CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie [geanonimiseerd]

Commissie Omgeving en Financiën 4 juni 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Integrale Groenvisie 20264.395 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzennota – geanonimiseerd Ontwerp Integrale groenvisie 2026

Definitief 12 mei 2026

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................................ 1 1. Inleiding ....................................................................................................................................... 2 2. Zienswijzen .................................................................................................................................. 3 1.

Zienswijze van indiener 1 ................................................................................................... 3

2.

Zienswijze van indiener 2 ................................................................................................... 5

3.

Zienswijze van indiener 3 ................................................................................................... 7

4.

Zienswijze van indiener 4 ................................................................................................... 8

5.

Zienswijze van indiener 5 ................................................................................................... 9

6.

Zienswijze van indiener 6 ................................................................................................. 11

3. Ambtshalve aanpassingen ........................................................................................................ 13

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

1

1. Inleiding Achtergrond Deze nota betreft de vastlegging en verantwoording van de zienswijzen, zoals deze op de Ontwerp Integrale groenvisie 2026 zijn ontvangen. Ook bevat de nota de ambtshalve aanpassingen in het beleidsplan. Op grond van de gemeentelijke inspraakverordening heeft de Ontwerp Integrale groenvisie ter inzage gelegen van 16 december 2025 tot en met 26 januari 2026. Tijdens deze periode stond voor iedereen de mogelijkheid open om te reageren. Ontvangen zienswijzen Er zijn zes zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend. In hoofdstuk 2 worden deze samengevat en beantwoord. Ambtshalve aanpassingen De gemeente heeft de mogelijkheid om na de termijn van terinzagelegging, bij vaststelling, zogenoemde ambtshalve aanpassingen door te voeren. Dit betreft ondergeschikte wijzigingen ter verbetering, die geen directe invloed hebben op de aard van het document. In hoofdstuk 3 is voor de volledigheid een overzicht gegeven van de ambtshalve aanpassingen die worden doorgevoerd, voorzien van een korte uitleg over de noodzaak van de aanpassingen.

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

2

2. Zienswijzen 1. Zienswijze van indiener 1 Datum ontvangen door gemeente:

5 januari 2026

Samenvatting reactie De indiener vestigt de aandacht op het belang van het daadwerkelijk uitvoeren en handhaven van de ambities uit de Integrale Groenvisie, zodat het niet bij algemene beleidsuitspraken blijft. De indiener heeft daarbij de volgende opmerkingen: a. De ontwerp Groenvisie bevat volgens de indiener veel algemene en bekende informatie, terwijl onvoldoende concreet wordt gemaakt hoe de doelen daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. b. De indiener vraagt aandacht voor ruimtelijke ontwikkelingen zoals uitbreiding van Defensie bij het ASK-terrein die kunnen leiden tot verlies van bestaande natuur, en verzoekt om een gemeentelijk standpunt hierover. c. Er is behoefte aan meer duidelijkheid over begrippen in de uitvoeringsagenda, zoals de nulmeting op buurtniveau en de betekenis van 'VFL'. d. De indiener plaatst kanttekeningen bij de rol en positie van vakantieparken in de groenvisie en vraagt om helderheid over beleid, mogelijke uitbreiding en concrete locaties (waaronder het voormalige padvindersgebouw in het Helfterkampbos). e. De indiener vraagt om transparantie en monitoring ten aanzien van bomenkap, waaronder het bestaan van een kapmonitoringsysteem, de reikwijdte van de kapvergunningplicht onder de Omgevingswet en de beschikbare handhavingscapaciteit. f.

Er wordt aandacht gevraagd voor zorgvuldig groenbeheer, met het verzoek bestaande groenvakken niet onnodig te cultiveren of te verharden en specifieke aandacht voor natuurwaarden en beheerproblemen in het Helfterkampbos. g. De indiener wijst op de negatieve effecten van wild parkeren in woonwijken op bermen en groenvakken en vraagt om een strikter parkeerbeleid ter bescherming van het groen. h. Tot slot vraagt de indiener aandacht voor bewustwording en participatie van inwoners, en voor een betere bereikbaarheid en communicatie vanuit de gemeente over de Groenvisie. Reactie gemeente Ad a. De gemeente herkent het belang van een duidelijke vertaling van doelen naar uitvoering. De ontwerp Integrale Groenvisie geeft het strategisch kader. De verdere concretisering vindt plaats via de uitvoeringsagenda welke als bijlage is opgenomen in de Groenvisie. Met deze uitvoeringsagenda wordt stapsgewijs invulling gegeven aan de doelen waarbij eveneens de benodigde middelen worden opgenomen. Ad b. Ontwikkelingen van derden vallen niet rechtstreeks onder deze Groenvisie. Wel vormt de Groenvisie een belangrijk afwegingskader bij ruimtelijke besluitvorming, waarbij bescherming van bestaande natuurwaarden wordt meegewogen. Ad c. De genoemde begrippen zoals nulmeting op buurtniveau en VFL zijn onvoldoende uitgelegd binnen de ontwerp groenvisie.

Een nulmeting van de bomennorm op buurtniveau is een inventarisatie van de bestaande hoeveelheid en kwaliteit van bomen binnen een buurt. De VFL is de Verordening Fysieke Leefomgeving, voorheen de Algemene Plaatselijke Verordening. In de definitieve versie van de Groenvisie zullen deze begrippen verduidelijkt worden. Ad d. De Groenvisie beoogt geen voorkeursbehandeling van vakantieparken. Eventuele ontwikkelingen worden getoetst aan geldend beleid en ruimtelijke kaders. Concrete initiatieven of locaties maken geen onderdeel uit van deze visie en worden afzonderlijk beoordeeld. Ad e. De gemeente werkt vanuit de visie aan verdere verbetering van registratie en monitoring ten aanzien van bomenkap en het beschermen van waardevolle bomen. Ook is er nieuw handhavingsbeleid in de maak. Ad f. De gemeente onderschrijft het belang van zorgvuldig beheer van bestaande groenvakken en natuurgebieden. Beheermaatregelen zijn gericht op behoud en versterking van

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

3

Ad g.

Ad h.

biodiversiteit met oog voor minimale verstoring. Specifieke beheermaatregelen vallen verder niet onder de Groenvisie. De gemeente herkent de negatieve effecten van wildparkere in het groen. In de Groenvisie zullen we het wildparkeren explicieter gaan benoemen. We kunnen in de groenvisie echter geen uitspraken doen t.a.v. het parkeerbeleid zelf. De gemeente is bezig met een aanwijzingsbesluit VFL parkeren dat o.a. ziet op dit probleem. De gemeente hecht waarde aan betrokkenheid van inwoners en werkt aan verdere verbetering van participatie en communicatie. De uitvoeringsagenda vormt hiervoor een belangrijk startpunt. Zo zijn er in de uitvoeringsagenda projecten opgenomen waarbij de informatievoorzieningen worden versterkt, maar ook projecten waarbij inwoners worden gestimuleerd om zelf iets te gaan doen waarbij bewustwording en kennis over biodiversiteit worden gestimuleerd.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding de Integrale groenvisie 2026 te wijzigen. Aanpassing • Op pagina 24 zullen we in hoofdstuk 5.1 - Toenemende ruimtevraag het fout parkeren explicieter gaan benoemen. • In de uitvoeringsagenda (bijlage 1) zullen de begrippen 'nulmeting op buurtniveau' en 'VFL' nader toegelicht worden of een betere context krijgen.

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

4

2. Zienswijze van indiener 2 Datum ontvangen door gemeente:

19 januari 2026

Samenvatting reactie De indiener vestigt de aandacht op de prettige leesbaarheid en toegankelijkheid van de Integrale Groenvisie en vraagt tegelijkertijd aandacht voor een meer ecologisch inhoudelijke uitwerking. De indiener heeft daarbij de volgende opmerkingen: a. De indiener merkt op dat de beschreven meerwaarde van groen met name geldt voor inheemse planten en bomen. Kort gemaaid gras en uitheemse soorten dragen volgens de indiener beperkt bij aan biodiversiteit (zoals voedsel voor insecten). De indiener stelt voor dit explicieter te benoemen bij de kernwaarde ‘eigen’. b. Ten aanzien van het reinigend vermogen van bodem, water en lucht plaatst de indiener een kanttekening bij het gebruik van de term ‘gefilterd’. Filters kunnen verzadigd raken of doorslaan, waardoor schadelijke stoffen alsnog in de kringloop terechtkomen. De indiener vraagt aandacht voor de lange termijn en de omgang met opgeslagen schadelijke stoffen. c. Bij het thema ecologie vraagt de indiener of de gemeente actief zal inzetten op het vervangen van naaldbomen door inheemse loofbomen. d. In het kader van preventie vraagt de indiener of de gemeente ook verkoopkanalen zoals tuincentra zal aanspreken op de verkoop van uitheemse of ongewenste plantensoorten. e.

De indiener wijst op het brandrisico van harsrijke soorten (zoals coniferen en dennen) nabij bebouwing en vraagt of de gemeente inzet op vervanging hiervan op natuurlijke momenten. f. Tot slot geeft de indiener mee om tijdig en duidelijk aan te geven welke groenstructuren of gebieden niet mogen verdwijnen. Reactie gemeente Ad a. In de ontwerp Groenvisie wordt het belang van biodiversiteit onderschreven en wordt er expliciet aandacht aan besteedt. We zullen bij de toelichting op de kernwaarde ‘eigen’ inheems explicieter benoemen. Ad b. De Groenvisie beschrijft het reinigend vermogen van natuurlijke systemen in algemene zin. De kanttekening dat deze systemen grenzen kennen, wordt herkend. De visie is echter niet bedoeld als milieutechnisch uitvoeringsdocument. Ad c. Doel 7.9 beschrijft de acties die genomen moeten worden voor een gezond, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig bomenbestand. Het stapsgewijs vervangen van naaldbomen voor loofbomen is hier wel degelijk een onderdeel van. Dit zullen we explicieter opnemen bij de beschreven doelen. Maatregel 18 en 19 in de uitvoeringsagenda geven nadere invulling aan de verloofing van het bomenbestand. Waar aanpassingen binnen het bomenbestand plaatsvinden, voor zover mogelijk binnen de huidige regelgeving, gebeurt dit gebiedsgericht en op natuurlijke momenten, met oog voor ecologie, landschap en beheer.

In het gemeentelijk bos wordt hier reeds op ingezet en we hopen particuliere boseigenaren ook hierin mee te krijgen. Ad d. De directe aansturing van commerciële verkoop door tuincentra valt buiten de reikwijdte van de Groenvisie. Ad e. Brandveiligheid is een belangrijk aandachtspunt, met name daar waar gewoond en gerecreëerd wordt. De gemeente werkt samen met veiligheidsregio en andere partners aan bewustwording en risicobeperking. Eventuele vervanging van beplanting gebeurt zorgvuldig en op natuurlijke momenten.

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

5

Ad f.

Een onderdeel van de uitvoeringsagenda is onder andere het inventariseren en geven van een waardebepaling aan groen- en landschapselementen die behouden moeten blijven. Daarbij zullen ook ‘wensstructuren’ worden aangeduid, waar nieuwe structuren en elementen ontwikkeld kunnen worden. Deze onderdelen worden vervolgens opgenomen en geborgd in de omgevingsplannen waardoor deze elementen inrichtings-, beschermings- en beoordelingsregels krijgen.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding de Integrale groenvisie 2026 te wijzigen. Aanpassing • We zullen bij de toelichting op de kernwaarde ‘eigen’ op pagina 28 de term ‘inheems’ explicieter benoemen. • Het stapsgewijs vervangen van naaldbomen voor loofbomen zullen we explicieter opnemen bij de beschreven doelen van paragraaf 7.9.

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

6

3. Zienswijze van indiener 3 Datum ontvangen door gemeente:

23 januari 2026

Samenvatting reactie De indiener vestigt de aandacht expliciet op het buitengebied in de overgangszone tussen de Nijbroekerpolder en de IJsselvallei en stelt dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de Nijbroekerpolder in het ontwerp Integrale Groenvisie onvoldoende zijn benoemd. De indiener heeft daarbij de volgende opmerkingen: a. De Nijbroekerpolder kent een eigen cultuurhistorische ontwikkeling met een herkenbare verkavelingsstructuur, landschapselementen als hagen, heggen, singels en boomgaarden, waterhuishouding en agrarische gebruiksgeschiedenis. Deze gebiedsidentiteit verdient volgens de indiener een expliciete plaats in de Groenvisie. b. De ontwerpvisie beschrijft de IJsselvallei als één samenhangend landschapstype. De indiener stel dat de Nijbroekerpolder wezenlijk hiervan verschilt door zijn kleinschaliger en meer besloten karakter, heggen- en hagenstructuren, fijnmazige verkaveling en afwijkende ontginningsgeschiedenis. Door de Nijbroekerpolder niet afzonderlijk te benoemen, ontstaat volgens de indiener het risico dat toekomstige ruimtelijke initiatieven worden beoordeeld op basis van een te generiek landschapsbeeld, waardoor gebiedseigen kwaliteiten verloren kunnen gaan. c.

De indiener verzoekt de gemeente om de Nijbroekerpolder expliciet te benoemen als afzonderlijke cultuurhistorische eenheid en deze waarden zichtbaar te verankeren in de definitieve Groenvisie, zodat zij volwaardig kunnen meewegen bij toekomstige ruimtelijke initiatieven en vergunningverlening. Reactie gemeente Ad a. De Groenvisie biedt een strategisch kader en is niet bedoeld als uitputtende gebiedsbeschrijving. De door de indiener genoemde waarden kunnen bij verdere uitwerking, gebiedsprocessen en concrete planvorming nadrukkelijker worden betrokken. Ad b. De gemeente onderschrijft het belang van cultuurhistorische waarden in het buitengebied. De Integrale Groenvisie beschrijft landschappen op hoofdlijnen en benoemt daarbij karakteristieke kenmerken. De cultuurhistorische achtergrond van deelgebieden, waaronder de Nijbroekerpolder, wordt herkend en vormt onderdeel van het bredere afwegingskader. Ad c. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt niet uitsluitend getoetst aan de landschapsbeschrijving in de Groenvisie, maar ook aan andere beleidskaders, waaronder het Landschapsontwikkelingsplan (2010). Hiermee wordt geborgd dat gebiedseigen kwaliteiten worden meegewogen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de Integrale groenvisie 2026 te wijzigen.

Dit komt voort uit het karakter van de Groenvisie als strategisch kader, waarin op hoofdlijnen richting wordt gegeven aan het groenbeleid van de gemeente. De door de indiener gevraagde nadere duiding en gebied specifieke uitwerking past bij de tactisch-operationele fase, die plaatsvindt binnen de uitvoeringsagenda en bij gebiedsgerichte uitwerkingen.

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

7

4. Zienswijze van indiener 4 Datum ontvangen door gemeente:

24 januari 2026

Samenvatting reactie De indiener heeft de volgende vragen en opmerkingen: a. Verzoek om buurtschap Norel op te nemen in de Groenvisie, omdat dit gebied volgens de indiener belangrijke historische groenelementen bevat, zoals houtwallen, oude paden, enkgronden, de Eper Sprengen en voormalige beken (Holleweg en Norelbosch). b. Verzoek om in het kaartmateriaal op pagina 13 de ontbrekende landgoederen Het Norelbosch, Norelbosch (Belvedèreweg) en De Groene Zee alsnog op te nemen. c. Vraag of cultuurhistorisch groen erfgoed nog verder wordt geïnventariseerd en welke mogelijkheden er zijn om deze landschapselementen juridisch te beschermen. d. Vraag of bebouwing in of rond cultuurhistorisch erfgoed kan worden gereguleerd, zodat nieuwe gebouwen aansluiten bij de historische bebouwingsstijl (laag, boerderijstijl) en hoge villa’s worden voorkomen. e. Vraag of er beleid bestaat dat het gebruik van strooizout in de winter verbiedt binnen Natura 2000‑gebieden en Natuurnetwerk Nederland. Reactie gemeente Ad a. De gemeente erkent de groene en cultuurhistorische waarden van buurtschap Norel, zoals houtwallen, oude paden, het vennetje, enkgronden en de sprengenstructuur. De Integrale Groenvisie werkt echter op hoofdlijnen en beschrijft niet alle buurtschappen of gebieden afzonderlijk. Deze waarden worden wel betrokken bij de eventuele uitwerking in gebiedsgerichte plannen en beheermaatregelen.

Ad b. De groenstructuurkaart op pagina 13 geeft een overzicht op hoofdlijnen en is niet bedoeld als volledige inventarisatie van alle landgoederen. In deze kaart is ervoor gekozen om de grotere landgoederen en met de dubbelbestemming ‘Waarde – Landgoed’ op te nemen. Landgoed ’t Norelbosch en De Groene Zee vallen ook onder deze categorie en zullen daarom worden toegevoegd aan de kaart. Ad c. In maatregel 1 van de Uitvoeringsagenda is voorzien dat de gemeente een landschappelijk en groenstedelijk identiteitskader / handreiking opstelt. Onderdeel daarvan is het in beeld brengen van de bestaande groenkwaliteiten, waaronder ook het cultuurhistorisch groen erfgoed. Deze inventarisatie vormt een basis voor latere beleidsen beoordelingskaders. Cultuurhistorisch groen erfgoed kan juridisch worden beschermd via gemeentelijke instrumenten zoals het omgevingsplan, bomenverordening, erfgoedverordening en gebiedsgerichte beschermingsregimes, waarbij de uiteindelijke borging altijd in het omgevingsplan wordt vastgelegd. Ad. d. De vraag heeft geen directe relatie met de Integrale Groenvisie. Bebouwing rond cultuurhistorisch erfgoed kan alleen juridisch worden gereguleerd via het omgevingsplan en het stelsel van omgevingskwaliteit. Hiermee kan worden gewaarborgd dat nieuwe ontwikkelingen qua maat, vorm en uitstraling passen bij het cultuurhistorisch landschap. Ad. e.

De gemeente Epe heeft een gladheidsbestrijdingsplan waarin staat beschreven hoe de wegbeheerder gladheid aanpakt tijdens winterse omstandigheden. Er is geen specifiek beleid waarin het gebruik van strooizout binnen Natura 2000‑gebieden of het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is beschreven. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding de Integrale groenvisie 2026 te wijzigen. Aanpassing • Landgoed ’t Norelbosch en De Groene zullen worden toegevoegd aan de groenstructuurkaart op pagina 13.

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

8

5. Zienswijze van indiener 5 Datum ontvangen door gemeente:

24 januari 2026

Samenvatting reactie De indiener heeft de volgende vragen en opmerkingen: a. De indiener vestigt de aandacht op de participatie. De indiener stelt dat in de Groenvisie onvoldoende zichtbaar is hoe meningen van inwoners, ambtenaren en andere betrokkenen zijn opgehaald en verwerkt, waardoor een motiveringsgebrek ontstaat; met de komst van de Omgevingswet, waarin participatie zwaarder weegt, is deze onduidelijkheid volgens de indiener een wezenlijk tekortpunt. b. De indiener stelt tevens dat de Groenvisie voortbouwt op het Bomenbeleidsplan 2010 en op bebouwdekomgrenzen uit de voormalige Boswet, terwijl deze volgens hem destijds niet op de juiste wijze zijn gepubliceerd en daardoor niet rechtsgeldig zijn. Hierdoor zou de kwalificatie ‘bosrijke wijk’ juridisch ontbreken en zou het College hebben nagelaten dit te herstellen bij de recente actualisatie van het Omgevingsplan. De indiener geeft aan dat dit vraagstuk in de Groenvisie niet wordt opgelost en dat provinciaal beleid daarbij onvoldoende is betrokken. c. De visie maakt geen onderscheid tussen gemeentelijk en particulier eigendom. Daarmee grijpt deze visie diep in op de eigendom van particulieren die natuur op de hen in eigendom toebehorende percelen hebben. d.

De indiener stelt dat samenwerking tussen overheid en inwoners essentieel is voor het realiseren en behouden van een fijne groene leefomgeving en dat deze beoogde samenwerking onvoldoende zichtbaar is in de visie. De indiener sluit de zienswijze af met de volgende verzoeken: e. De Groenvisie alsnog te toetsen aan de geldende wet- en regelgeving f. Alsnog inhoudelijke participatie toe te passen met inwoners g. Indien van toepassing het kapbeleid te differentiëren naar perceel in die zin dat onderhoud van bospercelen binnen de bebouwde kom vergunningsvrij uitgedund kunnen worden h. Alsdan handhaving op een menselijk niveau te brengen i. Deze visie te toetsen aan de (realiseerbare) handhavingscapaciteit met inachtneming de huidige gebrekkige handhaving. Reactie gemeente Ad a. De Groenvisie is een strategisch beleidsdocument, waarbij een passend en proportioneel participatieproces is doorlopen. In bijlage 2 is een bondige verslaglegging opgenomen van de verschillende participatiemomenten. Voor de totstandkoming van de visie is een brede bewonersenquête uitgevoerd, zijn er tweetal participatiebijeenkomsten gehouden met externe partijen, een tweetal ambtelijke bijeenkomsten en is een raadsconsultatie gehouden. De input hieruit is gebruikt om de richtinggevende keuzes in de visie te onderbouwen.

Daarnaast biedt de formele terinzagelegging van de ontwerpvisie inwoners en andere betrokkenen expliciet de mogelijkheid om te reageren, voordat besluitvorming door de gemeenteraad plaatsvindt. De Groenvisie is daarmee op zorgvuldige wijze voorbereid, conform de participatievereisten zoals het toepassingskader van de Omgevingswet vraagt voor strategisch beleid. De visie vormt geen juridisch bindend document en legt geen normen op; detailafwegingen over juridische verankering en uitwerking volgen bij vervolgbesluiten zoals omgevingsplanwijzigingen, waar participatie opnieuw een plek krijgt.

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

9

Ad b.

De Groenvisie is een strategisch beleidsdocument en schept geen juridische kaders; zij verandert daarom geen bestaande planologische regelingen, zoals het bomenbeleid, omgevingsplan of historische bebouwdekomgrenzen. De visie benoemt richtinggevende ambities voor bomen, groenstructuren en landschappelijke kwaliteit, maar vormt geen normstellend instrument. Eventuele vragen (betwisting) over de rechtsgeldigheid van oude beleidsdocumenten of bebouwdekomgrenzen behoren tot de juridische sfeer rondom het omgevingsplan en lopen daarom via een afzonderlijk traject. Ad c. De visie maakt bewust geen onderscheid naar eigendom, omdat zij op hoofdlijnen beschrijft hoe we als gemeente willen toewerken naar een groener Epe en welke kwaliteit we als gemeenschap nastreven. Het document heeft daarmee een inspirerend en uitnodigend karakter, gericht op het stimuleren van groene initiatieven, zowel gemeentelijk als particulier. De visie grijpt dus niet in op particulier eigendom, maar schetst ambities en kansen die kunnen worden gerealiseerd in samenwerking met inwoners, eigenaren en andere partners. Concrete regels of beperkingen kunnen uitsluitend via juridisch bindende instrumenten, zoals het Omgevingsplan, worden vastgesteld — daar is bij deze visie geen sprake van.

Wij hopen juist dat de visie enthousiasme en betrokkenheid oproept, zodat inwoners en grondeigenaren vrijwillig willen meewerken aan een groener en veerkrachtiger Epe. Ad d. Zoals eerder toegelicht is de Groenvisie een strategisch, uitnodigend document waarin samenwerking met inwoners een belangrijk uitgangspunt vormt. Deze samenwerking wordt bovendien expliciet benoemd in doel 7.13, waarin staat dat de gemeente actief wil inzetten op het versterken van partnerschappen met inwoners, organisaties en andere betrokkenen om groene ambities gezamenlijk te realiseren. De visie legt hiermee geen verplichtingen op, maar geeft richting aan hoe we — samen met inwoners — willen toewerken naar een groener Epe. Bij de uitwerking van maatregelen en projecten wordt participatie opnieuw zorgvuldig georganiseerd. Ad e. De Groenvisie is een strategisch beleidsdocument en heeft geen juridisch bindende werking. Bij latere instrumenten, zoals het Omgevingsplan of projectbesluiten, worden maatregelen wél getoetst aan alle geldende wet- en regelgeving. Ad. f. Er is een passend participatieproces doorlopen voor een strategische visie, waaronder een bewonersenquête en de huidige terinzagelegging. Bij vervolgstappen en concrete uitwerkingen zal opnieuw participatie worden ingericht. Ad. g. De Groenvisie bevat geen juridische regels over kap of vergunningplicht.

Eventuele differentiatie of uitzonderingen kunnen uitsluitend worden geregeld via het Omgevingsplan of een wettelijke regeling, niet via deze visie. Ad. h. De Groenvisie zelf regelt geen handhaving. Bij uitvoering van beleid zet de gemeente in op proportionele, redelijke en zorgvuldige handhaving, conform bestaande kaders. Ad i. Omdat de Groenvisie geen juridisch instrument is, legt zij geen nieuwe handhavingstaken op. Bij toekomstige planmatige of juridische uitwerkingen wordt de beschikbare handhavingscapaciteit wél betrokken. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de Integrale groenvisie 2026 te wijzigen. Aanpassing N.v.t.

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

10

6. Zienswijze van indiener 6 Datum ontvangen door gemeente:

22 januari 2026

Samenvatting reactie De indiener heeft de volgende vragen en opmerkingen: a. De indiener constateert dat de Groenvisie een richtinggevend toekomstbeeld schetst voor 25 jaar, met visie en doelen, maar dat concrete maatregelen en verdere beleidsvorming op dit moment nog ontbreken. b. De indiener is van mening dat de Integrale groenvisie vooral geschreven en bekeken is met een 'groene bril' en het stuk doorspekt is met opmerkingen over groen, klimaat en biodiversiteit. c. De Integrale Groenvisie lijkt geen aandacht te besteden aan mogelijke negatieve effecten van groen op het wooncomfort van inwoners. d. In paragraaf 3.6 over veiligheid wordt geen aandacht besteed aan onveilige situaties door overlast of schade veroorzaakt door aanwezig groen. e. Indiener benadrukt dat in de Groenvisie (pagina 37) het sturen op kwaliteit van bomen, en niet alleen op aantallen, belangrijk is. De indiener merkt tevens op dat op een eerdere zienswijze op het Ontwerp Bomenbeleidsplan (2022) nooit een inhoudelijke reactie is ontvangen. De indiener geeft aan dat is toegezegd dat deze zienswijze wordt meegenomen bij nieuw beleid en heeft daarom dezelfde zienswijze opnieuw als bijlage toegevoegd. f.

In de zienswijze geeft indiener aan het ontwerp-bomenbeleidsplan te defensief te vinden en onvoldoende gericht op het oplossen van overlast door bomen. Volgens de indiener legt het beleid te veel nadruk op behoud, waardoor overlast gevende bomen — zoals een genoemde eik met meerdere problemen — niet worden gekapt of vervangen. Genoemde vormen van overlast zijn onder meer: vallende takken en schade (veiligheidsrisico), overlast door eikenprocessierups (gezondheid), verlies van zonlicht, bladafval met verstoppingen en waterschade. De indiener pleit voor meer ruimte om overlast gevende bomen te verwijderen, meer aandacht voor belangen van inwoners, en eenvoudiger vergunningverlening wanneer een boom niet passend is op de locatie. Ook wordt aangegeven dat communicatie en contactinformatie binnen het beleid onvoldoende zijn uitgewerkt.

Reactie gemeente Ad a. De constatering is juist dat de Integrale Groenvisie een richtinggevend toekomstbeeld voor de komende 25 jaar schetst. De visie formuleert de ambities en doelen voor de kwaliteit en samenhang van het groen in onze gemeente. De uitwerking in concrete maatregelen en verdere beleidsvorming vindt plaats na vaststelling van de visie. Voor deze vervolgstap is al wel een uitvoeringsagenda opgesteld en opgenomen in bijlage 2, waarin maatregelen zijn opgenomen die bijdragen aan het realiseren van de doelen uit de Groenvisie. Ad b. De Integrale Groenvisie richt zich op de ontwikkeling, bescherming en versterking van het groen in brede zin. Een sterke focus op groen, klimaat en biodiversiteit is daarom evident en passend. Tegelijkertijd is de visie juist ook integraal opgesteld: groen wordt bekeken in samenhang met andere opgaven, zoals klimaatadaptatie, recreatie, gezondheid, leefkwaliteit en ruimtelijke ontwikkelingen.

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

11

Ad c.

Ad d.

Ad e.

Ad f.

De gemeente erkent dat groen in sommige situaties negatieve effecten kan hebben op het wooncomfort, zoals schaduwvorming, bladval, allergenen en wortelopdruk. Tegelijkertijd geldt dat de beleving van deze effecten deels persoonlijk en subjectief kunnen zijn: wat de één als prettig ervaart (bijvoorbeeld schaduw of een groene, bladrijke omgeving), kan door een ander als hinderlijk worden ervaren. De Groenvisie beschrijft op strategisch niveau de gewenste groenstructuur en kwaliteitsambities, er worden daarom vooral de kansen en functies van groen beschreven. Daarbij wordt uitgegaan van zorgvuldige inpassing en het vinden van een goede balans tussen vergroening en leefkwaliteit. Specifieke afwegingen rond wooncomfort worden gemaakt in uitvoeringsprogramma’s, beheerplannen en bij concrete projecten of vergunningverlening. Zo wordt geborgd dat de groenambities bijdragen aan de leefkwaliteit en het algemeen belang van groenfuncties, met oog voor eventuele overlast voor inwoners. Paragraaf 3.6 gaat in op de relatie tussen groen en veiligheid in brede zin. Omdat de Integrale Groenvisie een strategisch document is, werkt zij niet alle mogelijke vormen van overlast of schade door groen uit. Deze aandachtspunten worden meegenomen bij de uitwerking in beheerplannen, projecten en concrete maatregelen.

Binnen het reguliere beheer worden veiligheid, onderhoud en leefkwaliteit integraal afgewogen, zodat groen bijdraagt aan een veilige en toegankelijke woonomgeving. De gemeente onderschrijft dat kwaliteit van bomen minstens zo belangrijk is als aantallen. Dit uitgangspunt is opgenomen in de Integrale Groenvisie, waar wordt benadrukt dat gezonde, toekomstbestendige bomen essentieel zijn voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid en ruimtelijke kwaliteit. De eerder ingediende zienswijze ziet op het concept bomenbeleidsplan uit 2022. De ontwikkeling van dit beleidsplan is na de terinzagelegging stopgezet en niet aan de raad voorgelegd. Om die reden is er geen inhoudelijke beantwoording gegeven. Deze eerder ingediende zienswijze valt echter buiten de reikwijdte van de Integrale Groenvisie. Praktische keuzes over kap, vervanging, vergunningen en het beperken van overlast worden uitgewerkt in aparte beheerplannen en uitvoeringskaders na vaststelling van de Groenvisie. De signalen uit deze zienswijze zijn waardevol als inbreng voor het toekomstige bomenbeleid en de actualisatie van de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL), waarin opnieuw wordt gekeken naar de balans tussen behoud, veiligheid, leefkwaliteit en de belangen van inwoners.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de Integrale groenvisie 2026 te wijzigen. De ingediende zienswijzen bevatten voornamelijk constateringen en aandachtspunten bij de gekozen opzet en reikwijdte van de Integrale Groenvisie. De gemeente heeft in de beantwoording toegelicht dat de visie bewust is opgesteld als richtinggevend, integrerend beleidskader voor de lange termijn, waarbij de verdere concretisering plaatsvindt in de uitvoeringsagenda, beheerplannen en projectmatige uitwerkingen. Er is geen aanleiding voor inhoudelijke aanpassingen van de visie. Wel wordt in de uitvoeringsfase nadrukkelijk aandacht besteed aan de door indieners aangedragen punten. Aanpassing N.v.t.

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

12

3. Ambtshalve aanpassingen In dit hoofdstuk worden de door te voeren ambtshalve aanpassingen in de Integrale groenvisie 2026 beschreven. Dit betreffen ondergeschikte wijzigingen ter verbetering van het beleidsplan, die geen directe invloed hebben op de aard van het plan. -

Aanpassing 1: In hoofdstuk 4.7 wordt de Europese Natuurherstelwet toegelicht. In de tekst wordt nog onvoldoende belicht dat lidstaten ook verplicht zijn om populaties van wilde bestuivers (zoals bijen en zweefvliegen) te herstellen. Dit wordt toegevoegd aan de tekst.

-

Aanpassing 2: In hoofdstuk 7.4 wordt in de titel vermeld dat stedelijke groenstructuren ‘sturend’ zijn bij ontwikkelingen. De term sturend is echter vrij zwaar en dwingend. Daarom passen we deze aan naar richtinggevend. Deze term sluit beter aan bij de bedoeling en essentie van het document.

-

Aanpassing 3: In hoofdstuk 7.6 stellen we ons het doel dat alle inwoners zo veel mogelijk toegang hebben tot groen. Het gaat hier natuurlijk niet alleen om iedereen die in onze gemeente woont, maar feitelijk iedereen die zich in de gemeente bevindt, dus ook mensen die hier bijvoorbeeld werken of recreëren. Om een betere duiding te geven aan wat we met inwoners bedoelen, voegen we aan de tekst toe dat het niet alleen om woonwijken gaat, maar bijvoorbeeld ook om schoolpleinen, parken en bedrijventerreinen.

Zienswijzennota Ontwerp Integrale groenvisie 2026 – geanonimiseerd

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16972851/2