Beantwoording technische vragen - Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Voor PlusOV is er een GR (gemeenschappelijke regeling) en een DVO (dienstverleningsovereenkomst) waarin goede afspraken zijn vastgelegd. De GR wordt gevormd door de negen deelnemende gemeenten en regelt de samenwerking tussen deze negen gemeenten. De DVO gaat over de samenwerking tussen de individuele gemeente en PlusOV. Er is binnen deze kaders nog wel ruimte voor individuele invulling, zonder dat dit gevolgen heeft voor de andere gemeenten. Er vindt op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau afstemming plaats over PlusOV en daar is veel overeenstemming. Een risico kan zijn dat andere gemeenten keuzes maken die slecht verenigbaar zijn met de belangen va Epe, bijvoorbeeld wanneer zij het vervoer zelf willen gaan uitvoeren. Het college ziet echter met name voordelen in een regionale samenwerking. Het aanbesteden en uitvoeren van doelgroepenvervoer is specialistisch werk dat bovendien slecht uitvoerbaar is met kleine volumes.
Nieuwe Lijn
Leefbaar en veilig
28
Daling van criminaliteit (o.a. winkeldiefstal en geweld): in hoeverre is dit structureel en aan beleid toe te schrijven? Zijn hier voorbeelden te noemen?
De daling is niet te danken aan beleid, dat is afhankelijk van veel meer factoren. Wel hebben we acties uitgevoerd irt huiselijk geweld, school en veiligheid en horeca. De genoemde delicten maken niet specifiek onderdeel uit van de prioriteiten van het integraalveiligheidsplan.
Nieuwe Lijn
Leefbaar en veilig
28
Wat zijn de financiële en planologische risico’s rondom vervanging brandweerkazerne Oene? De grond verwerving is nog bezig en de bezwaartermijn moet nog gaan lopen.
Normaal kopen wij de grond aan onder het voorbehoud van budget Raad en het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Daarmee lopen wij eigenlijk geen risico. Op dit moment hebben we helemaal geen risico, want we hebben geen grond.
Nieuwe Lijn
Leefbaar en veilig
29
Uitvoeringsprogramma’s integraal veiligheidsbeleid zijn grotendeels uitgevoerd. Zie voor evaluatie de raadsstukken van 29 januari 2026: Wat is niet uitgevoerd? Wanneer kunnen we de genoemde evaluatie https://epe.raadsinformatie.nl/modules/1/ingekomen_stukken/1124644?parent_event=1420289 verwachten?
Nieuwe Lijn
Leefbaar en veilig
30
Nieuwe Lijn
Ruimte en wonen
31
Waarom is het uitvoeringsplan inwonersparticipatie nog niet vastgesteld en wat De visie Samen verder is vastgesteld en vanuit dat kader wordt er gewerkt aan het doorontwikkelen in de betekent dit voor leefbaarheid? Welke diverse andere activiteiten zijn wel uitvoering van inwonergericht werken en inwonerparticipatie. Een van de voorbeelden hiervan is het vastleggen gestart en met welke resultaten? van een participatieaanpak en het vaststellen van een participatieverordening. Voor een uitgebreide toelichting op de voortgang op de uitvoering van Samen Verder verwijzen wij u naar de voortgangsrapportage Samen Verder die u in april jl. ter informatie ontvangen heeft. Waarom zijn belangrijke omgevingsplannen (Kerkenland, Zuukerenk, ’t Slath) Kerkenland wordt in juli 2026 ter vaststelling aangeboden aan de raad. De ontwikkeling van Zuukerenk en 't niet vastgesteld en wat is de impact op de woningbouwopgave? Slath heeft inderdaad vertraging opgelopen. De belangrijkste oorzaken daarvan zijn de ontwikkelingen op het gebied van stikstof die beperkingen voor de ontwikkelingen met zich meebrengt. Bij Zuukerenk speelde daarnaast ook de onzekerheid rondom de ontwikkeling bij Herms. Daar is afgelopen periode helderheid in ontstaan waardoor die ontwikkeling nu weer volop in beweging is.
Voor Zuukerenk kunnen naar verwachting de stedenbouwkundige uitgangspunten in Q4 dit jaar naar de raad gebracht worden. Voor 't Slath zal de raad ook in Q4 dit jaar geinformeerd worden over de stand van zaken. Voor de totale woningbouwopgave vanuit de Woondeal 2.0 ligt de gemeente Epe nog steeds op koers.
Nieuwe Lijn
Ruimte en wonen
33
Hoe wordt gestuurd op het realiseren van betaalbare woningen (31% sociaal, 67% betaalbaar)? Staan projectontwikkelaars hier wel op te wachten?
De afgelopen jaren zijn er te weinig betaalbare woningen gebouwd. Mensen met een normale baan, zoals politieagenten, verplegers en leraren, komen er vaak niet meer tussen op de woningmarkt. Daarom moeten er voldoende betaalbare woningen komen. Van de totale bouw van woningen moet 30% sociale huur zijn en twee derde (67%) van de nieuwbouwhuizen moet voor lage en middeninkomens zijn. Dit geldt op regionaal en provinciaal niveau. Het gaat om nieuwbouw, maar ook om extra woningen door optoppen, splitsen of transformatie van bijvoorbeeld kantoor naar woningen. Alle gemeenten in een regio moeten meehelpen om deze betaalbare woningen te realiseren. Er worden drie categorieën gehanteerd als het gaat om betaalbare woningbouw: sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. We werken per categorie met een uniforme bovengrens, nu ook landelijk voor middenhuur. In iedere gemeente in Nederland zijn de definities van wat betaalbaar is hetzelfde. Om dit in gemeente Epe te bewerkstelligen, heeft de gemeenteraad het Prijsklassenbeleid vastgesteld. Het Prijsklassenbeleid maakt onderdeel uit van de Woonagenda "Goed wonen". In dit Prijsklassenbeleid wordt per categorie, zoals Transformatie, Inbreiding en Uitbreiding, het aandeel betaalbare woningen en het aandeel sociale huurwoningen bepaald.
Bij het eerste gesprek met een ontwikkelaar van een woningbouwproject wordt het Prijsklassenbeleid onder de aandacht gebracht. Er wordt in dat gesprek aangegeven dat het project daaraan moet voldoen, anders komt het niet verder. In de praktijk pakt dit zeer goed uit, waardoor vorig jaar (2025) van het totale aantal van ruim 200 gerealiseerde woningen 67% een betaalbare woning was en 31% een sociale huurwoning. Van de 200 woningen die momenteel in uitvoering zijn, is zelfs 79% betaalbaar en 53% een sociale huurwoning. Door het cluster Wonen van gemeente Epe worden onder andere deze aantallen en percentages dagelijks gemonitord. Hierdoor is op elk moment te zien hoe het op dit onderdeel is gesteld met de woningbouwontwikkeling en kan tijdig worden bijgestuurd.
Nieuwe Lijn
Ruimte en wonen
32
Wat zijn de financiële risico’s van vertragingen m.b.t. realiseren De financiële risico’s zijn afgedekt door het opnemen van een risicopost in de reserve bouwgrondexploitaties, bedrijventerrein Eekterveld IV (bijv. planschade, kostenstijging)? En hoe is hier waarbij zowel aan de opbrengsten- als aan de kostenkant een bandbreedte van 10% is gehanteerd. Hiermee is rekening mee gehouden? een toereikende buffer aanwezig om financiële tegenvallers, zoals de vertraging bij bedrijventerrein Eekterveld IV, op te vangen. Bij ongunstige economische ontwikkelingen, zoals een crisis vergelijkbaar met 2008, bestaat daarnaast de mogelijkheid om de uitgifte van bouwgrond te temporiseren en de gronden aan te houden tot een gunstiger marktmoment, waarmee verdere risico’s kunnen worden beperkt
Nieuwe Lijn
Ruimte en wonen
33
De woonzorgagenda is uitgesteld. welke consequenties heeft dit voor het doelgroepenbeleid?
In onze Woonagenda en de huidige Woonzorgagenda zijn de huisvestingsbehoefte van jongeren en wonen en zorg voor ouderen en kwetsbare groepen in beeld gebracht. Per 1 juli 2026 wordt de Wet versterking regie op de volkshuisvesting (waarschijnlijk) van kracht. Dit betekent dat gemeenten verplicht een volkshuisvestingsprogramma gaan opstellen. De thema's Wonen, Welzijn en Zorg voor ouderen, jongeren, wettelijke en overige aandachtsgroepen, worden verplicht opgenomen in het volkshuisvestelijk programma. Het college heeft de afgelopen periode de afsprakenkaders voor ouderenhuisvesting en voor aandachtsgroepen vastgesteld. Ook deze kaders worden straks vertaald in het volkshuisvestingsprogramma. Wonen, welzijn en zorg voor deze groepen staan hierbij centraal.
Nieuwe Lijn
Ruimte en wonen
34
Hoe robuust is de reserve grondexploitatie bij marktschommelingen?
Voor de geïdentificeerde risico’s binnen de grondexploitaties is een afzonderlijke reserve gevormd. Deze reserve wordt twee keer per jaar geactualiseerd op basis van de nieuwste inzichten en risicobeoordelingen. De gemeenteraad wordt hierover periodiek geïnformeerd via de planning- en controlcyclus. De omvang van de risico’s is relatief beperkt, aangezien de gemeente Epe een bescheiden grondpositie heeft. Hierdoor is de financiële blootstelling aan marktontwikkelingen in de grondexploitaties eveneens beperkt.
Nieuwe Lijn
Epe op orde
36
Er is sprake van achterstallig onderhoud van wegen en bruggen. Wat is de totale omvang (in €) en hersteltermijn?
De totale omvang wordt op dit moment in kaart gebracht zodat er met de nota IBOR in Q1 2027 een integraal beeld kan worden gepresenteerd. Over de hersteltermijn kunnen keuzes worden gemaakt, waarbij een sneller herstel op korte termijn meer middelen vraagt. Ook over de hersteltermijn wordt straks een voorstel gedaan bij de nota IBOR. Overigens is hierbij het financiële aandeel van de wegen aanzienlijk hoger dan dat van de bruggen.
Nieuwe Lijn
Epe op orde
38
Wat zijn de consequenties het beleidsplan integraal beheerplan openbare ruimte (IBOR) is vertraagd tot 2027?
Twee belangrijke consequenties: -De vertraging betekent dat er minder speling is om het beleidsplan vast te stellen voordat de aanbestedingsdocumenten voor het beheer van de openbare ruimte gepubliceerd moeten worden (mid-2027). -Door de latere vaststelling is er in 2027 beperkt budget beschikbaar voor het wegwerken van achterstanden in de openbare ruimte. Met name voor de vervanging van groen is dit problematisch. Daarom wordt in de programmabegroting een voorstel gedaan om in 2027 een ‘overbruggingsbudget’ voor de vervanging van groen beschikbaar te maken.
Nieuwe Lijn
Epe op orde
36
Hoe worden kostenstijgingen in onderhoud (bijvoorbeeld vanwege inflatie) structureel opgevangen?
Nieuwe Lijn
Aanleg hoogwaardige fietsroute
36
We lezen bij toelichting.. “Er is gestart met realisatie van het definitief ontwerpplan van de fietsroute” Kan het college een aanvullende toelichting geven over de stand van zaken? Wanneer gaat er gestart worden met het vervangen van het fietspad vanaf de gemeentegrens met Apeldoorn.
Het dagelijks en groot onderhoud van de openbare ruimte (dus niet de vervangingen) is grotendeels belegd bij Vebego. Hiervoor is tien jaar geleden een contract opgesteld tegen toen al scherpe prijzen. De kosten hiervan zijn weliswaar geïndexeerd, maar lopen ver achter op huidige marktprijzen, die sterk zijn gestegen door inflatie en geopolitieke ontwikkelingen. Bij een nieuwe aanbesteding zijn dus gegarandeerd hogere kosten te verwachten. Dit signaal wordt al enkele jaren afgegeven in de risicoparagraaf in de programmabegroting en jaarrekening van de gemeente. Het definitief ontwerp voor de fietsroute is gereed. Momenteel worden de verdere voorbereidingen voor de uitvoering getroffen, waaronder de benodigde onderzoeken*, vergunningen en afstemming met betrokken partijen. De huidige planning is dat we in Q4 van 2026 starten met de uitvoering van Deelgebied 1 (Gemeentegrens Apeldoorn - Laan van Fasna Vaassen). * In het verleden is een flora en fauna onderzoek uitgevoerd. Dit was echter van zeer slechte kwaliteit, waardoor we dit nu opnieuw hebben uitgezet. Dit onderzoek loopt momenteel. Het is nu nog onbekend of dit leidt tot verdere vertraging.
Nieuwe Lijn
Epe op orde
38
In hoeverre sluiten klimaatadaptatiemaatregelen aan bij lange termijn strategie?
De klimaatadaptatiemaatregelen vloeien expliciet voort uit de vijf strategieën die in het beleidsplan klimaatadaptatie zijn vastgesteld om de gemeente Epe voor te bereiden op het klimaat van de toekomst: - We bereiden ons voor op natuurbranden - We houden bij alle ruimtelijke ontwikkelingen rekening met klimaatverandering - We maken bestaande gebouwen en tuinen klimaatbestendig - We maken de openbare ruimte klimaatbestendig - We houden water vast waar het kan en gaan zorgvuldig om met drinkwater
Nieuwe Lijn
Duurzaamheid
41
Waarom is het beleidskader zon en wind nog niet vastgesteld en wat zijn de blokkades?
Het beleidskader zon en wind is nog niet vastgesteld om de volgende redenen: •Het gewijzigde provinciale beleid voor windenergie heeft ertoe geleid dat ons huidige concept-beleidskader geactualiseerd moest worden. Dat zorgde voor vertraging. •Gezien het bestuurlijke en maatschappelijke belang is er bewust gekozen voor een zorgvuldig proces om tot vaststelling van het beleidskader te komen.
Nieuwe Lijn
Duurzaamheid
41
Hoe wordt omgegaan met netcongestie en de gevolgen voor de energietransitie? Er lijkt sprake van een afwachtende houding. Op bedrijventerrein Eekterveld zijn er initiatieven. Wat leert het college hiervan?
Er is feeb sprake van een afwachtende houding, de gemeente is nauw betrokken bij de ontwikkelingen op Eekterveld. Het college is zich ervan bewust dat netcongestie een serieuze en structurele belemmering vormt voor de energietransitie en handelt hier actief op: •Er vindt doorlopend afstemming plaats met netbeheerder Liander en binnen de regio Stedendriehoek, via structurele overleggen en werkgroepen. In deze gremia wordt de actuele situatie besproken en wordt gezamenlijk gewerkt aan oplossingen, zoals het beter afstemmen van vraag en aanbod van energie, flexibilisering van energiegebruik, lokale opwek en de inzet van energieopslag. •Daarnaast wordt samen met Liander ingezet op de zogeheten buurtaanpak. Hiervoor is een Nadere Overeenkomst (NOK) gesloten in 2026. Liander start vanaf 2027 met het opstellen van buurtrealisatieplannen, gericht op het per buurt verzwaren van het elektriciteitsnet. Dit is een belangrijke stap om de netcapaciteit structureel te vergroten. •Het bedrijventerrein Eekterveld laat zien welke oplossingen op lokaal niveau mogelijk zijn. Daar is een groepstransportovereenkomst (GTO) gesloten tussen Liander en vier ondernemers, waardoor zij onderling elektriciteit kunnen uitwisselen. Hiermee is feitelijk een Energy Hub ontstaan, die bijdraagt aan het slimmer benutten van het net en het verminderen van congestie.
De belangrijkste les die het college hieruit trekt, is dat een combinatie van regionale samenwerking, structurele afstemming met de netbeheerder én lokale initiatieven nodig is om met netcongestie om te gaan. Initiatieven zoals op Eekterveld bieden daarbij waardevolle praktijkervaring voor verdere toepassing binnen de gemeente
Nieuwe Lijn
Duurzaamheid
41
Hoe wordt het uitvoeringsprogramma Energie & Warmte gemonitord op effectiviteit?
De monitoring van het uitvoeringsprogramma Energie & Warmte is momenteel in ontwikkeling en vindt plaats op zowel kwantitatieve als kwalitatieve wijze. •Er is een monitoringstool (dashboard) in ontwikkeling waarmee op verschillende thema’s binnen de energietransitie inzicht wordt gegeven in voortgang en ontwikkelingen. •In het herijkte uitvoeringsprogramma Energie & Warmte worden doelen en maatregelen concreet en meetbaar geformuleerd, zodat de voortgang en effectiviteit beter gevolgd kunnen worden. Dit maakt het mogelijk om gerichter te sturen en tijdig bij te sturen waar dat nodig is. Samengevat: de basis voor monitoring is aanwezig en wordt verder versterkt, waarbij in de herijking expliciet wordt ingezet op betere meetbaarheid en sturingsmogelijkheden
Nieuwe Lijn
Duurzaamheid
41 (punt 5)
Het wijkuitvoeringsprogramma is uitgesteld vanwege netcongestie. Wat is de verwachte datum dat het plan van aanpak er wel is?
Op dit moment wordt er gewerkt aan het Warmteprogramma. Dat vormt een kader voor de warmtetransitie in de gemeente en zet de koers uit voor de uitvoering in de komende vijf jaar. Naar verwachting wordt het Warmteprogramma vastgesteld in het eerste of tweede kwartaal van 2027. Na vaststelling van het Warmteprogramma worden per buurt of wijk wijkuitvoeringsplannen uitgewerkt. Daarvoor zal dan eerst een plan van aanpak worden opgesteld.
Nieuwe Lijn
Toezicht en handhaving
43
Waarom is het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) niet vastgesteld en welk risico’s brengt dit met zich mee?
Het handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) 2024/2025 is vastgesteld op 20 augustus 2024, bij uitzondering voor twee jaar. Dus ook in 2025 was er gewoon een HUP. De evaluatie van 2025 is vastgesteld (tegelijkertijd met het HUP 2026) op 10 maart 2026.
Nieuwe Lijn
Toezicht en handhaving
43
Hoe word de effectiviteit van handhaving gemeten zonder uitgevoerd onderzoek? Er staat dat het gerealiseerd is? En waarom lezen we in het jaarverslag van de Rekenkamer hier niks over?
Het klopt dat er geen apart onderzoek is uitgevoerd naar de effectiviteit van handhaving in zijn algemeenheid. De effectiviteit van handhaving wordt afgelezen van hoe er wordt gehandeld door overtreders als het team VTH hen aanspreekt op de geconstateerde overtreding. Daaruit maken wij op dat in het overgrote deel van de gevallen alleen al het aangeven dat er sprake is van een overtreding al zorgt voor het ongedaan maken daarvan (beëindigen of alsnog legaliseren), dit valt onder de noemer informeel oplossen. En daar waar wel een handhavingsmiddel wordt ingezet leidt dat uiteindelijk in alle gevallen tot het ongedaan maken van de overtreding, al dan niet met het gebruik maken van de beschikbare rechtsmiddelen (bezwaar, beroep en hoger beroep). De rekenkamer doet jaarlijks onderzoek en inventariseert welke onderwerpen het onderzoeken waard zijn. Bijvoorbeeld vanwege een groot maatschappelijk of financieel belang. Hiervoor haalt de rekenkamer ook input bij de raad op. De rekenkamer bepaalt zelf welke onderzoeken ze doet en kijkt daarbij niet jaarlijks naar VTH.
Nieuwe Lijn
Toezicht en handhaving
43
Nieuwe Lijn
Bedrijvigheid
47
Hoe worden prioriteiten gesteld zonder actueel beleidskader? Dit komt immers Wij hebben het college gevraagd of het Handhavingsbeleid 2022-2025 nog met één jaar mag worden verlengd pas in 2026? omdat er nog geen nieuw VTH beleid is. Het college heeft op 20 januari 2026 besloten met dit verzoek in te stemmen. Daardoor ligt er ook een basis om op grond van het handhavingsbeleid 2022-2025 prioriteiten te stellen voor 2026. Waarom ontbreekt een actuele economische visie en wat betekend dit voor Op pagina 46 van de Jaarstukken 2025 staat gemotiveerd waarom nog geen start is gemaakt met een nieuwe strategische keuzes? beleidsvisie. Inmiddels is de vacature voor een beleidsadviseur Economie ingevuld en is een start gemaakt met de voorbereidingen van een nieuwe visie. Strategische keuzes zullen in dit nieuwe beleid vorm krijgen. Zie ook de evaluatie van het economische actieprogramma waarover uw raad middels een raadsbrief is geïnformeerd (mei 2026).
Nieuwe Lijn
Bedrijvigheid
47
Het ontwerp Evenementenbeleid ligt inmiddels ter inzage. Hoe worden de betrokken organisatoren en inwoners in het vervolg betrokken, anders dan alleen de publicatie?
Voor het evenementenbeleid is een communicatie- en participatieplan opgesteld en hierin staan de stappen. Gelet hierop bevindt het project zich in fase 4: Ontwerpbeleidsplan evenementenbeleid ter inzage en vaststelling. In deze fase zijn alle betrokkenen over de ter inzage gelegde stukken geïnformeerd en hebben de mogelijkheid om met een zienswijze te reageren. Het college zal uiteindelijk met inachtneming van de zienswijzen een voorstel aan de raad voor vaststelling doen. Over dat besluit zullen de bij het project betrokken partijen en indieners van en zienswijze op de hoogte worden gesteld. Daarbij worden zij door de raad nog in de gelegenheid gesteld bij de raadscommissie in te spreken en daarvoor ontvangen zij bericht.
Nieuwe Lijn
Bedrijvigheid
46
Hoe wordt het rendement van investeringen in toerisme (TOP Vaassen) bepaald?
Bij het rendement van investeringen in toerisme (en recreatie) wordt gekeken naar directe en indirecte effecten. Directe effecten zoals de ontwikkeling van het aantal overnachtingen (en de daarbij horende toeristenbelasting), maar ook de werkgelegenheid die de sector biedt aan onze inwoners. Indirect gaat het bijvoorbeeld om keteneffecten (toeleveranciers die profiteren van toerisme en recreatie) en verbeteringen van de leefomgeving (zoals pleinen en groen) waar inwoners ook van profiteren. Daarnaast wordt spreiding over de seizoenen, wat een uitgangspunt is in de visie recreatie en toerisme, en ruimtelijke spreiding belangrijker in de monitoring. Deze spreiding in ruimte en tijd is ook één van de doelstellingen van het toeristisch overstappunt bij de Cannenburch. Monitoring van de spreiding van recreatie en toerisme in ruimte en tijd is opgenomen als een actie in de uitvoeringsagenda recreatie en toerisme.
Nieuwe Lijn
Weer aan het werk
49
Het aantal bijstandsuitkeringen daalt sterk naar 158,4. Is dit structureel? In hoeverre wijkt gemeente Epe hier af van andere gemeenten? Wat is de reden/de redenen van de sterke afname? Hoe kijkt het college naar de (nabije) toekomst?
De bron waar de gegevens op gebaseerd zijn (www.waarstaatjegemeente.nl) geeft nu (op dit moment) de volgende uitkomsten weer voor het aantal personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners: - 2022: 147,3 - 2023: 150,2 - 2024: 153,2 - 2025: 158,4 Het is niet duidelijk waardoor de uitkomst nu een andere reeks weergeeft voor de jaren 2022-2024 dan in de jaarstukken staat vermeld, mogelijk heeft dit te maken met een aanpassing van de definitie. De nu (in deze beantwoording) getoonde reeks geeft wel het beeld dat wij herkennen, namelijk een licht stijgende ontwikkeling in de afgelopen jaren i.p.v. een daling zoals de cijfers in de tabel veronderstellen. Deze ontwikkeling is het gevolg van verschillende factoren. We zien in de afgelopen jaren een stijging onder jongeren in de leeftijdsgroep tot 27 jaar. Dit heeft onder andere te maken met de aanscherping en gedeeltelijke afschaffing van de Wajong waardoor jongeren met een arbeidsbeperking die wel kunnen werken onder de Participatiewet zijn gaan vallen. We zien de afgelopen jaren ook een stijging van het aantal statushouders in ons uitkeringsbestand. Door verhoging van de AOW-leeftijd stijgt eveneens het aantal ouderen in de bijstand. Afgelopen jaar is ons bijstandsbestand met slechts 1% gestegen en dit is ook in lijn met landelijke en regionale ontwikkelingen.
De verwachting voor de nabije toekomst is dat deze licht stijgende trend zich zal voortzetten. Dit is eveneens in lijn met de landelijke trend, waarbij we zien dat de afgelopen tien kwartalen het aantal bijstandsuitkeringen stijgt omdat de instroom groter is dan de uitstroom.
Nieuwe Lijn
Weer aan het werk
49/50
Hoe effectief zijn werkervaringsplekken (WEP) en wat is de uitstroom naar regulier werk?
In 2024 is de inzet van werkervaringsplekken geëvalueerd. Deze evaluatie liet positieve resultaten zien en tevredenheid van deelnemers, werkgevers en opdrachtgevers. N.a.v. de evaluatie zijn er een aantal verbeteringen doorgevoerd in 2024 en 2025, zoals de verduidelijking van de trajectkeuze en leerdoelen vooraf, een uitbreiding van werkervaringsplekken (plaats/branche en doelgroep) en een uitbreiding van het aanbod taalontwikkeling en basisvaardigheden. In de jaarlijkse prestatieafspraken met Lucrato worden de resultaten m.b.t. de werkervaringsplekken opgenomen. In 2025 heeft Lucrato 119 inwoners begeleid op een werkervaringsplek. Eind 2025 waren er nog 63 inwoners zijn actief op de werkervaringsplek. De overige 56 trajecten zijn afgerond, waarvan 12 naar werk of opleiding (1 uitstroom werk, 8 parttime werk en 3 opleiding). Ook richt Lucrato zich op inwoners die begeleid kunnen worden naar betaald werk via Beschut werk. De werkervaringsplek blijkt een goed (diagnose) instrument te zijn om te signaleren of iemand in aanmerking kan komen voor een indicatie Beschut werk.
Nieuwe Lijn
Weer aan het werk
51
Hoe wordt de effectiviteit van schuldhulpverlening gemeten (bijv. voorkomen van ontruimingen)?
De gemeente Epe beschikt over cijfers over de schuldhulpverlening, maar de effectiviteit wordt nog niet volledig integraal in beeld gebracht. In de praktijk zien we dat de aanpak werkt en dat betrokken organisaties goed samenwerken. Elke maand worden casussen besproken in het afstemmingsoverleg vroegsignalering. Daar pakken we casussen samen vroegtijdig op, met als doel een duurzame oplossing te vinden. Hierdoor escaleren schulden minder vaak en verkleint de kans op ingrijpende maatregelen zoals ontruimingen.
Nieuwe Lijn
Weer aan het werk
Nieuwe Lijn
Bestuur en organisatie
50/51
Zijn de prestatieafspraken met Lucrato voldoende scherp en meetbaar? En zo ja, hoe?
52
Externe inhuur bedraagt 18,9%. Wat is de structurele reductiestrategie? En hoe zien die er uit? Zijn die realistisch voor de komende jaren?
Ieder jaar komen de colleges van de gemeenten Epe, Apeldoorn en Heerde en het bestuur van Lucrato prestatieafspraken overeen waarin kaders zijn benoemd voor het handelen van Lucrato, doelstellingen staan geformuleerd en de financiële afspraken staan beschreven. De prestatieafspraken bevatten ook concrete afspraken over onder andere uitstroom uit de uitkering naar werk/scholing en het aantal plekken Beschut Werk. De prestatieafspraken worden gedurende het jaar gemonitord en zijn onderwerp van gesprek in zowel de ambtelijke- als bestuurlijke overleggen. Het college en de raad worden via de reguliere producten in de verantwoordingscyclus (begroting, jaarrekening en Monitor Sociaal Domein) geïnformeerd over de voortgang en realisatie. Er is geen sprake van reductiestrategie. Inzet van inhuur met name op projecten en ter vervanging van ziekte/vacature voor zover in dat laatste niet kan worden voorzien.
Nieuwe Lijn
Bestuur en organisatie
56
Hoe wordt de implementatie van NIS2 en cyberweerbaarheid concreet De implementatie/borging van NIS2 en cyberweerbaarheid vindt plaats via structureel overleg (SIO, bedtaande geborgd gezien de recente risico’s? Wie houd hier (doorlopend) toezicht op? Is uit oa. DT en CISO) en toezicht (ENSIA). Ook neemt de gemeente Epe vanaf medio dit jaar deel aan het dit bijvoorbeeld te auditen door een externe partij? Zijn er andere gemeenten Project Troje 2.0 van de provincie Gelderland inzake cyberweerbaarheid. Vanuit dit project vindt er toetsing waar we van kunnen leren? plaats in de vorm van een assessment. Aan het project doen ruim 50 gemeenten uit Gelderland mee. De leerpunten worden onderling gedeeld en meegenomen ter implementatie. Verder worden relevante aanbevelingen uit het recente datalek integraal meegenomen in de implementatie van de NIS2/Cyberbeveiligingswet, waardoor zowel versnelling als versterking van de weerbaarheid wordt gerealiseerd.
Nieuwe Lijn
Bestuur en organisatie
56
In hoeverre draagt de datastrategie aantoonbaar bij aan betere besluitvorming? De datastrategie draagt in toenemende mate bij aan betere besluitvorming doordat zij stuurt op het structureel beschikbaar maken van betrouwbare en actuele data, waarmee beleid beter onderbouwd, gemonitord en bijgestuurd kan worden. Dit maakt het mogelijk om effecten van maatregelen inzichtelijk te maken en besluitvorming transparanter en navolgbaar te organiseren. Tegelijkertijd geldt dat deze bijdrage op dit moment nog in opbouw is: de datastrategie richt zich expliciet op het realiseren van de randvoorwaarden (data, organisatie, vaardigheden en dashboards) om deze meerwaarde structureel te kunnen aantonen. Volledige en breed aantoonbare impact op besluitvorming zal daarom met name zichtbaar worden naarmate de implementatie verder is gevorderd en monitoring en effectmeting organisatiebreed zijn ingebed.
Nieuwe Lijn
Bestuur en organisatie
55
Nieuwe Lijn
Bestuur en organisatie
Strategische doelen/ 52
Nieuwe Lijn
Lokale heffingen
Nieuwe Lijn
Lokale heffingen
60
63
Waarom is de participatieverordening nog niet vastgesteld en hoe wordt participatie geborgd? Wat merken inwoners hier concreet van?
De verordening wordt vastgesteld nadat het participatietraject hierover is afgerond. Dit proces is gaande, er is input opgehaald vanuit de samenleving die verwerkt wordt. Vaststelling van de verordening volgt naar verwachting voor 1 januari 2027. De verordening is de juridische waarborg. De borging dat participatie in de praktijk gebeurt, zit vooral in de bijbehorende participatieaanpak. Ook deze aanpak komt tot stand met input van inwoners en medewerkers en zal in 2026 door het College vastgesteld worden. U wordt hierover geïnformeerd. Niet alles is nieuw. Ook nu is het al zo dat de gemeente op heel veel projecten en ontwikkelingen participatie toepast en is het een vast onderdeel in het besluitvormingsproces. Inwoners worden bijvoorbeeld uitgenodigd via Epe Spreekt om input te geven. Ook zijn er tal van inwonerbijeenkomsten georganiseerd op een breed scala van ontwikkelingen en projecten. We onderzoeken hoe we dit verder kunnen verbeteren zodat het nog beter aan sluit op de behoefte van de inwoners.
Hoe wordt de balans bewaakt tussen ambities en beschikbare capaciteit? Knelt het hier niet met betrekking tot de eerder genoemde reductie strategie?
Er is geen sprake van reductiestrategie. Vooral de ambitie wordt gerelateerd aan beschikbare capaciteit middels prestatieplanning. Dat instrument is nog in ontwikkeling.
Zijn tarieven (riool, afval) structureel kostendekkend en maatschappelijk acceptabel?
De mate van kostendekkendheid voor reinigingsheffingen en rioolheffingen is onderdeel van het begrotingsproces. De vraag of de tarieven maatschappelijk acceptabel zijn is ook onderdeel van het bestuurlijk debat, waarbij de kaderstelling bij de kadernota/begroting kan plaatsvinden. We verwijzen voor meer toelichting op de kostendekkendheid naar de paragraaf lokale heffingen in de begroting.
De kostendekkendheid van de totale legesverordening is in 2025 gestegen tot 94%. In 2024 was dat nog 80%. Wat is de verwachting voor de komende jaren? Graag een specificatie per genoemd product.
In aanvulling hierop geldt voor de rioolheffingen dat de raad in 2026 het Gemeentelijk Watertaken plan 20262030 heeft vastgesteld. Het GWP beschrijft de beleidskaders en de activiteiten voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel en grondwater en het beheer en onderhoud van oppervlaktewater in de gemeente Epe voor de periode 2026 t/m 2030 en geeft de visie op de gemeentelijke watertaken voor de lange termijn weer. Dit is een belangrijk kader voor de kostendekkendheid van de rioolheffing in de komende jaren. De berekening van de mate van kostendekkendheid van de leges is een onderdeel van het begrotingsproces. De verwachte kostendekkendheid 2026 is 58%. Hiervoor verwijzen wij naar paragraaf lokale heffingen in de Begroting 2026-2029. De verwachte kostendekkendheid 2027 is nog niet bekend, de Begroting 2027-2030 is in voorbereiding.
Nieuwe Lijn
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
73
Is het weerstandsvermogen (17,5%) niet te hoog? Er word zelfs gesproken over ‘uitstekend’. Kan er meer geïnvesteerd worden? Of een (structurele) lastenvermindering voor al onze inwoners?
Het percentage van 17,5% in de jaarstukken 2025 is een percentage dat een enigszins vertekend beeld kan geven. Het gaat uit van de stand van de algemene reserve per 31 december 2025. Dat is de formeel juiste benadering. In de begroting 2026-2029 is al besloten om een deel van die reserve in te zetten voor maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom wordt in de jaarstukken 2025 ook het percentage voor het weerstandsvermogen genoemd als rekening wordt gehouden met het besluit bij de begroting. Dan is de ratio voor het weerstandsvermogen stevig lager maar nog altijd solide.
Nieuwe Lijn
Solvabiliteit
74
De solvabiliteit is de afgelopen vier jaar redelijk stabiel (tussen de 70% en 80%). Over het jaar 2025 73% van 58% in 2011. Hoe is het eigen vermogen van gemeente Epe gegroeid in die jaren? En waarom is er niet voor gekozen om te investeren/lastenverlaging voor de inwoners?
Het eigen vermogen is door de loop van de jaren toegenomen door een toename van de reservepositie. Het financiële beleid in de achterliggende periode was onder meer gericht op het afbouwen van de externe financiering en het versterken van de interne financiering, door het opbouwen van reserves ("eerst sparen, dan uitgeven"). Zodoende werd gespaard voor grote investeringen. De reserves zijn voor een deel ingezet in de afgelopen jaren. Maar door een wijziging in de regelgeving (BBV) zijn de gevormde reserves voor investeringen bij realisatie van de investering voor een belangrijk deel (boekhoudkundig) omgezet naar de reserve dekking kapitaallasten. Met als doel dat de kapitaallasten van de investering worden gedekt uit deze reserve. Dit is een heel belangrijke oorzaak van de gestegen reserve positie en daarmee van de gestegen solvabiliteit. Als de raad akkoord gaat met de voorstellen van het college voor bijstelling van het financiële beleid wordt het meer mogelijk om externe financiering aan te trekken voor investeringen. Dan zijn minder eigen reserves nodig en daardoor zal de solvabiliteit gaan dalen.
Nieuwe Lijn
Bomen en groen
76/77
Nieuwe Lijn heeft vragen gesteld over het van de agenda halen van de Integrale Groenvisie door de 5 formerende partijen. Voor ons onbegrijpelijk en onnodig. Wij hebben hier schriftelijke vragen over gesteld.
Geen vraag
Nieuwe Lijn
Informatievoorziening en automatisering
82
De eerste stappen zijn gezet met betrekking tot AI. In hoeverre is de gehele organisatie voorbereid op de inwerkingtreding van de AI act in augustus dit jaar? Hoe zien de pilots er uit? En de AI-strategie? Er wordt gesproken over het ‘proberen’ van kennis opbouwen en risico’s te identificeren. Hoever staat dat er mee?
De AI‑strategie is vastgesteld en medewerkers worden dit jaar getraind om AI‑geletterd te worden. Daarnaast lopen pilots (o.a. Copilot) om toepassingen, meerwaarde en risico’s in de praktijk te toetsen. De gemeente is hiermee actief in voorbereiding op de AI Act, maar volledige naleving vraagt nog verdere implementatie en borging op organisatieniveau.
Nieuwe Lijn
Juridische zaken
83
Wat zijn de uitkomsten van de uitgevoerde DPIA’s en welke risico’s zijn er geïdentificeerd?
De uitkomsten en risico’s verschillen per applicatie of proces. Elke DPIA is specifiek gericht op een afzonderlijke verwerking van persoonsgegevens, met eigen context en doeleinden. Per DPIA wordt inzicht gegeven in de specifieke privacy risico’s, bijvoorbeeld ongeautoriseerde toegang voor iemand zonder specifiek doel, en de bijbehorende maatregelen, bijvoorbeeld inrichting van rol gebaseerde toegangsrechten, om deze risico’s te beperken ter bescherming van de privacy van betrokkenen.
Hart voor Lokaal
PARAGRAFEN: 1) Lokale heffingen (reiniging en rioolheffingen)
Kostendekkingsoverzicht reinigingsheffingen/ rioolheffingen Waarom houden we voor afval en riolering nu geld op een andere manier apart dan vroeger? Wat merken inwoners daarvan? Bij afval is er een tekort en bij riolering juist een overschot. Hoe komt dat verschil? Betekent deze nieuwe manier van werken dat de tarieven voor inwoners in de toekomst sneller kunnen stijgen of dalen?
We sluiten met de aanpassingen beter aan bij de landelijke financiële regelgeving. De aanpassingen hebben een sterk technisch karakter. - Op grond van deze regelgeving wordt vanaf 2025 het verschil op de btw tussen de begroting en de jaarrekening ten laste van het resultaat (algemene middelen) gebracht in plaats van de voorzieningen. De aanpassingen gelden voor zowel de reinigingsheffingen als voor de rioolheffingen. Dat er bij reinigingsheffingen sprake is van een kostendekkendheid onder de 100% (tekort) en bij rioolheffingen boven de 100% (overschot) staat los van deze wijziging. Het is op voorhand niet exact aan te geven wat het effect hiervan is op de toekomstige tarieven, omdat de btw-verschillen jaarlijks fluctueren. Maar vanwege de geringe bedragen verwachten wij dat het effect op de tarieven heel beperkt zal blijven. - De aanpassing van egalisatiereserve naar voorziening heeft geen effect op de tarieven.
60 t/m 61
Hart voor Lokaal
PARAGRAFEN: 1) Lokale heffingen/ Begraafrechten
62
Mensen betalen vooraf voor een graf en het onderhoud daarvan. Waarom telt de gemeente dat geld meteen mee, terwijl het onderhoud nog jaren doorloopt? Kunnen we er zeker van zijn dat er later genoeg geld overblijft voor het onderhoud van de begraafplaatsen?
Deze systematiek wordt al jaren toegepast en past binnen de geldende financiële richtlijnen. Hier is in 2025 ook onderzoek naar gedaan als onderdeel van het Beleidsplan Begraven, Begraafplaatsen en Gedenken Epe dat door de Raad is vastgesteld. We verwijzen naar het Beleidsplan en in het bijzonder bijlage 3, Adviesnota Kostendekkendheid Begraafplaatsen Epe (Buitengewoon). In de adviesnota wordt de volgende hoofdvraag behandeld: “Is het huidige systeem van kostendekkendheid (waarbij de kosten voor begraafplaatsadministratie, begraven en onderhoud van graven en gemeentelijke begraafplaatsen volledig worden gedekt uit de leges voor grafrechten, begraven en onderhoud) wel verdedigbaar/haalbaar/verantwoord? Er wordt geconcludeerd dat "Het huidige systeem van kostendekkenheid is verantwoord mits de werkelijke kosten gerelateerd aan begraven op de juiste manier financieel verwerkt worden en de egalisatievoorziening meebeweegt met de omstandigheden."
Hart voor Lokaal
PARAGRAFEN: 1) Lokale heffingen/ Toeristenbelasting
62
De toeristenbelasting heeft meer opgeleverd dan verwacht. Is dat vooral gekomen door meer toeristen of door de vergoeding van het COA?
De werkelijke opbrengsten toeristenbelastingen zijn hoger dan begroot (€ 52.000). Dit wordt veroorzaakt door een hogere bijdrage van het COA dan begroot (€35.000) en door meer toeristen en/of een verschuiving tussen type overnachting/accommodatie (€ 17.000).
Hart voor Lokaal
PARAGRAFEN: 2) Weerstandvermogen en Risicobeheersing
65 t/m 67
Hart voor Lokaal
PARAGRAFEN: 7) Grondbeleid
93 t/m 95
De gemeente heeft ruim € 13 miljoen in de algemene reserve en geeft aan dat een groot deel daarvan niet nodig lijkt te zijn, omdat er € 9,6 miljoen kan vrijvallen. Hoe weten we zeker dat er dan nog genoeg geld overblijft als meerdere risico's tegelijk werkelijkheid worden, bijvoorbeeld op het gebied van cyberveiligheid of grote financiële tegenvallers? De reserve voor grondexploitaties is volgens de gemeente voldoende. Maar als een groot project zoals Eekterveld IV vertraging oploopt of minder oplevert dan verwacht, is die reserve dan nog steeds groot genoeg om de risico's op te vangen?
De vrijval van de genoemde € 9,6 miljoen is een besluit dat bij de vaststelling van de begroting 2026-2029 al is opgenomen. Het risicoregister wordt periodiek geactualiseerd, in ieder geval jaarlijks bij de begroting en jaarstukken. Op dat moment wordt bepaald of er voldoende weerstandscapaciteit beschikbaar is om risico's op te vangen. Dat is het geval. Overigens is inmiddels een nieuwe nota risicomanagement aan de raad aangeboden waarmee een doorontwikkeling van het risicomanagement wordt voorgesteld. De financiële risico’s zijn afgedekt door het opnemen van een risicopost in de reserve bouwgrondexploitaties, waarbij zowel aan de opbrengsten- als aan de kostenkant een bandbreedte van 10% is gehanteerd. Hiermee is een toereikende buffer aanwezig om financiële tegenvallers, zoals de vertraging bij bedrijventerrein Eekterveld IV, op te vangen. Bij ongunstige economische ontwikkelingen, zoals een crisis vergelijkbaar met 2008, bestaat daarnaast de mogelijkheid om de uitgifte van bouwgrond te temporiseren en de gronden aan te houden tot een gunstiger marktmoment, waarmee verdere risico’s kunnen worden beperkt.
Hart voor Lokaal
Toezicht en Handhaving
106
Bij Toezicht en Handhaving zijn de kosten lager uitgevallen dan begroot, vooral door lagere personeelskosten. Betekent dit dat er minder toezicht en handhaving is uitgevoerd dan gepland of is hetzelfde werk met minder kosten uitgevoerd?
In 2025 hebben wij vacatures gehad, waardoor wij minder aan salarislasten hebben uitgegeven. Ter vervanging van de vacatures hebben wij ingehuurd. Deze kosten zijn verantwoord op het programma Overhead en niet op programma Toezicht en Handhaving. Wij hebben dus niet minder toezicht en handhaving uitgevoerd, maar dit deels gedaan met inhuur in plaats van met vast personeel.
Hart voor Lokaal
Bedrijvigheid
107
Bij Bedrijvigheid zijn de kosten hoger uitgevallen dan begroot. Waar komt dat precies door en wat heeft dat extra geld concreet opgeleverd voor ondernemers en de lokale economie?
Het betreft een beperkte overschrijding van €40.000. De overschrijding is niet toegelicht omdat deze onder de grens € 100.000 valt van de bedragen waarvoor een analyse is opgenomen. De overschrijding bestaat uit kapitaallasten en toegerekende personele kosten (€ 13.000) en diverse kleinere kosten (€ 27.000).
PRO
Opvangen van 23, punt 4 statushouders/asielzoekers/vluchteling en Oekraïne / Taakstelling spreidingswet
Bij activiteiten 2025 staat alleen wat gerealiseerd is voor vluchtelingen uit Oekraïne en dat de gemeente daarmee voldaan heeft aan de taakstelling van de spreidingswet. Voor overige statushouders/asielzoekers en vluchtelingen staat echter niets vermeld voor 2025. Wat is in 2025 voor hen gedaan en in hoeverre is voldaan aan de taakstelling voor overige statushouders/asielzoekers en vluchtelingen?
In 2025 hebben wij voldaan aan onze wettelijke taakstelling voor het huisvesten van statushouders. Ook aan onze taakstelling van asiel is voldaan vanwege de aanwezigheid van de noodopvang. De gemeente Epe moest in 2025 183 asielzoekers opvangen, in de noodopvang is ruimte voor 276 mensen.
PRO
Bestuur en Organisatie / vermindering inhuur
83
Het percentage externe inhuur is in 1 jaar met 7,1 % verminderd staat bij de verplichte indicatoren over 2025. Op pag. 80 staat dat herschikking van formatie plaatsvindt zonder verandering in totaal FTE. Op pag. 179 staat een voordeel van € 740.000 door lagere salariskosten en inhuur en een niet ingezette stelpost van € 254.000. Op welke wijze en waar zijn deze bedragen terug te vinden in de jaarrekening?
De salariskosten van de formatie worden (met een opslag voor aan medewerkers gerelateerde overheadkosten) op basis van de urenverdeling, vanuit programma Overhead toegerekend aan de programma's 1 t/m 11. De analyse van de salariskosten wordt daarom op totaalniveau gedaan (zie Bijlage 1 Analyse Salariskosten, pagina 172).
PRO
Verplichte indicator éénpersoonshuishouden
114
Woonlasten van éénpersoonshuishouden zijn toegenomen van 676 naar 894 in 2025. Landelijk is dit een probleem. Is dit in onze gemeente ook het geval, zijn er tekorten aan betaalbare woningen voor éénpersoonshuishoudens en wordt hier specifiek beleid op toegepast?
De afgelopen jaren zijn er te weinig betaalbare woningen gebouwd. Mensen met een normale baan, zoals politieagenten, verplegers en leraren, komen er vaak niet meer tussen op de woningmarkt. Daarom moeten er voldoende betaalbare woningen komen. Van de totale bouw van woningen moet 30% sociale huur zijn en twee derde (67%) van de nieuwbouwhuizen moet voor lage en middeninkomens zijn. Dit geldt op regionaal en provinciaal niveau. Het gaat om nieuwbouw, maar ook om extra woningen door optoppen, splitsen of transformatie van bijvoorbeeld kantoor naar woningen. Om dit in gemeente Epe te bewerkstelligen, heeft de gemeenteraad het Prijsklassenbeleid vastgesteld. Elke woningbouwontwikkeling moet voldoen aan dit vastgestelde Prijsklassenbeleid. Het Prijsklassenbeleid maakt onderdeel uit van de Woonagenda "Goed wonen". In dit Prijsklassenbeleid wordt per categorie, zoals Transformatie, Inbreiding en Uitbreiding, het aandeel betaalbare woningen en het aandeel sociale huurwoningen bepaald. Het prijsklassebeleid uit de Woonagenda draagt indirect ook bij aan de toename voor betaalbare woningen voor eenpersoonshuishoudens. We zien dat marktpartijen in de betaalbare woningcategorieen kleinere woningen op de markt brengen die veelal ook geschikt zijn voor eenpersoonshuishoudens.