Bijlage 1 - Toelichtende bijlage 2e wijziging Verz.verordening Apeldoorn Epe
Tekst van het document
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging Artikel I Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
A.
Artikel 1.1, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Reden wijziging
2. In deze verordening wordt verstaan onder:
2. In deze verordening wordt verstaan onder:
Redactionele en technische wijziging.
-
algemeen geaccepteerde arbeid: alle (tijdelijke) arbeid die maatschappelijk aanvaard is en die niet indruist tegen de integriteit van de persoon;
-
algemeen geaccepteerde arbeid: alle (tijdelijke) arbeid die maatschappelijk aanvaard is en die niet indruist tegen de integriteit van de persoon;
-
arbeidsbeperking: een functionele beperking van medische, psychische of sociale aard waardoor de belanghebbende ondersteuning nodig heeft bij de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie;
-
arbeidsbeperking: een functionele beperking van medische, psychische of sociale aard waardoor de belanghebbende ondersteuning nodig heeft bij de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie;
-
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
-
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
-
Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
-
Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
-
benadelingsperiode: de periode waarop ten gevolge van een verwijtbare gedraging eerder of langer een beroep op bijstand wordt of is gedaan door een belanghebbende;
-
benadelingsperiode: de periode waarop ten gevolge van een verwijtbare gedraging eerder of langer een beroep op bijstand wordt of is gedaan door een belanghebbende;
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
Redactioneel: de definitiebepaling Breed Offensief is vertaald naar doelgroep Breed offensief. De aangepaste definitiebepaling van de doelgroep re-integratie is een technische wijziging, in lijn met de modelverordening VNG. Ingegeven door de Wet van school naar duurzaam werk, is de Participatiewet met in gang van 1 januari 2026 gewijzigd en is sprake van een bredere reintegatiedoelgroep. .
1
-
bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onder c, van de PW;
-
bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onder c, van de PW;
-
Breed offensief: het pakket aan maatregelen en voorzieningen van de overheid om de arbeidsmarktkansen voor personen uit deze doelgroep te vergroten;
-
chartale betaling: betaling met contant geld waaronder begrepen betalingen met pin;
-
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;
-
doelgroep beschut werk: personen als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de PW;
-
doelgroep Breed offensief: personen met een arbeidsbeperking, waarvoor de overheid met een breed pakket aan maatregelen en voorzieningen de arbeidsmarktkansen wil vergroten;
-
chartale betaling: betaling met contant geld waaronder begrepen betalingen met pin;
-
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;
-
doelgroep beschut werk: personen als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de PW;
-
doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e, van de PW;
-
doelgroep re-integratie: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de PW;
doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e, van de PW;
-
doelgroep re-integratie: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, of artikel 7a, eerste lid, van de PW;
-
financiële benadeling: het netto bedrag in geval van de PW of het bruto bedrag in het geval van IOAW/IOAZ waarop als gevolg van een verwijtbare gedraging van de belanghebbende, een hoger beroep op bijstand wordt gedaan;
-
grondslag: de uitkeringsnorm als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ;
-
inkomen: het inkomen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de PW. De uitkering die op grond van de PW voor de kosten van levensonderhoud wordt verstrekt, wordt
-
-
-
financiële benadeling: het netto bedrag in geval van de PW of het bruto bedrag in het geval van IOAW/IOAZ waarop als gevolg van een verwijtbare gedraging van de belanghebbende, een hoger beroep op bijstand wordt gedaan; grondslag: de uitkeringsnorm als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ; inkomen: het inkomen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de PW. De uitkering die op grond van de PW voor de kosten van levensonderhoud wordt verstrekt, wordt ook tot het inkomen gerekend;
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
2
-
-
-
-
-
-
-
interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; inwoner: de inwoner van de gemeente Apeldoorn, die als zodanig staat ingeschreven in de Basisregistratie personen en ook feitelijk op dit adres woonachtig is; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; maatregel: het verlagen van bijstand en bijzondere bijstand dan wel het tijdelijk of blijvend weigeren van de IOAW/IOAZuitkering; mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt;
ook tot het inkomen gerekend; -
interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek;
-
inwoner: de inwoner van de gemeente Apeldoorn, die als zodanig staat ingeschreven in de Basisregistratie personen en ook feitelijk op dit adres woonachtig is;
-
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
-
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
-
jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;
-
maatregel: het verlagen van bijstand en bijzondere bijstand dan wel het tijdelijk of blijvend weigeren van de IOAW/IOAZuitkering;
-
mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
3
-
-
niet-uitkeringsgerechtigde: een persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de PW die geen uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de PW, IOAW of IOAZ maar wel tot de doelgroep re-integratie behoort; onverwijld: binnen zeven dagen nadat het feit of de omstandigheid zich heeft voorgedaan, dan wel het kenbaar werd of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn voor de belanghebbende;
-
overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de PW;
-
persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de PW en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de PW;
-
Praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek;
-
PW: Participatiewet;
-
UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersvoorzieningen;
-
-
voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; werkgever: degene die op basis van een
gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; -
niet-uitkeringsgerechtigde: een persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de PW die geen uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de PW, IOAW of IOAZ maar wel tot de doelgroep re-integratie behoort;
-
onverwijld: binnen zeven dagen nadat het feit of de omstandigheid zich heeft voorgedaan, dan wel het kenbaar werd of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn voor de belanghebbende;
-
overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de PW;
-
persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de PW en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de PW;
-
Praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek;
-
PW: Participatiewet;
-
UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersvoorzieningen;
-
voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
4
arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; -
B.
werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de PW met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is;
-
Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
-
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
het verrichten van opgedragen taken; -
werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie;
-
werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de PW met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is;
-
Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
-
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Artikel 2.1.2 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.1.2 Inzet voorzieningen
Artikel 2.1.2 Inzet voorzieningen
1. Het college kan aan de belanghebbende die behoort tot de doelgroep in ieder geval de voorzieningen aanbieden die in deze verordening staan.
1. Het college kan aan de belanghebbende die behoort tot de doelgroep in ieder geval de voorzieningen aanbieden die in deze verordening staan.
2. In aanvulling op het eerste lid houdt het college bij het voorzieningenaanbod ook rekening met:
2. In aanvulling op het eerste lid houdt het college bij het voorzieningenaanbod ook rekening met:
a. andere voorzieningen die het binnen het
Reden wijziging
De aanpassing van het vierde lid, onderdeel d is technisch-redactioneel van aard. Bedoeld om mogelijke verwarring als gevolg van de bredere re-integratiedoelgroep te voorkomen nu ook personen jonger dan 27 jaar een bredere aanspraak op ondersteuning door het college hebben.
a. andere voorzieningen die het binnen het
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
5
gemeentelijk sociaal domein beschikbaar zijn; en b. overige wettelijke regelingen.
gemeentelijk sociaal domein beschikbaar zijn; en b. overige wettelijke regelingen.
3. Indien het aanbieden van een voorziening zoals genoemd in het tweede lid, onder a, naar het oordeel van het college kan bijdragen aan de arbeidsinschakeling of de maatschappelijke participatie van de belanghebbende, stemt het college dit waar nodig intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de belanghebbende.
3. Indien het aanbieden van een voorziening zoals genoemd in het tweede lid, onder a, naar het oordeel van het college kan bijdragen aan de arbeidsinschakeling of de maatschappelijke participatie van de belanghebbende, stemt het college dit waar nodig intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de belanghebbende.
4. Het college beoordeelt individueel of de inzet van een voorziening noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. Bij de keuze voor de in te zetten voorziening worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
4. Het college beoordeelt individueel of de inzet van een voorziening noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. Bij de keuze voor de in te zetten voorziening worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
a. de belanghebbende wordt zo goed mogelijk naar passend werk of maatschappelijke participatie begeleid;
a. de belanghebbende wordt zo goed mogelijk naar passend werk of maatschappelijke participatie begeleid;
b. betaald werk gaat voor onbetaald werk of inkomensondersteuning door de gemeente;
b. betaald werk gaat voor onbetaald werk of inkomensondersteuning door de gemeente;
c. de voorziening is adequaat, waarmee bedoeld wordt: zo licht als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk;
c. de voorziening is adequaat, waarmee bedoeld wordt: zo licht als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk;
d. een scholingstraject is in beginsel alleen mogelijk voor de belanghebbende van 27 jaar en ouder en als de scholing aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldoet;
d. een scholingstraject aangeboden door het college is in beginsel alleen mogelijk voor de belanghebbende van 27 jaar en ouder en als de scholing aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldoet;
e. waar mogelijk worden groepsgewijs ondersteunende voorzieningen aangeboden; f.
er wordt rekening gehouden met de vraag
e. waar mogelijk worden groepsgewijs ondersteunende voorzieningen aangeboden;
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
6
op de arbeidsmarkt;
f.
g. werkgevers worden zoveel mogelijk betrokken bij het re-integratie- en plaatsingsproces en door in te zetten voorzieningen ondersteund bij de indienstneming van de belanghebbende uit de doelgroep. 5. In samenspraak met de belanghebbende stelt het college in het plan van aanpak vast welke voorziening wordt aangeboden. 6. Het college kan ten aanzien van de voorzieningen nadere regels vaststellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden en het verstrekken van subsidies. Daarnaast kan het college in beleidsregels een verdere invulling geven over de uitvoering van de voorziening.
C.
er wordt rekening gehouden met de vraag op de arbeidsmarkt;
g. werkgevers worden zoveel mogelijk betrokken bij het re-integratie- en plaatsingsproces en door in te zetten voorzieningen ondersteund bij de indienstneming van de belanghebbende uit de doelgroep. 5. In samenspraak met de belanghebbende stelt het college in het plan van aanpak vast welke voorziening wordt aangeboden. 6. Het college kan ten aanzien van de voorzieningen nadere regels vaststellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden en het verstrekken van subsidies. Daarnaast kan het college in beleidsregels een verdere invulling geven over de uitvoering van de voorziening.
Artikel 2.1.3, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Reden wijziging
Artikel 2.1.3 Weigering en beëindiging voorziening
Artikel 2.1.3 Weigering en beëindiging voorziening
Redactionele wijziging.
1. Het college kan een voorziening weigeren als:
1. Het college kan een voorziening weigeren als:
a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep;
a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep;
b. de belanghebbende onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek
b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
De nieuw toegevoegde onderdelen g en h zijn facultatief in de modelverordening, en worden met het oog op transparante regels wel opgenomen. Het artikel is sowieso een kan-bepaling, de toegevoegde onderdelen zijn beleidsarm. De genoemde leeftijdsgrens van zestien jaar (onderdeel g, en conform modelverordening) sluit aan bij de leeftijdsgrens van de Leerplichtwet. 7
dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening;
voor het beoordelen van het recht op de voorziening;
c. de belanghebbende een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening;
c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening;
d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling of de maatschappelijke participatie; e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening; of f.
het inzetten van een lichtere voorziening naar het oordeel van het college ook passend en adequaat is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie.
d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling of de maatschappelijke participatie; e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening; f.
het inzetten van een lichtere voorziening naar het oordeel van het college ook passend en adequaat is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie;
g. de persoon, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de PW, jonger is dan zestien jaar; of h. het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, het verzoek om ondersteuning heeft gedaan en daarbij geen overgangsdocument heeft verstrekt.
D.
Artikel 2.2.7 wordt als volgt gewijzigd: Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
8
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Reden wijziging
Artikel 2.2.7 Ondersteuning leer-werktraject
Artikel 2.2.7 Ondersteuning bij leer-werktraject
1. Het college kan ondersteuning aanbieden bij een leer-werktraject met als doel schooluitval te voorkomen.
Het college kan met toepassing van artikel 7a, derde lid, van de PW, een persoon zonder startkwalificatie, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de PW, ondersteuning bieden voor zover die ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject.
Technische aanpassing. De wettelijke grondslag voor deze voorziening is gewijzigd, al blijft de doelgroep gelijk en is deze voorziening met name gericht op personen jonger dan 27 jaar zonder startkwalificatie. Aanpassing is conform modelverordening.
2. Voor deze vorm van ondersteuning komt in aanmerking: a. de persoon van 16 en 17 jaar van wie de leerplicht of kwalificatieplicht nog niet is geëindigd; of b. de persoon van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie heeft behaald. Met een startkwalificatie wordt bedoeld: een havo-, vwo- of mbo2-diploma. 3. De ondersteuning is gericht op extra begeleiding op of naar een leer-werktraject.
E.
Artikel 2.2.11 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Reden wijziging
Artikel 2.2.11 Persoonlijke ondersteuning bij werk doelgroep re-integratie
Artikel 2.2.11 Persoonlijke ondersteuning bij werk doelgroep re-integratie
1. Het college kan aan de belanghebbende behorend tot de doelgroep re-integratie persoonlijke ondersteuning bij het vinden en behouden van werk in de vorm van jobcoaching of interne werkbegeleiding aanbieden indien de belanghebbende:
1. Het college kan aan de belanghebbende behorend tot de doelgroep re-integratie persoonlijke ondersteuning bij het vinden en behouden van werk in de vorm van jobcoaching of interne werkbegeleiding aanbieden indien de belanghebbende:
Redactionele wijziging van het tweede lid door een specifiekere verwijzing, in lijn met de modelverordening.
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
9
F.
a. een arbeidsbeperking heeft;
a. een arbeidsbeperking heeft;
b. een afstand tot de arbeidsmarkt heeft en de persoonlijke ondersteuning vanwege een in de persoon gelegen belemmering naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling.
b. een afstand tot de arbeidsmarkt heeft en de persoonlijke ondersteuning vanwege een in de persoon gelegen belemmering naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling.
2. Persoonlijke ondersteuning als bedoeld in het eerste lid wordt toegekend overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 3. Bij die beoordeling is het bepaalde zoals vermeld in artikel 2.1.2, eerste tot en met vijfde lid, mede van toepassing.
2. Persoonlijke ondersteuning als bedoeld in het eerste lid wordt toegekend overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 3, onder B en C. Bij die beoordeling is het bepaalde zoals vermeld in artikel 2.1.2, eerste tot en met vijfde lid, mede van toepassing.
Artikel 2.2.12 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Reden wijziging
Artikel 2.2.12 Proefplaats
Artikel 2.2.12 Proefplaats
1. Het college kan de belanghebbende uit de doelgroep re-integratie met een uitkering op grond van de PW toestemming verlenen om met behoud van uitkering op een proefplaats bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te verrichten.
1. Het college kan de belanghebbende uit de doelgroep re-integratie met een uitkering op grond van de PW toestemming verlenen om met behoud van uitkering op een proefplaats bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te verrichten.
Redactionele wijziging van het zevende lid door een specifiekere verwijzing, in lijn met de modelverordening
2. Het doel van de proefplaats is de arbeidsinschakeling van de belanghebbende te bevorderen.
2. Het doel van de proefplaats is de arbeidsinschakeling van de belanghebbende te bevorderen.
3. Toestemming voor een proefplaats wordt verleend indien:
3. Toestemming voor een proefplaats wordt verleend indien:
a. de belanghebbende, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de
a. de belanghebbende, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
10
werkzaamheden in staat is;
werkzaamheden in staat is;
b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling;
b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling;
c. hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt;
c. hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt;
d. de werkzaamheden van de belanghebbende niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en
d. de werkzaamheden van de belanghebbende niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en
e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de belanghebbende, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing voor minimaal zes maanden zonder proeftijd in dienst zal nemen.
e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de belanghebbende, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing voor minimaal zes maanden zonder proeftijd in dienst zal nemen.
4. Het college weigert de toestemming als bedoeld in het eerste lid indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor die dienstbetrekking.
4. Het college weigert de toestemming als bedoeld in het eerste lid indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor die dienstbetrekking.
5. De duur van de proefplaats is bedraagt maximaal twee maanden. Deze termijn kan met maximaal vier maanden worden verlengd indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is.
5. De duur van de proefplaats is bedraagt maximaal twee maanden. Deze termijn kan met maximaal vier maanden worden verlengd indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is.
6. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode zoals genoemd in het vijfde lid buiten beschouwing gelaten.
6. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode zoals genoemd in het vijfde lid buiten beschouwing gelaten.
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
11
7. Het college kan de belanghebbende op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen zoals genoemd in paragraaf 3.
G.
Artikel 2.2.13 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Reden wijziging
Artikel 2.2.13 Scholing
Artikel 2.2.13 Scholing
Technische verbetering van het eerste lid.
1. Het college kan de belanghebbende uit de doelgroep re-integratie een scholingstraject aanbieden voor zover de scholing naar het oordeel van het college noodzakelijk is om de stap te zetten naar passend werk.
1. Het college kan de belanghebbende uit de doelgroep re-integratie een scholingstraject aanbieden voor zover de scholing naar het oordeel van het college noodzakelijk is om de stap te zetten naar passend werk en er geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening.
Overeenkomstig de modelverordening vervalt het derde lid. Ook deze aanpassing is technisch van aard. De bepaling verwijst naar artikel 7, derde lid, van de Participatiewet, maar is niet meer passend voor deze doelgroep nu in dat wetsartikel de tekst ‘die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen’ is vervallen.
2. Het scholingstraject: a. is gericht op arbeidsinschakeling of op het behalen van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt; b. is beroepsgericht; en c. duurt niet langer dan nodig is. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op de belanghebbende jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen, tenzij naar het oordeel van het college sprake is van zeer bijzondere omstandigheden.
H.
7. Het college kan de belanghebbende op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen zoals genoemd in paragraaf 3, onder B en C.
2. Het scholingstraject: a. is gericht op arbeidsinschakeling of op het behalen van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt; b. is beroepsgericht; en c. duurt niet langer dan nodig is.
Artikel 2.3.2 wordt als volgt gewijzigd:
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
12
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Reden wijziging
Artikel 2.3.2 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
Artikel 2.3.2 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij het vinden of behouden van werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking of met een in de persoon gelegen belemmering als bedoeld in artikel 2.2.11, eerste lid, onder b.
1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij het vinden of behouden van werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking of met een in de persoon gelegen belemmering als bedoeld in artikel 2.2.11, eerste lid, onder b.
Technisch/redactionele aanpassing van het tweede lid, onderdeel a en conform modelverordening. Betreft geen inhoudelijke wijziging, maar andere vorm van opsomming, bedoeld om verwarring te voorkomen. Hiermee is duidelijker dat de leeftijdsgrens van 18 jaar niet geldt voor personen uit het VSO/PRO-onderwijs.
2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning en overige voorzieningen zoals bedoeld in het eerste lid gelden de volgende voorwaarden:
2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning en overige voorzieningen zoals bedoeld in het eerste lid gelden de volgende voorwaarden:
a. de belanghebbende behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs heeft genoten;
a. de persoon behoort tot de doelgroep en:
b. de belanghebbende kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan die naar het oordeel van college voldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de belanghebbende, gelet op zijn afstand tot de arbeidsmarkt en zijn mogelijkheden en belemmeringen; d. het betreft geen voorziening of taak waarvoor de werkgever op grond van Arbowetgeving verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de
1°. is minimaal achttien jaar oud; of 2°. heeft voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan die naar het oordeel van college voldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de persoon, gelet op zijn afstand tot de arbeidsmarkt en zijn mogelijkheden en belemmeringen; d. het betreft geen voorziening of taak waarvoor de werkgever op grond van Arbowetgeving verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
13
werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f.
er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en
g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk. 3. De bepalingen zoals genoemd in artikel 2.1.2, eerste tot en met vijfde lid, zijn hierbij mede van toepassing.
I.
gebruikelijk is in een organisatie; f.
er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en
g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk. 3. De bepalingen zoals genoemd in artikel 2.1.2, eerste tot en met vijfde lid, zijn hierbij mede van toepassing.
Artikel 2.3.14 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Reden wijziging
Artikel 2.3.14 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap
Artikel 2.3.14 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij motorische beperking
Technische aanpassing conform modelverordening.
1. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
1. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie.
2. Het college kan in nadere regels uitwerken hoe de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit wordt bepaald.
2. Het college kan in nadere regels uitwerken hoe de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit wordt bepaald.
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
De ondersteuning van visueel gehandicapten is per 1 januari 2024 overgegaan van gemeenten naar het UWV (artikel 10h Participatiewet). Deze wijziging is nu alsnog in de (model) verordening verwerkt. Daarnaast is het opschrift van het artikel aangepast naar de bewoording van de wetsartikelen.
14
J.
Na artikel 2.3.16 wordt paragraaf 4 ingevoegd en die luidt als volgt:
Bestaande tekst
K.
Nieuwe tekst
Reden wijziging
Paragraaf 4 Specifieke bepalingen van school naar duurzaam werk
In lijn met de modelverordening wordt een aantal specifieke bepalingen voor de nieuwe doelgroep (artikel 7a Participatiewet) ondergebracht in een afzonderlijke paragraaf.
Na paragraaf 4 wordt artikel 2.4.1 ingevoegd en dat luidt als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Reden wijziging
Artikel 2.4.1 Verzoeken van scholen en onderwijsinstellingen
Technisch en beleidsarme wijziging. Bepaling in lijn met de modelverordening. Voor wat betreft de termijnen is de gemeentelijke beleidsruimte ingevuld met (maximaal) twee weken voor de ontvangstbevestiging aan de onderwijsinstelling en (maximaal) acht weken als beslistermijn.
1. Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van een verzoek om een voorziening gedaan door het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 2. Als de beslissing op het verzoek geen beschikking als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht inhoudt, beslist het college binnen acht weken na ontvangst van het verzoek, gerekend vanaf de datum van ontvangst van het overgangsdocument. Het college deelt deze beslissing mee aan het bevoegd gezag, Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
15
bedoeld in het eerste lid, en aan de persoon op wie het verzoek betrekking heeft.
L.
De toelichting op de verordening wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Algemeen
Algemeen
De gemeente is op grond van de PW verantwoordelijk voor de ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en de inkomensondersteuning van een grote groep inwoners. Vanuit het oogpunt van eenduidigheid, vereenvoudiging en vindbaarheid zijn verschillende onderwerpen binnen de PW en de wetten en regelingen die daarmee samenhangen sinds 1 januari 2018 ondergebracht in een verzamelverordening. Daarmee heeft deze verordening ook betrekking op regels op grond van de IOAW, IOAZ en de Wgs. Daarnaast is het participatiebeleid dat voortvloeit uit de autonome bestuursbevoegdheid op grond van de Gemeentewet en de regelgeving ten aanzien van het noodfonds in deze verordening opgenomen.
De gemeente is op grond van de PW verantwoordelijk voor de ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en de inkomensondersteuning van een grote groep inwoners. Vanuit het oogpunt van eenduidigheid, vereenvoudiging en vindbaarheid zijn verschillende onderwerpen binnen de PW en de wetten en regelingen die daarmee samenhangen sinds 1 januari 2018 ondergebracht in een verzamelverordening. Daarmee heeft deze verordening ook betrekking op regels op grond van de IOAW, IOAZ en de Wgs. Daarnaast is het participatiebeleid dat voortvloeit uit de autonome bestuursbevoegdheid op grond van de Gemeentewet en de regelgeving ten aanzien van het noodfonds in deze verordening opgenomen.
Er is gekozen voor een algemene, globale verordening. Dit heeft te maken met de aard van de opdracht die de gemeenteraad heeft gekregen: het bij verordening regels stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar taken op het gebied van onder andere re-integratie en handhaving (verlaging van de uitkering) wordt neergelegd. Dit leent zich niet tot het formuleren
Er is gekozen voor een algemene, globale verordening. Dit heeft te maken met de aard van de opdracht die de gemeenteraad heeft gekregen: het bij verordening regels stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar taken op het gebied van onder andere re-integratie en handhaving (verlaging van de uitkering) wordt neergelegd. Dit leent zich niet tot het formuleren
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
Reden wijziging
Waar nodig wordt uiteraard ook de toelichting op de verordening en artikelen gewijzigd. En ook hier in lijn met de modelverordening. Voor de inhoudelijke overwegingen wordt verwezen naar het betreffende artikel, waarbij opgemerkt wordt dat niet alle gewijzigde artikelen een aangepaste toelichting vragen.
16
van gedetailleerde regels die op iedere situatie van toepassing zijn. Immers: daar waar de individuele omstandigheden van de belanghebbende bepalend zijn, bijvoorbeeld bij het aanbieden van een passende reintegratievoorziening, staat het verlenen van maatwerk voorop. Daarmee heeft de verordening met name op het gebied van re-integratie (hoofdstuk 2) de status van een beleidskader. Waar nodig zal het college deze kaders verder uitwerken in nadere regels, beleidsregels en/of uitvoeringsrichtlijnen.
van gedetailleerde regels die op iedere situatie van toepassing zijn. Immers: daar waar de individuele omstandigheden van de belanghebbende bepalend zijn, bijvoorbeeld bij het aanbieden van een passende reintegratievoorziening, staat het verlenen van maatwerk voorop. Daarmee heeft de verordening met name op het gebied van re-integratie (hoofdstuk 2) de status van een beleidskader. Waar nodig zal het college deze kaders verder uitwerken in nadere regels, beleidsregels en/of uitvoeringsrichtlijnen.
Met ingang van 1 juli 2023 is de PW aanzienlijk gewijzigd. Onder de noemer “Breed offensief” heeft de wetgever diverse maatregelen getroffen om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. In de wet “Wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (Uitvoeren Breed offensief”)” is het juridisch raamwerk rondom deze maatregelen neergelegd.
Met ingang van 1 juli 2023 is de PW aanzienlijk gewijzigd. Onder de noemer “Breed offensief” heeft de wetgever diverse maatregelen getroffen om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. In de wet “Wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (Uitvoeren Breed offensief”)” is het juridisch raamwerk rondom deze maatregelen neergelegd.
De wijzigingen in hoofdstuk 2 van deze verordening zijn dermate omvangrijk dat ervoor gekozen is om de verordening met ingang van genoemde datum opnieuw vast te stellen. In verband daarmee zijn ook de begripsbepalingen in hoofdstuk 1 gewijzigd en is in hoofdstuk 8 een specifiek artikel over het verlenen van maatwerk opgenomen. Voor het overige is de verordening een voortzetting van hetgeen al was bepaald in de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2018.
De wijzigingen in hoofdstuk 2 van deze verordening zijn dermate omvangrijk dat ervoor gekozen is om de verordening met ingang van genoemde datum opnieuw vast te stellen. In verband daarmee zijn ook de begripsbepalingen in hoofdstuk 1 gewijzigd en is in hoofdstuk 8 een specifiek artikel over het verlenen van maatwerk opgenomen. Voor het overige is de verordening een voortzetting van hetgeen al was bepaald in de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2018.
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
17
De verzamelverordening is onderverdeeld in acht hoofdstukken. Enkele hoofdstukken zijn verder onderverdeeld in paragrafen, als dat gelet op de omvang of de diversiteit bijdraagt aan het overzicht. Dit geldt met name voor hoofdstuk 2, Re-integratie, uitstroombevordering en tegenprestatie. Zowel de inhoudelijke bepalingen als de indeling van het hoofdstuk is gebaseerd op de modelverordening van de VNG, al is dit uiteraard aangepast naar de situatie in Apeldoorn.
Met de Wet van school naar duurzaam werk die met ingang van 1 januari 2026 van kracht is, wil de regering de kansengelijkheid vergroten door betere begeleiding mogelijk te maken voor jongeren tot 27 jaar met een risico op een afstand tot de arbeidsmarkt bij de overgang van school naar werk en bij het behouden van werk. Het gaat hier om personen als bedoeld in artikel 7a van de PW. Bij verordening stelt de gemeente regels vast met betrekking tot de ondersteuning en het bieden van voorzieningen aan deze nieuwe doelgroep. Deze verordening voorziet dan ook in regels en ondersteuningsmogelijkheden om jongeren tot 27 jaar meer preventieve en passende ondersteuning te bieden en om deze jongeren beter te begeleiden bij de overgang van school naar werk én bij het behouden van werk. Dit betekent dat de gemeente niet alleen reageert op problemen, maar ook actief zorgt voor begeleiding en ondersteuning die voorkomt dat jongeren uitvallen op de arbeidsmarkt. Naast de ondersteuning op basis van deze verordening wordt op grond van (nieuw) artikel 9.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs binnen elke arbeidsmarktregio een regionaal programma ontwikkeld. In dit programma werken onderwijsinstellingen, gemeenten en andere relevante regionale partijen samen aan een gezamenlijke aanpak voor jongeren van 12 tot 27 jaar.
Deze aanpak richt zich op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten én het bevorderen van een duurzame overgang naar werk. De maatregelen in het kader van dit programma zijn aanvullend op de
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
18
voorzieningen en ondersteuning die op grond van deze verordening in het kader van artikel 7a van de PW aan jongeren worden aangeboden. De verzamelverordening is onderverdeeld in acht hoofdstukken. Enkele hoofdstukken zijn verder onderverdeeld in paragrafen, als dat gelet op de omvang of de diversiteit bijdraagt aan het overzicht. Dit geldt met name voor hoofdstuk 2, Re-integratie, uitstroombevordering en tegenprestatie. Zowel de inhoudelijke bepalingen als de indeling van het hoofdstuk is gebaseerd op de modelverordening van de VNG, al is dit uiteraard aangepast naar de situatie in Apeldoorn.
M.
De toelichting op artikel 2.1.3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.1.3 Weigering en beëindiging voorziening.
Artikel 2.1.3 Weigering en beëindiging voorziening
Het eerste lid geeft aan dat het college een voorziening kan weigeren en in welke gevallen dat kan. De weigeringsgronden in deze bepaling zijn niet limitatief, omdat er voor een aantal voorzieningen ook weigeringsgronden zijn die voortvloeien uit de specifieke aard van die voorziening. Die gronden vloeien voort uit de artikelen in deze verordening die specifiek betrekking hebben op die voorzieningen. Ook zal het college bij de beoordeling van het recht op een voorziening de in artikel 2.1.1 opgenomen verdeling over verschillende doelgroepen in acht moeten nemen. Het betreft hier een “kan-
Het eerste lid geeft aan dat het college een voorziening kan weigeren en in welke gevallen dat kan. De weigeringsgronden in deze bepaling zijn niet limitatief, omdat er voor een aantal voorzieningen ook weigeringsgronden zijn die voortvloeien uit de specifieke aard van die voorziening. Die gronden vloeien voort uit de artikelen in deze verordening die specifiek betrekking hebben op die voorzieningen. Ook zal het college bij de beoordeling van het recht op een voorziening de in artikel 2.1.1 opgenomen verdeling over verschillende doelgroepen in acht moeten nemen. Het betreft hier een “kan-
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
Reden wijziging
19
bepaling”, zodat het college altijd een afweging moet maken of een weigering in een individuele situatie al dan niet op zijn plaats is. Hoewel het weigeren van een voorziening, als een afwijzingsgrond zich voordoet, wel het uitgangspunt vormt, is dit geen automatisme. Dit hangt samen met de specifieke omstandigheden die kunnen vragen om individueel maatwerk te leveren.
bepaling”, zodat het college altijd een afweging moet maken of een weigering in een individuele situatie al dan niet op zijn plaats is. Hoewel het weigeren van een voorziening, als een afwijzingsgrond zich voordoet, wel het uitgangspunt vormt, is dit geen automatisme. Dit hangt samen met de specifieke omstandigheden die kunnen vragen om individueel maatwerk te leveren.
Het tweede lid geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen en in welke gevallen het dat kan doen. Een voorziening wordt bijvoorbeeld beëindigd als een persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt. Voor de persoon zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a onder 2, van de PW wordt op dit punt een uitzondering gemaakt. Het gaat om de persoon als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de PW is verleend.
Het college kan een voorziening voor de doelgroep uit artikel 7a, eerste lid, van de PW, voorts weigeren wanneer de betrokkene jonger is dan de in dit onderdeel vastgestelde leeftijdsgrens van zestien jaar (onderdeel g). Jongeren tot zestien jaar zijn leerplichtig en gaan in beginsel naar school. Zij mogen slechts beperkt werken, met strikte regels voor werktijden en werkzaamheden die volgen uit de Arbowetgeving. Ook zestien- en zeventienjarigen zijn beperkt in de werkzaamheden die zij mogen verrichten vanwege veiligheids- en gezondheidsrisico’s.
De PW voorziet niet in een terugvorderingsgrond van re-integratiekosten die onnodig zijn gemaakt. Eventuele terugvordering van de belanghebbende of de werkgever dient te geschieden op grond van het Burgerlijk Wetboek.
Het college kan een jongere al tijdens de schoolperiode ondersteuning bieden gericht op werk. Dit kan op verzoek van een school uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of een mbo-instelling of op verzoek van een student uit het hoger of wetenschappelijk onderwijs (artikel 7a, eerste lid, onder b, van de PW). De school stelt voor iedere jongere uit het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel een overgangsdocument op. Wanneer de school het college vervolgens om ondersteuning van de jongere verzoekt, dan verstrekt de school daarbij het overgangsdocument van de jongere met de daarvoor relevante informatie. Ontbreekt het
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
20
document, dan kan het college dit ook als reden aanvoeren om een voorziening te weigeren (onderdeel h). Het tweede lid geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen en in welke gevallen het dat kan doen. Een voorziening wordt bijvoorbeeld beëindigd als een persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt. Voor de persoon zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a onder 2, van de PW wordt op dit punt een uitzondering gemaakt. Het gaat om de persoon als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de PW is verleend.
De PW voorziet niet in een terugvorderingsgrond van re-integratiekosten die onnodig zijn gemaakt. Eventuele terugvordering van de belanghebbende of de werkgever dient te geschieden op grond van het Burgerlijk Wetboek.
N.
De toelichting op artikel 2.2.7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.2.7 Ondersteuning bij leer-werktraject
Artikel 2.2.7 Ondersteuning bij leer-werktraject
Bijstandsgerechtigden jonger dan 27 jaar die uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen, zijn
De voorziening ondersteuning bij leerwerktrajecten is inzetbaar voor jongeren die
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
Reden wijziging
21
uitgesloten van ondersteuning op grond van artikel 7, derde lid, onder a, van de PW. In artikel 10f van de PW is bepaald dat het college onder omstandigheden ondersteuning kan bieden aan personen jonger dan achttien jaar en aan personen van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald en voor wie een leer-werktraject nodig is. Er wordt vanuit gegaan dat het mogelijk is een leer-werktraject aan te bieden aan personen die voldoen aan het bepaalde in de artikelen 10 en 10f van de PW, in afwijking van artikel 7, derde lid, onder a, van de PW.
O.
dreigen uit te vallen uit school, maar middels een leer-werktraject alsnog een startkwalificatie kunnen behalen. Om te voorkomen dat jongeren onnodig uitvallen, wordt de mogelijkheid geboden extra ondersteuning bij het leer-werktraject te bieden wanneer die ondersteuning nodig is om het traject succesvol te volgen. Deze ondersteuning kan verschillende vormen aannemen, zoals persoonlijke begeleiding en coaching, praktische ondersteuning op de werkvloer, hulp bij het plannen en organiseren van school- en werkactiviteiten, of aanvullende scholing en trainingen die aansluiten bij het leer-werktraject. Het doel is om jongeren te helpen hun traject te voltooien en hun kansen op een succesvolle uitstroom met een startkwalificatie naar de arbeidsmarkt te vergroten.
De toelichting op artikel 2.2.9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Reden wijziging
Artikel 2.2.9 Participatieplaats
Artikel 2.2.9 Participatieplaats
Een participatieplaats is bedoeld voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Voor personen jonger dan 27 jaar is ondersteuning in de vorm van een participatieplaats niet mogelijk (artikel 7, achtste lid, van de PW).
Een participatieplaats is bedoeld voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Voor personen jonger dan 27 jaar is ondersteuning in de vorm van een participatieplaats niet mogelijk (artikel 7, derde lid, van de PW).
Aanpassing grondslag (alleen in toelichting) als gevolg van vernummering artikel 7 van de Participatiewet.
Op een participatieplaats worden additionele werkzaamheden verricht. Niet de te verrichten werkzaamheden staan centraal maar het leren werken of het (opnieuw) wennen aan werken.
Op een participatieplaats worden additionele werkzaamheden verricht. Niet de te verrichten werkzaamheden staan centraal maar het leren werken of het (opnieuw) wennen aan werken.
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
22
Aspecten als omgaan met gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerking met collega’s zijn allemaal zaken waaraan in een participatieplaats gewerkt kan worden. Ook kan hiermee worden beoordeeld of het werkterrein past bij de capaciteiten van de uitkeringsgerechtigde, zodat een persoon bijvoorbeeld een opleiding op het betreffende terrein kan gaan volgen en daarmee voor zichzelf een duurzaam perspectief op arbeid kan realiseren. De duur van de participatieplaats is wettelijk beperkt tot maximaal vier jaar (artikel 10a van de PW), ongeacht het aantal werkomgevingen waar de participatieplaats wordt geboden. Na negen maanden wordt beoordeeld door het college of de participatieplaats de kans op arbeidsinschakeling heeft vergroot (artikel 10a, achtste lid, van de PW). Zo niet, dan wordt de participatieplaats beëindigd. Uiterlijk 24 maanden na aanvang van de participatieplaats wordt opnieuw beoordeeld of de participatieplaats wordt voorgezet. Als het college concludeert dat voortzetting van de participatieplaats met het oog op in de persoon gelegen factoren aanmerkelijk bijdraagt tot de arbeidsinschakeling, dan kan de participatieplaats nog één jaar verlengd worden. Echter in dat geval dient een andere werkomgeving geboden te worden (artikel 10a, negende lid, van de PW).
36 Maanden na de start op een participatieplaats vindt opnieuw een beoordeling plaats (artikel 10a, tiende lid, van de PW), met de mogelijkheid om deze met 12 maanden te verlengen.
Aspecten als omgaan met gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerking met collega’s zijn allemaal zaken waaraan in een participatieplaats gewerkt kan worden. Ook kan hiermee worden beoordeeld of het werkterrein past bij de capaciteiten van de uitkeringsgerechtigde, zodat een persoon bijvoorbeeld een opleiding op het betreffende terrein kan gaan volgen en daarmee voor zichzelf een duurzaam perspectief op arbeid kan realiseren. De duur van de participatieplaats is wettelijk beperkt tot maximaal vier jaar (artikel 10a van de PW), ongeacht het aantal werkomgevingen waar de participatieplaats wordt geboden. Na negen maanden wordt beoordeeld door het college of de participatieplaats de kans op arbeidsinschakeling heeft vergroot (artikel 10a, achtste lid, van de PW). Zo niet, dan wordt de participatieplaats beëindigd. Uiterlijk 24 maanden na aanvang van de participatieplaats wordt opnieuw beoordeeld of de participatieplaats wordt voorgezet. Als het college concludeert dat voortzetting van de participatieplaats met het oog op in de persoon gelegen factoren aanmerkelijk bijdraagt tot de arbeidsinschakeling, dan kan de participatieplaats nog één jaar verlengd worden. Echter in dat geval dient een andere werkomgeving geboden te worden (artikel 10a, negende lid, van de PW).
36 Maanden na de start op een participatieplaats vindt opnieuw een beoordeling plaats (artikel 10a, tiende lid, van de PW), met de mogelijkheid om deze met 12 maanden te verlengen.
De persoon die werkzaamheden verricht op een participatieplaats heeft recht op een premie voor het eerst na zes maanden en vervolgens iedere zes maanden na aanvang van de additionele
De persoon die werkzaamheden verricht op een participatieplaats heeft recht op een premie voor het eerst na zes maanden en vervolgens iedere zes maanden na aanvang van de additionele
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
23
werkzaamheden (artikel 10a, zesde lid, van de PW). Voorwaarde is dat de persoon naar het oordeel van het college voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kansen op de arbeidsmarkt. De hoogte van de premie moet in de verordening vastgelegd worden (artikel 8a, eerste lid, onderdeel d, van de PW). De premie wordt vrijgelaten op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de PW. Er is gekozen voor een premie van per periode van zes maanden.
P.
werkzaamheden (artikel 10a, zesde lid, van de PW). Voorwaarde is dat de persoon naar het oordeel van het college voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kansen op de arbeidsmarkt. De hoogte van de premie moet in de verordening vastgelegd worden (artikel 8a, eerste lid, onderdeel d, van de PW). De premie wordt vrijgelaten op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de PW. Er is gekozen voor een premie van per periode van zes maanden.
De toelichting op artikel 2.2.11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.2.11 Persoonlijke ondersteuning bij werk doelgroep re-integratie
Artikel 2.2.11 Persoonlijke ondersteuning bij werk doelgroep re-integratie
Het college kan persoonlijke ondersteuning bij het vinden en behouden van werk aanbieden aan de belanghebbende met een arbeidsbeperking. De doelgroep is door het college verruimd met de belanghebbende met een in de persoon gelegen belemmering, waardoor ook die belanghebbende in aanmerking kan komen voor de genoemde voorziening. Hierbij kan gedacht worden aan de belanghebbende met een psychische kwetsbaarheid, verslavingsproblematiek of ernstige gedragsproblematiek. Het kunnen participeren op de arbeidsmarkt heeft voor veel mensen een belangrijke betekenis. Mensen die te maken hebben met in de persoon gelegen belemmeringen kunnen met de juiste ondersteuning in staat worden gesteld om duurzaam te gaan participeren op de arbeidsmarkt.
Het college kan persoonlijke ondersteuning bij het vinden en behouden van werk aanbieden aan de belanghebbende met een arbeidsbeperking. De doelgroep is door het college verruimd met de belanghebbende met een in de persoon gelegen belemmering, waardoor ook die belanghebbende in aanmerking kan komen voor de genoemde voorziening. Hierbij kan gedacht worden aan de belanghebbende met een psychische kwetsbaarheid, verslavingsproblematiek of ernstige gedragsproblematiek. Het kunnen participeren op de arbeidsmarkt heeft voor veel mensen een belangrijke betekenis. Mensen die te maken hebben met in de persoon gelegen belemmeringen kunnen met de juiste ondersteuning in staat worden gesteld om duurzaam te gaan participeren op de arbeidsmarkt.
Toelichting op Wijziging Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, tweede wijziging
Reden wijziging
24
De voorziening persoonlijke ondersteuning bij werk is nader uitgewerkt in paragraaf 3, onder B en C, waarbij ook verwezen wordt de algemene voorwaarden en uitgangspunten die voortvloeien uit artikel 2.1.2.
Q.
De toelichting op artikel 2.2.13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Reden wijziging
Artikel 2.2.13 Scholing
Artikel 2.2.13 Scholing
Scholing kan worden aangeboden indien daarbij voldaan wordt aan de in dit artikel genoemde eisen. Vooral voor personen zonder startkwalificatie kan scholing noodzakelijk zijn voor de arbeidsinschakeling. Afhankelijk van de individuele omstandigheden en de duur en omvang van de scholing, kan deze voorziening zo nodig ook worden ingezet in combinatie met een andere voorziening. Personen jonger dan 27 jaar die nog mogelijkheden hebben binnen het uit 's Rijks kas bekostigde onderwijs kunnen op grond van de PW geen voorziening ontvangen die hen ondersteunt bij de arbeidsinschakeling. Dit is voor de volledigheid opgenomen in het derde lid. Het college kan hiervan afwijken indien sprake is van zeer bijzondere omstandigheden.
Scholing kan worden aangeboden indien daarbij voldaan wordt aan de in dit artikel genoemde eisen. Onder startkwalificatie wordt verstaan een havo of vwo-diploma of een diploma van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), niveau twee (artikel 1, onder f, van de Leerplichtwet 1969). Scholing kan worden aangeboden aan personen met of zonder een dergelijke startkwalificatie. Vooral voor personen zonder startkwalificatie kan scholing noodzakelijk zijn voor de re-integratie.
Toelichting gewijzigd, de aanvullende tekst t.a.v. scholing in combinatie met een participatieplaat is aangevuld conform de modelverordening. Het artikel over de voorziening participatieplaats is op zichzelf niet gewijzigd.
Scholing in combinatie met participatieplaats Wanneer een persoon die in aanmerking is gebracht voor een participatieplaats niet over een startkwalificatie beschikt, dient het college aan deze persoon scholing of opleiding aan te bieden. Dit geldt vanaf zes maanden na aanvang van de werkzaamheden op de participatieplaats. De scholing of opleiding moet zijn gericht op vergroting van de kansen op de arbeidsmarkt. Het college hoeft aan een persoon alleen geen scholing of opleiding aan te bieden als dergelijke scholing of opleiding naar zijn oordeel de krachten of