Brief BZK namens Koning (geanonimiseerd)
Tekst van het document
7
Ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties
Vereniging
(geanonimiseerd)
voor
plaatselijke politieke groeperingen (voorzitter)
scc
81
wworrijksoverheid.nl
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
cw
Kenmerk 2018-0000197680 uw
Datum
_
16april 2018
Betreft
_
Uw brief van 8 januari 2018
kenmerk
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) heeft de B (geanonimiseerd) van het Kabinet van de In opdracht van B (geanonimiseerd) M de behandeling van uw brief van 8 januari jl. op 22 januari jl. aan mij overgedragen. In uw
brief onderscheid
ik een
drietal
hoofdzaken:
Allereerst uw stelling dat ons bestuurlijk systeem van politieke partijen in strijd is met de Grondwet. Dit zou 0.a. volgen uit een rechterlijke uitspraak uit 2017 aangaande de SP in de gemeente Noordoostpolder. U trekt hieruit de conclusie dat er geen plaats is voor oppositie en coalitie binnen de volksvertegenwoordiging. Ten tweede uw opmerking dat de gemeenteraad, volgens u de belangrijkste volksvertegenwoordiging in een democratie, al decennia ernstig verwaarloosd wordt.
Ten derde uw mening dat de huidige Wet financiering politieke partijen in stri met het gelijkheidsbeginsel en artikel 4 van de Grondwet, omdat de wet nationale politieke partijen zou bevoordelen boven lokale partijen. Voor wat betreft het eerste punt kan ik u het volgende melden. Politieke partijen worden niet genoemd in onze Grondwet. Wel genoemd in de Grondwet is gebod om zonder last te stemmen waaraan u refereert (art. 67 lid 3; vgl. ook art. 27 Gemeentewet). In combinatie met de vertegenwoordigingsopdracht van de Staten-Generaal in art. 50 Grondwet, komt hieruit naar voren dat Kamerleden niet door politieke partijen of fracties kunnen
worden gedwongen om een bepaald standpunt in te nemen. Dit wil echter niet zeggen dat politieke partijen als zodanig ongrondwettig zijn. Uiteindelijk vormen de genoemde bepalingen vooral de grenzen van een systeem waarbinnen politieke partijen dienen te opereren. Een dergelijke grens wordt gesteld in de door u genoemde SP-uitspraak. De rechter spreekt in deze zaak echter niet uit dat politieke partijen als zodanig strijdig zijn met het vrije mandaat.
Pagina 1 van 2
scc czw
PEA 2018 Voor wat betreft het tweede het volgende. Dat de gemeenteraad de belangrijkste volksvertegenwoordiging in een democratie vormt, is een waardeoordeel. Het recht bevat een dergelijke rangorde echter niet. De traditionele doctrine benadrukt dat de verschillende bestuurslagen (en dus ook de volksvertegenwoordigingen) n een nevengeschikte relatie ten opzichte van elkaar staan. Geen van de volksvertegenwoordigingen is zo bezien dus de belangrijkste.
Kenmerk 2018-0000197680
Wat betreft het door u gestelde verschil in behandeling tussen landelijke en regionale en lokale partijen kan worden gewezen op de volgende ontwikkeling. Hieraan is aandacht besteed door een commissie die de Wet op de financiering van politieke partijen (Wfpp) heeft geëvalueerd. Een van de aanbevelingen van de commissie in haar rapport is om subsidie voortaan toe te kennen aan alle
deelnemers aan de verkiezingen voor de gemeenteraden die ten minste één zetel halen, dus ongeacht of een deelnemer onderdeel is van een nationale of subnationale politieke partij. Deze aanbeveling wordt op dit moment bestudeerd binnen het ministerie van BZK ten behoeve van het uiteindelijke kabinetsstandpunt. Het rapport van de commissie kunt u vinden via de publicaties op de website van de rijksoverheid (m.n. de pagina https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/02/01/rapport-het-
publieke-belang-van-politieke-partijen). Opvattingen als de uwe zullen in dit proces worden meegenomen. Dat is dan ook de reden dat ik u hartelijk wil bedanken voor de moeite die u hebt genomen uw
standpunten kenbaar te maken. Hoogachtend, De minister van Binnenlandse Zaken
namens
en Koninkrijksrelaties,
deze,
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Constitutionele Zaken en Wetgeving B
Pagina 2 van 2