CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 (archeologisch onderzoek)

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Sprenghenparc, Vaassen6.345 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen

Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

GRA-rapport 2020.03

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Colofon Titel

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Projectcode Versie Datum Auteur

NOR00219 Definitief, 1.0 24-03-2019 M. Reinders (KNA Archeoloog Ba) & M. Osinga (Senior KNA Prospector)

Opdrachtgever

Bouwbedrijf Van Norel b.v. Postbus 3 8160 AA Epe

Uitvoerder

Telefoon Email Website Projectgegevens ISSN Zaak-ID Bevoegd gezag

Rapport beoordeeld door BG Beheer en plaats documentatie (gedurende onderzoek) Transito-depot Onderzoekslocatie Toponiem Plaats Gemeente Kadastrale aanduiding Centrumcoördinaten Oppervlakte Controle Paraaf goedkeuring

Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen 026 2020606 archeologie@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl 2468-8258 4772020100 Gemeente Epe T: 14 0578 M: gemeente@epe.nl

Adviseur bevoegd gezag H.G. Pape-Luijten T: 06 11707200 M: h.pape@apeldoorn.nl

ja, d.d. 11-03-2020 Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen Wanraaij 31B 6673 DM Andelst Sprenghenparc Vaassen Epe Vaassen 02 D 3801; 4788; 5663 X = 193.300 / Y = 477.150 Ca. 3 ha P. Fijma (Senior KNA Prospector)

BRL-protocol ☐ 4003 Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) ☐ 4003 Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) - variant archeologische begeleiding ☒ 4003 Verkennend booronderzoek (IVO-O) ☐ 4004 Opgraven landbodems ☐ 4004 Opgraven landbodems - variant archeologische begeleiding

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 2 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Inhoudsopgave 1

Inleiding.............................................................................................................................................. 4

1.1

Aanleiding .......................................................................................................................................... 4

1.2

Doelstelling en onderzoeksvragen .................................................................................................... 4

1.3

Werkwijze en leeswijzer ..................................................................................................................... 5

2

Beschrijving plangebied ..................................................................................................................... 6

2.1

Plangebied en onderzoeksgebied ..................................................................................................... 6

2.2

Huidige situatie .................................................................................................................................. 6

2.2.1

Kabels en Leidingen .......................................................................................................................... 7

2.3

Toekomstig gebruik ........................................................................................................................... 7

3

Bureauonderzoek .............................................................................................................................. 9

3.1

Landschap ......................................................................................................................................... 9

3.1.1

Geologie............................................................................................................................................. 9

3.1.2

Geomorfologie ................................................................................................................................... 9

3.1.3

Bodem.............................................................................................................................................. 11

3.2

Archeologie en historie .................................................................................................................... 12

3.2.1

Bekende archeologische gegevens ................................................................................................. 12

3.2.2

Cultuurhistorische en historisch-geografische elementen ............................................................... 14

3.3

Archeologische verwachting ............................................................................................................ 15

4

Inventariserend veldonderzoek........................................................................................................ 16

4.1

Werkwijze......................................................................................................................................... 16

4.2

Bodemopbouw ................................................................................................................................. 16

4.3

Reliëf ................................................................................................................................................ 17

4.4

Archeologie ...................................................................................................................................... 17

5

Evaluatie en advies .......................................................................................................................... 18

5.1

Samenvatting en conclusie .............................................................................................................. 18

5.2

Beantwoording onderzoeksvragen .................................................................................................. 18

5.3

Advies .............................................................................................................................................. 19

Literatuur en bronnen ...................................................................................................................................... 20 Literatuur .......................................................................................................................................................... 20 Databases/kaartmateriaal ................................................................................................................................ 20 Websites .......................................................................................................................................................... 20

Bijlagen Bijlage 1: Overzicht archeologische perioden Bijlage 2: Locatie boringen Bijlage 3: Boorstaten

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 3 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

In opdracht van Bouwbedrijf Van Norel b.v. is door Greenhouse Advies B.V. voorliggend archeologisch onderzoek opgesteld voor het plangebied Sprenghenparc te Vaassen, gemeente Epe. Het onderzoek heeft bestaan uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen realisatie van nieuwbouw. Bij de voorgenomen bodemingrepen kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord of vernietigd. Conform het beleid van de gemeente Epe dient hier archeologisch onderzoek plaats te vinden (zie § 3.2.1). Het plangebied is weergegeven op Afbeelding 1.1. Onderhavig archeologisch onderzoek heeft betrekking op dit gebied (plangebied) en de directe omgeving (onderzoeksgebied). Het veldonderzoek is uitgevoerd conform het opgestelde Plan van Aanpak (PvA) d.d. 11-02-2020.1

Afbeelding 1.1: Luchtfoto van het plangebied te Vaassen (bron: PDOK).

1.2

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het onderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over de bekende of verwachte archeologische resten, binnen een omschreven gebied, om daarmee tot een gespecificeerde archeologische verwachting te komen. Deze verwachting is vervolgens in het veld getoetst aan de hand van een booronderzoek. Het resultaat is een standaardrapport op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van (eventueel) vervolgonderzoek en de vorm daarvan.

1 Reinders 2020.

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 4 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Om deze doelstelling te kunnen realiseren, dienen conform het PvA de volgende vragen te worden beantwoord: Bureauonderzoek 1 Welke natuurlijke formatieprocessen hebben een rol gespeeld in het plangebied? 2 Welke culturele formatieprocessen hebben een rol gespeeld in het plangebied? 3 Wat is het historisch landgebruik van het plangebied geweest? 4 Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn binnen het plangebied bekend? 5 Wat is de archeologische verwachting voor het plangebied? Booronderzoek 6 Wat is de (natuurlijke) bodemopbouw van het plangebied? 7 In hoeverre is er sprake van antropogene lagen in het plangebied? 8 Is binnen het plangebied sprake van verstoringen? Zo ja, wat is de aard en omvang hiervan? 9 Wat is de aard en omvang van archeologische resten die tijdens het veldonderzoek zijn aangetroffen? Indien archeologische resten (indicatoren) aanwezig zijn: 10 Wat is de (mogelijke) omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit van deze archeologische vondst- en/of spoorcomplexen? Licht toe met een beargumenteerde interpretatie. 11 Wat is de diepteligging van de top van het niveau met archeologische vondst- en/of spoorcomplexen (‘vondstlaag’) ten opzichte van het maaiveld en NAP? Wat is de dikte van deze vondstlaag of vondstlagen? Licht toe aan de hand van een beargumenteerde interpretatie van boorprofielen.

12 In hoeverre is deze vondstlaag/vondstlagen of het vondstmateriaal op, of in, de bodem representatief voor die in de diepere bodem? 13 In hoeverre is de vondstlaag of het vondstmateriaal op, of in, de bodem representatief voor de ligging en verbreiding van een eventueel sporenniveau? 14 Hoe kan men de resultaten vertalen in termen van conservering/ kwaliteit, en/of verdere zoek- of waarderingsstrategie? 15 Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben? 16 Welke mogelijkheden zijn er, of welk perspectief is er, voor in situ behoud? Wat zijn daarvoor de randvoorwaarden? Hoe dienen deze randvoorwaarden tijdens de waarderende fase te worden onderzocht?

1.3

Werkwijze en leeswijzer

Het archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (PvA)1. Er is informatie verzameld over het onderzoeksgebied en het specifieke plangebied met betrekking tot geologie, bodem, bodemverstoringen, archeologie, cultuur- en bouwhistorie. Op basis hiervan is een archeologisch verwachting opgesteld die vervolgens in het veld getoetst is. Het rapport is opgebouwd uit de hieronder genoemde hoofdstukken: Hoofdstuk 2: Beschrijving plangebied Hoofdstuk 3: Bureauonderzoek Hoofdstuk 4: Inventariserend veldonderzoek Hoofdstuk 5: Evaluatie en advies Voor de in dit rapport gebruikte archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 1. Alle kaarten in de rapportage zijn noordgericht tenzij anders aangegeven.

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 5 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

2 Beschrijving plangebied 2.1

Plangebied en onderzoeksgebied

Het plangebied Sprenghenparc ligt aan de zuidwestelijke rand van Vaassen in de gemeente Epe. Het onderzoeksgebied betreft het plangebied met een zone van 1000 meter hieromheen (zie Afbeelding 2.1).

Afbeelding 2.1: Topografische kaart van het plan- en onderzoeksgebied te Vaassen (bron: Opentopo).

2.2

Huidige situatie

Het plangebied bestaat uit drie kadastrale percelen gelegen tussen de Woestijnweg en het Kouwenaarspad. Het ligt op de rand van de bebouwde kom en het buitengebied van Vaassen. De percelen bestaan voornamelijk uit weide en/of bouwland met enkele bomen. Een deel van het terrein is ingericht als erf. Binnen en buiten de zuidoostelijke grens van het plangebied is op dit moment bebouwing aanwezig.

Afbeelding 2.2: Huidige situatie noordelijk deel van het plangebied (foto: greenhouse Advies). Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 6 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

2.2.1

Kabels en Leidingen

Binnen het plangebied bevinden zich conform de KLIC-melding d.d. 06-02-2020 kabels en leidingen van de volgende netbeheerders (zie Afbeelding 2.3): Bedrijf Vitens Liander N.V. Liander N.V. KPN

Soorten kabels en leidingen Water Gas, Lage druk Laagspanning Datatransport

Kabels en leidingen bevinden zich in de regel op een diepte van 0,6-1,4 m –mv. De exacte diepte van de kabels en leidingen in het plangebied is niet bekend maar verwacht mag worden dat dit binnen genoemde diepten zal zijn. De betreffende kabels zijn met name gesitueerd is de directe omgeving van de huidige bebouwing.

Afbeelding 2.3: Kabels en leidingen in en rondom het plangebied. (Bron: mijn.kadaster.nl)

2.3

Toekomstig gebruik

Binnen het plangebied zullen seniorenwoningen worden gerealiseerd onder de naam Sprenghenparc (zie Afbeelding 2.4). Hiervoor worden de drie bestaande kadastraal percelen samengevoegd en/of heringedeeld. De bestaande bebouwing zal worden gesloopt. Deze bestaat uit één sporthal en drie andere gebouwen. Naast het bouwen van woningen zullen de ingrepen bestaan uit het aanleggen van wegen, kabels- en leidingen en parkeergelegenheden. De exacte locatie en diepte van de verstorende werkzaamheden zijn nog niet bekend. Het ontwerp is nog niet tot op details uitgewerkt.

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 7 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Afbeelding 2.4: Eerste opzet van de toekomstige nieuwbouw (bron: Plug Architects).

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 8 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

3 Bureauonderzoek 3.1

Landschap

Het landschap heeft in het verleden een sterke rol gespeeld in het nederzettingspatroon en de mogelijkheden tot bepaalde activiteiten van de mens. Bij onderzoek naar de mogelijkheid van archeologische sporen in een bepaald gebied is het van belang om te achterhalen hoe het landschap er in het verleden kan hebben uit gezien.

3.1.1

Geologie

De basis van de afzettingen in het plangebied wordt gevormd door materiaal dat is afgezet in het Pleistoceen. In de voorlaatste ijstijd (Saalien) zijn hoge stuwwallen gevormd door vanuit het noorden oprukkend landijs. Hierbij zijn oude rivierafzettingen tot hoge heuvels gevormd, zoals de Veluwe – gelegen op enkele kilometers ten westen van het plangebied. Toen het klimaat opwarmde en het ijs begon te smelten ontstonden onder meer zogeheten glooiingen van sneeuwsmeltwater, bestaande uit grof, grindrijk zand. Tijdens de laatste ijstijd (Weichselien) kwam het landijs niet meer tot Nederland, maar heerste hier wel extreme kou en bestond het landschap uit een poolwoestijn. Door weinig vegetatie had de wind vrij spel. Hierdoor werd plaatselijk dekzand afgezet, dat zich in het landschap kenmerkt als langgerekte ruggen.

3.1.2

Geomorfologie

De Geomorfologische kaart2 geeft de mate van reliëf en de vormen aan die in het landschap te onderscheiden zijn (zie Afbeelding 3.1). Het plangebied ligt volgens deze kaart op een glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen (H21). Op basis van deze kaart ligt er in de wijde omtrek van het plangebied geen dekzand.

Afbeelding 3.1: Uitsnede Geomorfologische kaart (bron: Alterra 2017).

2 Alterra 2017.

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 9 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is een landsdekkend digitaal bestand in de vorm van een driedimensionaal grid met een hoge nauwkeurigheid, waarmee de maaiveldhoogte van Nederland in kaart is gebracht.3 Door het combineren van de X-, Y- en Z-waarden (t.o.v. NAP) van elk punt is een digitaal model ontstaan dat de gemiddelde hoogte van het maaiveld weergeeft met een nauwkeurigheid van 50 bij 50 cm per gridcel in horizontale zin en een afwijking van maximaal 10 cm in verticale zin (+/- 5 cm standaardafwijking en +/- 5 cm systematische afwijking). Op basis van het AHN3 (zie Afbeelding 3.2) is te zien dat in het plangebied in het lager gelegen gebied ligt ten westen van de Veluwse stuwwal. Het plangebied ligt dan weer relatief hoger dan het gebied direct ten zuiden ervan. Binnen het plangebied is sprake van een gradiënt (zie Afbeelding 3.3). Het maaiveld loopt af in zuidwestelijke richting. De laaggelegen zone komt overeen met de ligging van gooreerdgronden (zie § 3.1.3). Ter plaatse van het erf aan de oostzijde is het reliëf kleinschalig en lijkt het natuurlijke reliëf aangetast te zijn.

Afbeelding 3.2: Uitsnede AHN3 van het onderzoeksgebied en de omgeving (bron: AHN-viewer).

Afbeelding 3.3: Uitsnede AHN3 van het plangebied (bron: AHN-viewer).

3 Geraadpleegd via https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/.

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 10 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

3.1.3

Bodem

Het plangebied is als volgt gekarteerd op de bodemkaart (zie Afbeelding 3.4).4 Het plangebied bestaat afwisselend uit veldpodzolgronden (Hn21) en laarpodzolgronden (cHn21), beide bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand.5 Dergelijke gronden zijn over het algemeen geschikt voor bewoning uit alle archeologische perioden. Eventuele archeologische resten kunnen direct onder de bouwvoor worden verwacht. Het uiterste westelijke deel bestaat uit beekeerdgronden (pZg23), bestaande uit lemig fijn zand. Over het algemeen genomen zijn deze bodems minder geschikt geweest voor bewoning, en geldt er een lage(re) verwachting op archeologische nederzettingsresten.

Afbeelding 3.4: Uitsnede Bodemkaart (bron: Alterra 2014).

Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. De diepte en fluctuatie van de grondwaterstand zijn van invloed op de conserveringscondities van eventuele archeologische resten. Het plangebied bevindt zich in een zone met grondwatertrap VII (GHG 80-140 cm, GLG 120 cm).6 De conserveringscondities voor organische resten in de relatief droge gronden zijn matig tot slecht. Anorganische resten kunnen wel goed bewaard gebleven zijn.

4 Geraadpleegd via Archis. https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ 5 Stiboka 1982. 6 Geraadpleegd via http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 11 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

3.2

Archeologie en historie

3.2.1

Bekende archeologische gegevens

Op basis van onder andere de ontstaansgeschiedenis van het landschap, de huidige bodemopbouw en bekende archeologische waarden kan voor gebieden een lage, middelhoge, hoge of zeer hoge archeologische verwachting worden bepaald, of, indien waarden zijn vastgesteld, een toekenning van een lage, hoge of zeer hoge archeologische waarde. Voor het onderzoeksgebied zijn landelijke en gemeentelijke kennis- en beleidskaarten geraadpleegd. Archeologische waarden Het grootste deel van het plangebied ligt conform de gemeentelijke beleidskaart in een zone met een hoge archeologische verwachting (zie Afbeelding 3.5). De westelijke rand valt in een zone met een lage verwachting, waarschijnlijk vanwege het voorkomen van de eerder genoemde beekeerdgronden. Het noordelijk deel van het perceel kent conform het vigerende bestemmingsplan een Dubbelbestemming met Waarde – Archeologie 5 (zie Afbeelding 3.6). In deze zone zijn werkzaamheden groter dan 1.000 m 2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld vergunningplichtig. Het zuidelijk deel van het perceel heeft een Dubbelbestemming met Waarde – Archeologie (zonder nummer). In deze zone zijn werkzaamheden groter dan 100 m 2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld vergunningplichtig. De voorgenomen werkzaamheden overschrijden in beide gevallen de gestelde grenzen.7

Afbeelding 3.5: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Epe. De blauwe sterren staan voor watermolens, de paarse stippen voor grafheuvels (bron: gemeente Epe).

7 Geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 12 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Afbeelding 3.6: Uitsnede bestemmingsplankaart (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Archeologische terreinen Het plangebied ligt in een regio die rijk is aan archeologie. In de wijde omtrek zijn vele grafheuvels en raatakkercomplexen (voorheen Celtic Fields genoemd) bekend, voornamelijk stammend uit het Laat-Neolithicum en Bronstijd. Ondanks dat feit is er in de wijde omgeving weinig onderzoek gedaan, of zijn er van de uitgevoerde onderzoeken geen gegevens beschikbaar. Binnen de directe omgeving van het plangebied zijn geen archeologische terreinen of vondstlocaties bekend. De besproken archeologische meldingen liggen alle op de rand van het onderzoeksgebied, op afstanden tussen circa 800 en 1000 meter. Op de westelijke rand van het onderzoeksgebied ligt één terrein van zeer hoge archeologische waarde (beschermd, nummer 583) (zie Afbeelding 3.7). Het betreft hier een ensemble van drie grafheuvels uit het LaatNeotlithicum tot in de Midden-Bronstijd (Enkelgrafcultuur/Klokbekercultuur). Landschappelijk gezien liggen de grafheuvels op een stuwwalglooiing. De heuvels zijn volledig archeologisch onderzocht door de toenmalige ROB.8 Vondstlocaties Binnen of in de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van vondstlocaties. Binnen het onderzoeksgebied ligt er één. Vondstlocatie 3077169100

Datering Laat Neolithicum – Bronstijd

Complextype Grafheuvel

8 Toelichting op AMK-terreinen (2014).

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 13 van 20

Opmerkingen Melding uit 1977. Zeer twijfelachtig.

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Afbeelding 3.7: Monumenten, vondstlocaties en onderzoeksmeldingen (bron: Archis3).

Onderzoeksmeldingen De volgende onderzoeksmeldingen bevinden zich in het onderzoeksgebied: zaak-ID 2250952100

Jaar 2009

Afstand 150 m Z

Uitvoerder Synthegra

Soort onderzoek Bureauonderzoek

2274223100

2010

150 m Z

Saxion school

Bureauonderzoek

2243743100

2009

400 m ZO

Sweco

Boring

2213643100

2008

400 m O

Arcadis

Boring

3.2.2

Hoge-

Resultaat en advies Onbekend. Rapport niet beschikbaar. Inventarisatie door studenten Archeologie. Resultaat onbekend, advies nvt. Grofzandige beekgronden onder deels verstoord esdek, geen archeologische indicatoren. Advies: geen vervolgonderzoek. Onbekend. Rapport niet beschikbaar.

Cultuurhistorische en historisch-geografische elementen

Op de oudst beschikbare kaarten (kadastraal minuutplan 1811-1832) bestaat het gebied uit onontgonnen heidegrond. De huidige infrastructuur is hierop al wel deels aanwezig, zo bestond de huidige Woestijnweg uit een onverhard pad. Enkele andere paden lopen dwars over het plangebied. Het lager gelegen gebied zuidelijk van het plangebied bevat langgerekte percelen. Vermoedelijk is het overgrote deel van het plangebied pas circa 1930 ontgonnen voor landbouw. Het gebied ten westen en zuidwesten van het plangebied wordt van oudsher Korte Broek genoemd. ‘Broek’ verwijst hierbij naar lage, drassige gronden. Dit komt overeen met de geologie en bodemkaart. De eerste bebouwing in het gebied is gerealiseerd circa 1950. Een van de gebouwen, waarschijnlijk een boerderij, staat dan op kaarten aangegeven als De Prinsenhof. Direct oostelijk van het plangebied werd na de Tweede Wereldoorlog een Moluks woonoord genaamd Berkenoord gebouwd. In een dergelijk kampement werden voornamelijk families uit Ambon (voormalig Nederlands-Indië) opgevangen in houten barakken. Op Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 14 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

14 oktober 1976 vond een gewelddadige ontruiming plaats door de Mobiele Eenheid. Bulldozers verwoestten daarbij de woningen. De barakken maakten begin jaren ‘80 plaats voor steenbouw. Dit is de huidige bebouwing van de woonwijk direct oostelijk van het toekomstige Sprenghenparc. Tegenwoordig is het een wijk met een ‘gemengde’ bevolking, nog wel met Molukse kerk. De huidige bebouwing binnen het plangebied bestaat grotendeels uit de oorspronkelijke bebouwing van circa 1950. De grote sporthal is uit 2013.9 Al deze gebouwen zullen worden gesloopt. Ter plaatse van de huidige bebouwing zijn funderingen aanwezig. Tot circa 1960 groef men alleen funderingssleuven alvorens te gaan bouwen. Daarna ging men over tot het uitgraven van een volledige bouwput. Aangezien de huidige bebouwing voornamelijk uit circa 1950 dateert, kunnen hieronder nog archeologische resten verwacht worden. Ter hoogte van de sporthal is deze verwachting lager. De exacte omvang van de aanwezige funderingen in zowel horizontale als verticale zin is onbekend.

Afbeelding 3.8: Uitsnede historische kaarten van (vlnr, vbno): 1871, 1918, 1970, 1990 (bron:topotijdreis.nl).

3.3

Archeologische verwachting

Het uitgevoerde onderzoek heeft geresulteerd in de volgende gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de geomorfologische en bodemkundige gegevens en vondstmeldingen en onderzoek in vergelijkbare geologische condities in de omgeving kan worden gesteld dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt voor alle archeologische perioden. Er kunnen archeologische resten verwacht worden in de vorm van verspreide begraving, (periodieke) bewoning en landgebruik. Archeologische resten kunnen bestaan uit nederzettingsresten en voor de betreffende periode kenmerkend vondstmateriaal, zoals aardewerk, bouwkeramiek en glas. Eventuele archeologische resten kunnen direct vanaf maaiveld verwacht worden. Gezien de hydrologische condities in het plangebied is de verwachting dat de conservering van organische archeologische resten slecht is. Anorganische resten kunnen wel goed bewaard gebleven zijn.

9 BAG-viewer.

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 15 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

4 Inventariserend veldonderzoek Het inventariserend veldonderzoek heeft bestaan uit een verkennend booronderzoek. De toegepaste onderzoeksmethode voor het veldwerk is gebaseerd op de resultaten van het bureauonderzoek, KNA protocol 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems)10 en de KNA-Leidraad IVO Karterend Booronderzoek versie 2.011. Greenhouse Advies beschikt over een certificaat voor het uitvoeren van deze werkzaamheden. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld waarin onderzoeksopzet en veiligheidsaspecten aan de orde komen.1

4.1

Werkwijze

Het boorplan is in het veld bepaald. De boringen zijn daarbij regelmatig verdeeld over het terrein in een verspringend grid. Er is geboord met een dichtheid van zes (6) boringen per hectare.12 In totaal zijn twaalf (12) boringen uitgevoerd. Het booronderzoek is uitgevoerd op 17 februari 2020 door een senior KNA prospector, geassisteerd door een bodemkundig karteerder. Het onderzoek is gedeeltelijk in combinatie met het milieuhygiënisch onderzoek uitgevoerd.13 Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont.14 De locaties van de uitgevoerde boringen zijn ingemeten met behulp van GPS. Van alle boorlocaties is de hoogte van het maaiveld bepaald aan de hand van het AHN3.15, De opgeboorde grond is beoordeeld op bodemopbouw en mate van eventuele bodemverstoring om daarmee de archeologische potentie van de ondergrond van het plangebied in kaart te brengen. Verder is het opgeboorde materiaal onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren en is gekeken naar bodemverkleuringen die zouden kunnen wijzen op mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB) versie 5.2. 16 Een kaart met de locaties van de uitgevoerde boringen is opgenomen in Bijlage 2: Locatie boringen.

De bijbehorende boorstaten zijn weergegeven in Bijlage 3: Boorstaten.

4.2

Bodemopbouw

De boringen vertonen overwegend een gelijkaardige bodemopbouw, bestaande uit een bouwvoor op het gele zand, veelal met een verwerkte tussenlaag. Deze laatste is ontstaan als gevolg van veelvuldig dieper ploegen dan de gebruikelijk bouwvoordikte, maar niet zo vaak dat deze laag deel ging uitmaken van de bouwvoor. De humeuze bouwvoor kent een dikte variërend van 20 tot 35 cm en loopt lokaal op tot 50 cm. De verwerkte tussenlaag heeft een dikte variërend van 10 tot 30 cm. De C-horizont komt voor beginnend vanaf een diepte van 25 tot 60 cm beneden maaiveld. In de boringen op de terreinen die ingericht zijn als erf, is de diepte van de verstoringen groter. Deze reikt tot 70 cm in boring 6 tot maximaal 1,80 m in boring 8. De verstoringsdiepte is wisselend en is niet te koppelen aan de verploeging zoals waargenomen ter plaatse van de landbouwpercelen. Hier kent alleen boring 52 een diepere verstoring, te weten 75 cm.

10 SIKB 2018. 11 Tol et al. 2012. 12 In afwijking op de gemeentelijke richtlijnen (Pape-Luijten 2019) is niet de vereiste boordichtheid van 7 boringen per hectare aangehou-

den. Gezien de resultaten van het onderzoek lijkt dit geen gevolgen te hebben voor het advies. 13 Boringen 3, 6, 8, 12, 15, 17, 49 t/m 57, I1, I2 en I3 zijn archeologisch beoordeeld. 14 Diverse boringen zijn vanwege het milieuhygiënisch onderzoek dieper doorgezet dan voor het archeologisch onderzoek noodzakelijk was. 15 Gezien het overwegend open karakter van het terrein (geringe kans op afwijkingen op het AHN3) werd een inmeting in het veld niet noodzakelijk geacht. 16 Bosch 2008. Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 16 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Opvallend is de hoeveelheid grind die aan maaiveld ligt. Dit duidt erop dat er geen sprake is van dekzand, hetgeen overeenkomt met de resultaten uit het bureauonderzoek. Het betreft leemarme smeltwaterafzettingen met enigszins scherpe korrels. Over de gehele boordiepte is in de meeste boringen wat grind waargenomen. Overige bijmengingen ontbreken, met uitzondering van recent baksteenpuin in boringen 8 en 12 en piepschuim in boring 15. In de laaggelegen zuidwestelijke zone is sprake van een afwijkende bodemopbouw (boringen 49, 50 en I1). Hier komt leem voor, dat een verspoeld karakter heeft. Vermoedelijk betreft het een preferente afstroming, waarbij een insnijding in de onderliggende afzettingen is ontstaan. In een latere fase is deze insnijding weer opgevuld met verspoeld materiaal, bestaande uit humeuze leem. De omvang van de insnijding kon niet worden vastgesteld vanwege de beperkte omvang van het plangebied in deze zone en het verkennend karakter van het veldonderzoek (geringe boordichtheid). Er zijn geen (restanten van) podzolprofielen waargenomen. Gezien de geringe dikte van de verwachte podzolgronden, zijn eventuele podzolhorizonten die hier van nature voorkwamen, volledig opgenomen in de bouwvoor. De toplaag is dusdanig omgewerkt dat zelfs geen sporen van de vermenging zichtbaar zijn.

4.3

Reliëf

In het plangebied is op het oog sprake van zichtbaar reliëf in de vorm van een natuurlijke glooiing. Het maaiveld loopt geleidelijk af in oostelijke en zuidelijke richting. Aan de noordelijke, westelijke en zuidelijke zijde van de sporthal zijn wallen opgeworpen. In het laaggelegen zuidwestelijke deel van het plangebied staat het water aan maaiveld (zie Afbeelding 4.1).

Afbeelding 4.1: Situatie in het zuidwestelijke deel van het plangebied (foto: Greenhouse Advies).

4.4

Archeologie

Er zijn tijdens het veldonderzoek geen relevante archeologische indicatoren en/of vondsten waargenomen. Dit was ook niet de verwachting aangezien het om een verkennend booronderzoek gaat. Echter, gezien de bodemopbouw is de verwachting dat ter plaatse geen archeologische vindplaats aanwezig is.

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 17 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

5 Evaluatie en advies 5.1

Samenvatting en conclusie

In opdracht van Bouwbedrijf Van Norel b.v. is door Greenhouse Advies B.V. voorliggend archeologisch onderzoek opgesteld voor het plangebied Sprenghenparc te Vaassen, gemeente Epe. Het onderzoek heeft bestaan uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen realisatie van nieuwbouw. Bij de voorgenomen bodemingrepen kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord of vernietigd. Conform het beleid van de gemeente Epe dient hier archeologisch onderzoek plaats te vinden. Op basis van het bureauonderzoek kan worden gesteld dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt voor alle archeologische perioden. Er kunnen archeologische resten verwacht worden in de vorm van verspreide begraving, (periodieke) bewoning en landgebruik. Archeologische resten kunnen bestaan uit nederzettingsresten en voor de betreffende periode kenmerkend vondstmateriaal, zoals aardewerk, bouwkeramiek en glas. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodems in het plangebied bestaan uit een bouwvoor op geel zand, veelal met in het algemeen een dunne verwerkte tussenlaag. Er is sprake van smeltwaterafzettingen. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen relevante archeologische indicatoren en/of vondsten waargenomen.

5.2

Beantwoording onderzoeksvragen

Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: 1

Welke natuurlijke formatieprocessen hebben een rol gespeeld in het plangebied? In de voorlaatste ijstijd (Saalien) zijn hoge stuwwallen gevormd door vanuit het noorden oprukkend landijs. Hierbij zijn oude rivierafzettingen tot hoge heuvels gevormd, zoals de Veluwe – gelegen op enkele kilometers ten westen van het plangebied. Toen het klimaat opwarmde en het ijs begon te smelten ontstonden onder meer zogeheten glooiingen van sneeuwsmeltwater, bestaande uit grof, grindrijk zand.

2

Welke culturele formatieprocessen hebben een rol gespeeld in het plangebied? Het plangebied is vanuit heide omgevormd tot landbouwgronden met enige bebouwing.

3

Wat is het historisch landgebruik van het plangebied geweest? Het plangebied bestond tot circa 1930 uit onontgonnen heide. Hierna werd het gebruikt voor landbouw. De eerste bebouwing binnen het plangebied stamt uit circa 1950.

4

Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn binnen het plangebied bekend? Geen.

5

Wat is de archeologische verwachting voor het plangebied? De archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek is hoog.

6

Wat is de (natuurlijke) bodemopbouw van het plangebied? De bodem bestaat uit smeltwaterafzettingen. Eventuele bodemvorming is door verploeging niet langer aanwezig.

7

In hoeverre is er sprake van antropogene lagen in het plangebied? Deze zijn niet aangetroffen.

8

Is binnen het plangebied sprake van verstoringen? Zo ja, wat is de aard en omvang hiervan? Verstoringen zijn veelal beperkt tot de bouwvoor en de onderliggende tussenlaag, die het gevolg is van verploeging. De bodem ter plaatse van het erf is dieper verstoord, tot maximaal 1,80 m beneden maaiveld.

9

Wat is de aard en omvang van archeologische resten die tijdens het veldonderzoek zijn aangetroffen? Er zijn tijdens het onderzoek geen archeologische resten aangetroffen.

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 18 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Aangezien er geen archeologische resten (indicatoren) aanwezig zijn, worden onderzoeksvragen 10 t/m 16 niet beantwoord.

5.3

Advies

Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek is vervolgonderzoek ons inziens niet noodzakelijk. De kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische resten wordt klein geacht. De archeologische verwachting kan naar beneden worden bijgesteld tot laag. De voorgenomen ingrepen kunnen ons inziens zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. Indien tijdens de uitvoering alsnog onverwachte archeologische resten worden aangetroffen, dient hiervan direct melding gemaakt te worden bij het bevoegd gezag in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet. Procedure Bovenstaand advies is ter beoordeling voorgelegd aan het bevoegd gezag, de gemeente Epe. Het bevoegd gezag heeft beslist over de aard en invulling van eventueel vervolgonderzoek. Het advies om geen vervolgonderzoek uit te voeren wordt door het bevoegd gezag onderschreven.

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 19 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Literatuur en bronnen Literatuur Bosch, J..H.A., 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1; Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Deltares, Utrecht. Centraal College van Deskundigen, 2018. BRL SIKB 4000 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda. Pape-Luijten, H.G., 2019. Handreiking archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek. Regio Stedendriehoek (Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem, Voorst), Apeldoorn. Stiboka, 1982. Toelichting op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Blad 26 Oost Harderwijk, Blad 27 West Heerde. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek, versie 2.0. SIKB, Gouda. Reinders, M., 2020. Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen. Plan van Aanpak ten behoeve van Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O). Greenhouse Advies bv, Huissen.

Databases/kaartmateriaal Alterra, 2014. BRO Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Atom). Wageningen Environmental Research (Alterra), Wageningen. Alterra, 2017. BRO Geomorfologische kaart 1:50.000 (Atom). Wageningen Environmental Research (Alterra), Wageningen.   

Archeologische Kennis- en beleidsadvieskaart gemeente Epe Archis3 (AMK, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties) Kadaster - KLIC

Websites www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.geldersarchief.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Pagina 20 van 20

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Bijlage 1: Overzicht archeologische perioden (deel-/sub)Periode Nieuwe Tijd

Afkorting

Alternatieve naam

Begin

Eind

Nieuwe Tijd C Nieuwe Tijd B

NTC NTB

Late Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd

1850 n.Chr. 1650 n.Chr.

heden 1850 n.Chr.

Nieuwe Tijd A Middeleeuwen

NTA

Vroege Nieuwe Tijd

1500 n.Chr.

1650 n.Chr.

Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen A

LMEB LMEA

Late Middeleeuwen Volle Middeleeuwen

1250 n.Chr. 1050 n.Chr.

1500 n.Chr. 1250 n.Chr.

Vroege Middeleeuwen D VMED Vroege Middeleeuwen C VMEC

Ottoonse Tijd Karolingische Tijd

900 n.Chr. 725 n.Chr.

1050 n.Chr. 900 n.Chr.

Vroege Middeleeuwen B VMEB Vroege Middeleeuwen A VMEA Romeinse Tijd

Merovingische Tijd Merovingische Tijd

525 n.Chr. 450 n.Chr.

725 n.Chr. 525 n.Chr.

Laat-Romeinse Tijd B

ROMLB

350 n.Chr.

450 n.Chr.

Laat-Romeinse Tijd A ROMLA Midden-Romeinse Tijd B ROMMB

270 n.Chr. 150 n.Chr.

350 n.Chr. 270 n.Chr.

Midden-Romeinse Tijd A ROMMA Vroeg-Romeinse Tijd B ROMVB

70 n.Chr. 25 n.Chr.

150 n.Chr. 70 n.Chr.

Vroeg-Romeinse Tijd A IJzertijd

ROMVA

12 v.Chr.

25 n.Chr.

Late IJzertijd Midden-IJzertijd

IJZL IJZM

250 v.Chr. 500 v.Chr.

12 v.Chr. 250 v.Chr.

Vroege IJzertijd Bronstijd

IJZV

800 v.Chr.

500 v.Chr.

Late Bronstijd Midden-Bronstijd B

BRONSL BRONSMB

1100 v.Chr. 1500 v.Chr.

800 v.Chr. 1100 v.Chr.

Midden-Bronstijd A Vroege Bronstijd Neolithicum

BRONSMA BRONSV

1800 v.Chr. 2000 v.Chr.

1500 v.Chr. 1800 v.Chr.

Laat-Neolithicum B

NEOLB

2450 v.Chr.

2000 v.Chr.

Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B

NEOLA NEOMB

2850 v.Chr. 3400 v.Chr.

2450 v.Chr. 2850 v.Chr.

Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B

NEOMA NEOVB

4200 v.Chr. 4900 v.Chr.

3400 v.Chr. 4200 v.Chr.

Vroeg-Neolithicum A Mesolithicum

NEOVA

5300 v.Chr.

4900 v.Chr.

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum

MESOL MESOM

6450 v.Chr. 7100 v.Chr.

4900 v.Chr. 6450 v.Chr.

Vroeg-Mesolithicum Paleolithicum

MESOV

8800 v.Chr.

7100 v.Chr.

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A

PALEOLB PALEOLA

18.000 BP 35.000 BP

8.800 v.Chr. 18.000 BP

Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

PALEOM PALEOV

300.000 BP -

35.000 BP 300.000 BP

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Bijlage 2: Locatie boringen

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Archeologisch onderzoek Sprenghenparc te Vaassen Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Bijlage 3: Boorstaten

Projectcode: NOR00219 Versie: Definitief, 1.0

Projectnaam: Sprengenpark te Vaassen Projectcode: NOR00219

Boring 0

03

-30

50

Boring

0 -6

-50

0

06

0 Zand, matig fijn, matig humeus, resten grind, donkerbruin, bouwvoor

Zand, zeer fijn, sporen grind, neutraal beigebruin, opgebracht Zand, zeer fijn, matig humeus, zwak siltig, sporen grind, donkerbruin, bouwvoor

Boring

0

08 0 -7

-30

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, licht beigebruin, C-horizont

-50

50

-70

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindhoudend, bruingeel, verwerkt

-95

Zand, matig fijn, matig siltig, donkergeel, C-horizont

100

-50

Zand, zeer fijn, licht beigebruin, opgebracht Zand, zeer fijn, matig humeus, sterk baksteenhoudend, donkerbruin, bouwvoor Zand, zeer fijn, zwak humeus, zwak siltig, sporen grind, donker geelbruin, verwerkt

100

-140

Zand, zeer fijn, matig siltig, licht beigegrijs

150

150

-180

200

Boring 0

-200

200

12

Boring

0

0 Zand, zeer fijn, neutraal beigebruin, opgebracht

15 -15

-40

50

-50

Zand, zeer fijn, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, bouwvoor Zand, zeer fijn, matig humeus, resten baksteen, donkerbruin, verwerkt

100

Zand, zeer fijn, matig siltig, sporen roest, licht geelbeige, C-horizont

17 0

Zand, uiterst humeus, uiterst wortelhoudend, neutraalbruin, piepschuim

Zand, zeer fijn, matig humeus, sporen wortels, zwak grindhoudend, donkerbruin 50

-50

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindhoudend, verwerkt -90

100

-100

100 Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, C-horizont

200

0

Zand, zeer fijn, zwak humeus, zwak siltig, sporen wortels, zwak grindhoudend, neutraalbruin, C-horizont

50

-110

150

Boring

0

-200

-110

Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, C-horizont

150

-200

200

-200

Zand, matig grof, zwak siltig, licht grijsbeige

250

Boring 0

-250

49

Boring

0

0

50

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, bouwvoor -50

-80

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, C-horizont

0

Zand, zeer fijn, matig humeus, zwak siltig, sporen wortels, sporen grind, donkerbruin, bouwvoor

-35

Zand, zeer fijn, zwak humeus, zwak siltig, sporen roest, donker grijsbruin, verwerkt

51

Zand, zeer fijn, matig humeus, zwak siltig, resten wortels, donkerbruin, bouwvoor

-35

50

Boring

0

50 -60

-35

Leem, matig zandig, matig grindhoudend, donker beigebruin, C-horizont, verspoeld moedermateriaal

-45

50

-80

Zand, zeer fijn, zwak humeus, matig siltig, sporen grind, neutraal oranjebruin, verwerkt Zand, zeer fijn, matig siltig, sporen grind, lichtbeige, C-horizont

Schaal1: 40 Pagina1 van 2

Projectnaam: Sprengenpark te Vaassen Projectcode: NOR00219

Boring 0

52

Boring

0

0 Zand, zeer fijn, matig humeus, zwak siltig, zwak grindhoudend, donkerbruin, bouwvoor

53 -25

-75

100

Boring 0

-100

Zand, zeer fijn, matig humeus, matig siltig, sporen grind, donker beigebruin, verwerkt

50

0

-30

Zand, matig fijn, matig humeus, zwak grindhoudend, donkerbruin, bouwvoor

Boring

-60

Zand, matig fijn, zwak grindhoudend, neutraalbruin, verwerkt

I1

Zand, matig fijn, matig humeus, donkerbruin, bouwvoor

-30

Zand, matig fijn, zwak grindhoudend, neutraalbruin, verwerkt

-60

Zand, matig fijn, lichtbruin, C-horizont

50

56

Boring

0

0

57 0

Zand, matig fijn, matig humeus, donkerbruin, bouwvoor

-30

Zand, matig fijn, resten grind, lichtbruin, C-horizont

50

-40

50

-55

Zand, matig fijn, zwak humeus, neutraalbruin, verwerkt

-80

Zand, matig fijn, resten grind, sporen roest, licht beigebruin, C-horizont

-70

Boring

0 -15

-20

Zand, matig fijn, matig humeus, donkerbruin, bouwvoor

Zand, matig fijn, lichtbruin, C-horizont

0

0

-70

Boring

0

50

Zand, matig fijn, matig humeus, donkerbruin, bouwvoor

54

Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen grind, lichtbeige, C-horizont

55 -20

0

Zand, matig fijn, lichtbruin, C-horizont

-45

50

Boring

0

0 Leem, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, bouwvoor

I2

Boring

0

0

-30

Zand, zeer fijn, sterk humeus, zwak siltig, zwak grindhoudend, donkerbruin, bouwvoor

-60

Zand, matig fijn, zwak humeus, matig siltig, matig grindhoudend, neutraal beigebruin, verwerkt

-80

Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, lichtbeige, C-horizont

I3 0

-25

Zand, zeer fijn, matig humeus, zwak siltig, zwak wortelhoudend, sporen grind, donkerbruin, bouwvoor

-35

50

-50

Leem, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, C-horizont

50

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, neutraal beigebruin -90

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige

100

50

-50

Zand, zeer fijn, zwak humeus, zwak siltig, neutraal beigebruin, C-horizont 100 -115

-140 -145

150

-155

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin Zand, zeer fijn, matig siltig, sporen grind, lichtbeige

Zand, matig fijn, sporen grind, lichtbeige

150 -165

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, licht oranjebeige -190

Zand, zeer fijn, matig humeus, zwak siltig, zwak grindhoudend, neutraal beigebruin, verwerkt

Zand, matig grof, matig siltig, sporen grind, lichtbeige

Grind, fijn, matig zandig, uiterst grindhoudend, lichtbeige 200 -210 -215

-235

Zand, zeer fijn, uiterst siltig, zwak roesthoudend, neutraal beigebruin Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindhoudend, licht beigebruin

Schaal1: 40 Pagina2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12085311/1