Bijlage 4 - Bestemmingsplan Buitengebied, herstelplan 2020 Toelichting met wijziging
Tekst van het document
Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.49. Zienswijze van [reclamant], d.d. 1 maart 2021 (ingekomen op 5 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
34 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
4.4.50. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2 Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.51. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.52. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingekomen op 3 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.53 Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1.
Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
35 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
5. Reactie individuele zienswijzen solitaire recreatiewoningen 5.1. Algemeen In dit hoofdstuk worden de individuele zienswijzen behandeld die betrekking hebben op solitaire recreatiewoningen met de bestemming Recreatie – Recreatiewoning. Voor de algemene reactie over dit onderwerp verwijzen wij naar paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota. De zienswijzen categoriseren wij in twee groepen. Allereerst worden in paragraaf 5.2 de 6 zienswijzen behandeld die betrekking hebben op een recreatiewoning die in het plangebied ligt en dus deel uit maakt van het Herstelplan 2020. Vervolgens worden in paragraaf 5.3 de 18 zienswijzen behandeld die betrekking hebben op recreatiewoningen die niet in het plangebied liggen en dus ook geen deel uitmaken van het Herstelplan 2020.
5.2. Zienswijzen over solitaire recreatiewoningen binnen het plangebied 5.2.1. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingekomen op 10 februari 2021) Samenvatting reactie a. Reclamant vraagt om uitleg m.b.t. ‘2.1.d’ (permanente bewoning van de recreatiewoning, ter plaatse van de functieaanduiding "wonen" met dien verstande dat de permanente bewoning van de recreatiewoning niet meer is toegestaan zodra de permanente bewoning van de recreatiewoning gedurende minimaal een jaar is gestaakt). b. Reclamant maakt de gemeenteraad erop attent dat bewonen een diepere betekenis heeft dan recreëren “waarbij de mogelijkheid moet bestaan om naast de woning ook te kunnen beschikken over een garage/berging, aangezien de huidige leefomstandigheden met de daarbij behorende attributen als huisraad e.d. veel uitgebreider zijn dan het in het verleden wat geminimaliseerde recreëren.” c. Het handhavingsbeleid heeft volgens reclamant geleid tot verloedering daar voorheen netjes opgeborgen attributen nu duidelijk zichtbaar aanwezig zijn. Reactie gemeente a. De regeling die reclamant aanhaalt betreft artikel 3.3 van het Herstelplan 2018.
De genoemde regeling is een vorm van positief bestemmen, waarbij aan het bestaande gebruik (wonen) weliswaar geen beperkingen zijn gesteld, maar waarbij dit gebruik niet opnieuw een aanvang mag nemen, indien dit is beëindigd en een ander gebruik dat wel in overeenstemming is met het plan is aangevangen. In het Herstelplan 2018 is deze planologische regeling voor zes recreatiewoningen met een BOV-status opgenomen. In het Herstelplan 2020 is de aanduiding ‘wonen’ ook opgenomen voor de overige 38 recreatiewoningen met dezelfde BOV-status, waaronder de recreatiewoning van reclamant, omdat het vergelijkbare gevallen zijn (zie verder paragraaf 2.4). b. Het verzoek om extra bebouwing toe te staan bij recreatiewoningen met een BOV-status was onderdeel van de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan Buitengebied Epe van 23 maart 2017. In de uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:1887) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) hierover het volgende aangegeven. “Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad er in redelijkheid voor kunnen kiezen om niet te voorzien in een verruiming van de in artikel 18, lid 18.2, onder a, sub 2, van de planregels opgenomen bouwmogelijkheden.
(…) Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de raad heeft toegelicht dat hij een verruiming van de bouw mogelijkheden op gronden met de bestemming "Recreatie - Recreatiewoning" niet wenselijk acht, nu dit leidt tot verdere verstening van het buitengebied en aantasting van het omliggende bosgebied.” De overweging van de Afdeling is nog steeds van toepassing. Het beleid is sinds de uitspraak niet gewijzigd. Dit betekent dat er geen aanleiding is om mee te werken aan een verruiming van de bouwmogelijkheden op het perceel van reclamant. c. Het handhavingsbeleid is geen onderdeel van de voorliggende procedure. De opmerking van reclamant wordt dan ook voor kennisgeving aangenomen.
36 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.2.2. Zienswijze van [reclamant], 23 februari 2021 (ingekomen op 25 februari 2021). Samenvatting reactie a. Reclamanten maken bezwaar tegen de voorgenomen wijziging van de bestemming van hun adres Laarstraat 69 naar de bestemming ‘Recreatie – Recreatiewoning’ met de functieaanduiding wonen. Deze bestemming is niet in overeenstemming met de huidige feitelijke situatie van een vergunde en dus legale woning. b. Reclamanten hebben van de heer M.E. Tiemens een bericht ontvangen – mede namens burgemeester en wethouders – waarin staat dat de woning niet gewijzigd is ten opzicht van het voorgaande bestemmingsplan. Daarbij halen zij nog aan dat het conform de uitspraak van de RvS (’19, zie bijlage) het niet toegestaan is de woning een tweede maal onder het overgangsrecht te plaatsen. c. De woning is in 2019 nog gecontroleerd en er is destijds vastgesteld dat er geen sprake is van (een) overtreding(en). Na die datum hebben er geen wijzigingen plaatsgevonden. d. De woning is op dit moment vergund als woning en niet als recreatiewoning (zie bijlage beslissing op bouwvergunning). Reclamanten maken bezwaar tegen de uitsterfregeling en stellen dat deze in strijd is met de in ’99 vastgestelde bouwvergunning. e. Reclamanten maken r.o.
48.1 uit de uitspraak uit ’18 als hen eigen, hierin wordt met zoveel woorden gezegd: “Het opnieuw onder het overgangsrecht brengen van bestaand legaal gebruik kan slechts onder bijzondere omstandigheden aanvaardbaar zijn. Hiervoor is vereist dat zicht bestaat op beëindiging van het legale gebruik binnen de planperiode. Indien dit niet het geval is, betekent dit niet dat het gebruik als zodanig moet worden bestemd. Gebruik in strijd met een geldende bestemming of gebruik dat onder het overgangsrecht valt, doet namelijk op zichzelf geen gerechtvaardigde verwachtingen ontstaan over een toe te kennen bestemming. Indien de raad van mening is dat het als zodanig bestemmen van het gebruik niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, ligt het op de weg van de raad om te bezien welke regeling kan worden getroffen om het bestaande legale gebruik in het plan te kunnen voortzetten.” Reclamanten stellen dat het opnemen van de bestemming wonen voor hun adres de enige juiste is. f. De bestemming Recreatie – Recreatiewoning met de functieaanduiding ‘wonen’ leidt tot veel onduidelijk- en onzekerheid zoals blijkt uit een in de bijlage toegevoegd bericht van een ambtelijk deskundige. g. Het verzoek en advies van reclamanten is het opnemen van de bestemming Wonen op alle gevallen waar de bestemming Recreatie – Recreatiewoning met de functieaanduiding ‘wonen’ is gelegd.
Daarbij halen zij aan dat wat betreft de uitsterfregeling: “de toegepaste regel inzake het gebruik als recht rustende op de onroerende zaak is niet aan uitsterven onderhevig”. h. Reclamanten merken tot slot op dat in de regels in de inhoud wordt verwezen naar OvergangsSlotregels onder 4 maar deze niet zijn opgenomen. Zij verzoeken dit te herstellen. Reactie gemeente a. In tegenstelling tot hetgeen reclamant aangeeft heeft het perceel nooit een Woonbestemming gehad. Wel rust op het object een objectgebonden beschikking (BOV-status) en dat betekent dat er gewoond mag worden zolang het gebruik niet meer dan een jaar is onderbroken. Met betrekking tot de recreatiewoningen met BOV-status heeft de Raad van State uitspraak gedaan. Deze uitspraak heeft ertoe geleid dat deze recreatiewoningen de aanduiding ‘wonen’ hebben gekregen (zie verder paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota). b. De opmerking die in de genoemde bijlage is gedaan is correct. De bestemming is altijd Recreatiewoning geweest. De opmerking met betrekking tot het overgangsrecht is eveneens correct. c. In het controleverslag staat dat voor de recreatiewoningen en bijbehorende bouwwerken op 21 juni 1999 vergunning is verleend. Deze opmerking is correct, maar zegt niks over de wijze van bestemmen in het voorliggende bestemmingsplan. d. Voor Laarstraat 69 Emst is inderdaad vergunning verleend.
Naar aanleiding daarvan heeft de recreatiewoning een BOV-status gekregen, op basis waarvan nu de aanduiding ‘wonen’ is toegekend (zie verder paragraaf 2.4. van deze zienswijzennota). e. Op basis van deze bouwvergunning heeft de recreatiewoning van reclamant een grotere inhoudsmaat dan thans op basis van de regels is toegestaan. Als gevolg hiervan valt de
37 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
recreatiewoning onder het bouwovergangsrecht. Aangezien er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de recreatiewoning binnen de planperiode wordt verkleind tot de toegestane inhoudsmaat, ligt het voor de hand om deze inhoud positief te bestemmen. Op de recreatiewoning van reclamant wordt dan ook de aanduiding ‘bestaande inhoud’ gelegd. In de regels, gekoppeld aan deze aanduiding wordt geregeld dat de bestaande inhoud van de recreatiewoning bij recht is toegestaan. f. In het Herstelplan 2020 wordt voor de recreatiewoning overeenkomstig het beleid inzake de vertaling van de BOV-status in een bestemmingsplan, zoals ook uit Herstelplan 2018 blijkt, de aanduiding ‘wonen’ toegevoegd. Daarbij hoort een uitsterfregeling die ook is opgenomen in het Herstelplan 2018. Hiermee wordt de huidige woonsituatie van de recreatiewoning bevestigd en is de regeling voor de woning hetzelfde als voor vergelijkbare situaties, inclusief de uitsterfregeling. Bij deze uitsterfregeling is geen sprake van het onder het overgangsrecht brengen van het huidige gebruik van de woning; die wordt immers door de toegevoegde aanduiding ‘wonen’ bevestigd. De uitsterfregeling zelf is duidelijk: indien het gebouw gedurende een jaar niet permanent wordt bewoond, vervalt de mogelijkheid de woning al zodanig te gebruiken. Niet is gebleken dat dit tot onzekerheid of onduidelijkheid leidt. g.
Zie beantwoording onder e). h. Zoals in paragraaf 2.4 is aangegeven, volgt de wijze van bestemmen uit de uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe. Er is geen aanleiding om niet vast te houden aan deze wijze van bestemmen, die ook al in het Herstelplan 2018 is toegepast. i. Wij zullen Hoofdstuk 4 Overgang- en slotregels verder aanvullen. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. - Hoofdstuk 4 van de regels, de overgang- en slotregels, worden aangevuld met overgangsbepalingen. - Op de recreatiewoning op het perceel Laarstraat 69 in Emst wordt de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - bestaande inhoud’ gelegd. In de regels wordt opgenomen dat ter plaatse van deze aanduiding de bestaande inhoud van de recreatiewoning is toegestaan. 5.2.3 Zienswijze van [reclamant], d.d. 03 maart 2021 (ingekomen op 04 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. Reclamant is sinds 1 juli 2004 eigenaar van het perceel met opstallen Woesterbergweg 46. Het pand is sinds de bouw medio 2000 tot nu, onafgebroken in gebruik geweest als permanente woning. b. Reclamant is van mening dat zijn woning moet worden voorzien van de reguliere woonbestemming (het bepaalde in art. 26 van het vigerende bestemmingsplan aangevuld met het voorgestelde art. 3.7 van toepassing wordt verklaard).
Er zijn geen ruimtelijk relevante redenen om te (blijven) kiezen voor een recreatiebestemming en uit de feitelijke omstandigheden blijkt ook duidelijk dat er sprake is van een regulieren woonbestemming: in 1999 is door het college meegedeeld aan de architect van de rechtsvoorganger van de heer van Bussel dat er toestemming werd verleend het destijds bestaande gebouw te slopen terwijl er daarna dan een bouwvergunning kon worden verleend voor de bouw van een woning met bijgebouw elders op het terrein. Deze bouwvergunning is op 3 juni 1999 aangevraagd. In het ambtelijk advies n.a.v. deze aanvraag werd gemeld dat men voornemens was het perceel te voorzien van een formele woonbestemming. Op 25 november 1999 werd de bouwvergunning verleend. Maar de herbestemming is er nooit gekomen. c. In de huidige constructie blijft het uitgangspunt een recreatiewoning terwijl daar nooit sprake van is geweest ten aanzien van de huidige woning. Ook is deze niet volledig positief bestemd wat betekent dat deze onder het bouwovergangsrecht gebracht of gelaten wordt. d. Reclamant haalt rechtspraak van de RvS aan waarin is bepaald dat gebruik dat niet binnen de komende planperiode zal of kan worden beëindigd in principe positief moet worden bestemd. Onder omstandigheden kan het voorkomen dat dit uitgangspunt wordt vervangen door passende maatregelen maar dat kan hier niet aan de hand zijn. e.
Reclamant kan zich voorstellen dat de huidige constructie wordt toegepast bij recreatiewoningen die als zodanig zijn vergund maar nu permanent bewoond worden. f. Maar deze situatie doet zich in het geval van reclamant niet voor. De woning van reclamant is niet alleen voor wat betreft de bouw en het gebruik vergund als een woning maar ook voor wat betreft de bouwregels. Zelfs als het gebruik één jaar niet zal plaatsvinden blijft de situatie bestaan van
38 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
een gebouw dat ongeveer twee keer groter is dan wat is toegestaan onder de bouwregels voor recreatiewoningen. g. Subsidiair verzoekt reclamant dan ook dat, mocht de huidige aanduiding in stand blijven, dat de bestaande (vergunde) bebouwing niet onder het overgangsrecht wordt gelaten maar positief wordt bestemd. Reactie gemeente a. De opmerking van reclamant wordt voor kennisgeving aangenomen. b. Reclamant is eigenaar van een recreatiewoning aan de Woesterbergweg 46 in Emst. De recreatiewoning van reclamant bevindt zich in het plangedeelte waar voorheen het bestemmingsplan "Wissel en Schaveren" gold. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 12 mei 2011. In 2012 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan (zaaknummer 201108262/1/R2) ten aanzien van een aantal ingestelde beroepen tegen de vaststelling van het bestemmingsplan “Wissel en Schaveren”. Daarbij is een aantal beroepen tegen het niet toekennen van een woonbestemming aan percelen met een recreatiewoning ongegrond verklaard. Vervolgens is het bestemmingsplan Buitengebied Epe vastgesteld. Ook tegen de vaststelling van dit plan is beroep ingesteld, waarbij het niet toekennen van een woonbestemming onderdeel was van het geschil.
De Raad van State heeft uitspraak gedaan in deze procedure (ECLI:NL:RVS:2018:1887) en geoordeeld dat terecht geen woonbestemming is toegekend aan deze recreatiewoningen. Er zijn, gelet op de recente uitspraak tegen het bestemmingsplan Buitengebied Epe, het recent vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2018 en het gegeven dat er geen gewijzigd beleid is sinds de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied Epe, ook verder geen redenen de bestemming aan te passen. Er zijn dan ook geen feiten of omstandigheden die aanleiding geven om nu een woonbestemming aan de recreatiewoning van reclamant toe te kennen. Aan het verzoek wordt niet tegemoet gekomen. met betrekking tot de opmerking over de toezegging merken wij op dat dit reeds bij de vaststelling van het bestemmingsplan Wissel en Schaveren en het bestemmingsplan Buitengebied Epe aan de orde geweest. De stelling van reclamant dat een toezegging gedaan zou zijn dat het perceel een woonbestemming zou krijgen is in de genoemde beroepsprocedures aan de orde geweest. Het betoog hierover heeft destijds gefaald. Sindsdien is er geen aanleiding ontstaan om nu anders te oordelen. c. In tegenstelling tot hetgeen reclamant aangeeft, heeft is er nooit sprake geweest van een Woonbestemming. Wel is een bouwvergunning afgegeven, vooruitlopend op een eventuele omzetting naar een woonbestemming, voor een grotere inhoud.
Op basis van deze bouwvergunning heeft de recreatiewoning van reclamant een grotere inhoudsmaat dan thans op basis van de regels is toegestaan. Als gevolg hiervan valt de recreatiewoning onder het bouwovergangsrecht. Aangezien er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de recreatiewoning binnen de planperiode wordt verkleind tot de toegestane inhoudsmaat, ligt het voor de hand om deze inhoud positief te bestemmen. Op de recreatiewoning van reclamant wordt dan ook de aanduiding ‘bestaande inhoud’ gelegd. In de regels, gekoppeld aan deze aanduiding wordt geregeld dat de bestaande inhoud van de recreatiewoning bij recht is toegestaan. d. Reclamant haalt de uitspraak van de Raad van State over de wijze van bestemmen aan. Voor onze reactie hierop verwijzen wij naar hetgeen is opgeschreven in paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota. e. Zie de beantwoording onder c. f. Zie de beantwoording onder c. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. - Op de recreatiewoning op het perceel Woesterbergweg 46 in Emst wordt de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - bestaande inhoud’ gelegd. In de regels wordt opgenomen dat ter plaatse van deze aanduiding de bestaande inhoud van de recreatiewoning is toegestaan.
39 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
5.2.4. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze Ingegaan wordt op de totstandkoming van de woning op het naburig perceel, Laarstraat 42 8166 GS Emst. Reclamant heeft een agrarisch bedrijf. Uit controles blijkt het bedrijf aan de regelgeving te voldoen. De regelgeving wordt echter steeds strenger (stikstof, natuurbescherming). De vraag en angst is dan ook dat mogelijk nieuwe bewoners bezwaar gaan maken tegen de agrarische activiteiten en dat zij wellicht meer recht van spreken hebben als hun woning verandert in bestemming wonen. Duidelijk is dat de gemeente in dit geval de nodige steken heeft laten vallen. Nu wordt alles min of meer rechtgetrokken en zou het bedrijf de dupe kunnen worden van het wanbeleid in deze kwestie. Daarom wordt bezwaar tegen de voorgenomen hersteloperatie gemaakt om te voorkomen dat het agrarisch bedrijf een verbod krijgt op bedrijfsontwikkeling of de agrarische bestemming verliest, omdat Laarstraat 42 daar aanleiding voor geeft. Gevraagd wordt hierin duidelijkheid te verschaffen. Reactie gemeente Allereerst merken wij op dat het perceel Laarstraat 42 in Emst geen Woonbestemming krijgt. Het perceel behoudt de bestemming Recreatie – Recreatiewoning. Wel wordt het reeds bestaande gebruik positief bestemd (zie paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota).
Voor vergunningen op het gebied van milieu en natuur is op de eerste plaats het daadwerkelijk aanwezige gebruik bepalend. Het is dan ook niet de verwachting dat op grond van het bestemmingsplan beperkingen worden gesteld in de vergunningverlening op genoemde terrein. Voorts is het denkbaar dat in voorkomend geval maatwerk wordt geleverd om in het vergunningenspoor voldoende ruimte te bieden voor bedrijfsontwikkeling. Nu er geen concrete plannen bestaan is het overigens beperkt mogelijk hiervan een inschatting te maken. Dat andere regelgeving wordt aangescherpt staat los van het al dan niet toekennen van een woonfunctie voor het naburig perceel. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.2.5. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2. en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3, met dien verstande dat wij opmerken dat de recreatiewoning van reclamant één van de recreatiewoningen is met een BOV-status (zie hiervoor paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota).
Dit betekent dat de recreatiewoning van reclamant al in het ontwerp Herstelplan 2020 de aanduiding ‘wonen’ heeft gekregen. Daarmee is reeds tegemoet gekomen aan het verzoek van reclamant. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.2.6. Zienswijze van [reclamant], d.d. 6 maart 2021 (ingekomen op onbekend) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van de zienswijze in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De recreatiewoning van reclamant valt binnen het plangebied. De recreatiewoning heeft echter geen BOV-status. Aan deze recreatiewoning kan de aanduiding ‘wonen’ niet worden toegekend. Verder komt de reactie van de gemeente op de zienswijze overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2. en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen 40 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
5.3. Zienswijzen over solitaire recreatiewoningen buiten het plangebied 5.3.1. Hoofdlijn van navolgende zienswijzen In de zienswijzen wordt, kort samengevat verzocht het bestemmingsplan niet vast te stellen of vast te stellen met inachtneming van deze zienswijze; het plangebied van het ontwerpplan gelijk te trekken met het bestemmingsplan Buitengebied; de in de zienswijzen benoemde percelen de aanduiding/bestemming ‘wonen’ te geven; de nota parkeernormen op te nemen in het plan; zowel de maatschappelijke als de economische uitvoerbaarheid nader te onderzoeken en toe te lichten en het college op te dragen haar toelichting aan te vullen zodat deze volledig en juist is. 5.3.2. Overwegingen Terminologie en bedrijfsmatige exploitatie Er kan onderscheid worden gemaakt tussen solitaire recreatiewoningen en recreatiewoningen op een recreatiepark. Solitaire recreatiewoningen hebben de bestemming ‘Recreatie – Recreatiewoning’. Recreatiewoningen op vakantieparken hebben de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie. De eis van bedrijfsmatige exploitatie geldt alleen voor recreatiewoningen op recreatieparken, tenzij aan deze recreatiewoningen de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’ is toegekend. In dat geval komt de eis van bedrijfsmatige exploitatie te vervallen. Voor solitaire recreatiewoningen geldt de eis van bedrijfsmatige exploitatie niet.
Solitaire recreatiewoningen krijgen deze eis ook niet opgelegd; voor deze woningen speelt dit vraagstuk niet. Onderhavige zienswijzen hebben allemaal betrekking op een solitaire recreatiewoning. Voor deze recreatiewoningen geldt de eis van bedrijfsmatige exploitatie dus niet. Toekennen aanduiding/bestemming wonen Zoals reeds besproken hebben de percelen waar de zienswijzen betrekking op hebben de bestemming ‘Recreatie – Recreatiewoning’. Dit zijn solitaire recreatiewoningen. Reclamanten verzoeken om aan de deze percelen de aanduiding/bestemming ‘wonen’ toe te kennen. Dit is niet mogelijk. In paragraaf 2.4 is reeds ter sprake gekomen dat enkel woningen met een BOV-status in aanmerking komen voor de aanduiding ‘wonen’. De onderhavige recreatiewoningen hebben geen BOV-status. Aan deze recreatiewoningen kan de aanduiding/bestemming wonen dus niet worden toegekend. Het gemeentebestuur kan een onderscheid maken tussen recreatief verblijf en een permanente woonfunctie van een woning. Jurisprudentie heeft dit vele malen uitgewezen. Het beleid en de motivering die hieraan ten grondslag liggen komen overeen met de motiveringen die in vergelijkbare situaties door het gemeentebestuur naar voren zijn gebracht, op basis waarvan het onderscheid wordt gehanteerd.
Het plangebied De aanpassingen in de regeling hebben alleen betrekking op de recreatiewoningen in het plangebied van het Herstelplan 2020 (zie paragraaf 1.3) en niet op andere recreatiewoningen. Bij gewijzigde vaststelling is het niet gepast om in dit afrondende stadium van besluitvorming het plangebied van het Herstelplan voor dit onderdeel ineens te vergroten. Mocht het in de toekomst wenselijk worden geacht de versoepelde bepalingen alsnog van toepassing te verklaren op andere recreatiewoningen, dan kan hiervoor een afzonderlijke planprocedure worden gestart. Om de beperkte toepassing van het Herstelplan 2020 te verduidelijken, wordt dit in de aanpassing van de regeling als zodanig vermeld. Parapluplan parkeren Voorts geldt de parapluherziening reeds langere tijd. De percelen zijn over het algemeen zo ruim evenals de omgeving en de verandering van de parkeernorm van 2,1 parkeerplaats per bungalow (bungalowpark) naar 2,4 per woning vrijstaand is zo gering, dat er geen aanleiding is te veronderstellen dat dit tot parkeerproblemen leidt of tot knelpunten dat niet aan een norm kan worden voldaan.
41 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
5.3.3. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) De totstandkoming van voorliggende bestemmingsplan heeft een lange voorgeschiedenis waardoor volgens reclamant veel mogelijke combinaties tussen het originele plan, het Herstelplan 2018 en het Herstelplan 2020 ontstaan. b) In 2009 is begonnen met het optreden tegen permanente bewoning van recreatiewoningen. De weg die destijds is ingeslagen onder meer door object- en niet persoonsgebonden gedoogbeschikkingen af te geven klinkt nog steeds door in het huidige ontwerpplan en het handhavingsbeleid, dit maakt actualisatie noodzakelijk. c) Sinds 2009 is de weg van de ‘harde handhaving’ ingeslagen en het college heeft daarbij op ongeoorloofde wijze eigendomsrechten beperkt en geschonden ondanks meerdere waarschuwingen van de Raad van State. d) De uitwerking van de verplichte bedrijfsmatige exploitatie van de bestemming ‘recreatie – verblijfsrecreatie’ is geregeld in de beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie recreatieverblijven maar tussen deze beleidsregel en het onderhavige plan bestaat geen connectie. e) In 2017 is door de Raad van State korte metten gemaakt met de verhuurplicht waar het gaat om een aantal recreatieparken. Er wordt onvoldoende gemotiveerd door te stellen dat het plan onvoldoende is afgewogen op het punt van de verplichte verhuur.
Het college had een groter deel van het plangebied moeten herzien in de geest van de uitspraak van de Raad van State. f) Door in de verbeelding de bouwvlakken te beperken tot de bestaande bebouwing wordt afbreuk gedaan aan de mogelijkheid die het BOR biedt om vergunningsvrij te bouwen. Het college onderbouwt de keuze de bouwvlakken op deze manier op te nemen in de verbeelding niet en heeft daardoor geen behoorlijke belangenafweging gemaakt. g) Door de beperkte omvang van de verbeelding en het bereik van het herstelplan kunnen zeer lokaal verschillen ontstaan tussen (in benaming) dezelfde bestemming. Dat bemoeilijkt de zaken rond koop/verkoop en handhaving. Dit werkt onduidelijkheid in de hand en is daarmee niet in overeenstemming met de beginselen van behoorlijke ruimtelijke ordening en in strijd met de rechtszekerheid. h) De opname van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. De tweede woning in het plangebied van het nieuwe herstelplan impliceert dat recreatiewoningen die buiten dit herstelplan vallen geen tweede woning zouden kunnen zijn terwijl ze dat naar verkeersopvattingen wel (zouden kunnen) zijn.
Daarnaast vereist tweede woning dat hetzelfde gezelschap gebruik maakt van de woning en dus wordt de eigenaar beperkt in zijn eigendomsrecht in de zin dat uitleen/verhuur aan vrienden/familie niet meer mogelijk is, hierdoor ontstaat planschade waarover in de toelichting geen belangenafweging is gemaakt. i) Het college miskent de visie van de provincie (Structuurvisie Streekplan Gelderland 2005) dat de eis van bedrijfsmatige exploitatie alleen geldt voor nieuwe (recreatie)parken en uitbreidingen van bestaande parken. j) De economische uitvoerbaarheid van het plan is onvoldoende toegelicht, niet is ingegaan op de kosten van de nog gecompliceerdere, handhaving. Ook maatschappelijk gezien is het plan onvoldoende uitvoerbaar. De gemeente ligt al enige tijd onder vuur en wil vertrouwen terugwinnen. Met dit plan wordt het tegenovergestelde bereikt. De uitvoerbaarheid komt nog verder in het geding nu het onmogelijk wordt een goede WOZ grondslag vast te stellen omdat verkochte woningen in de omgeving, op basis waarvan deze waarde wordt vastgesteld, door de veelvoud aan geldende regimes betekenisloos is geworden. k) Ook i.c.m. het Parapluplan parkeren ontstaan problemen. Parkeergelegenheid moet onder dat bestemmingsplan worden gecreëerd op eigen terrein maar voor recreatiewoningen is dat veelal de bestemming ‘bos’ waar niet zomaar een uitweg (o.g.v.
de APV) of parkeerplaats mag worden gerealiseerd. Daarnaast is in het parapluplan parkeren een koppeling gemaakt met de nota parkeren, iets waarvoor de gemeente al op de vingers is getikt. l) Een en ander lijdt ertoe dat het bestemmingsplan: 1. niet tegemoetkomt aan de bedoelingen van het college en geen recht doet aan de uitspraak 42 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
van de Raad van State mede in de zin dat het slechts voor een zeer beperkt aantal eigenaren een verandering in de bestaande situatie teweegbrengt en onvoldoende bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. 2. Geen recht doet aan het doel van het instrument bestemmingsplan, nl; rechtszekerheid en duidelijkheid bieden en 3. De eigendomsrechten van eigenaren van recreatiewoningen uitholt en/of beperkt op een onrechtmatige wijze. Reactie gemeente a. Met betrekking tot de opmerking van reclamant over de totstandkoming van het Herstelplan 2020 verwijzen wij naar de inleiding van deze zienswijzennota. b. De opmerking van reclamant wordt voor kennisgeving aangenomen. c. De opmerking van reclamant wordt voor kennisgeving aangenomen. d. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. e. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. f. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. g. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. h. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. i. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. j. Met betrekking tot de economische uitvoerbaarheid verwijzen wij naar hetgeen is opgenomen in hoofdstuk 5 van de toelichting van het bestemmingsplan. Het gaat hier om kostenverhaal als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Kosten voor handhaving horen hier niet bij. k. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. l. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.4. Zienswijze van [reclamant], d.d. 7 maart 2021 (ingekomen op 8 maart 2021) en telefonisch op 9 maart 2021 Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2. en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.5. Zienswijze van [reclamant], d.d. 10 maart 2021 (Ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
43 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
5.3.6. Zienswijze van [reclamant], d.d. 6 maart 2021 (ingekomen op 6 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
5.3.7. Zienswijze van [reclamant], d.d. 6 maart 2021 (binnengekomen op 6 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.8. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.9. Zienswijze van [reclamant], d.d. 7 maart 2021 (ingekomen op 7 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3.
Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.10. Zienswijze van [reclamant], d.d. 6 maart 2021 (ingekomen op 7 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3.
44 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.11. Zienswijze van [reclamant], d.d. 08 maart (ingekomen op 08 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.12. Zienswijze van [reclamant], d.d. 09 maart 2021 (ingekomen op 09 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
5.3.13. Zienswijze van [reclamant], d.d. 09 maart 2021 (ingekomen op 09 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
5.3.14. Zienswijze van [reclamant], d.d. 08 maart 2021 (ingekomen op 08 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 45 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
5.3.15. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 09 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.16. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 8 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.17. Zienswijze van [reclamant], d.d. 09 maart 2021 (binnengekomen op 09 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. b.
Aanvullend verzoekt reclamant om ten aanzien van de berging, paardenstal en paddock alsnog tot vergunning te besluiten. Reactie gemeente a. De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. b. Allereerst merken wij op dat het perceel geen deel uit maakt van het Herstelplan 2020. Het perceel ligt in het bestemmingsplan Buitengebied Epe. Het perceel van reclamant heeft de bestemming Bos en de bestemming Recreatie – Recreatiewoning. Binnen de bestemming Bos zijn geen gebouwen toegestaan. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 1 meter bedragen. De bouwwerken van reclamant kunnen dus niet bij recht worden vergund. Hiervoor moet het bestemmingsplan worden herzien. Het gehele perceel ligt echter binnen de Groene Ontwikkelingszone en de beschermingszone Natte Landnatuur. Gronden binnen de Groene Ontwikkelingszone zijn bestemd voor bescherming, behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken, alsmede het voorkomen van significante effecten op kernkwaliteiten van het betreffende gebied. De beschermingszone Natte Landnatuur geeft daarnaast aan dat het gebied bestemd is voor het beschermen van vocht gebonden natuurwaarden, alsmede de kwaliteit, de waterstand en de stroming van het oppervlakte- en grondwater.
Gelet op de bijzondere waarden in het gebied zijn wij terughoudend met het toevoegen van extra bebouwing en verhard oppervlak. Aan een herziening van het bestemmingsplan om bebouwing binnen de bosbestemming toe te staan werken wij dan ook niet mee. Mocht reclamant toch van mening zijn dat vergunning moet worden verleend voor de bouwwerken kan dat uitsluitend via een aparte procedure.
46 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020