Informatiepakket riviergemeenten - Ruimte voor de Rivier 2.0 - 6 maart 2026
Tekst van het document
Begeleidende brief informatiepakket Ruimte voor de Rivier 2.0 6 maart 2026 Geachte collega, Met deze brief en bijbehorend informatiepakket informeer ik u over de laatste ontwikkelingen van het programma Ruimte voor de Rivier 2.0. Het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 bereidt maatregelen voor die ervoor zorgen dat de rivieren, nu en in de toekomst, water veilig blijven afvoeren, bevaarbaar blijven, grote delen van Nederland blijven voorzien van zoetwater in droge zomers en ruimte bieden aan natuurontwikkeling en regionaaleconomische activiteiten. U ontvangt deze brief omdat de besluiten die in het kader van dit programma in 2026 worden genomen, ook betrekking kunnen hebben op uw gemeente. De meegezonden informatie kunt u gebruiken om uw collega’s, college en uw raad te informeren. De informatie is ook te vinden op onze website. Wat betekenen de besluiten voor uw gemeente? In 2026 worden twee belangrijke besluiten voorbereid door het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 over de inrichting van het rivierengebied. Het ene besluit gaat over het op orde krijgen van de rivierbodem, het andere besluit gaat over de ruimte die de rivier in de toekomst nodig heeft voor het veilig afvoeren van water. Om tot onderbouwde voorstellen en zorgvuldige besluitvorming te komen is onderzoek gedaan. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat we de rivier waarschijnlijk meer ruimte moeten gaan geven.
In ieder geval buitendijks (het gebied tussen de dijken, waar de rivier stroomt), maar op sommige plekken misschien ook binnendijks (landinwaarts van de dijk). Dit is geen nieuw gegeven, in eerdere programma’s Ruimte voor de Rivier en Maaswerken heeft de rivier meer ruimte gekregen. Dit is echter niet voldoende, we krijgen te maken met extremer weer en extremere rivierafvoeren in de toekomst. We bereiden ons hier in stappen op voor. Naast de uitvoering van deze maatregelen, zijn namelijk in eerdere programma’s ook gebieden gereserveerd voor toekomstige rivierverruiming. Deze ruimtelijke reserveringen zijn vastgelegd in het toenmalige Barro, nu Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit jaar neemt het kabinet het besluit of de huidige ruimtereserveringen blijven bestaan, moeten worden uitgebreid of kunnen vervallen en ook of er nieuwe (binnendijkse) reserveringsgebieden bij moeten komen. Als dat het geval is, wijst het kabinet hiervoor dit jaar globale locaties aan, maar bepaalt nog niet de exacte begrenzing. Ook wordt er nog niet besloten over wat voor maatregel er in een gebied moet komen of wanneer het reserveringsgebied nodig gaat zijn. Dit werken we in de jaren daarna verder uit. Het reserveren van binnendijkse ruimte is nodig om rivierverruimende maatregelen bij knelpunten in het rivierengebied mogelijk te blijven maken.
1/10
Met dit informatiepakket informeren wij u onder meer over de inhoudelijke voortgang van de besluitvorming, het proces van besluitvorming en wat u in het vervolg van 2026 van ons kunt verwachten. Het vervolg Ik hoop dat de informatie uit dit informatiepakket behulpzaam is. We organiseren in maart een extra webinar voor gemeentemedewerkers waarin we dieper ingaan op de onderzoeksresultaten en er vragen gesteld kunnen worden. Uw gemeente ontvangt hiervoor een uitnodiging. Heeft u vragen die niet beantwoord worden met dit informatiepakket of die niet tot het webinar kunnen wachten? Weet het programmateam dan te vinden via de bij u bekende contactpersonen. U kunt ook naar onze website verwijzen als u vragen krijgt over het programma. Met vriendelijke groet, Marieke Hofstra Programmamanager Ruimte voor de Rivier 2.0
2/10
Waar gaat Ruimte voor de Rivier 2.0 over? Al eeuwenlang leven we in Nederland met water. We hebben ons land ertegen beschermd en de rivieren naar onze hand gezet. Hiermee hebben we de rivier steeds minder ruimte gegeven en de natuurlijke loop van de rivier beïnvloed. Dit begint te wringen. Beschermd blijven tegen hoogwater We moeten ons blijven beschermen tegen hoogwater. Hoogwater komt in de toekomst steeds vaker voor. Rivieren die buiten de oevers treden, water dat hoog tegen de dijken klotst, vee en wilde dieren die een droog heenkomen moeten zoeken. We moeten ons hierop blijven voorbereiden. Er komt op piekmomenten zoveel water op ons af, dat de rivier op sommige plekken waarschijnlijk meer ruimte nodig heeft om het water veilig af te voeren. We zijn met het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) bezig om onze dijken op orde te brengen tot 2050, maar dan zijn we nog niet klaar. Ruimte voor de Rivier 2.0 kijkt naar wat er nodig is om in het rivierengebied tot 2100 en verder droge voeten te houden. Bodemerosie: een onzichtbaar probleem De afgelopen eeuwen hebben we onze rivieren ingesnoerd, met kribben en dijken. Goedbedoelde ingrepen toen, leveren nu problemen op. Water wordt nu zó snel afgevoerd dat de bodem steeds verder uitslijt en de rivier steeds dieper in het landschap komt te liggen. Het uitslijten van de bodem noemen we erosie.
Dit heeft zeker bij extreem laagwater, zoals de afgelopen jaren is voorgekomen, grote gevolgen voor de zoetwaterverdeling in ons land, de bevaarbaarheid van de rivieren en leidt tot verdroging in de uiterwaarden en het achterland. Dit merken we vooral tijdens droge periodes. Hier krijgen we door klimaatverandering steeds vaker mee te maken. Als we niet ingrijpen, worden deze gevolgen alleen maar groter. Eén van de besluiten die Ruimte voor de Rivier 2.0 op dit moment voorbereidt, gaat daarom over de maatregelen die nodig zijn om de grootschalige erosie van de rivierbodem tegen te gaan. De rivier meer ruimte geven, is een duurzame oplossing om het water minder snel te laten stromen en bodemerosie tegen te gaan. Besluiten voor een toekomstbestendig rivierengebied Om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden, werken we in Ruimte voor de Rivier 2.0 met Rijk en regio samen aan een toekomstbestendige inrichting van het rivierengebied. Om dit te realiseren wordt in 2026 als eerste stap een besluit genomen over twee onderwerpen: 1. De manier waarop de rivier in de toekomst water veilig kan blijven afvoeren en de locaties waar extra (binnendijkse) ruimte nodig is. 2. De maatregelen die nodig zijn om de erosie van de rivierbodem te stoppen en de rivierbodem waar nodig op te hogen. In de andere artikelen van dit informatiepakket leest u meer over deze besluiten.
De focus hierbij ligt op het eerste besluit, omdat dit mogelijk impact heeft op gemeenten en daarmee ook de meeste vragen oproept.
3/10
Besluiten in 2026: Meer ruimte voor de rivier We hebben in Nederland en daarbuiten steeds vaker te maken met weersextremen. Dit zorgt, mede door klimaatverandering, vaker voor hoogwater in het rivierengebied en ook voor periodes met langduriger, extreem laagwater. Daarnaast daalt de bodem van rivieren steeds verder door erosie. Het gevolg: landbouw en natuur verdroogt, de bevaarbaarheid verslechtert en de zoetwaterverdeling staat onder druk. Daarom werken Rijk en regio binnen Ruimte voor de Rivier 2.0 samen om het rivierengebied toekomstbestendig te maken én te houden voor volgende generaties. Om de toekomstbestendige inrichting van het rivierengebied te realiseren nemen we in 2026 een besluit over twee onderwerpen: 1. De manier waarop we in de toekomst water veilig kunnen blijven afvoeren en de hoeveelheid ruimte die daarvoor binnendijks nodig is. Om er zeker van te zijn dat rivieren de hogere waterstanden in de toekomst kunnen blijven afvoeren, kijken we naar een combinatie van maatregelen: dijkversterking, maatregelen in de uiterwaarden (buitendijks) en het inzetten van binnendijkse ruimte. Op plekken waar dijkversterking niet meer mogelijk is of waar knelpunten in het riviersysteem ontstaan, reserveren we ruimte voor de rivier. In 2026 besluit het kabinet of er binnendijkse ruimte nodig is om richting 2100 water veilig af te blijven voeren.
Zo ja, dan zal op deze plekken door het Rijk een reserveringsgebied vastgelegd moeten worden in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). We wijzen in 2026 de globale locaties aan, maar bepalen nog niet de exacte begrenzing die in het Bkl komt te staan. Dit volgt in de nadere uitwerking in 2027. Met dit besluit wordt ook besloten of huidige reserveringen blijven bestaan of kunnen vervallen. Er wordt nog geen besluit genomen over de te nemen rivierverruimende maatregelen als een gebied daadwerkelijk ingezet wordt voor rivierverruiming en ook niet over wanneer een maatregel in een reserveringsgebied nodig is. Dit wordt tot en met 2028 uitgewerkt. Dit jaar worden dus globale locaties aangewezen voor reserveringsgebieden. Dit wordt nu besloten, zodat toekomstige maatregelen mogelijk blijven en deze gebieden niet volgebouwd worden. 2100 is hierbij als richtjaar gebruikt, om zo het Nederlandse rivierengebied voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden. De toekomst is niet volledig te voorspellen. Daarom zijn in de onderzoeken meerdere scenario’s naast elkaar gezet. Zo wordt voorkomen dat er nu beslissingen worden genomen, waar we later spijt van krijgen of dat we maatregelen treffen waar we later last van gaan krijgen.
Als deze locaties nu niet worden aangewezen, bestaat de kans dat er ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden waardoor rivierverruiming tot veel schade leidt of zelfs onmogelijk wordt. Dit zou het lastig maken om de waterveiligheid op de lange termijn te garanderen en kan ervoor zorgen dat er in de toekomst toch gekozen moet worden voor dijkverhoging op plekken waar dit eigenlijk niet wenselijk is.
4/10
Het besluit gaat ook over hoe het extra water dat bij extreem hoogwater Nederland binnenkomt, wordt verdeeld over de Waal, IJssel en Nederrijn-Lek. Dit bepaalt mede hoeveel ruimte de rivier nodig heeft. 2. De maatregelen die nodig zijn om de erosie van de rivierbodem te stoppen en de rivierbodem waar nodig op te hogen Door erosie daalt de rivierbodem, met gevolgen voor landbouw, natuur, scheepvaart en funderingen van gebouwen. Door nu te besluiten over maatregelen, voorkomen we dat deze problemen verder toenemen. Er zijn verschillende manieren om bodemerosie aan te pakken. We kunnen extra zand en grind storten in de rivier (suppleren). Zo wordt het zand en grind, dat door erosie verdwijnt, elk jaar weer aangevuld. Op die manier blijft de rivierbodem op peil. Uit onderzoek blijkt echter dat suppleren alleen, niet alle problemen oplost. Een tweede manier is om de rivier meer ruimte te geven. Daardoor stroomt het water minder snel en neemt het water minder zand en grind mee. Uit de onderzoeken tot nu toe blijkt dat het verruimen van de rivier kan met de aanleg van een ‘meergeulensysteem’. In dit systeem worden er geulen naast de hoofdgeul aangelegd. Na aanleg van het meergeulensysteem stroomt een deel van het water bij hoge waterstanden via de nieuwe geulen. Als gevolg daarvan neemt de stroomsnelheid van het water in de hoofdgeul af en vermindert dus ook de bodemerosie.
Op onze website leggen we meer uit over het tegengaan van bodemerosie en over de oplossingen die in het programma worden onderzocht: https://www.ruimtevoorderivier.nl/actueel/nieuws/2025/12/08/ruimte-voor-de-rivierbodem
5/10
Het proces van besluitvorming Omdat de besluiten weloverwogen genomen moeten worden, vraagt de voorbereiding hiervan tijd. Hieronder schetsen we de verschillende stappen. Een aantal stappen is in de afgelopen maanden met betrokken partijen gezet, deels staan deze voor 2026 of de jaren daarna op de planning. Onderzoeken als basis Om het besluit over afvoer en ruimte te onderbouwen, zijn verschillende onderzoeken gedaan door onafhankelijke, inhoudelijke experts. Er zijn onderzoeken gedaan naar mogelijke maatregelen om de bodemligging aan te pakken en naar de afvoerverdeling bij hoog- en laag water. Daarnaast is door een onafhankelijk consortium van partijen onderzoek gedaan naar ruimte die de rivieren in de toekomst nodig hebben om water veilig af te blijven voeren. De onderzoeken vormen de basis van het besluit, maar er spelen natuurlijk ook andere afwegingen, zoals financierbaarheid. Overheden en andere partijen die nauw betrokken zijn bij het programma, hebben in de afgelopen periode inzicht gekregen in de onderzoeksresultaten. De onderzoeken komen beschikbaar na besluitvorming in de ministerraad. De exacte timing hiervan is nu nog niet bekend. De omgeving betrekken In de huidige fase van het programma richt participatie zich op medeoverheden en maatschappelijke organisaties, en nog niet op het actief betrekken van burgers en andere belanghebbenden op lokaal niveau.
Regionale partijen betrekken we zoveel mogelijk via de bestaande netwerken en overlegstructuren van de Deltaprogramma’s Rijn en Maas. Daarom organiseerden we eind 2025 bijeenkomsten voor ambtenaren van de regionale overheden specifiek voor de Waal, IJssel, Nederrijn-Lek, Bedijkte Maas en Maasvallei om hen mee te nemen in de onderzoeksresultaten tot dan toe. In januari en februari 2026 vond een gespreksronde plaats met een aantal gemeenten naar aanleiding van de onderzoeksresultaten. Maatschappelijke organisaties hebben we in deze fase op nationaal niveau betrokken. Dit hebben we gedaan in samenwerking met het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL). Het OFL organiseerde twee consultatiebijeenkomsten. Regionale maatschappelijke organisaties waren via de Deltaprogramma’s Rijn en Maas uitgenodigd voor deze bijeenkomsten. Op basis van de omgevingsgesprekken is besloten om (1) meer tijd te nemen voor het besluitvormingsproces (we schetsen de stappen hieronder) en (2) voor het betrekken van gemeenten, en (3) om op een vroeger moment dan voorzien actief te communiceren over de onderzoeksresultaten. Dit laatste gebeurt onder andere met dit informatiepakket.
6/10
Mijlpalenplanning 2026 Moment
Activiteit
Februari - mei 2026
Gevoeligheidsanalyse op onderzoeksresultaten binnendijkse ruimte
Maart - juli 2026
Betrekken medeoverheden per riviertak via bestaande overleggen, waar nodig maatwerkgesprekken
April - juni 2026
Bestuurlijk Overleg Water en Bestuurlijk Overleg Ruimte voor de Rivier 2.0 bespreken voortgang en keuzes RvdR2.0.
Medio 2026
Besluit Rijk over bodemliggingsmaatregelen en afvoerverdeling hoogwater Rijntakken, informeren medeoverheden over besluit
Q3/Q4 2026
Betrekken medeoverheden per riviertak via bestaande overleggen
Q4 2026
Besluit Rijk over globale locaties reserveringsgebieden, informeren medeoverheden over besluit.
Q1/Q2 2027
Ontwerp Nationaal Waterprogramma 2028-2033 ter inzage (6 maanden) met besluiten RvdR2.0: Besluit over bodemliggingsmaatregelen Besluit over globale locaties voor reserveringsgebieden
Q1 2027
Start proces om te komen tot begrenzing van nieuwe reserveringsgebieden, in afstemming met omgeving
Waar staan we nu: oordeelsvorming De stuurgroep Ruimte voor de Rivier 2.0 bereidt de besluiten voor. Hierin zitten bestuurders van het Rijk en een vertegenwoordiging van regionale overheden: de voorzitter en vicevoorzitters van het Bestuurlijk Platform Rijn en de Stuurgroep Deltaprogramma Maas. De stuurgroep heeft op 12 februari 2026 aangegeven dat we voldoende weten om in april 2026 een besluit over het stabiliseren van de rivierbodem voor te stellen aan de minister en de ministerraad. Voor het besluit over hoeveel ruimte de rivier in de toekomst nodig heeft, wil de stuurgroep meer tijd nemen. Allereerst omdat de gemeenten ambtelijk hebben aangegeven dat de doorlooptijd te kort is om hun inbreng goed en zorgvuldig te leveren. Ten tweede vindt de stuurgroep dat er veel informatie beschikbaar is, maar dat aanvullende gevoeligheidsanalyses nodig zijn om dit besluit goed onderbouwd te kunnen nemen. Deze extra analyse versterkt de robuustheid van de resultaten. Het vervolg: van stuurgroep Ruimte voor de Rivier 2.0 naar ministerraad en het NWP Ondanks dat we extra tijd nemen, blijft de ambitie om dit jaar een keuze te maken over de globale locaties waar binnendijkse ruimte gereserveerd moet worden voor rivierverruiming. Op basis van onderzoeksresultaten, effectbeoordelingen en geïnventariseerde belangen adviseert de stuurgroep over de locaties voor deze reserveringsgebieden.
Uiteindelijk besluit het Rijk hierover. Het gaat om het aanwijzen van globale locaties, nog geen nauwkeurig ingetekende gebieden. De precieze grenzen worden pas later vastgelegd met het wijzigen van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
7/10
Na de stuurgroep bespreken en bekrachtigen het Bestuurlijk Overleg Water en het Bestuurlijk Overleg Ruimte voor de Rivier 2.0 de adviezen. Daarna worden deze aan de ministerraad voorgelegd voor besluitvorming. Pas na besluitvorming in de ministerraad, zijn de besluiten formeel genomen. De besluiten worden vastgelegd in het Ontwerp Nationaal Waterprogramma (NWP) 2028-2033. Vanaf januari 2027 ligt het Ontwerpprogramma zes maanden ter inzage. Dit programma wordt eind 2027 definitief vastgesteld en gaat per 1 januari 2028 in. Van globale locaties in het NWP naar precieze begrenzing in het Besluit kwaliteit leefomgeving Zodra de globale locaties voor reserveringsgebieden zijn aangewezen, start het programma met de bepaling van de precieze begrenzing, in afstemming met de omgeving. Hier zal in ieder geval de gemeente, het waterschap en de provincie direct bij worden betrokken. Er wordt hierbij nadrukkelijk gekeken naar waar een mogelijke ruimtereservering het meest knelt met andere ontwikkelingen. Het kan namelijk zijn dat bepaalde gebieden prioriteit vragen in de uitwerking van de reserveringsgebieden en in de uitvoering en/of dat er sneller duidelijkheid moet komen over wat er wel en niet mag in een gebied. De precieze begrenzing van een reserveringsgebied wordt vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Hiervoor is langer de tijd nodig en zal in ieder geval niet plaatsvinden vóórdat het Ontwerp NWP ter inzage gaat. Dit proces starten we op na besluitvorming in de ministerraad en loopt door tot in ieder geval eind 2027 (zie ook het proces op de volgende pagina). Tot en met 2028 werken we tegelijkertijd als programma een maatregelpakket uit, waarmee duidelijk moet worden op welke termijn een reserveringsgebied nodig is en hoe de maatregelen binnendijks en buitendijks er ongeveer uit komen te zien. Wat betekent een Bkl-reservering voor een gebied? In een gebied met een ruimtereservering gelden aanvullende regels, die vastgelegd zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Via het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft de Rijksoverheid aan gemeenten instructieregels, die zij moeten verwerken in hun Omgevingsplan. In een gebied met een ruimtereservering mogen gemeenten geen grootschalige of kapitaalintensieve activiteiten toestaan die rivierverruimende maatregelen in de toekomst kunnen belemmeren. Als er een nieuw reserveringsgebied wordt aangewezen, betekent dit niet dat er niets meer kan. De huidige activiteiten in het gebied mogen doorgaan, zoals deze in het Omgevingsplan staan vastgelegd: mensen kunnen blijven wonen waar ze wonen, bedrijven hoeven niet te vertrekken. Nieuwe plannen die grootschalig of kapitaalintensief zijn, zijn echter niet meer toegestaan.
Hier moet de gemeente na wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving het Omgevingsplan op aanpassen. Een reserveringsgebied wordt gereserveerd zodat er in de toekomst op die plek rivierverruimende maatregelen kunnen worden gerealiseerd. Dit zijn bijvoorbeeld dijkverleggingen, nevengeulen of bypasses. Wanneer daadwerkelijk begonnen wordt met het ontwerpen van zo’n maatregel in een project, worden de gebruikelijke procedures hiervoor doorlopen en wordt de omgeving betrokken bij bijvoorbeeld de totstandkoming van het ontwerp.
8/10
Duidelijkere definitie van ‘grootschalig’ en ‘kapitaalintensief’ Een bestaande of mogelijk nieuwe Bkl-reservering kan veel impact hebben op onder meer ontwikkelings- en investeringsmogelijkheden in deze gebieden. Daarom werken we ook uit wat concreet wordt verstaan onder ‘geen grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen’. Hierbij werken we ook uit welke (tijdelijke) functies eventueel wel mogelijk blijven in deze gebieden. We willen gebieden niet onnodig ‘op slot’ zetten. Voor alle gebieden werken we tot en met 2028 ook uit wanneer de Bkl-reservering ingezet moet worden en hoe dit ontwikkelpad eruitziet. Met deze concretisering proberen we gemeenten meer handelingsperspectief te bieden.
9/10
Hoe worden gemeenten in het vervolgproces betrokken? Het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 werkt graag in goede samenwerking met gemeenten en andere regionale overheden aan het voorbereiden van besluitvorming, ieder vanuit hun eigen rol. Formeel is het Rijk bevoegd gezag voor het nemen van het besluit over beide beleidskeuzes. Dit besluit over onder andere de globale locaties van ruimtereserveringen wordt vastgelegd in het Ontwerp Nationaal Waterprogramma (NWP) 2028-2033, dat in januari 2027 gepubliceerd wordt. Op het Ontwerp NWP kunnen gedurende 6 maanden zienswijzen ingediend worden in een formele zienswijzeprocedure, ook door gemeenten. Vanuit Ruimte voor de Rivier 2.0 worden de gemeenten vroegtijdig betrokken, vooruitlopend op de formele zienswijzeprocedure, zodat hun inbreng kan worden meegewogen bij het te nemen besluit. Bestaande overleggen Gemeenten blijven in ieder geval betrokken via de bestaande overleggen en werkprocessen van het Deltaprogramma Rijn en Maas. Dit zijn op bestuurlijk niveau het Bestuurlijk Platform Rijn, de Stuurgroep Deltaprogramma Maas en de onderliggende bestuurlijke overleggen: het Bestuurlijk Overleg Waal-Merwedes, de Stuurgroep IJssel, het Bestuurlijk Overleg Bedijkte Maas en het Bestuurlijk Platform Maasvallei.
Er is regelmatig contact tussen RvdR2.0 en de Vereniging van Nederlandse Riviergemeenten, de VNR is vertegenwoordigd in de overleggen van de Deltaprogramma’s Rijn en Maas. Via de regionale taakgroepen van de VNR worden bestuurders ook op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen binnen de Deltaprogramma’s en RvdR2.0. Participatieproces op lokaal niveau nog in ontwikkeling Daarnaast richten we voor het komende jaar een proces in waarmee gemeenten die het aangaat betrokken blijven, zoals de afgelopen maanden het geval is geweest. Hoe dit, en het informeren van bewoners en ondernemers in de specifieke gebieden eruitziet, wordt nog uitgewerkt. We vragen een aantal gemeenten om met ons mee te denken in Q1 en Q2 van 2026 met het vormgeven van dit participatieproces. Duidelijk is dat we partijen, zoals bewoners en ondernemers, op lokaal niveau pas betrekken wanneer er een besluit is genomen door het Rijk over op welke locaties reserveringsgebieden moeten komen. Met dit besluit kan er duidelijkheid geboden worden in de gebieden zelf, daarvoor is dat niet mogelijk.
10/10