Bijlage 4 - Bestemmingsplan Buitengebied, herstelplan 2020 Toelichting met wijziging
Tekst van het document
Op de verbeelding worden het bestemmingsvlak en aanduiding conform de bestaande / vergunde situatie aangepast.
De verbeelding wordt, conform kadastrale situatie aangepast.
Zie bruinrode lijn en daarvan afwijkende bestemmingsgrens.
16. Langeweg 21A-21B, Emst
Bijgebouwen en het erf zijn gepositioneerd buiten het bestemmingsvlak.
Op de verbeelding wordt het bestemmingsvlak conform de bestaande/ vergunde situatie aangepast.
Vergunde situatie is opgevraagd. Vergunning uit 2000 voor bouw van 2 woningen. Het bestemmingsvlak ‘Wonen’ is op de verbeelding overeenkomstig de vergunde woningen. Er wordt voor gekozen niet alle bijgebouwen binnen de bestemming wonen op te nemen. Dit vergroot namelijk de woonbestemming wat in strijd is met het uitgangspunt om bestemmingsvlakken zoveel mogelijk gelijk te houden. Voorstel:
17. Molenstraat 6, Oene
Het aangegeven bestemmingsvlak stemt niet overeen met de in 2007 vergunde situatie.
Op de verbeelding wordt het bestemmingsvlak conform de bestaande / vergunde situatie aangepast.
Het bestemmingsvlak ‘Wonen’ wordt op de verbeelding aangepast door een verschuiving naar het oosten.
Bestemmingsplan
De gebiedaanduiding ‘overige zone – droge bos- en heideontginningen’ vervalt, zie hiervoor nummer 34.
Vergunning 2007
18. Wijnbergweg 21, Emst
Het bestemmingsvlak is niet conform het voorheen geldende bestemmingsplan en de vergunde situatie vastgelegd.
Op de verbeelding wordt het bestemmingsvlak conform de bestaande / vergunde situatie aangepast.
Het bestemmingsvlak wordt op de verbeelding aangepast:
19. Vemderweg 5, Epe
Vergunde bijgebouwen staan buiten het bestemmingsvlak.
-
Een stuk van de bestemming ‘Wonen’ wordt verplaatst. Zo wordt aan het uitgangspunt voldaan dat een woonbestemming niet wordt vergroot, en komen vergunde bijgebouwen binnen de woonbestemming.
De woonbestemming aan de zuidoostkant wordt gewijzigd in een agrarische bestemming. De bestemming ‘Agrarisch’ aan de noordoostkant wordt gewijzigd in een woonbestemming:
20. Gortelseweg 37, Vaassen
Bijgebouwen staan buiten het bestemmingsvlak. N.a.v. handhaving legaliseren.
-
In het kader van een handhavingszaak is voor een uitruil van de woonbestemming en de bosbestemming gekozen.
Een stukje van de woonbestemming aan de zuidkant wordt gezijzigd in de bestemming ‘Bos’. Stukje bestemming Bos met daarin de garage aan de zuidkant wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’. relevante aanduidingen blijven behouden en/ of zijn aangepast op basis van het nieuwe bestemmingsvlak.
21. Plekweversweg 8, Epe
Het aangegeven bestemmingsvlak stemt niet overeen met de in 2006 vergunde situatie.
-
Op de verbeelding wordt het bestemmingsvlak conform de bestaande / vergunde situatie aangepast.
Een deel van de agrarische bestemming wordt gewijzigd in een woonbestemming, relevante aanduidingen blijven behouden en/ of zijn aangepast op basis van het nieuwe bestemmingsvlak:
22. Kopermolenweg 4, Epe
Aanpassing bestemmingsplan in het kader van een handhavingszaak.
-
Op de verbeelding wordt de Bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’ en functieaanduiding ‘parkeerterrein’ conform de bestaande / vergunde situatie aangepast.
Een deel van de agrarische bestemming wordt gewijzigd in een recreatiebestemming, relevante aanduidingen blijven behouden en/ of zijn aangepast op basis van het nieuwe bestemmingsvlak:
23. Grensweg 9, Emst
Vergunde bijgebouwen staan buiten het bestemmingsvlak.
-
Op de verbeelding wordt het bestemmingsvlak conform de bestaande / vergunde situatie aangepast.
Naar aanleiding van handhaving en daarop volgende legalisatie in 2017 is een deel van de vergunde bebouwing gelegen buiten het bestemmingsvlak Wonen. Een deel van de bestemming ‘Wonen’ wordt verplaatst, zodat aan het uitgangspunt voldaan wordt dat een woonbestemming niet wordt vergroot. Met deze verplaatsing van de bestemming komen de vergunde bijgebouwen binnen de woonbestemming.
Omissies en fouten in het bestemmingsplan corrigeren Onderwerp / perceel Omissie / wens 24. Hattumseweg 13, Vaassen Een ter plaatse reeds sinds jaren aanwezige woning, welke wel in het vorige bestemmingsplan Buitengebied was opgenomen, is niet in het bestemmingsplan vastgelegd.
Wijziging in de regels -
Wijziging in de verbeelding Op de verbeelding wordt de bestemming ‘Wonen’ opgenomen. Vorige Buitengebied:
bestemmingsplan
Voorgestelde aanpassing De bestaande woning en de daarbij behorende gronden (het kadastrale perceel) worden als ‘Wonen’ bestemd.
Huidige bestemmingsplan Buitengebied Epe:
25. Heerderweg 74 en 74A, Epe
Het bestemmingsplan “Heerderweg 74 te Epe” is niet goed in het bestemmingsplan overgenomen. De bestemmingsvlakken dienen conform het op 14 april 2011 vastgestelde bestemmingsplan “Heerderweg 74 te Epe” te worden vastgelegd.
-
Op de verbeelding wordt het bestemmingsvlak conform het bestemmingsplan ‘Heerderweg 74 te Epe’ aangepast. Bestemmingsplan Heerderweg 74 te Epe:
Huidige bestemmingsplan:
Het bestemmingsvlak wordt aangepast conform bestemmingsplan 2011:
26. Houtweg 47 / Ooster Oenerweg 32, Oene (ARO)
Met het moederplan Buitengebied zijn gronden bestemd voor ‘Bedrijf’. Met het Herstelplan 2018 zijn die gronden deels abusievelijk (ook) bestemd voor “Agrarisch”. Twee bestemmingen op één locatie: dat kan niet. De abusievelijk toegekende agrarische bestemming moet er af.
-
Het perceel wordt opgenomen met de bestemming ‘Bedrijf’.
De verbeelding wordt aangepast.
27. Koeweg 17, Epe
Bij het recreatiepark is de bedrijfswoning (beheerderswoning) inmiddels in gebruik als reguliere woning. De woning is ook als reguliere woning vergund..
-
Op de verbeelding wordt de bestemming ‘Wonen’ toegevoegd, conform de vergunde situatie.
Op de verbeelding wordt de Recreatiebestemming gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’, relevante aanduidingen blijven behouden en/ of zijn aangepast op basis van het nieuwe bestemmingsvlak:
28. Nijmolensebeekweg 8 en Nijmolensebeekweg 10, Vaassen
Het woonperceel nummer 8 is abusievelijk bestemd als bedrijf. Ook is het bedrijfsperceel deels op agrarische grond gelegen. De bestaande woning nr. 8 moet – net als in het vorige bestemmingsplan – een bestemming Wonen krijgen. De bedrijfsbestemming moet op de juiste plaats komen te liggen.
-
Op de verbeelding wordt de bestemming ‘Wonen’ toegevoegd, conform vorige bestemmingsplan. De bedrijfsbestemming komt op de juiste plaats.
Op de verbeelding wordt de bestemming ‘Wonen’ toegevoegd, conform het vorige bestemmingsplan. De bedrijfsbestemming komt op de juiste plaats.
Vorige bestemmingsplan:
Huidige bestemmingsplan:
Vergunning:
29. Papenstraat 12 en 12-1, Epe
Ter plaatse is sprake van 2 vrijstaande woningen, maar dat is niet aangeduid. In het vorige bestemmingsplan Buitengebied was dit wel aangeduid. Volgens het bestemmingsplan is daarom maar 1 woning toegestaan. Dit heeft gevolgen bij herbouw of bouw van bijgebouwen.
-
Op de verbeelding wordt binnen de woonbestemming de aanduiding ‘maximum aantal woningen 2’ opgenomen. Vorige bestemmingsplan:
Huidige bestemmingsplan:
Op de verbeelding wordt binnen de woonbestemming de aanduiding ‘maximum aantal woningen 2’ opgenomen.
30. Veenweg 9, Epe De Berghoeve
31. Woesterweg 1 en Woesterweg 3, Epe
In de planregeling is 500 m2 aan bebouwing toegestaan (uitgezonderd de oppervlakte van de bedrijfswoning). In het vorige bestemmingsplan Buitengebied is 2150 m2 toegestaan. In de 4e partiële herziening voor het vorige bestemmingsplan Buitengebied is 0 m2 toegestaan. De correcte oppervlakte van 2150 m2 moet worden opgenomen. In 2000 is bouwvergunning verleend voor een 2e woning. Dit is niet vastgelegd in het huidige bestemmingsplan, waarin slechts 1 woning is toegestaan. Dit heeft gevolgen bij herbouw of bouw van bijgebouwen.
-
Op de verbeelding wordt de aanduiding ‘maximaal bebouwd oppervlak 2150 m2’ opgenomen.
Aanduiding ‘maximum bebouwd oppervlak: 500 m2’ vervangen met ‘maximum bebouwd oppervlak: 2150 m2’.
-
Op de verbeelding wordt binnen de woonbestemming de aanduiding ‘maximum aantal woningen 2’ opgenomen.
Op de verbeelding wordt binnen de woonbestemming de aanduiding ‘maximum aantal woningen 2’ opgenomen.
32. Doublure gebiedsaanduidingen Voor een gebied tussen de kernen Epe en Oene en ten noorden en oosten van de kern Oene gelden twee gebiedsaanduidingen.
33. Artikel 43.9 milieuzone boringsvrije zone
-
Abusievelijk is naast ‘dekzandruggen en oude bouwlanden’ ook de aanduiding ‘droge bosen heideontginning’ opgenomen.
-
Op de verbeelding wordt op sommige locaties de aanduiding verwijderd.
Voor het gebied tussen Epe en Oene en ten noorden en oosten van de kern Oene wordt de aanduiding 'overige zone droge bos- en heideontginningen vervallen' opgenomen, met deze nieuwe aanduiding komt de de doublure aanduiding ‘droge bos- en heideontginningen’, ter plaatse van de aanduiding ‘dekzandruggen en oude bouwlanden’ te vervallen.
Het gebied rond de waterwinning Epe is wel aangewezen als ‘milieuzone – grondwaterbeschermin gsgebied’, maar abusievelijk is voor een iets groter gebied geen ‘milieuzone boringsvrije zone’ opgenomen
In artikel 43 wordt artikel 43.9 milieuzone boringsvrije zone opgenomen.
De boringsvrije zone wordt opgenomen conform het www.nationaalgeoregister.nl.
Voor de omgeving van de drinkwaterwinning ten noordwesten van de kern Epe is in het bestemmingsplan Buitengebied Epe een gebiedsaanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ met de in de Algemene aanduidingsregels onder artikel 43.3 bijbehorende regels opgenomen. In de Omgevingsverordening Gelderland en in het Nationaal Georegister is een iets groter gebied benoemd als ‘boringsvrije zone’. Binnen deze zone kan het grondwater binnen 25 jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening zijn èn is een beschermende kleilaag boven dat grondwater aanwezig. Omdat de begrenzing van de boringsvrije zone niet exact overeenkomt met de gebiedsaanduiding voor het grondwaterbeschermingsgebied en de kleilaag niet mag worden doorboort of anderszins beschadigd, wordt tevens een gebiedsaanduiding voor een boringsvrije zone opgenomen op de verbeelding rond de waterwinning Epe. Deze gebiedsaanduiding is in feite een signalering dat er voor deze gebiedsaanduiding ook regels op basis van de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing zijn. De overige regels van het bestemmingsplan Buitengebied Epe blijven uiteraard eveneens van kracht.
In artikel 43 wordt na artikel 43.8 het volgende artikel opgenomen: Artikel 43.9 milieuzone – boringsvrije zone Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' zijn de gronden mede aangewezen ten behoeve van het behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Ter plaatse van deze aanduiding gelden de regels ten aanzien van boringsvrije zones, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland of een herziene versie hiervan.
34. Artikel 23 en 24 Verkeer Op diverse locaties zijn fietspaden, wegverbredingen en/of parkeerhavens gerealiseerd die nu buiten de verkeersbestemming liggen. 35. Agrarische gronden ten oosten van de Hertenkampsweg/ hoek Hanendorperweg te Emst (ten oosten van Hertenkampsweg 45).
De gerealiseerde voorzieningen waar nodig met een verkeersbestemming vastleggen. Dit betreft 3 passeerhavens. Hier zijn gronden ingezet voor boscompensatie. Dat is echter in het huidig bestemmingsplan niet juist vastgelegd. De voor boscompensatie ingezette gronden moeten conform de bestaande situatie bestemd worden.
-
De verkeersbestemming wordt uitgebreid voor 3 passeerhavens.
Verkeersbestemming wordt uitgebreid op de volgende locaties: Passeerhaven ten zuidoosten van Schobbertsweg 5, Emst Passeerhaven ten oosten van Kruisstraat 3, Oene Passeerhaven ten oosten van Smallertsweg 1, Emst
-
Het gedeelte van het perceel dat voor boscompensatie is ingezet moet worden bestemd voor Bos en de overige gronden weer voor Agrarisch.
De bestemming van perceel 1 wordt gewijzigd in de bestemming ‘Bos’, de bestemming van perceel 2 wordt gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch’, en de bestemming van perceel 3 wijzigd niet. De reeds geldende dubbelbestemmingen en aanduidingen blijven behouden. Zie kaartje:
Vorig bestemmingsplan:
Huidig bestemmingsplan:
36. Eekweg 4 en 4a, Epe
Het agarische bedrijf is vervallen. De bestemming moet daarom omgezet worden naar een woonbestemming.
-
Het huidige bouwvlak binnen de bestemming Agrarisch wordt verwijderd en vervangen met een woonbestemming.
Op de verbeelding wordt op de locatie van het bouwvlak een nieuw bestemmingsvlak Wonen toevoegd. Daarbij is geen aanduiding voor 2 woningen nodig, dit is namelijk 1 woning met 2 huishoudens. Zie kaartje:
37. Norelweg 4, Epe
38. Achter Molenweg Heidebadweg 23, Epe
6
en
Het bedrijf is niet meer in werking. De huidige bestemming ‘Detailhandel – Tuincentrum’ daarom wordt deze bestemming in een woonbestemming met rondom een agrarische bestemming gewijzigd.
-
De bestemming Detailhandel – Tuincentrum wijzigen in de bestemming Wonen en de bestemming Agrarisch. Tevens de aanduiding ‘villa’ opnemen i.v.m. de grootte van de aanwezige vergunde woning.
Het kadastrale perceel met de woning krijgt de bestemming Wonen met de aanduiding ‘villa’. Bestaande dubbelbestemmingen en aanduidingen worden gehandhaafd (uitgezonderd die van 1300 m2, die vervalt). Het resterende deel van de bestemming Detailhandel-Tuincentrum wordt de bestemming Agrarisch. Bestaande dubbelbestemmingen en aanduidingen worden gehandhaafd en gebiedsaanduiding dekzandruggen en oude bouwlanden wordt toegevoegd. Zie kaartje:
De bestemmingen van deze twee percelen ontbreken deels. De bestemmingen worden daarom toegevoegd.
-
In het bestemmingsplan Buitengebied Epe is alleen de bestemming Bos van de percelen opgenomen. De gebouwen en het onverharde pad hebben geen bestemming gekregen.
Achterste Molenweg 6 moet een woonbestemming krijgen en Heidebadweg 23 een bestemming als recreatiewoning. Het onverharde pad, wat is gelegen tussen de Achterste Molenweg nummers 10 en 12 en de Heidebadweg nummers 23 en 27, krijgt overeenkomstig het voorgaande bestemmingsplan Wissel en Schaveren wederom de verkeersbestemming. De aanduidingen blijven verder ongewijzigd.
Tevens ontbreekt de verkeersbestemming voor een pad tussen de Heidebadweg en Achterste Molenweg
In het bestemmingsplan Wissel en Schaveren was hier de bestemming Wonen – Wonen in het Bos toegekend (Achterste Molenweg 6), de bestemming Recreatie – Recreatiewoning (Heidebadweg 23) en de bestemming ‘Verkeer’ (het onverharde pad).
Deze bestemmingen moeten terugkeren, als de bestemming Wonen (Achterste Molenweg 6), de bestemming Recreatie – Recreatiewoning (Heidebadweg 23) en de bestemming Verkeer (het onverharde pad). .
Kaartmateriaal bij nummer 35 Passeerhaven ten zuidoosten van Schobbertsweg 5, Emst
Passeerhaven ten oosten van Smallertsweg 1, Emst
Passeerhaven ten oosten van Kruisstraat 3, Oene
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied, herstelplan 2020
Bijlage 3 Zienswijzennota
Bijlagen bij de toelichting (concept)
53
Zienswijzennota < Anoniem > Ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020 Buitengebied Epe
Herstelplan 2020
Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................. 2 1.1. Algemeen ............................................................................................................................ 2 1.2. Achtergrond Herstelplan 2020 ............................................................................................ 2 1.3. Reikwijdte en inhoud Herstelplan 2020 .............................................................................. 3 2. Algemene reactie op de zienswijzen ...................................................................................... 6 2.1. Geen algehele herziening van het bestemmingsplan Buitengebied .................................... 6 2.2. Spuitvrije zones ................................................................................................................... 7 2.3. Paardenbakken .................................................................................................................... 7 2.4. Permanente bewoning recreatiewoningen ........................................................................... 8 2.5. Gebruik recreatiewoning als tweede woning op recreatieparken ........................................ 9 3.
Reactie individuele zienswijzen spuitvrije zones ................................................................. 11 3.1. Hoofdlijn van de ingediende zienswijzen ......................................................................... 11 3.2. Overwegingen ................................................................................................................... 12 3.3. Conclusie ........................................................................................................................... 12 3.4. Individuele zienswijzen ..................................................................................................... 13 4. Reactie individuele zienswijzen paardenbakken .................................................................. 24 4.1 Hoofdlijn van de ingediende zienswijzen .......................................................................... 24 4.2 Overwegingen .................................................................................................................... 24 4.3 Conclusie ............................................................................................................................ 24 4.4 Individuele zienswijzen ...................................................................................................... 24 5.
Reactie individuele zienswijzen solitaire recreatiewoningen ............................................... 36 5.1. Algemeen .......................................................................................................................... 36 5.2. Zienswijzen over solitaire recreatiewoningen binnen het plangebied............................... 36 5.3. Zienswijzen over solitaire recreatiewoningen buiten het plangebied ............................... 41 6. Individuele zienswijzen tweede woning op recreatieparken ................................................ 50 6.1 Zienswijzen over recreatiewoningen op recreatieparken binnen het plangebied ............... 50 6.2 Zienswijzen over recreatiewoningen op recreatieparken buiten het plangebied ................ 61 6.3 Zienswijzen over bouwwerken voor recreatief verblijf op recreatieparken ....................... 63 7. Overige zienswijzen ............................................................................................................. 67 8. Ambtshalve aanpassingen .................................................................................................... 80 Bijlage 1. Hoorzittingen ........................................................................................................... 86
1 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
1. Inleiding 1.1. Algemeen De voorliggende zienswijzennota bevat de beantwoording van de binnengekomen zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe, herstelplan 2020 (hierna: Herstelplan 2020). Met ingang van 28 januari 2021 heeft het bestemmingplan gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen bij het Omgevingsloket in het gemeentehuis te Epe. Ook kon het plan via www.ruimtelijkeplannen.nl worden geraadpleegd. Gedurende de genoemde periode zijn 151 zienswijzen ingediend. Verder dienen zienswijzen aan enkele eisen te voldoen: ondertekening, naam en adres van de indiener, dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen de zienswijze is gericht, en de gronden van de zienswijze. Alle zienswijzen voldoen aan deze eisen. In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting gegeven, voorzien van een algemene reactie op hoofdlijnen. Vervolgens worden per hoofdonderwerp de zienswijzen individueel behandeld in de hoofdstukken 3 t/m 7. Tevens wordt aangegeven of -en zo ja, op welke wijze- het Herstelplan 2020 op grond van de ingediende zienswijze gewijzigd wordt vastgesteld. Ambtshalve aanpassingen De gemeente heeft de mogelijkheid om na de termijn van terinzagelegging, bij vaststelling, zogenoemde ambtshalve aanpassingen door te voeren in het bestemmingsplan.
Dit betreft wijzigingen ter verbetering van het plan en die passen binnen de opzet en strekking van het Herstelplan 2020. In hoofdstuk 7 is voor de volledigheid een overzicht gegeven van de ambtshalve aanpassingen die worden doorgevoerd, voorzien van een korte uitleg over de noodzaak van de aanpassing. Hoorzittingen De indieners van een zienswijze zijn uitgenodigd deze zienswijze mondeling te komen toelichten. De hoorzittingen hebben in oktober 2021 plaatsgevonden. Er hebben 23 reclamanten van deze mogelijkheid gebruik gemaakt . De samenvatting van de zienswijzen van deze reclamanten zijn waar nodig aangevuld met de tijdens de hoorzittingen aangedragen aanvullende punten. Een verslag van de hoorzitting is als bijlage bij deze nota toegevoegd.
1.2. Achtergrond Herstelplan 2020 Om het Herstelplan en de ingekomen zienswijzen in de juiste context te kunnen lezen is het van belang om de achtergrond van het plan te kennen. In deze paragraaf wordt hier nader op ingegaan. Het bestemmingsplan Buitengebied Epe is op 23 maart 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. Op 6 juni 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Raad van State) uitspraak gedaan in de procedure over dit bestemmingsplan (ECLI:NL:RVS:2018:1887). De Raad van State heeft het bestemmingsplan voor vier onderdelen vernietigd en de gemeente opgedragen om deze percelen binnen 26 weken na verzending van de uitspraak te repareren. Naar aanleiding van die uitspraak is het bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2018 (hierna: Herstelplan 2018) op 24 januari 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. In het Herstelplan 2018 zijn de vernietigde onderdelen gerepareerd. Het betrof: 1. de bestemmingsregeling voor 6 permanent bewoonde recreatiewoningen met BOV-status; 2. de bestemmingsregeling voor 2 recreatieparken; 3. de bestemmingsregeling voor een Agrarisch perceel naar Ravenstraat 25a, Oene. 4. de bestemmingsregeling voor Tongerenseweg 124, Epe. Tegen de vaststelling van het Herstelplan 2018 is geen beroep ingesteld. Het Herstelplan 2018 was een opdracht van de Raad van State en zag alleen toe op de vernietigde percelen.
Tijdens de behandeling van het Herstelplan 2018 is wel de vraag gesteld of er in het buitengebied geen gelijke gevallen bekend zijn, die ook gerepareerd zouden moeten worden. Uit inventarisatie bleek dat dit het geval was. Omdat gelijke gevallen een gelijke behandeling dienen te krijgen is het Herstelplan 2020 opgesteld. in dit Herstelplan wordt voor gelijke gevallen een gelijkluidende regelingen opgenomen.
2 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
In het Herstelplan 2020 wordt voorgesteld van de gelegenheid gebruik te maken om ook tussentijds ervaren omissies uit het bestemmingsplan Buitengebied Epe uit 2017 te herstellen, en om aandacht te besteden aan een tweetal moties van de gemeenteraad betreffende uitbreiding bouwmogelijkheden recreatiewoningen en toekomstbestendige recreatieparken. Voor het opstellen van een Herstelplan zijn geen standaarden of modelafspraken voorhanden. Vertrekpunt is dat praktisch en duidelijk inzicht wordt gegeven in de veranderingen ten opzichte van het (moeder)bestemmingsplan Buitengebied Epe. De aanpassingen zijn 'beleidsneutraal' en zijn er geen directe nieuwe gebruiks- of bouwontwikkelingen gekoppeld aan deze herziening. Voor het herstelplan zijn dan ook geen onderzoeken uitgevoerd omdat er geen omgevingseffecten optreden. Het bestemmingsplan is in hoofdzaak gericht op het vastleggen van de feitelijke (vergunde) situatie.
1.3. Reikwijdte en inhoud Herstelplan 2020 1.3.1. Reikwijdte Herstelplan 2020 Het Herstelplan 2020 is opgesteld met als doel het geldende bestemmingsplan Buitengebied Epe op enkele, concrete onderdelen (percelen) te herzien. Er is dus geen sprake van een algehele herziening van het bestemmingsplan. Het Herstelplan 2020 is een zogenaamde ‘partiële herziening’. Dit betekent dat het de bedoeling is dat het Herstelplan 2020, het oorspronkelijke bestemmingsplan op slechts een aantal onderdelen herziet of aanvult en alleen iets regelt voor de percelen die op de verbeelding zijn opgenomen. Voor de overige gronden in het buitengebied, die niet op de verbeelding zijn opgenomen, blijft het bestemmingsplan Buitengebied Epe of het Herstelplan 2018 van kracht. Deze percelen maken dan ook geen deel uit van het Herstelplan 2020. Op het onderstaande overzicht wordt het volledige plangebied van het Herstelplan 2020 weergegeven. Het Herstelplan gaat dus alleen over de percelen die op de verbeelding zijn weergegeven. Het Herstelplan gaat niet over de rest van het buitengebied.
3 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Afbeelding 1: weergave van het plangebied van het Herstelplan 2020
4 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
1.3.2. Inhoud ontwerp Herstelplan 2020 Zoals in de vorige alinea aangegeven, wijzigt het Herstelplan 2020 de bestemmingsregeling op enkele percelen in het buitengebied (zie ook afbeelding 1). Concreet bevat Herstelplan 2020 de volgende onderdelen: a. Permanente bewoning van recreatiewoningen met een zogeheten BOV-status (Bewoning Onder Overgangsrecht). b. Gebruik van recreatiewoningen als tweede woning op recreatieparken. c. Moties gemeenteraad a. motie 1: oproep om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn waardoor de huidige bewoners hun recreatiewoning beperkt mogen uitbreiden om op deze manier meer woongenot te ervaren. b. Motie 2: toekomstbestendige recreatieparken. Verduidelijking van zowel horecagelegenheden als dagrecreatieve voorzieningen. d. Omissies en overige ambtshalve wijzigingen. In de toelichting van het Herstelplan 2020 zijn de genoemde onderdelen verder omschreven en uitgewerkt.
5 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
2. Algemene reactie op de zienswijzen Naar aanleiding van het ontwerp Herstelplan 2020 zijn 151 zienswijzen ingediend. De zienswijzen kunnen in vijf categorieën worden gebundeld, namelijk: - Zienswijzen over spuitvrije zones - Zienswijzen over paardenbakken - Zienswijzen over permanente bewoning van solitaire recreatiewoningen - Zienswijzen over het gebruik van recreatiewoningen als tweede woning op recreatieparken - Zienswijzen over diverse situaties op diverse percelen In dit hoofdstuk wordt in de volgende paragrafen voor de eerste vier hoofdonderwerpen een algemene reactie op hoofdlijnen gegeven. Vervolgens worden de zienswijzen individueel behandeld. Voordat ingegaan wordt op de vier hoofdonderwerpen, wordt eerst iets gemeld over een aantal ambtshalve aanpassingen die bij vaststellen moeten worden doorgevoerd.
2.1. Geen algehele herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Zoals aangegeven in paragraaf 1.3 van deze zienswijzennota is het Herstelplan 2020 opgesteld met het oogmerk het geldende bestemmingsplan Buitengebied Epe op enkele, concrete onderdelen te herzien. Er is dus geen sprake van een algehele herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Epe. Het bestemmingsplan betreft uitsluitend de percelen die zijn opgenomen op de verbeelding (zie afbeelding 1 in paragraaf 1.3). In het ontwerp Herstelplan 2020 zijn een aantal regels opgenomen die wel betrekking op het gehele buitengebied. Daarmee zou het Herstelplan 2020 het karakter krijgen van een algehele herziening. Dit was niet de bedoeling en paste niet binnen de kaders. Om tegemoet te komen aan zienswijzen waarin wordt verondersteld dat het Herstelplan 2020 ook op hun situaties betrekking heeft terwijl dat niet de bedoeling is, wordt artikel 2 als volgt gewijzigd vastgesteld: Op dit bestemmingsplan blijven de regels van toepassing van het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Epe, vastgesteld door de gemeenteraad op 23 maart 2017 (identificatienummer NL.IMRO.0232.BG028Buitengebied-VBP1) en het bestemmingsplan 'Buitengebied Epe, Herstelplan 2018, vastgesteld door de gemeenteraad op 24 januari 2019 (identificatienummer NL.IMRO.0232.BG069BuitengebiedH-VBP1).
Hierin worden aanpassingen in de regels aangebracht die betrekking hebben op gronden die behoren tot het plangebied van dit plan, een en ander zoals hierna is aangegeven. Omdat het niet de bedoeling was om in het Herstelplan 2020 aanpassingen op te nemen die op het gehele buitengebied van toepassing zijn, komen een aantal aanpassingen die zijn genoemd in bijlage 2 bij de toelichting van het ontwerp Herstelplan 2020 te vervallen. Het betreft aanpassing 1 (aanduiding ‘spuitvrijezone’) en aanpassing 41 t/m 54 (algemene aanpassingen regels). Ook de verwerking van de moties van de gemeenteraad (zie paragraaf 1.3.2) komen hiermee te vervallen. Deze moties zien immers toe op het gehele buitengebied. Bovendien betreft het nieuw beleid, terwijl het Herstelplan 2020 beleidsneutraal is. De uitwerking van de beide moties vindt dan ook plaats bij het opstellen van het nieuwe omgevingsplan. Zie verder hoofdstuk 7 voor het volledige overzicht van ambtshalve aanpassingen. Geconsolideerde versie In enkele zienswijzen wordt gevraagd het Herstelplan 2018 en Herstelplan 2020 in het bestemmingsplan Buitengebied uit 2017 te integreren, zodat een geconsolideerd bestemmingsplan beschikbaar komt. Echter, het voornemen is binnen enkele jaren een geheel nieuw omgevingsplan vast te stellen. Dan ontstaat een nieuw integraal plan met nieuwe regeling.
Als voor een locatie de betreffende gebruiks- en bouwmogelijkheden worden geraadpleegd, biedt ruimtelijkeplannen.nl daarvoor een overzichtelijk systeem. Op het scherm verschijn in de linkerkant een overzicht van geldende regelingen. Aangezien de herstelplannen beperkt zijn wat betreft het plangebied en het aantal aanpassingen van regels, is het goed mogelijk op zorgvuldige wijze inzicht te krijgen.
6 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
2.2. Spuitvrije zones Er zijn 26 zienswijzen ingediend die betrekking hebben op de algehele van toepassing verklaring van spuitvrije zones ter plaatse van 50 meter binnen kwetsbare objecten. In de zienswijzen wordt verzocht om deze bepaling niet vast te stellen en in ieder geval hierover in overleg te treden met de agrarische sector. Overwegingen Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 zijn in het ontwerp Herstelplan 2020 een aantal regels opgenomen die betrekking op het gehele buitengebied. Dit was niet de bedoeling en paste niet binnen de kaders voor het Herstelplan 2020. Eén van die algemene regels gaat over het onderwerp spuitvrijezones. Het ontwerp Herstelplan 2020 voorziet in een nadere uitwerking van spuitvrijezones voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Binnen een straal van 50 meter van kwetsbare objecten mag, zonder omgevingsvergunning, geen gebruik gemaakt worden van deze middelen vanwege milieu- en gezondheidsredenen. Dit stond voor één perceel in het Herstelplan 2018 (zie paragraaf 1.2) en zou door het Herstelplan 2020 op alle percelen naast kwetsbare objecten in Epe van toepassing zijn. Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 past dit niet in de opzet van het Herstelplan 2020. Daarnaast wordt in de zienswijzen bepleit om het belang van spuitvrije zones en de wijze waarop dit kan of moet worden geregeld in een breder overleg te bespreken.
Het gemeentebestuur zal hier ook nadrukkelijk op inzetten. Het voornemen is om in het kader van de nieuwe omgevingsvisie de transitie en belangen van de landbouw, het belang van gezondheid en de balans tussen ontwikkelingsruimte bieden en beschermen van waarden te bespreken. Dan worden dan ook actuele inzichten die landelijk zijn en worden ontwikkel betrokken. In ieder geval wordt met de agrarische sector overleg gevoerd en vervolgens zullen over het wel of niet regelen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, en aanvullend eventueel over de wijze waarop, afspraken worden gemaakt. Voorgesteld wordt de algemene regeling inzake het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in artikel 3.5.1 zoals opgenomen in het ontwerp Herstelplan 2020 te schrappen. Conclusie De zienswijzen die zijn gericht tegen de algemene van toepassing verklaring van de regeling voor spuitvrije zones voor agrarische gronden naast kwetsbare objecten, worden gegrond verklaard en geven aanleiding het plan te wijzigen. De voorgestelde regels over spuitvrije zones in artikel 3.5.1 wordt dan ook uit het plan gehaald.
2.3. Paardenbakken Er zijn 53 zienswijzen ingediend die betrekking hebben op paardenbakken en paddocks. In zienswijzen wordt gevreesd dat het Herstelplan 2020 tot effect heeft dat paardenbakken en paddocks binnenkort moeten worden verwijderd. Tevens wordt verondersteld dat deze objecten voor de tweede keer onder het overgangsrecht worden geplaatst en dit wordt als niet aanvaardbaar aangemerkt op basis van jurisprudentie. Overwegingen Zoals aangegeven in paragraaf 1.3 van deze zienswijzennota is het Herstelplan 2020 opgesteld met het oogmerk het geldende bestemmingsplan Buitengebied Epe op enkele, concrete onderdelen te herzien. Er is dus geen sprake van een algehele herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Epe. Het bestemmingsplan betreft uitsluitend de percelen die zijn opgenomen op de verbeelding (zie afbeelding 1 in paragraaf 1.3). Binnen het plangebied van het Herstelplan 2020 komen vrijwel geen paardenbakken of paddocks voor. De reclamanten die een zienswijze hebben ingediend over dit onderwerp zitten voor het overgrote deel niet in het plangebied van het Herstelplan 2020. Voor hen wijzigt er dus niets. Het thans vigerende bestemmingsplan (bestemmingsplan Buitengebied Epe) blijft onverminderd van kracht.
Aangezien er vrijwel geen paardenbakken binnen het plangebied van het Herstelplan 2020 vallen is er ook geen sprake van dat deze objecten voor de tweede keer onder het overgangsrecht worden geplaatst. Volledigheidshalve merken wij op dat, voor de drie percelen die wel in het plangebied liggen, in het Herstelplan 2020 geen wijzigingen opgenomen ten aanzien van paardenbakken.
7 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Conclusie Op basis van het voorgaande worden de zienswijzen als ongegrond verklaard. Het Herstelplan 2020 hoeft niet te worden aangepast.
2.4. Permanente bewoning recreatiewoningen Er zijn 30 zienswijzen ingediend die betrekking hebben op permante bewoning van recreatiewoningen. In deze zienswijzen wordt gevraagd om voor recreatiewoningen de aanduiding ‘wonen’ toe te voegen, zodat de recreatiewoning permanent kan worden bewoond. Daarbij wordt verwezen naar andere recreatiewoningen die in het ontwerp Herstelplan 2020 deze aanduiding hebben gekregen en wordt voornamelijk een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Overwegingen In Epe zijn in totaal 44 recreatiewoningen waar het gebruik van de recreatiewoningen voor permanente bewoning onder de beschermende werking van het overgangsrecht van de vorige bestemmingsplannen viel (recreatiewoningen met een zogeheten BOV-status (Bewoning Onder Overgangsrecht)). Bestemmingsplan Buitengebied In het bestemmingsplan Buitengebied Epe is het gebruik van deze recreatiewoningen voor permanente bewoning wederom onder het overgangsrecht gebracht. Tegen deze regeling is door zes eigenaren van een recreatiewoning met deze BOV-status beroep ingesteld bij de Raad van State. De Raad van State heeft uitgesproken dat voor deze zes recreatiewoningen het permanente gebruik van de recreatiewoningen als woning ten onrechte opnieuw onder het overgangsrecht is gebracht (zie ook paragraaf 1.2).
De aanleiding hiervoor was dat het opnieuw onder het overgangsrecht brengen van bestaand legaal gebruik slechts onder bijzondere omstandigheden aanvaardbaar kan zijn. Hiervoor is vereist dat zicht bestaat op beëindiging van het legale gebruik binnen de planperiode. Indien dit niet het geval is, betekent dit niet dat het gebruik als zodanig moet worden bestemd. Gebruik in strijd met een geldende bestemming of gebruik dat onder het overgangsrecht valt, doet namelijk op zichzelf geen gerechtvaardigde verwachtingen ontstaan over een toe te kennen bestemming. Indien bestemmen van het gebruik niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, ligt het op de weg van de raad om te bezien welke regeling kan worden getroffen om het bestaande legale gebruik in het plan te kunnen voortzetten. Dit kan bijvoorbeeld door een uitsterfregeling in het plan op te nemen. Een uitsterfregeling is een bijzondere vorm van positief bestemmen, waarbij aan het bestaande gebruik weliswaar geen beperkingen zijn gesteld, maar waarbij dit gebruik niet opnieuw een aanvang mag nemen, indien dit is beëindigd en een ander gebruik dat wel in overeenstemming is met het plan is aangevangen. Herstelplan 2018 In het Herstelplan 2018 is de planologische regeling voor deze zes recreatiewoningen met een BOVstatus aangepast.
Voor die recreatiewoningen is de functieaanduiding 'wonen' opgenomen en is in de planregels vastgelegd dat permanente bewoning is toegestaan, met dien verstande dat de permanente bewoning van de recreatiewoning niet meer is toegestaan zodra de permanente bewoning van de recreatiewoning gedurende minimaal één jaar is gestaakt. Dit in overeenstemming met de uitspraak van de Raad van State. Herstelplan 2020 Bij vaststelling van het Herstelplan 2018 is geconstateerd dat meer recreatiewoningen met BOV-status (in totaal 44) in het buitengebied liggen. De eigenaren van deze woningen waren niet in beroep gegaan tegen het bestemmingsplan Buitengebied Epe en zaten dan ook niet in het Herstelplan 2018. In het ontwerp Herstelplan 2020 is de aanduiding ‘wonen’ ook opgenomen voor de overige 38 recreatiewoningen met dezelfde BOV-status, omdat het vergelijkbare gevallen zijn. De keuze voor de genoemde 38 recreatiewoningen is dus een bewuste keuze. Alleen recreatiewoningen met een BOV-status zijn immers vergelijkbaar. Indieners van zienswijzen hebben een recreatiewoning zonder de BOV-status. Voor hen geldt dus een andere situatie die niet vergelijkbaar is met de recreatiewoningen met de BOV-status. Er kan dus geen beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Desalniettemin verzoeken ook zij voor hun recreatiewoning de aanduiding ‘wonen’ op te nemen.
In de zienswijzen zijn uiteenlopende algemeen geformuleerde argumenten genoemd. 8 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Echter, het gemeentebestuur kan een onderscheid maken tussen recreatief verblijf en een permanente woonfunctie van een woning. Jurisprudentie heeft dit vele malen uitgewezen. Het beleid en de motivering die hieraan ten grondslag liggen komen overeen met de motiveringen die in vergelijkbare situaties door het gemeentebestuur naar voren zijn gebracht, op basis waarvan het onderscheid wordt gehanteerd. Conclusie Op basis van het voorgaande worden de zienswijzen als ongegrond verklaard. Het Herstelplan 2020 hoeft niet te worden aangepast.
2.5. Gebruik recreatiewoning als tweede woning op recreatieparken Er zijn 28 zienswijzen ingediend die betrekking hebben op het gebruik van recreatiewoningen als tweede woning op recreatieparken. De zienswijzen zijn gericht op het verkrijgen van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’, zodat de recreatiewoning vrijgesteld wordt van de verplichting van bedrijfsmatige exploitatie en dus verplichte verhuur van de recreatiewoning. Overwegingen Bedrijfsmatige exploitatie bestemmingsplan Buitengebied en Herstelplan 2018 Bedrijfsmatige exploitatie vloeit onder meer voort uit de Beleidsnota Vitale Verblijfsrecreatie, waarin opnieuw werd bevestigd dat Epe dé aanbieder wil zijn van onderscheidende recreatieve voorzieningen in een natuurlijke omgeving voor gezinnen, medioren en senioren, waarbij rust, ruimte en respect voor mens en natuur centraal staan met als motto 'Epe, natuurlijk anders'. In de beleidsnota zijn de volgende beleidsdoelstellingen geformuleerd: • Verhoging van het aantal toeristische overnachtingen, door middel van kwaliteitsimpulsen binnen de voorzieningen. • Stimuleren van toeristische overnachtingen in, naast het hoofdseizoen ook, het voor- en naseizoen. • Productdifferentiatie en productkwaliteit als uitgangspunt voor het toeristische product in de gemeente Epe. • Zonering als instrument om verblijfsrecreatie in te passen.
Voor recreatiewoningen op bungalowparken is en wordt daarom vastgehouden aan de eis dat deze bedrijfsmatig geëxploiteerd dienen te worden. Voor recreatiewoningen op recreatieparken geldt op basis van het hiervoor genoemde beleid de eis van bedrijfsmatige exploitatie. Dit is in het bestemmingsplan vastgelegd. In het kader van de uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe (zie paragraaf 1.2) is geconstateerd dat op diverse parken sprake was van 'uitponding'. Dit betekent dat recreatiewoningen op recreatieparken zijn verkocht aan particuliere eigenaren die deze gebruiken als tweede woning. Met het Herstelplan 2018 is naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State voor een tweetal recreatieparken de planregeling aangepast in die zin dat voor een aantal op het park aanwezige en uitgeponde recreatiewoningen een aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - tweede woning' toegekend. Daarmee is tevens de verplichting voor bedrijfsmatige exploitatie van deze recreatiewoningen vervallen. Bij de vaststelling van het Herstelplan 2018 is gemeld dat er wellicht vergelijkbare gevallen van recreatieparken met tweede woningen zijn, waarbij door rechthebbenden geen beroep tegen de vaststelling van het bestemmingsplan is ingesteld. Omdat gelijke gevallen een gelijke behandeling dienen te krijgen, is geïnventariseerd of er mogelijk vergelijkbare gevallen zijn.
Dit heeft er toe geleid dat in het ontwerp Herstelplan 2020 op vier recreatieparken een aantal recreatiewoningen de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’ heeft gekregen. Zienswijzen en enquête In de zienswijzen wordt door reclamanten gevraagd om ook de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’ te krijgen. Naar aanleiding van de zienswijzen is geconstateerd dat het nodig is meer inzicht te krijgen in het gebruik van de recreatiewoningen gedurende de afgelopen jaren wat betreft het al dan niet bedrijfsmatig exploiteren. Hiervoor is een enquête uitgezet. Eigenaren van recreatiewoningen zijn in de gelegenheid gesteld hierover informatie te verstrekken. Daarbij is de ‘Beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie recreatieverblijven (recreatiewoningen/stacaravans>55m2) gemeente Epe’ als uitgangspunt genomen.
9 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Dat betekent dat voor zover handhavingsacties worden ondernomen, dit alleen gebeurt ten aanzien van het bedrijfsmatig exploiteren van recreatiewoningen en stacaravans > 55 m2. Van bedrijfsmatige exploitatie is ook sprake als de woning langer dan 245 dagen per jaar wordt verhuurd. Verhuur kan via een bedrijf plaatsvinden of het kan door de eigenaar van de recreatiewoning, een natuurlijke persoon, zelf gebeuren. Ook dan kan er al sprake zijn van bedrijfsmatige exploitatie. • Als de indiener van een zienswijze op de enquête heeft ingevuld dat de recreatiewoning niet wordt verhuurd of in ieder geval minder dan 245 dagen per jaar, dan wordt de zienswijze gegrond verklaard en krijgt de recreatiewoning bij gewijzigde vaststelling van het Herstelplan 2020 een aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. De parkbeheerder heeft voor de eigenaren van diverse recreatiewoningen op Remboe Village ter ondersteuning hiervoor een verklaring afgeven dat de woning niet of minder dan 245 dagen per jaar wordt verhuurd. • Als in de zienswijze wordt aangegeven dat geen verhuur plaatsvindt, dan krijgen ook die recreatiewoning de gevraagde aanduiding. Dit is ook van toepassing op situaties dat geen medewerking aan de enquête is verleend of geen verklaring van een parkbeheerder is toegevoegd.
Ook dan wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’ bij gewijzigde vaststelling van het Herstelplan 2020 opgenomen. Immers, de zienswijze biedt hiertoe voldoende aanleiding. Voor sommige zienswijzen is ook gekeken naar hetgeen tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht. Geen uitsterfregeling van toepassing In enkele zienswijzen wordt verondersteld dat in het ontwerp Herstelplan 2020 voor recreatiewoningen een aanduiding ‘tweede woning’ is opgenomen, maar dat in het bestemmingsplan Buitengebied ook een uitsterfregeling van toepassing is of wordt. Die uitsterfregeling zou gericht zijn op het automatisch laten vervallen van de gebruiksmogelijkheid van de recreatiewoning als tweede woning, als de recreatiewoning minimaal één jaar lang wel bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd. Het berust echter op een misverstand dat de regeling een uitsterfbepaling bevat of gaat bevatten. Dat is alleen het geval bij het gebruik van recreatiewoningen voor ‘wonen’ en dus permanente bewoning. Bedrijfsmatige exploitatie niet voor het gehele park als eenheid, maar per recreatiewoning In het ontwerp-herstelplan 2020 is in de bestemmingsregeling bepaald dat bedrijfsmatige exploitatie niet voor het recreatiepark als eenheid wordt voorgeschreven, maar per recreatiewoning.
Dat heeft als voordeel dat een eigenaar van een recreatiewoning niet afhankelijk is van het gebruik van andere recreatiewoningen op het recreatiepark. Tevens is aan de regeling voor bedrijfsmatige exploitatie toegevoegd dat bedrijfsmatige exploitatie ook door natuurlijke personen kan gebeuren. Ook dat is een versoepeling voor eigenaren van recreatiewoningen. Aanpassing beperkt tot het plangebied van Herstelplan 2020 De aanpassingen in de regeling hebben alleen betrekking op de recreatiewoningen in het plangebied van het Herstelplan 2020 (zie paragraaf 1.3) en niet op andere recreatiewoningen. Bij gewijzigde vaststelling is het niet gepast om in dit afrondende stadium van besluitvorming het plangebied van het Herstelplan voor dit onderdeel ineens te vergroten. Mocht het in de toekomst wenselijk worden geacht de versoepelde bepalingen alsnog van toepassing te verklaren op andere recreatiewoningen, dan kan hiervoor een afzonderlijke planprocedure worden gestart. Om de beperkte toepassing van het Herstelplan 2020 te verduidelijken, wordt dit in de aanpassing van de regeling als zodanig vermeld. Omgevingswet 2022: omgevingsvisie en omgevingsplan De verwachting is voorts dat in het licht van de invoering van de Omgevingswet in 2022 een nieuwe Omgevingsvisie wordt opgesteld in nauwe samenspraak met relevante partijen.
In dat kader zullen de huidige regelingen voor recreatiewoningen en de gewenste toekomstperspectieven voor recreatiewoningen in breder verband worden besproken en beoordeeld. In afwachting daarvan blijft de opzet van het voorliggend Herstelplan beperkt tot enkele reparaties. Conclusie De zienswijzen worden deels gegrond verklaard. In deze gevallen krijgt de recreatiewoning bij gewijzigde vaststelling van het Herstelplan 2020 een aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.
10 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
3. Reactie individuele zienswijzen spuitvrije zones 3.1. Hoofdlijn van de ingediende zienswijzen a) Er is ontevredenheid over de wijze waarop de sector is meegenomen bij de voorbereiding van het plan en over de wijze van publiceren. De bekendmaking als ambtshalve wijziging wekt volgens reclamant de indruk dat er slechts sprake is van marginale aanpassingen (regulier onderhoud). In werkelijkheid gaat het om beleidswijzigingen met verstrekkende gevolgen voor agrarische ondernemers. Zaken als het breed invoeren van spuitvrije zones voor alle vormen van agrarisch gebruik en een aangescherpte vergunningplicht voor kwekerijen worden in de toelichting van het plan slechts summier genoemd en worden pas duidelijk na het gedetailleerd bestuderen van het plan. b) De gewijzigde regels rond agrarisch gebruik het herstelplan allesbehalve beleidsneutraal maken. c) Ondernemers zijn onvoldoende geïnformeerd over essentiële randvoorwaarden voor hun bedrijf. Daarbij geeft reclamant aan graag in overleg te gaan om te bespreken hoe de agrarische sector direct en vroegtijdig betrokken kan worden bij plannen over het buitengebied die de agrarische sector raken. d) Het instellen van spuitvrije zones - overstijgend aan landelijke regelgeving – is een inbreuk op de gebruiksrechten van agrarische ondernemers.
De enorme inperking op regulier én biologisch agrarisch gebruik levert onevenredig nadeel op voor agrarische bedrijven. e) Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is onderhevig aan strakke landelijke regelgeving. De Gezondheidsraad heeft tot tweemaal toe wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar effecten op de omwonenden. Ook in het meest recente onderzoek (uitgevoerd na de rechterlijke uitspraak inzake Epe) is geen effect vastgesteld. f) De ontheffingsoptie op basis van aanvullend onderzoek is een omgekeerde bewijslast. Deze is onredelijk en niet te realiseren. Ook andere ondernemers kunnen niet aantonen dat hun bedrijfsactiviteiten in de gemeente Epe geen nadelige effecten op de omgeving veroorzaken. Waar professionals van de Gezondheidsraad met herhaald onderzoek geen effect vast kunnen stellen, is het voor een individuele ondernemer onmogelijk het omgekeerde aan te tonen. Reclamant is van mening dat deze onderzoeksplicht niet past in zorgvuldige ruimtelijke ordening met gepaste belangenafweging. g) De Raad van State (ECLI:NL:RVS:2015:1698) heeft geen minimale aan te houden afstand vastgesteld, maar heeft aangegeven dat een kleinere afstand aanvaardbaar is indien aan die keuze een deugdelijke motivering ten grondslag is gelegd.
Daarbij geeft reclamant aan dat in het aanvullend onderzoek door de Gezondheidsraad in combinatie met de strakke regelgeving rond toelating en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voldoende deugdelijke motivering gevonden kan worden. h) Gewezen wordt op de afspraken die de agrarische sector gemaakt heeft met het ministerie van LNV over het beperken van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Deze afspraken zijn gebaseerd op de ambitie ‘Plantgezondheid 2030: Gezonde teelt, gezonde toekomst’ van LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland, KAVB en NFO. Deze hebben geresulteerd in een Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030 waaraan alle partijen zich verbonden hebben. De sector werkt daarmee zelf aan het beperken van de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen en aan nieuwe weerbare teeltsystemen. Het eenzijdig opleggen van spuitvrije zones past niet in deze landelijke aanpak en heeft daarmee een averechtse werking op de gezamenlijke inspanning. i) Er wordt op gewezen dat de gevoelige functies in het landelijk gebied van de gemeente Epe buitengewoon verspreid door het kleinschalige landschap liggen. Als de gemeente Epe rond iedere gevoelige functie een afstand van 50 meter intekent, ziet de gemeente Epe snel welk effect die heeft op de landbouwstructuur. De zones raken elkaar en er blijft geen werkbare ruimte meer over.
Reclamant geeft aan dat dit effect draconisch is en daarom tot een nadere overweging moet leiden. j) Het overzicht ambtshalve wijzigingen meldt dat een nieuwe regel wordt toegevoegd als 3.5.1 sub e achter 3.5.1 sub d. Reclamant geeft aan dat 3.5.1 sub d niet te vinden is in de gepubliceerde en vastgestelde plannen en geeft daarbij aan geen idee te hebben wat dat punt behelst. Gevraagd wordt om een nadere toelichting.
11 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
k) Inzake het overgangsrecht ontstaat een onduidelijke situatie in lid 49.2 onder c. Gewasbeschermingsmiddelen worden met de grootste mogelijke terughoudendheid toegepast als de fytosanitaire omstandigheden dat vereisen. Reclamant geeft aan dat als er eens een jaar mogelijk is zonder noodzakelijke toepassing, het niet zo kan zo zijn dat het recht vervalt om dan later, als het wel noodzakelijk is, alsnog in te grijpen met op dat momenteel legaal toegestane middelen. l) Bezwaar wordt gemaakt bezwaar tegen de aanscherping van de vergunningplicht voor kwekerijen van bomen, struiken en heesters. Deze aanscherping vloeit voort uit de gewijzigde aanduiding overige zones in combinatie met de aanpassingen in kolom G van Artikel 47. Reclamant heeft het artikel toegevoegd. Deze kwekerijen zijn normale agrarische bedrijven conform de regels en bepalingen van het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Epe. De noodzaak van een vergunningsplicht voor deze categorie ontgaat reclamant volledig. m) De vergunningplicht schaadt deze ondernemers in hun bestaansrecht en ontwikkeling. Daarbij beperkt de opgelegde vergunningsplicht eigenaren van arsische gronden om dergelijke activiteiten te ontwikkelen of hun grond daarvoor beschikbaar te stellen. Dat is een vergaande beperking in gebruiksmogelijkheden die zich direct vertalen in een waardedaling.
n) Het voorliggende plan stelt dat een vergunning mogelijk is onder voorwaarden maar maakt niet inzichtelijk welke voorwaarden dit zijn. Reclamant geeft aan dat op deze manier onduidelijkheid en onzekerheid ontstaat voor haar ondernemers. o) Bereidheid is er om in overleg te treden met de gemeente Epe. In de zienswijzen wordt kort samengevat gevraagd de algehele van toepassing verklaring van spuitvrije zones ter plaatse van 50 meter binnen kwetsbare objecten niet vast te stellen en in ieder geval in overleg te treden met de agrarische sector voor hierover.
3.2. Overwegingen Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 zijn in het ontwerp Herstelplan 2020 per abuis een aantal regels opgenomen die betrekking op het gehele buitengebied. Dit was niet de bedoeling en paste niet binnen de kaders voor het Herstelplan 2020. Eén van die algemene regels gaat over het onderwerp spuitvrijezones. Het ontwerp Herstelplan 2020 voorziet in een nadere uitwerking van spuitvrijezones voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Binnen een straal van 50 meter van kwetsbare objecten mag, zonder omgevingsvergunning, geen gebruik gemaakt worden van deze middelen vanwege milieu- en gezondheidsredenen. Dit stond voor één perceel in het Herstelplan 2018 (zie paragraaf 1.2) en zou door het Herstelplan 2020 op alle percelen naast kwetsbare objecten in Epe van toepassing zijn. Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 past dit niet in de opzet van het Herstelplan 2020. Daarnaast wordt in de zienswijzen bepleit om het belang van spuitvrije zones en de wijze waarop dit kan of moet worden geregeld in een breder overleg te bespreken. Het gemeentebestuur zal hier ook nadrukkelijk op inzetten. Het voornemen is om in het kader van de nieuwe omgevingsvisie de transitie en belangen van de landbouw, het belang van gezondheid en de balans tussen ontwikkelingsruimte bieden en beschermen van waarden te bespreken.
Dan worden dan ook actuele inzichten die landelijk zijn en worden ontwikkel betrokken. In ieder geval wordt met de agrarische sector overleg gevoerd en vervolgens zullen over het wel of niet regelen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, en aanvullend eventueel over de wijze waarop, afspraken worden gemaakt. Voorgesteld wordt de algemene regeling inzake het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in artikel 3.5.1 zoals opgenomen in het ontwerp Herstelplan 2020 te schrappen.
3.3. Conclusie De zienswijzen die zijn gericht tegen de algemene van toepassing verklaring van de regeling voor spuitvrije zones voor agrarische gronden naast kwetsbare objecten, worden gegrond verklaard en geven aanleiding het plan te wijzigen. De voorgestelde regels over spuitvrije zones in artikel 3.5.1 wordt dan ook uit het plan gehaald.
12 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
3.4. Individuele zienswijzen 3.4.1. LTO Noord afdeling Noord Oost Veluwe, Zwartewaterallee 14 8031 DX Zwolle, 5 maart 2021, ingekomen op 10 maart 2021
Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 3.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3. is de wijziging weergegeven. 3.4.2. Zienswijze van [reclamant], ingekomen op 12 maart 2021 Samenvatting zienswijze a) Reclamant geeft aan dat hij regelmatig actief is in de gemeente Epe met gewasbeschermingsmiddelen voor agrarische klanten. Voorliggend plan bedreigd reclamant in de uitvoerbaarheid en toekomst van zijn bedrijf. De gebruiksbeperkingen leveren daarnaast een forse daling van de grondprijs op en leiden zo tot financiële benadeling. b) Reclamant sluit zich inhoudelijk aan bij de weergave van de hoofdlijn van ingediende zienswijzen zoals opgenomen in paragraaf 3.1. Deze kan daarmee als de zienswijze worden beschouwd. Reclamant heeft deze in de zienswijze toegevoegd. c) Reclamant vraagt de gemeente Epe dringend af te zien van dit herstelplan voor zover het spuitvrije zones en vergunningplicht betreft en spoedig in overleg te treden met de sector. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
In paragraaf 3.3. is de wijziging weergegeven. 3.4.3. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend, ingekomen om 8 maart 2021 Samenvatting zienswijze a) Reclamant heeft een varkensbedrijf met akkerbouw tak van 70 ha. Zijn bouwplan bestaat uit maïs, bieten en gras. Reclamant geeft aan dat voor een goede teelt van deze gewassen gewasbescherming middels bespuiting van essentieel belang is. Het voorliggende plan betekent voor reclamant dat hij geen gewasbescherming meer kan toepassen. Hierdoor zal de opbrengst dramatisch dalen en zullen akkerbouw teelten onmogelijk zijn in de toekomst. b) Reclamant geeft aan dat voorliggende plan een bedreiging is voor de uitvoerbaarheid en toekomst van zijn bedrijf. De gebruiksbeperkingen leveren daarnaast forse daling van de grondprijs en leiden tot financiële benadeling. c) Reclamant sluit zich inhoudelijk aan bij de weergave van de hoofdlijn van ingediende zienswijzen zoals opgenomen in paragraaf 3.1. Reclamant heeft deze in de zienswijze toegevoegd. d) Reclamant vraagt de gemeente Epe dringend af te zien van dit herstelplan voor zover het spuitvrije zones en vergunningplicht betreft en spoedig in overleg te treden met de sector. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3.
is de wijziging weergegeven.
13 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
3.4.4. Zienswijze van [reclamant], d.d. niet bekend (ingekomen 08 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant geeft aan meerdere percelen maisland te hebben. Voorliggende plan bedreigt reclamant in de uitvoerbaarheid en toekomst van zijn bedrijf. De gebruiksbeperkingen leveren daarnaast een forse daling van de grondprijs op en leiden zo tot financiële benadeling. b) Reclamant sluit zich inhoudelijk aan bij de weergave van de hoofdlijn van ingediende zienswijzen zoals opgenomen in paragraaf 3.1. Reclamant heeft deze in de zienswijze toegevoegd. c) Reclamant vraagt de gemeente Epe dringend af te zien van dit herstelplan voor zover het spuitvrije zones en vergunningplicht betreft en spoedig in overleg te treden met de sector. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3. is de wijziging weergegeven. 3.4.5. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen 12 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant sluit zich inhoudelijk aan bij de weergave van de hoofdlijn van ingediende zienswijzen zoals opgenomen in paragraaf 3.1. voor wat betreft de punten d, e en f en l, m en n. Deze kan daarmee als de zienswijze worden beschouwd. Reclamant heeft deze in de zienswijze toegevoegd.
Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3. is de wijziging weergegeven. 3.4.6. Zienswijze van [reclamant], d.d. 6 maart (ingekomen 9 maart) Samenvatting zienswijze a) Reclamant heeft een melkveebedrijf en kalverhouderij. Voorliggend plan bedreigt reclamant in de uitvoerbaarheid en toekomst van haar bedrijf. De gebruiksbeperkingen leveren daarnaast forse daling van de grondprijs op en leiden zo tot financiële benadeling. b) Reclamant sluit zich inhoudelijk aan bij de weergave van de hoofdlijn van ingediende zienswijzen zoals opgenomen in paragraaf 3.1. Reclamant heeft deze in de zienswijze toegevoegd. c) Reclamant vraagt de gemeente Epe dringend af te zien van dit herstelplan voor zover het spuitvrije zones en vergunningplicht betreft en spoedig in overleg te treden met de sector. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3. is de wijziging weergegeven. 3.4.7. Zienswijze van [reclamant], d.d.