CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief over Bewerkte houtrook (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 14 september 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken d.d. 14 september 20233.404 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Houtrook: eerste klas

veroorzaker

van een vergiftigd milieu

MILIEU DEFENSIE

:

Het stoken van hout ijkt een spannende bezigheid. Een kampvuurtje, een snorrende houtkachel of een open haard zet onze fantasie in beweging. De walmende dampen van de barbecue verhogen het genot van een warme zomeravond. Daar kunnen we uren van genieten. We voelen ons rijk en tevreden met een glas wijn binnen handbereik en de kiloknaller op het vuur.

Bedenking De fles azijn staat nooit ver weg bij zoveel genot. De luchtverwuiling door al die rook gooit letterlijk roet in het eten. De buren gaan klagen. Hun huis loopt vol met de rookgassen van uw vuurtje. Dat gaat verschrikkelijk stinken, vooral als de rook belegen is geworden.

Wat erger is: de buren krijgen het benauwd. Geen wonder, houtrook bevat vele gifstoffen. Een behoorlijke hoeveelheid fijn stof komt zo in de tuin en de kamers van de buren terecht. Dat is niet onschadelijk fijn stof; het zijn teerachtige deeltjes.

Ook wel roet genoemd; of

zwart stof. Wetenschappers noemen het OC. (= Organisch Carbon), Ook is er het schadelijke E.C. (= Elementair Carbon). Dat wordt gevormd door dieselmotoren. Hier een greep uit de bestanddelen van houtrook: meer dan 100 chemische stoffen en de

samenstellingen daarvan: dioxines, lood, cadmium en arsenicum, om te beginnen. Koolmonoxide (kolendamp), methaan, aldehyden + formaldehyde, fenolen en derivaten (veroorzaakt 0.a. hartritmestoornissen, lager gewicht van baby's), benzeen, vluchtige organische stoffen (oorzaak

vorming ozon). En de PAK's (polycyclische organische koolwaterstoffen), waaronder benzo(a)pyreen, zoals bekend, zeer kankerverwekkend. Voor het grootste gedeelte komen deze stoffen met het utrafijne stofin de omgeving terecht; in onze tuinen, woon- en slaapkamers.

Krijg het daar maar weer

Totaal

uit, als het eenmaal binnen is.

onbekend

Zolang de mensen geen west hebben van het brede scala aan gifstoffen in houtrook, heeft bezwaar maken tegen de vervuilde lucht weinig effect. Sterker nog, klagers vinden zelf vaak ook wel een beetje dat ze aanstellers zijn. Want onze voorouders hadden niets anders om zich mee warm te houden. En het is toch een natuurproduct! Het geeft zo’n oergevoel, dat houtvuurtje!

Puur

natuur

Alsof in de natuur geen gifstoffen voorkomen! We kennen allemaal wel giftige planten; nachtschade, bijvoorbeeld, of de gele pijpbloem. Die laatste is een oud geneeskruid; maar bij gebruik geeft het ernstige nierklachten. Dat wist ook niemand.

Evenzo gaat het met houtrook.

Omdat bij de verbranding van organische stoffen (hout dus) zoveel schadelijke stoffen vrijkomen, is het onzinte spreken van 'schoon! hout, als dat bestemd is voor verbranding. Bedoeld wordt, natuurlijk, onbewerkt hout.

Dat wil zeggen dat het niet bewerkt s met verf of wolmanzouten of

andere impregneermiddelen. Die wolmanzouten zijn al 50 jaar verboden, maar er ligt nog 700.000 ton van met dit gif bewerkt hout in Nederland. Er zijn mensen die er geen been in zien dat in hun kachelte gooien. Het is dan net alsof er een chemische fabriek vlak naastje woning staat. Er ligt in

de regel wel een frontje 'schoon' hout klaar voor het geval van een inspectie. Een schraapsel uit de schoorsteenpijp kan inzicht geven in het stookgedrag. Maar dat doet geen enkele gemeente, ook niet na ernstige klachten. Wanneer er een vuilverbrandingsinstallatie in een buurt wordt gepland,

ontstaat er in de regel paniek. Die paniek is terecht. Maar het verbranden van afval in houtkachels in woonbuurten is een regelrechte misdaad! Voor gemeenten maakt het in de praktijk geen verschil

wat

er in houtkachels

verbrand

wordt.

Maar juist gewoon, onbewerkt hout produceert bij verbranding al die bovengenoemde gifstoffen. Ontwerpers van houtkachels zoeken daarom, nu in opdracht van de EU, naar verbeterde typen

houtkachels. Bij kleine houtkachels voor particulieren is de uitstoot, ook bij de beste modellen, nog altijd aanzienlijk. In het laboratorium lijkt die uitstoot binnen de perken te blijven, in de praktijk s dat altijd veel hoger. Een grote risicofactor is de gebruikerof stoker. Vaak een zichzelf

overschattende hobbyist. Door verkeerd stoken kan de uitstoot oplopen tot honderden of zelfs duizenden milligrammen (uitra)fijn stof extra.

In een Zwitsers onderzoek bleek een houtkachel bij

juist gebruik (in het laboratorium) 50 mg fijn stof per m3 fijn stof uit te stoten. Maar bij verkeerd stapelen van het hout loopt dat op naar 500 mg per m3. Wordt de zuurstoftoevoer afgeknepen door de klep te sluiten, dan loopt de uitstoot van fijn stof op naar 15000 mg per m3. Bij gebruik in

de praktijk liggen deze hoeveelheden nog aanzienlijk hoger.

Gezondheid De grootte van de fijn stof deeltjes, PM genoemd, wordt uitgedrukt in getallen: PM10 betekent stof met een doorsnee van 10 micrometer. Dat ademen we niet al te diep in. Anders is het met

fijn stof, PM2.5 genoemd.

Dat is 0,1 tot en met 2,5 micrometer in doorsnee. stof:

50 tot 100

nanometer

doorsnee.

Dan is er ultrafijn Dat ademen

we

zeer diep in.

Die laatste roetdeeltjes kunnen een ware ravage aanrichten in het menselijk lichaam. Houtrook bestaat voor 80% tot 90% uit fijn stof, aangeduid in rapporten als PM2.5. Dat staat voor Particulate Matter, materie deeltjes, fijn stof dus.

Die stofdeeltjes dringen diep in de longen door. Door de longblaasjes komen ze in de bloedbaan. De teerachtige stof, de PAK' polycyclische organische

koolwaterstoffen, gaan mee de bloedbaan in. Van die PAK's zijn er wel een paar honderd, maar in Nederland wordt een 10-tal daarvan uitgekozen voor onderzoek. In andere landen hebben ze veel meer PAK's als schadelijk uitgekozen. Deze kunnen in het laboratorium worden aangetoond, met speciale apparaten. Een daarvan is

uitgekozen als gidsstof. De scheikundige naam hiervan is benzo(a)pyreen, kortweg BaP. Sommigen hebben ook benzo(e]pyreen

onderzocht en vastgesteld dat het nog schadelijker s dan BaP. Beide veroorzaken ze op termijn kanker. Daarom mag van BaP vanaf 1 januari 2013 maar 1 nanogram per m3 in de lucht zitten. Een nanogram is een miljardste gram. In 1990 drong de Gezondheidsraad er al op aan niet meer dan 0.5 ng per m3 toe te staan. De overheid heeft er 1.ng per kuub van gemaakt

Ondertussen

is uit verder onderzoek gebleken

dat PMO.1 tot 2.5 veel gevaarlijker is dan

men

dacht.

door

Ook

hart-

en

vaatziekten

worden

uitrafijn stof veroorzaakt of verergerd.

En wel

direct nadat men het heeft ingeademd. Dit leidt tot extra ziekenhuisopnamen. Zonder dat de patiënten de oorzaak van de verergering meteen doorhebben.

Astma- en COPD

dan gezonde

patiënten weten veel sneller

mensen

wat

de nare gevolgen

zijn van houtrook, dat wil zeggen van de inademing van de roetdeeltjes of zwart stof.

Hun ademhalingsorganen

zijn veel

minder in

staat de deeltjes te filteren. Ze krijgen volle mep in hun longen. Uit een van de onderzoeken

dat

houtrook

30%

kwam

schadelijker

zo de

naar voren,

is

dan

sigarettenrook. Onderzoek van de Amerikaanse EPA (= Environmental Protection Agency) heeft vastgesteld dat houtrook met dezelfde dichtheid

als sigerettenrook, 12 maal schadelijker is. Dat is ook logisch: in houtrook zitten veel meer gifstoffen dan in sigarettenrook. De roetdeeltjes veroorzaken ook bij gezonde mensen ontstekingen op plaatsen waar deze zich nestelen,

B

inademing:

n de longen,

maar

via de neus

kunnen

ze rechtstreeks

in de hersenen

(geanonimiseerd) bevorderen. Bij terechtkomen. Daar veroorzaken ze ontstekingen. Later kan dat het ontstaan van B kinderen kan het de ontwikkeling van hun IQ nadelig beïnvloeden. Maar bij hartpatiënten richt het de meeste schade aan, onder hen vallen de meeste sterfgevallen gerelateerd aan het voorkomen van fijn stof. In een artikel in The Lancet van december 2012 is het mondiale aantal doden door zwart fijn stof

bijgesteld van 2 miljoen naar4 miljoen per jaar.

Regelgeving fijn stof in het algemeen Voor fijn stof als factor van de luchtkwaliteit zijn er allang afspraken gemaakt: n 2005 zou er voor PM10 een grenswaarde van 40 microgram/m3 als daggemiddelde gaan gelden. Maar daaraan kon de Nederlandse overheid, toen het zover was, niet voldoen. Ze had zelfin 1999 de voorstellen bij de

EU ingediend voor verdere

reductie van fijn stof na 2005. Pas in juni 2011 kon Nederland voldoen aan de norm van 40 microgram per m3 als daggemiddelde. Maar dat was meer

het gevolg van trucage in de berekening van de hoeveelheid fijn stof; de waarden kwamen zo heel wat lager uit

dan de feitelijke stand van zaken. De geregistreerde uitstoot van fijn stof is letterlijk naar beneden gerekend. Het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van fijn stof nam de laatste

jaren toe. Wat is er zo schadelijk aan fijn stof? Dat i juist dat element zwart of bruin stof of roet. Een gedeelte van

die 40 microgram van bv. het verkeer bestaat uit roet. Dit is afkomstig van dieselmotoren. Een tamelijk klein

gedeelte daarvan is uitrafijn stof, PM2.5.

Maar het fijn stof uit houtkachels bestaat voor 90% uit (ultra)fijn stof.

Daarom is het zo onjuist wanneer gemeenten de norm voor fijn stof naar PM10 (40 microgram) hanteren voor de uitstoot van houtkachels. Dat

bestaat immers bijna uitsluitend uit het meest schadelijke gedeelte van

fijn stof. Door medische onderzoekers ook wel aangeduid als: killer. Er zijn in de buurt van éé

houtkachel extreem

hoge waarden van fijn stof gemeten.

Maatregelen tegen de gevolgen van gezellig hout stoken Mag dat allemaal maar? Vuurtje stoken bij de ramen en deuren van de buren? Of een schoorsteenpijp die vlak bij de slaapkamerramen van de buren uitkomt? We kennen de term

‘uitroken'. Er zijn mensen di letterlijk hun huizen zijn uitgerookt. Enkele jonge gezinnen uit de stad G zijn vanwege rookoverlast door open haarden en houtkachels van hun buren de stad ontvlucht. Lange tijd hadden we tegen deze vorm van vervuiling een artikel in de vroegere Bouwverordening

(art. 7.3.2). De Bouwverordening is afgeschaft. Daarvoor in de plaats kwam het Bouwbesluit 2012, artikel 7.22.

Daarin staat: 'Onverminderd het bij of krachtens dit besluit of de Wet milieubeheer bepaalde is het verboden in, op, of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te

gebruiken, waardoor: 3. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid; b. overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van dit bouwwerk, open erf of terrein;

c. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of iriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid, trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein, of … ete.’

Bij de presentatie van het NSL (Nationaal samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) in 2009, is de taak om de regels aangaande houtrookte handhaven door de toenmalige minister naar de gemeenten verwezen.

Meer wilde de minister toen niet tegen deze bron van luchtvervuiling ondernemen. De

gemeente is volledig aan te spreken op deze bron van overlast. Zj heeft de bevoegdheid op te treden. Dit i vastgelegd in de Gemeentewet artikel 125: 1. Het gemeentebestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang. 2. De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang

wordt uitgeoefend door het college indien de last dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitoefent..etc.' In samenhang met afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht heeft een gemeente de wettelijke grond om de rookoverlast aan te pakken. En de gemeente moet de nodige kennis vergaren bij de voorbereiding van een besluit. Awb, art. 3.2

Wat is overlast? Maar dan begint het pas: wat is overlast. Geen wethouder of ambtenaar die enig idee daarvan heeft. Evenmin de onderzoekers van ingenieursbureaus. Die meten of berekenen alleen maar. Vaak fout, maar dan heeft de gemeente tenminste een getal in handen. Ze denkt dan meer te weten. Maar wat weet ze dan? Omdat de gemeente niet weet hoe de verschijnselen te beoordelen, is de conclusie meestal: niets aan de hand.

Een mogelijke definitie van overlast zou zijn: Een persoon die aangeeft, datop enigerlei wijze zijn of haar lichamelijke integriteit wordt aangetast door bepaalde stoffen verspreid in de omgeving die door hun aard de eigenschap bezitten z of haar ichaam binnen te dringen en daar schade aan te richten.

Verificatie of bewijs

Vaak heeft zo’n persoon al klachten ontwikkeld, na langere of kortere blootstelling. Daarna wordt de bron van de klachten ontdekt. Die persoon kan dan als volgt te werk gaan:

Hij/zij ontdekt de bron van vervuiling, b. de bron wordt nauwkeurig in de gaten gehouden om de waarschijnlijkheid vast te stellen, dat de stoffen de omgeving en het lichaam van hem/haar binnendringen. Vaak is ook de klager aanvankelijk niet op de hoogte van de schadelijkheid van de

gifstoffen in houtrook. Maar na een lange zoektocht wordt er van alles ontdekt. Die schadelijkheid of giftigheid van de componenten van houtrook zijn immers bekend van wetenschappelijke publicaties. Die zijn volop toegankelijk voor iedere burger. Ook is er de neerslag van vroegere acties tegen houtrookoverlast hier en daar te vinden. Door de nieuwe media vindt de klager tegenwoordig zijn lotgenoten. Door onderlinge uitwisseling van gegevens is men uitstekend op de hoogte van de ware aard van houtrook.

Wat gebeurt er meestal na het indienen van een klacht? Er zijn verschillende mogelijkheden. 1. De ambtenaren komen niet eens kijken. 2. Ze komen wel kijken, maar zonder enig begrip van houtverbranding en houtkachels. 3. Ze komen kijken zonder dat

de geoormerkte houtkachel brandt. Dergelijke bezoekjes duren meestal maar een paar minuten. Vaak denken ambtenaren ook: "Een beetje rook moet kunnen.” Terwijl artikel 7.22 Bouwbesluit 2012 nadrukkelijk elk plukje rook in het huis van de buren verbiedt! Dit is daarom zo nadrukkelijk gesteld door de VNG (= Vereniging van Nederlandse Gemeenten), omdat er, volgens de WHO, geen

veilige ondergrens is van ultrafijn zwart stof. Het resultaat van de ambtelijke inspectie{s} is, dat het verzoek om handhaving wordt afgewezen. Het stoken gaat met extra elan door. De overheid hoort zowel op de hoogte te zijn van de schadelijkheid van de rook als van de

wetgeving in dezen. Maar vaak is ze dat niet en wil dat ook niet zijn. Onbekendheid met de materie zou niet mogen leiden tot afwijzing van de klacht. Weliswaar kan de klager (eiser(es)) hiertegen bezwaar aantekenen bij B&W van de gemeente,

maar dat is een lange weg. Na een hoorzitting volgt het besluit van de gemeente. Als dat besluit weer negatief voor de klager s volgt een gang naar de regionale rechtbank. Is deze rechtbank het eens met het besluit van B&W, dan rest de gang naar de Raad van State. De Raad van State heeft echter een dubbelfunctie: ze is tevens adviseur van de overheid.

Beoordelaar

en adviseur is een slechte combinatie. Soms heeft een gemeente, voor de klager aantoonbaar, een onderzoek zo slecht uitgevoerd, dat de rechter het besluit van die gemeente afwijst. Pakt een gemeente de zaak iets gecompliceerder aan en laat ze technici een onderzoek doen,

dan wordt die gemeente waarschijnlijk in het gelijk gesteld. Ook al is het onderzoek aantoonbaar vals. Als het technisch iets te ingewikkeld is, dan |aat de rechter het afweten. Er wordt dan een oordeel geveld door instanties die daarvoor niet geëguipeerd zijn.

Onderzoek in opdracht van de overheid Er is veel onderzoek gedaan naar de milieueffecten van houtkachels en open vuren. Van 1982 tot

2000 zijn er ettelijke rapporten opgesteld door het ministerie van (vroeger) VROM en ook van I&M. Pas nadat er vanuit de gemeenschap protest kwam tegen de rookoverlast, werden er door de toenmalige minister maatregelen aangekondigd. Van 1997 tot 2004 gold er een typekeuring voor

houtkachels. Ze moesten aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen, anders mochten ze niet worden verkocht. Niet dat het ideale kachels waren, maar de rest was nog veel slechter. Enkele daarvan stootten, ook in het laboratorium, wel 40 gram fijn stof per kg gestookt hout uit,laat staan in de

praktijk. Het is waarschijnlijk dat er nog grote aantallen van dergelijke houtkachels in omloop zijn.

(geano im se rd)

De goedgekeurde houtkachels hebben alleen in het laboratorium een tamelijk lage uitstoot. Met kunsten vliegwerk kon men dat klaarspelen. I de praktijk gaven ze veel aanleiding tot klachten en nu is bekend dat de uitstoot hoog is van deze kachels.

Vanaf 2004 mochten er in Nederland weer alle mogelijke soorten houtkachels worden verkocht. Er worden nauwelijks eisen gesteld . De aanduiding CE zou kwaliteit garanderen, maar heeft

alleen betrekking op de brandveiligheid. Voor de uitstoot is het een nietszeggend keurmerk.

Het is ook mogelijk dat de gemeente na klachten

onderzoek

laat doen

Als het de bedoeling van de gemeente is, om de aantasting van de kwaliteit van de lucht vast te stellen, dan kan dat voor de klager goed aflopen. Maar meestal hebben de leden van alle overheden zelf een open haard of houtkachel. En geen van hen heeft weet van de nadelige

gevolgen van hun gedrag. En willen dat ook niet weten. Want dan zouden ze maatregelen moeten nemen; de kans dat hun dat kiezers kost willen ze niet eens onder ogen zien. Dat gaat zover, dat ambtenaren onderzoeksbureaus opdracht hebben gegeven onjuiste gegevens in te vullen over de

uitstoot van houtkachels. Hiervan zijn voorbeelden te noemen. Dit gedrag bestaat vanouds bij het ministerie van (vroeger) VROM, nu I&M. Daarom liepen Kamervragen van de SP in 2008 op niets uit. Er werd een TNO rapport aan de minister getoond, waarin staat dat de uitstoot van BaP uit houtkachels nauwelijks bijdraagt aan het totaal.

Als het ministerie werd benaderd door burgers met vragen over houtrook, dan kregen ze als reactie: "Dat probleem is toch allang achterhaald.” Bij het ministerie van I&M zijn in 2009, 2010, 2011 en 2012 alarmerende rapporten over houtrook

binnengekomen. Een daarvan is een bundel studies van medici over PM2.5, Black Carbon (B.C.). Hierin wordt B.C. een 'killer' genoemd. In 2013 besluiten de ambtenaren van I&M niets aan het probleem van hout stoken te willen doen.

Dit delen ze mee aan de onderzoeksinstituten in Nederland. Waarop de onderzoeksinstituten besluiten het ministerie niet tegen de haren in te strijken en geen onderzoeksresultaten meer naar buiten te brengen die tegen het 'beleid' van het ministerie ingaan. In de officiële publicaties staan enkele rapporten met aantoonbaar onjuiste gegevens. Tot in de

hoogste instanties, ook rechterlijke, wordt hieruit geput. Milieudefensie Groningen heeft al lange tijd voorlichting gegeven over de gevolgen van het verbranden van hout. En tot in de hoogste instanties hiertegen geprotesteerd. De laatste jaren zijn

ook een aantal burgers in opstand tegen rookoverlast gekomen. Ze hebben zich enigszins georganiseerd. Onderling worden er kennis en ervaringen uitgewisseld.

Klimaat Gebruik van hout als energiebron zou een bijdrage leveren aan de reductie van CO2. Dat is alleen onder zeer stringente voorwaarden het geval. In de eerste plaats moet de totale

hoeveelheid bomen niet teruglopen. Herplant moet daarom verplicht zijn. Snoeihout uit de directe omgeving komt hiervoor het meest in aanmerking. Maar alleen grote verbrandingsinstallaties voldoen aan strenge eisen van verbranding. Deze bezitten elektrostatische filters voor de afvang van roet. Kleine houtkachels hebben deze filters niet. Ook de meest geavanceerde modellen, bv. peletkachels, hebben nog een uitstoot van 25 tot 50 mg fijn stof per m3.

Andere kachels zitten daar ver boven. Eigenlijk moet de uitstoot van fijn stof het nulpunt bereiken, niet alleen om de gezondheid van mensen niet te schaden, maar ook omdat het zwarte stof

zonnewarmte absorbeert en zo de temperatuur verhoogt. De techniek heeft die nuluitstoot voor kleine houtkachels nog lang niet bereikt.

Daarom zijn houtkachels en ook andere houtvuurtjes af te raden. Niet alleen voor de bebouwde omgeving maar ook

daarbuiten; vanwege de stofuitstoot. Het CBS

schat het aantal

houtkachels

in

Nederland op 1.297 miljoen eenheden

tot 18 kiloWatt (kW). Maar

geeft een

onzekerheid

We

aan van

50%.

weten

het

niet.

De registratie door TNO is in 2002 gestopt. Tot 1997 waren er ook geen gegevens over de aantallen.

Er werden

door de

handel geen gegevens verstrekt over de verkochte

aantallen.

Bij verbranding van hout komt ook methaan vrij. Methaan verwarmt de aarde met een factor 25 meer dan CO2. Het is dus een zwaar broeikasgas. Samen met het zwart stof, roet dus, dat zonnewarmte absorbeert, wordt de temperatuur

aanzienlijk verhoogd door methaan. Maar als de roetdeeltjes de hogere luchtlagen bereiken, dan kunnen ze terecht komen op de Noordpool. Daar kleurt het de sneeuw donker, waardoor die extra zonnewarmte

absorbeert

en sneller smelt.

Maak de balans wel goed op, voordat de reductie van CO2 door het gebruik van houtkachels wordt geclaimd.

MILIEU DEFENSIE Nadere inlichtingen: www.groningen.milieuds

(geanonimiseerd) … e

14 december 8

l

(geanonimiseerd)

2016

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13008709/1