BBV Voorstel en Beslisnota college
Tekst van het document
Collegevoorstel Programma
7 - Duurzaamheid
Zaaknummer
1344942
Onderwerp
Wijziging subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Epe
Portefeuillehouder
Dhr. mr. drs. M.B. Heere
Samenvatting Het college heeft besloten om de nieuwe regeling ‘Subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Epe’ vast te stellen en de oude subsidieregeling 'Lokale Aanpak Isolatie Epe' per 5 januari 2026 in te trekken.
Te besluiten om 1. 2. 3.
Te besluiten om in te stemmen met de nieuwe subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Epe en daarbij de oude regeling in te trekken per 5 januari 2026. Inwoners die reeds een subsidie op basis van de subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Epe hebben ontvangen de mogelijkheid te bieden om een aanvulling van de reeds ontvangen subsidie tot een totaal maximum van € 2.000,- (ontvangen subsidie + aanvulling) aan te vragen. De raad hierover te informeren middels bijgevoegde raadsinformatienota.
Besluit: Conform voorstel
Datum: 16-12-2025 B
T.C.M. Horn
W
W
M.B. Heere
M. Kerkmans
W
W
A.H.M. van Loon
G. van den Berg
•
• •
Het collegevoorstel is Openbaar
Er is geen aanpassing van de begroting nodig Geen mandaat besluit Raadplegen van de ondernemingsraad is niet nodig Adviseur: Ligtenberg Er is overleg geweest met: Sanne Hanstede, Henk Posthuma, Amanda Kalfsvel - Schreuder, Egbert Dijkgraaf, Heleen Rijkmans en Erwin de Jong
Beslisnota voor het college Onderwerp
Wijziging subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Epe
Programma
7 - Duurzaamheid
Portefeuillehouder
Dhr. mr. drs. M.B. Heere
Zaaknummer
1344942
Adviseur
Ligtenberg
Afdeling
Ontwikkeling Omgeving
E-mail adres
tessa.ligtenberg@epe.nl
Bijlage(n)
Nummer de bijlagen bij meer dan een. Zet er tussen haakjes achter wanneer de bijlage(n) niet openbaar zijn.
TE BESLUITEN OM 1. Te besluiten om in te stemmen met de nieuwe subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Epe en daarbij de oude regeling in te trekken per 5 januari 2026. 2. Inwoners die reeds een subsidie op basis van de subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Epe hebben ontvangen de mogelijkheid te bieden om een aanvulling van de reeds ontvangen subsidie tot een totaal maximum van € 2.000,- (ontvangen subsidie + aanvulling) aan te vragen. 3. De raad hierover te informeren middels bijgevoegde raadsinformatienota.
INLEIDING Op 19 december 2023 heeft het college van B&W de Subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Epe vastgesteld. Door een wijziging in de landelijke regeling, een daling van het aantal subsidieaanvragen, en het beëindigen van de doe-het-zelfkadokaart (zie bijlage 2), is het noodzakelijk om de huidige subsidieregeling aan te passen. Het college wordt voorgesteld om de regeling te wijzigen, zodat deze aansluit bij de recente aanpassingen van de landelijke Specifieke Uitkering (SpUk) Lokale Aanpak Isolatie (LAI) in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP).
BEOOGD EFFECT De subsidieregeling wordt verruimd zodat meer woningeigenaren met een slecht geïsoleerde koopwoning financiële ondersteuning krijgen voor isolatiemaatregelen. Dit maakt de regeling toegankelijker en helpt bij het behalen van de doelstelling van 1.815 geïsoleerde woningen eind 2028.
ARGUMENTEN 1.1 de nieuwe subsidieregeling sluit beter aan bij het Nationaal Isolatieprogramma De nieuwe subsidieregeling is opgesteld met het doel de effectiviteit van de uitvoering en het bereik van de regeling te vergroten en de toegankelijkheid voor inwoners te verbeteren. De voorgaande regeling voldeed niet langer aan de randvoorwaarden van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) en sloot ook onvoldoende aan bij de behoeften van bewoners. Hieronder worden de belangrijkste veranderingen toegelicht: 1. De verhoging van het subsidiebedrag van € 1.000,- naar € 2.000,- . 2. Er komt een extra te ontvangen bedrag van €250,- voor het gebruik van biobased isolatiematerialen. 3. De uitvoering van de doe-het-zelfsubsidie komt volledig bij de gemeente te liggen. 4. De WOZ-waardegrens wordt verhoogd naar € 542.000 (peiljaar 2024, conform RVO). Aanvragen worden beoordeeld op WOZ-peildatum 2022. Deze, door de RVO, goedgekeurde aanpassing vergroot het aantal huishoudens dat onder de grens valt. 5. Er is ruimte voor flexibiliteit in de WOZ-grens: maximaal 20% van de aanvragen mag boven de vastgestelde grens liggen, tot een maximum van € 650.000. Dit maakt maatwerk mogelijk en is conform de voorwaarden van de RVO. 6. De aanvraagtermijn wordt verlengd naar 31 december 2028. Dit komt overeen met de einddatum van het NIP.
7. Een aanvraag kan zowel vóór als na de uitvoering van isolatiemaatregelen worden ingediend. Voor Doe-Het-Zelf geldt dat aanvragen alleen mogelijk zijn ná uitvoering. 8. Energielabel C wordt toegevoegd aan de randvoorwaarden. Zo komen meer woningen in aanmerking voor de subsidie. 9. De technische voorwaarden worden gekoppeld aan de voorwaarden van de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE). Hier zal ook naar gerefereerd worden. 10. Het subsidieplafond wordt verhoogd van €537.000,- naar €2.500.000,-. 11. Ventilatiemaatregelen (CO2-gestuurde ventilatie of balansventilatie met WTW) worden toegevoegd aan de subsidiabele maatregelen. Mits dit gepaard gaat met een isolatiemaatregel. 1.2 Het verhogen van de maximale subsidiebedragen zorgt voor meer subsidieaanvragen. Met het verhogen van het subsidiebedrag naar € 2.000 wordt verwacht meer inwoners te stimuleren om isolatiemaatregelen te treffen. Doordat zij geen of slechts een beperkte eigen bijdrage hoeven te betalen, neemt de financiële drempel af. Dit zal naar verwachting leiden tot een toename van het aantal subsidieaanvragen en daarmee tot meer geïsoleerde woningen. 1.3. Het verhogen van de WOZ-waarde en het toevoegen van energielabel C zorgt voor een vergroting van de NIP-doelgroep.
Het RVO heeft de WOZ-grens voor de NIP-doelgroep geactualiseerd naar het gemiddelde van peiljaar 2024 (€542.000 voor Epe). Hiermee sluit de regeling aan op de gestegen woningwaarden. Gemeenten zijn vrij om te bepalen welke peildatum zij zelf gebruiken voor de toetsing aan deze WOZ-grens. Daarnaast zijn ze vrij om te bepalen of energielabel C wordt meegenomen in de regeling, zolang zij maar twee slecht geïsoleerde bouwdelen hebben. Door 2022 als toetsingsjaar te blijven hanteren en energielabel C toe te voegen aan de regeling, stijgt het aantal subsidiabele woningen van 3.556 naar 5.561 (+2.005). Deze verruiming maakt het behalen van de doelstelling van 1.815 geïsoleerde woningen aanzienlijk haalbaarder. 1.4. Door woningen met een WOZ-waarde tot 650.000 mee te nemen, bereiken we meer mensen met een slecht geïsoleerde woning. De huidige doelgroep van 3.556 slecht geïsoleerde woningen (energielabel D t/m G, WOZ ≤ €428.000) is te klein. Om de gemeentelijke doelstelling van 1815 geïsoleerde woningen te bereiken moet 51% van deze woningen vóór eind 2028 geïsoleerd worden. Door de WOZ-grens te verhogen en energielabel C toe te voegen, zoals hierboven beschreven, groeit de doelgroep al aanzienlijk (+2.005, 32,6% wordt geïsoleerd). Echter, als daarnaast ook woningen met een hogere WOZ-waarde worden meegenomen, ontstaat een nog grotere potentiële doelgroep van 6.254 woningen (+2.698).
In dat geval hoeft nog slechts 29% van deze woningen vóór eind 2028 te worden geïsoleerd om de doelstelling te behalen. Om een zo groot mogelijk doelgroep te bereiken, willen we de ruimte hebben om af te wijken van de WOZgrens. Dit kan voor maximaal 20% van de woningen, tot een maximum van €650.000. De RVO biedt hiervoor de mogelijkheid, mits ten minste 80% van de woningen onder de grens van €542.000 blijven. Deze flexibiliteit stelt ons in staat om meer mensen te bereiken en zo de doelstelling haalbaarder te maken. Vergelijkbare aanpakken worden al toegepast in de gemeenten Voorst en Zutphen. 1.5. Het extra subsidiëren van biobased isolatiemateriaal stimuleert duurzaam isoleren. Biobased isolatiematerialen zijn hernieuwbaar en hebben een lagere CO₂-voetafdruk dan traditionele materialen. Door deze materialen extra te subsidiëren, maken we het gebruik ervan aantrekkelijker en versnellen we de verduurzaming van woningen. 1.6. We voeren de doe-het-zelfisolatiesubsidie voortaan zelf uit om continuïteit en grip te waarborgen. De faillissementen van verschillende aanbieders van kadokaartsystemen tonen aan dat deze markt kwetsbaar is (bijlage 2). Daarom stappen we af van het gebruik van een doe-het-zelfkadokaart voor de isolatiesubsidie.
Door de uitvoering bij de gemeente te beleggen zorgen we voor consistente uitvoering, communicatie, en verkleinen we het risico dat externe problemen de uitvoering verstoren. 1.7. Door het aanvraagmoment uit te breiden, verlagen we drempels en vergroten we de toegankelijkheid van de regeling. In de huidige regeling kan alleen subsidie worden aangevraagd voor uitvoering. In de praktijk bleek echter dat bewoners regelmatig eerst maatregelen lieten uitvoeren alvorens zij de subsidie gingen aanvragen. Bewoners krijgen nu meer flexibiliteit: zij kunnen kiezen om de subsidie vóór uitvoering aan te vragen voor zekerheid, of na uitvoering als zij eerst willen afronden.
Voor doe-het-zelfisolatie wordt het aanvraagmoment na uitvoering, zodat de gemeente kan controleren of de werkzaamheden correct zijn uitgevoerd. Het uitbreiden van de aanvraagmomenten stimuleert meer deelname aan de isolatiesubsidie, doordat men nooit te laat meer is met aanvragen. Dit draagt direct bij aan het behalen van onze isolatiedoelstelling. 1.8. Door de technische voorwaarden van de regeling duidelijker te koppelen met de ISDE-voorwaarden voorkomen we dat de subsidieregeling niet meer klopt en tussentijds gewijzigd moet worden. Tot nu toe volgden we ISDE-voorwaarden zonder deze expliciet in de regeling op te nemen; ze stonden alleen in een bijlage. Door de ISDE-wijziging per 1 januari 2025 (o.a. glasisolatie van 8 m² naar 3 m²) voldeed die bijlage niet meer. We nemen nu op dat de regeling altijd de actuele ISDE-voorwaarden volgt. De toelichting verplaatsen we naar de gemeentelijke website, zodat deze eenvoudig kan worden bijgewerkt en inwoners altijd actuele informatie hebben. 1.9. Door energiezuinige ventilatie in de subsidie op te nemen, sluiten we de regeling beter aan op het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). Binnen de SpUk-middelen van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) was het al mogelijk om energiezuinige ventilatiemaatregelen, in combinatie met isolatie, te subsidiëren.
Door deze maatregelen nu expliciet op te nemen in onze regeling, sluiten we beter aan op het NIP. Tevens voorkomen we vocht- en schimmelproblemen na isolatie. 2.1 Zo erkennen we de inzet van de 'early adopters' en versterken we hun vertrouwen in de gemeente. Door eerdere aanvragers van de directe isolatiesubsidie een aanvulling op de reeds ontvangen subsidie te laten aanvragen, tot een totaal maximum van 2.000 euro (reeds ontvangen subsidie euro plus de aanvulling), erkennen we hun vroege inzet voor verduurzaming. Zij hebben in een vroeg stadium geïnvesteerd in verduurzaming en verdienen het vertrouwen dat de gemeente hen blijft ondersteunen. Dit draagt bij aan draagvlak en betrokkenheid bij de energietransitie en laat zien dat inwoners die snel handelden niet worden benadeeld.
KANTTEKENINGEN 1.1. Er bestaat een risico dat meer aanvragen met een hogere WOZ-waarde worden goedgekeurd dan is toegestaan Hoewel er een duidelijke grens van 20% geldt, bestaat het risico dat er in een jaar meer afwijkende aanvragen binnenkomen en worden goedgekeurd, waardoor het maximum sneller wordt bereikt of zelfs overschreden. Om dit risico te beheersen, evalueren we jaarlijks de verhouding tussen de reguliere doelgroep en de afwijkende groep (80/20). Het eerste jaar zullen we kijken hoe deze verhouding zich ontwikkelt. Op basis van die ervaring bepalen we of het nodig is om op meerdere momenten per jaar (vanaf 2027) te monitoren en eventueel in te grijpen. Indien blijkt dat het aandeel afwijkende aanvragen te hoog is, wordt de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor woningen met een hogere WOZ-waarde (tijdelijk) stopgezet. Dit wordt actief en tijdig gecommuniceerd via gemeentelijke kanalen. De ervaring tot nu toe toont aan dat dit risico beperkt is: in de afgelopen twee jaar zijn slechts 30 aanvragen ingediend voor woningen met een hogere WOZ-waarde. Als deze aanvragen waren goedgekeurd, zou de verhouding 90/10 zijn geweest. Gezien deze cijfers verwachten we dat het aantal aanvragen voor woningen met een WOZ-waarde tot € 650.000 jaarlijks goed beheersbaar blijft. 1.2. De verhoging van het subsidiebedrag heeft impact op het budget en de doelstelling.
Het verhogen van het subsidiebedrag naar €2.000 maakt de regeling aantrekkelijker, maar vergroot het risico dat het budget sneller opraakt en de NIP-doelstelling niet volledig wordt gehaald. Echter, het huidige aantal aanvragen is laag (245 in twee jaar, 13,5% van de doelstelling), waardoor zonder aanpassing slechts 33,7% (612 v.d. 1815) wordt gehaald. Met de verhoging en uitbreiding van de doelgroep verwachten we een sterke stijging. We zullen het aantal aanvragen en het budget monitoren én plannen een evaluatie in als 75% van het plafond is bereikt. Indien nodig zetten we resterende NIP-middelen in om continuïteit te waarborgen. 1.3. Door de uitvoering van de doe-het-zelfisolatiesubsidie in eigen handen te houden is er extra capaciteit nodig voor de extra subsidieaanvragen. Door de uitvoering van de doe-het-zelfisolatiesubsidie bij de gemeente te beleggen, ontstaat circa 2–2,5 uur extra werk per week. Echter, in de huidige regeling deed de gemeente al de eerste toets om te bepalen of aanvragers tot de NIP-doelgroep behoren. Dit onderdeel blijft en wordt alleen uitgebreid met een controle op
de gebruikte isolatiematerialen. Hierdoor blijft de extra administratieve belasting beperkt. De huidige subsidiebeoordelaar kan deze taak voorlopig uitvoeren. Wel evalueren we periodiek of dit toereikend blijft, gezien mogelijke veranderingen in werkdruk of capaciteit. 1.4. Door achteraf de subsidie aan te vragen, moeten bewoners hun doe-het-zelf isolatie voorschieten. In het verleden kon men via de DHZ-kadokaart de isolatiematerialen direct betalen met de reeds toegekende subsidie. Nu bestaat het risico dat inwoners, na een investering, achteraf niet in aanmerking komen voor vergoeding. Om dit risico te beperken, zetten we in op duidelijke en proactieve communicatie. Zo komt er een (online) beslisboom waarmee bewoners kunnen vaststellen of hun woning aan de NIP-voorwaarden voldoen. Dit wordt op meerdere communicatiekanalen gedeeld. Verder kan men een afspraak maken met de energiecoach bij twijfel of de gemeente contacteren. Een lijst met goedgekeurde materialen wordt opgezet om ervoor te zorgen dat bewoners de juiste materialen koopt. Hiermee wordt de kans op afwijzing van aanvragen geminimaliseerd. 3.1. Door de groep inwoners nogmaals subsidie aan te laten vragen zal er een extra last komen op het gemeentelijk apparaat. Wanneer (maximaal) 245 inwoners opnieuw subsidie aanvragen, brengt dit extra administratieve handelingen met zich mee.
Om dit beheersbaar te houden, maken we het aanvraagproces duidelijk en eenvoudig. Aanvragen worden niet meer getoetst op de NIP-doelgroep, waardoor het proces korter en makkelijker te beoordelen is voor de medewerker duurzaamheid. De collega die subsidies toetst heeft voldoende capaciteit om dit op te vangen. We monitoren dit maandelijks en sturen bij waar nodig.
FINANCIËN De voorgestelde wijzigingen en verhoging van subsidiebedragen hebben geen extra impact op de begroting. De kosten worden volledig gedekt uit de SpUk LAI-gelden die de gemeente Epe van het Rijk ontvangt, waarvan wordt verwacht dat deze toereikend zijn voor de uitvoering van de regeling. In totaal is €4.233.716,- beschikbaar gesteld (LAI23, LAI24, LAI25; kostenplaats 607012 - 443300) voor de uitvoering van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP), inclusief de lokale isolatiesubsidie. Tot nu toe is hiervan € 772.673,75 uitgegeven. Er resteert dus € 3.461.042,25 voor het financieren van de subsidie en overige kosten ten behoeve van de lokale aanpak isolatie. Het subsidieplafond wordt opgehoogd naar € 2.500.000. Het resterende deel van de SpUk-gelden wordt ingezet voor het ontzorgingsprogramma, communicatie, het soortenmanagementplan en de administratieve voorbereiding en verwerking van de isolatiesubsidies. De financiering van de lokale aanpak isolatie is hiermee volledig gedekt. Er is geen aanvullende budgetvraag nodig om de uitvoering van de isolatieaanpak te waarborgen
COMMUNICATIE De regeling wordt gecommuniceerd via een persbericht, de website epe.nl/epeverduurzaamt, artikelen in de Gemeentewijzer en sociale media. Daarnaast worden brieven en flyers ontwikkeld en zowel digitaal als fysiek verspreid onder inwoners. Jaarlijks ontvangen NIP-doelgroepen op drie momenten een brief met informatie over de isolatiesubsidie, wat wordt opgevolgd door inloopspreekuren op diverse locaties binnen de gemeente. Ter ondersteuning worden bordreclame, energiecoaches en energieadviseurs ingezet om de informatie over de subsidie verder te verspreiden. Na besluitvorming wordt de regeling gepubliceerd op Officielebekendmakingen.nl om rechtskracht te verkrijgen.
UITVOERING Na vaststelling van de gewijzigde subsidieregeling wordt deze gepubliceerd via de officiële bekendmakingen. Vanaf de inwerkingtreding van de subsidieregeling brengen we het aanbod opnieuw actief onder de aandacht van bewoners, te beginnen met bordreclame op diverse locaties binnen de gemeente Epe. Het aanvraagproces zal worden aangepast. Met functioneel beheer wordt samengewerkt om de aanvraagformulier bij te werken met de nieuwe voorwaarden. Ook zal er een nieuw zaaktype worden aangemaakt voor de groep bewoners dat een aanvullende subsidie kunnen aanvragen.