BBV Informatienota
Tekst van het document
Informatienota Raad Onderwerp
Kaderbrief 2027-2030
Programma
11 - Bestuur en organisatie
Datum
30-06-2026
Portefeuillehouder
Dhr. mr. drs. M.B. Heere
Zaaknummer
1431757
Adviseur
Manuel Konijnendijk
Afdeling
Directie
Telefoonnummer E-mail adres
manuel.konijnendijk@epe.nl
Bijlage(n)
KENNISNEMEN VAN De Kaderbrief 2027-2030 met daarin opgenomen de verwachte financiële ontwikkeling en te hanteren uitgangspunten voor de begroting 2027-2030.
INLEIDING Vorig jaar boden wij u voor het eerst een Kadernota aan. Met die Kadernota 2026-2029 legde u de inhoudelijke en financiële kaders vast voor de programmabegroting 2026-2029. Doordat 2026 een verkiezingsjaar is, is het aanbieden van een Kadernota dit jaar niet mogelijk. Voor de inhoudelijke richting in de komende jaren is eerst een coalitieakkoord en een daarop gebaseerd collegeprogramma nodig. Wel willen wij u informeren over de verwachte ontwikkeling van de financiële positie en daarbij enkele aandachtspunten meegeven. Dat doen wij in de vorm van deze Kaderbrief 20272030. Deze Kaderbrief 2027-2030 bevat daarmee geen keuzes maar is zuiver informatief van aard. Keuzes komen in het begrotingsproces 2027-2030 aan de orde. Door de opzet en het doel van de Kaderbrief is deze op onderdelen financieeltechnisch van aard.
KERNBOODSCHAP Opbouw van de kaderbrief en afbakening Deze informatienota bevat de kernboodschap. Deze bestaat uit het financieel beeld op hoofdlijn en een beknopte samenvatting van de belangrijkste aandachtspunten. In de Kaderbrief (bijlage) staat een meer uitgebreide uitwerking. Het is nog niet mogelijk om in deze Kaderbrief 2027-2030 het volledige financiële beeld te schetsen. In het begrotingsproces dat inmiddels is opgestart, komen naar verwachting nog nieuwe financiële ontwikkelingen in beeld. Deze ontwikkelingen nemen wij mee bij het opstellen van de begroting 2027-2030. Deze kaderbrief geeft een eerste indicatie van de financiële opgave voor de komende jaren. Verwachte financiële ontwikkeling In de Kadernota 2027-2030 is een tabel opgenomen die het eerste beeld van de financiële uitkomst weergeeft. De regel "stand op basis van verwachte autonome ontwikkelingen" geeft de verwachte uitkomst na onontkoombare ontwikkelingen (geen keuzes). Deze regel laat een klein tekort in 2027 zien oplopend naar een mogelijk tekort van bijna € 1,9 miljoen in 2030. Het totaal van de tabel laat het verwachte saldo zien na een aantal onderwerpen waarvoor keuzes zijn aangekondigd die nog gemaakt moeten worden. Deze bedragen zijn daarmee "zachter" en zullen onderdeel zijn van afwegingen in het begrotingsproces.
Dit totaal laat grotere tekorten zien, oplopend van € 1,1 miljoen in 2027 naar € 4,5 miljoen in 2030. Bij de bedragen geldt dat eventuele nieuwe ambities vanuit een coalitieakkoord 2026-2030 nog niet zijn meegenomen. Opbouw financieel beeld
Het financieel beeld vertrekt vanuit de programmabegroting 2026-2029 die meerjarig sluitend is, mede door een daarin opgenomen taakstelling die oploopt van € 362.500 in 2027 naar € 662.500 structureel m.i.v. 2029. Voor de invulling van deze taakstelling voeren wij een aantal projecten uit. Een belangrijk onderdeel, de actualisatie van het financieel beleid, boden wij u op 26 mei 2026 aan. Wij verwachten dat met dit project de stelpost in belangrijke mate ingevuld gaat worden. Dit geeft ruimte om voor de overige projecten (Vastgoed, kostendekkende heffingen) een langere doorlooptijd te hanteren. Redenen hiervoor beschrijven we in de Kaderbrief. Op basis van de onontkoombare autonome ontwikkelingen voorzien wij in alle jaren een tekort dat meerjarig oploopt. In het begrotingsjaar 2027 is het tekort beperkt. Het saldo wordt vooral veroorzaakt door positieve ontwikkelingen op het gemeentefonds (meicirculaire 2026), aanpassing indexatie loonstijging én hogere leges omgevingsvergunning. Aan de andere kant voorzien wij een nadeel door oplopende kosten in het sociaal domein (Jeugdzorg, WMO en bijstand). Meerjarig zien wij daarnaast m.i.v. 2028 hogere kosten voor het beheer van de openbare ruimte als gevolg van de nieuwe aanbesteding. De tekorten lopen vervolgens verder op door de in de begroting 2026-2029 aangekondigde noodzakelijke ombuiging op de jeugdzorg.
Middelen uit de reserve Hervormingsagenda Jeugd zijn vanaf 2030 uitgeput zijn (€ 1 miljoen). Met eventuele voordelige effecten van ingezette/in te zetten maatregelen is in dit saldo nog geen rekening gehouden. Daarnaast is een aanvullende investering voor onderwijshuisvesting onontkoombaar. Naast de onontkoombare autonome ontwikkelingen is in de begroting 2026-2029 een aantal onderwerpen aangekondigd die naar verwachting in de huidige bestuursperiode extra budget vragen. De omvang daarvan is afhankelijk van te maken keuzes. Het gaat hierbij onder andere om aanvullende investeringen voor maatschappelijke accommodaties/onderwijshuisvesting, investeringen in de gemeentewerf en het risico op aanvullende hogere kosten voor het beheer van de openbare ruimte. Daarnaast is voor diverse nieuwe beleidsnota’s (zoals de Groenvisie, Economische visie, beleidsnota recreatie en toerisme) nog geen uitvoeringsbudget geraamd. Begrotingsadvies VNG Net als vorig jaar bracht de VNG een begrotingsadvies uit. Kern daarvan is het advies om in ieder geval de begroting 2027 structureel en reëel sluitend te maken. Voor het meerjarenperspectief (2028-2030) is het advies om: • • • •
Een stelpost op te nemen voor de invoering van de eigen bijdrage Jeugdzorg en het sturen op de verkorting van de trajectduur. Een stelpost op te nemen voor het resterende tekort jeugdzorg in afwachting van de uitspraken van de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd begin 2027. Een stelpost op te nemen voor de uitname vanaf 2029 uit het Gemeentefonds omdat het kabinet het voornemen heeft om de huishoudelijke hulp als algemene voorziening grotendeels te schrappen. In de paragraaf risicomanagement en weerstandsvermogen aandacht te geven aan de opgenomen stelposten en eventuele risico’s die dat met zich meebrengt.
In de Kaderbrief 2027-2030 geven wij aan hoe wij met deze onderwerpen omgaan. Begrotingscirculaires provinciaal toezicht De provincie informeerden ons via een circulaire en een aanvulling daarop over hoe zij met bepaalde onderwerpen in de gemeentelijke begroting in het kader van het toezicht om zal gaan. De provincie reageert o.a. op het advies van de VNG en enkele onderwerpen uit de meicirculaire gemeentefonds 2026. Daarnaast neemt de provincie standpunten in rond een stelpost achterblijvende kapitaallasten, het opnemen van taakstellingen en incidentele lasten/baten. In de Kaderbrief 2027-2030 geven wij aan hoe wij in de begroting 2027-2030 invulling zullen geven aan deze onderwerpen passend binnen het kader van de provincie. Uitgangspunten indexaties In de Kaderbrief 2027-2030 informeren wij u over de indexaties voor loon- en prijsstijging die wij in de begroting 20272030 gaan hanteren. Dit geldt ook voor het rentepercentage. De indexatie voor prijsstijging valt hoger uit dan waarmee in de begroting 2026-2029 meerjarig rekening is gehouden. De indexatie voor de loonstijging is daarentegen lager dan verwacht. Voor de rente wordt een hoger percentage verwacht. Inkomsten uit specifieke uitkeringen/vrijvallende incidentele middelen Vanuit de Realisatiestimulans krijgen wij van het Rijk € 7.000 per gestarte bouw van een betaalbare woning.
Over 2025 ontvingen wij daarvoor al bijna € 2 miljoen waarbij het voorstel is dit bedrag in een bestemmingsreserve te storten. Over komende jaren verwachten wij aanvullende uitkeringen. Ook is er meerjarige duidelijkheid over de voorzetting van de klimaat- en energiegelden. De tijdelijke middelen uit de specifieke uitkeringen IZA en GALA krijgen een voortzetting in de nieuwe specifieke uitkering voor het aanvullend zorg en welzijnsakkoord (AZWA). Hiermee kunnen in gang gezette acties zo veel als mogelijk worden doorgezet. Het nieuw voorgestelde beleid rond reserves en voorzieningen én de gangbare doorlichting van de hoogte van de reserves in het begrotingsproces levert naar verwachting een incidentele vrijval op van € 5,0 tot € 7,5 miljoen. Afsluiting De komende jaren ligt er een opgave om tot een structureel sluitende meerjarenbegroting te komen. Hoe groot die opgave precies gaat zijn, is afhankelijk van keuzes die rond bepaalde onderwerpen gemaakt worden én de ambities zoals die blijken uit het nieuwe coalitieakkoord. Naast de lopende projecten uit de financiële en inhoudelijke doorlichting van de begroting zijn naar verwachting aanvullende maatregelen nodig om tot een sluitende meerjarenraming te komen.
Het tot de nieuwe bestuursperiode aangehouden project “doorlichting beleid en subsidies” zou één van deze maatregelen kunnen zijn.
COMMUNICATIE Communicatie volgt in het begrotingsproces
VERVOLG De Kaderbrief 2027-2030 wordt betrokken bij het opstellen van de begroting 2027-2030. Eventuele keuzes die daaruit volgen, worden bij de begrotingsbehandeling aan u voorgelegd.