BBV Informatienota
Tekst van het document
Informatienota Raad Onderwerp
Uitvoeringsagenda publieke mobiliteit
Programma
3 - Zorg en opvang
Datum
10-03-2026
Portefeuillehouder
Dhr. M. Kerkmans Dhr. G. van den Berg
Zaaknummer
1417245
Adviseur
Esther van de Ridder
Afdeling
Ontwikkeling Samenleving
Telefoonnummer
880
E-mail adres
Esther.van.de.ridder@epe.nl
Bijlage(n)
KENNISNEMEN VAN De Regionale Uitvoeringsagenda Publieke Mobiliteit. Het college heeft ingestemd met ondertekening van deze regionale uitvoeringsagenda publieke mobiliteit. Hiermee wordt akkoord gegaan met de gefaseerde aanpak, waarbij instemming met deze uitvoeringsagenda uitsluitend de onderzoeks- en verkenningsfase betreft.
INLEIDING De Regio Stedendriehoek staat voor een samenhangende en urgente mobiliteitsopgave. De regio groeit fors: tot 2040 worden circa 40.000 nieuwe woningen gerealiseerd, wat leidt tot een sterke toename van het aantal inwoners en verplaatsingen. Tegelijkertijd zet de 'dubbele vergrijzing' het huidige systeem onder druk met een toenemende vraag naar doelgroepenvervoer, terwijl het reguliere openbaar vervoer (ov) verandert en in delen van de regio minder fijnmazig wordt. Deze ontwikkelingen vragen om actie om de bereikbaarheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid van ons mobiliteitssysteem te waarborgen. Er is een betere samenhang nodig tussen ov, Wmo-vervoer, vrijwilligersvervoer en deelmobiliteit, gezamenlijk aangeduid als 'publieke mobiliteit'. Omdat deze opgave domeinen, gemeente- en provinciegrenzen overstijgt, is een gezamenlijke regionale aanpak essentieel. Dit is verwoord in de voorliggende Regionale uitvoeringsagenda publieke mobiliteit. De uitvoeringsagenda publieke mobiliteit is het eerste, gezamenlijke, concrete antwoord van de Regio Stedendriehoek op de hierboven genoemde opgaven. De agenda bouwt voort op de eerdere tussenrapportage publieke mobiliteit en bevat een samenhangend pakket van projecten voor de periode 2026-2029.
KERNBOODSCHAP 1. Maatschappelijke ontwikkelingen zorgen voor uitdagingen die de bereikbaarheid, leefbaarheid en inclusiviteit van het mobililiteitssysteem onder druk zetten. Door de realisatie van nieuwe woningen (wat leidt tot een sterke toename van het aantal inwoners en verplaatsingen), de dubbele vergrijzing (stijging in doelgroepenvervoer), veranderingen in het OV, personeelstekorten en stijgende kosten is het bestaande, versnipperde vervoerssysteem niet langer toekomstbestendig, en is het een uitdaging voorzieningen voor iedereen bereikbaar te houden. Grenzen tussen gemeenten, provincies, openbaar vervoer, doelgroepenvervoer en vrijwilligersinitiatieven maken het systeem complex en inefficient voor reizigers. De landelijke verkenning publieke mobiliteit (Berenschot, 2025) onderstreept de noodzaak om openbaar vervoer en doelgroepenvervoer beter te integreren en regionaal ervaring op te doen met nieuwe vormen van samenwerking en regie. De kernambitie is toe te werken naar één samenhangend, toegankelijk en toekomstbestendig systeem van publieke mobiliteit, waarin openbaar vervoer, doelgroepenvervoer, vrijwilligersvervoer en deelmobiliteit elkaar versterken. Het systeem moet:
• • • • •
een realistisch alternatief bieden voor de privéauto nieuwe en bestaande woningen duurzaam bereikbaar maken vervoersarmoede verminderen inclusiviteit en zelfredzaamheid vergroten publieke middelen efficiënter inzetten.
De uitvoeringsagenda draagt dan ook bij aan 4 regionale doelen: 1. verbeteren van de bereikbaarheid van voorzieningen 2. een inclusief vervoerssysteem voor iedereen 3. versnellen van de mobiliteitstransitie 4. efficiëntere inzet van middelen In bijlage 'raadsinformatiebrief regionale uitvoeringsagenda publieke mobiliteit' staat een uitwerking van deze uitvoeringsagenda. De volledige uitvoeringsagenda is te vinden onder bijlage 'regionale uitvoeringsagenda publieke mobiliteit'. 2. De uitvoeringsagenda moet gezien worden als een onderzoeks-agenda Met deze uitvoeringsagenda spreken de betrokken gemeenten af om gezamenlijk en gefaseerd te verkennen hoe publieke mobiliteit slimmer, inclusiever en toekomstbestendig kan worden ingericht. De nadruk in de eerste fase ligt op onderzoek en verkenning. De risico's zijn nihil omdat het in deze eerste fase dus alleen gaat om de verkenning en onderzoek; wanneer hieruit blijkt dat er projecten of pilots zijn die kansrijk zijn, worden deze separaat aan het college voorgelegd (inclusief de daarbij behorende incidentele of structurele middelen)
COMMUNICATIE Op 11 maart 2026 zal een formeel startmoment zijn voor de Uitvoeringsagenda Publieke Mobiliteit. De betrokken wethouders van de gemeenten zullen dit dan bekrachten middels het ondertekenen van deze uitvoeringsagenda.
VERVOLG Na het formele startmoment op 11 maart zal de uitvoering van de agenda Publieke Mobiliteit worden opgepakt. Dit zal gebeuren samen met de betrokken gemeenten, waarbij zowel ambtenaren van het sociale domein als mobiliteit worden betrokken, evenals de provincies Gelderland en Overijssel en vervoerders. Wanneer uit de verkenning van deze uitvoeringsagenda blijkt dat er kansrijke projecten of pilots zijn, worden deze separaat aan het college voorgelegd. Het college zal vervolgens u hier dan over informeren.