CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 (ecologisch onderzoek)

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Sprenghenparc, Vaassen6.908 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo Huismanstraat 6 6851 GT Huissen M 06 – 55 47 65 53 a.vanproosdij@grasadvies.nl www.grasadvies.nl

Rapportage verkennend onderzoek (quickscan) flora & fauna Wet natuurbescherming Sprenghenparc te Vaassen

Opdrachtgever:

BHB

Projectcode:

BHB09519

Project:

Quickscan flora & fauna Sprenghenparc te Vaassen

Datum:

02-07-2021

Status:

Definitief

Auteur:

A. Tuitert & L.J. de Haan

Gecontroleerd:

A.S.J. van Proosdij/ Aanpassing, juni 2021 door M.W.J.Witjes

Colofon Opdracht Rapportage verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna conform de Wet natuurbescherming.

Opdrachtgever Buro Hoogstraat Kerkplein 5 8121 BM Olst Contactpersoon: Tel: Email:

F. Harbers 06 55476553 fabian.harbers@burohoogstraat.nl

Opdrachtnemer GRAS Advies Huismanstraat 6 6851 GT Huissen

Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo

Ons kenmerk: Datum: Versie: Contactpersoon:

BHB09519 Sprenhenparc Vaassen 20-12-2019

Definitief de heer M.W.J. Witjes

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................................................................................................................................. 5

1.1

Inleiding ............................................................................................................................................................... 5

1.2

Samenvatting ....................................................................................................................................................... 6

1.3

Uitgangspunten ................................................................................................................................................... 6

1.4

Projectgebied ...................................................................................................................................................... 7

2.

Wet natuurbescherming ....................................................................................................................................... 8

2.1

Natura 2000 ......................................................................................................................................................... 8

2.2

Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................................. 8

2.3

Houtopstanden .................................................................................................................................................... 9

2.4

Soortenbescherming ........................................................................................................................................... 9

3.

Werkwijze ............................................................................................................................................................ 11

4.

Resultaten beschermde gebieden ....................................................................................................................... 11

4.1

Natura 2000-gebieden....................................................................................................................................... 11

4.2

Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................................ 12

5.

Resultaten houtopstanden .................................................................................................................................. 13

6.

Resultaten beschermde soorten ......................................................................................................................... 13

6.1

Karakteristieken................................................................................................................................................. 13

6.2

Flora ................................................................................................................................................................... 14

6.3

Zoogdieren ........................................................................................................................................................ 14

6.4

Vleermuizen....................................................................................................................................................... 14

6.5

Vogels ................................................................................................................................................................ 15

6.6

Vissen, amfibieën en reptielen .......................................................................................................................... 16

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 3

6.7

Ongewervelden ...................................................................................................17

7.

Conclusies en advies ............................................................................................................................................ 17

7.1

Beschermde gebieden ....................................................................................................................................... 17

7.2

Houtopstanden .................................................................................................................................................. 17

7.3

Beschermde soorten ......................................................................................................................................... 17

7.4

Zorgplicht........................................................................................................................................................... 18

8.

Bronnen ............................................................................................................................................................... 18

9.

Woordenlijst ........................................................................................................................................................ 19

Bijlage 1

Luchtfoto inclusief projectgrenzen ........................................................................................................... 20

Bijlage 2

Impressie projectgebied ........................................................................................................................... 21

Bijlage 3

Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna ................................................................ 22

Bijlage 4

Stappenplan Ministerie van Economische Zaken ..................................................................................... 23

Bijlage 5

Plattegrond met registratienummers ....................................................................................................... 24

Bijlage 6

Registratieformulier .................................................................................................................................. 25

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 4

1. Inleiding 1.1 Inleiding Voor een terrein aan de rand van Vaassen tussen de Woestijnweg en het Kouwenaarspad bestaan herontwikkelingsplannen. Op het terrein staat een vrijstaande woning met een hellend pannendak, een houten schuurtje met een golfplatendak en een grote bedrijfshal die volledig uit plaatwerk bestaat. Het onderzoeksgebied bestaat verder grotendeels uit bouwland waarop in de zomermaanden mais wordt verbouwd. Verspreid in het gebied staan enkele bomen en zijn her en der ruigtes aanwezig. De bebouwing in het onderzoeksgebied wordt gesloopt en het terrein wordt herontwikkeld tot een park met seniorenwoningen. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Doelstelling rapport Het doel van dit verkennend onderzoek is het inzichtelijk brengen van de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het projectgebied.

Daarnaast wordt de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgstappen (vervolgonderzoeken). GRAS Advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De heer Dr. Ir. A.S.J. van Proosdij en de heer L.J. de Haan (MSc) van GRAS Advies en de heer A.H. Tuitert van Tuitert Natuuronderzoek zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NENEN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Vaassen, provincie Gelderland

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 5

1.2 Samenvatting Beschermde gebieden De voorgenomen herontwikkeling van het plangebied heeft – afgezien van stikstofdepositie – geen negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden. Voor zowel de aanlegfase (sloop huidige bebouwing en ontwikkelen seniorenwoningen) als de gebruiksfase geldt dat sprake kan zijn van een toename aan stikstofemissie. Gelet op de ligging van het onderzoeksgebied op relatief korte afstand van het Natura 2000-gebied Veluwe, kan een toename aan stikstofdepositie op daarvoor gevoelige habitats in het Natura 20000-gebied Veluwe of andere Natura 2000gebieden niet op voorhand worden uitgesloten. Aan de hand van een stikstofberekening zal vastgesteld moeten worden of de voorgenomen activiteit in de aanleg- en/of gebruiksfase leidt tot een toename aan stikstofdepositie op daarvoor gevoelige omliggende Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Het onderzoeksgebied ligt niet binnen de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het aangrenzende gebied rond de Egelbeek (natuurgebied De Korte Broek van het Geldersch Landschap) maakt wel onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland kent echter geen bepalingen over externe werking ten aanzien van GNN.

Nadere toetsing in het kader van de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is derhalve niet aan de orde. Houtopstanden Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied. Beschermde soorten Uit het verkennend natuuronderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied verschillende beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. Voor enkele soorten geldt dat ze zijn vrijgesteld op grond van de Wet natuurbescherming en voor de meeste vogelsoorten geldt dat hun nest niet jaarrond is beschermd. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is voor deze soorten niet noodzakelijk. Ten aanzien van de broedvogels geldt dat verstoring of aantasting van in gebruik zijnde nesten tijdens het broedseizoen (globaal half maart tot begin augustus) wel voorkomen moet worden. Mogelijk in het onderzoeksgebied voorkomende soorten die niet zijn vrijgesteld of vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is zijn: • Steenmarter • Bunzing • Hermelijn • Wezel • Huismus • Vleermuizen Naar deze soort(groep)en dient aanvullend onderzoek plaats te vinden. Indien één van deze soorten daadwerkelijk in het onderzoeksgebied aanwezig is, dan is mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”

1.3 Uitgangspunten Als uitgangspunt voor deze rapportage is de inkomende e-mail van de heer F. Harbers op 26 november 2019 met als onderwerp ‘RE: quickscan SPrenhenparc Vaassen’.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 6

1.4 Projectgebied Het projectgebied is gelegen in Vaassen, gemeente Epe (Afb. 1.4.1). Het is gelegen aan de Woestijnweg en Kouwenaarspad en bestaat uit de percelen kadastraal bekend onder sectie D nummers 3801, 4788 en 5663. Het terrein is momenteel in gebruik als agrarisch perceel. Op het terrein bevindt zich een boerderij met bijgebouwen en stal. Op het terrein staan meerdere bomen (Afb 1.4.2). De eigenaar is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en op het terrein nieuwbouw te realiseren. Mogelijk worden ook bomen gerooid. De exacte planning is nog niet bekend.

Afb. 1.4.1. Ligging van het projectgebied (rood kader).

Afb. 1.4.2. Luchtfoto van het projectgebied (binnen het rode kader).

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 7

2. Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht.

2.1 Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin: ▪ Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats; ▪ Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld. Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie.

Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap.

2.2 Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: ▪ Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) ▪ Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd ▪ Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer ▪ Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee ▪ Alle Natura 2000-gebieden Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 8

2.3 Houtopstanden De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2).

2.4 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden. • Soorten van de Vogelrichtlijn • Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn • Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan. • Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is • Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv.

volksgezondheid of openbare veiligheid) • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzij-principe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 9

Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening. Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode).

Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 10

3. Werkwijze Ten behoeve van deze quickscan flora & fauna is op twee manieren onderzocht of de voorgenomen ruimtelijke ingrepen mogelijk een negatief effect hebben op beschermde gebieden, plantensoorten en diersoorten en houtopstanden. Tijdens een voorbereidend bureauonderzoek is informatie verzameld over: a. het projectgebied en de positie van het projectgebied t.o.v. beschermde gebieden in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 4. Resultaten beschermde gebieden) b. de ligging van de te kappen houtopstanden ten opzichte van de bebouwde kom grens (Hoofdstuk 5: Resultaten houtopstanden) c. waarnemingen van plant- en diersoorten in het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 6: Resultaten beschermde soorten) Op basis van één verkennend veldonderzoek is de (kans op) aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten onderzocht in het projectgebied en in de directe omgeving van het projectgebied. Het terrein is onderzocht op basis van terreingesteldheid, potentiële aanwezigheid van beschermde soorten alsook de aanwezigheid van biotopen die geschikt zijn voor beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van bekende natuurinformatie (NDFF). Daarnaast is het omliggende gebied globaal geanalyseerd waarmee een inschatting gemaakt kan worden of het projectgebied geschikt kan zijn als leefgebied voor beschermde soorten.

4. Resultaten beschermde gebieden 4.1 Natura 2000-gebieden Het onderzoeksgebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is De Veluwe. De Egelbeek en het daar omheen gelegen natuurgebied Korte Broek dat onderdeel uitmaakt van het Natura 2000-gebied Veluwe ligt op ca. 150 meter afstand van het onderzoeksgebied (Afb. 4.1.1). Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 10 km) van het onderzoeksgebied. De voorgenomen ingreep bestaat uit de sloop van enkele gebouwen en herinrichting van het terrein met seniorenwoningen. De werkzaamheden zijn kortdurend en zullen niet leiden tot een significante verstoring van het ca. 150 meter verderop gelegen Natura 2000-gebied Veluwe. De Egelbeek vormt leefgebied voor de kwalificerende soorten drijvende waterweegbree, vliegend hert, meervleermuis en ijsvogel. Geen van deze soorten is erg gevoelig voor verstoring. Omdat van bronbemaling en heien geen sprake is, zal er geen verstoring zijn door trilling of verlaging van de grondwaterstand. Meervleermuis is wel gevoelig voor verlichting. Door het nemen van de volgende maatregelen is er geen negatief effect voor de meervleermuis: • Geen werkzaamheden uitvoeren tussen zonsondergang en zonsopgang in de aanlegfase.

• Het creëren van verlichting die door middel van een lichtsensor werkt, zodat er minder dan één uur licht, in de nachtelijke zoné is. • Door het aanplanten van een bosrand of singel van minimaal 10 meter breed aan de zijde tussen de bebouwing en het Natura2000 gebied. • Het aanleggen van een lichtdichte voorziening tussen de bebouwing en het Natura2000 gebied. Op deze manier is van lichtverstoring vanuit het plangebied op de Egelbeek geen sprake. Tussen het plangebied en de Egelbeek staan nog enkele woningen en een buurthuis en zijn enkele bosschages aanwezig die verlichting vanuit het plangebied afschermen. Van een verslechtering van de kwaliteit van de kwalificerende habitattypen en/of soorten van het betreffende Natura 2000-gebied is eveneens geen sprake. Het dichtbijgelegen deelgebied Egelbeek bevat geen kwalificerende habitattypen. Wel is hier zoekgebied aanwezig voor het habitattype H3260A Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels). Toekomstige ontwikkeling van dit habitattype wordt niet beïnvloed door de herontwikkeling van het plangebied.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 11

Voor zowel de aanlegfase (sloop huidige bebouwing en ontwikkelen seniorenwoningen) als de gebruiksfase geldt dat sprake zal zijn van een toename aan stikstofemissie. Gelet op de ligging van het onderzoeksgebied op relatief korte afstand van het Natura 2000-gebied Veluwe, kan een toename aan stikstofdepositie op daarvoor gevoelige habitats in het Natura 20000-gebied Veluwe of andere Natura 2000gebieden niet op voorhand worden uitgesloten. Aan de hand van een stikstofberekening zal vastgesteld moeten worden of de voorgenomen activiteit in de aanleg- en/of gebruiksfase leidt tot een toename aan stikstofdepositie op daarvoor gevoelige omliggende Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

Afb. 4.1.1. Ligging van het projectgebied (rood kader) t.o.v. Natura 2000-gebied (groene vlakken).

4.2 Natuurnetwerk Nederland Het onderzoeksgebied ligt niet binnen de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) (Afb. 4.2.1). Het aangrenzende gebied rond de Egelbeek (natuurgebied De Korte Broek van het Geldersch Landschap) maakt wel onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland kent echter geen bepalingen over externe werking ten aanzien van GNN. Nadere toetsing in het kader van de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is derhalve niet aan de orde.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 12

Afb. 4.2.1 Ligging van het projectgebied (rood kader) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (wit).

5. Resultaten houtopstanden Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.

6. Resultaten beschermde soorten 6.1 Karakteristieken Tijdens het locatieonderzoek zijn in het projectgebied verschillende elementen aangetroffen (Tabel 6.1.1.). De foto’s in bijlage 2 geven een impressie van de situatie ter plaatse. Het veldwerk is uitgevoerd door de heer A.H. Tuitert van Tuitert Natuuronderzoek in opdracht van GRAS Advies. Controleur Datum Dagdeel

A.H. Tuitert 18-12-2019 Middag

Tabel 6.1.1. Aangetroffen elementen. Elementen Gebouwen Water Houtachtige vegetatie Kruidachtige vegetatie Moeras en verlandingszone Agrarisch gebied Werken

Aanwezig Ja Nee Ja Ja Nee Ja Nee

Omschrijving Diverse bomen, diverse struiken Grasveld; ruigtes Agrarisch perceel -

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 13

Erf / tuin / privé Bestrating / verharding

Ja Ja

Erf Bestrating

6.2 Flora Er zijn geen verspreidingsgegevens van beschermde plantensoorten bekend uit het onderzoeksgebied. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Op de gevels van de bebouwing zijn geen beschermde soorten muurplanten waargenomen. Het bouwland vormt ook geen geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten. Elders op het terrein is meer ruderaal terrein aanwezig. Ook hier zijn geen specifieke standplaatseisen van beschermde plantensoorten aanwezig. Aanwezigheid van beschermde plantensoorten in het onderzoeksgebied kan op voorhand worden uitgesloten. Een nader onderzoek naar beschermde flora en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.3 Zoogdieren Er zijn geen verspreidingsgegevens van zoogdiersoorten bekend uit het onderzoeksgebied zelf. Van de wijdere omgeving (natuurgebied Korte Broek) zijn waarnemingen bekend van de zoogdiersoorten das, ree en haas. Op het bouwland zijn sporen van ree aangetroffen tijdens het veldbezoek. Reeën gebruiken het onderzoeksgebied als foerageergebied. Ditzelfde geldt voor andere algemeen voorkomende zoogdiersoorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming geldt zoals enkele muizensoorten, haas en mogelijk vos. Tijdens het veldbezoek is de bebouwing bekeken op toegankelijkheid voor steenmarter. De woning is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor de steenmarter. Tijdens het veldbezoek was de woning niet toegankelijk voor een visuele inspectie. Aan de hand van een aanvullend veldbezoek dient vastgesteld te worden of de woning door steenmarter wordt gebruikt als verblijfplaats. Er zijn geen sporen van das aangetroffen in het onderzoeksgebied. In de aarden wal rond de grote hal zijn geen grotere holtes aanwezig. Mogelijk maken dassen incidenteel gebruik van het maisperceel om te foerageren. Van essentieel foerageergebied is geen sprake. In de directe omgeving (natuurgebied Korte Broek rond de Egelbeek) zijn veel geschikte natte graslanden en bosschages aanwezig waarin de das kan foerageren.

In de bomen in het onderzoeksgebied zijn geen eekhoornnesten aangetroffen tijdens het veldbezoek. Er zijn ook geen grotere holtes in bomen aanwezig waarin eekhoorn of boommarter kunnen verblijven. Het ruderale terrein achter de woning en rond de grote bedrijfshal vormt geschikt leefgebied voor de kleine marterachtigen wezel, hermelijn en bunzing. Hier zijn ruigtes aanwezig en hopen stenen, hout en opgestapelde pallets vormen geschikte schuilmogelijkheden. Aan de hand van aanvullend onderzoek dient vastgesteld te worden of wezel, hermelijn of bunzing in het onderzoeksgebied aanwezig zijn. Voor de meeste soorten overige beschermde zoogdieren geldt dat aanwezigheid in het onderzoeksgebied kan worden uitgesloten of dat ze zijn vrijgesteld op grond van de Wet natuurbescherming. Alleen de niet-vrijgestelde soorten steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel kunnen in het onderzoeksgebied voorkomen. Aan de hand van aanvullend onderzoek dient vastgesteld te worden of (één van) deze soorten in het onderzoeksgebied aanwezig is. Indien dit het geval is, dan is voor de voorgenomen herontwikkeling mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

6.4 Vleermuizen Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is de potentie onderzocht van het terrein voor vleermuizen en is gelet op sporen. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van gebouwen.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 14

Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor de checklist van het huidig geldende Vleermuisprotocol (2017) aangehouden. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat de woning in het onderzoeksgebied potentieel geschikt is als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Het gebouw bevat geen spouwmuren, maar wel een hellend pannendak met diverse mogelijkheden voor vleermuizen om in holle ruimtes in de dakconstructie te komen. Ook kunnen vleermuizen achter houten betimmering verblijven. Het houten schuurtje met golfplaten dak en de grote bedrijfshal zijn ongeschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. In enkele bomen in het onderzoeksgebied zijn holtes aanwezig waarin boombewonende vleermuizen kunnen verblijven (Afb. 6.4.1). Aanwezigheid van boombewonende vleermuizen in het onderzoeksgebied kan niet op voorhand worden uitgesloten.

In het onderzoeksgebied zijn geen doorgaande lijnvormige landschapsstructuren aanwezig die als vliegroute voor vleermuizen kunnen dienen. Wel kunnen vleermuizen het onderzoeksgebied gebruiken als foerageergebied. Met name de terreindelen waarin begroeiing aanwezig is rond de woning en de bedrijfshal zijn geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Het bouwland waarop mais wordt geteeld is minder geschikt als foerageergebied. Van essentieel foerageergebied is echter geen sprake. In de directe omgeving van het onderzoeksgebied is veel geschikt foerageergebied voor vleermuizen aanwezig in de vorm van tuinen, bosschages, natte graslanden en water zoals de Egelbeek.

Figuur 6.4.1 Voor boombewonende vleermuizen geschikte holte in een boom in het onderzoeksgebied.

Aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de woningen en in enkele bomen in het onderzoeksgebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Aan de hand van aanvullend vleermuisonderzoek dient vastgesteld te worden of daadwerkelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Indien dit het geval is, dan is voor de voorgenomen herontwikkeling mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

6.5 Vogels Er zijn geen waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats bekend uit het onderzoeksgebied. Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat de woning potentieel geschikt is als nestplaats voor de huismus. De woning heeft een hellend pannendak met diverse openingen waardoor huismussen in de dakconstructie kunnen Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 15

nestelen. Tijdens het veldbezoek zijn meerdere roepende huismussen gehoord vanuit begroeiing rondom de woning. De woning is ongeschikt als nestplaats voor de gierzwaluw. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen (braakballen, uitwerpselen) van uilen aangetroffen in de bebouwing in het onderzoeksgebied. Ook onder de coniferen in het onderzoeksgebied zijn geen braakballen van ransuil aangetroffen. Verblijfplaatsen van uilen in het onderzoeksgebied kan op voorhand worden uitgesloten. In de NDFF is een vastgesteld territorium van steenuil ingevoerd op een boerenerf aan de Kortenbroekweg 13 op ca. 500 meter afstand van het onderzoeksgebied. Het leefgebied van steenuilen beperkt zich tot enkele honderden meters rondom de verblijfplaats. Het onderzoeksgebied maakt geen onderdeel uit van het leefgebied van het steenuilenpaar aan de Kortenbroekweg. In de bomen in het onderzoeksgebied zijn tijdens het veldbezoek geen grotere nesten van roofvogels, ransuil of roek aangetroffen. Ook in de directe omgeving zijn geen nesten van boombewonende vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats aanwezig. In het onderzoeksgebied broeden geen boombewonende vogels met een jaarrond beschermde nestplaats. Tijdens het veldbezoek werd wel een groene specht gehoord, maar het nest van een groene specht is niet jaarrond beschermd.

In begroeiing en ruigtes in het onderzoeksgebied kunnen verder diverse algemeen voorkomende zangvogels broeden waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer ze gedurende het broedseizoen (globaal ca. half maart tot begin augustus) in gebruik zijn. Dan mogen ze niet verstoord of vernietigd worden.

Figuur 6.5.1 Voor huismus geschikte openingen in de dakconstructie.

Aanwezigheid van nestplaatsen van de huismus in de woning in het onderzoeksgebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Aan de hand van aanvullend onderzoek dient vastgesteld te worden of daadwerkelijk nestplaatsen van huismus aanwezig zijn. Indien dit het geval is, dan is voor de voorgenomen herontwikkeling mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

6.6 Vissen, amfibieën en reptielen Er zijn geen verspreidingsgegevens van beschermde soorten vissen, amfibieën en reptielen bekend uit het onderzoeksgebied. In het onderzoeksgebied is geen oppervlaktewater aanwezig dat kan dienen als Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 16

voortplantingswater voor vissen, amfibieën of ringslang. Het onderzoeksgebied bevat ook geen geschikt landbiotoop voor niet-vrijgestelde beschermde soorten amfibieën zoals de in de omgeving aanwezige poelkikker. Het ruderale terrein in het onderzoeksgebied is potentieel geschikt als leefgebied voor de reptielensoorten hazelworm en levendbarende hagedis. Het betreft echter een kleine oppervlakte en aangrenzend ontbreek geschikt leefgebied. Beide soorten worden derhalve niet in het onderzoeksgebied verwacht. Aanwezigheid van verblijfplaatsen of leefgebied van beschermde soorten vissen, amfibieën en reptielen kan op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek naar vissen, amfibieën en reptielen of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

6.7 Ongewervelden Er zijn geen verspreidingsgegevens van beschermde soorten ongewervelden bekend uit het onderzoeksgebied. In de wijdere omgeving is de sleedoornpage vastgesteld en is ook geschikt leefgebied voor vliegend hert aanwezig. In het onderzoeksgebied ontbreekt geschikt leefgebied voor deze of andere beschermde soorten ongewervelden. Er is geen sleedoornstruweel in het onderzoeksgebied aanwezig en oude aftakelende eiken ontbreken eveneens in het gebied. Aanwezigheid van verblijfplaatsen of leefgebied van beschermde soorten ongewervelden kan op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek naar ongewervelden of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

7. Conclusies en advies 7.1 Beschermde gebieden De voorgenomen herontwikkeling van het plangebied heeft – afgezien van stikstofdepositie – geen negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden. Voor zowel de aanlegfase (sloop huidige bebouwing en ontwikkelen seniorenwoningen) als de gebruiksfase geldt dat sprake kan zijn van een toename aan stikstofemissie. Gelet op de ligging van het onderzoeksgebied op relatief korte afstand van het Natura 2000-gebied Veluwe, kan een toename aan stikstofdepositie op daarvoor gevoelige habitats in het Natura 20000-gebied Veluwe of andere Natura 2000gebieden niet op voorhand worden uitgesloten. Aan de hand van een stikstofberekening zal vastgesteld moeten worden of de voorgenomen activiteit in de aanleg- en/of gebruiksfase leidt tot een toename aan stikstofdepositie op daarvoor gevoelige omliggende Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Het onderzoeksgebied ligt niet binnen de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het aangrenzende gebied rond de Egelbeek (natuurgebied De Korte Broek van het Geldersch Landschap) maakt wel onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland kent echter geen bepalingen over externe werking ten aanzien van GNN.

Nadere toetsing in het kader van de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is derhalve niet aan de orde.

7.2 Houtopstanden Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.

7.3 Beschermde soorten Uit het verkennend natuuronderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied verschillende beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. Voor enkele soorten geldt dat ze zijn vrijgesteld op grond van de Wet natuurbescherming en voor de meeste vogelsoorten geldt dat hun nest niet jaarrond is beschermd. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is voor deze soorten niet noodzakelijk. Ten aanzien van de

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 17

broedvogels geldt dat verstoring of aantasting van in gebruik zijnde nesten tijdens het broedseizoen (globaal half maart tot begin augustus) wel voorkomen moet worden. Mogelijk in het onderzoeksgebied voorkomende soorten die niet zijn vrijgesteld of vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is zijn: • Steenmarter • Bunzing • Hermelijn • Wezel • Huismus • Vleermuizen Naar deze soort(groep)en dient aanvullend onderzoek plaats te vinden. Indien één van deze soorten daadwerkelijk in het onderzoeksgebied aanwezig is, dan is mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

7.4 Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”

8. Bronnen Boeken • Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 2005 • Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Stichting Floron, Nijmegen 2011 • Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999 Internet • https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-10-01 De Wet natuurbescherming met de onderdelen Natura 2000-gebieden, Houtopstanden en Soorten inclusief de beschermingsregimes Habitatrichtlijnsoorten, Vogelrichtlijnsoorten en Andere soorten. Geraadpleegd op 20-12-2019 • http://www.synbiosys.alterra.nl Onderzoeksinstituut Alterra draagt door deskundig en onafhankelijk onderzoek bij aan het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige en duurzame groene leefomgeving. Geraadpleegd op 20-12-2019 • http://kadviewer.map5.nl Kadviewer is een online kaartendienst waarmee geografische locaties opgezocht kunnen worden. Geraadpleegd op 20-12-2019 • https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ Provinciale verordening m.b.t. de Wet natuurbescherming en vrijgestelde soorten. Geraadpleegd op 20-12-2019

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 18

9. Woordenlijst Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden. Zorgplicht ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In de praktijk betekend dit: 1. Voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 2. Beperken dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 3.

Ongedaan maken van toegebrachte schade Een voorbeeld van invulling geven aan de zorgplicht: ▪ Bij het kappen van bomen controleren op mogelijke broedgevallen buiten het broedseizoen om. Passende gedragscode Een gedragscode is een ontheffing voor de beschreven maatregelen in bepaalde werken. De gedragscode geeft invulling aan de zorgplicht en het zorgvuldig handelen. Er zijn diverse gedragscodes, afhankelijk van het type werk: besteding beheer en onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Gedragscode worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. Vervolgens dienen deze opnieuw gekeurd te worden. **De Gedragscode dient nog te worden herschreven / aangepast t.o.v. de Wet natuurbescherming 2017.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 19

Bijlage 1 Luchtfoto inclusief projectgrenzen

Projectgebied met grenzen (rode lijnen).

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 20

Bijlage 2 Impressie projectgebied

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 21

Bijlage 3 Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna In het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming wordt onderzoek gedaan naar het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in het projectgebied. Ook wordt de ligging van het projectgebied onderzocht t.o.v. beschermde gebieden behorende tot het Natura 2000 netwerk en Natuurnetwerk Nederland. De volgende werkzaamheden behoren tot het verkennend onderzoek. Voorbereidend onderzoek • Verzamelen van gebiedsinformatie • Verzamelen van soorteninformatie en verspreidingsgebied • Informatie verzamelen over voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied Verkennend veldonderzoek met inspectie van het terrein en/of gebouwen • Tijdens het veldonderzoek wordt het projectgebied en de directe omgeving geïnventariseerd op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt gekeken of het projectgebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten. Het verkennend veldonderzoek geeft daarmee inzicht in de kans op aanwezigheid van beschermde soorten. Het is geen gedetailleerd en gespecialiseerd onderzoek. • Het is mogelijk dat er objecten of plekken zijn die niet de inspecteren zijn door de controleur. Dit kan bijvoorbeeld een watergang (vissen en amfibieën) zijn of holtes, spouwen en kieren in bomen en gebouwen (vleermuizen).

Onderzoek van dergelijke objecten en plekken vereist in elk geval aanvullend onderzoek door een deskundige. • Indien tijdens het verkennend veldonderzoek de aanwezigheid van beschermde soorten wordt vastgesteld, en/of plekken zijn aangetroffen die kunnen fungeren als habitat voor beschermde soorten, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Indien een watervoerende watergang / sloot wordt aangetroffen (in verbinding staand met andere watergangen), en de kans bestaat dat er beschermde soorten in voorkomen is altijd een nader onderzoek noodzakelijk. • Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd door een deskundige op het gebied van de betreffende (mogelijk) aanwezige soort(en) en geeft uitsluitsel over welke beschermde soorten aanwezig zijn, in welke aantallen, op welke locaties en welke functie die locaties hebben. • Aanvullend onderzoek maakt geen onderdeel uit van een verkennend onderzoek (quickscan). Aanvullend onderzoek kan als meerwerk verrekend worden bovenop het verkennend onderzoek. Advies en rapportage • De resultaten van het verkennend onderzoek worden gepresenteerd in een rapportage. • In de rapportage wordt aangegeven of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en indien dit noodzakelijk is, voor welke soortgroep(en). • In de rapportage wordt een advies gegeven met betrekking tot het vervolgtraject.

• In het geval aanvullend onderzoek noodzakelijk is, kunnen wij u adviseren over de planning en doorlooptijd van deze onderzoeken.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 22

Bijlage 4 Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 23

Bijlage 5 Plattegrond met registratienummers

Projectgebied (rood kader) met geschikt leefgebied voor de bunzing, hermelijn en wezel (geel, A), geschikte holtes in bomen voor vleermuizen (blauw, B), geschikte nestlocatie voor de huismus (oranje, C), geschikt leefgebied voor de steenmarter (oranje, D) en geschikt leefgebied voor zangvogels (blauw, E).

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 24

Bijlage 6 Registratieformulier Registratieformulier verkennend Flora- en fauna onderzoek Gemeente: Straat / locatie: Nadere plaatsbepaling:

Zevenaar Edisonstraat Tussen Didamseweg en Fahrenheitstraat

Datum: Tijdstip + weer:

13-12-2019 Middag, regen, 4 °C, wind OZO, 3 Bft

Controleur:

L.J. de Haan

Deel II Leefgebied Code A B

Leefgebied van soortgroep

Soort

Waarneming

Zoogdieren

Bunzing, hermelijn en wezel

Ruigte, stapels stenen en hout

Boombewonend

Geschikte bomen

Huismus

Geschikte nestlocatie

Zoogdieren

Steenmarter

Geschikte verblijfplaats

Vogels

Zangvogels

Geschikte bosschage

Vleermuizen Vogel

C D E

Opmerking / inspectie

Mogelijke verblijfplaats

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Sprenghenparc Vaassen Projectnummer:BHB09519 Blad 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12085306/1