Inspraak Berenschot Van Goud
Tekst van het document
VAN GOUD advocaten voor vastgoed & overheid
Inspraak namens de heer Z. van der Weerd inzake agendapunt 6: bestemmingsplan uitbreiding parkeerterrein ARD
15 januari 2026 19.30 uur
Commissie Omgeving en Financiën
Geachte raadscommissie, Dp 8 mei 2025 heb ik u namens de heer Van der Weerd, directe buurman van ARD aan de Doster Denerweg, er al op gewezen dat in het vast te stellen bestemmingsplan een enorme hoeveelheid aan parkeerplaatsen voor ARD wordt geregeld, zonder dat daar een goede ruimtelijke onderbouwing aan ten grondslag ligt. Het plan zoals dat toen aan u voorlag zou het niet hebben gehaald bij de bestuursrechter. Mede op basis van die overweging heeft u destijds het voorstel tot vaststelling teruggegeven aan het college van B&W met het verzoek het plan aan te passen en het daarna opnieuw aan te bieden. Maar ook deze versie van vandaag zal de rechterlijke toets niet doorstaan. Deze conclusie steunt op het volgende. In hoofdstuk 4 van de (geactualiseerde) zienswijzennota worden de ambtshalve aanpassingen benoemd die naar aanleiding van de vorige vergadering (mei 2025) zijn doorgevoerd. In de toelichting is in paragraaf 4.9 (in de zienswijzennota staat per abuis 9.4) vanaf pagina 39 aandacht besteed aan verkeer en parkeren.
Net als in de vorige editie van het ontwerpbestemmingsplan is daarbij (zie onder “Conclusie’ op pagina 41) een onderverdeling gemaakt naar gewone parkeerplaatsen (twee keer zoveel als nu het geval is) overloop parkeerplaatsen (170 extra, dus bovenop het dubbele aantal van wat er nu is) en piekparkeerplaatsen (200 stuks, dus bovenop de andere 550 parkeerplaatsen). -
-
-
Deze verschillende smaken zijn echter niet nader gedefinieerd. Waarom dit onderscheid wordt gemaakt is niet duidelijk, maar het plan dat voorligt maakt het planologisch mogelijk om van 190 naar 740 permanente parkeerplaatsen te groeien, zonder enige restrictie. Ik neem u daarvoor even mee in de planregels. In planregel 9.2 onder c. is geregeld dat het aantal piekdagen per jaar is gemaximeerd op 12. Daarbij geldt het volgende: “Een piekdag is een dag waarop meer dan 1000 transacties plaatsvinden in de detailhandelsvestiging waartoe de parkeerplaats behoort.” Het gebruik van de verschillende soorten parkeerplaatsen is echter niet aan een maximum aantal dagen gebonden. De term “piekparkeerplaatsen” komt in de planregels in het geheel niet voor. De term “overloopparkeerplaats” komt wel voor (artikel 3 sub e.), maar kent geen definitie en geen maximum. Bovendien zijn deze overloopparkeerplaatsen in juridische zin niet gekoppeld aan de detailhandelsvestiging, maar aan het ter plaatste toegestane gebruik 1
VAN GOUD advocaten voor vastgoed & overheid
dat is opgesomd onder a tot en met d. Onder a tot en met d wordt opgesomd: groenvoorzieningen en beplantingen, water en watergangen, waterhuishoudkundige voorzieningen en geluidwerende voorzieningen. Geen detailhandel. Het toegestane overloopparkeren is middels de woorden daarbij behorende gekoppeld aan en beperkt tot het gebruik dat is opgesomd onder a tot en met d. Verder is in artikel 4 sub c. het gewone parkeren geregeld. Ik verzoek u oplettend te zijn en met mij te constateren dat er in de planregels (die juridisch leidend zijn t.o.v. de toelichting) geen verschil wordt gemaakt tussen de in de toelichting genoemde soorten parkeren. Er is ook nergens een maximum aan verbonden. Door in te stemmen met het ontwerp zoals dat voor ligt maakt u het onbeperkte gebruik van het nu nog groene plandeel als permanente parkeerplaats mogelijk. Voor deze wijziging van groen naar 370 (!) permanente parkeerplaatsen (let wel: in het buitengebied midden tussen de weilanden) ontbreekt een goede ruimtelijke onderbouwing. Tot slot nog even terug naar planregel 9.2 sub c.
Hoe ziet u hier de handhaafbaarheid van het maximum voor zich? Hoe gaat het college van B&W het maximale aantal van 12 dagen per jaar controleren? Worden maandelijks de dagelijkse transactieoverzichten doorgegeven door Aro? En wordt dan iedere dag dat er meer dan 1000 transacties waren afgevinkt er een afgehaald van de twaalf? Bovendien lijkt planregel 9.2 sub c (vooral) te zien op het gebruik van de winkel, maar deze valt nadrukkelijk buiten het plangebied. een relatie tussen piekwinkeldagen en piekparkeerplaatsen wordt niet gelegd. Los nog van het feit dat het hele begrip ‘piekparkeerplaats niet in de regels of op de plankaart voorkomt en dus in juridische zin geen betekenis heeft. De hele regeling lijkt te zijn ingegeven door de ambitie om deze omgevingsvreemde kledingkolos verder te laten groeien op een locatie die daarvoor naar zijn aard ongeschikt is. Naar de stellige overtuiging van cliënt zal ook deze versie van het bestemmingsplan de toets bij de bestuursrechter niet doorstaan. Namens buurman Van der Weerd verzoek ik u niet tot vaststelling van dit plan over te gaan.
J.H.M. Berenschot Advocaat
2