Bijlage provincie Gelder over Afspraken jeugdmiddelen in meerjarenraming
Tekst van het document
Afspraken jeugdmiddelen in meerjarenraming Rijk en VNG werken al enige tijd aan de Hervormingagenda jeugdzorg. Onderhandelingen hierover zijn afgerond. Vooruitlopend op de uitkomsten van deze onderhandelingen zijn in de meicirculaire voor de jaren 2022, 2023, 2024 en 2025 aanvullende, incidentele middelen toegevoegd aan het gemeentefonds, in lijn met de financiële reeks van de uitspraak van de Commissie van Wijzen (CvW). Naast de besparingsopgave die volgt uit de uitspraak van de Commissie van Wijzen heeft het kabinet besloten tot het realiseren van een aanvullende besparing van structureel € 511 miljoen, welke een Rijksverantwoordelijkheid is gemaakt. Concreet betekent dit dat het aan de Rijksoverheid is om de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd kunnen worden. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. De provincies als financieel toezichthouder erkennen de noodzaak om op deze ontwikkelingen te anticiperen en hebben beoordeeld in hoeverre het ramen van de financiële reeks van de CvW na 2025 als reëel kan worden beoordeeld (artikel 203 lid 1 Gemeentewet). Overwegende dat:
voor het daadwerkelijk uitkeren van de extra bijdragen er geen garanties zijn, maar de middelen binnen de Rijksbegroting wel zijn gereserveerd; De CvW een semi-bindende uitspraak heeft gedaan waarvan vanuit het Rijk de toezegging is gedaan om hieraan te zullen voldoen.
Brengen de provincies daarom gezamenlijk de volgende richtlijn uit:
Gemeenten mogen in de jaarschijven 2026 en 2027 de middelen zoals die in de Hervormingsagenda zijn afgesproken als structurele en reële raming meenemen in hun meerjarenraming. Concreet gaat het om respectievelijk € 284 miljoen en € 211 miljoen (zie tabel). Daarnaast mogen gemeenten in hun begroting rekening houden met een besparing op de uitgaven van €500 miljoen in 2025, € 500 miljoen in 2026 en vanaf 2027 € 511 miljoen (structureel) als gevolg van maatregelen die het Rijk zal uitwerken (zie tabel).
Het gaat hier om afspraken die gehanteerd worden voor het financieel toezicht op de begroting en meerjarenraming 2024-2027. Hierbij wordt opgemerkt dat bij jaarlijks uitblijven van een structurele compensatie voor de tekorten jeugdzorg het realisme van de ramingen onzekerder wordt. Bij het uitblijven van een structurele oplossing in de meicirculaire 2024 zal deze richtlijn daarom heroverwogen worden. Nadere uitwerking. Voor het financieel toezicht gelden verder onverminderd de uitgangspunten van het Gemeenschappelijk Toezichtskader. De vertaling van de genoemde bedragen naar gemeentelijk niveau is aan de gemeenten zelf (eventueel in overleg met de toezichthouder), bijvoorbeeld op basis van het aandeel in het cluster jeugd van de Algemene Uitkering.
Tekort CvW reeks Maatregelen HA Maatregelen coalitieakkoord Aanvullende middelen
2024 1.828 374 0 1.454
2025 1.828 374 500 954
2026 1.828 961 500 367
2027 1.828 1.017 511 300
Uitvoeringskosten HA Centrale investeringen vanuit CvW
9 82
9 86
9 74
9 80
Naar gemeentefonds Overgeheveld bij Voorjaarsnota 2023 Nog over te hevelen na advies commissie van deskundigen (vanuit de aanvullende post)
1.363
859 284
211
500 284
511 211
Meenemen in begroting bovenop circulaire Lager te ramen uitgaven Hoger te ramen middelen
500