Open brief aan collega en raad Epe (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Aan:
Het college van B&W Alle raadsleden van de Gemeente Epe Open brief
Dringend verzoek
Epe, 12 september 2023.
Geachte dames en heren,
Hierbij heb ik een zeer dringend verzoek aan het bestuur van de gemeente Epe.
Inleiding
In artikel 23-1 van de Gemeentewet is opgenomen dat
raadsvergaderingen in het openbaar gehouden dienen te worden. Inmiddels is mij bekend dat ook in Epe bijeenkomsten met raadsleden worden gehouden, die niet openbaar zijn. Verbazingwekkend, gezien de historie die Epe heeft met haar rapportcijfer 1, door haar inwoners gegeven, als het gaat over transparantie en participatie. Maar sinds kort, mede bepaald door de minister van Binnenlandse zaken, weten wij ook dat dit is toegestaan onder de gemeentewet.
Als deze vergaderingen geen ‘vergaderingen’ maar ‘bijeenkomsten’ worden genoemd, dan mag en kan dat, aldus de minister. Een bijeenkomst of een informeel overleg van raadsleden hoeft dus niet in het openbaar plaats te vinden en dan kan er van alles besproken
worden zonder dat die lastige burgers mee kunnen luisteren.. immers dat
is echt nodig om de democratie in de gemeente goed te laten verlopen. Toch?
(geanoimserd) (geanonimise rd)
Dat is toch wel bijzonder; door de keuze van het woord voor het samenzijn van de raadsleden wordt bepaald of dit samen zijn wel of niet onder artikel 23 van de Gemeentewet valt en in het openbaar moet geschieden. Blijkbaar, vanwege deze algemeen toegepaste werkwijze, en ook ondersteund door de minister van Binnenlandse zaken, kan de
gemeentewet naar goeddunken ‘aan’ of ‘uit’ gezet worden. Slechts op basis van woordkeuze/ benaming door het bestuur van een gemeente.
Eerder door de raad vastgesteld beleid Onder hoede van dezelfde gemeentewet heeft in het verleden de raad van Epe, bij een openbare zitting, besloten de Verordening Onroerend Zaakbelasting aan te nemen. In deze Verordening is de belastinginning geregeld over een onroerend zaak.
Echter, de Gemeentewet kan dus naar goeddunken ‘aan’ of ‘uit gezet worden op basis van woordkeuze/ benaming. Ook hier is natuurlijk het gelijkheidsbeginsel van toepassing, wat voor de één geldt, geldt ook voor de ander! Zie hiervoor artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
En dan geldt het gelijk behandelen ook voor bijvoorbeeld de eerder genoemde -onder hoede van de Gemeentewet besloten- Verordening Onroerend Zaakbelasting.
Nu komt mijn verzoek
Ik verzoek u als bestuur van de gemeente Epe, gezien bovenstaande constateringen, mij geen aanslag Onroerend Zaakbelasting (of formeel heet het volgens Hfst 3 van de Wet Waardering Onroerende Zaken, een gebouwd- of ongebouwd eigendom) meer te sturen. Ik heb namelijk besloten mijn bezittingen ‚have’ te noemen.
(geanoimserd)
Aangezien de Verordening alleen geldt voor gebouwd of ongebouwd eigendom (onroerend zaak) maar niet voor have, ben ik dus niet belastingplichtig.
Ik maak hierbij dan graag gebruik van deze dichterlijke vrijheid en van de eigen woordkeuze die de gemeentewet ook mij toestaat.
Kort samengevat
Omdat het college en de raad de bevoegdheid hebben om onder de gemeentewet, door het veranderen van een woord en/of het kiezen van een synoniem, de wet anders toe te passen, kan het natuurlijk niet anders zijn dat ik als inwoner evenzo dat recht heb en daarom deel ik u dan ook hierbij mee dat mijn bezittingen ‘have’ heten.
Vervolgens verzoek ik u mij, als inwoner van Epe, te ontslaan van de verplichting tot betaling van de belasting Onroerend Zaak, immers ik bezit have en geen onroerend zaak.
Uiteraard ben ik zeer bereid om mijn standpunt en zienswijze nader aan
het college of uw raad toe te lichten, vooralsnog ga ik ervan uit dat u mijn verzoek positief beantwoordt.
Vast mijn hartelijke dan! met vriendelijke groet,
(geanoimserd)