Evaluatierapport Regio Stedendriehoek 2025
Tekst van het document
Evaluatierapport Regio Stedendriehoek 2025
Inleiding ................................................................................................................................................................... 3 1
Uitvoeringsagenda 2023 - 2030 ..................................................................................................................... 3 1.1
Stand van zaken uitvoering ....................................................................................................................... 4
1.2
Programmatisch sturing ............................................................................................................................ 5
1.3
Actualisatie 2026/2027 .............................................................................................................................. 6
2
Stand van zaken uitvoering aanbevelingen.................................................................................................... 7
3
Functioneren gremia ...................................................................................................................................... 9 3.1
Algemeen en dagelijks bestuur, p-beraden en ambtelijke gremia ............................................................. 9
3.2
Raadsadviescommissie (RAC) .................................................................................................................. 9
3.3
Economic Board ........................................................................................................................................ 9
INLEIDING In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat het algemeen bestuur tenminste één keer per vier jaar de regeling evalueert. De evaluatie vindt plaats uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de raadsverkiezingen plaatsvinden, dus in 2025. De gewijzigde gemeenschappelijke regeling is recent gestart (juli 2024). Daarom is geen uitgebreide evaluatie uitgevoerd. In de voorliggende evaluatie is gefocust op de Uitvoeringsagenda, de doelstellingen van de wijziging, het naar boven halen van eventuele ‘weeffouten’ in de afspraken die zijn gemaakt en de uitvoering van de aanbevelingen van het rapport van de gezamenlijke rekenkamers. De volgende onderdelen zijn opgenomen in de evaluatie: a. Stand van zaken uitvoering Uitvoeringsagenda 2023 – 2030 b. Stand van zaken uitvoering Aanbevelingen gezamenlijke rekenkamers c. Functioneren adviescommissies Naast een interne evaluatie van de Uitvoeringsagenda (hoofdstuk 1, zie bijlage 1) is een enquête uitgevoerd door adviesbureau TwynstraGudde onder raadsleden, bestuurders en ambtenaren (hoofdstuk 2 en 3, zie bijlage 2). De evaluatie vormt de input voor de actualisatie van de Uitvoeringsagenda in 2026/2027. Daarnaast zal vanuit de uitkomsten van de enquête in 2026 bekeken worden hoe de regionale samenwerking verder versterkt kan worden.
1 UITVOERINGSAGENDA 2023 - 2030 De Uitvoeringsagenda 2023 – 2030 is in 2023 vastgesteld. Het is het eindproduct van een traject dat in 2021 startte met het Regionaal Perspectief 2030 en de vaststelling van de Strategische Agenda in 2022. De Uitvoeringsagenda bestaat uit drie integrale programma’s: Slimme Groene Verstedelijking, Vitaal Landelijk Gebied en Regionale Economie van de Toekomst. Naast deze integrale programma’s zijn er drie voorwaardenscheppende programma’s (energiesysteem, gebiedsontwikkeling en mobiliteit). De agenda is per programma opgebouwd vanuit te bereiken doelstellingen en activiteiten. Aan het einde van de raadsperiode is het goed om te evalueren waar we staan in de uitvoering van de agenda, waar actualisatie of aanpassing nodig is en welke nieuwe ontwikkelingen vragen om aanvulling van de agenda. We hebben dit gedaan langs twee lijnen: stand van zaken uitvoering en programmatisch sturing. De evaluatie vormt één van de ingrediënten voor de actualisatie van de Uitvoeringsagenda in 2026/2027. Naast de evaluatie zullen de uitkomsten van het Ontwikkelperspectief 2050 hierin ook een plek krijgen.
1.1 Stand van zaken uitvoering We hebben per activiteit binnen een programma de stand van zaken geïnventariseerd, beoordeeld wat de voortgang is en of de uitvoering volgens plan verloopt (groen), aandacht vraagt (oranje) of die niet volgens plan verloopt (rood). Met deze inventarisatie hebben we ook inzichtelijk welke activiteiten zijn afgerond, (nu) niet worden opgepakt of waarvan de uitvoering bij andere partijen ligt of waarvan besloten is om die niet meer op te pakken (grijs). Zie voor een totaaloverzicht bijlage 1. Op schema lopende en afgeronde activiteiten ⚫ Uit de inventarisatie blijkt dat een groot deel van de activiteiten op schema loopt en soms zelfs al zijn afgerond. In de afgelopen periode zijn veel afspraken gemaakt, visies of inspiratiedocumenten opgesteld en projecten gestart. Daarmee loopt 71% van de activiteiten op schema. Een groot aantal activiteiten zijn doorlopende activiteiten, die de gehele looptijd van de uitvoeringsagenda beslaan. Dit geldt bijvoorbeeld om het uitvoeren van lobbyactiviteiten, ondersteuning van of samenwerking met partners (Innovatie Coöperatie, PPS Toekomstbestendige bedrijventerreinen, projecten Regio Deal ‘Sterker in 3D’, Logistiek Netwerk Regio Stedendriehoek, Port of Logistics Overijssel) of het inzetten van een logistiek makelaar en de flexpool wonen.
Voor een aantal activiteiten geldt dat in de afgelopen periode stappen gezet zijn die in de komende jaren verder worden uitgewerkt: toekomstbeelden IJsselvallei, voedselagenda, plan van aanpak ‘groene waterstof’, Economische Propositie, Strategische lobbyagenda. Een deel van de in de Uitvoeringsagenda opgenomen activiteiten zijn inmiddels gerealiseerd: • Sluiten woondeal met het Rijk • Monitoring voortgang nieuwbouw bij gemeenten (via Publiek Private Monitoring) • Maken afspraken met lokale bouwers over klimaatadaptief, natuurinclusief en circulair bouwen (via Woondeal en Deal Biobased Bouwen 30-30-30) • Toepassing STOMP-principe (alle acht gemeenten) • Vaststelling Regionale fietsvisie • In beeld brengen watersysteem en landschappelijk netwerk (Inspiratiekaart Groen-Blauwe Hoofdstructuur) en de gewenste verbindingszones voor de versterking van de groenblauwe dooradering • Opstellen regionale visie ‘Ruimte voor werk’ is opgesteld (REB / RPW 1) • Opstellen bedrijvenprognose (onderdeel RPW) • Opstellen verkenning kansrijkheid realisatie parkmanagement Activiteiten die aandacht vragen ⚫ Een aantal activiteiten (15%) vragen aandacht. Dit wordt veelal veroorzaakt door externe factoren, bijvoorbeeld het beëindigen van financiering door het Rijk (Vitaal Landelijk Gebied Gelderland) of netcongestie (smart energy hubs).
In andere gevallen worden activiteiten op individueel niveau al wel opgepakt, maar zijn regionale gesprekken nog niet gevoerd (warmtenetten, projecten op het gebied van eiwittransitie).
1 Ruimtelijke Economische Bouwsteen / Regionale Programmering Werklocaties
Activiteiten die niet volgens plan verlopen ⚫ Een klein aantal activiteiten (2%) staat op rood. De reden hiervoor is dat deze activiteiten op dit moment nog niet worden opgepakt vanwege prioritering in het desbetreffende programma. Daarnaast zorgt netcongestie ervoor dat capaciteitsvergroting en verzwaring van het energienetwerk voorlopig niet aan de orde door vertraging bij netbeheerder TenneT. Voor een aantal activiteiten geldt dat deze later opgestart worden. De uitwerking van de afspraken over uitbreiding van bedrijventerreinen (realisatie afspraken RPW) starten bijvoorbeeld in 2026. En voor het stimuleren en ondersteunen van ondernemers die werk willen maken van de Sustainable Development Goals is besloten om later te starten, zodat gebruik gemaakt kan worden van de structuur van Krachtig MKB / Ondernemershuis Regio Stedendriehoek. Vervallen van activiteiten ⚫ Een deel van de activiteiten uit de Uitvoeringsagenda kan vervallen (13%). Deze activiteiten worden namelijk niet in regionaal verband, maar door de individuele gemeenten zelf uitgevoerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor het activiteiten op het gebied van klimaatadaptatie (klimaatstresstesten) of de pre-verkenning naar de Prins Bernhardsluis in Deventer.
Daarnaast worden activiteiten uitgevoerd andere partijen, bijvoorbeeld door het Werkcentrum Veluwe Stedendriehoek en/of het Ondernemershuis (arbeidsmarkt) en via diverse loketfuncties wat betreft ondersteuning van agrariërs bij de landbouwtransitie. Een deel van de activiteiten op het gebied van lobby (personen- en goederenvervoer over weg en spoor) staat op meerdere plekken in de Uitvoeringsagenda benoemd en kunnen daarom worden samengevoegd. En als laatste is voor één activiteit in de afgelopen periode besloten deze niet meer uit te voeren (Investeringsplatform)
Nieuwe activiteiten Naast de in de Uitvoeringsagenda opgenomen activiteiten zijn er sinds 2023 nieuwe activiteiten bijgekomen. De meeste nieuwe activiteiten vloeien voort uit opgeleverde visies, zoals het Regionaal Programma Energievoorziening, de Regionale Programmering Werklocaties of de Economische Propositie. De uitvoering van deze documenten vindt in de komende jaren plaats. Nieuwe ontwikkelingen zoals het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie, de stikstofopgave of de Regio Deal brengen (mogelijk) nieuwe activiteiten met zich mee. Andere thema’s zijn al wel opgenomen in de huidige Uitvoeringsagenda, maar zijn in activiteiten sterk verspreid over de verschillende programma’s waardoor er geen integrale sturing op plaatsvindt. Dit geldt bijvoorbeeld voor het thema circulariteit. Een dergelijk thema zal nadrukkelijker bij de actualisatie naar voren komen. Vanaf 2027 verwachten we de oplevering van het Uitvoeringsprogramma van het Ontwikkelperspectief 2050. De huidige structuur van de Uitvoeringsagenda met zes programma’s voldoet en dekt het brede spectrum aan ruimtelijke-economische opgaven. De nieuwe activiteiten kunnen daar naar verwachting ingevoegd worden.
1.2 Programmatisch sturing Het rekenkameronderzoek van de gezamenlijke rekenkamers (2023) geeft als één van de aanbevelingen om de programmatische sturing door te ontwikkelen. De tussentijdse evaluatie van de Uitvoeringsagenda is één van de stappen om dat te doen. Gelijktijdig willen we de doorontwikkeling maken als regio van financial control naar business control, dus niet alleen financieel zicht op de uitvoering van de begroting, maar ook inhoudelijk zicht op de begroting. Doelstelling en activiteiten zijn niet altijd SMART2 Om een goede rapportage te kunnen geven is het van belang dat de doelstellingen en activiteiten zoveel mogelijk ‘SMART’ zijn geformuleerd. Voor een aantal activiteiten geldt dat het onduidelijk is wat precies bereikt moet worden en wanneer dat dan is bereikt (voorbeeld: We vergroten de organisatiegraad en participatiegraad van bedrijventerreinen en werklocaties). Een SMART-formulering van de activiteiten helpt in het inzichtelijk maken van de voortgang. Daarnaast helpt het om de koppeling tussen doelstelling en activiteit en daarmee het effect van de activiteit helder te krijgen. Rol regio is soms niet helder Bij sommige activiteiten is onduidelijk wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van die activiteit: de regio of één of meerdere individuele gemeenten of organisaties? (voorbeeld: we bieden ontwikkelruimte aan onze regionale onderwijspartijen).
En als het duidelijk is dat de regio een rol heeft, is soms de vraag welk programma 2 Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden
verantwoordelijk is voor de uitvoering (voorbeeld: We zetten in op een samenhangend netwerk van recreatieve verbindingen in de regio). Daardoor kan het voorkomen dat een activiteit tussen wal en schip valt. Soms is niet duidelijk welke rol de regio heeft bij de activiteit (voorbeeld: we werken aan de aanleg van een goede fietsverbinding Apeldoorn-Zwolle). De woorden ‘we werken aan’ zegt weinig over wat in de regio gedaan wordt. Legt de regio de fietsverbinding aan, doet de regio de planvoorbereiding of is het ‘slechts’ lobby en organiseren gemeenten zelf de aanleg? Door in de activiteitbeschrijving de rol op te nemen is dit duidelijker. Dit kunnen rollen zijn zoals coördineren, faciliteren, ontwikkelen of delen van kennis, voorbereiden beleid, uitvoeren, lobbyen. Koppeling Uitvoeringsagenda en Jaarprogramma soms onvoldoende Elk jaar wordt op basis van de Uitvoeringsagenda een Jaarprogramma opgesteld met daarin de opgenomen deelactiviteiten. In een groot aantal gevallen zijn deze deelactiviteiten rechtstreeks te koppelen aan de activiteiten uit de Uitvoeringsagenda, al is niet altijd duidelijk hoe de deelactiviteit bijdraagt aan de doelstelling/activiteit uit de Uitvoeringsagenda. Verder zijn er deelactiviteiten opgenomen die niet (direct) voortvloeien uit de Uitvoeringsagenda (voorbeeld: We werken aan de aanpak van de energietransitie in het landelijk gebied).
Het kan een goede reden hebben om dit toe te voegen in het Jaarprogramma, maar dit moet dan wel expliciet gemaakt worden. Stand van zaken (stoplicht) niet altijd eenduidig Uit het invullen van de inventarisatie blijkt dat een stand van zaken aangeven (stoplicht) soms voor meerdere uitleg vatbaar is. Met name bij lobbyactiviteiten kan de inzet van de regio goed lopen, maar bereiken we (nog) niet het resultaat, bijvoorbeeld omdat het Rijk minder investeert in infrastructuur. De vraag is dan wat uit de rapportage naar voren moet komen, is dat de inzet of het resultaat? Dat heeft consequenties voor hoe een activiteit wordt omschreven en voor hetgeen er over die activiteit wordt gerapporteerd.
1.3 Actualisatie 2026/2027 Op basis van het voorgaande willen we in 2026/2027 de huidige Uitvoeringsagenda actualiseren. Dat doen we aan de hand van de volgende uitgangspunten: • • • • • •
De structuur en programma’s van de Uitvoeringsagenda blijven behouden Activiteiten die door individuele partijen worden uitgevoerd (bijv. gemeenten, Werkcentrum), activiteiten waarvan besloten is die niet meer uit te voeren en dubbelingen in activiteiten komen te vervallen. Nieuwe doelen en activiteiten worden binnen de huidige structuur toegevoegd We formuleren een betere koppeling tussen doel, activiteit en effect en formuleren deze meer SMART In elk jaarprogramma maken we een duidelijke koppeling met de activiteiten uit de Uitvoeringsagenda We maken in de activiteiten duidelijk wat de rol van de regio is
Naast de actualisatie zal het Ontwikkelperspectief 2050 worden uitgewerkt in een Uitvoeringsagenda en Regionale Investeringsagenda. Dit zal worden verwerkt in de actualisatie.
2 STAND VAN ZAKEN UITVOERING AANBEVELINGEN De gezamenlijke rekenkamers in de regio hebben in 2023 onderzoek gedaan naar de Regio Stedendriehoek (zie link). De aanbevelingen uit het rapport heeft het (toenmalige) dagelijks bestuur overgenomen, waarbij een plan van aanpak is opgesteld om de aanbevelingen uit te voeren (zie link, vanaf pag. 9). In de afgelopen weken zijn twee digitale enquêtes uitgevoerd: één onder de raadsleden (42 van de 208) en één onder de betrokken medewerkers en bestuurders van de deelnemende gemeenten (56 van de 119). De beide enquêtes zijn gericht op de uitvoering van de aanbevelingen en het functioneren van de verschillende adviescommissies. Dit hoofdstuk gaat in op de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de aanbevelingen. Het volgende hoofdstuk over het functioneren van de verschillende adviescommissies. Per aanbeveling is hieronder samenvattend de uitkomst van de enquête verwoord. Een uitgebreide toelichting en onderbouwing is te vinden in bijlage 2 ‘Rapport Evaluatie Regio Stedendriehoek’. Aanbeveling 1 Geef als raad opdracht aan het college om in samenwerking met de andere colleges vorm te geven aan het regioverhaal. Uit de enquêtes ontstaat het beeld dat er duidelijke voortgang is geboekt in het oppakken van aanbeveling 1. Tegelijkertijd blijkt uit beide enquêtes dat het regioverhaal nog onvoldoende doorwerkt in de praktijk.
Het wordt nog niet vanzelfsprekend gebruikt als instrument voor prioritering of als narratief richting raden, inwoners en ondernemers. De meerwaarde van het verhaal blijft daardoor vooral beperkt tot degenen die betrokken zijn bij de regio. Daarmee wordt de doorwerking van deze aanbeveling als oranje beoordeeld. Aanbeveling 2 Ga als raad de samenwerking aan met andere raden om te zorgen dat de raadsadviescommissie de goede vorm krijgt. De uitkomsten van beide enquêtes laten zien dat de aanbeveling duidelijk is opgepakt. De RAC is opgezet en deze wordt structureel betrokken. Haar rol als verbindende schakel tussen raden en regio wordt breed erkend en gewaardeerd. Tegelijkertijd blijkt dat de RAC door de overige raadsleden en door bestuurlijk en ambtelijk betrokkenen nog gezien wordt als een commissie in ontwikkeling. Er is beperkt zicht op wat de RAC doet en de ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen geven aan dat de input van de RAC nog beperkt zichtbaar wordt verwerkt. Deze aandachtspunten zijn passend, gelet op de fase waar de commissie zich nu in bevindt. De doorwerking van deze aanbeveling wordt daarom als groen beoordeeld. De structuur staat en functioneert, maar de democratische legitimiteit en zichtbaarheid van de RAC moet verder worden versterkt om de commissie volledig tot haar recht te laten komen.
Aanbeveling 3 Geef als raad opdracht aan het college om in samenwerking met de andere colleges de programmatische sturing door te ontwikkelen. Borg daarbij dat de werkorganisatie niet te veel op afstand komt te staan van de ambtelijke organisaties van de gemeenten. De resultaten uit beide enquêtes geven het beeld dat de aanbeveling in de afgelopen periode aantoonbaar is opgepakt, maar dat de doorwerking nog niet volledig is geborgd. De doorontwikkeling van de programmatische sturing wordt herkend en veel respondenten ervaren dat de structuur met de verschillende gremia functioneert en waarde toevoegt. Tegelijkertijd laten de antwoorden zien dat de onderlinge samenhang daartussen en de aansturing nog onvoldoende geborgd zijn. Duidelijkheid van rollen, voorbereiding van bijeenkomsten en de mate en wijze van terugkoppeling verschillen per gremium en niet altijd is duidelijk hoe adviezen doorwerken in besluitvorming. Deze aandachtspunten sluiten aan op de oorspronkelijke aanbeveling: er moet duidelijk zijn hoe de verschillende overleggen zich tot elkaar verhouden en wat ervoor nodig is om de overleggen goed vorm te geven. De doorwerking van deze aanbeveling bevindt zich daarmee in een overgangsfase. Er is zichtbare voortgang, maar dit heeft er nog niet toe geleid dat de programmatische sturing volledig is uitgekristalliseerd.
Daarmee wordt de doorwerking van deze aanbeveling als oranje beoordeeld. Aanbeveling 4 Geef als raad opdracht aan het college om in samenwerking met de andere colleges te werken aan het betrekken van ondernemers bij de samenwerking. De enquête-uitkomsten laten zien dat de doorwerking van deze aanbeveling nog beperkt is. Respondenten erkennen dat er stappen zijn gezet met de vernieuwde Economic Board, maar dit leidt nog niet tot bredere
betrokkenheid van ondernemers in de regionale samenwerking. Het grote aandeel respondenten dat aangeeft geen beeld te hebben van de mate van vertegenwoordiging van ondernemers en het benutten van hun netwerken, geeft het beeld dat dit aspect van de samenwerking nog niet goed verankerd is. Het betrekken van ondernemers lijkt nu nog vooral te plaatsvinden binnen een beperkte groep vertegenwoordigers, terwijl de oorspronkelijke aanbeveling juist gericht was op het actiever benutten van bredere regionale netwerken en het vergroten van de meerwaarde daarvan voor projecten en regionale doelrealisatie. Daarmee wordt de doorwerking van deze aanbeveling als rood beoordeeld. Aanbeveling 5 Geef als raad opdracht aan het college om in samenwerking met de andere colleges resultaten en meerwaarde voelbaar en zichtbaar te maken en uit te dragen. De enquête-uitkomsten laten zien dat de doorwerking van deze aanbeveling nog beperkt is. Het uitdragen van resultaten en het zichtbaar maken van regio-brede meerwaarde blijkt nog te veel beperkt tot de groep die goed aangehaakt is op de regio. Vooral raadsleden die niet betrokken zijn in de RAC geven aan onvoldoende zicht te hebben op wat de regio daadwerkelijk bereikt en welke meerwaarde dat oplevert voor hun gemeente.
Verdere verbetering van de informatievoorziening is nodig om te zorgen dat de meerwaarde structureel, herkenbaar en aansprekend worden teruggekoppeld. Dit sluit aan bij de oorspronkelijke aanbeveling: herkenbaar laten terugkomen wat de bijdrage is van de regio aan projecten en tot welke resultaten dit leidt en voor de projecten die niet voor elke gemeente direct van nut zijn, toch zichtbaar waarom het project van meerwaarde is voor de gehele regio. Daarmee wordt de doorwerking van deze aanbeveling als rood beoordeeld. Aanbeveling 6 Geef als raad opdracht aan het college om in samenwerking met de andere colleges een plan van aanpak te maken voor het opvolgen van de aanbevelingen en hierover periodiek terug te koppelen. De opvolging van deze aanbeveling is aantoonbaar opgepakt. Er is door het (toenmalige) DB in het voorjaar van 2024 een plan van aanpak vastgesteld ter uitvoering van aanbevelingen. Wel blijkt uit de enquêteresultaten dat de doorwerking richting de raden nog onvoldoende is. Een groot deel van de raadsleden geeft aan geen helder beeld te hebben van de voortgang of van wat de aanbevelingen concreet hebben opgeleverd. Dit geldt vooral voor raadsleden die geen lid zijn van de RAC. De doorwerking van deze aanbeveling wordt daarmee als oranje beoordeeld.
3 FUNCTIONEREN GREMIA In de enquêtes is specifiek gevraagd naar het functioneren van het algemeen en dagelijks bestuur en de verschillende adviescommissies en ambtelijke gremia binnen de regio.
3.1 Algemeen en dagelijks bestuur, p-beraden en ambtelijke gremia Het dagelijks bestuur en algemeen bestuur oordelen over het algemeen positief over hun rollen en taken. De doelen van deze gremia worden als duidelijk ervaren en de besluitvormingswijze wordt positief beoordeeld. Voor de overige gremia is het beeld gemengder. Met name de rollen en taken van het strategisch team worden als onduidelijk ervaren. De belangrijkste opgaven liggen in een heldere rolafbakening, tijdige en consistente voorbereiding van stukken, betere terugkoppeling van adviezen en het structureel versterken van de schakelfunctie van gemeentesecretarissen. Tegelijkertijd blijkt uit meerdere stellingen dat de verschillende gremia over het algemeen wel degelijk als waardevol worden gezien. Ook wordt de opzet van de regiodagen positief gewaardeerd, en veel respondenten ervaren dat hun eigen organisatie redelijk tot goed is aangehaakt bij de regionale samenwerking.
3.2 Raadsadviescommissie (RAC) De Raadsadviescommissie (RAC) wordt door de respondenten gezien als een functionerend platform dat een schakelfunctie vervult tussen de raden en de Regio Stedendriehoek. Wel vraagt de zichtbaarheid en verankering van de RAC nog verdere versterking. De (oud-)leden van de commissie beoordelen de RAC als een betrokken en professioneel gremium dat goed samenwerkt met het AB en voldoende mandaat heeft om te adviseren. Zij ervaren dat de RAC tijdig wordt betrokken bij besluitvormingsprocessen, goed wordt ondersteund en haar rol zuiver invult door te sturen op proces en kaders in plaats van op inhoud. De meeste leden vinden dat de commissie inmiddels de juiste vorm heeft gevonden en een duidelijke meerwaarde heeft voor de regionale samenwerking. Onder de overige raadsleden is het oordeel ook overwegend positief. Zij waarderen de RAC en dat hun raad via een afgevaardigde wordt betrokken. Wel wordt aangegeven dat er regelmatig te weinig zicht is op wat de commissie precies doet. De RAC wordt soms als technisch of onzichtbaar omschreven. Wat verder opvalt is dat raadsleden over het algemeen gematigd positief zijn over hoe de raadsladder wordt toegepast. Daarbij is te zien dat dat de tevredenheid het grootst is bij de meer informele en voorbereidende en afneemt naarmate de invloed van de raden formeler wordt.
De ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen bevestigen het voorstaande beeld. De RAC wordt door de meeste respondenten gezien als een platform dat nog in ontwikkeling is, maar zijn meerwaarde al wel aantoont en de betrokkenheid van de raden vergroot. Tegelijkertijd geeft een groot deel aan beperkt zicht te hebben op de commissie. Een beperkt deel ziet dat de input van de RAC herkenbaar wordt verwerkt in voorstellen of programmering. Ook blijkt dat de gewenste betrokkenheid van de raden per traject niet voor iedereen even duidelijk is.
3.3 Economic Board In de enquête is geen uitvraag gedaan naar de Economic Board, omdat medio 2024 al een evaluatie is uitgevoerd naar het functioneren van de (toenmalige) Strategische Board. De gesprekken die daarvoor zijn gevoerd met boardleden en leden van het algemeen bestuur gaven waardevolle inzichten in de werking, samenstelling en toekomstvisie van de board. Uit de evaluatie bleek dat de Strategische Board veel potentieel heeft, maar dat deze potentie nog niet volledig wordt benut. Door te focussen op betere informatievoorziening, een meer gestructureerde adviesrol, en het versterken van het teamgevoel, kan de Board uitgroeien tot een krachtige partner voor de regio en een waardevolle adviseur voor het algemeen bestuur. Met regelmatige ontmoetingen tussen beide partijen zal de adviesrol effectiever en relevanter worden, waardoor de Strategische Board haar toegevoegde waarde voor de regio kan vergroten. De gesprekken en de evaluatie hebben uiteindelijk geleid tot de lancering van de Economic Board Regio Stedendriehoek op 2 april 2025 tijdens het Regiocongres. De Board draagt bij aan de economische ontwikkeling van de regio. Zij doet dit gericht op basis van een economische propositie die in 2026 vorm krijgt in een kennisen innovatie agenda. De boardleden zijn betrokken bij lobby richting provincies, Rijk en Europa en zetten de eigen achterban daarvoor in.
Ook geeft de board gevraagd en ongevraagd advies op de brede strategie van de regio.