CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

996445 Bijlage 9 Nader soortenonderzoek

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Hoofdstraat 117 Epe2.235 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen

Vleermuis- en gierzwaluwonderzoek Hoofdstraat 117 te Epe Projectgegevens Opdr. gvr.: van Vemde Projectontwikkeling Noord-West B.V. Project: 20VEM03 Hoofdstraat 117 Epe Betreft: Vleermuis- & gierzwaluwonderzoek Locatie: Hoofdstraat 117, Epe Opgest.: K. Wegerif, Ecoloog Uitvoering: Ruimte voor Advies BV Contact: 06 39713509, wegerif@ruimtevooradvies.nl Datum: 21 september 2020

1 Aanleiding en doel Onderhavige rapportage beschrijft de resultaten van vleermuisonderzoek en gierzwaluwonderzoek uitgevoerd op de locatie Hoofdstraat 117 te Epe, gemeente Epe.

De initiatiefnemer heeft het voornemen op de bestaande bebouwing aan de Hoofdstraat 117 te Epe te slopen. Hiervoor in de plaats wordt nieuwbouw gerealiseerd. Het pand aan de Hoofdstraat 117 is voorheen in gebruik als kantoor-/boekenhandel. De onderzoekslocatie is gelegen in de bebouwde kom van Epe en is onderdeel van het centrum van Epe. In juni 2020 heeft K. Wegerif, ecoloog van Ruimte voor Advies een ecologische quickscan uitgevoerd om de mogelijke effecten op de beschermde natuurwaarden in kaart te brengen. Uit een quickscan (Ecologische quickscan Hoofdstraat 117 te Epe Ruimte voor Advies, 30 juni 2020) is gebleken dat de bebouwing potentieel geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen en gierzwaluwen. De bebouwing kan als verblijfplaats functioneren voor verschillende vleermuissoorten, zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. Doordat de bebouwing geschikt is als verblijfplaats kunnen de geplande werkzaamheden leiden tot aantasting of vernieling van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen. Door de overhangende nokpannen en andere kopgevels is het pand geschikt als verblijfplaats voor gierzwaluwen. Door de sloop van het pand kunnen jaarrond bechermde nestplaatsen van gierzwaluwen worden vernietigd.

Om vast te stellen of vleermuizen daadwerkelijk gebruik maken van de bebouwing als verblijfplaats is gericht onderzoek uitgevoerd naar vaste rust- en verblijfplaatsen conform de richtlijnen van het Vleermuisprotocol 2017 (opgesteld door o.a. Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging). Dat wil zeggen vijf gerichte, nachtelijke veldbezoeken in geschikte periodes (15 mei -15 juli en 15 augustus- 30 september) en bij gunstige weersomstandigheden om aanwezigheid van vaste rusten verblijfplaatsen van vleermuizen te onderzoeken. Om vast te stellen of gierzwaluwen het pand gebruiken als verblijfplaats is gericht onderzoek uitgevoerd conform de Soortinventarisatieprotocollen van Netwerk Groene Bureaus. Voor het gierzwaluwonderzoek wordt het plangebied drie keer bezocht in de periode 1 juni - 15 juli met een tussenperiode van 10 dagen. Minimaal 1 van de onderzoeken wordt uitgevoerd in de periode 20 jun - 7 juli. De veldbezoeken worden uitgevoerd van twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang. Hieronder volgt een beschrijving van de werkwijze, gevolgd door resultaten en advies.

[1]

21 september 2020

Afb. 1.1: Luchtfoto van het te onderzoeken pand binnen de onderzoekslocatie Hoofdstraat 117 te Epe (rood kader). Bron: GoogleMaps

Epe

Afb. 1.2: Globale ligging onderzoeksgebied (rode cirkel) ten opzichte van het dorp Epe. Bron: GoogleMaps .

[2]

21 september 2020

2 Methode 2.1 Vleermuisonderzoek Op de onderzoekslocatie zijn vijf gerichte inventarisaties uitgevoerd (zie tabel 2.1). Voor het onderzoek zijn de richtlijnen van het meest recente Vleermuisprotocol (versie 2017) gevolgd. De inventarisaties zijn uitgevoerd door K. Wegerif, ecoloog en R. Harleman, natuur- en landschapsdeskundige en beide zijn tevens vleermuisdeskundige in opdracht van bureau Ruimte voor Advies. Voor het vleermuisonderzoek is gebruik gemaakt van een zogenaamde batdetector met opnamefunctie (Pettersson d240x & Echometer Touch 2 Pro met opname functie), verrekijker en zichtwaarnemingen. Tabel 2.1 Overzicht inventarisatiemomenten vleermuizen Hoofdstraat 117, Epe

Datum

Periode-Temp-Weer

Doelsoort inventarisatie

23 jun 2020 14 jul 2020 15 jul 2020 24 aug 2020 16 sep 2020

21.50-00.00, 18-21°C, helder, Z 1 03.30-05.30, 14°C, bewolkt, ZW 2 21.50-00.00, 15°C, helder, NW 1 21.40-23.40, 15°C, helder, ZW 2 20.55-23.00, 15°C, bewolkt, N 3

Vleermuis zomer-/kraamverblijf Vleermuis zomer-/kraamverblijf Vleermuis zomer-/kraamverblijf Vleermuis paarverblijfplaats Vleermuis paarverblijfplaats

2.2 Gierzwaluwonderzoek Binnen het plangebied zijn drie inventariaties uitgevoerd (zie tabel 2.2). Voor deze inventarisatie zijn de richtlijnen uit het Soortinventarisatieprotocollen van Netwerk Groene Bureaus gebruikt. De inventarisaties zijn uitgevoerd door K. Wegerif, ecoloog in opdracht van bureau Ruimte voor Advies. Tabel 2.2 Overzicht inventarisatiemomenten gierzwaluwen Hoofdstraat 117, Epe

Datum

Periode-Temp-Weer

Doelsoort inventarisatie

23 jun 2020 03 jul 2020 13 jul 2020

20.00-22.00, 23°C, helder, Z 1 20.50-22.00, 20°C, half bewolkt, ZW 3 21.50-22.00, 21°C, bewolkt, ZW 2

Jaarrond beschermde nestplaats Jaarrond beschermde nestplaats Jaarrond beschermde nestplaats

3 Resultaten inventarisaties 3.1 Vleermuisonderzoek 3.1.1 Verblijfplaatsen Tijdens de eerste inventarisatie op 6 juni werd geen verblijfplaats vastgesteld. Tijdens dit veldbezoek werden alleen foeragerende vleermuizen waargenomen langs de bomenrij en op het erf. Tijdens de volgende inventarisatie op14 juli werd rond 5:00 een invliegende gewone dwergvleermuis vastgesteld. De gewone dwergvleermuis vloog na enig rondzwermen de bebouwing binnen bij de oostelijke kopgevel van de bebouwing. De invliegopening bevindt zich onder de tweede overhangende gevelpan van boven. Bij de derde inventarisatie op 15 juli werden twee uitvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen uit de meest noordelijke kopgevel.

[3]

21 september 2020

Tijdens de laatste twee onderzoeksmomenten zijn geen paarverblijfplaatsen vastgesteld. Gedurende de onderzoeksrondes werd geen sociale roep gedetecteerd binnen het plangebied. Wel was gedurende de gehele onderzoek er een baltsende gewone dwergvleermuis aanwezig aan de zuid- en westzijde van de Jumbo. Tijdens de eerste rondes werd in de zuidelijke gevel van de Jumbo een invliegende vleermuis waargenomen in deze gevel. Door de aanwezig baltsroepen is vast te stellen dat deze verblijfplaats (buiten het plangebied) fungeert als jaarrond in gebruik zijnde paarverblijfplaats. Tijdens het laatste veldbezoek was weinig activiteit aanwezig van vleermuizen. Tijdens het veldbezoek werd geen bats waargenomen. De eerder vastgestelde verblijfplaats is dus geen paarverblijfplaats. Het is goed mogelijk dat kleine aantallen gewone dwergvleermuizen ook in het najaar gebruik maken van de bebouwing, maar gezien de inventarisatietijdstippen is de kans zeer groot dat de vleermuizen al uitgevlogen waren op moment van inventariseren. De verblijfplaats van de enkele gewone dwergvleermuizen is een zomerverblijfplaats die mogelijk ook wordt gebruikt om te overwinteren. Kleine aantallen vleermuizen kunnen gebruik maken van de ruimte in de spouw en (mits het niet te koud wordt) van de ruimtes onder de dakpannen en achter boeidelen. Als massawinterverblijfplaats is de bebouwing ongeschikt.

Het gaat om gebouwen met een relatief beperkt volume en matige tot slechte isolatiewaarden. Het verstoren en vernietigen van de jaarrond beschermde verblijfplaats betekent een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.5 lid 2 en 4. Voor het verstoren en vernietigen van een vaste rust- en verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is een ontheffing nodig. Een onderdeel van deze ontheffing is een activiteitenplan. In een dergelijk plan wordt onder andere de juiste periode van werken, werkwijze en de mate van compensatie vastgesteld. Conclusie De te slopen bebouwing bevat twee vaste rust- en verblijfplaats die in gebruik zijn door drie gewone dwergvleermuizen. De sloop van de bebouwing zal leiden tot verstoring/vernielen van een beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen. Voor de sloop voor de bebouwing is een activiteitenplan en ontheffing noodzakelijk. 3.1.2 Foerageergebied en vliegroutes Tijdens de veldbezoeken zijn drie soorten vleermuizen waargenomen: laatvlieger, rosse vleermuis, en gewone dwergvleermuis (zie afb. 2.1). De rosse vleermuis werd alleen hoog overvliegend waargenomen gedurende het onderzoek. De laatvlieger werd passerend waargenomen aan de rand van het plangebied, langs de bomenrij langs de Hoofdstraat.

De soort gebruikt de lijnvormige opstand aan de westzijde van het plangebied om zich waarschijnlijk te verplaatsen tussen jachtgebied en verblijfplaats. De laatvliegers verplaatsten zich ‘s avonds van zuid naar noord. De keren dat ze ‘s ochtends werden waargenomen was de vliegrichting omgekeerd. Dit duidt op verblijfplaatsen in het centrum van Epe aangezien de waarnemingen ‘s avonds relatief lang na zonsondergang gedaan werden. De gewone dwergvleermuis was tijdens alle veldbezoeken aanwezig. De meest waargenomen soort tijdens de inventarisaties is de gewone dwergvleermuis, tot maximaal 4-5 exemplaren tegelijk binnen het onderzoeksgebied. De gewone dwergvleermuis werd op verschillende locaties foeragerend vastgesteld. Veelal foerageerde de soort langs de Hoofdstraat en de opgaande beplanting voor de Jumbo. Tijdens het derde veldbezoek werden 4-5 exemplaren foeragerend waargenomen op het erf langs de zuidzijde van het pand. De meeste inventarisaties gaven een vergelijkbaar beeld: kort na

[4]

21 september 2020

uitvliegtijd of voor invliegtijd één tot drie exemplaren boven het erf, verder van deze momenten af soms een tijdelijke piek door passerende dieren en aan het eind van avondbezoeken en begin van ochtendbezoeken zeer weinig tot geen activiteit. De lijnvormige houtopstand aan de westzijde van het plangebied wordt dus door verschillende soorten gebruikt als vliegroute en foerageergebied. Ook wordt er door verschillende soorten vleermuizen gefoerageerd binnen of in de omgeving van het plangebied. Bij de voorgenomen activiteiten worden geen bomen gekapt of lijnvormige beplanting verwijderd. Het plangebied blijft tijdens en na de werkzaamheden geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Echter zal dit wel in mindere mate zijn. Door de realisatie verdwijnt een deel van het foerageergebied. Echter is het plangebied gezien haar stedelijke uitstraling en het ontbreken van groen met zekerheid geen onderdeel van het essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Tijdens de werkzaamheden en bij de realisatie van het appartementencomplex dient wel rekening te worden gehouden met lichtverstoring. De vliegroute langs de bomenrij mag niet méér verstoord worden dan in de huidige situatie. Werken tijdens de nachtelijke uren kan door het gebruik van bouwverlichting verstorend werken op vleermuizen.

Ook dient de vliegroute aan de westzijde van het plangebied niet verstoord te worden door een toename van lichtuitstraling van het erf ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie is de bomenrij al sterk verlicht door straatverlichting. Naar verwachting is er in de toekomstige gebruiksfase geen sprake van een toename in lichtverstoring ten opzichte van de bestaande situatie. Conclusie In en om het plangebied zijn drie soorten vleermuizen foeragerend en/of passerend waargenomen. De lijnvormige beplanting aan de westzijde van het plangebied wordt gebruikt als niet-essentieel foerageergebied en vormt een vliegroute door de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Het plangebied wordt gebruikt als niet-essentieel foerageergebied. De voorgenomen realisatie kan door lichtgebruik negatieve effecten hebben om de functionaliteit (vliegroute en foerageergebied) van het leefgebied van vleermuizen. Lichtverstoring kan optreden door het werken in de nachtelijke uren en een permanente toename van licht rondom de opstanden.

3.2 Gierzwaluwonderzoek Tijdens de eerste inventarisatie zijn binnen het plangebied geen gierzaluwen waargenomen. Er zijn een groep van vijf gierzwaluwen hoog vliegend boven het noordelijke deel van het drop Epe gezien. Ook zijn een aantal gierzwaluwen hoogvliegend gezien ten westen van het plangebied. Tijdens het tweede veldbezoek zijn twee gierzwaluwen hoog vliegend boven het plangebied waargenomen. De soorten foerageerde of waren onderweg naar hun verblijfplaats. Ook zijn ten oosten van het plangebied hoogvliegend foeragerende gierzwaluwen gezien. In het te slopen pand bevinden zich geen verblijfplaatsen van gierzwaluwen.

[5]

21 september 2020

4 Conclusie en advies Algemeen •

Voor de sloop van de is een ontheffing nodig. Er moet zoveel mogelijk gewerkt worden buiten de kwetsbare periode van de vleermuizen. Sloop van de werkzaamheden dient daarom plaats te vinden in april of tijdens de paarperiode (half augustus - begin oktober), te bepalen door een vleermuisdeskundige.

•

Uiteraard geldt bij de uitvoering de algemene zorgplicht en overige aanbevelingen die volgen uit de quickscan. Dit laatste betreft voornamelijk de aanwezigheid van broedvogels tijdens het broedseizoen.

Verblijfplaatsen •

In de te slopen bebouwing bevindt zich twee zomerverblijfplaatsen (mogelijk ook winterverblijfplaats) in gebruik door drie gewone dwergvleermuizen;

•

Door de sloop van de bebouwing wordt de verblijfplaats van 3 gewone dwergvleermuizen verstoord en vernietigd. Dit is verboden onder de Wet natuurbescherming. Om de sloopwerkzaamheden uit te voeren is een ontheffing en activiteitenplan noodzakelijk.

Foerageergebieden en vliegroutes

[6]

•

De werkzaamheden en ontwikkelingen leiden mogelijk tot het verstoren van een belangrijke vliegroute en niet-essentieel foerageergebied van vleermuizen;

•

Geslotenheid en donkerte mogen niet te veel worden aangetast om negatieve effecten op de functionele leefomgeving te voorkomen. Bij de herinrichting dient hier rekening mee te worden houden. Zo dient er spaarzaam te worden omgegaan met verlichting op en rondom het erf;

•

Er wordt geadviseerd om spaarzaam te zijn met verlichting binnen het plangebied om lichtverstoring te voorkomen. Indien het gebruik van verlichting toch gewenst wordt dient te worden gebruikt gemaakt van zogeheten amberkleurige ‘bat-lampen’ of afschermende armaturen en met een beperkte verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter. De verlichting mag ten alle tijden niet gericht zijn op de boomkronen;

•

Tijdens de werkzaamheden kan enige mate van verstoring voorkomen door het gebruik van verlichting. De kans op verstoring van de vliegroutes treedt alleen op in de schemering en nachtelijke uren in de actieve periode van vleermuizen (globaal april -november). Is het werken in de avond- en vroege morgenuren onvermijdelijk, dan zijn maatregelen met betrekking tot verlichting vereist. Dit kan door het gebruik van amberkleurige verlichting of afschermende armaturen zoals eerder besproken. In de periode december -maart zijn vleermuizen normaal gesproken niet actief en zijn deze maatregelen niet nodig;

•

Een toename van lichtverstoring ter hoogte van de Hoofdstraat dient voorkomen te worden omdat er anders sprake is van aantasting van een vliegroute van diverse soorten vleermuizen. Voor deze overtreding dient dan eveneens een ontheffing te worden aangevraagd en een activiteitenplan te worden opgesteld. Bevoegd gezag zal waarschijnlijk de ontheffing niet verlenen doordat er alternatieven mogelijk zijn waarbij verstoring wordt voorkomen.

21 september 2020

Z

Legenda Verblijf-, foerageer- en vlieglocatie

Z

Afb. 3: Aanwezigheid van beschermde soorten in 2020. Bron ondergrond: GoogleMaps

Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Tweekleurige vleermuis Gewone grootoorvleermuis Rosse vleermuis Anders.... Buiten plangebied lettercodering w = winter-; k = kraam-; z = zomer-; p = paarverblijf

[7]

21 september 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14276110/1