B. Bijlage 1 - Afsprakenkader huisvesting aandachtsgroepen
Tekst van het document
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
Hattem
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
Heerde
definitief 02.03.2026 Epe
Deventer
Voorst
Lochem
Apeldoorn Zutphen Brummen
1
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
2
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
Inleiding Het Rijk vraagt gemeenten om verantwoordelijkheid te nemen voor de huisvesting van aandachtsgroepen. Dit is vastgelegd in programma’s als ‘Een Thuis voor Iedereen’, ‘Wonen en Zorg voor Ouderen’ en de nieuwe (nog concept) Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv). Deze wet biedt instrumenten om beter te sturen op wat er wordt gebouwd, waar en voor wie.
De regio Stedendriehoek staat voor een grote opgave op het snijvlak van wonen, welzijn en zorg. Het gaat om een urgente huisvestingsopgave voor mensen die, om uiteenlopende redenen, niet zelfstandig in hun woonbehoefte kunnen voorzien. Het betreft een brede groep inwoners variërend van (dreigend) dakloze inwoners, mensen die uitstromen uit zorg en detentie, mantelzorgers en mensen met een beperking tot arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, ouderen en statushouders. Dit noemen we ook wel aandachtsgroepen.
De bestaande woningmarkt is daar nog niet voldoende op ingericht. Er is sprake van structurele schaarste in de sociale huurvoorraad, beperkte doorstroming, en een mismatch tussen wat inwoners nodig hebben en wat er beschikbaar is. Zonder gezamenlijke regie dreigt deze opgave zich ongericht en onevenwichtig te voltrekken. Met het risico van overbelasting in kwetsbare wijken, toenemende druk op opvangvoorzieningen en groeiende ongelijkheid tussen gemeenten (of steden en dorpen).
Wat deze groepen verbindt is dat zij allemaal behoefte hebben aan een passende en betaalbare woning, vaak in combinatie met nabijheid van zorg, begeleiding of een sociaal netwerk. Deze opgave is geen abstracte opgave op papier: Het speelt zich af in buurten, dorpen en wijken, waar mensen op zoek zijn naar bestaanszekerheid en een thuis.
Tegen deze achtergrond werken in de Stedendriehoek gemeenten samen met hun partners, aan een regionaal afsprakenkader voor de huisvesting van aandachtsgroepen. Dit afsprakenkader richt zich op een evenwichtige verdeling van de huisvesting van aandachtsgroepen. Met als uitgangspunt het fair-shareprincipe: een verdeelsleutel op basis van inwoneraantal, met oog voor realistische uitvoering en toekomstbestendige samenwerking. Zo krijgen alle inwoners, ook de meest kwetsbare, de kans op een passend en waardig thuis.
De maatschappelijke realiteit verandert snel. De laatste jaren zien we een toename van het aantal mensen dat dakloos raakt of op onconventionele plekken woont. Tegelijkertijd heeft het Rijk de afgelopen jaren het zorglandschap sterk hervormd, met onder meer de extramuralisatie van beschermd wonen, jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg tot gevolg. Dat betekent dat inwoners uit onze regio, die eerder in een instelling verbleven, nu (wanneer dat kan) weer zelfstandig in de wijk gaan wonen. Ook is er druk op de uitstroom uit maatschappelijke opvang, detentie en vrouwenopvang: Zonder voldoende doorstroomplekken ontstaan knelpunten in de gehele zorg- en veiligheidsketen.
3
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
Het afsprakenkader In het traject zijn woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties actief betrokken. De regionale afspraken worden in de vervolgfase verder uitgewerkt en verankerd in lokale prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties, zodat de gezamenlijke ambities daadwerkelijk in de uitvoering landen.
Dit afsprakenkader is in 2025 – 2026 tot stand gekomen in een gezamenlijk en zorgvuldig vormgegeven traject. Aan de hand van gesprekken, overleggen en werkateliers (zowel ambtelijk als bestuurlijk) hebben gemeenten, woningcorporaties, zorg-, welzijnsorganisaties en andere regionale partners hun perspectieven, kennis en ervaringen ingebracht. Met behulp van een serious game is in openheid het gesprek gevoerd over de regionale opgave en zijn data en scenario’s voor een evenwichtige verdeling verkend. Dit heeft geleid tot een gedeelde ambitie, meer wederzijds begrip en breed draagvlak voor de gekozen richting. De opbrengsten uit dit proces zijn uitgewerkt in regionale afspraken en bouwstenen die om verdere uitwerking vragen in de regionale en lokale uitvoeringsagenda’s.
Realisme en ambitie Met dit afsprakenkader spreken de negen gemeenten, woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties de ambitie uit om urgente aandachtsgroepen passend te huisvesten. Het uitgangspunt hierbij is scheiden van wonen en zorg: mensen huren en wonen zelfstandig, eventuele zorg wordt los van het wonen georganiseerd. Hiermee wordt eigen regie bevorderd en wonen genormaliseerd. Hierbij zijn tussenvormen mogelijk in afstemming tussen de partners.
Partijen Dit afsprakenkader is een afspraak tussen de acht gemeenten die de Regio Stedendriehoek vormen én de gemeente Hattem1 , hierna de regiogemeenten: • • • • • • • • •
Het huidige woningtekort, beperkte bouwproductie, knellende stikstofregels en netcongestie kunnen echter realisatie van de doelstelling belemmeren en/of vertragen. De negen gemeenten werken daarom met een gefaseerde implementatie, gekoppeld aan monitoring en handvatten voor bestuurlijke interventie. Zo voorkomen we dat belemmeringen leiden tot structureel achterblijven bij de regionale afspraken.
Gemeente Apeldoorn Gemeente Brummen Gemeente Deventer Gemeente Epe Gemeente Heerde Gemeente Hattem Gemeente Lochem Gemeente Voorst Gemeente Zutphen
Dit afsprakenkader vraagt om gezond realisme én een stevige ambitie. De opgaven zijn groot. En deze variëren per gemeente. Dit heeft te maken met de specifieke kenmerken (kansen en belemmeringen) van de betreffende gemeente, zoals: de omvang van de sociale
Hattem is onderdeel van de zorgregio Midden-IJssel / Oost-Veluwe en participeert vanuit die samenwerking in het afsprakenkader. 1
4
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
De uitvoeringsagenda biedt een realistisch handelingsperspectief voor de korte termijn.
woningvoorraad, de omvang van het aantal woningen onder de 1e aftoppingsgrens, de aanwezigheid van voorzieningen en de staat van de sociale infrastructuur. Ook zijn het huidige woningtekort, beperkte bouwproductie, knellende stikstofregels en netcongestie factoren die de realisatie van de ambitie kunnen belemmeren en/of vertragen.
Komen tot de ambitie vraagt meerjarige inspanningen van alle partners in het veld. De uitvoering hiervan ligt primair op gemeentelijk niveau. Omdat partners werken en de opgaven grens overstijgend is, vraagt dit regionale afstemming en coördinatie. Daarom wordt op twee niveaus gewerkt aan uitvoering: via een regionale uitvoeringsagenda 2026-2031 onder verantwoordelijkheid van de regio Stedendriehoek, en via lokale uitvoeringsagenda’s onder verantwoordelijkheid van de afzonderlijke gemeenten.
Als regiogemeenten zien we die factoren en is het belangrijk om realistisch te zijn. Voor sommige gemeenten is de ambitie - verdeling van de aandachtsgroepen op basis van het inwonersaantal - wellicht te groot. We geven elkaar daarom het vertrouwen en de ruimte om elkaar te ondersteunen bij de opgave. We zullen hierover met elkaar actief het gesprek blijven voeren en evalueren de afspraken uiterlijk in 2030.
Bij het zoeken naar oplossingen benutten de regiogemeenten wat mogelijk is, wordt creativiteit en innovatie gestimuleerd, versnellen we waar kansen liggen en versterken we wat lokaal al in gang is gezet. We leren van successen, delen werkbare oplossingen en zetten gezamenlijke stappen. Door data systematischer te verzamelen, te verbinden en te duiden krijgen we meer en beter inzicht in de daadwerkelijke opgave.
Gemeenten en partners werken aan het vergroten van het aantal woonplekken, het organiseren van toewijzing en begeleiding en het versterken van wijken. Tegelijk houden we er rekening mee dat dit de komende jaren niet lukt ondanks grote inspanningen. Tegen deze achtergrond is het daarom zo belangrijk dat al lopende projecten en kansen de korte termijn uitgevoerd worden om zo het volume zo snel mogelijk te laten toenemen.
Monitoring en sturing
De negen gemeenten werken daarom met een gefaseerde implementatie, gekoppeld aan monitoring en handvatten voor bestuurlijke interventie. Zo voorkomen we dat belemmeringen leiden tot structureel achterblijven bij de regionale afspraken.
Via gezamenlijke monitoring en periodieke evaluatie blijven we met elkaar in gesprek over wat lukt, waar het stokt en welke bijsturing nodig is. We spreken daarom af dat we een dashboard ontwikkelen waarin we zicht krijgen op de aantallen en deze kunnen volgen. Door middel van een jaarlijkse rapportage bespreken we de voortgang. Aan het eind van de periode van de eerste uitvoeringsagenda (in 2030) – en halverwege het ingroeipad – evalueren we de kwalitatieve prognoses en kwalitatieve uitgangspunten en waar nodig worden deze 5
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
herijkt. Zo bewaken we samen de balans tussen wat mogelijk is en wat nodig is, en voorkomen we dat realisme leidt tot berusting of dat ambitie losraakt van de uitvoeringspraktijk.
familieverband; dit vraagt om lokale betrokkenheid en een lokale aanpak voor standplaatsen en locaties o Ouderen vormen een lokale huisvestingsopgave, waarbij regionaal wordt afgestemd of er in de Stedendriehoek voldoende passend aanbod is voor verschillende groepen ouderen (zoals vastgesteld in het afsprakenkader ouderenhuisvesting Stedendriehoek).
Uitgangspunten Een thuis voor iedereen: De regiogemeenten onderschrijven dat iedereen recht heeft op een passende woning en ondersteuning indien nodig. Dit vormt de kern van onze gezamenlijke ambitie. • Definities: Elke gemeente werkt met de regionaal opgestelde definities voor de aandachtsgroepen, gebaseerd op de Rijksdefinities (bron: Programma Een thuis voor iedereen). • Afgrenzing fair share en positionering overige aandachtsgroepen De fair share-afspraken in dit afsprakenkader richten zich op de urgente aandachtsgroepen, zie ook de visual “Aandachtsgroepen in beeld”. De overige, niet-urgente aandachtsgroepen zoals arbeidsmigranten, studenten, woonwagenbewoners en ouderen worden niet meegenomen in de fair share. Maar verdienen wel aandacht! •
•
Opgave Stedendriehoek: Voor de regionale opgave hanteren we de situatie in 2024 als referentiejaar. Deze momentopname is het gezamenlijk uitgangspunt voor de opgave ‘huisvesting van aandachtsgroepen’. Onder ‘Aandachtsgroepen in beeld’ laten we zien hoe de regionale opgave tot stand is gekomen: Op basis van cijfers uit verschillende onderzoeken en registraties uit 2024. Waar cijfers ontbraken, hebben we – transparant – aannames gedaan op basis van landelijke data en door te vergelijken met soortgelijke regio’s (Groene Metropoolregio, West-Overijssel en Twente). Deze gezamenlijke set cijfers is door gemeenten en partners met elkaar vastgesteld. Als regio realiseren we ons dat cijfers beperkingen kennen, maar ze bieden wél een gedeeld vertrekpunt om richting te geven aan onze ambitie: De stip op de horizon waar we als regio naartoe werken.
Voor niet-urgente aandachtsgroepen gelden sectorspecifieke routes en/of een lokale opgave: o Studenten worden primair gehuisvest door studentenhuisvesters en particuliere kamerverhuurders. De vraag naar studentenhuisvesting is vooral relevant in gemeenten met onderwijsinstellingen (mbo en hbo). o Arbeidsmigranten (short- en midstay) zijn in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van werkgevers van arbeidsmigranten en particuliere verhuurders. Gemeenten faciliteren hierbij wel fatsoenlijke en veilige woonomstandigheden. o Woonwagenbewoners hebben een specifieke woonwens in
Daarom spreken we ook af om de komende jaren te monitoren, zodat we gaandeweg meer grip krijgen op de werkelijke omvang en dynamiek van de opgave. Met dit beeld kunnen we gericht werken aan meerdere oplossingsrichtingen die landen in een regionale uitvoeringsagenda: Het vergroten van het aanbod (huisvesting), het bouwen aan vitale wijken (woon -en leefklimaat), én slimmer en evenwichtiger toewijzen met – waar nodig – passende zorg en ondersteuning. Het duiden van de opgave onderstreept de urgentie én maakt duidelijk dat we er niet komen door ons alleen te richten op de bestaande sociale huurvoorraad: We moeten ook andere routes en woonsegmenten actief benutten om ‘een thuis voor iedereen’ te realiseren.
6
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
7
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
8
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
Regionale afspraken over de huisvesting van wettelijk urgente aandachtsgroepen De principes van ‘Een Thuis voor Iedereen’: 1. Fair share op basis van inwonertal De regionale opgave voor de huisvesting van wettelijk urgente aandachtsgroepen wordt evenwichtig over de gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners (referentiejaar 2024). Deze verdeelsleutel bepaalt de opgave per gemeente en is de basis voor verdere uitwerking in uitvoeringsagenda’s en prestatieafspraken. Dat betekent dat idealiter jaarlijks alle 1.170 urgent woningzoekenden een woning toegewezen krijgen. De praktijk is echter een groot tekort aan geschikte woonruimte. Zolang er onvoldoende woningen beschikbaar zijn, kunnen niet alle urgente woningzoekenden een woning toegewezen krijgen. Uit de toewijzingen in 2024 blijkt dat 795 urgenten daadwerkelijk een woning toegewezen kregen.
Evenwichtige verdeling over de regio Op basis van inwonertal is per gemeente berekend hoeveel urgente aandachtsgroepen zij moeten huisvesten binnen een evenwichtige regionale verdeling. 9
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
2. Toewijzing: 30% wettelijk urgente aandachtsgroepen
3. Gezamenlijke opgave van gemeenten, corporaties, zorg, welzijn en markt
Regionaal spreken we af dat woningcorporaties toewerken naar het beschikbaar stellen van 30% van de vrijkomende sociale huurwoningen (mutaties) aan urgente aandachtsgroepen, inclusief statushouders. 70% blijft beschikbaar voor reguliere woningzoekenden. Elke gemeente werkt dit uit in lokale prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties, in samenhang met de regionale urgentieregeling en de huisvestingsverordening.
De huisvesting van aandachtsgroepen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partners in het veld van wonen, welzijn en zorg. Niet één partner afzonderlijk is verantwoordelijk voor het realiseren van de ambitie. Het is de optelsom van alle inspanningen van alle partners die leiden tot het gewenste resultaat. Het gaat om inwoners die niet alleen een woonplek nodig hebben, maar ook – waar nodig – begeleiding, ondersteuning en toegang tot zorg. Daarom dragen gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties én marktpartijen (huur en koop) ieder bij vanuit hun eigen rol en mogelijkheden. We richten ons daarbij niet uitsluitend op de sociale huurvoorraad, maar op het realiseren van passende woonplekken in alle segmenten, inclusief tijdelijke woonvormen en oplossingen buiten de klassieke corporatievoorraad.
Wanneer wordt toegewerkt naar het scenario waarin woningcorporaties vanaf 2026 30% van de mutaties in de sociale huur reserveren voor wettelijk urgenten (inclusief statushouders) — met als doel dat circa 70% beschikbaar blijft voor regulier woningzoekenden — is dat een belangrijke en substantiële stap. Tegelijk blijft de capaciteit in dit scenario ontoereikend om de volledige regionale opgave te realiseren. Dit onderstreept dat de regio voor de langere termijn moet toewerken naar een groter aandeel woonplekken voor urgente woningzoekenden. Zolang het doel van het afsprakenkader nog niet is bereikt, blijven wachtlijsten bestaan. Daarom zijn ook op korte termijn (tijdelijk) aanvullende maatregelen nodig. Welke maatregelen dat zijn, werkt de regio gezamenlijk uit in de regionale uitvoeringsagenda.
Om die samenhang te borgen, krijgt het domein zorg en welzijn een volwaardige positie in de governance van deze regionale opgave. We kijken hierbij ook naar de wijze waarop de bestuurlijke betrokkenheid en besluitvorming – nu via het RBO wonen en zorg en P-beraad SGV wonen – is georganiseerd. In de komende periode werken we gezamenlijk toe naar een governance model waarin wonen, zorg en welzijn gelijkwaardig zijn en waarin verantwoordelijkheden, mandaten en besluitvorming helder zijn. De rolverdeling, bijdragen en afspraken, inclusief samenwerkingsafspraken met zorg- en welzijnspartners, leggen we vast in de regionale en lokale uitvoeringsagenda’s. Zo sturen we niet alleen op ‘stenen’, maar vooral op duurzame oplossingen voor mensen.
10
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
11
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
12
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
4. Vitale wijken en sociale basis
6. Solidariteit, lokale context en wederzijds begrip
De gezamenlijke opgave krijgt in de Regio Stedendriehoek vorm in vitale wijken: buurten waar wonen, zorg en welzijn met elkaar verbonden zijn en waar voorzieningen en ontmoeting bijdragen aan een sterke sociale basis. Dat vraagt om gebiedsgericht samenwerken van gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnspartners, marktpartijen én bewoners: Van preventie en vroegsignalering tot passende ondersteuning, en van een geschikte woning tot een leefomgeving die meedoen en herstel stimuleert. We organiseren het niet vóór inwoners, maar mét inwoners en hun netwerken, zodat oplossingen aansluiten bij wat in de wijk werkt. Door kennis, capaciteit en uitvoering te verbinden (formeel en informeel), versterken we leefbaarheid, voorkomen we zwaardere zorg en vergroten we de kans op duurzaam thuis wonen. Deze aanpak ‘vitale wijken’ krijgt een herkenbare plek in de regionale en lokale uitvoeringsagenda en wordt waar passend vertaald naar samenwerkingsafspraken en wijkgerichte plannen.
De regiogemeenten erkennen dat uitgangspositie, draagkracht en lokale omstandigheden verschillen. Om deze verschillen te overbruggen zijn solidariteit en wederzijds begrip belangrijke uitgangspunten. We gunnen elkaar tijd en ruimte om stappen te zetten, spreken elkaar aan op afspraken en zoeken samen naar oplossingen als een gemeente (tijdelijk) achterblijft, zodat de regionale opgave in gezamenlijkheid wordt gedragen.
5. Groeipad t/m 2035
Tegelijk zetten we in op korte termijnoplossingen om de druk op opvang en wachtlijsten al in de komende jaren te verlagen, waarbij we nadrukkelijk verder kijken dan sociale huur en nieuwbouw: ook particuliere huur, beter gebruik van de bestaande voorraad en bijdragen vanuit zorgorganisaties (zoals het benutten van zorgvastgoed en zorglocaties) worden meegenomen.
We hanteren een periode van 10 jaar (t/m 2035) om naar de gewenste verdeling (op basis van inwoneraantal) toe te groeien. Dat geeft gemeenten en partners de ruimte om beleid aan te passen, samenwerkingsafspraken te maken, de woningvoorraad te ontwikkelen en waar nodig tussentijdse oplossingen te realiseren. Tegelijk verliezen we de noodzaak en urgentie op korte termijn niet uit het oog. In deze periode spannen alle partners, gemeenten, woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties, zich maximaal in om meer geschikte woonruimte te creëren en passende zorg en ondersteuning te organiseren. We betrekken daarbij ook andere partijen, zoals ontwikkelaars, bouwers en (particuliere) verhuurders. Niet één partij is verantwoordelijk voor de opgave; juist de optelsom van inspanningen leidt tot de gewenste situatie.
Voor regiogemeenten die nu nog niet volledig kunnen voldoen, betekent dit dat zij zich aantoonbaar inspannen om t/m 2035 voldoende passend aanbod te realiseren en hun bijdrage waar te maken. De periode 2026–2028 benutten zij om via een lokale uitvoeringsagenda een plan van aanpak op te stellen en uit te voeren, inclusief waar nodig beleidsaanpassing, het maken of aanscherpen van prestatieafspraken en het ontwikkelen van alternatieve huisvestingsmogelijkheden.
Dit groeipad t/m 2035 is bedoeld om op te schalen en te versnellen, niet om maatregelen vooruit te schuiven. Daarbij houden we oog voor lokale factoren die de uitvoering beïnvloeden.
13
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
7. Gezamenlijke monitoring en bijsturing De gemeenten in de Regio Stedendriehoek werken (in samenwerking met de provincie Gelderland) met één gezamenlijk datamodel en eenduidige definities, en stellen halfjaarlijks een regionale voortgangsrapportage op. De uitkomsten worden besproken in regionaal bestuurlijk overleg en lokaal teruggekoppeld in de netwerken Wonen, welzijn en zorg. Waar de realisatie achterblijft of ongewenste effecten ontstaan, maken gemeenten en partners een verbeter- of versnellingsplan. Dit volgsysteem moet nog worden ontwikkeld. Daarvoor kijkt de regio ook naar het Rijk.
14
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
Colofon Opdrachtgever: Regio Stedendriehoek Procesbegeleiding: Spectrum Opgave: Huisvesting Aandachtsgroepen Datum: 02.03.2026 Opmaak: Paulien Varkevisser | fotografie & vormgeving, Nijmegen 15
Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
16