Bijlage 10 (aanmeldnotitie M.E.R)
Tekst van het document
Buro Stedenbouw bv Kerkplein 5 8121 BM Olst T 0570 563083 www.burostedenbouw.nl
AANMELDNOTITIE BESLUIT M.E.R. ‘Sprenghenparc Vaassen’
Status: definitief Datum: 9 december 2021 Auteur: Buro Stedenbouw
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 3 1.2 Beoordelingskader ........................................................................................................................ 3 1.3 Procedure ...................................................................................................................................... 3 1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ......................................................................................................... 3 1.5 Opzet van de aanmeldingsnotitie .................................................................................................. 4
2. Kenmerken van het project ............................................................................................ 6 2.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 6 2.2 Omvang van het project ................................................................................................................ 6 2.3 Cumulatie met andere projecten ................................................................................................... 7 2.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen ............................................................................................ 7 2.5 Productie van afvalstoffen ............................................................................................................. 7 2.6 Verontreiniging en hinder .............................................................................................................. 7 2.7 Risico van ongevallen .................................................................................................................... 7 2.8 Risico’s voor de menselijke gezondheid ....................................................................................... 7
3. Plaats van het project ..................................................................................................... 8 3.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 8 3.2 Ligging van de locatie ................................................................................................................... 8 3.3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................... 9 3.4 Bijzondere waarden in het projectgebied en omgeving ............................................................. 11
4. Kenmerken van het potentiële effect ........................................................................... 12 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 12 4.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu ................................................................... 12 4.3 Effectkenmerken .......................................................................................................................... 17
5. Conclusie....................................................................................................................... 19 Bijlagen Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek, 25 maart 2021 Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, 15 december 2021 Bijlage 3: Waterhuishoudkundig plan, 25 juni 2021 Bijlage 4: Ecologisch onderzoek, 2 juli 2021 Bijlage 5: AERIUS-berekening, 1 maart 2021 Bijlage 6: Aanvullend ecologisch onderzoek, 2 november 2020 Bijlage 7: Archeologisch onderzoek, 24 maart 2019
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel De initiatiefnemer heeft het voornemen om op de locatie aan de Woestijnweg ter hoogte van het Kouwenaarspad in Vaassen (hierna het plangebied) 65 woningen te ontwikkelen. Om deze woningen te kunnen bouwen dient de tennishal die achter de woningen aan het Kouwenaarspad staat gesloopt te worden. Het plangebied bestaat momenteel uit agrarische grond en grenst aan de noord- en oostzijde aan de bebouwde kom van Vaassen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Vaassen, sectie D, nummers 3801, 5662 en 5663 en heeft een oppervlakte van circa 2,75 hectare. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Epe’, zoals vastgesteld op 23 maart 2017. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken is een besluit in het kader van artikel 3.1, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk, in casu een bestemmingsplan. Op dergelijke besluiten is het Besluit milieueffectenrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
1.2 Beoordelingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel.
1.3 Procedure In de gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Deze aanmeldnotitie dient voor het starten van de hierboven beschreven procedure.
1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het besluit tot het vaststellen van een bestemmingsplan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van:
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
3
• • •
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
Conclusie De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2,75 hectare en blijft hiermee onder de drempelwaarde van 100 hectare. De voorgenomen ontwikkeling maakt 65 woningen mogelijk en blijft daarmee onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. Omdat de ontwikkeling niet voorziet in bedrijfsmatige activiteiten wordt de drempelwaarde voor bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² niet worden overschreden. De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Om die reden kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.
1.5 Opzet van de aanmeldingsnotitie De inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieueffecten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r., zie tabel 1.1. Tabel 1.1: Overzicht criteria ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’
Criteria 1. Kenmerken van het project
2. Plaats van het project
Beoordelingscriterium Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - de omvang van het project; - de cumulatie met andere projecten; - gebruik van natuurlijke hulpbronnen; - de productie van afvalstoffen; - verontreiniging en hinder; - het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; - risico's voor de menselijke gezondheid. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project/de projecten van invloed kunnen zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - het bestaande grondgebruik; - relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; - het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: • wetlands; • kustgebieden; • berg- en bosgebieden; • reservaten en natuurparken; • gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn; • gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
4
3. Kenmerken van het potentiële effect
nagekomen; • gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; • landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: - de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); - de aard van het effect; - het grensoverschrijdend karakter van het effect; - de intensiteit en de complexiteit van het effect; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; - de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; - de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
Conform tabel 1.1 wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 ingegaan op de kenmerken van het project. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de plaats van het project en in hoofdstuk 4 worden de waarschijnlijke gevolgen van het project voor het milieu en de effectkenmerken beschreven. Tot slot bevat hoofdstuk 5 de conclusie van de notitie.
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
5
2. Kenmerken van het project 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder a Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerkzaamheden. Daarnaast dient een beschrijving gegeven te worden van de locatie van de activiteit met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn.
2.2 Omvang van het project De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van een tennishal en de realisatie van 36 grondgebonden, levensloopbestendige en circulair gebouwde woningen en een woongebouw met 29 huurappartementen. De woningen en het woongebouw worden gerealiseerd in een parkachtige omgeving met een grote gemeenschappelijke tuin, met een wadi, moestuinen, fruitbomen en sporten spelvoorzieningen en openbare parkeervoorzieningen. De woningen bestaan uit één bouwlaag met een kap en zullen energetisch zelfvoorzienend zijn. Kenmerkend is dat de woningen over weinig privé buitenruimte beschikken en daardoor juist opgaan in en onderdeel worden van het gemeenschappelijke, groene park. De woningen beschikken over eigen parkeergelegenheid.
Stedenbouwkundig plan Sprenghenparc Vaassen (bron: Plug Architects en Buro Stedenbouw, november 2021)
Aan het Kouwenaarspad in het oostelijke deel van het plangebied wordt een woongebouw gerealiseerd met 30 appartementen in de sociale huursector. Het woongebouw bestaat uit drie
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
6
bouwlagen en gaat in schaal en hoekverdraaiing de relatie aan met de naastgelegen wijk. Een parkeerplaats met voldoende parkeergelegenheid hoort bij het appartementengebouw.
2.3 Cumulatie met andere projecten In de aanlegfase van dit project is er geen sprake van cumulatie met andere projecten in de omgeving die naar aard en omvang vergelijkbaar zijn. Over het algemeen kan gesteld worden dat de werkzaamheden om de woningen mogelijk te maken (verwijderen eventueel aanwezige beplanting, bouw- en woonrijp maken van het plangebied, aanleggen kabels en leidingen, aanbrengen bouw/straatzand, egaliseren en aanleggen verharding, bouwen woningen) lokaal en van tijdelijke aard zijn.
2.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Om het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te beperken worden de 36 grondgebonden woningen in het project zo veel mogelijk circulair gebouwd. Voor de realisatie van het woongebouw worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
2.5 Productie van afvalstoffen Het voorgenomen gebruik van het plangebied voor wonen zorgt voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval en afvalwater. Deze stoffen worden volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt. De nieuw te realiseren woningen worden op de gemeentelijke riolering aangesloten. Indien aanpassingen aan de riolering binnen het plangebied noodzakelijk zijn, dan worden deze uitgevoerd. Hierbij wordt er op voorhand van uitgegaan dat het hoofdrioleringsnetwerk voldoende capaciteit heeft om het afvalwater van de nieuwe woningen te kunnen verwerken.
2.6 Verontreiniging en hinder Door de aanlegwerkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van geluid, licht en lucht. Bij de effectbeschrijving in hoofdstuk 4 wordt hierop nader ingegaan.
2.7 Risico van ongevallen In het kader van de aanlegwerkzaamheden is geen sprake van specifieke risico’s voor zware ongevallen of rampen binnen of in de directe omgeving van het plangebied.
2.8 Risico’s voor de menselijke gezondheid Zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase van het project is er geen sprake van specifieke risico’s voor de volksgezondheid.
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
7
3. Plaats van het project 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de ligging van de locatie, het vigerende grondgebruik en toelichting op de al dan niet aanwezigheid van bijzondere waarden in het projectgebied en/of omgeving.
3.2 Ligging van de locatie Het plangebied ligt In het zuidwestelijke deel van Vaassen, ter hoogte van de Woestijnweg en het Kouwenaarspad. Het plangebied ligt op de overgang van de bebouwde kom van Vaassen naar het landelijk gebied ten westen en zuiden van het dorp. Ten noorden en oosten grenst het plangebied aan bestaande woonwijken Berkenoord en Berkenoord II van Vaassen. Sprenghenparc wordt ontsloten via de Woestijnweg. In oostelijke richting verbindt deze het plangebied met het dorpscentrum van Vaassen. Vanuit het centrum is het plangebied via de Laan van Fasna en Eekterweg in oostelijke richting verbonden met Epe en de snelweg A50. Via de Apeldoornseweg is het plangebied in zuidelijke richting verbonden met Apeldoorn.
Uitsnede van de topografische kaart van Vaassen met globale ligging plangebied (plangebied groen omlijnd) (bron: www.opentopo.nl)
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
8
Uitsnede van de topografische kaart van het zuidwestelijke deel van Vaassen met de gedetailleerde ligging plangebied (plangebied groen omlijnd) (bron: www.opentopo.nl).
3.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Epe’ en ‘Vaassen Zuid en West’ van de gemeente Epe. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Epe’ is vastgesteld op 23 maart 2017. Het plangebied is grotendeels bestemd als ‘Agrarisch’ zonder bouwmogelijkheden. De zuidoostelijke hoek van het plangebied is bestemd als ‘Wonen’ met een bouwvlak. Het noordelijke deel van het plangebied geldt tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. Daarnaast zijn de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – beschermingszone natte landnatuur’ en ‘overige zone – natte heideontginningen’. Deze aanduidingen zijn opgenomen ten behoeve van de bescherming van specifieke landschappelijke en natuurlijke waarden. Het bestemmingsplan ‘Vaassen Zuid en West’ is vastgesteld op 23 augustus 2010. In dit bestemmingplan is het plangebied bestemd als ‘Sport’ met een bouwvlak rondom de te slopen voormalige tennishal. Tevens geldt voor het grootste deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Op onderstaande afbeeldingen is een uitsnede van de verbeelding van beide bestemmingsplannen opgenomen, met de kadastrale ondergrond als onderlegger. In groen is het deel van het plangebied omlijnd dat binnen het betreffende bestemmingsplan valt.
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
9
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Epe’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Vaassen Zuid en West’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
10
3.4 Bijzondere waarden in het projectgebied en omgeving Natura 2000-gebied en Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Op circa 200 meter ten zuiden van het plangebied ligt het stroomgebied van de Egelbeek. Dit gebied is onderdeel van het Natura 2000-gebied Veluwe. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Archeologie en cultuurhistorie In de geldende bestemmingsplannen is het plangebied voorzien van dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’. Ten behoeve van het vooronderzoek naar de haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkelingen is een archeologische quickscan opgesteld. In deze quickscan wordt geconcludeerd dat het noordelijke en oostelijke deel van het plangebied een hoge archeologische waarde heeft en zuidwestelijke deel een lage archeologische waarde. Er wordt geadviseerd inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uit te voeren. Een nadere toelichting aangaande waardevolle gebieden, archeologie en cultuurhistorie is opgenomen in paragraaf 4.2.
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
11
4. Kenmerken van het potentiële effect 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van het potentiële effect op het milieu als gevolg van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder b en c Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit kan hebben voor het milieu en de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de verwachte residuen, emissies, productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In deze beschrijving worden de mogelijke maatregelen, om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden, beschreven. Om de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu te kunnen beschrijven, wordt een onderscheid gemaakt in de aanlegfase en de gebruiksfase.
4.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu 4.2.1 Kenmerken aanlegfase In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een beperkte toename van vrachtverkeer (geluid en luchtkwaliteit) en bouwactiviteiten (licht, geluid en trillingen). Na afronding van de bouwwerkzaamheden verdwijnen deze effecten. Hoewel deze werkzaamheden tijdelijk zijn (en daarmee de emissies), wordt vanuit ecologisch standpunt geadviseerd dat deze werkzaamheden uitsluitend tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd mogen worden om de nadelige milieuaspecten op het nabijgelegen Natura2000-gebied te beperken. Verder leidt de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt. Op het aspect stikstof wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2.2.6. 4.2.2 Kenmerken gebruiksfase 4.2.2.1 Algemeen In de directe omgeving zijn geen projecten die in combinatie met de voorgenomen activiteiten leiden tot extra effecten. 4.2.2.2 Bodem en asbest Ten behoeve van de bouw van de woningen dient grondverzet plaats te vinden. Om de kwaliteit van de bodem te bepalen, dient een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een onderzoek naast asbest in bodem conform NEN 5707 te worden uitgevoerd. Indien vrijgekomen grond wordt afgevoerd naar een locatie elders, dan dient tevens onderzoek naar PFAS te worden gedaan.
Deze onderzoeken dienen te worden uitgevoerd nadat het bestaande gebouw is gesloopt. Voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden moet het gebouw door middel van een asbestinventarisatie worden onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Het toekomstige gebruik (wonen) heeft geen nadelig effect op de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het onderzoeksrapport is als bijlage 1 opgenomen bij deze Aanmeldnotitie. 4.2.2.3 Geluid Voor alle relevante wegen in de directe omgeving van het plangebied geldt een maximum snelheid van 30 km/h. Deze wegen kennen dus geen geluidszones en is een akoestisch onderzoek als gevolg van het wegverkeer niet noodzakelijk.
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
12
Het bestemmingsplan voorziet echter in de bouw van 65 woningen. Als gevolg van de bouw van deze woningen neemt de verkeersbelasting op de omliggende wegen toe. In het kader van een goed woon- en leefklimaat is onderzocht of de extra verkeersbelasting als gevolg van de nieuwe woningen leidt tot een verhoging van de geluidsbelasting op de gevels van de bestaande woningen in de omgeving en is onderzocht of deze verkeersbelasting leidt tot een aanvaardbare geluidbelasting op de gevels van de nieuw te bouwen woningen. Het onderzoeksrapport is als bijlage 2 opgenomen bij deze Aanmeldnotitie. Zoneplichtige wegen Het plangebied ligt niet binnen een zone van een als zodanig in de Wet geluidhinder aangewezen weg. Toetsing behoeft derhalve niet plaats te vinden. Realisatie van de voorgenomen ontwikkeling wordt hierdoor niet beperkt. Niet-zone plichtige wegen De gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van alle niet-gezoneerde wegen gezamenlijk bedraagt op de binnen het plangebied geprojecteerde bebouwing, gebruik makend van de aftrek van 5 dB als gevolg van de stiller worden de voertuigen, maximaal 47 dB. Zonder correctie voor het stiller worden van de voertuigen in de toekomst, is sprake van een maximaal optredende geluidbelasting van 52 dB.
Uitgaande van een minimale geluidwering van de schilconstructie van 20 dB overeenkomstig het Bouwbesluit, kan zonder het treffen van aanvullende voorzieningen worden voldaan aan de benodigde binnengrenswaarde van 35 dB. Verkeer aantrekkende werking Zowel in de huidige als de nieuwe situatie is sprake van een ‘redelijke’ milieukwaliteit. Hierdoor blijft ook na de realisatie van de geprojecteerde nieuwbouw een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande woningen geborgd. Temeer als men ervan uitgaat dat het wegverkeer in de toekomst stiller zal worden. Voor een binnenstedelijk gebied wordt rekening gehouden met een geluidreductie van 5 dB in 2031. In dat geval is er sprake van een optredende geluidbelasting die onder de 50 dB ligt en dus van een ‘goede’ milieukwaliteit. 4.2.2.4 Luchtkwaliteit De voornomen ontwikkeling bestaat uit de bouw van 65 woningen met twee ontsluitingswegen. Deze ontwikkeling valt onder de Regeling NIBM. Een nader onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.2.2.5 Waterhuishouding In overleg met de gemeente Epe en het Waterschap Vallei en Veluwe is een waterhuishoudkundig plan opgesteld, waarin is beschreven op welke wijze wordt omgegaan met de afvoer van hemelwater en vuilwater.
In het waterhuishoudkundig plan is aangetoond dat het stedenbouwkundig plan kan worden gerealiseerd en dat alle woningen kunnen worden aangesloten op het vuilwaterriool van de gemeente Epe. Daarnaast is berekend dat binnen het plangebied 60 mm hemelwater kan worden opgevangen, zonder dat overlast ontstaat binnen het plangebied of daarbuiten. Mocht meer neerslag dan 60 mm vallen, dan zal dit afvloeien richting de retentievijver in het zuidelijke deel van het plangebied. Vanuit deze retentievijver zal het hemelwater vertraagd overlopen richting de cwatergang en de Egelbeek die ten zuiden van het plangebied liggen.
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
13
Het onderzoeksrapport is als bijlage 3 opgenomen bij deze Aanmeldnotitie. 4.2.2.6 Natuur en ecologie Om de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het plangebied en de gevolgen van de voorgenomen ontwikkelingen ten aanzien beschermde natuurgebieden inzichtelijk te maken is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over eventuele noodzakelijke vervolgonderzoeken. Het onderzoeksrapport is als bijlage 4 opgenomen bij deze Aanmeldnotitie. Beschermde gebieden Natura 2000 Het onderzoeksgebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is De Veluwe. De Egelbeek en het daar omheen gelegen natuurgebied Korte Broek dat onderdeel uitmaakt van het Natura 2000-gebied Veluwe ligt op circa 150 meter afstand van het onderzoeksgebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 10 km) van het onderzoeksgebied. De voorgenomen ingreep bestaat uit de sloop van enkele gebouwen en herinrichting van het terrein met seniorenwoningen. De werkzaamheden zijn kortdurend en zullen niet leiden tot een significante verstoring van het circa 150 meter verderop gelegen Natura 2000-gebied Veluwe.
De Egelbeek vormt leefgebied voor de kwalificerende soorten drijvende waterweegbree, vliegend hert, meervleermuis en ijsvogel. Geen van deze soorten is erg gevoelig voor verstoring. Omdat van bronbemaling en heien geen sprake is, zal er geen verstoring zijn door trilling of verlaging van de grondwaterstand. Meervleermuis is wel gevoelig voor verlichting. Door het nemen van de volgende maatregelen is er geen negatief effect voor de meervleermuis in de gebruikersfase: • Het creëren van verlichting die door middel van een lichtsensor werkt, zodat er minder dan één uur licht, in de nachtelijke zoné is. • En door het aanplanten van een bosrand of singel van minimaal 10 meter breed aan de zijde tussen de bebouwing en het Natura2000 gebied. Op deze manier is van lichtverstoring vanuit het plangebied op de Egelbeek in de gebruiks-en aanlegfase geen sprake. Tussen het plangebied en de Egelbeek staan nog enkele woningen en een buurthuis en zijn enkele bosschages aanwezig die verlichting vanuit het plangebied afschermen. Van een verslechtering van de kwaliteit van de kwalificerende habitattypen en/of soorten van het betreffende Natura 2000-gebied is eveneens geen sprake. Het dichtbijgelegen deelgebied Egelbeek bevat geen kwalificerende habitattypen. Wel is hier zoekgebied aanwezig voor het habitattype H3260A Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels).
Toekomstige ontwikkeling van dit habitattype wordt niet beïnvloed door de herontwikkeling van het plangebied.” AERIUS-berekening Om de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden te kunnen bepalen is voor de aanlegfase en de gebruiksfase een AERIUS-berekening uitgevoerd. De aanlegfase is berekend over
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
14
een periode van 1 jaar en genereert een maximale depositiewaarde van 0,05 mol/ha/jr in Natura 2000-gebied De Veluwe. Er vindt geen depositie groter dan 0,00 mol/ha/jr in andere Natura 2000gebieden plaats. Het toekomstig gebruik genereert geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000-gebieden. Sinds 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. In de wet is opgenomen dat voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten in de aanlegfase van een project een vrijstelling geldt. Gelet op deze vrijstelling en depositiewaarden voor de gebruiksfase, is voor de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd. Het onderzoeksrapport is als bijlage 5 opgenomen bij deze Aanmeldnotitie. Natuurnetwerk Nederland Het onderzoeksgebied ligt niet binnen de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het aangrenzende gebied rond de Egelbeek (natuurgebied De Korte Broek van het Geldersch Landschap) maakt wel onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland kent echter geen bepalingen over externe werking ten aanzien van GNN. Nadere toetsing in het kader van de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is derhalve niet aan de orde. Houtopstanden Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom.
Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het plangebied. Beschermde soorten Uit het verkennend natuuronderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied verschillende beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. Voor enkele soorten geldt dat ze zijn vrijgesteld op grond van de Wet natuurbescherming en voor de meeste vogelsoorten geldt dat hun nest niet jaarrond is beschermd. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is voor deze soorten niet noodzakelijk. Ten aanzien van de broedvogels geldt dat verstoring of aantasting van in gebruik zijnde nesten tijdens het broedseizoen (globaal half maart tot begin augustus) wel voorkomen moet worden. Mogelijk in het onderzoeksgebied voorkomende soorten die niet zijn vrijgesteld of vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is zijn: • Steenmarter • Bunzing • Hermelijn • Wezel • Huismus • Vleermuizen Naar deze soort(groep)en dient aanvullend onderzoek plaats te vinden. Indien één van deze soorten daadwerkelijk in het onderzoeksgebied aanwezig is, dan is mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
15
Aanvullend onderzoek Naar aanleiding van het verkennend ecologisch onderzoek is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten in het plangebied. Het onderzoeksrapport is als bijlage 6 opgenomen bij deze Aanmeldnotitie. Kleine marterachtigen Er zijn geen exemplaren of sporen van kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn) waargenomen in het projectgebied. De aanwezigheid van de wezel, hermelijn en bunzing in het projectgebied is uitgesloten. Van een negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op deze soorten is derhalve geen sprake. Steenmarter De aanwezigheid van steenmarter is vastgelegd met een wildcamera. In de tennishal zijn keutels en prooiresten aangetroffen. Er zijn geen rust- of nestplaatsen in het projectgebied aanwezig. De hal wordt gebruikt als foerageergebied, maar van een functie als essentieel foerageergebied is geen sprake. Gelet op het ontbreken van rust- en/of verblijfplaatsen en een functie als essentieel foerageergebied is er geen sprake van een significant negatief effect op steenmarter. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor de steenmarter niet benodigd indien de zorgplicht bij het uitvoeren van de werkzaamheden in acht wordt genomen. Huismussen Er zijn geen exemplaren of sporen van huismus waargenomen in het projectgebied. De aanwezigheid van de huismus in het projectgebied is uitgesloten.
Van een negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op deze soort is derhalve geen sprake. Vleermuizen Tijdens het vleermuisonderzoek zijn gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en tweekleurige vleermuis in het onderzoeksgebied waargenomen. Er zijn geen verblijfplaatsen in het projectgebied aanwezig. Er is geen sprake van een vliegroute voor vleermuizen in het projectgebied. Het projectgebied wordt als foerageergebied gebruikt door gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en tweekleurige vleermuis, maar voor geen van deze soorten is sprake van een functie als essentieel foerageergebied. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen negatief effect op vleermuizen. Overige waarnemingen: das en vos Das en vos foerageren incidenteel in het projectgebied, maar van een functie als essentieel foerageergebied is geen sprake. Er zijn geen rust- of nestplaatsen en verbindingsroutes van deze soorten aanwezig in het projectgebied of invloedsfeer van de werkzaamheden. Van een negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op das en/of vos is derhalve geen sprake. 4.2.2.7 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Om de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied inzichtelijk te maken is een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage 7 opgenomen bij deze Aanmeldnotitie.
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
16
Op basis van het bureauonderzoek kan worden gesteld dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt voor alle archeologische perioden. Er kunnen archeologische resten verwacht worden in de vorm van verspreide begraving, (periodieke) bewoning en landgebruik. Archeologische resten kunnen bestaan uit nederzettingsresten en voor de betreffende periode kenmerkend vondstmateriaal, zoals aardewerk, bouwkeramiek en glas. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodems in het plangebied bestaan uit een bouwvoor op geel zand, veelal met in het algemeen een dunne verwerkte tussenlaag. Er is sprake van smeltwaterafzettingen. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen relevante archeologische indicatoren en/of vondsten waargenomen en is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. De kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische resten wordt klein geacht. De archeologische verwachting kan naar beneden worden bijgesteld tot laag. De voorgenomen ingrepen kunnen ons inziens zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. Indien tijdens de uitvoering alsnog onverwachte archeologische resten worden aangetroffen, dient hiervan direct melding gemaakt te worden bij het bevoegd gezag in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet. Cultuurhistorie Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht.
De in het plangebied aanwezige bebouwing is niet aangewezen als een rijks- of gemeentelijk monument. In de directe omgeving van het plangebied komen geen aangewezen rijks- of gemeentelijke monumenten voor. De in het plangebied aanwezige bebouwing heeft geen bijzondere cultuurhistorische of architectonische waarde, die behouden dient te worden. Voor het plangebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld dat past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. 4.2.2.8 Externe veiligheid In de omgeving van het plangebied komen geen inrichtingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen voor.
4.3 Effectkenmerken Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) - Orde van grootte van het effect: zie paragraaf 4.2. - Bereik van het effect: het reikwijdte van het effect beperkt zich tot het plangebied. Er is geen sprake van een invloedsgebied. - Getroffen bevolking: niet van toepassing. Aard van het effect - Aard van de effecten: zie paragraaf 4.2. Grensoverschrijdende karakter van het effect - Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Intensiteit en de complexiteit van het effect - De effecten van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Waarschijnlijkheid van het effect - Beperkte emissies geluid, lucht en licht zijn zeker. - Waarschijnlijkheid van effecten door calamiteiten is zeer gering (zie ook paragraaf 4.2).
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
17
Verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect - Verwachte aanvang: na onherroepelijk bestemmingsplan (2e helft van 2021). - Duur en periode indicatief: de aanlegfase zal circa 1 jaar duren. - Frequentie: deze beoordeling betreft éénmalig de beschreven activiteiten. - Er is geen sprake van onomkeerbare effecten. Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Zoals beschreven in paragraaf 2.3 van onderhavige notitie zijn er geen andere projecten of ontwikkelingen in de omgeving bekend die gelijktijdig met de beschreven activiteiten worden uitgevoerd en kunnen leiden tot cumulatieve effecten. Omdat de verwachte effecten beperkt van omvang zijn, zal ook voor andere aspecten de cumulatie met effecten van andere ontwikkelingen niet tot noemenswaardige effecten leiden.
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
18
5. Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het voornemen niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.17 Wet milieubeheer. Er is daarom geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te doorlopen, omdat dit geen aanvullende informatie verschaft voor het beoordelen van de milieueffecten.
9 december 2021 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘Sprenghenparc Vaassen’ | Buro Stedenbouw
19
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Sprengenpark Vaassen
Projectcode: BHB08819 Versie: 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
Colofon Titel:
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
Projectcode: Referentie: Versie: Datum: Auteur:
BHB08819 200113_114206 2 25 maart 2021 Eefke Vennegoor en José Lagerweij
Opdrachtgever:
Buro Hoogstraat
Opdrachtnemer:
Telefoon: Email: Website:
Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen 026 2020606 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Frans Egers 06 1529 0174 frans.egers@greenhouse-advies.nl
Paraaf vrijgave
Toevoeging asbestonderzoek druppelzone en arseenanalyses grond- en grondwater
Kwaliteitsverantwoording onderzoek Soort onderzoek ☐ indicatief ☒ NEN 5740 ☒ NEN 5707 ☐ NTA 5755 BRL-protocol ☒ 2001 (boorwerkzaamheden handmatig) ☒ 2002 (bemonsteren grondwater) ☐ 2003 (waterbodem) ☒ 2018 (asbest in grond)
Projectcode: BHB08819 Versie: 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
Inhoudsopgave 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 5
1.1
Aanleiding en doel ............................................................................................................................. 5
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid .............................................................................................. 5
1.3
Leeswijzer .......................................................................................................................................... 5
2
Vooronderzoek .................................................................................................................................. 6
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie ......................................................................................................... 6
2.2
Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken .............................................................. 6
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 7
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie ................................................................................................... 7
3
Onderzoeksopzet en uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................... 8
3.1
Onderzoeksopzet ............................................................................................................................... 8
3.2
Verrichte werkzaamheden ................................................................................................................. 8
3.3
Chemisch onderzoek ......................................................................................................................... 9
4
Onderzoeksresultaten ...................................................................................................................... 12
4.1
Bodemopbouw ................................................................................................................................. 12
4.2
Zintuiglijke waarnemingen ............................................................................................................... 12
4.3
Veldmetingen grondwater ................................................................................................................ 12
4.4
Waarnemingen in het kader van voorkomen van asbest ................................................................ 12
4.5
Toetsingskader ................................................................................................................................ 13
4.5.1
Wet bodembescherming .................................................................................................................. 13
4.5.2
Besluit bodemkwaliteit ..................................................................................................................... 13
4.5.3
PFAS................................................................................................................................................ 14
4.5.1
Asbest in bodem .............................................................................................................................. 14
4.6
Analyseresultaten ............................................................................................................................ 14
4.6.1
Analyseresultaten bodemonderzoek ............................................................................................... 14
4.6.2
Analyseresultaten PFAS .................................................................................................................. 15
4.6.3
Analyseresultaten asbestonderzoek ................................................................................................ 16
5
Doorlatendheidsonderzoek .............................................................................................................. 17
5.1
Onderzoeksopzet en verrichte werkzaamheden ............................................................................. 17
6
Conclusies ....................................................................................................................................... 18
Projectcode: BHB08819 Versie: 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
Bijlagen Bijlage 1: Kaart regionale ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Overzichtstekening veldwerkzaamheden Bijlage 3: Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen Bijlage 4: Analysecertificaten Bijlage 4.1: Bodemonderzoek Bijlage 4.2: Asbestonderzoek Bijlage 5: Toetsingsresultaten grondmonsters Bijlage 6: Toetsingsresultaten grondwater Bijlage 7: Berekeningen K-waarde Bijlage 8: Bodemloket Bijlage 9: Foto’s
Projectcode: BHB08819 Versie: 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
1 Inleiding In opdracht van Buro Hoogstraat is door Greenhouse Advies B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd ter plaatse van Sprengenpark Vaassen. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Vaassen, sectie D, perceelsnummers 5663, 3801 en 4788. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 28.953 m2.
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding tot het bodem- en asbestonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen woningbouw op de locatie. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit, zowel grond als freatisch grondwater. Aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt beoordeeld of de onderzoekslocatie in milieuhygiënisch opzicht gebruiksbeperkingen kent voor het beoogde gebruik.
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid
Greenhouse Advies B.V. of andere gelieerde bedrijfsonderdelen van DAGnl zijn geen eigenaar van de locatie en hebben geen binding met de eigenaar. Greenhouse Advies B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het onderzoek. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Greenhouse Advies BV te Huissen. Greenhouse Advies is gecertificeerd voor het uitvoeren van veldwerk volgens de BRL SIKB 2000 en de bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door het milieulaboratorium van Eurofins Analytico in Barneveld en Eurofins Omegam te Amsterdam. Deze laboratoria voldoen aan de accreditatiecriteria van de Raad van Accreditatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2009.
1.3
Leeswijzer
In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. De rapportage is als volgt opgebouwd: ● ● ● ●
Vooronderzoek (hoofdstuk 2); Onderzoeksopzet (hoofdstuk 3); Onderzoeksresultaten (hoofdstuk 4); Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).
Projectcode: BHB08819 Versie: 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
2 Vooronderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven. Dit resulteert in een hypothese over een mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, oktober 2017).
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
Locatiegegevens Functie locatie Kadastrale gemeente Sectie Nummer X coördinaat Y coördinaat
Agrarisch Vaassen D 5663, 3801 en 4788 193.265 477.156
Het te onderzoeken perceel 5663 is in gebruik als grasland. De percelen 3801 en 4788 zijn deels bebouwd. De omgeving van de locatie in noordelijke- en oostelijke richting wordt gekenmerkt door bebouwing en in zuidelijke- en westelijke richting is grasland aanwezig. Een tekening met daarop de geografische ligging van de locatie is opgenomen als bijlage 1.
2.2
Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken
Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ● het landelijk Bodemloket (www.bodemloket.nl); ● de Bodematlas van de Provincie Gelderland; ● website Topotijdreis; ● de omgevingsdienst Veluwe IJssel; ● eerder uitgevoerd bodemonderzoek; De locatie kent van oorsprong een agrarisch gebruik. Momenteel is de locatie in gebruik als grasland. Voor zover bekend zijn er op de onderzoekslocatie (perceel 5663) geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit het asbestonderzoek van 1 april 2011 (Kouwenaarspad 18) is er geen asbest boven de interventiewaarde aangetroffen. Dit asbest onderzoek beslaat onder andere het zuidelijke gedeelte van de onderzoekslocatie (zie bijlage 8). Uit de informatie van de omgevingsdienst Veluwe IJssel is gebleken dat ter plaatse van Kouwenaarspad 16 (perceel 3801) en Kouwenaarspad 18 (perceel 4788) respectievelijk 2 en 1 bovengrondse tanks hebben gelegen. De exacte locatie is niet bekend en het is onduidelijk of de tanks nog aanwezig zijn. Bij de veldinspectie zijn de tanks verder niet aangetroffen. Wanneer binnen het grondgebied van de gemeente Epe bodemonderzoek wordt gedaan dienen de monsters van grond en grondwater ook worden onderzocht op arseen. Uit historisch onderzoek zijn verder geen bijzonderheden naar voren gekomen die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.
PFAS Het tijdelijke handelingskader (beleidsbrieven 8 juli en 28 november 2019) biedt een landelijk kader voor de omgang met PFAS-houdende grond en baggerspecie. Dat betekent dat er voor partijkeuringen, grond en baggerspecie per 8 juli 2019 PFAS-analyses meegenomen dienen te worden in heel Nederland. Omdat de verwachting is dat bij de herontwikkeling grond overblijft welke afgevoerd moet worden, is aanvullend onderzoek naar PFAS noodzakelijk.
Projectcode: BHB08819 Versie: 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In de onderstaande figuur is de regionale bodemopbouw van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven. Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B27D0041 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd.
Afbeelding 2.1: boring B27D0041
De regionale bodemopbouw bestaat ten opzichte van het maaiveld uit matig fijn- tot grof zand. De globale grondwaterstroming is oostelijk gericht. Het maaiveld op de onderzoekslocatie ligt op circa 16.59 m t.o.v. NAP.
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie
Op basis van het historisch onderzoek wordt voor de onderzoeklocatie de hypothese ‘onverdachte locatie’ gehanteerd. Deze hypothese is gekozen omdat er geen aanwijzingen zijn die duiden op de (voormalige) aanwezigheid van verontreinigingsbronnen. De analyses in grond en grondwater zijn aanvullend geanalyseerd op arseen (gemeentelijk beleid) In verband met de aanwezige bebouwing zijn de percelen 3801 en 4788 verdacht voor asbest. Genoemde percelen zijn onderzocht op asbest conform de strategie verdacht heterogeen van de NEN5707. De druppelzone van de schuur is aan één zijde onderzocht conform de strategie verdacht heterogeen van de NEN5707. De andere zijde van de schuur is verhard met beton, waardoor asbestonderzoek ter plaatse van deze zijde achterwege is gelaten.
Projectcode: BHB08819 Versie: 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
3 Onderzoeksopzet en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Onderzoeksopzet
Het aantal boringen per laag, het aantal peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in de NEN 5740 en NEN5707 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. De onderstaande tabel geeft de gehanteerde aantallen weer conform de onderzoeksopzet. Onderzoek hypothese grootschalig onverdacht
Aantal boringen (excl. peilbuizen) 20 boringen tot 0,5 m-mv 4 boringen tot 2,0 m-mv
Aantal peilbuizen 4
Percelen 3.801 en 4.788
Onverdacht (NEN5740) Verdacht heterogeen (NEN5707)
12 boringen tot 0,5 m-mv 3 boringen tot 2,0 m-mv 15 asbestgaten
2
Druppelzone schuur
Verdacht heterogeen (NEN5707)
2 asbestgaten
-
(deel)locatie Perceel 5663
Analyses grond 3x STAP1 + arseen (laag 0-0,5 m-mv) 2x STAP1 + arseen (laag 0,5-2,0 m-mv) 3x PFAS (0-0,5 m-mv) 2x PFAS (0,5-1,0 m-mv) 2x STAP1 + arseen (laag 0-0,5 m-mv) 2x STAP1 + arseen (laag 0,5-2,0 m-mv) 2x asbest in grond 1x asbest in puin 2x PFAS (0-0,5 m-mv) 2x PFAS (0,5-1,0 m-mv) 1x asbest in grond (0,0-0,1 m-mv)
Analyses grondwater 4x STAP1 + arseen
2x STAP1 + arseen
-
1 Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC) grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten, (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC)
De boringen zijn in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen.
3.2
Verrichte werkzaamheden
In de volgende tabel worden de verrichte werkzaamheden weergegeven: (deel)locatie Perceel 5663
Percelen 3801 en 4788
Aantal boringen en nrs. (excl. peilbuizen) 20 boringen tot 0,5 m-mv (nrs. 21, 23, 25, 26, 27, 28, 30, 32, 33, 34, 36, 37, 38, 40, 41, 43, 44, 45, 46, 48 ) 4 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 22, 31, 39, 47) 12 boringen tot 0,5 m-mv (nrs 1,2,4,6,7,9,10,11,13,14,16 en 17)
Aantal peilbuizen, nrs. en filterstelling 4 peilbuizen (nrs. 24 (filterstelling 1.5 – 2.5 m-mv), 29 (filterstelling 2.2 – 3.2 m-mv), 35 (filterstelling 3,3 – 4,3 m-mv), 42 (filterstelling 3,0 – 4,0 m-mv)) 2 peilbuizen (nrs 5 (filterstelling 2,20-3,20 m-mv), 12 (filterstelling 1,50-2,50 m-mv))
3 boringen tot 2,0 m-mv (nrs 3,8 en 15)
Druppelzone schuur 1
17 asbestgaten1 (nrs.1 t/m 17) 2 asbestgaten (nrs 18, 19)
De asbestgaten en boringen zijn zoveel mogelijk gecombineerd uitgevoerd.
De situering van de monsterpunten is weergegeven in bijlage 2.
Projectcode: BHB08819 Versie: 2
-
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
Door het ontbreken van toestemming op de percelen 3801 en 4788 is het veldwerk gefaseerd uitgevoerd. In 2021 is aanvullend de druppelzone van de schuur onderzocht. In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de betreffende uitvoerder weergegeven Datum 2- en 3 december 2020 9 december 2019 18 februari 2020 18 februari 2020 18 februari 2020 26 februari 2020
uitvoerder Harm Wesselink André Noppers André Noppers Harm Wesselink André Noppers André Noppers
protocol 2001 2002 2002 2001 2018 2002
18 maart 2021
Roel Velderman
2018
werkzaamheden Boringen 21 t/m 47 Bemonstering peilbuizen 24, 29, 35, 42 Herbemonstering peilbuis 42 Boringen 1 t/m 17 Asbestgaten 1 t/m 17 Herbemonstering peilbuis 42 Bemonstering peilbuizen 5 en 12 Asbestgaten 18, 19
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Tijdens de boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"-proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen als bijlage 3. De zintuiglijke afwijkingen zijn beschreven in paragraaf 4.2.
3.3
Chemisch onderzoek
Het samenstellen van de grondmengmonsters en de analyse van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd door Eurofins Analytico. De bodemmonsters zijn zo geselecteerd dat, na uitvoering van de analyses, een representatief beeld ontstaat van de milieuhygiënische kwaliteit van de boven-, ondergrond en grondwater. In de onderstaande tabel wordt de indeling in de geanalyseerde (meng)monsters inzichtelijk gemaakt. Deellocatie
Monster
Motivatie
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analyse
Grond Perceel 5663
MM-1
Bovengrond Zuidelijk deel
0,00 - 0,60
STAP grond1 + arseen
MM-2
Bovengrond deel
Noordoostelijk
0,00 - 0,50
STAP grond1 + arseen
MM-3
Bovengrond deel
Noordwestelijk
21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,30) 23 (0,00 - 0,20) 24 (0,00 - 0,60) 25 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,40) 27 (0,00 - 0,25) 28 (0,00 - 0,25) 31 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,25) 34 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50) 37 (0,00 - 0,50) 38 (0,00 - 0,25) 39 (0,00 - 0,40) 40 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50) 41 (0,00 - 0,50) 42 (0,00 - 0,50) 43 (0,00 - 0,50) 44 (0,00 - 0,50) 45 (0,00 - 0,50) 46 (0,00 - 0,50) 47 (0,00 - 0,50) 48 (0,00 - 0,30)
0,00 - 0,50
STAP grond1 + arseen
Projectcode: BHB08819 Versie: 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
Perceel 4788 en/ of 3801
MM-4
Ondergrond Zuidelijk deel
MM-5
Noordelijk deel
MM-6
Bovengrond Zuidelijk deel
MM-7
Noordoostelijk deel
MM-8
Noordwestelijk deel
MM-9
Zuidelijk deel
MM-10
Noordelijk deel
MM-11
Zand met zintuiglijke bijmenging. Centrale deel
MM-12
Zand geen zintuiglijke bijmenging. Hele terrein
MM-13
Zand geen zintuiglijke bijmenging. Centraal- en noordoostelijk deel
Projectcode: BHB08819 Versie: 2
22 (0,50 - 1,00) 22 (1,00 - 1,50) 22 (1,50 - 2,00) 24 (0,60 - 1,00) 24 (1,00 - 1,50) 24 (1,50 - 2,00) 29 (0,50 - 0,90) 29 (0,90 - 1,50) 29 (1,50 - 2,00) 31 (0,50 - 0,90) 31 (0,90 - 1,40) 31 (1,40 - 2,00) 35 (0,50 - 1,00) 35 (1,00 - 1,50) 35 (1,50 - 2,00) 42 (0,50 - 1,00) 42 (1,00 - 1,50) 42 (1,50 - 2,00) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,30) 23 (0,00 - 0,20) 24 (0,00 - 0,60) 25 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,40) 27 (0,00 - 0,25) 28 (0,00 - 0,25) 31 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,25) 34 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50) 37 (0,00 - 0,50) 38 (0,00 - 0,25) 39 (0,00 - 0,40) 40 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50) 41 (0,00 - 0,50) 42 (0,00 - 0,50) 43 (0,00 - 0,50) 44 (0,00 - 0,50) 45 (0,00 - 0,50) 46 (0,00 - 0,50) 47 (0,00 - 0,50) 48 (0,00 - 0,30) 22 (0,50 - 1,00) 24 (0,60 - 1,00) 29 (0,50 - 0,90) 31 (0,50 - 0,90) 35 (0,50 - 1,00) 42 (0,50 - 1,00) 08 (0,30 - 0,50) 10 (0,40 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,40 - 0,50) 01 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,07 - 0,30) 12 (0,00 - 0,40) 15 (0,15 - 0,65) 17 (0,00 - 0,50) 03 (1,00 - 1,40) 03 (1,40 - 1,90) 08 (0,50 - 1,00) 08 (1,00 - 1,50) 08 (1,50 - 1,80)
0,50 – 2,00
STAP grond1 + arseen
0,50 – 2,00
STAP grond1 + arseen
0,00 – 0,60
PFAS(28) Handelingskader
0,00 – 0,50
PFAS(28) Handelingskader
0,00 – 0,50
PFAS(28) Handelingskader
0,50 – 1,00
PFAS(28) Handelingskader
0,50 – 1,00
PFAS(28) Handelingskader
0,00 – 0,50
STAP grond1 + arseen
0,00 – 0,65
STAP grond1 + arseen
0,50 – 1,90
STAP grond1 + arseen
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
MM-14
Zand geen zintuiglijke bijmenging. Centraal en westelijk deel
MM-15
Zand geen zintuiglijke bijmenging. Noordoostelijk deel
MM-16
Zand geen zintuiglijke bijmenging. Centraal- en westelijk deel
MM-17
Zand geen zintuiglijke bijmenging. Centraal- en oostelijk deel Zand geen zintuiglijke bijmenging. Centraal- en westelijk deel Zand, geen zintuiglijke bijmenging
MM-18
ASB-1
12 (1,10 - 1,60) 12 (1,60 - 2,00) 12 (2,00 - 2,50) 15 (0,65 - 1,00) 15 (1,00 - 1,50) 15 (1,50 - 2,00) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,06 - 0,30) 04 (0,25 - 0,50) 05 (0,00 - 0,45) 06 (0,00 - 0,50) 10 (0,07 - 0,40) 13 (0,15 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,15) 16 (0,00 - 0,50) 03 (0,50 - 1,00) 05 (0,60 - 1,10) 08 (0,50 - 1,00) 12 (0,50 - 1,00) 15 (0,65 - 1,00)
0,65 – 2,50
STAP grond1 + arseen
0,00 – 0,50
PFAS(28) Handelingskader
0,07 – 0,50
PFAS(28) Handelingskader
0,60 – 1,10
PFAS(28) Handelingskader
0,65 – 1,00
PFAS(28) Handelingskader
MM-2 (0,00 - 0,50): nr 1, 2, 5, 6, 7 MM-3 (0,08 - 0,25): nr 3, 9 MM-3 (0,25 - 0,50): nr 3, 9 MM-5 (0,00 - 0,50): nr 16, 17 MM-7 (0,00 - 0,50): nr 14, 15 MM-1 (0,00 - 0,50): nr 11 MM-6 (0,30 - 0,50): nr 8, 10, 12 MM-4 (0,00 - 0,25): nr 4, 13
0,00 - 0,50
Asbest Grond
0,00 - 0,50
Asbest Grond
0,00 - 0,25
Asbest Puin
ASB-2
Zand met zintuiglijke bijmenging
ASB-3
Uiterst menggranulaat.
ASB-1
Zand met zintuiglijke bijmenging
MM01 (0,00 – 0,10): 18-1 (0,00 – 0,10) 19-1 (0,00 – 0,10)
0,00 – 0,10
Asbest in grond
24-1
Zuid
24-1
1,5 – 2,5
29-1
Noordwest
29-1
2,2 – 3,2
35-1
Noordoost
35-1
3,3 – 4,3
42-1 42-2 42-1-1
Noordwest
42-1 42-2 42-1-1
3,0 – 4,0
Perceel 3801
5-1-1
Centraal
5-1-1
2,20 – 3,20
Perceel 4788
12-1-1
Centraal
12-1-1
1,50 – 2,50
STAP grondwater1 + arseen STAP grondwater1 + arseen STAP grondwater1 + arseen grondwater1 1 x STAP grondwater1 + arseen 2 x Cadmium (herbemonstering) STAP grondwater1 + arseen STAP grondwater1 + arseen
Druppelzone schuur Grondwater Perceel 5663
Projectcode: BHB08819 Versie: 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sprengenpark Vaassen
4 Onderzoeksresultaten 4.1
Bodemopbouw
Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot circa 4,0 m-mv bestaat uit zeer fijn- tot matig grof zand. Ter plaatse van enkele boringen is in de bovengrond een laag leem aanwezig. Ter plaatse van boring 13 is in de ondergrond een laag fijn grind aanwezig. Tijdens de monsterneming varieerde de grondwaterstand tussen de 0,58 – 3,05 m-mv. Het grote verschil wordt veroorzaakt door het hoogteverschil op de locatie.
4.2
Zintuiglijke waarnemingen
In het veld is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld, waarbij géén actieve geurwaarnemingen zijn waargenomen. Aansluitend is de grond beschreven en bemonsterd, en zijn de te analyseren (meng)monsters geselecteerd. De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen als bijlage 3. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Perceel 4788 4788 4788 4788 4788 4788 druppelzone druppelzone