt hierin een stap gezet, maar borg dat deze ontwikkeling ook wordt doorgezet. Maak daarover werkafspraken binnen de programmateams. Borg daarnaast in de samenwerking dat de gemeentesecretarissen goed blijven aangehaakt. Dit is nodig voor de schakelfunctie tussen de ambtelijke organisatie en het bestuur. Ook hebben de gemeentesecretarissen goed beeld van hun eigen organisatie, bijvoorbeeld in

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13732965/1