Bijlage 3 - 1426182 1.2 Was - wordt tabel financiële verordening
Tekst van het document
Was – wordt tabel Financiële verordening gemeente Epe 2027 Was
Artikel 1 definities Afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;
Artikel 2: vaststelling programma-indeling en paragrafen 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. de taakvelden, en b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoordingprovincies en gemeenten. 3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. In de jaarrekening worden afgesloten investeringen waarvan het budget met minimaal € 25.000 en meer dan 5% is overschreden in een bijlage verantwoord. 2. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 50.000 afzonderlijk gespecificeerd. Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 1. Burgemeester en wethouders bieden voor 15 mei aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor 1 juli vast.
De nota kan achterwege blijven in jaren waarin er gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden. 2. In de begroting wordt een post onvoorzien van minimaal
1
Wordt
Artikel 1 definities Team: organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie; Treasuryfunctie: De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Artikel 2: vaststelling programma-indeling en paragrafen 1. De raad stelt de programma-indeling vast. 2. De raad stelt op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. de taakvelden, en b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoordingprovincies en gemeenten (BBV). 3. De raad stelt vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Toelichting
Aangepast op de nieuwe organisatiestructuur. Toelichting op begrip treasury toegevoegd.
De tekst “bij aanvang van iedere raadsperiode” is verwijderd. De raad stelt de programma-indeling vast op momenten dat hij dat zinvol acht. Dat kan aan het begin van een nieuwe raadsperiode maar ook op andere momenten zijn.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. In de jaarrekening worden afgesloten investeringen waarvan het budget met minimaal € 25.000 en meer dan 5% is overschreden in de toelichting op de balans verantwoord. 2. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 50.000 afzonderlijk gespecificeerd.
Betreft een technische wijziging van de plaats in de jaarrekening waar de informatie te vinden is. Niet als bijlage maar in de toelichting op de balans.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 3. Burgemeester en wethouders bieden jaarlijks aan de raad een (kader)nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor het zomerreces voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar vast. In een jaar van gemeenteraadsverkiezing kan de nota achterwege blijven. 4. In de begroting wordt een post onvoorzien van minimaal 0,1% van de totale lasten opgenomen.
Er stonden in het oude artikel twee data die in de praktijk niet altijd in het vergaderschema pasten. Daarom zijn deze data nu verwijderd. Besluitvorming over de Kadernota vindt voor het zomerreces plaats. Termijn van aanbieding volgt de reguliere afspraken die gelden voor raadsstukken.
was – wordt tabel
Financiële verordening
0,1% van de totale lasten opgenomen.
Was
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3. Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. 4. Bij de behandeling in de raad van de voortgangsrapportage bedoeld in artikel 6, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders voorstellen doen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.
In geval van investeringen met een meerjarig karakter kunnen burgemeester en wethouders ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen doen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. 5. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. 6. Burgemeester en wethouders kunnen baten en lasten die samenhangen met toegekende specifieke uitkeringen van rijk en provincie in de begroting opnemen zonder autorisatie van de raad. Voorwaarde hiervoor is dat de lasten volledig gedekt worden door de direct daaraan gerelateerde baten. Indien mogelijk wordt de aanpassing opgenomen in de voortgangsrapportage zoals bedoeld in artikel 6.
2
Wordt
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotings-behandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3. Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet of voor het bijstellen van het beleid. 4. Bij de behandeling in de raad van de voortgangs-rapportage bedoeld in artikel 7, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders voorstellen doen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.
In geval van investeringen met een meerjarig karakter kunnen burgemeester en wethouders ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen doen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. 5. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. 6. Verschuiving tussen jaarschijven bij een meerjarig investeringskrediet is toegestaan, mits aannemelijk is dat het totaal van de uitgaven binnen het krediet blijven. Dit wordt toegelicht in de jaarstukken. Bij dreigende overschrijding van het meerjarige krediet doet het college voorstellen voor wijziging van geautoriseerde investeringskredieten op grond van geactualiseerde ramingen. 7. Burgemeester en wethouders kunnen baten en lasten die samenhangen met toegekende specifieke uitkeringen van rijk en provincie in de begroting opnemen zonder autorisatie van de raad. Voorwaarde hiervoor is dat de lasten volledig gedekt worden door de direct daaraan gerelateerde baten. Indien mogelijk wordt de aanpassing opgenomen in de voortgangsrapportage zoals bedoeld in artikel 7.
was – wordt tabel
Financiële verordening
Toelichting
Door een nieuw ingevoegd artikel 6 is het artikel over de voortgangsrapportage gewijzigd in artikel 7 i.p.v. 6. Er is een nieuw lid 6 toegevoegd. Dit lid legt de bestaande werkwijze vast dat een investeringskrediet op het totaal wordt beoordeeld en niet op de afzonderlijke jaarschijven. Het college is bevoegd om bedragen binnen een investeringskrediet tussen jaarschijven te verschuiven.
Was 7.
Burgemeester en wethouders kunnen baten en lasten die samenhangen met taakmutaties uit het gemeentefonds in de begroting opnemen zonder autorisatie van de raad. Voorwaarde hiervoor is dat de lasten voor de taken volledig gedekt worden door de direct daaraan gerelateerde baten. Indien mogelijk wordt de aanpassing opgenomen in de voortgangsrapportage zoals bedoeld in artikel 6. 8. De raad autoriseert met het vaststellen van de (herziene) grondexploitaties de geraamde kosten en opbrengsten per complex. Het college is gerechtigd om binnen het totaalbedrag van de diverse in de grondexploitatie opgenomen budgetten verschuivingen door te voeren in de fasering naar jaarschijven N.v.t.
Artikel 6. Voortgangsrapportage 1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van minimaal één voortgangs-rapportage over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar.
3
Wordt 8.
9.
Burgemeester en wethouders kunnen baten en lasten die samenhangen met taakmutaties uit het gemeentefonds in de begroting opnemen zonder autorisatie van de raad. Voorwaarde hiervoor is dat de lasten voor de taken volledig gedekt worden door de direct daaraan gerelateerde baten. Indien mogelijk wordt de aanpassing opgenomen in de voortgangsrapportage zoals bedoeld in artikel 7. De raad autoriseert met het vaststellen van de (herziene) grondexploitaties de geraamde kosten en opbrengsten per complex. Het college is gerechtigd om binnen het totaalbedrag van de diverse in de grondexploitatie opgenomen budgetten verschuivingen door te voeren in de fasering naar jaarschijven.
Artikel 6 – Afwijkingen op de begroting (onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar) 1. Het college mag uitgaven doen of verplichtingen aangaan die leiden tot afwijkingen van de vastgestelde begroting, als deze afwijkingen onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn. 2. Van een afwijking als bedoeld in het eerste lid is sprake indien cumulatief wordt voldaan aan de volgende criteria: a. Onvoorzien: de afwijking was niet te voorzien ten tijde van het vaststellen van de begroting of een begrotingswijziging; b. Onuitstelbaar: uitstel van uitvoering leidt tot aantoonbare nadelige gevolgen voor de gemeente; c. Onvermijdbaar: de afwijking kan redelijkerwijs niet binnen het bestaande budget of door herschikking van middelen worden opgevangen. 3. Het college informeert de raad over de afwijking in ieder geval via het eerstvolgende P&C-document. Het college motiveert op welke wijze aan de drie criteria is voldaan. 4. Afwijkingen als bedoeld in dit artikel worden betrokken bij de rechtmatigheidsverantwoording en indien nodig toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Artikel 7. Voortgangsrapportage 1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van minimaal één voortgangsrapportage over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar. 2.
De voortgangsrapportage bevat in ieder geval een uiteenzetting over afwijkingen in de uitvoering van het beleid, een overzicht met de bijstelling van de begroting en de bijstelling van investeringskredieten. 3. Bij de afwijkingen in de uitvoering van het beleid wordt vermeld of de afwijking betrekking heeft op: a. het te behalen resultaat;
was – wordt tabel
Financiële verordening
Toelichting
Dit artikel is nieuw. Het college is bevoegd om uitgaven te doen of verplichtingen aan te gaan die leiden tot een afwijking van de vastgestelde begroting onder een aantal strikte voorwaarden. Deze voorwaarden legt dit artikel vast en bevestigt daarmee de bestaande werkwijze.
In dit artikel is nu ook opgenomen waar de afwijkingen m.b.t. de uitvoering van het beleid betrekking op kunnen hebben. Daarnaast is toegevoegd dat ook wordt gerapporteerd over bijstelling op investeringskredieten. Tot slot is een nieuw lid toegevoegd waarin
b. c.
Was 2.
De voortgangsrapportage bevat in ieder geval een uiteenzetting over afwijkingen in de uitvoering van het beleid en een overzicht met de bijstelling van de begroting van: a. de baten en de lasten per programma ; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c. het overzicht van de overhead en de vennootschapsbelasting; d. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; e. het resultaat, volgend uit de onderdelen a, b, c en d;
Artikel 7. Jaarstukken 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
4
de afgesproken planning; het benodigde budget.
Wordt 4.
5.
De bijstelling van de begroting bevat de afwijkingen op de onderstaande onderdelen: f. de baten en de lasten per programma; g. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; h. het overzicht van de overhead en de vennootschapsbelasting; i. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; j. het resultaat, volgend uit de onderdelen a, b, c en d; In de voortgangsrapportage worden afwijkingen op lasten en baten > € 100.000 per programma en afwijkingen op investeringen van minimaal € 25.000 en meer dan 5% van het investeringskrediet toegelicht.
Artikel 8. Jaarstukken 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2. In de jaarstukken worden afwijkingen op lasten en baten > € 100.000 per programma en afwijkingen op investeringen van minimaal € 25.000 en meer dan 5% van het investeringskrediet toegelicht. 3. Burgemeester en wethouders zijn gemachtigd om incidentele budgetten, die in een jaar nog niet volledig gebruikt zijn, over te hevelen naar het volgende jaar, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het betreft geautoriseerde projecten of activiteiten waarvoor middelen beschikbaar zijn gesteld en waardoor een concreet plan tot besteding is; b. de overgehevelde middelen worden ingezet in overeenstemming met het doel waardoor deze zijn geraamd; c. een overhevelingsbedrag mag niet groter zijn dan het betreffende restantbudget op de specifieke post; d. Er wordt in principe één keer een budgetoverheveling aangevraagd, tenzij er sprake is van een meerjarig project, het (rijks)bijdragen betreffen die met het niet uitvoeren van de activiteiten terugvloeien naar de verstrekker of er andere zwaarwegende argumenten zijn die het nog een keer aanvragen onvermijdelijk maken. 4. In de jaarstukken vermeldt het college welk bedrag aan budgetoverheveling is verwerkt.
was – wordt tabel
Financiële verordening
wordt vastgelegd welk grensbedrag wordt gehanteerd bij de rapportage over afwijkingen. Dat bedrag sluit aan bij de huidige praktijk.
Toelichting
In navolging van de bepaling bij de voortgangsrapportage is in lid 2 ook voor de jaarstukken vastgelegd vanaf welk bedrag afwijkingen worden toegelicht. Lid 3 legt de huidige werkwijze vast die wordt gehanteerd bij de overheveling van budgetten. Lid 4 bepaalt dat het college het bedrag van overgehevelde budgetten expliciet vermeld in de jaarstukken.
Was
Artikel 8. Informatieplicht Burgemeester en wethouders besluiten over het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties anders dan in de begroting geregeld pas nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis aan burgemeester en wethouders te brengen.
Wordt
Artikel 9. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouder niet over het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties anders dan in de begroting geregeld dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis aan burgemeester en wethouders te brengen.
Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen in overeenstemming met de bepalingen opgenomen in het controleprotocol. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks ter vaststelling een controleprotocol aan. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) in overeenstemming met de bepalingen opgenomen in het controleprotocol nader toegelicht.
Artikel 11. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad bepaalt in artikel 24 op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen in overeenstemming met de bepalingen opgenomen in het controleprotocol. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks ter vaststelling een controleprotocol aan. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) in overeenstemming met de bepalingen opgenomen in het controleprotocol nader toegelicht.
Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa 1. Op voorstel van burgemeester en wethouders stelt de raad een nota activerings- en afschrijvingsbeleid vast. Deze nota bevat het beleid ten aanzien van het waarderen en afschrijven van de immateriële en materiële vaste activa. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt
Artikel 15. Waardering en afschrijving vaste activa
5
Waardering 1. Investeringen tot en met een bedrag van € 50.000 worden niet geactiveerd. Uitzondering hierop zijn gronden & terreinen en uitgezette leningen & aandelen. 2. Bijdragen van de gemeente aan activa van derden worden niet geactiveerd, tenzij de raad besluit om in een individueel geval hiervan af te wijken.
was – wordt tabel
Financiële verordening
Toelichting
In lijn met de modelverordening van de VNG is de naam van het artikel aangepast en iets anders geformuleerd. Het beleid “verstrekken leningen en garanties” dat tegelijk met deze financiële verordening wordt aangeboden, legt besluiten over te verstrekken van leningen en garanties > € 0,5 miljoen bij de raad. Daarover geldt het ophalen van wensen en bedenkingen bij de raad. Nader is toegelicht waar de raad dat bepaalt, namelijk in artikel 24 van deze verordening
Richtlijnen voor waarderen en afschrijven zijn in toenemende mate in hogere regelgeving opgenomen. Beleidsvrijheid voor gemeenten is beperkt tot enkele onderdelen. Daarom is gekozen om geen aparte nota meer op te stellen maar de kaders direct in de financiële verordening op te nemen. T.o.v. de nota:
Is de investeringsgrens verhoogd van
verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.
3. 4. 5.
Was
n.v.t.
6
Kosten voor het afsluiten van geldleningen en disagio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden direct ten laste van de exploitatie gebracht met uitzondering van onderzoeks- en ontwikkelingskosten voor bouwgrondexploitaties. De waardering van activa geschiedt volgens de artikelen 59 t/m 65 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Ondergrens voor het toerekenen van directe uren aan een investering is 50 uur. Overheadkosten vormen géén onderdeel van de vervaardigings- of verkrijgingsprijs. Rente wordt niet aan de investering toegerekend.
Wordt
Afschrijving 6. Immateriële en materiële vaste activa worden lineair afgeschreven volgens de termijnen zoals vermeld in bijlage 1, afschrijvingsbeleid, tenzij de raad besluit om hiervan voor een actief gemotiveerd af te wijken. 7. Indien van toepassing wordt de componentenmethode expliciet in het voorstel voor beschikbaarstelling van een krediet aangegeven. 8. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven, tenzij deze deel uitmaken van een investering met maatschappelijk nut in de openbare ruimte (bijvoorbeeld gronden die aangekocht worden ten behoeve van de aanleg van een weg). 9. Uitgangspunt bij afschrijven is dat de volledige aanschafwaarde wordt afgeschreven. Als er sprake is van circulaire bouw, kan hiervan gemotiveerd en bij raadsbesluit worden afgeweken. 10. In de gevallen waarin lid 1 en de bijlage afschrijvingsbeleid niet voorzien, wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de reële verwachte gebruiksduur 11. Bij investeringen wordt begonnen met afschrijven in het jaar volgend op de ingebruikname. 12. Over de geactiveerde kapitaaluitgaven wordt jaarlijks rente berekend op basis van het gewogen omslagpercentage over de boekwaarde per 1 januari. 13.
Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten (afschrijving en rente) voor de komende meerjarenperiode. Artikel 19. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaan burgemeester en wethouders uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
was – wordt tabel
Financiële verordening
€ 25.000 naar € 50.000 Is vanwege administratieve verwerking de ondergrens voor toe te rekenen uren bepaald op 50 uur; Start de afschrijving in het jaar ná ingebruikname.
Overige onderdelen zoals de afschrijvingsmethode en omgang met restwaarde zijn ongewijzigd.
Toelichting
De tabel met afschrijvingstermijnen is als bijlage aan de financiële verordening toegevoegd. Een aantal termijnen is geactualiseerd op basis van actuele inzichten rond technische en economische levensduur. Het BBV schrijft voor dat ook investeringen in groen als bezit wordt geactiveerd. Daarom zijn aan de afschrijvingstabel enkele objecten voor groen toegevoegd.
Ter uitwerking van de wet Markt en Overheid moeten gemeenten in de financiële verordening vastleggen wat wordt verstaan onder “marktconforme” prijzen. Hiervoor is het artikel uit de modelverordening van de VNG opgenomen waarin is bepaald dat minimaal de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht.
4.
5.
Was
Artikel 19. Financieringsfunctie Op voorstel van het college stelt de raad een treasurystatuut vast, waarin de kaders ten aanzien van de financieringsfunctie zijn beschreven.
N.v.t.
7
Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
Wordt
Artikel 21. Treasuryfunctie Burgemeester en wethouders nemen bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. De treasuryfunctie dient tot het verzekeren van duurzame toegang tot de financiële markten, het beperken van de financiële risico’s, het minimaliseren van de kosten die gepaard gaan met treasury en het aantrekken van voldoende middelen voor het uitvoeren van de begroting; b. Alle treasuryactiviteiten dienen een verantwoord karakter te hebben en ondersteunend te zijn aan de publieke taak; c. Middelen mogen niet worden aangetrokken met het enkele doel om deze tegen een hoger rendement uit te zetten; d. Bij het aantrekken van langlopende financiering geldt het kader van de solvabiliteitsratio zoals opgenomen in de nota reserves en voorzieningen gemeente Epe 2027 en een ratio voor de nettogecorrigeerde schuldquote die kleiner is dan 90%; e. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan; f. Uitzettingen in de vorm van aandelen, opties en overige producten waarbij de hoofdsom niet is gegarandeerd, zijn niet toegestaan; g. Valutarisico’s worden vermeden door uitsluitend in euro’s te handelen; h. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd; i. Het college zorgt voor een actueel treasurystatuut en stelt het statuut vast en stuurt deze ter kennisgeving aan de raad.
Het treasurystatuut bevat in ieder geval: de uitgangspunten voor het beheren van risico’s die gepaard gaan met treasury; de uitgangspunten voor het aantrekken en uitzetten van zowel kort als lang geld; de regels voor taken en bevoegdheden en verantwoordelijkheden; de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening Artikel 22. Publieke geldverstrekkingen 1. Het college biedt de raad een nota verstrekken leningen en garanties
was – wordt tabel
Financiële verordening
Toelichting
Ook voor treasury geldt dat veel richtlijnen in hogere regelgeving zijn vastgelegd. Daarom is nu een splitsing in de uitwerking gemaakt: kaders die de raad stelt zijn direct in de financiële verordening opgenomen. T.o.v. het treasurystatuut zijn daarin geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. De uitvoeringsregels blijven onderdeel van het statuut dat door het college wordt vastgesteld. De raad ontvangt dit statuut ter informatie.
Dit artikel is nieuw. Het is toegevoegd om een duidelijk onderscheid te maken in de
aan. In deze nota wordt het beleid van de gemeente Epe voorgelegd waarin onder meer de volgende inhoud is opgenomen: a. De wettelijke en interne kaders b. Het beleid ten aanzien van het waarborgen of verstrekken van geldleningen
8
was – wordt tabel
Financiële verordening
treasuryfunctie (ondersteunend aan alle inhoudelijke activiteiten) en financieringsactiviteiten die vanuit zichzelf worden verricht als publieke taak. Kaders hiervoor zijn in een aparte nota opgenomen.