Bijlage 21 - Soortgericht vervolgonderzoek steenuil en marterachtigen
Tekst van het document
Soor tger icht onder zoek steenuil en mar terachtigen Kerkenland te Vaassen Projectgegevens Opdr. gvr.: Explorius Vastgoedontwikkeling B.V. Locatie: Omgeving Pastoorsweg te Vaassen Datum: 19-12-2024 (versie 2)
Betreft: soortgericht vervolgonderzoek Opgest.: J. Mossink BSc, ecoloog Uitvoering: De Slijpkruik Ecologie B.V.
1. Aanleiding en doel Voorliggende rapportage beschrijft de resultaten van een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar steenuil, kleine marterachtigen en steenmarter uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in en rond plangebied Kerkenland tussen de Pastoorsweg, Laan van Fasna en Heggerenk in Vaassen. Het betreft een perceel met overwegend agrarische percelen en een verhard depot. Het voornemen bestaat om op deze locatie ongeveer 160 tot 170 woningen te ontwikkelen. Het plan bevindt zich nog in de initiatieffase, hetgeen betekent dat de plannen nog aan wijzigingen onderhevig kunnen zijn. In het voorjaar van 2024 heeft adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een quickscan uitgevoerd (Mossink, J., 2024. Ecologische quickscan plangebied Kerkenland te Vaassen, De Slijpkruik Ecologie BV). Uit de quickscan is gebleken dat het plangebied mogelijk onderdeel is van leefgebied van steenuil, kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) en steenmarter. De voorgenomen ontwikkelingen leiden mogelijk tot aantasting of vernieling van jaarrond beschermde rust- of voortplantingsplaatsen en/of essentieel leefgebied van beschermde soorten. Dit zou een overtreding van de Omgevingswet (OW) betekenen.
Nesten en bijbehorende functionele leefomgeving van steenuil zijn jaarrond beschermd onder de Vogelrichtlijn, terwijl de marterachtigen onder het nationale beschermingsregime ‘andere soorten’ vallen. Soortgericht vervolgonderzoek is uitgevoerd om vast te stellen of de voorgenomen ontwikkelingen leiden tot overtredingen ten opzichte van de OW, waarvoor vervolgstappen in de vorm van mitigerende/compenserende maatregelen en/of een omgevingsvergunning ‘flora- en fauna-activiteit’ nodig zijn. In dit rapport volgt een beschrijving van de werkwijze, gevolgd door resultaten en advies ten aanzien van de te nemen vervolgstappen. 2. Beschrijving locatie en ingreep 2.1 Beschrijving locatie Het plangebied ligt aan de noordoostrand van de bebouwde kom van Vaassen, gemeente Epe in de provincie Gelderland (zie afbeelding 2.1 & 2.2). Het bestaat uit agrarische percelen en in de zuidoosthoek een verhard depot voor infrawerken en parkeerterrein. Het depot, parkeerterrein, een perceeltje met kweekgoed, en graslandperceel in de noordoosthoek en twee groenstroken zijn eigendom van de gemeente Epe, de overige terreindelen zijn in bezit van een combinatie van projectontwikkelaars BEMOG en Explorius. Een tegen de Pastoorsweg gelegen agrarisch perceel is particulier eigendom en geen onderdeel van voorliggend onderzoek. Bebouwing ontbreekt binnen het plangebied.
De afgelopen jaren waren enkele percelen in gebruik als maïsakker, maar momenteel zijn deze weer in gebruik als grasland. Dit geldt voor het merendeel van het terrein. Aan de oostkant is een perceeltje in gebruik voor kweekgoed, dit is ten noorden van de inrit naar de parkeerplaats vanaf de Pastoorsweg. Ook in de noordwesthoek was een gedeelte in gebruik voor de kweek van kerstbomen, maar inmiddels niet meer.
1
Soortgericht vervolgonderzoek Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
Afbeelding 2.1: Kaart met ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Vaassen en omgeving. Schaal: circa 1 op 24.000. Bron: PDOK BRT achtergrondkaart (app.pdok.nl/viewer).
Afbeelding 2.2: luchtfoto van het plangebied (rood kader). Bron: PDOK luchtfoto (app.pdok.nl/viewer). Bron luchtfoto: gemeente Epe.
2
Soortgericht vervolgonderzoek Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
Ten westen van het plangebied ligt een fietspad op wat decennia geleden het traject van de spoorlijn tussen Apeldoorn en Zwolle was (ook wel ‘Baronnenlijn’ genoemd). Daarachter ligt de jaren’70 woonwijk Heggerenk. Aan de zuidkant zijn een brandweerkazerne en tennisvereniging gesitueerd met weer zuidelijk daarvan de rondweg Laan van Fasna die het dorp Vaassen verbindt met bedrijventerrein Eekterveld, de A50 en de dorpen ten noorden van Vaassen. Langs de Pastoorsweg is bebouwing aanwezig in de vorm van vrijstaande woningen, tweekappers en een tijdelijke vestiging van een supermarkt. Verder bestaat het gebied tussen Pastoorsweg en Eekterveld vooral uit agrarische graslandpercelen, maïsakkers en enkele vrijstaande woningen met bijbehorende erven. 2.2 Beschrijving ingreep De beoogde ontwikkeling bestaat uit het realiseren van een woonwijk. Hiertoe dient het terrein eerst bouwrijp gemaakt te worden. Hiertoe vinden werkzaamheden op de agrarische percelen plaats, evenals op het verharde depot tussen tennisvereniging en Pastoorsweg. De insteek is dat de aanwezige bomen zoveel mogelijk behouden blijven en worden ingepast in het plan. In de woorden van de ontwikkelaar: het landschap is leidend. De langgerekte boomstrook door het terrein en de restanten van een voormalige spreng moeten een plek krijgen in het plan.
Echter, gezien de vroege fase van de planvorming op het moment van uitvoering van het voorliggende onderzoek was nog niet bekend hoe het uiteindelijke plan er exact uit gaat zien. 3. Methode 3.1 Steenuilonderzoek Voor het uitvoeren van het onderzoek naar de aanwezigheid van territorium of nesten van steenuil wordt gebruik gemaakt van de richtlijnen zoals die beschreven staan in het soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Voor het onderzoek zijn minimaal 3 bezoeken in de nachtelijke uren en tenminste 1 bezoek overdag voor het zoeken naar sporen en nestplekken nodig. Het inventariseren van territoria gebeurd door een serie territoriumroepen (zogeheten 1e fase roep) af te spelen en een reactie afgewacht wordt. Dit volgens de 3x10-methode: - 10x territoriumroep - 1 min pauze - 10x territoriumroep - 1 min pauze - 10x territoriumroep - 3 min pauze - Bij geen reactie: bovenstaande procedure nogmaals herhalen. Nog geen reactie? Dan nogmaals herhalen, bij voorkeur op een later tijdstip tijdens de inventarisatieronde. - Bij reactie in de vorm van territoriumroep 1e fase: stoppen en positie noteren. - Bij reactie in de vorm van andere roepen (alarmroep, overige roepen): proberen alsnog territoriumroep uit te lokken door roep vaker af te spelen en eventueel andere roepen dan territoriumroep af te spelen, liefst ook op later moment.
Tijdens de inventarisaties is daarnaast gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Hikmicro Lynx Pro LH15) en verrekijker (Swarovski EL 10x42 WB). Met name de warmtebeeldcamera blijkt vaak van grote toegevoegde waarde te zijn doordat steenuilen regelmatig richting de afgespeelde geluiden vliegen en met behulp van het warmtebeeld al op grote afstand herkenbaar zijn. Verder is er tijdens het veldbezoek van de quickscan naar sporen gezocht die op aanwezigheid kunnen duiden, zoals uitwerpselen op/rond weidepaaltjes. Potentiële nestlocaties (zoals geschikte gebouwen, boomholtes, nestkasten) ontbreken. De eerste 4 veldbezoeken zijn uitgevoerd in de periode 1 februari tot 15 april tussen avondschemering en middernacht bij geschikte weersomstandigheden. Na deze periode is het gebied eind mei nogmaals geïnventariseerd in een periode waarin tijdens vleermuisonderzoeken bleek dat de roepactiviteit van steenuilen
3
Soortgericht vervolgonderzoek Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
in de omgeving van Vaassen relatief zeer hoog was, hoger dan in de op papier optimale onderzoeksperiode. De onderzoeken naar steenuil zijn uitgevoerd door ecoloog J. Mossink van De Slijpkruik Ecologie. Tabel 3.1: Overzicht inventarisatiemomenten steenuilonderzoek Pastoorsweg Vaassen. Datum
Periode-Temp-Weer
17-02-2024
18:35-20:30, 11°C, bewolkt, 1 Bft
14-03-2024
18:55-21:05, 12°C, helder, 2 Bft
03-03-2024 12-04-2024 18-04-2024
26-05-2024
19:00-21:10, 12°C, bewolkt, 2 Bft 21:15-22:55, 17°C, helder, 3 Bft
09:15-12:30, 17°C, halfbewolkt, 2 Bft 22:15-23:50, 16°C, bewolkt, 1 Bft
zonsondergang/ -opkomst
Doel inventarisatie
18:21 / 07:14
steenuil
17:53 / 07:46
steenuil
18:40 / 06:49
steenuil
20:32 / 06:42 n.v.t.
05:23 / 21:42
steenuil
steenuil sporen en nestmogelijkheden steenuil
3.2 Kleine marterachtigen Het onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van het “Kennisdocument Kleine marterachtigen” (BIJ12, versie 1.0, januari 2024). Voor het onderzoek hebben tussen 1 juni en 6 augustus 2024 vier zogeheten Struikrovers gestaan. Dit zijn wildcamera’s die in een schuin afgesneden pvc-buis zijn gemonteerd. Aan de ingang wordt een blikje lokmiddel (sardines) toegepast (Van Uchelen & Smaal, 2019). Met deze methode zijn alle soorten marterachtigen goed vast te stellen (Smaal, van Manen 2023). Zie ook hoofdstuk 2.2.2 van het Kennisdocument. De geschikte terreindelen voor marterachtigen staan op kaart aangegeven in afbeelding 3.1, pagina 5. De groenstrook met eikenrij in het noorden van het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.800 m2. De ruigtestrook in het centraal westelijke deel beslaat ongeveer 400 m2. De groenstrook lang de westrand (naast het fietspad) heeft een oppervlakte van circa 900 m2 en het bosje in het centraal zuidelijke deel maximaal 150 m2. In totaal gaat het om ongeveer 4.300 m2 geschikt gebied, waarvan het grootste deel (noordelijke groenstrook met bomen en de groenstrook langs de westgrens) waarschijnlijk behouden blijft maar wel onderzocht dient te worden. Volgens het Kennisdocument is de Struikrover geschikt om alle marterachtigen te inventariseren en gezien het overzichtelijke plangebied is dat hier ook daadwerkelijk het geval.
Het Kennisdocument schrijft de inzet van minimaal één Struikrover per 0,25 hectare geschikt leefgebied voor, gedurende minimaal 8 weken in de periode 1 juni - 15 november. Door de inzet van vier Struikrovers gedurende ruim 3 maanden wordt hier ruimschoots aan voldaan. Camera 1 heeft constant in de noordelijke groenstrook gestaan en is in augustus verplaatst binnen deze strook. Camera 2 heeft gedurende de onderzoeksperiode centraal in de strook met struweel centraal in het plangebied gestaan. Camera 3 heeft op twee verschillende plekken in de strook langs de westrand gestaan. Camera 4 heeft in het zuidelijke bosje gestaan. Na 3 weken bleek deze vier dagen na het installeren te zijn bedolven door snoeiafval en daardoor niet functioneel. Aangezien de camera’s (veel) langer dan 8 weken hebben gestaan, namelijk 15 weken, is dit niet van invloed op de geldigheid van het onderzoek. In de NDFF-gegevens van de afgelopen 5 jaar uit een straal van ongeveer 2,5 kilometer rond het plangebied staan slechts één waarneming van bunzing, namelijk uit de omgeving Marijkeweg ten zuidwesten van het centrum van Vaassen. Van wezel en hermelijn zijn geen waarnemingen uit de omgeving bekend. Echter, marterachtigen worden weinig waargenomen en zijn relatief moeilijk te inventariseren. Het ontbreken van waarnemingen is daarom onvoldoende om deze soorten op voorhand uit te sluiten.
Mede daarom is gekozen voor een inventarisatiemethode die voor alle marterachtigen geschikt is. De data voor het plaatsen, controleren en ophalen van de camera’s zijn terug te vinden in tabel 3.1. Het onderzoek naar marterachtigen is uitgevoerd door ecoloog J. Mossink van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie.
4
Soortgericht vervolgonderzoek Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
= Vliegroute en foerageergebied vleermuizen = Potentieel leefgebied marters
1
= Locatie cameravallen
1 3
2
3
4
Afbeelding 3.1: Globale indicatie locaties van (mogelijke) beschermde gebiedsfuncties marterachtigen en de locaties van de Struikrovers. Camera 1 en camera 3 zijn tussentijds verplaatst binnen het deelgebied. Bron ondergrond: PDOK luchtfoto.
Afbeelding. 3.2 en 3.3: Locaties van Struikrover 1 (rechts) en 2 (links). Op camera 1 werd in de laatste weken meermaals een das vastgelegd.
5
Soortgericht vervolgonderzoek Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
4
3
3
2
Afbeelding. 3.4: Overzichtsfoto plangebied met locaties cameravallen. De foto is genomen vanaf een punt iets ten oosten van camera 2, waarbij in zuidoostelijke richting gekeken wordt. Het centrale deel van het terrein bestaat verder vrijwel geheel uit agrarisch grasland zonder dekking.
3.3 Steenmarter Voor de steenmarter is geen Kennisdocument of landelijk inventarisatieprotocol beschikbaar. Gezien het relatief overzichtelijke plangebied kon het onderzoek geheel gecombineerd worden met het onderzoek naar kleine marterachtigen. Uit eigen ervaring van de auteur is bekend dat steenmarters algemeen in de directe omgeving voorkomen waarbij steenmarters met name binnen de bebouwde kom, dus in de woonwijken, ‘s nachts foeragerend kunnen worden aangetroffen. Tijdens het plaatsen, tussentijds controleren en ophalen van de camera’s zijn de kansrijke terreindelen gecontroleerd op mogelijke voortplantingsplaatsen, en gebruikssporen zoals uitwerpselen en prooiresten. Ook voor steenmarter is het onderzoek uitgevoerd in de optimale onderzoeksperiode met de grootste trefkans. Tabel 3.2: Overzicht inventarisatiemomenten marterachtigenonderzoek Pastoorsweg Vaassen.
Datum
Tijd
Weer
Doel
06-07-2024
middag
18 °C, bewolkt, 4 Bft
Controle camera’s, vervangen lokaas en visuele inspectieronde
14-06-2024
ochtend
16 °C, bewolkt, 2 Bft
27-07-2024
middag
21 °C, zonnig, 2 Bft
16-08-2024
avond
17 °C, regen, 1 Bft
06-09-2024
ochtend
23 °C, zonnig, 2 Bft
27-09-2024
ochtend
12 °C, regen, 4 Bft
05-10-2024
ochtend
6 °C, zonnig, 1 Bft
6
Plaatsen camera’s
Controle camera’s, vervangen lokaas en visuele inspectieronde Controle camera’s, vervangen lokaas en visuele inspectieronde Controle camera’s, vervangen lokaas en visuele inspectieronde Controle camera’s, vervangen lokaas en visuele inspectieronde Ophalen camera’s en visuele inspectieronde
Soortgericht vervolgonderzoek Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
4. Resultaten inventarisaties 4.1 Steenuil Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen van steenuil uit het plangebied bekend. De uitvoerend ecoloog is daarnaast al jaren zeer goed bekend met de locatie en heeft nooit steenuilen binnen het plangebied gezien of gehoord, terwijl de locatie sinds 2017 op vrijwillige basis jaarlijks tenminste 5x per jaar in de optimale onderzoeksperiode is bezocht, dus veel vaker dan alleen de bezoeken in 2024. Hierdoor is met zekerheid een goed beeld verkregen van de verspreiding van steenuilen in het plangebied en omgeving. Tijdens geen van de inventarisaties werden, al dan niet roepende, steenuilen waargenomen binnen of in de directe nabijheid van het plangebied. Dit komt overeen met de bevindingen van de jaren 2017-2023, waarin evenmin steenuilen binnen het plangebied werden waargenomen. In de wijdere omgeving zijn een aantal territoria vastgesteld (afbeelding 4.1). Het dichtsbijzijnde territorium bevindt zich op ongeveer 300 meter in (noord)oostelijke richting, in de omgeving van de Lochtenbergweg. Het is onduidelijk waar de nestplaats zich bevindt, maar vanuit het gebied tussen Logtenbergweg en Eekterweg werd regelmatig de territoriumroep gehoord. De erven aan de westkant van de Logtenbergweg lijken hierbij de westgrens van het territorium te zijn. Het gebied tussen deze erven en het plangebied bestaat uit ongeveer 150 meter open grasland.
Doordat het betreffende grasland regelmatig door paarden begraasd wordt is het in theorie zeer geschikt als foerageergebied, net als de moestuin achter de woningen aan de oostkant van de Pastoorsweg tegenover het plangebied. Gezien de afstand tot mogelijke nestplaatsen is het echter uitgesloten dat het plangebied een wezenlijk onderdeel van het betreffende territorium is. In de driehoek Deventerstraat-Jonasweg-Bottertweg is een territorium vastgesteld waarvan de Deventerstraat in de buurt van de Martinuskerk en begraafplaats de uiterste noordgrens is. Het zwaartepunt van het territorium bevindt zich echter verder in zuidoostelijke richting in dit gebied. Verderop in zuidoostelijke richting, tussen Bottertweg-Jonasweg-Grift, is ook een roepende steenuil gehoord die waarschijnlijk tot een ander territorium behoort. Op ongeveer 500 meter ten westen van het plangebied is ook een territorium aanwezig tussen de woonwijk Heggerenk en het kasteelpark/Kersendijkje. De nestplaats bevindt zich zeer waarschijnlijk op één van de erven tussen de Dorpsstraat-Prins Bernhardlaan-Kersendijkje, bijvoorbeeld op het terrein van de watermolen. Hier is met een afwisseling van ponyweides, begraasd en bemest weiland, diverse bijgebouwtjes en voldoende uitkijkposten hoogwaardig leefgebied aanwezig.
Gezien de afstand tot het plangebied en het feit dat woonwijk Heggerenk tussen plangebied en dit territorium in ligt is een overlap op voorhand uitgesloten. Andere territoria bevinden zich op beduidend grotere afstand. Zo zijn op (ruim) meer dan 1 kilometer afstand bijvoorbeeld territoria vastgesteld in de omgeving Cannenburgherweg-Isendoornweg, de omgeving Laarseweg-Hofsemolenweg-Hogenkampsweg en in de hoek KoninginnewegEmmalaan-Prins Hendrikweg. Gezien de afstand tot het plangebied is op voorhand uitgesloten dat deze overlappen met het plangebied.
7
Soortgericht vervolgonderzoek Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
Afbeelding 4.1: Globale locaties dichtsbijzijnde steenuilterritoria (gele cirkels) ten opzichte van het plangebied. De exacte vorm van de territoria is niet vastgesteld, zal in de praktijk niet zo cirkelvormig zijn maar er is met zekerheid geen sprake van overlap met het plangebied. Bron ondergrond: PDOK luchtfoto.
4.2 Marterachtigen Tijdens het onderzoek naar marterachtigen zijn bunzing, wezel en hermelijn niet aangetroffen. Er werden ook geen uitwerpselen of andere sporen van deze soorten gevonden tijdens de inspecties van het plangebied. Van de steenmarter was al bekend dat deze in de directe omgeving voorkomt en tijdens de eerste weken werd de steenmarter ook op camera 2 en 3 vastgelegd. Daarna verscheen pas eind september weer een steenmarter op de camerabeelden, ditmaal op camera 4. In alle gevallen ging het om een volwassen exemplaar. Er werden geen jonge dieren waargenomen en geen indicaties die duiden op een verblijfplaats. De op kaart aangegeven terreindelen zijn op enkele plekken als rust- of voortplantingsplaats geschikt maar het relatief lage aantal waarnemingen en ontbreken van latrines of plekken met eierschalen, afgebeten veren of andere sporen die duiden op de nabijheid van een verblijfplaats ontbreken. Hoogstwaarschijnlijk bevinden deze rust- en voortplantingsplaatsen zich in schuurtjes, onder stenenstapels en andere geschikte plekken die op erven in de omgeving of in de woonwijk te vinden zijn. Dergelijke plekken ontbreken geheel in het plangebied terwijl de steenmarter hier een sterke voorkeur voor lijkt te hebben ten opzichte van dicht struikgewas. De groenstructuren zijn wel onderdeel van het leefgebied van de steenmarter.
Gezien bovenstaande bevindingen is met voldoende mate van zekerheid vastgesteld dat het plangebied geen wezenlijke functie heeft voor kleine marterachtigen. De voorgenomen ontwikkelingen leiden niet tot overtreding van de verbodsbepalingen ten aanzien van bunzing, hermelijn en wezel. Vervolgstappen, zoals het treffen van mitigerende of compenserende maatregelen en het aanvragen van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit, zijn ten aanzien van de kleine marterachtigen niet aan de orde.
8
Soortgericht vervolgonderzoek Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
4.3 Das en overige soorten De meest opvallende andere soort die op camera werd vastgelegd is de das. Er is namelijk enkele keren een volwassen exemplaar vastgelegd op de camera in de noordelijke bosstrook. Dit was op een aantal dagen in eind augustus en in september. Vanuit eerdere onderzoeken is bekend dat zich nabij de Ankerweg op ongeveer 500 meter in noordelijke richting twee dassenburchten bevinden (Visser, B., 2023. Ecologische quickscan Ankerweg 1 te Vaassen, De Slijpkruik Ecologie BV). Voor ontwikkelingen nabij die locatie is een ontheffing Wnb aangevraagd en verkregen (zaaknummer 2023-016351). De grootte van territoria van dassen varieert van 30-150 hectare in optimaal gebied, tot 150-600 hectare in marginaal gebied (Kennisdocument Das, BIJ12 2017). In de omgeving is er sprake van relatief veel hoogwaardig foerageergebied waardoor het territorium van de betreffende dassen eerder aan de kleine kant zal zijn. Maar gezien de relatief geringe afstand tussen burchten en plangebied is het niet verwonderlijk dat de das blijkbaar ook incidenteel gebruik maakt van het plangebied. In de regel wordt immers gefoerageerd binnen een straal van enkele kilometers rond de burcht.
Tijdens het veldbezoek en tijdens het plaatsen, controleren en ophalen van de camera’s is het plangebied doorzocht op aanwezigheid van sporen van das zoals wissels, mestputjes, graafsporen, haren aan puntdraad en natuurlijk eventuele burchten. Op enkele wroetsporen na werden geen duidelijke gebruikssporen aangetroffen. De aangetroffen wissels en de meeste graafsporen waren afkomstig van de hazen die in het plangebied leven. Het is daarom uitgesloten dat het plangebied een wezenlijk onderdeel van leefgebied van de das is, althans op dit moment. De noordelijke groenstrook waar de das gesignaleerd werd is echter wel in potentie geschikt als locatie om een burcht te bouwen, ondanks de nabijheid van bebouwing. Omdat de daadwerkelijke start van de voorgenomen ontwikkelingen niet in de nabije toekomst zal plaatsvinden wordt sterk aanbevolen om de aanwezigheid van das ook in de komende jaren te monitoren zodat, indien nodig, tijdig noodzakelijke vervolgacties in gang gezet kunnen worden zoals bijvoorbeeld het aanbieden van alternatief leefgebied. Op de andere camera’s werd geen enkele keer een das waargenomen. In de rest van het plangebied werden evenmin gebruikssporen van das aangetroffen. Naast de das werd ook de haas op camera vastgelegd. Tijdens ieder veldbezoek werd bovendien één haas gezien.
Vermoedelijk is het plangebied het leefgebied van één solitaire haas, hoewel niet is uitgesloten dat er op enig moment meer dan één haas in het plangebied leeft aangezien hazen in principe niet territoriaal zijn.
Afbeelding. 4.2 en 4.3: De das (links) werd in drie verschillende nachten vastgelegd op camera 1, maar er werden nergens in het plangebied sporen aangetroffen die duiden op meer dan incidenteel gebruik. De bosstrook is echter wel geschikt als vestigingsplaats. Steenmarter (rechts) werd enkele keren vastgelegd, voornamelijk in de eerste weken.
9
Soortgericht vervolgonderzoek Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
Andere soorten die op de camera verschenen zijn allen kleine, algemene zoogdieren en vogels, diverse huiskatten en een enkele gewone pad. Bosmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis, egel en meerdere zangvogels verschenen voor de camera’s. Van deze soorten was op voorhand wel te verwachten dat ze in het gebied voorkomen. Er werden geen andere beschermde soorten of Rode lijst-soorten waargenomen. 5. Conclusie en advies 5.1 Steenuil • Het plangebied is geen onderdeel van het leefgebied van steenuilen. Er is daarom geen sprake van overtreding van de omgevingswet ten aanzien van de steenuil. Voor steenuil zijn daarom geen vervolgacties zoals het aanvragen van een ‘omgevingsvergunning flora en fauna activiteit’ of het inrichten van alternatief leefgebied nodig. 5.2 Kleine marterachtigen en steenmarter • De geplande werkzaamheden leiden niet tot verstoring of vernieling van vaste jaarrond beschermde rust- of voortplantingsplaatsen van bunzing, wezel of hermelijn aangezien deze soorten niet binnen het plangebied voorkomen. Ook van aantasting van de functionele leefomgeving is geen sprake. • Van steenmarter is bekend dat deze in het plangebied en omgeving voorkomt. Ook tijdens het soortgericht onderzoek is de steenmarter vastgesteld op camera. Er zijn echter geen aanwijzingen voor een voortplantingsplaats binnen het plangebied.
Van aantasting van essentieel leefgebied van de steenmarter is geen sprake indien de noordelijke groenstrook met bomen en ondergroei behouden blijft. Voor de rest is er namelijk geschikt leefgebied in overvloed aanwezig, zo worden bijvoorbeeld zeer regelmatig steenmarters in de naastgelegen woonwijk gezien en zijn er ook vele geschikte erven, diepe tuinen en bomenrijen of andere groenstructuren met dekking in de omgeving van het plangebied aanwezig. Het beoogde groene wijkje zal naar verwachting voor de steenmarter zelfs geschikter als jachtgebied zijn dan de huidige situatie waarbij het plangebied vooral uit open grasland of maïsakker bestaat. • Er zijn geen vervolgstappen, zoals een activiteitenplan en omgevingsvergunning flora en fauna noodzakelijk ten aanzien van kleine marterachtigen en steenmarter. 5.3 Overige soorten • Voor wat betreft de das wordt geadviseerd om alert te zijn op eventuele toekomstige vestiging in of nabij het plangebied. Tijdens het voorliggende onderzoek was het plangebied geen wezenlijk onderdeel van het leefgebied van de das, maar de das komt wel in de omgeving voor en ze kunnen zich snel ergens vestigen. • Voor de overige soorten geldt dat voorafgaand en tijdens de uitvoering rekening dient te worden gehouden, bijvoorbeeld door te werken buiten de kwetsbare broed- of voortplantingsperiode en bijvoorbeeld de overwinteringsperiode van egels.
Een andere optie is om mogelijke voortplantings- of overwinteringslocaties buiten de kwetsbare periodes ongeschikt te maken. Raadpleeg ruim voorafgaand aan de start van de daadwerkelijke werkzaamheden een ecoloog om te bepalen welke acties nodig zijn om invulling te geven aan de algemene en specifieke zorgplicht en laat een ecologisch werkprotocol opstellen.
10
Soortgericht vervolgonderzoek Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
6. Wettelijk kader In Nederland is de wetgeving omtrent de bescherming van natuurwaarden gesplitst in soortenbescherming en gebiedsbescherming. Onder gebiedsbescherming wordt verder onderscheid gemaakt tussen Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Onder de Omgevingswet zijn verschillende beschermingsregimes te onderscheiden: soorten van de Vogelrichtlijn (VR), soorten van de Habitatrichtlijn (HR), en overige beschermde soorten (genoemd in bijlage IX behorend bij artikel 11.54 van de Omgevingswet). Daarnaast hebben provincies de vrijheid om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid. Meer informatie over de Omgevingswet is onder andere terug te vinden op de websites van de Rijksoverheid en de verschillende provincies.
11
Soortgericht vervolgonderzoek Kerkenland te Vaassen
19 december 2024