B NL IMRO 0232 VAA032OosthofzUitw-OBP1 rb2
Tekst van het document
Ecologisch werkprotocol aan:
De heer L. Nikkels
van:
SAB
ons kenmerk:
LEEU/190600.01
datum:
23 mei 2022
betreft:
ecologisch werkprotocol Oosterhof Zuid te Vaassen
AANLEIDING Aan de zuidoostkant van Vaassen bevinden zich agrarische velden, een klein bosgebiedje en een loonwerkbedrijf. De initiatiefnemer is voornemens om op deze locatie nieuwbouw te realiseren. Uit ecologisch onderzoek door SAB blijkt dat in het plangebied een essentiële vliegroute voor vleermuizen aanwezig is en dat net buiten het plangebied een bijburcht of vluchtpijp van een das is gelegen. Daarnaast kunnen algemeen voorkomende vogelsoorten ook in het plangebied tot broeden komen en kunnen er algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën in het plangebied voorkomen. Ondanks de aanwezigheid van deze beschermde essentiële elementen is het goed mogelijk de voorgenomen plannen uit te voeren zonder dat deze essentiële elementen verstoord worden. Ze kunnen in de huidige vorm behouden blijven zolang volgens bepaalde voorwaarden te werk wordt gegaan. Deze voorwaarden moeten vastgelegd worden in een ecologisch werkprotocol. Voorliggend document voorziet hierin. In dit document wordt uiteengezet hoe bepaalde werkzaamheden uitgevoerd moeten worden, zodat een mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen.
pagina 1 van 9
PLANGEBIED Zie navolgende afbeelding voor de ligging van het plangebied.
Luchtfoto met de globale ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: PDOK. Bewerking: SAB.
LOCATIE DASSENHOL TEN OPZICHTE VAN PLANGEBIED Het dassenhol ligt in de groenstrook ten noordoosten van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de exacte locatie van het hol weer.
Ligging van het dassenhol (geel) ten opzichte van het plangebied (rood kader).
pagina 2 van 9
LOCATIE ESSENTIËLE VLIEGROUTE VOOR VLEERMUIZEN TEN OPZICHTE VAN PLANGEBIED De essentiële vliegroute voor vleermuizen is de struweelstrook die van noord naar zuid loopt in het westelijk deel van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de exacte locatie van de vliegroute weer.
Luchtfoto met de essentiële vliegroute van vleermuizen in het plangebied.
VOORSCHRIFTEN De werkzaamheden in het gebied moeten volgens onderstaande voorschriften uit worden gevoerd. Als de werkzaamheden niet volgens het protocol worden uitgevoerd, wordt mogelijk de Wet natuurbescherming overtreden en zou een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn.
VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN
− Stel de uitvoerders op de hoogte van de te treffen ecologische maatregelen uit dit ecologisch werkprotocol [initiatiefnemer] Alle personen die in het plangebied werkzaamheden zullen verrichten, zoals het rooien van groen of realisatie van een woning, moeten op de hoogte worden gebracht van de maatregelen die genomen moeten worden om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Doe dit door dit ecologisch werkprotocol aan al deze partijen te overhandigen en inhoudelijk door te nemen.
pagina 3 van 9
TIJDENS DE WERKZAAMHEDEN
− Ecologisch werkprotocol moet aanwezig zijn op de werklocatie [uitvoerders] Tijdens alle werkzaamheden op de werklocatie die horen bij de geplande ruimtelijke ontwikkeling moet dit ecologisch werkprotocol aanwezig zijn op de werklocatie. Als een toezichthouder of opsporingsambtenaar hierna vraagt moet dit getoond worden. Dassenhol − Richt een bufferzone in voor de das De das is het meest gevoelig voor verstoring binnen 20 meter van zijn hol. Er mogen daarom binnen 20 meter van het dassenhol geen huizen gerealiseerd worden. De dichtstbijzijnde woning komt op circa 50 meter van het dassenhol te liggen. De zone ertussen wordt ingericht als groenzone met gras, bomen en vruchtdragende struiken. De inrichting van de zone staat beschreven in het stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan (SAB, april 2022). Binnen de bufferzone mogen alleen werkzaamheden uitgevoerd worden om de groenzone in te richten. − Pas geschikte beplanting toe in de bufferzone In het inrichtingsplan worden verschillende geschikte boom- en struikensoorten genoemd die in de groenzones toegepast kunnen worden. Het is van belang dat in de bufferzone zo veel mogelijk van de soorten geplaatst worden die een functie hebben voor de das. Dit gaat om de vruchtdragende soorten, zoals de walnoot, hazelaar, meidoorn, lijsterbes en wilde appel.
Het is van belang dat deze soorten in de definitieve inrichting van de groenzone behouden blijven. − Voer alle werkzaamheden binnen 50 meter van het hol overdag uit Alle werkzaamheden binnen 50 meter van het dassenhol kunnen door het hele jaar heen verstorend werken van de das op de momenten dat ze actief worden. Werkzaamheden in dit stuk mogen daarom allen tussen zonsopkomst en zonsondergang (of tot uiterlijk 19:00 uur als de zon later onder gaat) plaatsvinden. Buiten deze periode moeten er geen werkende mensen in deze zone meer aanwezig zijn − Voer heiwerkzaamheden in het hele plangebied overdag uit Heiwerkzaamheden zorgen voor grote verstoring tot op wel 3 kilometer van de bron af. Dit betekent dat heiwerkzaamheden in het hele plangebied verstorend kunnen werken voor een actieve das. Heiwerkzaamheden mogen daarom alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang (of tot uiterlijk 19:00 uur als de zon later onder gaat) plaatsvinden. − Geen uitstralende verlichting richting het dassenhol realiseren Als er verlichting op het dassenhol valt verliest het zijn functionaliteit. Het is daarom belangrijk dat in de groenzone geen verlichting wordt gerealiseerd. Daarnaast moet eventuele straatverlichting van de omliggende straten goed op de straat gericht zijn en niet richting het dassenhol uitstralen.
pagina 4 van 9
Essentiële vliegroute voor vleermuizen − Behoud zo veel mogelijk van de bestaande struweellaag De vleermuizen zijn gewend aan een bepaalde lijnstructuur om zich te verplaatsen tussen hun verblijfplaats en hun foerageergebied. Het is van belang dat alleen iets in de groenstrook gewijzigd wordt als dit echt noodzakelijk is voor de voorgenomen plannen en niet tegen de opvolgende voorschriften in gaan om te voorkomen dat de vliegroute zijn functionaliteit verliest. − Maak maximaal twee nieuwe kleine onderbrekingen in de bestaande struweellaag Vleermuizen zijn in staat om een kleine onderbreking in een lijnvormig element te overbruggen. Dit moeten er echter niet te veel zijn, anders verliest het element zijn beschermende werking. Voor dit plangebied mag de groenstrook op maximaal twee plaatsen onderbroken worden. − Bij de onderbrekingen mogen de groene delen maximaal 5 meter uit elkaar liggen In het meest recente stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan wordt de struweellaag één keer door een fietspad en één keer door een autoweg doorkruist. Vooral bij de autoweg moet er wel naar gestreefd worden om de onderbreking van de struweellaag zo klein mogelijk te maken. Indien het struweel hoog genoeg is en naar de top breder is dan bij de basis, mag bij de basis wel het struweel tot meer dan 5 meter uit elkaar gerooid worden, zolang de toppen maar op minder dan 5 meter uit elkaar liggen.
− Pas zo min mogelijk kunstmatige verlichting toe Maak zo weinig mogelijk gebruik van kunstmatige verlichting in de omgeving van de vliegroute. Zorg dat er geen straatverlichting op de vliegroute zelf gericht wordt. Zorg ook dat bij de onderbrekingen van de vliegroute geen straatverlichting op de kruising geplaatst worden. Als de vliegroute verlicht wordt, verliest het zijn beschermde werking voor vleermuizen en daarmee zijn functionaliteit. Algemeen − Houdt aanwezige vegetatie zo kort mogelijk en houdt het terrein zo vlak mogelijk Door de vegetatie zo kort mogelijk te houden ontstaan geen plekken waar dieren een verblijf- of nestplaats gaan maken. Zo worden dieren zo min mogelijk verstoord bij de werkzaamheden. Door het terrein zo vlak mogelijk te houden, ontstaan bij nat weer geen poelen waarin dieren (voornamelijk amfibieën) zich kunnen vestigen. Indien gaten gegraven moeten worden (voor bijvoorbeeld de fundering) zorg dan dat hier geen water in blijft staan, door het water bijvoorbeeld steeds weg te pompen. − Pas zo min mogelijk kunstmatige verlichting toe Maak zo weinig mogelijk gebruik van kunstmatige verlichting. Richt de lichtbundels van deze kunstmatige verlichting enkel op de bouwplaats en niet op eventuele groenzones en de omliggende omgeving. Richt ook geen lichtbundels naar boven.
pagina 5 van 9
− Als je tijdens het werk in het werkgebied toch een dier ziet dat niet lijkt te vluchten, pak het dier dan voorzichtig op en leg het onder een struik buiten het plangebied [uitvoerders]. In deze fase van de werkzaamheden zijn geen dieren in het werkgebied te verwachten. Als toch een dier aanwezig is, kan het verwond of gedood worden door de werkzaamheden. Dit moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Om dit te voorkomen moet het dier in veiligheid gebracht worden. Onder een struik buiten het plangebied kan het dier beschutting vinden en weer tot rust komen.
COMMUNICATIE Dit werkprotocol dient op de uitvoeringslocatie aanwezig te zijn. De inhoud moet besproken worden met alle betrokken werknemers. Indien arbeiders op de locatie vragen hebben over het protocol of over een situatie die zich voordoet (er wordt bijvoorbeeld een broedende vogel aangetroffen), moeten ze die vraag stellen aan hun leidinggevende. Indien de leidinggevende de situatie niet zelf op de juiste manier kan oplossen, dient de leidinggevende contact op te nemen met de deskundige.
DESKUNDIGE Een deskundige is in dit geval iemand met aantoonbare kennis van en ervaring met Nederlandse flora en fauna (specifiek de gierzwaluw). Deze kennis en ervaring is opgedaan omdat de deskundige: − een HBO of universitaire opleiding heeft genoten met als zwaartepunt de Nederlandse ecologie; − of een MBO opleiding met als zwaartepunt natuurwetgeving, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van soorten; − of als ecoloog werkzaam is bij een ecologisch adviesbureau; − of zich aantoonbaar inzet op het gebied van de soortenbescherming of soortenmonitoring en is aangesloten bij bijvoorbeeld de Vogelbescherming of KNNV. Deskundige van SAB (ecologische begeleiding): Tim Leeuwis Tim.leeuwis@sab.nl 026-3576911
ACHTERGRONDINFORMATIE GEWONE DWERGVLEERMUIS De gewone dwergvleermuis is een kleine vleermuis, met een gewicht van 3,5 tot 8 gram en naar verhouding vrij lange, smalle vleugels, met een spanwijdte van 18 tot 24 centimeter. Zijn vacht is bruin en zijn oren hebben een driehoekige vorm. De onbehaarde huiddelen zijn zwartbruin. De huid rond de ogen en in het oor is duidelijk lichter.
pagina 6 van 9
Gewone dwergvleermuis
ACHTERGRONDINFORMATIE DAS De das heeft een grote, brede kop en een zwaargebouwd gedrongen lichaam. Hij heeft korte poten en een korte, brede, bossige staart. De rug en de flanken hebben een zwart-witte vacht en de onderzijde is geelwit. De kop is wit met twee brede zwarte strepen. Deze lopen vanaf het achterhoofd over de oren en ogen en eindigen in een punt bij de mondhoeken. De das heeft kleine zwarte ogen, kleine wit-zwarte oren en een zwarte neus. Zijn staart is wit en onder de staart zitten geurklieren waaruit een muskusachtige afscheiding kan worden afgegeven. De das heeft stevige tenen met lange, gekromde nagels, waarmee hij uitstekend kan graven. Pasgeboren dassen zijn grijswit, met zijdeachtig haar bedekt en vaak zijn de donkere banden over de ogen al zichtbaar. Na enkele weken is hun vacht gelijk aan die van de volwassen dieren. Oudere dassen worden vaak lichter van kleur.
pagina 7 van 9
Das
ACHTERGRONDINFORMATIE WET NATUURBESCHERMING
ZORGPLICHT
Op basis van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming geldt voor al de in het wild levende soorten altijd de zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor aanwezige soorten zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Naast de zorgplicht is voor een aantal soorten door middel van verboden een aanvullend beschermingsregime opgenomen. Er is een apart beschermingsregime voor vogelrichtlijnsoorten (artikelen 3.1-3.4), voor habitatrichtlijnsoorten (artikelen 3.5-3.9) en voor andere soorten (artikelen 3.10 en 3.11).
BESCHERMING DAS EN VLEERMUISSOORTEN
Voor een aantal soorten is door middel van verboden een beschermingsregime opgenomen in de Wet natuurbescherming. Er is een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (artikelen 3.1-3.4), voor Habitatrichtlijnsoorten (artikelen 3.5-3.9) en voor andere soorten (artikelen 3.10 en 3.11). De vleermuizen vallen onder de Habitatrichtlijnsoorten en de das valt onder ‘andere soorten’. Voor ruimtelijke ingrepen zijn de volgende verboden relevant: het is verboden om van nature in pagina 8 van 9
Nederland in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen, het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze soorten te beschadigen of te vernielen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden deze soorten opzettelijk te storen wanneer dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort. De verboden in de wet zorgen voor een goede bescherming van nesten van alle in het wild levende vogelsoorten tijdens het broedseizoen. Globaal loopt het broedseizoen van half maart tot half augustus, maar ook de nesten van broedende vogels buiten deze periode zijn beschermd. Daarnaast zijn van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd, dus ook als ze niet als broedlocatie worden gebruikt. Het betreft dan over het algemeen soorten die hun nest het gehele jaar als verblijfplaats gebruiken of soorten die niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen.
OPZETVEREISTE
Bij veel van de hierboven genoemde verboden is er sprake van een opzetvereiste. Zo is het verboden om vogelnesten opzettelijk te beschadigen. In de wet wordt bij deze opzet uitgegaan van ‘voorwaardelijke opzet’. Bij voorwaardelijke opzet is men zich bij het handelen bewust van de mogelijke negatieve consequenties, terwijl men de handeling toch uitvoert. Een voorbeeld van voorwaardelijke opzet is iemand die in het voorjaar een boom omzaagt en daarbij ‘per ongeluk’ een vogelnest beschadigt. De persoon had niet de opzet dit nest te beschadigen. Maar in de broedtijd van vogels is er wel een aanzienlijke kans dat er in een boom een vogel nestelt. Er kan daarom toch sprake zijn van opzettelijke beschadiging van het nest; voorwaardelijke opzet.
pagina 9 van 9