CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Reactienota Adviesraad Verordeningen Wmo en Jeugdhulp 2026

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2026 gemeente Epe en Verordening Jeugdhulp 2026 gemeente Epe5.718 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaak: 1417954

Reactienota concept Verordening Wmo gemeente Epe 2026 Inleiding Op de concept Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Epe zijn geen inspraak reacties ontvangen. De concept Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Epe 2026 heeft van 24 maart t/m 6 mei 2026 ter inzage gelegen. We hebben daarnaast de adviesraad op 24 maart 2026 actief geïnformeerd over de wijzigingen in de Verordeningen en op 20 maart 2026 om een advies gevraagd. Dit advies hebben we op 1 mei 2026 ontvangen. In onderstaande tabel worden de adviezen van de adviesraad in beeld gebracht. Deze hebben wij voorzien van onze reactie en of dit leidt tot een aanpassing in de definitieve Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Epe 2026

1 1.1

Onderwerp en inspraak

Overwegingen en voorstel

Verwijzing naar artikel verordening of beleidsregel

Adviesraad Sociaal Domein Epe (ASDE) De term zorgverlener ontbreekt in de begripsbepaling

Wij nemen uw advies over.

Art. 1

De term zorgverlener wordt als volgt toegevoegd aan de begripsbepaling: Onder zorgverleners (of hulpverleners) wordt de persoon verstaan die de ondersteuning direct levert aan de inwoner. Het gaat hierbij zowel om formele als informele hulp. De zorgverlener kan in dienst zijn van een zorginstelling of kan als zelfstandige een overeenkomst met de gemeente hebben of kan via een persoonsgebonden budget (pgb) ondersteuning leveren.

1

1.2

1.3

Het college kan de zorgverlener weigeren bij een gesprek.

Wij nemen uw advies over.

Advies: Nadere informatie in de toelichting staat bij het 10e lid. Advies: aanpassen. ● Ons is niet duidelijk wat de achterliggende reden van dit lid is. Als hier bedoeld wordt te voorkomen dat de zorgvrager zich onder druk voelt gezet, dan vinden we dit een goede aanvulling.

De nummering in de toelichting is aangepast.

Het verslag wordt door het college zo spoedig mogelijk verstrekt. De inwoner dient binnen 7 dagen op het verslag te reageren. Advies: Om duidelijk naar de inwoner te zijn adviseren wij voor verstrekken van het verslag een maximale termijn te noemen.

1.4

De inwoners moeten meehelpen aan het realiseren van een geschikte individuele of gemeenschappelijke stalling. Advies: Het is niet duidelijk voor de inwoners wat hiermee wordt bedoeld. Moet men misschien financieel meehelpen, of anderszins? Wij adviseren duidelijker te formuleren wat van de inwoners wordt verwacht.

Art. 2.4 lid 9

De achterliggende reden is dat om een open en veilige gespreksomgeving voor de inwoner te waarborgen en beïnvloeding te voorkomen, ervoor gekozen kan worden om dit gesprek zonder aanwezigheid van de betrokken zorgverlener te voeren. De inbreng van de zorgverlener kan, indien nodig, in een later stadium worden meegenomen. Een inwoner kan zich altijd laten ondersteunen door een onafhankelijk cliëntondersteuner zoals opgenomen in artikel 2.2. Wij nemen uw advies niet over.

Art 2.5 lid 1

We hebben als gemeente de wettelijke termijnen waar we ons aan moeten houden voor het uitvoeren van het onderzoek. Deze staan in artikel 2.3.2 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Na een gesprek kan er nog aanvullend onderzoek nodig zijn, waardoor we geen maximale termijn kunnen noemen. We nemen uw advies over en passen het artikel als volgt aan: De inwoner werkt, voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden verwacht, mee aan het realiseren van een geschikte individuele of gezamenlijke stalling, waaronder begrepen het treffen

Art. 3.8 lid 2 sub c

2

of toestaan van redelijke aanpassingen in of aan de woonomgeving. 1.5

Het college onderzoekt periodiek en steekproefsgewijs de kwaliteit van de door de aanbieder geboden ondersteuning. Advies: Wij nemen aan dat in nadere beleidsregels wordt uitgewerkt wat hieronder wordt verstaan.

Wij nemen uw advies niet over.

Art. 4.1 lid 8

Beleidsregels scheppen geen verplichting tegenover inwoners of aanbieders. Gemeenten hebben de wettelijke verplichting om toezicht uit te voeren op de kwaliteit en rechtmatigheid van de uitvoering van de Wmo. Hier zijn zowel binnen de Wmo als Awb zaken voor geregeld. Het college kan dit onderzoeken door een toezichthouder (zie artikel 7.3) in te zetten. Toezicht is regionaal belegd bij Zorgregio MIJ/OV. Op de website van de zorgregio staat ook meer informatie voor inwoners/aanbieders: Toezicht - Zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe Daarnaast wordt de kwaliteit van de door de aanbieder geboden ondersteuning ook uitgevraagd tijdens het verplichte cliëntervaringsonderzoek.

1.6

Het college kan op grond van art.2.3.10 lid 1 Wmo een beslissing intrekken of herzien. Advies: Dit artikel is niet terug te vinden. Verwijzing aanpassen.

Het betreft het artikel uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (wetten.nl - Regeling - Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 BWBR0035362) waar naar verwezen wordt.

Art. 7.1 lid 3

We zullen dit lid als volgt verduidelijken: Het college kan op grond van art.2.3.10 lid 1 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) een beslissing

3

intrekken of herzien. 1.7

1.8

Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. Advies: Onduidelijk is op welke wijze het college dit wil onderzoeken en welke periodes worden gehanteerd. Wij nemen aan dat in nadere beleidsregels wordt uitgewerkt wat hieronder wordt verstaan. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2023 en waarop nog geen beslissing is genomen bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. Advies: Indien dit nadelig is voor de inwoner dan adviseren wij hier maatwerk toe te passen zodat het nadeel wordt opgeheven.

Zie beantwoording vraag 1.5.

Art. 7.2 lid 2

Wij nemen dit advies niet over.

Art. 9.2 lid 3

De inwerktreding van de nieuwe verordening zal onzes inziens voor het grootste deel niet ten nadele van inwoners zijn. Daarnaast is het altijd mogelijk om de hardheidsclausule toe te passen. Het onderdeel wat een nadeel kan opleveren voor de zorgverlener van een inwoner, zijn de pgb tarieven voor informele zorg. Dit tarief wordt lager dan nu wordt gehanteerd. Echter is het tarief dat is opgenomen in de nieuwe verordening een meer dan passend tarief, dat hoger ligt dan het verplichte minimumloon.

4

Reactienota concept Verordening Jeugdwet gemeente Epe 2026 Inleiding Op de concept Verordening Jeugdwet gemeente Epe 2026 zijn geen inspraak reacties ontvangen. De concept Verordening Jeugdwet gemeente Epe 2026 heeft van 24 maart t/m 6 mei 2026 ter inzage gelegen. We hebben daarnaast de adviesraad op 24 maart 2026 actief geïnformeerd over de wijzigingen in de Verordeningen en op 20 maart 2026 om een advies gevraagd. Dit advies hebben we op 1 mei 2026 ontvangen. In onderstaande tabel worden de adviezen van de adviesraad in beeld gebracht. Deze hebben wij voorzien van onze reactie en of dit leidt tot een aanpassing in de definitieve Verordening Jeugdwet gemeente Epe 2026.

Onderwerp en inspraak

1 1.1

Adviesraad Sociaal Domein Epe (ASDE) Voor het indienen van een hulpvraag verwijst u naar de url https://www.cjgepe.nl/pagina/over-centrum-voor-jeugd-en-gezin-epe/70174. Wij adviseren u de structuur van de permalink te wijzigen, in een voor inwoners eenvoudiger te benaderen url (bijvoorbeeld www.cjgepe.nl/contact), die ook gebruikt kan worden in (marketing)communicatie.

1.2

In dit artikel spreekt u over het bieden van ‘hulp’ door een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Wij vinden deze formulering te beperkt en niet passend bij de bredere rol die de vertrouwenspersoon heeft op grond van artikel 2.5 van de Jeugdwet. Een vertrouwenspersoon biedt niet alleen hulp, maar ondersteunt, adviseert en behartigt de belangen van jeugdigen en ouders, bijvoorbeeld bij vragen, klachten of in gesprekken met de gemeente of zorgaanbieders. Wij adviseren daarom om de term ‘hulp’ te vervangen door een bredere en meer passende omschrijving van deze rol, zodat voor inwoners duidelijk is wat zij daadwerkelijk van een vertrouwenspersoon mogen verwachten.

Overwegingen en voorstel

Verwijzing naar artikel verordening of beleidsregel

Wij nemen het advies over.

Artikel 2.4 Toegang jeugdhulp via gemeente

Wij nemen het advies over en passen het artikel aan: ‘Het college informeert jeugdigen en/of ouder(s)/verzorger(s) dat zij een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon, als bedoeld in artikel 2.5 van de Jeugdwet, waarbij het belang van de jeugdige het uitgangspunt is.’

Artikel 3.1 Cliëntondersteuning en vertrouwens persoon

5

1.3

In de titel van dit artikel benoemt u cliëntondersteuning, maar inhoudelijk gaat het artikel alleen in op de vertrouwenspersoon. Wij adviseren om cliëntondersteuning expliciet op te nemen in dit artikel, inclusief het recht op gratis en onafhankelijke ondersteuning, zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Dit vergroot de duidelijkheid voor inwoners en draagt bij aan een betere en tijdige toegang tot passende hulp.

Wij nemen het advies over en passen het artikel aan. De volgende zin wordt toegevoegd: ‘Het college zorgt ervoor dat cliënten een beroep kunnen doen op kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de inwoner uitgangspunt is en informeert inwoners hierover.’

Artikel 3.1 Cliëntondersteuning en vertrouwens persoon

1.4

De informatie over cliëntondersteuning is overigens momenteel niet vindbaar (via de zoekfunctie) op zowel de website van de gemeente Epe als die van het CJG Epe.

Wij bedanken de ASDE voor haar oplettendheid en passen dit aan in de uitvoering.

Artikel 3.1 Cliëntondersteuning en vertrouwens persoon

1.5

De ASDE vraagt aandacht voor de toepassing van het persoonlijk plan zoals benoemd in artikel 3.2. Hoewel dit instrument bijdraagt aan regie voor jeugdigen en ouders, is in de praktijk vaak onvoldoende bekend dat deze mogelijkheid bestaat én hoe hier invulling aan kan worden gegeven. U geeft aan dat u jeugdigen, ouders en verzorgers op de hoogte stelt. Wij zouden graag vernemen hoe u dat wilt doen. Wij adviseren om het persoonlijk plan echt actief onder de aandacht te brengen en inwoners hierbij waar nodig te ondersteunen (en te verwijzen naar cliëntondersteuning), zodat zij daadwerkelijk in staat worden gesteld hun situatie, wensen en voorkeuren goed te verwoorden en deze mee te laten wegen in het vooronderzoek. Dit is in onze ogen een belangrijke stap in het “zelf verantwoordelijkheid nemen”.

Wij nemen uw advies mee in de doorvertaling naar de beleidsregels en/of uitvoering.

Artikel 3.2 Vooronderzoek

1.6

De ASDE adviseert om in artikel 3.3, lid 1 te verduidelijken in welke gevallen het onderzoek van de hulpvraag ook zonder aanwezigheid of betrokkenheid van de jeugdige zelf kan plaatsvinden. De formulering “in samenspraak met de jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s)” laat nu ruimte voor een onderzoek zonder de jeugdige, maar maakt niet duidelijk wanneer dat gerechtvaardigd is. Juist bij jeugdhulp is het van belang dat de stem en positie van de jeugdige zelf zo veel mogelijk expliciet worden meegenomen, passend bij leeftijd, ontwikkeling en situatie.

Wij nemen uw advies over. Bij de toelichting zullen wij het volgende opnemen: In Artikel 1.1 van de Jeugdwet wordt een jeugdige gedefinieerd als een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, of een jongere van 18 jaar of ouder waarop het strafrecht voor minderjarigen (tot 23 jaar) wordt toegepast. Ook jonge kinderen worden in de jeugdwet als jeugdige gezien. Kinderen kunnen echter vaak pas vanaf 8 jaar over de hulpverlening meedenken en meepraten.

Artikel 3.3 Gesprek

6

1.7

Daarnaast adviseert de ASDE om nader te concretiseren hoe stap b, het zorgvuldig onderbouwen van de onderliggende problematiek en stap c, het vaststellen welke hulp in aard en omvang noodzakelijk is, in de praktijk worden uitgevoerd. Zonder nadere uitwerking bestaat het risico dat deze beoordeling te veel afhankelijk wordt van de individuele professional. Voor het voorkomen van willekeur is het belangrijk dat duidelijk is op basis van welke criteria, methoden, richtlijnen, professionele standaarden of instrumenten deze stappen plaatsvinden en hoe de gemeente zorgt voor een eenduidige, objectieve en navolgbare toepassing.

Wij nemen uw advies mee in de doorvertaling naar de beleidsregels en/of uitvoering.

Artikel 3.3 Gesprek

1.8

We adviseren u om in lid 2 het woordje vooraf toe te voegen (als in vooraf informeren). Dit geeft jeugdigen, ouders en verzorgers de mogelijkheid om vooraf advies in te winnen of ondersteuning aan te vragen.

Wij nemen uw advies over.

Artikel 3.3 Gesprek

1.9

De adviesraad constateert dat de invulling van het begrip “eigen kracht” in artikel 3.4 verder gaat dan de bedoeling van de Jeugdwet. Waar de wet uitgaat van eigen mogelijkheden en het netwerk als onderdeel van een brede afweging, wordt dit in de verordening meer als een verplichting geformuleerd. Door de stellige bewoordingen, zoals het moeten aanpassen van werk of het overnemen van zorg, bestaat het risico dat de drempel tot jeugdhulp onbedoeld wordt verhoogd en dat gezinnen te lang zelf oplossingen moeten zoeken. We zien dat bijvoorbeeld terug in artikel 3.4 lid 4 waarin een sterke nadruk wordt gelegd op de eigen verantwoordelijkheid van ouders bij afwezigheid door werk of andere verplichtingen. Wij wijzen erop dat werk een normaal en noodzakelijk onderdeel van het leven is en dat dit niet zonder meer als reden kan dienen om jeugdhulp te beperken. Wij adviseren om de formulering te nuanceren en explicieter te maken dat altijd een zorgvuldige afweging plaatsvindt, waarbij het belang van het kind leidend is en rekening wordt gehouden met de feitelijke draagkracht en mogelijkheden van het gezin. Leg ook explicieter vast hoe objectief wordt beoordeeld, wat de mogelijkheden zijn en wie die afweging maakt.

Wij nemen uw advies niet over. In artikel 3.4.3 staat reeds ‘binnen hun mogelijkheden'. Samen met de jeugdconsulenten zal gekeken worden wat binnen de mogelijkheden valt. Hiervoor kan een deskundige instantie om een oordeel en/of advies gevraagd worden (artikel 3.3.6)

Artikel 3.4 Eigen kracht

De ASDE merkt op dat artikel 3.4 lid 4 uitgaat van het benutten van algemene voorzieningen, als onderdeel van de lijn van eigen kracht naar zwaardere vormen van ondersteuning. Dit veronderstelt twee dingen: 1) dat zulke voorzieningen niet alleen beschikbaar moeten zijn, maar ook passend en van

Wij nemen uw advies mee in de doorvertaling naar de beleidsregels en/of uitvoering.

1.10

Ook wijzen wij u op artikel 1:247 van het burgerlijk wetboek, waarin het ouderlijk gezag wordt gedefinieerd.

Artikel 3.4 Eigen kracht

7

voldoende kwaliteit. Een voorziening kan alleen als reëel alternatief gelden als deze in de praktijk ook werkelijk toereikend is voor de hulpvraag. 2) dat deze voorzieningen laagdrempelig, toegankelijk en goed vindbaar zijn voor inwoners. In de praktijk zien wij dat dit nog onvoldoende het geval is. Zo biedt de informatievoorziening op de website van de gemeente Epe (https://www.epe.nl/opvoeden-en-opgroeien) momenteel nog onvoldoende houvast voor inwoners om eenvoudig hun weg te vinden naar passende, lichte ondersteuning. Wij adviseren om de toegankelijkheid en vindbaarheid van het voorliggende veld te versterken en de ondersteuningsroute voor inwoners duidelijker en meer stapsgewijs inzichtelijk te maken, zodat de beoogde ‘trechter’ (van eigen kracht, naar voorliggend veld, naar maatwerk) in de praktijk daadwerkelijk werkt. 1.11

1.12

Artikel 3.5 bevat op zichzelf relevante beoordelingspunten, maar de ASDE ziet overlap met artikel 3.4. In het bijzonder geldt dat lid 2 onder g, over de mogelijkheid om gebruik te maken van voorliggende voorzieningen, in de praktijk dezelfde vragen oproept als artikel 3.4 lid 4. Ook hier adviseert de ASDE om duidelijk te maken dat een voorliggende voorziening alleen dan meegewogen kan worden als deze feitelijk beschikbaar, makkelijk toegankelijk, passend en kwalitatief voldoende is.

Wij nemen uw advies over.

Meer in algemene zin adviseert de ASDE om in deze bepaling te benadrukken dat de beoordeling van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen zorgvuldig, objectief en navolgbaar moet plaatsvinden, zodat jeugdigen, ouders en verzorgers weten waarop zij worden beoordeeld en verschillen in interpretatie tussen professionals zoveel mogelijk worden beperkt.

Wij nemen uw advies niet over. In artikel 3.4.3 staat reeds ‘binnen hun mogelijkheden'. Samen met de jeugdconsulenten zal gekeken worden wat binnen de mogelijkheden valt. Hiervoor kan een deskundige instantie om een oordeel en/of advies gevraagd worden (artikel 3.3.6)

Bij de toelichting verordening artikel 3.4 voegen we toe: ‘Niet voor elke jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s) is dit voldoende en/of passend’.

Artikel 3.5 Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen

Artikel 3.5 Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen

Wij nemen uw advies mee in de doorvertaling naar de beleidsregels en verdere uitvoering. 1.13

In lid 1 staat dat ouders, voor zover dit van toepassing is en tot de mogelijkheden behoort, hun kinderen zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden. De ASDE vindt deze formulering te smal én te zwaar op ouders gelegd. Jeugdhulp is breder dan persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf. Bovendien zijn ouders in de eerste plaats

Dit lid geeft aan dat er geen individuele voorziening jeugdhulp wordt verstrekt door de gemeente als ouders zelf in staat zijn om persoonlijke verzorging, begeleiding en/of verblijf te bieden wel dan niet in

Artikel 3.6 Draagkracht, draaglast en overbelasting

8

ouders en geen hulp- of zorgverleners. De verordening moet voorkomen dat verantwoordelijkheden van en professionele jeugdhulp te veel in elkaar schuiven.

samenwerking met hun sociale netwerk. Mochten zij hier echter niet toe in staat zijn, dan kan er een individuele voorziening jeugdhulp worden verstrekt.

1.14

In lid 4 wordt gesproken over “algemeen aanvaarde maatstaven”. De ASDE adviseert om deze maatregelen te benoemen en daarbij aan te geven wat de objectieve en wetenschappelijke onderbouwing hiervan is. Zonder nadere toelichting is het risico aanwezig dat deze term te open blijft en daardoor verschillend wordt toegepast.

Zie hiervoor bijlage 1 ‘Overzicht van ontwikkelingstaken, opvoedingsopgaven en ‘normale’ uitdagingen’ van het NJi. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van ‘Opvoedingsbelasting Vragenlijst’ van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Zie artikel 3.6.5.

Artikel 3.6 Draagkracht, draaglast en overbelasting

1.15

Daarnaast merkt de ASDE op dat het accent in dit artikel sterk ligt op het vaststellen van overbelasting. Dat is belangrijk, maar komt laat in het proces. Alleen kijken naar overbelasting is in zekere zin de put dempen als het kalf al verdronken is. De ASDE adviseert daarom om niet alleen te redeneren vanuit draagkracht, draaglast en overbelasting, maar ook expliciet aandacht te hebben voor draagvlak: de steunstructuur rondom jeugdigen en gezinnen. De bredere landelijke lijn sluit daarop aan: gemeenten moeten de sociale en pedagogische basis versterken en preventief aanbod werkt beter in combinatie met zo’n sterke basis.

Wij nemen uw advies mee in de doorvertaling naar de beleidsregels en/of uitvoering.

Artikel 3.6 Draagkracht, draaglast en overbelasting

Wij adviseren om deze samenhang explicieter te maken en te waarborgen dat deze algemene voorzieningen dekkend zijn ten aanzien van de vraag, toegankelijk en voldoende beschikbaar zijn, zodat de verwachtingen richting inwoners ook in de praktijk haalbaar zijn. 1.16

De ASDE adviseert om artikel 3.7 tekstueel en inhoudelijk te herordenen en te verduidelijken.

Wij nemen uw advies over (zie verdere toelichting hieronder)

Artikel 3.7 Criteria voor een individuele voorziening

1.17

Lid 1 lijkt in de verkeerde volgorde te staan en we hebben de indruk dat lid 2 onderdeel moet zijn van lid 1. Artikel 1 loopt qua leesbaarheid in ieder geval niet lekker en lijkt onvolledig.

Wij nemen uw advies over en passen het als volgt aan:

Artikel 3.7 Criteria voor een individuele voorziening

9

1. Een jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s) kunnen slechts in aanmerking komen voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat: a) De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s) ontoereikend zijn (eigen kracht), en; b) De jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s) jeugdhulp nodig hebben in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. 1.18

Lid 2 roept bij ons de vraag op wat precies wordt bedoeld met de passage dat gebruikmaken van een algemene of andere voorziening de noodzaak niet kan “verminderen of wegnemen”. Verminderen is immers niet hetzelfde als oplossen. De huidige tekst kan de indruk wekken dat de gemeente al voldoende heeft gedaan als een probleem slechts iets kleiner wordt, terwijl de vraag juist moet zijn of de hulpvraag daarmee afdoende en passend wordt beantwoord.

Wij hebben de zin ‘Gebruikmaken van een algemene of andere voorziening de noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.’ geschrapt. In lid 1 hebben we de tekst aangepast, waardoor deze zin overbodig is (zie hierboven).

Artikel 3.7 Criteria voor een individuele voorziening

1.19

In lid 2 wordt ook gesproken over goedkoopst en dichtstbijzijnde adequate voorziening”. Hoor gevolgtijdelijk lid 3 ‘doeltreffend’ niet voor te staan. Kortom: wij adviseren om eerst helder vast te leggen dat een individuele voorziening wordt toegekend als deze niet vanuit eigen kracht, netwerk of algemene voorziening kan worden opgelost. Dan wordt gekeken naar de doeltreffendheid (effectiviteit) van een individuele voorziening en dan zijn goedkoop en dichtbij onzes inziens pas aan de orde.

Wij nemen uw advies over en passen het als volgt aan:

Artikel 3.7 Criteria voor een individuele voorziening

1. Een jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s) kunnen slechts in aanmerking komen voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat: a) De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s)

10

ontoereikend zijn (eigen kracht), en; b) De jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s) jeugdhulp nodig hebben in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. 2. Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening als doeltreffend gezien kan worden. 3. Als een individuele maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst en dichtstbijzijnde adequate voorziening. 1.20

Ten aanzien van lid 5 merkt de ASDE op dat het helder is dat niet iedere vraag van ouders automatisch een jeugd hulpvraag is. Tegelijk is het voor inwoners niet voldoende om alleen te horen wat niet onder deze verordening valt. De ASDE adviseert daarom -zoals ook eerder benoemd- om duidelijk te maken welke ondersteuning, doorverwijzing of andere passende route dan wél aan de orde is. Niets doen is immers geen oplossing; het uitblijven van passende ondersteuning kan juist leiden tot verergering van problemen en uiteindelijk tot meer jeugdhulp.

We nemen uw advies mee in de uitwerking van beleid rondom integraal werken en verdere uitvoering.

Artikel 3.7 Criteria voor een individuele voorziening

1.21

De ASDE adviseert om de formulering “binnen hun mogelijkheden” in artikel 3.8 nader te concretiseren. Nu blijft onduidelijk wie beoordeelt wat redelijkerwijs van jeugdigen en/of ouder(s)/verzorger(s) verwacht mag worden, op basis van welke criteria dat gebeurt en hoe deze afweging objectief en navolgbaar wordt gemaakt. Zonder nadere verduidelijking ontstaat het risico op verschillen in interpretatie en daarmee op willekeur in de uitvoering. De ASDE adviseert daarom om vast te leggen dat deze beoordeling zorgvuldig, gemotiveerd en op basis van duidelijke criteria

Wij nemen uw advies niet over. Er is sprake van maatwerk, aangezien ‘binnen hun mogelijkheden’ er voor iedereen anders uitziet. Wij hebben daarom de volgende aanpassing gedaan: schrappen van het zinsdeel ‘binnen hun mogelijkheden’

Artikel 3.8 Medewerkingsplicht

Verder hebben we de volgende tekst toegevoegd aan de toelichting verordening:

11

plaatsvindt, met oog voor belastbaarheid, taalniveau, gezinsomstandigheden, begrijpelijkheid en de positie van zowel de jeugdige als de ouders.

Wat houdt medewerkingsplicht in? Als een ouder of jongere een aanvraag doet voor jeugdhulp kan de gemeente om bepaalde informatie vragen die de inwoner, indien van toepassing, verplicht is aan te leveren: - Het geven van openheid over de persoonlijke en medische situatie. - Het toestemming geven voor het opvragen van medisch of psychologisch advies. - Het meewerken aan gesprekken (bijvoorbeeld met het sociaal wijkteam) en onafhankelijk deskundigenonderzoek. - Het inzichtelijk maken van de gezinssituatie en de eigen kracht van het netwerk.

1.22

1.23

De ASDE merkt ook op dat artikel 3.8 een sterke nadruk legt op de medewerkingsplicht van jeugdigen en ouders, waarbij het niet voldoen hieraan kan leiden tot het weigeren of beëindigen van hulp. Hoewel het belang van medewerking door ons wordt onderschreven, wijzen wij erop dat het in de praktijk niet altijd gaat om onwil, maar soms ook door onvermogen, bijvoorbeeld door stress, beperkte vaardigheden of complexe problematiek. We benadrukken dat het belang van het kind vraagt om een zelfstandige en expliciete afweging, los van het handelen of de medewerking van ouders/verzorgers, zodat wordt voorkomen dat kinderen soms indirect worden benadeeld door omstandigheden waar zij zelf geen invloed op hebben. Door in de formulering meer ruimte te bieden voor maatwerk en (cliënt)ondersteuning wordt voorkomen dat juist kwetsbare gezinnen door deze bepaling buiten de benodigde hulp vallen en het vertrouwen in de overheid bij hen nog meer onder druk kan komen te staan.

Wij nemen uw advies niet over.

De formele eisen aan de beschikking zijn helder beschreven, maar kan in de praktijk soms lastig te lezen zijn voor betrokkenen. Wij adviseren om expliciet aandacht te besteden aan begrijpelijke communicatie en het versterken van de uitlegbaarheid van de beschikking. In artikel 7 lid 1 wordt dit overigens wel

Wij nemen uw advies gedeeltelijk over.

Ouders zijn en blijven in eerste instantie verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de jeugdige. Als het niet meewerken de ontwikkeling of veiligheid van de jeugdige in gevaar brengt, zal in het gedwongen kader hulp geboden worden.

Bij de toelichting verordening voegen we het volgende toe: De inhoud van de beschikking moet in begrijpelijke taal worden weergegeven. De inwoner moet goed

Artikel 3.8 Medewerkingsplicht

Artikel 3.9 Beschikking

12

omschreven. Wij adviseren om artikel 7, lid 1 toe te voegen aan 3.9 of hiernaar een verwijzing te maken.

begrijpen wat er in de beschikking staat en welke zorg er ingezet wordt.

1.24

Wij adviseren u om in artikel 4.1 lid 5 bovenaan in de rij te zetten, zodat eigen kracht altijd als eerste optie wordt genoemd en jeugdhulp soort van getrechterd wordt aangeboden. Zie onze toelichting bij artikel 3.4.

Wij nemen uw advies over.

Artikel 4.1 Vormen van individuele voorzieningen

1.25

De ASDE ziet dat artikel 4.4 helder afbakent wanneer dyslexiezorg onder de Jeugdwet valt. Dat geeft duidelijkheid, maar roept ook een belangrijke vraag op: wat betekent deze strakke afbakening voor kinderen en jongeren die wel beperkingen ervaren, maar buiten deze criteria vallen? De ASDE denkt daarbij aan leerlingen in het voortgezet onderwijs die pas later vastlopen door hun dyslexie, bijvoorbeeld doordat zij structureel extra tijd nodig hebben, of aan basisschoolkinderen die net niet voldoen aan de criteria voor Ernstige Dyslexie maar wel serieuze ondersteuning nodig hebben. De verordening maakt nu niet duidelijk welke passende route of voorziening voor deze groep wél beschikbaar is. De ASDE adviseert daarom om in de toelichting of in de communicatie helder te maken waar deze kinderen en ouders terecht kunnen, welke rol het onderwijs hierin heeft, waar de verantwoordelijkheid van de gemeente eindigt en hoe wordt voorkomen dat gezinnen tussen wal en schip raken. Een strakke afbakening mag niet betekenen dat onduidelijk blijft wat dan het passende vervolg is.

Wij nemen uw advies mee in de doorvertaling naar de beleidsregels en/of uitvoering.

Artikel 4.4 Dyslexie

1.26

Bij artikel 5, lid 7 vraagt de ASDE zich af of de daar genoemde vormen van toezicht voldoende zijn om gebrekkige kwaliteit tijdig en betrouwbaar in beeld te krijgen. Periodieke overleggen, cliëntervaringsonderzoek en controle ter plaatse kunnen waardevolle instrumenten zijn, maar roepen ook de vraag op of dit in de praktijk voldoende adequaat is, zeker wanneer cliëntervaringsonderzoeken een beperkte of selectieve respons opleveren. Dan bestaat het risico dat kwaliteitsproblemen, onveiligheid of onvoldoende passende hulp niet tijdig zichtbaar worden. De ASDE adviseert daarom om te verduidelijken hoe het college zich ervan vergewist dat het toezicht daadwerkelijk effectief is, welke aanvullende signalen en bronnen daarbij worden gebruikt en hoe wordt omgegaan met situaties waarin cliëntervaringsgegevens onvoldoende betrouwbaar of representatief zijn.

Wij nemen uw advies mee in de doorvertaling naar de beleidsregels en/of uitvoering.

Artikel 5 Kwaliteitseisen

13

1.27

In artikel 6.1 lid g wordt inkoop van zorg door ouder(s)/verzorger(s) uitgesloten. Dit roept bij ons vragen op in het licht van geldende jurisprudentie. Ons inziens blijkt uit uitspraken van de Centrale Raad van Beroep dat een persoonsgebonden budget voor zorg door ouders niet op voorhand categorisch mag worden uitgesloten, maar dat steeds een individuele afweging dient plaats te vinden. In sommige situaties kan inzet van ouder(s) juist de best passende oplossing zijn vanuit het uitgangspunt van maatwerk en het belang van het kind. Het volledig uitsluiten hiervan kan ertoe leiden dat ouders onevenredig worden belast en/of financiële problemen kan krijgen. Wij adviseren om deze bepaling te heroverwegen en expliciet ruimte te bieden voor een individuele beoordeling.

Wij nemen uw advies over en voegen het volgende toe: ‘Voor het inkopen van zorg van ouder(s)/verzorger(s) die zij aan hun eigen kind geven terwijl er sprake is van onvoldoende draagkracht versus draaglast en/of overbelasting.’

Artikel 6.1 Algemene Regels voor een PGB

Daarnaast voegen wij het volgende toe bij de toelichting verordening: Het college neemt in het onderzoek naar de ondersteuningsvraag de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Het college beoordeelt of het gezin de benodigde ondersteuning, hulp en zorg zelf kan bieden. (zie artikel 3.6 Draagkracht, draaglast en overbelasting) Indien er sprake is van onvoldoende draagkracht, draaglast en/of overbelasting, is een ouder ook niet in staat om de benodigde zorg/ondersteuning zelf middels een pgb te leveren. Tenslotte voegen we toe dat de Jeugdwet geen inkomensvoorziening betreft.

1.28

In artikel 6.1, lid 5 onder h, staat dat een pgb niet wordt verstrekt voor zover de kosten hoger zijn dan de kosten van de door de gemeente ingekochte individuele voorziening, tenzij in overleg het overstijgende bedrag zelf betaald wordt. De ASDE adviseert om deze passage te heroverwegen. Passende jeugdhulp moet juist zoveel mogelijk gelijkwaardig en op behoefte gebaseerd moeten zijn. In de Gemeenschappelijke regeling Jeugdregio+ Midden IJssel/Oost Veluwe wordt ingezet op het borgen van een toereikend aanbod

Wij nemen uw advies niet over. Als gemeente dienen we te zorgen voor een dekkend zorglandschap. Indien het ingekochte aanbod niet toereikend is, kan de gemeente ook afzonderlijke contracten afsluiten met zorgaanbieders. Dat hoeft niet via een PGB.

Artikel 6.1 Algemene Regels voor een PGB

14

van jeugdhulp voor jeugdigen. Wanneer het ingekochte aanbod echter niet toereikend is (lees: niet volledig aansluit bij de behoefte), kan de mogelijkheid tot bijbetaling ertoe leiden dat gezinnen met meer financiële ruimte beter passende zorg kunnen organiseren dan anderen. Wij adviseren om te waarborgen dat het basisaanbod daadwerkelijk toereikend is, zodat verschillen in financiële draagkracht niet leiden tot verschillen in passende ondersteuning en daarmee op kansenongelijkheid tussen kinderen. De ASDE adviseert het college daarom om expliciet te motiveren waarom deze bepaling rechtvaardig wordt geacht, of om deze passage te schrappen als zij in de praktijk leidt tot ongelijke toegang tot passende ondersteuning. 1.29

De ASDE constateert een spanning tussen artikel 6.2 en de daaropvolgende uitsluitingsgronden in artikel 6.1. Waar artikel 6.2 uitgaat van een individuele beoordeling of een persoonsgebonden budget passend en verantwoord is, worden in artikel 6 bepaalde situaties, zoals zorg door ouders, op voorhand uitgesloten. Wij adviseren om deze bepalingen beter met elkaar in lijn te brengen en zoals hiervoor aangegeven ruimte te laten voor een individuele beoordeling.

Wij nemen uw advies over. Zie 1.27

Artikel 6.2 Hoogte pgb en onderscheid formele en informele zorg

1.30

Zie onze eerdere opmerking over begrijpelijke bewoordingen bij artikel 3.9

Wij nemen uw advies gedeeltelijk over.

Artikel 7 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Bij de toelichting verordening voegen we het volgende toe: ‘De communicatie richting inwoners moet in begrijpelijke taal plaatsvinden. De inwoner moet goed begrijpen wat er in de beschikking staat, welke zorg er ingezet wordt en wat zijn rechten en plichten zijn’.

1.31

De ASDE adviseert om in artikel 9 een verwijzing op te nemen naar de onafhankelijke vertrouwenspersoon. Juist omdat deze belangrijke rol speelt bij het ondersteunen van jeugdigen en ouders bij klachten. Zie artikel 3.1 van deze verordening. Wij adviseren om deze koppeling expliciet te maken, zodat inwoners beter worden ondersteund en de toegankelijkheid wordt vergroot. Wij adviseren u hier een verwijzing op te nemen naar artikel 3.1 ten aanzien van de onafhankelijke vertrouwenspersoon (artikel 2.5 Jeugdwet).

Wij nemen uw advies mee in de doorvertaling naar de beleidsregels en/of uitvoering.

Artikel 9 Klachtenregeling

15

1.32

Allereerst: de nummering is niet juist.

Wij bedanken u voor uw oplettendheid en passen dit aan.

Artikel 11 Betrekken van ingezetenen bij beleid

1.33

Verder adviseren wij om artikel 11 sterker en concreter uit te werken, juist in het licht van de gemeentelijke visie op samenwerking met inwoners. Op papier staat dat ingezetenen, waaronder cliënten of hun vertegenwoordigers, worden betrokken bij voorbereiding en uitvoering van beleid en vroegtijdig advies kunnen geven. Tegelijk constateren wij dat inwoners en in het bijzonder kinderen, jongeren en ouders bij deze verordening niet zichtbaar en intensief aan de voorkant betrokken zijn geweest. De participatie lijkt in de praktijk nu vooral plaats te vinden in de consultatiefase en in het beter toegankelijk maken van regels. Daarmee blijft participatie te veel beperkt tot reageren op een al grotendeels uitgewerkt juridisch kader. Daardoor ontstaat de vraag of de regels wel voldoende aansluiten bij wat inwoners en potentiële hulpvragers daadwerkelijk nodig hebben. De verordening wekt nu vooral de indruk van een juridisch strak kader, gericht op begrenzing, kostenbeheersing en risicoreductie voor de gemeente. Dat mag een bestuurlijk belang zijn, maar vraagt dan wel om open en eerlijke communicatie richting inwoners over de gemaakte keuzes, de achterliggende afwegingen en de gevolgen daarvan.

De ASDE adviseert daarom: ● om participatie van kinderen, jongeren en ouders structureel en aantoonbaar aan de voorkant van beleidsvorming te organiseren; ● om expliciet te toetsen of de regels aansluiten bij de leefwereld en behoeften van (potentiële) hulpvragers; ● om inwoners helder, begrijpelijk en goed onderbouwd te informeren over de bedoeling, grenzen en gevolgen van deze verordening; ● de nadere regels benoemd in lid 5, naast het tweede en derde lid, ook te betrekken op het vierde lid. Dat sluit ook aan bij de gemeentelijke visie om eerder samen op te trekken, de leefwereld centraal te zetten, transparant te zijn over keuzes en de menselijke maat leidend te laten zijn.

Wij nemen uw advies mee in de doorvertaling naar de beleidsregels en/of uitvoering.

Artikel 11 Betrekken van ingezetenen bij beleid

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17068596/1