Kadernota Agrifood 2021 1a5c3087e4
Tekst van het document
29
Programma Agrifood
< Inhoud
Gebruik maken van gebiedskracht In sommige gebieden staat het toekomstperspectief van de boeren onder druk, zoals bij kwetsbare Natura 2000-gebieden, droogtegevoelige gebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, gebieden met een grote woningbouwopgave of gebieden waar wensen zijn voor energietransitie of kansen liggen voor herstel van biodiversiteit of landschap. Juist in deze gebieden willen we als provincie richting en ruimte geven aan de boeren die ondernemen onder de meer complexe omstandigheden. Hierbij kan je denken aan de verlaging van de stikstofdepositie bij Natura 2000-gebieden, of de realisatie van een robuust watersysteem voor de droogteaanpak. In het laatste geval kan dit betekenen dat bepaalde gronden natter worden (bijvoorbeeld in beekdalen, waar het oorspronkelijk natter was), wat consequenties kan hebben voor de vorm van landbouw die in dat gebied mogelijk is. In deze gebieden doorlopen we vanuit de diverse beleidsopgaven samen met onze partners integrale gebiedsprocessen. Zonder voorbeelden en gebieden te noemen sluiten we zoveel mogelijk aan op deze bestaande netwerken en vele lopende gebiedsprocessen die zijn opgestart vanuit de gebiedsagenda’s, of vanuit de themaprogramma’s zoals stikstof, droogte en energietransitie.
Samen met de agrarisch ondernemers en andere stakeholders in het gebied bepalen we vanuit de lokale omstandigheden welke ontwikkelingskansen er zijn voor de boeren. Met de in dit programma beschreven aanpak kunnen we de positie van de boer versterken via de instrumenten die in dit programma worden voorgesteld en draagt dit bij aan de provinciale opgaven. In bijeenkomsten en in één op één keukentafel gesprekken door onafhankelijke adviseurs investeren we in het ondernemerschap van de boer. Dit doen we bijvoorbeeld door de opstelling van een bedrijfsplan “Fit for the Future”. Bij de te maken keuzes hangen zowel de focus als het niveau af van de lokale omstandigheden en de wensen van de boer. Aan haar of hem is de keuze, bijvoorbeeld door invullingen van een deel van het bedrijf met bijvoorbeeld een strook kruidenrijke akkerrand, tot een volledig gesloten kringloop zoals natuurboeren. Aansluiten bij wat de boer wil en kan, draagvlak in een gebied, en een gezonde dosis energie zijn daarin belangrijk. Niet alleen gebiedsprocessen die vanuit bestaande gebiedsagenda’s worden uitgevoerd zien wij als ‘kansrijk’. De instrumenten in dit programma kunnen ook ten goede komen aan gebiedsprocessen die ‘bottom up’ georganiseerd worden. De agrarische collectieven spelen bijvoorbeeld al lange tijd een grote rol in de uitvoering van agrarisch natuur- en landschapsbeheer.
Wij zien in hen belangrijke partners om natuur– inclusieve landbouw in Gelderland verder te ontwikkelen en de ontwikkeling van innovaties via hun netwerken te stimuleren. Het versterken van het organisatorisch vermogen van bestaande en nieuwe agrarische collectieven of coöperaties maakt dit mogelijk. Keukentafelgesprekken zien we als onmisbaar om de wensen van de individuele agrarische ondernemer te bespreken en de mogelijkheden te verkennen. Maar de aanpak is breder; ook andere partijen, zoals overheden, waterschappen, bedrijven en terreinbeheerders, maken deel uit van een gebiedsproces binnen de kansrijke gebieden. Het koppelen van (financiële) mogelijkheden vanuit de provinciale programma’s met die van andere partners is namelijk noodzakelijk om tot een integrale gebiedsaanpak te komen. Een gebiedsproces krijgt vorm in gebiedsagenda’s, waarin afspraken worden gemaakt met alle partijen en integraal wordt gekeken naar oplossingen waarbij een duurzaam agrarisch ontwikkelings– perspectief centraal staat. Hierbij redeneren we vanuit de boer, en is dit programma dienend aan de provinciale opgaven in onze diverse (thema)programma’s zijn uitgewerkt.
30
Programma Agrifood
< Inhoud
Ruimte voor de agrarische sector Agrifood staat voor een duurzaam verdienmodel en een toekomstperspectief voor de agrarische sector in Gelderland. In gebieden waar maatschappelijke opgaven niet goed verbonden kunnen worden met een duurzaam toekomstperspectief voor agrarische bedrijven, kan verplaatsing van agrarische bedrijven een passende oplossing zijn. Wij verwachten dat dit vooral het geval kan zijn in gebieden waar het reduceren van stikstofemissie noodzakelijk is. Voor deze uit te plaatsen bedrijven willen we graag een plek elders in Gelderland behouden. In lijn met het advies van de Commissie Remkes over de agrarische hoofdstructuur willen we agrarische bedrijven die verplaatsen omdat ze bijvoorbeeld zijn gevestigd nabij een Natura 2000 gebied, perspectief bieden op een nieuwe locatie in Gelderland. Samen met de Gelderse regio’s en gebiedspartners willen we verkennen hoe we dit kunnen realiseren. Hierbij kijken we ook naar de mogelijkheden die de omgevingsverordening biedt daar waar het gaat om de regels over nieuwvestiging. Het glastuinbouwconcentratiebeleid blijft gehandhaafd in de provinciale verordening. Daarbij zal de verplaatsingsregeling glastuinbouw nog twee jaar actief zijn, waarmee bedrijven 15 jaar lang de mogelijkheid is geboden te verplaatsen naar een glastuinbouwconcentratiegebied.
Voor de komende tijd zal wel aandacht gevraagd worden voor teeltondersteunende voorzieningen (TOV). Deze variëren van hagelnetten tot tunnel– kassen als ook complete kassen van plastic. Zeker in de fruitteelt zal deze ontwikkeling een vlucht nemen. De vraag zal enig moment aan bod komen of we hierin iets moeten in het kader van ons ruimtelijk beleid. TOV’s bieden daarnaast ook mogelijkheden voor het combineren met zonnepanelen. De WUR heeft hiervoor een uitgebreid onderzoeksprogramma in beeld gebracht. In lijn met het advies van de commissie Remkes over de agrarische hoofdstructuur verkennen we hoe we agrarische bedrijven die bij een kwetsbaar gebied liggen en die willen verplaatsen, we perspectief kunnen geven op een nieuwe locatie in Gelderland. Hierbij kijken we ook naar de mogelijkheid om de regels over nieuwvestigingen in onze omgevingsverordening aan te passen.
31
Programma Agrifood
< Inhoud
7.3 Kennisdeling en Innovatie Ondernemersbegeleiding, bedrijfsplannen en netwerken Ook als de doelen en ontwikkelingsrichting duidelijk zijn, zien we dat de agrariërs onvoldoende toegang hebben tot bedrijfsadviseurs zonder een commercieel belang die hen daarbij kunnen helpen. Uit de expertmeetings kwam naar voren dat in de praktijk de adviezen aan de agrariër veelal van erfbetreders met een direct commercieel belang komen. Hierdoor zijn adviezen vaak gericht op kostenverlaging door schaalvergroting en intensivering, en minder op innovatieve businessmodellen binnen of buiten de agrarische sector. Ook blijkt de informatie over mogelijkheden en regelingen onvoldoende bekend. Daarom willen we grondgebonden én niet-grondgebonden agrarische bedrijven ondersteunen met een toekomstbestendig bedrijfsplan.
Waar mogelijk sluiten we aan bij de gebiedsprocessen en de regionale samenwerkingsverbanden zoals in onze regio’s. Via het netwerk dat ontstaat door de gebiedsprocessen hebben we kennis van de lokale situatie, opgaven en kansen, en kunnen we bouwen aan de relatie met de agrariërs. Via de keukentafelgesprekken ontstaat een ingang voor een advies over de mogelijkheden. Hierbij sluiten we aan bij de mogelijkheden die het Rijk biedt, en vullen dit aan. We werken hierbij nauw samen met de initiatieven van regio’s, waterschappen en gemeenten. We vinden het belangrijk om ook het organiserend vermogen te versterken van ondernemers die vergelijkbare concepten willen realiseren. Naast samenwerking is het delen van kennis een belangrijk middel om als ondernemer stappen te zetten. Dit kan veel verschillende aanvliegroutes hebben, zoals innovaties en onderzoek zoals wordt ontwikkeld in de Agro-innovatieregio Achterhoek en de vele innovaties die worden onderzocht en getest in de regio FoodValley of meer conceptgericht, bijvoorbeeld op het gebied van korteketenconcepten, biologische landbouw of agroforestry.
32
Programma Agrifood
< Inhoud
Hierbij zetten we de volgende instrumenten in: − Inzet van onafhankelijke adviseurs voor keukentafelgesprekken, waarbij de eventuele ontwikkel– wensen van ondernemers worden besproken en gebiedsgewijs netwerken worden opgezet waaruit vanuit andere adviseurs of raadspersonen (liefst lokale/regionale aanbieders) advies kan worden gegeven voor bedrijfsontwikkelplannen. We regelen ook dat daar het nodige klaar staat aan flankerend beleid, zoals begeleiding naar ander werk voor stoppers. We verstrekken vouchers voor de financiering van vervolgstappen; − We ondersteunen kennisnetwerken en samenwerkingsverbanden om kennisontwikkeling en -uitwisseling te faciliteren, zoals bijvoorbeeld op het gebied van korte keten, agroforestry of biologische landbouw, Greenport Gelderland en Greenports NL; − We continueren onze inzet en ondersteuning voor het Actieplan Natuurinclusieve Landbouw. − Het project Leren en Innoveren in de tuinbouw wordt twee jaar voortgezet.
Innovatie De ontwikkeling en innovatie van de land- en tuinbouwsector wordt door ons ook in de toekomst ondersteund. De nadruk ligt daarbij op de ontwikkelingen die passen bij de maatschappelijke opgaven. Innovaties die bijdragen aan de continuïteit van het bedrijf en het verbeteren van de omgevingskwaliteiten en een bijdrage leveren aan de energietransitie worden ondersteund, ook als dit niet per se regionale economische groei oplevert. We zoeken daarbij de aansluiting bij het Missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid van het Rijk.
Ondanks dat boeren en tuinders al veel hebben geïnvesteerd in maatregelen gericht op het beperken van emissies, het sluiten van kringlopen en het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, zien we dat er nog veel vragen zijn over nieuwe systemen en technieken. De verschillende sectoren staan daarbij voor verschillende uitdagingen. Binnen de veehouderijsectoren staat het terugdringen van geur-, ammoniak- en broeikasgasemissies uit stallen centraal en het bevorderen van dierenwelzijn. Dit kan bijvoorbeeld via aanpassing in de stal, het voer, het management. Voor de grondgebonden sectoren zoals de melkveehouderij en de akkerbouw kunnen innovaties bijdragen aan heel veel doelen, zoals het beperken van de uitspoeling van mineralen en restanten van gewasbeschermingsmiddelen naar grondwater en
33
Programma Agrifood
< Inhoud
oppervlaktewater en/of aan het verbeteren van de biodiversiteit. Voordat de sector massaal kan investeren in bijvoorbeeld een nieuw stalsysteem is ontwikkeling en validatie essentieel. De markt wordt onvoldoende geprikkeld hierin financieel het voortouw te nemen. Voor de sectoren die voor Gelderland economisch essentieel zijn, zoals de veeteelt en tuinbouw, willen we hier, in combinatie met het missiegedreven topsectorenbeleid van het Rijk, een actieve bijdrage leveren, door heel gericht onderzoeken die een grote impact kunnen hebben op het terugdringen van emissies en het sluiten van kringlopen te ondersteunen. Als onderdeel daarvan stimuleren we de verbinding tussen de agrarische primaire sector en het FoodValley2030-programma van de stichting Foodvalley NL. De doelen van FoodValley2030 richten zich op duurzaam geproduceerd gezond voedsel, eiwittransitie en kringlooplandbouw. Foodvalley NL ondersteunt in dat kader partijen bij internationale handelsrelaties, acquisitie van bedrijven en talent, ontsluiting van kennis en gedeelde onderzoeksfaciliteiten en het ondernemerschap. De voedingsmiddelen– industrie en kennisinstellingen zijn goed vertegenwoordigd in dit netwerk. We willen de primaire sector van boeren en tuinders hieraan verbinden om de ontwikkelingen te versnellen.
Het agro-innovatie-ecosysteem met de kennisinstelling WUR en proeftuinen zoals De Marke voor de melkveehouderij, het Poultry-ExpertiseCentrum voor de pluimveehouderij en Randwijk voor de fruitteelt is goed ontwikkeld. Ons doel is Gelderland te ontwikkelen tot de agro-proeftuin van Nederland. Via diverse programma’s versterken we dit systeem. In de Regiodeal FoodValley wordt een meerjarig onderzoeksprogramma uitgevoerd dat gericht is op het beperken van emissies, de eiwittransitie en het hergebruik van restromen uit de levensmiddelenindustrie. In de door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aangewezen agro-innovatie regio Achterhoek is experimenteerruimte gecreëerd voor het uitproberen van nieuwe werkwijzen die gericht zijn op het sluiten van de kringloop én meer eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer. We ondersteunen deze Gelderse agro-innovatiecentra van nationale betekenis, die nauw samenwerken met de boeren en tuinders in de regio.
34
Programma Agrifood
< Inhoud
De verbinding tussen boeren, bedrijven, onderwijsinstellingen (mbo, hbo en wo), overheden en onderzoeks– instellingen willen we versterken. We ondersteunen haalbaarheidsonderzoeken en agro-innovatiemakelaars kunnen initiatieven van de grond trekken om marktintroductie te versnellen. Belangrijke thema’s zijn nieuwe (eiwit)teelten, emissiereductie, precisielandbouw, vierkantsverwaarding, biodiversiteit en welzijn en gezondheid van mens en dier. Een belangrijke leidraad voor ons innovatiebeleid is de Kennis en Innovatie Agenda (KIA) van de topsector Agrifood. Jaarlijks zullen we kijken hoe we onze middelen samen met middelen van het Rijk en de sector kunnen inzetten om voor Gelderland relevante kennisvragen te beantwoorden. In lijn met het toekomstig mestbeleid van het ministerie van LNV leveren we via de ondersteuning van het project Kunstmestvrije Achterhoek een bijdrage aan het creëren van mogelijkheden voor het hergebruik van stikstof en organische stof uit dierlijke mest als alternatief voor kunstmest. Zo zorgen we ervoor dat het gebruik van met aardgas geproduceerde kunstmest kan worden verminderd en de mineralenkringloop regionaal wordt gesloten.
De minister heeft recent in het kader van de herbezinning van het mestbeleid aangekondigd de komende 10 jaar de kringloop verder te willen sluiten door alle mest van niet-grondgebonden bedrijven te laten verwerken in scheidingsinstallaties en via die weg meststoffen te produceren die qua samenstelling exact aansluiten bij de behoefte van de plant op het moment dat de plant er behoefte aan heeft. Deze visie gericht op het behouden van mineralen in de kringloop vraagt inzet van ons en van de markt bij de realisatie van extra capaciteit voor mestverwerking. Binnen de fruitteelt zijn er innovaties die kunnen bijdragen aan onze doelen, maar die kunnen op het eerste gezicht ook strijdig zijn met andere doelen. Zo is het mogelijk het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verder te beperken door een grotere toepassing van teeltondersteunende voorzieningen, bijvoorbeeld door de komende 10 jaar 5.000 ha fruit onder zeil te brengen. Vanuit landschap en recreatief oogpunt is dit echter minder gewenst. Gotenteelt kan bijdragen aan het knelpunt van waterbeschikbaarheid. Nadeel is dat de bodem alleen maar een draagkrachtfunctie heeft en het bodemleven verdwijnt. Dit geldt ook voor de laanboomteelt waar de containerteelt steeds meer een vlucht neemt.
In verband met de impact op de omgeving volgen we deze ontwikkelingen en zoeken we samen met de gemeenten en ondernemers naar innovatieve oplossingen, zoals bijvoorbeeld de combinatie met zonnepanelen of nieuwe teeltsystemen en -combinaties.
35
Programma Agrifood
< Inhoud
We continueren onze inzet samen met de waterschappen en LTO-Noord voor het Deltaprogramma Agrarisch Waterbeheer (DAW) dat gericht is op het beperken van emissies. Het DAW is gericht op de ontwikkeling en introductie van managementmaatregelen en investeringen op het boerenerf zoals machines, sensoren en boerenstuwen die bijdragen aan het beperken van emissies naar het grondwater en oppervlaktewater en het vasthouden van water in een gebied. Ter ondersteuning van de ontwikkeling en de toepassing van innovaties zitten we de volgende instrumenten in: − We verlenen opdrachten aan kennisinstellingen zoals de WUR voor het uitvoeren van validatieonderzoeken en andere onderzoeken die de introductie van nieuwe technieken of methoden versnellen; − We stellen subsidies beschikbaar voor agrariërs of samenwerkingsverbanden met agrariërs om haalbaarheid van innovaties te verkennen, zoals bijvoorbeeld nieuwe (eiwit)teelten, emissiereductie, precisielandbouw, vierkantsverwaarding, biodiversiteit, agroforestry en welzijn en gezondheid van mens en dier; − We stellen subsidie beschikbaar aan boeren en tuinders voor de introductie van gevalideerde bovenwettelijke innovaties die bijdragen aan onze omgevingsdoelen.
Dit doen we in ieder geval voor agrarisch waterbeheer en jonge boeren; − We initiëren prijsvragen en/of hackathons voor de ontwikkeling van doorbraakprojecten, zoals bijvoorbeeld een emissie-arme melkveestal; − We versterken het netwerk door nieuwe verbindingen te leggen tussen de primaire sector en factoren die een rol vervullen in het agro-innovatienetwerk zoals Foodvalley NL, de TKI AgriFood, proefboerderijen, de WUR, hbo en mbo door bijvoorbeeld het aanstellen van innovatiemakelaars; − We ondersteunen het Nederlands Centrum Mestverwaarding dat kennis bundelt en verspreidt over innovaties waarbij het verder sluiten van de mineralenkringloop centraal staat; − We continueren onze betrokkenheid bij de Regiodeals FoodValley en Achterhoek en de daarbij geïnitieerde projecten, alsmede bij de Interbestuurlijke programma’s (IBP’s); − We ondersteunen de door het ministerie van LNV aangewezen Agro-innovatieregio Achterhoek bij het realiseren van projecten die vragen om extra regelruimte; − We verkennen de mogelijkheden en wensen voor samenwerking tussen de verschillende proeftuinen in Gelderland gericht op een gezamenlijke uitstraling en presentatie onder de vlag van “Gelderland Agroproeftuin”; − We nodigen initiatiefnemers uit om met plannen te komen voor nieuwe proeftuinen van (inter) nationale betekenis, die complementair zijn aan reeds bestaande proeftuinen in Nederland; − We
continueren inzet voor het project Kunstmestvrije Achterhoek, dat gericht is op het hergebruik van stikstof en organische stof uit dierlijke mest en de daarvoor benodigde aanpassingen van de mestwetgeving; − Greenports NL en Greenport Gelderland leveren via hun thematafels en het GG Innovatiefonds hun bijdrage aan innovatie; − Nieuwe ontwikkelingen zoals de Fruittechcampus, het laanboomhuis en het Horticulture Experience Center kunnen hierin een platform bieden.
36
Programma Agrifood
< Inhoud
7.4 Mogelijk maken Financieel Agrariërs die de stap maken van schaalvergroting en winstmaximalisatie van de producten naar het verwaarden van maatschappelijke diensten via waardevermeerdering en extensivering nemen vaak financiële risico’s. Men investeert, stapt over op een nieuwe markt, heeft een (aanloop)periode met minder inkomsten. Deze ondernemers willen we ondersteunen, zodat de risico’s beperkt zijn. Extra aandacht gaat uit bij het ondersteunen in investeringen in innovaties door de jonge boeren bij het starten van een nieuw bedrijf of bij bedrijfsovername.
Om de ontwikkeling financieel mogelijk te maken zetten we de volgende instrumenten in: − Voor Gelderse boeren komt een fonds beschikbaar waaruit de risico’s voor omschakelaars kunnen worden afgedekt of gecompenseerd voor een periode van 2 tot 5 jaar. Hiervan kan gebruik worden gemaakt voor de opstartfase waarin weinig inkomsten gegenereerd worden (zoals bijvoorbeeld bij agroforestry) of een tussenfase zoals bij biologische landbouw waarbij de investeringen nog niet beloond worden met een hogere productprijs. Voor dit omschakelfonds sluiten we aan bij de initiatieven van het Rijk en bekijken we wat er aanvullend provinciaal nodig is; − We stellen subsidies beschikbaar via POP3plus voor agrariërs voor de investeringen die nodig zijn om de bedrijfsplannen te realiseren, inclusief logistiek voor samenwerkende agrariërs. Dit kan voor bestaande concepten zoals korte keten en biologische landbouw, maar ook voor innovatieve concepten; − Het Greenport Gelderland Innovatiefonds (GGI) blijft voor de komende jaren bestaan; − De verplaatsingsregeling glastuinbouw zal in de POP3plus-periode nog actief blijven; − Er komen extra financiële mogelijkheden voor de energietransitie in de glastuinbouw; − Doelgroepgerichte communicatie die inzicht geeft in de beschikbare financieringsmogelijkheden en instrumenten.
37
Programma Agrifood
< Inhoud
Juridisch Innovaties en de ontwikkeling naar een natuurinclusieve landbouw kunnen worden beperkt of vertraagd door beleid en regels. Duurzame perspectieven voor agrarische bedrijven zijn dan moeilijk te creëren. Voorbeelden hiervan zijn regelingen en procedures rond functieverandering (VAB’s), nevenactiviteiten en verplaatsing (nieuwvestiging) van agrarische bedrijven. Om een gebiedsproces optimale kansen te geven, is het belangrijk ruimte te bieden in de kaders van bestaande provinciale, regionale en gemeentelijke regelingen.
Daarnaast leiden opgaven rond bijvoorbeeld energietransitie, water en natuur tot de roep om meervoudig ruimtegebruik in de agrarische sector. Een goed voorbeeld is de realisatie van zonneweides in combinatie met de uitloop van pluimvee. Maar sectorale wet- en regelgeving kunnen de mogelijkheden voor het toepassen van meervoudig ruimtegebruik beperken. We zetten ons in om deze barrières zoveel mogelijk weg te nemen. Dat doen we in samenwerking met onze IPO-partners en de ministeries (zie ook bijlage 1, Lobby). Als agrarische initiatieven bijdragen aan een duurzaam ontwikkelingsperspectief binnen de draagkracht van een gebied, gaan we in gesprek met de gebiedspartners om passende ruimtelijke oplossingen te vinden. Daarmee kunnen we meewerken aan het verplaatsen van agrarische bedrijven, het bieden van mogelijk– heden voor nieuwe functies op stoppende agrarische bedrijven en het verbreden van functies op agrarische bedrijven zodat zij een sterkere positie binnen de keten kunnen innemen. Te denken valt aan het promoten, verwerken en verkopen van zelfgeproduceerde producten.
Om de ontwikkeling juridisch mogelijk te maken zetten we de volgende instrumenten in: − In samenwerking met de IPO-partners en de ministeries oplossingen creëren om vraagstukken rond meervoudig ruimtegebruik in de agrarische sectoren op te lossen; − We vragen regio’s in hun ruimtelijke visies een duurzaam ontwikkelingsperspectief voor agrarische bedrijven als een van de speerpunten te benoemen en uit te werken. Natuurinclusieve landbouw en de gebiedsgerichte benadering vormen hierin belangrijke pijlers; − We werken samen met gemeenten en regio’s aan ruimtelijke instrumenten (bijvoorbeeld de Omgevingsverordening of handreikingen) waarin een duurzaam ontwikkelingsperspectief voor de landbouw een volwaardige plek krijgt, binnen de doelen van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
38
Programma Agrifood
< Inhoud
Mogelijk maken: Pilot verbeteren grondpositie voor toekomstgericht ondernemen Voor tal van maatschappelijke opgaven zet provincie Gelderland grond in op basis van het grondbeleid. Grondbeleid wordt vooral actief gebruikt voor de doelen natuur en mobiliteit. Dit heeft geresulteerd in een pachtbeleid waarin kortlopende pachtcontracten als instrument worden gebruikt. Immers, de gronden moeten flexibel bruikbaar en inzetbaar zijn, omdat deze aangekocht zijn voor andere doelen dan landbouw. Voor het stimuleren van een meer grondgebonden landbouw zullen we op een andere manier ruimte moeten geven.
Een goede grondpositie is een voorwaarde voor toekomstgericht ondernemen van grondgebonden bedrijven. Grondgebondenheid is de basis voor natuurinclusieve kringlooplandbouw. Daarmee kan meer weidegang en meer veevoederproductie in de directe omgeving mogelijk worden gemaakt, en de biodiversiteit worden vergroot. Het versterken van grondposities is op het lokale schaalniveau van een individuele ondernemer echter weinig kansrijk. Een gebiedsgerichte aanpak helpt om de grondgebondenheid te verbeteren. We verwachten dat sommige agrariërs hun bedrijf zullen beëindigen, bijvoorbeeld door het ontbreken van een opvolger. Als deze bedrijven grond in eigendom hebben, kunnen deze gronden (na aankoop) ingezet worden om andere agrariërs duurzame perspectieven te bieden, bijvoorbeeld via een verkaveling of voor uitplaatsing van bedrijven. Provincie Gelderland kan hieraan bijdragen door grondbeleid te gebruiken om partijen en doelen met elkaar te verbinden. Hiervoor is veel aandacht gevraagd in de consultatiereacties. Hier willen we als volgt invulling aan geven. Aanpak Om de ontwikkeling naar toekomstgerichte landbouw te versnellen starten we een pilot met de verkoop van 100 hectare landbouwgrond aan boeren die investeren in een natuurinclusieve bedrijfsvoering.
Hierbij gaat het om gronden die de provincie reeds in eigendom heeft verkregen voor bijvoorbeeld natuurontwikkeling, stikstof of kavelruil maar die voor die doelen niet meer nodig zijn. Ook kan het nodig zijn om in beperkte mate nog gronden te verwerven voor de pilot. Met een pilot willen we ervaring opdoen met deze wijze van verkoop, eventueel voorafgegaan aan een tijdelijke pachtperiode. We vragen boeren een bedrijfsplan te overleggen waaruit blijkt op welke manier natuurinclusieve landbouw wordt geïntegreerd in de bedrijfsvoering en waaruit blijkt dat het bedrijf toekomstperspectief heeft. Boeren die ontwikkelen naar het hoogste niveau krijgen voorrang. Bij de verkoop gelden kwalitatieve
39
Programma Agrifood
< Inhoud
verplichtingen die ook vastgelegd worden in het bestemmingsplan. Gezien het geringe aanbod aan agrarische gronden, verwachten we dat binnen de pilot ongeveer 100 hectaren landbouwgrond beschikbaar te kunnen krijgen en op deze wijze in de markt kunnen zetten. Voortzetting Investeringskrediet strategische grondaankopen Kavelruil (PS2013-939) Voor de periode 2014 – 2020 is € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor het investeringsfonds kavelruil voor landbouwstructuurversterking. Met de perspectiefnota 2021 is dit fonds verlengd tot 31 december 2021. Deze gelden zijn op dit moment deels belegd in 97 hectare grond welke komende periode verkocht wordt. Dit investeringskrediet wordt voortgezet passend binnen de kaders van deze Kadernota. De huidig lopende kavelruilprocessen worden beëindigd en de gronden worden dit jaar verkocht”. De gronden worden verkocht. zodat we met het revolverend Investeringskrediet nieuwe kavelruilprocessen kunnen ondersteunen. Financiële consequenties Met de pilot van circa 100 ha gaan we onderzoeken welk effect de voorwaarden aan nieuwe gebruik op de verkoopprijs heeft. Eventuele lagere opbrengsten worden samen met de handelingskosten begroot vanuit het programma Agrifood. Rekening houdend met afwaardering (€ 1,6 miljoen) en handelingskosten (€ 0,2 miljoen) moet additioneel maximaal €1,8 miljoen beschikbaar gesteld worden uit het programma Agrifood.
De gronden die het betreft zijn deels al in eigendom van de provincie, of komen in eigendom vanuit andere doelen. Na twee jaar evalueren we de voortgang van deze pilot. Bij perspectiefnota 2021 zullen wij u een concreet voorstel doen voor deze pilot.
Instrumenten − Het investeringskrediet strategische grondaankopen Kavelruil met een looptijd van 2013 tot en met 2021 wordt voorgezet waarbij de huidig lopende kavelruilprocessen worden beëindigd en de gronden worden verkocht; − We starten een pilot waarbij boeren met een natuurinclusieve bedrijfsvoering of ontwikkelings– plannen daartoe, voorrang krijgen bij de aankoop van provinciale gronden, eventueel voorafgegaan door een tijdelijke pacht met optie tot koop; − Na twee jaar evalueren we de voortgang van de pilot en sturen we zo mogelijk bij; − De glastuinbouwherstructurering zal steeds minder vanuit de overheid ondersteund worden. De tuinbouwsector in samenwerking met de coalitie HOT (Herstructurering en Ontwikkeling Tuinbouw) zal de ontwikkeling van nieuwe glastuinbouwkavels ter hand nemen. De overheid stuurt met het planologisch instrumentarium
40
Programma Agrifood
< Inhoud
7.5 Belonen: vergoeding en marktontwikkeling voor maatschappelijke diensten 7.5.1 Vergoeding voor maatschappelijke diensten Via het agrarisch natuurbeheer worden boeren nu deels betaald voor een beperkt aantal maatschappelijke diensten die zij leveren, met name gericht op biodiversiteit. Dit willen we intensiveren, zodat meer boeren hier gebruik van kunnen maken. Daarnaast willen we pilots starten om een markt te ontwikkelen voor de ecosysteemdiensten die agrariërs bieden, in aansluiting op de te ontwikkelen KPI’s. Hierbij kan je denken aan koolstofvastlegging, biodiversiteit, landschap, energietransitie of waterzuivering. Naarmate het maatschappelijk belang bij de dienst groter is, ligt het meer voor de hand dat ook de overheid de dienst– verlening vergoedt. Denk hierbij aan biodiversiteitsdoelen, water- of klimaatopgaven. Europese middelen voor het GLB kunnen hiervoor worden aangewend. Voor andere diensten ligt een beloning uit de markt soms meer voor de hand, bijvoorbeeld voor bovenwettelijke maatregelen voor dierenwelzijn of voor energielevering. We willen ketenpartijen en financiers zoveel mogelijk betrekken, en daardoor werken aan systemen waarbij beloningen uit zowel publieke als private middelen gestapeld kunnen worden, liefst voor een langdurige tijd. Dit kan door aan te sluiten op hierboven genoemde puntensystemen.
We werken hierin nauw samen met het Rijk en door samen te experimenteren in Gelderland. Op deze manier geven we ook invulling aan true pricing.
Belonen: we zetten de volgende instrumenten in: − Om de groen-blauwe diensten te belonen benutten we maximaal de middelen voor het Europese landbouwbeleid (GLB). Dit doen we zowel via pijler 1 (conditionaliteiten, ecodiensten) als pijler 2 (agrarisch natuur- en landschapsbeheer en plattelandsinvesteringen); − Om het mogelijk te maken dat boeren kunnen verdienen aan de levering van energie zetten we in op het creëren van randvoorwaarden, waaronder netverzwaring, en ondersteunen we boeren in het vergroten van de mogelijkheden van inzet van de opgewekte energie op eigen bedrijf; − In 2021 maken we afspraken met boeren om het onderhoud van landschapselementen door boeren structureel voor de lange termijn vast te leggen; − We voeren pilots uit voor private verwaarding van maatschappelijke diensten die de boer naast de producten levert. Hierbij starten we bij een lokaal/regionaal systeem waarbij agrariërs inspanningen leveren om het verhogen van het organisch koolstof in de bodem en het planten van bomen (agroforestry) te vermarkten in de vorm van CO2-certificaten. Doel is om hier ook landschap en andere maatschappelijke diensten aan toe te voegen; − We sluiten convenanten met ketenpartijen om gezamenlijk agrariërs extra te compenseren voor de maatschappelijke diensten die naast het product worden geleverd.
De verwachting is dat dit het meest eenvoudig is voor producten voor de Nederlandse markt; − We ondersteunen schaalbare concepten waarbij de kosten voor maatschappelijke diensten (deels) onderdeel uitmaken van de productprijs.
41
Programma Agrifood
< Inhoud
7.5.2 Belonen: de consument bewegen naar duurzaam geproduceerd voedsel Het is uiteindelijk de consument die kiest of hij een product koopt waar de kosten van de maatschappelijke diensten onderdeel uitmaken van de prijs bij het product. Hierbij kan je denken aan producten uit de korte keten, innovatieve concepten zoals herenboerderijen en SKAL-gecertificeerde producten uit de biologische landbouw. Zonder verandering blijkt dat dit nichemarkten blijven. Bij de korte keten is het aantal en de afzet van boerderijwinkels sterk toegenomen, de markt voor boerderijwinkels blijkt echter tegen zijn grenzen aan te lopen. Om de korte keten verder te laten groeien is professionalisering van de logistiek en de marketing van belang. Zoals bij alle vernieuwingen is ook hier kennisdeling en -ontwikkeling van belang. De huidige biologische boeren behoren veelal tot de 10 tot 15% van natuurinclusieve kringloopboeren. Hier is met name de prijs een belemmerende factor om deze sector verder te laten groeien. Dit geldt ook voor veel gecertificeerde producten zoals producten die zijn geproduceerd onder het keurmerk On the way to PlanetProof. Er zijn genoeg boeren die willen omschakelen, maar door het achterblijven van de vraag is omschakeling niet mogelijk. Dit betekent ook dat de afzet op de binnenlandse markt moet groeien of de vraag naar duurzame exportproducten over de grens moet toenemen.
Op dit laatste hebben we weinig invloed. Ook is ondersteuning nodig tijdens overbruggingsperiodes, zoals bijvoorbeeld bij boeren die overstappen op biologisch boeren, maar die tijdens de overgangsfase nog geen meerprijs voor de producten krijgen.
Om deze markten te stimuleren zetten we de volgende instrumenten in: − Samen met ketenpartners en mede-overheden zetten we ons in om de afzet van biologische en korteketenproducen te verhogen; − Samen met de retail voeren we sociale experimenten uit om de afzet van biologische producten te verhogen; − We starten een campagne om de consument bewust te maken van de daadwerkelijke kosten van voedsel en welke prijs de boer ontvangt; − We stimuleren concepten waarbij de maatschappelijke diensten vermarkt worden in het product. Hierbij kan je denken aan concepten zoals herenboeren, korte ketens of SKAL-gecertificeerde producten. Dit doen we via kennisuitwisseling en de concepten financieel mogelijk te maken.
42
Programma Agrifood
< Inhoud
Bijlage 2. Lobby-agenda Op verschillende onderwerpen lobbyen we richting de ministeries en/of de Tweede Kamer, al dan niet samen met andere partijen. Steeds beogen we gunstiger regelgeving voor natuurinclusieve kringlooplandbouw. GLB In de voorbereiding van het nieuwe GLB zijn we partner van het ministerie van LNV. Onderwerpen waar we als provincie Gelderland voor gaan zijn onder meer: • de verdeling van de middelen binnen pijler 1 tussen de basisbetalingen (conditionaliteiten) en de ecoregelingen, en de mate van overheveling van middelen uit pijler 1 (inkomensondersteuning) naar pijler 2 (plattelandsontwikkeling); • de beloning van duurzaamheidsmaatregelen via punten- en certificeringssystemen die zoveel mogelijk aansluiten bij die van het bedrijfsleven; • het opheffen van het ploeg- en omzetverbod op gronden zonder ecologische waarden binnen de grenzen van Natura 2000 en buiten het GNN; • erkenning van koolstoflandbouw; • erkenning van agroforestry. Wat betreft koolstoflandbouw willen we lobbyen om de vastlegging van koolstof mee te laten tellen in de CO2-certificaten, zodat deze tot waarde kunnen worden gebracht. We willen bekijken of Europese subsidies behouden kunnen blijven als de boer zelf landbouwproducten bewerkt op zijn agrarische bedrijf (bijvoorbeeld melk pasteuriseren is nu niet toegestaan).
Prijsvorming landbouw Voor een eerlijke prijs voor wat de boer produceert willen we, samen met partners, een lobby starten om tot lagere btw-tarieven te komen voor biologisch voedsel of voor streekproducten. Waar mogelijk geven we ons geluid af bij de totstandkoming van handelsverdragen, waarbij ons streven is dat regels die gaan over de kwaliteit van de importproducten minimaal gelijk liggen met de regels waar onze eigen boeren aan gebonden zijn. Farm to fork-strategie We steunen deze strategie in belangrijke mate, zoals de doelen voor verandering van het voedingspatroon (voorkomen obesitas), het streven naar een kleinere milieu-voetafdruk (circulair, zoals voedselresten als veevoer, verlagen import eiwitten en mineralen, precisielandbouw), het realiseren van koolstofvastlegging als een inkomstenbron en de inzet van biomassa (restmaterialen) als energiebron. In lijn met de strategie steunen we de voorstellen voor: • betaalbaarheid van duurzaam voedsel, belastingprikkels (zoals lagere btw op biologisch voedsel); • facilitering van hergebruik van voedselresten voor veevoer (daar waar nu nog verboden); • mededinging: het coöperatief organiseren, zodat samenwerkende boeren een prijs kunnen zetten, moet makkelijker worden; • de wetgeving rond geografische aanduidingen kan uitgebouwd en gekoppeld worden aan wetgeving rond een eerlijke prijs.
Bodem Voor bodembeheer willen we samen met andere partijen lobbyen voor het mogen aanwenden van bermmaaisel, slootmaaisel en andere stoffen (bokhasi) als bemesting. Deze stoffen worden nu als afvalstoffen gezien. Ook is de wens dat plaatsing van compost makkelijker wordt in relatie tot de plaatsingsruimte. De ruimte voor het gebruik van meststoffen die afkomstig zijn uit dierlijke mest en in de plaats komen van kunstmest zou vergroot moeten worden. Voorwaarden biologische leghennenhouderij We willen bereiken dat het telen van voedsel in kippenuitlopen (zoals fruitbomen) wordt toegestaan volgens de voorwaarden voor biologische leghennen. Ook moet het mogelijk worden dat een uitloop voor leghennen onder zonnepanelen wordt toegestaan binnen het biologische stelsel. Het COKZ, het centrale orgaan op het gebied van de controle van zuivel, pluimvee en eieren, staat dit - tezamen met het ministerie - niet toe.
43
Programma Agrifood
< Inhoud
Derogatieregelgeving De derogatieregel (maximaal 20% bouwland op het areaal grasland) bij melkveehouders zorgt ervoor dat boeren minder snel geneigd zijn om akkerranden langs maïspercelen te leggen, want die worden gerekend als akkerbouw en niet als grasland. Voorstel is om akkerranden niet te laten meetellen voor het areaal derogatie. Dezelfde regels zorgen voor een te laag areaal ruwvoeder. Wenselijk is het, om 65% van de eiwitbehoefte op eigen land te telen. Gras-kruidenmengsels zijn goed voor de biodiversiteit, maar door een lagere opbrengst gaat de productie van voereiwit naar beneden. De eis om 65% eigen eiwit te telen dwingt om vervolgens weer productiever gras in te zaaien. Eiwitten en circulair veevoer Wens is minder eiwitten van over de grens te importeren en meer reststromen te gebruiken. Daarbij lopen we tegen regelgeving aan: • Bij het gebruik van diermeel is het zo, dat er geen dierlijke eiwitten gevoerd mogen worden aan dieren.
Het loont de moeite dit nog eens te bekijken; • Bij de verwerking van insecten is het niet toegestaan dode insecten aan dieren (bijvoorbeeld kippen) te voeren, terwijl dat wel is toegestaan in humaan voedsel; • Bij verwerking van voedselresten is veel onduidelijke regelgeving, waardoor humaan brood en banket niet gebruikt mogen worden als grondstof voor veevoer, terwijl ook bierbostel niet mag worden ingedroogd; • In de Regiodeal Foodvalley proberen we te onderzoeken of daar verandering in mogelijk is. Omgevingsrecht Via het Schone Luchtakkoord zijn we betrokken bij pilots die mede tot doel hebben om een zogenoemde ‘APK voor stallen’ juridisch te laten vastleggen. Indien dat het geval is, kunnen via actualisatie van de vergunning bestaande stallen versneld worden geüpdatet naar de best beschikbare technieken. Voorts zijn we betrokken bij een snellere procedure voor erkenning van emissie-reducerende technieken. We willen verder, tezamen met gemeenten en andere partijen, in het kader van de Regiodeal Foodvalley bijdragen aan vergunningverlening met doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften. Dit zou kunnen wanneer er erkende sensor- en monitoringstechnieken beschikbaar komen. Ten slotte streven we naar een aankooptitel voor de provinciale overheid voor kringlooplandbouwdoelen.
Korte ketens Voorts willen we kijken of vereenvoudigingen in de streepjescodesregelgeving over voedsel en waren mogelijk is. En we volgen de ontwikkelingen rond de regelgeving omtrent ‘streekproduct’, gegarandeerde herkomst, Europese bescherming enzovoort, en proberen dit in het voordeel van het verdienmodel om te buigen.
CO2 en ODE
De glastuinbouw wil graag aan haar afspraken uit het klimaatakkoord voldoen. Echter van overheidszijde worden de spelregels aangepast. De CO2-handel nodig om de glastuinbouw van CO2 te voorzien wordt belemmerd, doordat de opslag van CO2 in de Noordzee financieel wordt ondersteund (CCS). CCU wordt daardoor niet meer rendabel. Een ander lastig punt is de Opslag Duurzame Energie (ODE) die voor tuinders is verhoogd. De overstap van gas naar ‘all-electric’ wordt daarmee niet meer financieel interessant. Via de Greenports NL wordt hierop een brede lobby ingezet om de doelstellingen rond klimaat vanuit de tuinbouw te halen.
44
Programma Agrifood
< Inhoud
Bijlage 3 Accenten aangegeven door Provinciale Staten en Impressie van de consultatie van de Koersnotitie In de zomermaanden is de eerdere versie van de door Gedeputeerde Staten (GS) vastgestelde Koersnotitie voorgelegd aan het netwerk en aan Provinciale Staten, met het verzoek op de Koers te reageren. Uit die consultatie zijn vele reacties gekomen, vanuit het netwerk en vanuit de politiek. Uit de reacties blijkt veel draagvlak. De opmerkingen zijn soms kritisch, maar vrijwel altijd constructief. Door Provinciale Staten werd aandacht gevraagd voor de (definitie van) gezinsbedrijven, waarbij die focus op gezinsbedrijven overigens niet door alle fracties werd gedeeld. Voorts stipten de Staten de grond–behoefte aan voor alle functies, en opperden de mogelijkheid dat de provincie daar een rol in zou moeten pakken. Over het plussenbeleid kwamen vragen - gaat dat door? -, ze vroegen er aandacht voor om geen bedrijfsvoeringsrisico’s bij de boer te gaan leggen en koppelden dat aan de behoefte aan een omschakel– fonds. Ten slotte pleitten de Staten voor het betrekken van consumenten bij de Koers. Vanuit het netwerk zijn 125 reacties ontvangen: van boeren, landbouworganisaties, de agribusiness en banken, groene organisaties, kennis- en onderwijsinstellingen, overheden en adviesbureaus.
Uit die reacties kwamen als rode draden ook weer de steun voor de koers, maar ook scepsis over de vraag of het wel zal lukken om de natuurinclusieve kringlooplandbouw te realiseren. Vragen waren er ook over de definities van kringlooplandbouw (is de kalverhouderij daar een goed voorbeeld van?) en natuurinclusieve landbouw (wat moet een intensieve veehouderij daarmee?). Ook diverse oproepen om geen nieuwe opgaven bij boeren te leggen zonder de risico’s die zij lopen af te dekken, juist in het omschakeltraject. Opvallend was het verschil in mening over de meerwaarde van begeleiding van boeren aan de keukentafel: voor- en tegenstanders wisselden elkaar af. Ook was er veel aandacht voor een overheidsrol in het grond– beleid, en voor de rol van de markt en de consument en hoe je die beïnvloedt.
In webinars is vervolgens doorgesproken over een paar steeds terugkerende inhoudelijke reacties, te weten: 1 de plek van intensieve veehouderij: die is in de Koersnotitie niet duidelijk; 2 de plek van de gangbare, bulkgerichte (export)landbouw, idem; 3 ‘het verdienmodel’: hoe kan een boer/gezinsbedrijf verdienen aan al dat beleid? Ook in relatie tot het lopen van risico’s; 4 Wat hebben we voor jonge boeren in petto? Juist bij de gevraagde veranderingen heb je de volgende generatie nodig; 5 en de vraag hoe we de Koers gaan uitvoeren, met (nieuwe) instrumenten zoals het GLB, innovatiesubsidies, een omschakelfonds, een grondpot, proefbedrijven, de verordening, met keukentafelgesprekken en erfcoaches/adviseurs en hoe je eventueel gebiedsgericht gaat werken. De 2 webinars werden door bijna 200 deelnemers bezocht. Duidelijk werd dat veel boeren klaar staan om (onder voorwaarden) een rol te pakken die past in de Koers. Juist ook jonge boeren geven aan niet meer alleen via schaalvergroting hun inkomen te willen veiligstellen, maar het in de verbreding te zoeken. Diverse boeren in Gelderland hebben al vormen gevonden om meer te verdienen aan dat wat zij produceren, bijvoorbeeld met afzet van vlees of zuivel via korte ketens. Anderen slagen erin met natuurinclusieve landbouw en een wat extensievere bedrijfsvoering tot voldoende marges te komen.
Een grote groep boeren in Gelderland is gangbaar. Voor hen is het aantrekkelijk om ook de maatschappelijke diensten, die zij aan de samenleving leveren, te gelde te maken. Daar ligt een rol voor de overheid om dat mede te bekostigen, en dat in elk geval langjarig. Denk aan landschapsbeheer, wateropslag, CO2-opslag in de bodem of in bos, faciliteren van energie-opwekking. Voor het realiseren van de perspectieven hebben veel
45
Programma Agrifood
< Inhoud
boeren geen overheid nodig die voorschrijft. Breed gedeeld werden de pleidooien om de boer als ondernemer te zien en hem/haar vrij te laten in de keuzes voor zijn bedrijfsontwikkeling. Een zekere begeleiding door onafhankelijke adviseurs en het delen van kennis in een netwerk met liefst gelijkgestemde collega’s werden als sleutelfactoren benoemd om de transitie tot een succes te maken. De overheid moet vertrouwen op het ondernemerschap van de boer, en zich inspannen om op het gebied van regelgeving (zoals een level playing field op de Europese binnenmarkt, maar ook de nationale stikstofregelgeving) als ook in het beïnvloeden van consumenten en retail om tot betere verdeling van de marges in de keten te komen.
46
Programma Agrifood
< Inhoud
Bijlage 4
Grond
Inleiding Het vergroten van de grondgebondenheid draagt bij aan de ontwikkeling naar natuurinclusieve landbouw. Dit betekent dat een deel van de gronden natuurinclusief worden beheerd (niveau 2, bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer) als tussenstap naar een volledige integratie in de gehele bedrijfsvoering (niveau 3, bijvoorbeeld biologische landbouw). Bij het vervolgens volledig sluiten van kringlopen is de balans met de draagkracht van het natuurlijk systeem volledig (niveau 4, bijvoorbeeld natuurboeren). Het vergroten van de grondgebondenheid betekent ook dat een hoger aandeel van het veevoer ofwel eiwitten in de directe omgeving van het bedrijf wordt geproduceerd. Een groter huiskavel draagt bij aan de mogelijkheid om het vee meer te weiden. Zo worden kringlopen (stikstof, fosfaat) beter gesloten. Hierin past ook het meer ruimte bieden voor jonge boeren en voor nieuwe vormen van landbouw. Om deze ontwikkeling te realiseren is en blijft een herstructurering van landbouwgronden nodig. Zonder sturing op grond is de verwachting dat schaalvergroting en intensivering toeneemt. In de praktijk blijkt dat gronden die vrijkomen door bijvoorbeeld stoppende bedrijven worden verkocht aan de hoogste bieder, vaak ook buiten de landbouw.
We zien dat verschillende partijen actief zijn op de grondmarkt en gronden niet beschikbaar komen voor bedrijven die inzetten op natuurinclusieve kringlooplandbouw doordat de stap naar vergroting van de grondgebondenheid investeringen vergt die zich pas op termijn terugverdienen. Investeringen derden voor extensivering landbouw Om de landbouw in staat te stellen te extensiveren en hun inkomen (minimaal) op niveau te houden is er behoefte aan meer grond per diereenheid. Sommige agrariërs zullen dit kunnen realiseren via eigendom, anderen via het gebruik van gronden in eigendom bij anderen. De vraag is of er genoeg investerings– bereidheid is bij die derden om de landbouw te ondersteunen bij die extensivering. In de praktijk blijkt dat het vergroten van de grondgebondenheid niet direct leidt tot verhoging van de inkomsten van het bedrijf. Hierdoor is het veelal lastig voor boeren om hiervoor financiering te vinden. Huidige situatie In 2019 was het totaal areaal cultuurgrond in Gelderland 226.248 ha. Hiervan is 55% in eigendom bij de betreffende agrariër en 45% in eigendom bij anderen. Die anderen zijn onder andere kerkelijke instellingen, gestopte agrariërs, landgoederen, beleggingsinstellingen, natuurorganisaties en overheden. Behalve de natuurorganisaties en sommige overheden leggen de andere eigenaren geen tot weinig beperkingen op aan de agrariër die de grond gebruikt.
Veelal prevaleert het financiële belang van een hoge opbrengst. We zien wel kleinschalige initiatieven waarbij financiering wordt gevonden via crowdfunding of via ideële investeringsfondsen voor bijvoorbeeld agroforestry. In de praktijk blijven dit kleinschalige initiatieven die een belangrijke maar bescheiden bijdrage leveren aan de beweging naar een duurzaam, toekomstbestendig agrarisch bedrijf. Ze zijn niet schaalbaar voor de grote groep gangbare boeren. Enkele bekende initiatieven zijn: • Stichting Grondbeheer biologische-dynamische landbouw (16,5 ha Vorden); • Lunters Landfonds (4,6 ha); • Land van Ons (crowdfunding, totaal circa 33 ha, nog geen grond in Gelderland; • initiatieven via crowdfunding met financiering door particulieren. De hoeveelheid grond die dergelijke initiatieven hebben is verhoudingsgewijs heel klein. Aantrekken andere partijen Er zijn enkele groepen beleggers (waarvan ASR de grootste) voor wie het heel gewoon is om in landbouwgrond te beleggen. De insteek van de beleggers is puur financieel gericht. Zo wil ASR minimaal 2% rendement halen op haar investering. In de provincie Brabant investeert ASR wel in natuurinclusieve landbouw, maar de onrendabele top/afwaardering wordt dan gefinancierd door provincie Brabant. ASR kan/wil dat deel niet voor haar rekening nemen. Andere beleggers zullen vanuit hun financieel belang gelijksoortig redeneren.
Conclusie Er zijn kleinschalige initiatieven van partijen die grond kopen en beschikbaar stellen voor natuurinclusieve landbouw. Echter, als percentage van de totale hoeveelheid landbouwgrond is dit marginaal, en zien we hier geen mogelijkheden om binnen afzienbare termijn een significante bijdrage te leveren aan de transitie naar natuurinclusieve kringlooplandbouw.
47
Programma Agrifood
< Inhoud
Evaluatie Investeringsfonds Kavelruil Omdat kavelruil onvoldoende van de grond komt indien het volledig wordt overgelaten aan de markt, is in 2013 door de provincie het Investeringskrediet Strategische grondaankopen Kavelruil (zaaknummer 2013-014193) opgericht met een revolverend karakter. Hiermee is € 15 miljoen gereserveerd om noodzakelijke ruilverkavelingsprocessen op gang te brengen. De verwachting was dat er jaarlijks circa 100 ha aan ruilgronden nodig waren die na 3 jaar weer gefaseerd verkocht worden, zodat de netto-grondvoorraad op de provinciale balans maximaal 300 hectare bedroeg. Dit was naast grondaankopen voor natuur, mobiliteit en andere doeleinden. Met dit investeringskrediet is 127 hectare grond aangekocht en 26 verkocht in 7 gebieden. Op dit moment is nog 101 hectare in eigendom van de provincie, verspreid over 5 gebieden. Deze gronden worden komende 1 à 2 jaren verkocht. Aanvankelijk participeerde de provincie actief in kavelruilprocessen via de door ons gesubsidieerde Stichting Stevig (Stichting Effectief Verkavelen Gelderland), welke de kavelruilprocessen begeleidde. Via het Plattelandsontwikkelingsprogramma konden kavelruilprocessen gesubsidieerd worden. Na het wegvallen van de coördinerende rol van Stichting Stevig zijn de processen overgenomen door onder meer gemeenten, maar is de volledige potentie niet benut.
De ervaring leert dat een actieve coördinerende rol bijdraagt aan het succes van het instrument. Naast het investeringsfonds kavelruil is de provincie voor diverse opgaven actief op de grondmarkt. Hierbij kan je denken aan grondaankopen voor natuur, water en infrastructuur. Bij de glastuinbouw hebben we met succes actief gestuurd op concentratie van de kassen. Landbouwgronden die we in eigendom hebben als onderdeel van gebiedsprocessen voor natuurontwikkeling worden nu onder voorwaarden verpacht (niveau 2). Om via gebiedsprocessen ontwikkelingen op gang te brengen is het noodzakelijk dat er ruilgronden beschikbaar zijn. Grond in en buiten gebiedsprocessen De provincie/het programma N&L trekt circa 20 gebiedsprocessen. Partners trekken nog eens 12 gebiedsprocessen. De primaire beleidsopgave in al die 32 gebiedsprocessen is het realiseren van nieuwe natuur. Speciale aandacht krijgt het realiseren van nieuwe natuur ten behoeve van de Natura 2000-opgaven. Het belangrijkste aandachtspunt in deze gebiedsprocessen is het beschikbaar krijgen van gronden op de ‘juiste plek’ om die in te richten als natuur of de kwaliteit van bestaande natuur in stand te houden of te verbeteren. Die ‘juiste plek’ voor de natuur als ook de gewenste kwaliteit is vastgelegd in het vigerende natuurbeheerplan.
De eigenaar van de grond werkt zelf mee aan omvorming van zijn grond naar natuur of de provincie probeert de grond in eigendom te verkrijgen. door aankoop of ruiling. In geval van ruiling koopt de provincie eerst grondposities aan of soms een geheel agrarisch bedrijf. Vervolgens worden die gronden geheel of gedeeltelijk ingebracht in een of meerdere ruilprocessen. Na afloop van die processen kan het zijn dat er gronden overblijven die niet meer geruild kunnen worden omdat het doel bereikt is of omdat er in het ruilproces geen interesse is voor de grond. Het komt dus voor dat er grond overblijft. Deze gronden worden in een later stadium te koop aangeboden. Ook de gerealiseerde natuur op provinciaal eigendom wordt na verloop van tijd verkocht. Landbouwgrond die aan het einde van een gebiedsproces ‘vrijvalt’ en te koop komt kan ook ingezet worden om natuurinclusieve landbouw te stimuleren. Echter de omvang van vrijkomende grond in een gebiedsproces is veelal heel beperkt, waarbij het gaat om hooguit enkele hectares. Daarbij komt ook nog dat als er sprake is van meerdere hectares die ook nog eens verspreid liggen over het betreffende procesgebied. De inschatting op dit moment is dat er maximaal 50 ha landbouwgrond in deze 32 gebiedsprocessen vrij zal gaan vallen. Het grootste deel van dit areaal, circa 27 ha, ligt in het Binnenveld.
Hier ligt dan ook de beste kans om met provinciale grond natuurinclusieve landbouw bij een of meerdere agrarische bedrijven te stimuleren, eventueel in combinatie met energieproductie. In de overige gebieden is het areaal per gebied te gering voor deze ambitie. Buiten deze gebiedsprocessen heeft het programma Natuur nog circa 30 ha landbouwgrond in eigendom. Dit areaal ligt verspreid over de provincie. Daar waar sprake is van enkele aaneengesloten hectares kan daarmee ook geprobeerd worden een enkel agrarisch bedrijf te bewegen over te schakelen naar een meer natuurinclusieve vorm van landbouw.
48
Programma Agrifood
< Inhoud
Kader: Grondbeleid provincie Gelderland De notitie Grondbeleid provincie Gelderland 2018 (PS 2018-42) geeft de kaders voor ons grondbeleid. Hierin is het uitgangspunt dat het grondbeleid opgavegericht is en taakgebonden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen actief en faciliterend grondbeleid. Het uitgangspunt is dat grondbezit in beginsel tijdelijk is. Verder worden gronden marktconform en transparant verkocht, en in principe openbaar. Beheer is gericht op de toekomstige functie. Het grondinstrument zoals we voorstellen past binnen de kaders van ons bestaande grondbeleid. We gaan uit van een faciliterend grondbeleid zonder eindbeheerder te worden van de grond. Het kopen van gronden dient om gebiedsprocessen te faciliteren die aansluiten bij onze opgaven en daarmee invloed te hebben op veranderingen in een gebied.
49
Programma Agrifood
< Inhoud
Bijlage 5 Beleidsprogramma: Agrifood 2021 - 2030 1 Dit is wat wij willen bereiken In het programma Agrifood 2021-2030 “Toekomst voor de Gelderse boer“ geven we toekomstperspectief voor de land- en tuinbouw in Gelderland. Deze sector maakt deel uit van de Gelderse identiteit en draagt bij aan de maatschappelijke waarden zoals genoemd in Gaaf Gelderland: een vitaal platteland, de economie, energietransitie, natuur en een gezonde leefomgeving. Wij bieden daarbij ruimte aan de diverse vormen van landbouw. Onze ambitie is de ontwikkeling naar een natuurinclusieve kringloop landbouw met een duurzaam verdienmodel. Hiermee bedoelen we dat de agrariër in zijn bedrijf het beheer van natuurlijke hulpbronnen economisch rendabel kan integreren, inclusief de zorg voor ecologische functies en de biodiversiteit op en om het bedrijf. Duurzame landbouw moet uiteindelijk de logische keuze worden omdat dit het beste verdienmodel is. Het ondernemers– perspectief van de agrariër staat daarbij centraal. Dat willen we versterken zodat boeren en tuinders de duurzame keuzes kunnen maken die het beste passen bij hun bedrijfsvoering, rekening houdend met de lokale omstandigheden. Wij richten we ons op de brede groep van gangbare agrarische ondernemers, zodat wij de sector in zijn geheel kunnen helpen verduurzamen. De focus ligt hierbij niet op schaal– vergroting maar op waarde vermeerdering.
Met de kennisinfrastructuur in onder meer de FoodValley (WUR, OnePlanet), Rivierengebied (Greenport) en in de Achterhoek vormt kennis over land en tuinbouw bouw een belangrijk exportproduct. We hebben de ambitie om met deze focus en kennis koploper te blijven om op een duurzame wijze gezond voedsel te produceren. Samenhang De ontwikkeling van de landbouwsector hangt sterk samen met de ambities zoals genoemd in Gaaf Gelderland. Sommige van deze ambities geven een spanningsveld, maar geven tegelijkertijd ook kansen. De ambities uit de Omgevingsvisie hangen als volgt samen met de ambities die centraal staan in dit Beleidsprogramma: • Vestigingsklimaat (3-4): Het streven naar een natuurinclusieve kringlooplandbouw is één van de missies waar in Gelderland ook aan wordt gewerkt vanuit economisch beleid. Middels innovatie in de landbouw wordt het vestigingsklimaat in Gelderland versterkt en profiteert van de kennisinfrastructuur – vice versa. Landbouw is belangrijk voor de landschappelijke waarde en de waarde voor reactie. Natuurinclusieve landbouw en het combineren van toeristisch-recreatieve functies met agrarisch ondernemerschap kan bijdragen aan die evenwichtige verdeling van toerisme en recreatie over heel Gelderland en kan het verdienmodel voor de boer versterken.
Daarnaast dragen agrariërs die leveren via de korte keten bij aan de sociale verbondenheid, doordat meer initiatieven op het platteland ontstaan die zich richten op het leggen van sociale verbindingen, • Wonen (1): De woonopgave richt zich meer op het stedelijk gebied, terwijl de landbouw daarbuiten ligt. Het is wel voor te stellen dat er een spanning tussen grondgebruik kan komen op het moment dat er uitbreidingslocaties worden gezocht. • Bereikbaarheid (1): In het landelijke gebied zijn bereikbaarheidsknelpunten niet bekend, verkeersveiligheid is wel een aandachtspunt. Hierbij streven we naar zo groot mogelijke huiskavels, zodat er minder trekkers op de weg zijn. Lokale distributie is van belang voor het versterken van de korte keten. • Biodiversiteit (5): Biodiversiteit en Agrifood hangen sterk met elkaar samen en kunnen soms op gespannen voet staan. De omslag naar natuurinclusieve landbouw leidt tot een vermindering van emissies (zoals stikstof en gewasbeschermingsmiddelen) en zorgt voor structurele verlaging van de stikstofneerslag. Ook wordt bijgedragen aan de realisatie van meer bomen in het landelijk gebied en wordt agroforestry gestimuleerd. Hiermee draagt het bij aan natuurversterking en -herstel en heeft het een positief effect op de biodiversiteit. Daarnaast wordt bekeken of boeren voor natuurbeheer ondersteund kunnen worden via een landschapsfonds.
50
Programma Agrifood
< Inhoud
• Klimaatadaptatie (4): Klimaatadaptatie heeft een directe invloed op de agrarische sector. Er is een spanning tussen grondgebruik, droogte, watergebruik en grondwaterstand. De inzet op kringlooplandbouw kan de emissie van nutriënten en gewasbeschermings– middelen verminderen. Dit leidt tot verbetering van de waterkwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Hiermee levert Agrifood een belangrijke bijdrage aan de realisatie van wateropgaven. Anderzijds wordt de agrarische sector vanuit klimaatadaptatie ondersteund om aanpassingen te doen die nodig zijn door de verwachte klimaatveranderingen en te investeren in een goede bodemkwaliteit. • Energietransitie(4): Er is spanning tussen grondgebruik en kansen voor opwek en besparing. De uitstoot bestaat zowel uit overige broeikasgassen (in de landbouw vooral methaan) als uit CO2 die vrijkomt bij het gebruik van fossiele brandstoffen door de landbouw en bosbouw. De omslag naar een duurzame kringlooplandbouw draagt bij aan het klimaat, door o.a. emissievermindering, maar ook koolstofijke (landbouw)bodems en de inzet op energiebesparing en duurzame energieopwekking op landbouwbedrijven. • • Circulaire economie (4): Kringlooplandbouw is de invulling van circulaire economie voor de land- en tuinbouw en draagt er aan bij dat mineralen in een gebied niet uitgeput raken.