Beantwoording vragen uit commissie - GWP - Hart voor Lokaal
Tekst van het document
V r a g e n
u i t
d e
c o m m i s s i e
R a a d s c o m m i s s i e A g e n d a p u n t F r a c t i e D a t u m
O & F
O & F 1 5 - 1 - 2 6 9 D e f i n i t i e v e v a s t s t e l l i n g G W P H v L 1 9 - 1 - 2 6
Vraag 1. Is uitbreiding 1,5 fte noodzakelijk na 2030 en op welke wijze wordt personele behoefte gedurende de planperiode gemonitord en geëvalueerd? 2. Welke aandeel van de jaarlijkse exploitatielasten en de stijging van de rioolheffing (2,3%) is toe te rekenen aan extra personeel?
Antwoord 1.
De laatste jaren zijn er veel extra werkzaamheden binnen het taakveld riolering en water toegevoegd. Binnen de huidige formatie kunnen wij deze werkzaamheden niet meer uitvoeren. Deze werkzaamheden zijn in het voor u liggende GWP opgenomen. Het betreft hier onder andere de volgende werkzaamheden: Opsporen foutieve aansluitingen op het drukriool Treffen van maatregelen in het openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen of te beperken, voor zo ver doelmatig. Opstellen klimaat en hemelwaterplannen voor de diverse wijken in de gemeente Epe. In de komende periode staan er veel woningbouwplannen en grote herinrichtingen op de planning zoals het centrumplan Epe, de centrumring, industriewijk Vaassen enz. Vanuit het waterschap neem de druk toe om de overstorten op oppervlaktewater verder aan te pakken. Dit is ook in het klimaatadaptatiebeleid benoemd. Bewustzijn creëren voor het anders omgaan met drinkwater en afvalwater. Via bewustwording en stimulering willen wij particulieren aanmoedigen zelf maatregelen te treffen om het afvloeiend water naar openbaar terrein te verminderen of te vertragen. De verwachting is niet dat deze werkzaamheden na 2030 afnemen. De laatste 10 jaar zien wij hier al een stijgende lijn in. Aan het einde van de planperiode wordt zoals gebruikelijk het GWP geëvalueerd.
Vanzelfsprekend gebeurd dit ook voor de personele behoefte m.b.v. de benchmark van Rioned. 2. Het extra personeel draagt jaarlijks 0,4% bij aan de benodigde stijging rioolheffing. Als we de extra formatie (en dus budget behoefte) weglaten komen we op een benodigde stijging van 1,9% i.p.v. 2,3%.