CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

995404 Jaarstukken 2023 Raad aangepast

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Hamerstuk: Jaarstukken35.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

80

71

4 | Leefbaar en Veilig Bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Werkelijk 2023

Verschil 2023

Lasten

2.686

2.877

2.933

-56

Baten

12

12

-

-12

-2.674

-2.865

-2.933

-68

Saldo

Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel - is een nadeel bedragen in € 1.000 Lasten: ·

Niet van toepassing

Baten: ·

Niet van toepassing

72

5 | Ruimte en Wonen Bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Werkelijk 2023

Lasten

6.077

6.499

4.800

1.700

Baten

5.155

5.113

3.562

-1.551

-922

-1.387

-1.238

149

Saldo

Verschil 2023

Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel - is een nadeel bedragen in € 1.000 Lasten: · De hogere lasten in verband met het aanleggen van bronbemaling bij de milieustraat. In de tweede voortgangsrapportage is een groot deel van dit bedrag reeds vermeld.

-50

· De directe personele kosten van de afdelingen Ruimte en Samenleving zijn toegerekend aan de programma’s. Ten opzichte van de begroting is er een nadeel ontstaan. Het grootste onderdeel hiervan zijn de salariskosten. Een totaalanalyse van de salariskosten staat in bijlage 1.

-185

· Door de coronacrisis zijn op dit programma uitgaven verantwoord die niet waren begroot. Deze extra uitgaven worden gedekt uit de ingestelde reserve. De onttrekking aan de reserve is verantwoord op programma resultaatbestemming.

-80

· Er zijn minder kosten met betrekking tot de bouwgrondexploitatie uitgegeven dan begroot. Dit heeft te maken met de budgettering waarbij de gehele te verwachten kosten in één jaar worden begroot. Hierdoor is er een significante afwijking in de begrote en werkelijke lasten op het gebied van bouwgrondexploitatie. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Bouwgrondexploitatie.

1.942

Baten: · Er is bouwgrond verkocht waarmee geen rekening was gehouden in de begroting. Het gerealiseerde voordeel wordt in de reserve structuurvisies dorpscentra gestort, zodat dit geen invloed heeft op het resultaat van de jaarrekening. De opbrengst is nodig voor de dekking van (hogere) kosten van het project.

370

· In de begroting is rekening gehouden met een dekking door rijksmiddelen voor uitgaven voor de Omgevingswet. Deze middelen zijn via de algemene uitkering ontvangen (verantwoord op het programma algemene dekkingsmiddelen), waardoor de baten lager uitvallen op dit programma.

-200

· De lagere baten uit bouwgrondexploitatie komen tot stand doordat er minder activiteiten hebben plaatsgevonden binnen het grondbedrijf dan begroot. Zie ook de toelichting onder de lasten.

-1.877

73

6 | Epe op orde Bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Werkelijk 2023

Verschil 2023

Lasten

7.824

7.821

7.676

145

Baten

1.263

1.263

1.442

179

-6.561

-6.558

-6.234

324

Saldo

Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel - is een nadeel bedragen in € 1.000 Lasten:

.

· De kosten van het groot onderhoud van wegen worden in de begroting opgenomen voor een gemiddeld bedrag van de kosten over twintig jaar. Het werkelijke onderhoud wordt uitgevoerd op basis van inspectie van de wegen en het bijdragen in projecten. Hierdoor zijn in sommige jaren de werkelijke kosten van het groot onderhoud lager dan het gemiddelde, in andere jaren hoger dan het gemiddelde. De afwijking van het gemiddelde bedrag wordt verrekend met de reserve groot onderhoud wegen. Hierdoor ontstaat een gelijk blijvende last voor het onderhoud door de jaren heen. In 2023 zijn minder kosten gemaakt dan gemiddeld.

230

· De hoge energieprijzen die in 2022 ontstonden hebben ook in 2023 een doorwerking gehad. Hierdoor zijn de werkelijke kosten voor openbare verlichting veel hoger uitgekomen dan begroot, de kosten van openbare verlichting bestaan voor het grootste deel uit electriciteitskosten. In de begroting 2023 was (op programma 11) via een kostenverhogende stelpost wel rekening gehouden met de aanhoudend hoge energieprijzen. Doordat deze stelpost vrijvalt leidt dit per saldo in de jaarrekening niet tot een nadeel.

-223

· Voordeel kapitaallasten: in bijlage 2 is een totaalanalyse van de kapitaallasten opgenomen.

331

Baten: · In 2023 zijn de werkelijke opbrengsten uit begraafrechten en de ontvangen afkoopsommen voor het onderhoud van graven lager uitgekomen dan het gemiddelde waarop de begroting gebaseerd was. Dit komt omdat in 2023 nabestaanden minder vaak het grafrecht hebben verlengd voor 20 of 10 jaar en er ook minder uitgiften van nieuwe graven heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn de kosten van onderhoud door indexatie hoger uitgekomen dan begroot. Als gevolg hiervan heeft er een onttrekking plaatsgevonden in de voorziening begraven. De hogere kosten aan de lastenkant en de lagere inkomsten aan de batenkant worden gecompenseerd door de voorziening begraven waarmee er geen effect op het saldo van de jaarrekening is.

61

· De verkoop van hout uit de gemeentelijke bossen heeft in 2023 meer opgebracht dan in de begroting aangenomen. Daarnaast is een afrekening uit 2022 ontvangen vanuit de Subsidieregeling Natuur en Landschap. Dit leidt tot een voordeel in deze jaarrekening.

70

74

7 | Duurzaamheid Bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Werkelijk 2023

Lasten

8.113

8.344

8.301

43

Baten

7.866

8.213

7.959

-254

-247

-131

-342

-211

Saldo

Verschil 2023

Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel - is een nadeel bedragen in € 1.000 Lasten: · Het beheer en onderhoud van het rioolstelsel in de gemeente wordt uitgevoerd op basis de in het gemeentelijk watertakenplan opgenomen activiteiten en budgetten. De werkelijke kosten hiervoor in 2023 waren hoger dan begroot. Dit komt voor het overgrote deel door de hoge energieprijzen. In een deel van het gemeentelijk rioolstelsel wordt voor de doorstroming gebruik gemaakt van pompen en gemalen. Deze zijn afhankelijk van electriciteit.

-196

Dit leidt tot een nadeel op dit programma maar heeft door de verrekening met de voorziening geen effect op het resultaat van de jaarrekening. · Voordeel kapitaallasten: in bijlage 2 is een totaalanalyse van de kapitaallasten opgenomen.

197

Baten: · De opbrengsten uit de afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en overige bijdragen en vergoedingen in het kader van de grondstoffeninzameling zijn lager geweest dan de inschatting die gemaakt is bij de begroting. Dit komt doordat de aantallen aanbiedingen van minicontainers waarmee in de begroting rekening werd gehouden in de praktijk in 2023 lager is uitgekomen. Daarnaast is de opbrengst vanuit de vergoeding voor de inzameling van PMD lager door het hoge afkeurpercentage van deze afvalstroom. Het nadeel in de opbrengst kan voor een deel worden verrekend met de reserve afval. Daarmee is de invloed op het jaarrekeningresultaat € 52.000.

-380

75

8 | Toezicht en Handhaving Bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Werkelijk 2023

Verschil 2023

Lasten

551

622

1.148

-526

Baten

80

80

155

75

-472

-543

-993

-451

Saldo

Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel - is een nadeel bedragen in € 1.000 Lasten: · De directe personele kosten van de afdelingen Ruimte en Samenleving zijn toegerekend aan de programma’s. Ten opzichte van de begroting is er een nadeel ontstaan. Het grootste onderdeel hiervan zijn de salariskosten. Een totaalanalyse van de salariskosten staat in bijlage 1.

-416

Baten: · Niet van toepassing

76

9 | Bedrijvigheid Bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Werkelijk 2023

Verschil 2023

Lasten

965

1.010

1.308

-298

Baten

46

46

186

140

-919

-964

-1.122

-158

Saldo

Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel - is een nadeel bedragen in € 1.000 Lasten: · De directe personele kosten van de afdelingen Ruimte en Samenleving zijn toegerekend aan de programma’s. Ten opzichte van de begroting is er een nadeel ontstaan. Het grootste onderdeel hiervan zijn de salariskosten. Een totaalanalyse van de salariskosten staat in bijlage 1.

-87

· Door de coronacrisis zijn op dit programma uitgaven verantwoord die niet waren begroot. Deze extra uitgaven worden gedekt uit de reserve Herstel- en stimuleringsagenda. De onttrekking hiervoor is verantwoord op het programma resultaatbestemming.

-95

· Bij de begroting was nog geen rekening gehouden met de Bedrijven Investering Zone (BIZ). De besluitvorming vond later plaats dan vaststelling van de begroting. Het doel van de BIZ is economische versterking van de centra van Epe en Vaassen. Deze ontwikkeling is reeds toegelicht in de eerste voortgangsrapportage 2023. Tegenover de hogere uitgaven staan hogere inkomsten door de BIZ-heffing bij de ondernemers.

-78

Baten: · De BIZ subsidiebeschikking is reeds toegelicht in de voortgangsrapportage. Het gaat hier om niet begrote inkomsten, waarbij Tribuut de heffing bij de ondernemers uitvoert.

78

77

10 | Weer aan het werk Bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Werkelijk 2023

Verschil 2023

Lasten

16.507

16.957

18.711

-1.753

Baten

7.411

7.411

7.797

387

-9.096

-9.547

-10.913

-1.366

Saldo

Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel - is een nadeel bedragen in € 1.000 Lasten: · Er is in 2023 een hele lichte stijging geweest (+ 3,5%) van het aantal inwoners die een BUIG-uitkering heeft (WWB, IOAW, IOAZ, BBZ). Ondanks deze stijging zijn de kosten van de uitkeringen lager dan begroot en ontstaat er een voordeel op de lasten. Het resultaat wordt verrekend met de reserve BUIG en heeft daardoor geen invloed op het resultaat van de jaarrekening.

596

· De verstrekking van loonkostensubsidies is hoger uitgevallen als gevolg van de toegenomen begeleiding van mensen naar werk.

-278

· Door de energiecrisis heeft Epe besloten om huishoudens die een inkomen hebben tot 130% van het minimumloon te compenseren voor de gestegen energielasten (de zogenaamde Energietoeslag), dit wordt grotendeels gecompenseerd door een extra bijdrage van ruim € 2 miljoen voor 2023 van het Rijk via de algemene uitkering (verantwoord op programma algemene dekkingsmiddelen). Het nadeel dat ten laste van de gemeente komt, wordt verrekend met de reserve Minimabeleid.

-1.692

· Door een hogere indicatie van het aantal mensen voor beschut werk en de inzet van werkervaringsplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn de kosten voor de uitvoering door Lucrato hoger dan begroot.

-147

· De integratie uitkering WSW is in de mei- en septembercirculaire via de algemene uitkering naar boven bijgesteld met € 390.000. Lucrato die de WSW uitvoert voor o.a. gemeente Epe ontvangt deze verhoging van de middelen die voor de uitvoering bestemd zijn. De middelen gaan dus een op een door naar Lucrato. Daartegenover is een bijdrage van € 146.000 in het begrote tekort van Lucrato niet nodig door een positief jaarrekeningsaldo van Lucrato. Per saldo, naast kleine andere verrekeningen, een nadeel van € 258.000.

-258

· De taken binnen schuldhulpverlening zijn uitgebreid en via een aanbesteding uitbesteed; daarvoor is extra budget beschikbaar gesteld. In 2023 is de basisdienstverlening schuldhulpverlening conform de aanbesteding uitgevoerd. Wegens niet ingevulde vacatures is in 2023 geen invulling gegeven aan de extra dienstverlening zoals de inzet rondom wanbetalersregeling. In 2024 wordt hier alsnog uitvoering aan gegeven.

127

· De directe personele kosten van de afdelingen Ruimte en Samenleving zijn toegerekend aan de programma’s. Ten opzichte van de begroting is er een nadeel ontstaan. Het grootste onderdeel hiervan zijn de salariskosten. Een totaalanalyse van de salariskosten staat in bijlage 1.

-220

Baten: · Elk jaar wordt op basis van voorgaande jaren een inschatting gemaakt van het bedrag dat Epe ontvangt van het Rijk voor de BUIG. Deze is dit jaar hoger uitgevallen omdat tussentijds een correctie heeft plaatsgevonden op basis van actuelere cijfers. De stijging van het minimumloon, waarin het Rijk compenseert, is daar een belangrijke factor in. Daarnaast is er een lichte stijging van het aantal inwoners die gebruik maakt van een BUIG uitkering en daarom wordt er ook meer van het Rijk ontvangen. Dit levert een voordeel op in de baten. Het resultaat wordt verrekend met de reserve BUIG en heeft daardoor geen invloed op het resultaat van de jaarrekening.

277

78

11 | Bestuur en organisatie Bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Werkelijk 2023

Verschil 2023

Lasten

5.365

5.353

4.068

1.285

Baten

303

303

395

92

-5.062

-5.050

-3.673

1.377

Saldo

Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel - is een nadeel bedragen in € 1.000 Lasten: · Bij het opstellen van de begroting 2023 is rekening gehouden met hogere uitgaven als gevolg van de explosieve toename van de energietarieven, door een algemene stelpost op programma 11 op te nemen. Deze stelpost is voor alle programma's. Budgetoverschrijdingen als gevolg van stijgende kosten in de individuele programma's, worden hiermee gedekt. Per saldo is een licht beperkt ontstaan. Van het Rijk zal nog een (beperkte) compensatie worden ontvangen voor de hogere energietarieven als gevolg van het opzeggen van het Gazprom contract. De aanvraag voor deze compensatie wordt door de regio gedaan. Op dit moment is nog niet bekend voor welk bedrag gemeente Epe gecompenseerd zal worden; dit is derhalve niet in het resultaat 2023 opgenomen.

1.100

· In jaarrekening 2022 is een voorziening gevormd voor de wachtgeldverplichting aan oud-wethouders. Het in 2023 uitgekeerde wachtgeld komt hierdoor niet meer ten laste van de exploitatie.

326

· De voorziening wachtgeld is herrekend op basis van nieuwe informatie na balansdatum. Als gevolg van een wijziging in de uitgangspunten is sprake van verlenging van de huidige wachtgeldvoorziening tot aan pensioendatum. Een eerste indicatieve berekening geeft aan dat de omvang van de totale verplichting naar verwachting ongeveer € 500.000,- bedraagt.

-500

· Door stijging van de rente is een lagere toevoeging aan de pensioenvoorziening voor politieke ambtsdragers nodig dan begroot.

132

· De kosten van de gemeenteraad en adviescommissies vallen lager uit dan begroot door twee oorzaken: een andere verwerkingswijze van de aanschaf van ICT middelen voor de raad en doordat het structurele werkbudget van de griffie (voor cursussen, congressen en advieskosten) niet volledig is besteed.

99

· In de begroting is een stelpost opgenomen in verband met beperking van de toerekening van apparaatskosten aan de grondexploitatie en investeringswerken (per saldo € 103.000). De realisatie van deze post vindt plaats doordat in 2023 minder uren zijn toegerekend aan grondbedrijf en investeringen. De extra realisatie in 2023 bedraagt € 87.000 (nadelig, meer toegerekend aan de exploitatie).

103

· De directe personele kosten van de afdelingen Ruimte en Samenleving zijn toegerekend aan de programma’s. Ten opzichte van de begroting is er een voordeel ontstaan. Het grootste onderdeel hiervan zijn de salariskosten. Een totaalanalyse van de salariskosten staat in bijlage 1.

111

Baten: · De opbrengst leges voor reisdocumenten valt hoger uit doordat er meer reisdocumenten zijn aangevraagd dan begroot. Hiertegenover staat een hogere afdracht aan leges (€ 48.000).

98

79

Algemene dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Werkelijk 2023

Verschil 2023

Lasten

663

502

996

-494

Baten

70.907

71.111

75.379

4.269

70.244

70.608

74.383

3.775

Saldo

Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel - is een nadeel bedragen in € 1.000 Lasten: · De interne rentelasten (rente over 'eigen financiering', reserves en voorzieningen) vallen hoger uit dan geraamd. Door een lagere doorberekening van de rente aan de programma's ontstaat een voordeel op de programma's, maar een nadeel op dit programma. De interne rentelasten worden als bespaarde rente toegevoegd aan het totaal van de reserves en voorzieningen; in bijlage 2 is een totaalanalyse van de kapitaallasten (rente en afschrijving) opgenomen.

-380

Baten: · De bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen valt hoger uit dan begroot. Het totaal aan eigen financieringsmiddelen was hoger dan begroot. De bespaarde rente, een voordeel van € 511.000, voegen we toe aan de reserves. Daardoor heeft dit geen invloed op het saldo van de jaarrekening.

511

· De externe rentebaten vallen hoger uit dan geraamd (in de begroting was rekening gehouden met een rentelast). Er is sprake van een voordeel van € 447.000. Dit betreft onder andere ontvangen externe rente met betrekking tot schatkistbankieren.

447

· Bij de vaststelling van de OZB-tarieven voor 2023 is gewerkt met een inschatting van de nieuwe WOZ-waarden. Die vielen hoger uit dan destijds (september 2022) verwacht. De raad is daarover eind 2022 geïnformeerd. Toen is aangegeven dat de meeropbrengst over 2023 gereserveerd zal worden en in mindering gebracht wordt op de te heffen OZB van 2024. In de voortgangsrapportage is de verwachte meeropbrengst over 2023 op € 110.000 geraamd (€ 100.000 voor opbrengst OZB woningen en € 10.000 voor opbrengst OZB niet-woningen eigenaar). De werkelijke meeropbrengst komt € 22.000 hoger uit dan verwacht.

132

· De raming van de algemene uitkering is gebaseerd op de meicirculaire 2022. De daarop volgende circulaires (in 2022 en 2023) leveren een voordeel op. Hier staan voor een deel ook hogere uitgaven tegenover. In de eerste en tweede voortgangsrapportage is hierover gerapporteerd. Het gaat o.a. om extra middelen voor de verwachte onderschrijding van het plafond van het BTW-compensatiefonds, compensatie voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen, (extra) middelen voor nieuwe taken en de energietoeslag voor inwoners met een laag inkomen.

3.011

80

Overhead Bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Werkelijk 2023

Verschil 2023

Lasten

14.055

14.180

13.558

623

Baten

662

315

708

392

-13.393

-13.865

-12.850

1.015

Saldo

Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel - is een nadeel bedragen in € 1.000 Lasten: · Vanaf 1 januari 2022 kunnen medewerkers hun bovenwettelijke vakantie-uren sparen om deze op een later moment op te nemen. In jaarrekening 2022 is een voorziening gevormd voor de verplichting voor de gespaarde verlofdagen. In 2023 is voor een bedrag van €119.000 aan verlofuren gespaard.

-119

· De energiekosten van gemeentehuis zijn gestegen door hogere tarieven. Deze stijging wordt gedekt door de algemene stelpost voor stijgende energietarieven op programma 11.

-119

· Voor ex-medewerkers die deelnemen aan de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) moet een voorziening worden getroffen voor de financiële verplichting die de gemeente heeft tegenover deze ex-medewerkers en de fiscus tot aan de AOW-datum.

-107

· De reiskostenvergoeding voor medewerkers is met terugwerkende kracht ingegaan per 1 juli 2023. De kosten hiervan bedragen €100.000 en worden gedekt door middelen in de begroting, die gereserveerd waren voor inhuur ter overbrugging van openstaande vacatures. Dit wordt ter informatie opgenomen en heeft geen invloed op het saldo. · Door de teams is meer uitgegeven aan individuele cursussen en opleidingen van medewerkers dan begroot, wat deels het gevolg is van de toename van het aantal medewerkers. Vanwege krapte op de arbeidsmarkt is er in 2023 ook voor gekozen om onervaren kandidaten aan te nemen en deze zelf op te leiden.

-96

· De directe personele kosten van de afdelingen Ruimte en Samenleving zijn toegerekend aan de programma’s. Ten opzichte van de begroting is er een voordeel ontstaan. Het grootste onderdeel hiervan zijn de salariskosten. Een totaalanalyse van de salariskosten staat in bijlage 1.

1.217

· Voordeel kapitaallasten: in bijlage 2 is een totaalanalyse van de kapitaallasten opgenomen.

91

Baten: · Inkomsten gerelateerd aan voormalig personeel zijn hoger uitgevallen dan begroot. De hieraan gerelateerde lasten zijn ook hoger (€ 202.000) dan begroot. Het nadelige saldo wordt gecompenseerd door een hogere onttrekking aan de reserve langdurig zieken/voormalig personeel.

139

· In 2024 zal een aanvraag voor tegemoetkoming voor het nadeel van de hogere energietarieven in 2022 en 2023, door het voortijdig opzeggen van het contract met SEFE Energy (voorheen Gazprom) (naar aanleiding van het 5e sanctiepakket van de Europese Unie tegen Rusland), worden gedaan. De verwachting is dat gemeente Epe een netto compensatie van €100.000 zal ontvangen, welke als nog te ontvangen bedrag in de balans is opgenomen.

100

· De directe personele kosten van diverse afdelingen zijn toegerekend aan de programma’s. Ten opzichte van de begroting is er een voordeel ontstaan door ontvangen baten (zwangerschapsuitkering). Het grootste onderdeel hiervan zijn de salariskosten. Een totaalanalyse van de salariskosten staat in bijlage 1.

80

Verplichte indicatoren Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma. Indicator

2020

2021

2022

2023

Overheadkosten Begroot

12,2%

10,7%

12,7%

12,1%

11,5%

12,9%

13,5%

10,7%

De overheadkosten zoals begroot op taakveld 0.4 gedeeld door het totaal saldo van lasten (exclusief toevoegingen aan reserve). Overheadkosten Werkelijk * De overheadkosten zoals verantwoord op taakveld 0.4 gedeeld door het totaal saldo van lasten (exclusief toevoegingen aan reserve).

81

Resultaatbestemming Bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Werkelijk 2023

Verschil 2023

Lasten

20.125

23.800

27.306

-3.506

Baten

20.396

25.824

28.612

2.788

271

2.024

1.306

-718

Saldo

Onder de 'mutaties in de reserves' wordt weergegeven welke toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zijn gedaan in de jaarrekening. Het betreffen toevoegingen en onttrekkingen die zijn opgenomen in de begroting of uitvoering zijn van bestaand beleid. In onderstaande analyse worden de grotere afwijkingen (> € 100.000) tussen de begrote en werkelijke toevoegingen en onttrekkingen vermeld. Met het vaststellen van de jaarstukken gaat de gemeenteraad akkoord met de afwijkingen in de toevoegingen en onttrekkingen. Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel - is een nadeel bedragen in € 1.000 Lasten (toevoegingen aan reserves): · Aan de reserve ICT is conform de gangbare werkwijze een aantal (per saldo) niet bestede ict-budgetten toegevoegd, zodat deze beschikbaar blijven voor de geplande projecten en uitvoering van de ict werkzaamheden. Daarnaast is het beschikbaar gestelde budget voor de aanschaf van een vastgoedbeheersysteem aan de reserve toegevoegd. Hierdoor is er een hogere toevoeging aan de reserve ict dan begroot.

-130

· De vaststelling van de OZB-tarieven voor 2023 is gedaan met een inschatting van de nieuwe WOZ-waarden. Die vielen hoger uit dan destijds (september 2022) verwacht. De raad is daarover eind 2022 geïnformeerd. Toen is aangegeven dat de meeropbrengst over 2023 gereserveerd zal worden en in mindering gebracht wordt op de te heffen OZB van 2024. Rekening gehouden werd met een bedrag van € 100.000. Dit bedrag is daarom toegevoegd aan de reserve OZB.

-100

· De kosten van het groot onderhoud van de wegen worden in de begroting opgenomen voor een gemiddeld bedrag van de kosten over twintig jaar. Het werkelijke onderhoud wordt uitgevoerd op basis van inspectie van de wegen en het bijdragen in projecten. Hierdoor zijn in sommige jaren de werkelijke kosten van het groot onderhoud lager dan het gemiddelde, in andere jaren hoger dan het gemiddelde. De afwijkingen van het gemiddelde bedrag worden verrekend met de reserve groot onderhoud wegen. Hierdoor ontstaat een gelijk blijvende last voor het onderhoud door de jaren heen. In 2023 zijn minder uitgaven gedaan dan gemiddeld, waardoor een toevoeging aan de reserve is gedaan.

-173

· In de begroting was een budget opgenomen (toevoeging aan de reserve huisvesting vluchtelingen, statushouders en overige doelgroepen) voor uitvoeringscapaciteit en begeleiding bij de huisvesting van de vluchtelingen. Bij de bepaling van het saldo 2023 van de inkomsten en uitgaven voor huisvesting van vluchtelingen, zal deze post worden betrokken. Hiermee is deze post onderdeel van het voorstel voor de resultaatbestemming bij de vaststelling van de jaarstukken.

115

· Vanuit het Rijk zijn financiële middelen ontvangen om problemen binnen de jeugdzorg aan te pakken (hervormingsagenda). Dit bedrag is in 2023 voor een deel niet besteed, de niet bestede middelen zijn (conform de methodiek in de begroting) toegevoegd aan de reserve hervorming jeugdzorg/Wmo.

-187

· De rijksbijdrage voor de uitvoering van de BUIG is dit jaar hoger uitgevallen dan verwacht, omdat tussentijds een correctie heeft plaatsgevonden op basis van actuelere cijfers. De stijging van het minimumloon, waarin het Rijk compenseert, is daar een belangrijke factor in. Daarnaast is er een lichte stijging van het aantal inwoners die gebruik maakt van een BUIG uitkering en daarom wordt er ook meer van het Rijk ontvangen. Dit levert een voordeel op in de baten. Het resultaat is verrekend met de reserve BUIG.

-110

· Er is bouwgrond verkocht waarmee geen rekening was gehouden in de begroting. Het gerealiseerde voordeel is in de reserve structuurvisies dorpscentra gestort. De opbrengst is nodig voor de dekking van (hogere) kosten van het project.

-370

· Een deel van het gereserveerde bedrag voor knelpunten in de organisatie en voor organisatieontwikkeling is niet ingezet in 2023. Het niet ingezette deel is toegevoegd aan de nieuwe reserve organisatieontwikkeling (door overheveling uit de reserve langdurig zieken/voormalig personeel). Dit is conform het besluit van de raad bij de vaststelling van de begroting 2024.

-259

· Voor het krediet dat de raad in 2022 beschikbaar heeft gesteld voor de uitgaven van huisvesting van vluchtelingen, statushouders en overige doelgroepen, was in 2022 de toevoeging begroot aan de reserve dekking kapitaallasten (overheveling vanuit de reserve huisvesting). Omdat het grootste deel van de uitgaven pas plaats vindt na 2022 heeft de werkelijke toevoeging aan de reserve plaats gevonden in 2023.

-1.778

· Aan de reserve egalisatie opbrengst bouwleges is een hoger bedrag toegevoegd dan begroot, vanuit de beleidslijn waarbij de extra opbrengsten uit omgevingsvergunningen boven € 795.000 (prijspeil 2023) aan de reserve worden toegevoegd.

-90

82

Baten (onttrekkingen aan reserves): · Omdat de uitgaven en investeringen die uit de reserve ICT worden gedekt, per saldo lager waren dan geraamd (bijvoorbeeld door het nog niet afronden van een project), is ook de dekking (onttrekking) uit de reserve ICTinvesteringen lager.

-135

· Omdat de vervanging van de openbare verlichting cyclisch (op projectbasis) plaats vindt, fluctueren de jaarlijkse lasten hiervan. Doordat de uitgaven in 2023 hoger waren dan het gemiddelde, is ook de dekking uit de reserve hoger.

152

· Voor het realiseren van ombuigingen in het sociaal domein zijn enkele jaren geleden middelen beschikbaar gesteld om beleid te intensiveren, projecten op te starten en om tijd te overbruggen. De middelen ter overbrugging van het tekort behoefden niet te worden aangewend in 2023. Daardoor is de onttrekking aan de reserve risico's sociaal domein lager.

-172

· Voor het krediet dat de raad in 2022 beschikbaar heeft gesteld voor de uitgaven van huisvesting van vluchtelingen, statushouders en andere doelgroepen, was in 2022 de onttrekking begroot aan de reserve voor huisvesting (overheveling naar de reserve dekking kapitaallasten). Omdat het grootste deel van de uitgaven pas plaats vindt na 2022 heeft de werkelijke onttrekking aan de reserve plaats gevonden in 2023.

1.778

· De onttrekking aan de reserve minimabeleid is hoger dan begroot; dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat er voor is gekozen om de hogere bijstandsnorm van 130% te hanteren voor de compensatie van hogere energiekosten via de energietoeslag; de vergoeding van het rijk (ruim € 2 mln.) is gebaseerd op 120% van de bijstandsnorm. De meerkosten worden gedekt uit de reserve.

177

· De lasten van afvalinzameling vallen hoger uit dan geraamd. De opbrengst uit afvalstoffenheffing is lager dan begroot. Per saldo resteert een nadeel dat grotendeels wordt gedekt door een onttrekking uit de reserve afval.

278

· De lasten met betrekking tot langdurige ziekte en voormalig personeel zijn hoger uitgevallen dan begroot. De hieraan gerelateerde inkomsten (dekking door de verzekering) zijn ook hoger dan begroot. Daarnaast waren sommige geplande uitgaven uitgesteld of hadden een langere looptijd en er moet een voorziening worden gevormd voor de verplichtingen vanuit de Regeling vervroegd uittreden (RVU). Het saldo van (hogere) uitgaven en inkomsten wordt gedekt door een onttrekking aan de reserve langdurig zieken/voormalig personeel. Daarnaast is het niet ingezette deel van deze reserve voor organisatieontwikkeling (€ 259.000) overgeheveld naar de nieuwe reserve organisatieontwikkeling (conform het besluit van de raad bij de vaststelling van de begroting 2024). Dit leidt tot een hogere onttrekking aan deze reserve.

550

· In 2023 zijn de uitgaven die nog zijn gedaan in het kader van het beleidskader 'herstel- en stimuleringsagenda (corona)' onttrokken aan de hiervoor ingestelde reserve. In deze reserve was nog een deel van de middelen beschikbaar dat bedoeld was voor uitgaven uit het beleidskader.

442

· Voor diverse investeringen uit het investeringsplan worden de kapitaallasten gedekt door een onttrekking aan de reserve kapitaallasten. Door het nog niet realiseren of afronden van (een deel van) deze investeringen, zijn nog geen kapitaallasten geboekt en daarom vindt ook nog geen dekking uit de reserve plaats. De kapitaallasten worden conform het financieel beleid voor het eerst geboekt in het jaar na afronding van de investering. Zie ook de analyse van de kapitaallasten (bijlage 2).

-442

83

Overzicht van algemene dekkingsmiddelen Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma. Indicator

2020

2021

2022

2023

Woonlasten éénpersoonshuishouden

605

609

676

798

689

679

746

896

314

325

356

439

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Woonlasten meerpersoonshuishouden Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. WOZ-waarde woningen De gemiddelde WOZ waarde van woningen in 1.000 euro.

Specificatie algemene dekkingsmiddelen In de onderstaande tabel treft u het overzicht aan van de algemene dekkingsmiddelen. Deze inkomsten kenmerken zich door hun vrije bestedingsdoel. Voor de analyse van de belangrijkste verschillen wordt verwezen naar de financiële analyse algemene dekkingsmiddelen.

- Onroerende zaakbelastingen

Begroot 2023

Begroot 2023 na wijziging

Realisatie 2023

6.572

6.572

6.716

- Precariobelasting

92

92

105

- Forensenbelasting

372

372

380

- Toeristenbelasting

840

840

927

- Opbrengst belastingen algemeen

47

47

70

- Kosten

441

441

531

Subtotaal lokale heffingen - Algemene uitkering - Dividend uitkering - Saldo financieringsfunctie - Overige algemene dekkingsmiddelen Totale algemene dekkingsmiddelen

7.482

7.482

7.668

61.446

61.777

64.797

121

121

148

1.315

1.315

1.891

-55

-55

-122

70.308

70.639

74.383

Verschillen in optelling ontstaan door afronding.

Toelichting: Lokale heffingen: Betreft de heffingen waarvan de bestedingen niet wettelijk gebonden zijn. Voor meer informatie over de bruto-opbrengsten uit lokale heffingen wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen. De opbrengst algemeen omvat de teruggevorderde invorderingskosten, alsmede de uitgekeerde woonlastenverlichting. De kosten betreft de aan Tribuut betaalde bijdrage in verband met deze heffingen. Algemene uitkering: Het gepresenteerde bedrag voor de algemene uitkering is inclusief het budget Wmo en verrekeningen die betrekking hebben op voorgaande jaren. Dividend: Dividend wordt ontvangen van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en van waterbedrijf Vitens. Saldo financieringsfunctie: Onder het saldo van de financieringsfunctie wordt verstaan het saldo van (a) de betaalde rente over de aangegane leningen en over de aangetrokken middelen in rekening courant en (b) de ontvangen rente over de uitzettingen. Overige algemene dekkingsmiddelen: Dit is de toegerekende rente over de eigen financieringsmiddelen en overige niet aan de andere categorieën toe te rekenen algemene dekkingsmiddelen.

84

Overzicht aanwending post Onvoorzien In de onderstaande tabel wordt de (eventuele) aanwending van het in de begroting opgenomen bedrag voor onvoorziene uitgaven verantwoord. (bedragen in euro)

Bedrag

Begroting 2023

94.717

Begroting 2023 na wijziging

31.000

Besteding 2023 Saldo onvoorzien per einde boekjaar

31.000

Overzicht incidentele lasten en baten bedragen in € 1.000

Incidentele lasten

Incidentele baten

Begroting

Begroting na wijziging

Realisatie

Begroting

Begroting na wijziging

Realisatie

1. Opgroeien in Epe

77

77

390

-

-

247

2. Actief in Epe

64

8

357

-

-

326

3. Zorg en Opvang

30

30

1.491

-

-

5.760

4. Leefbaar en veilig

-

-

-

-

-

-

5. Ruimte en wonen

2.194

2.194

283

2.225

2.225

761

6. Epe op orde

91

-

-

-

-

-

7. Duurzaamheid

120

25

71

-

-

557 -

8. Toezicht en handhaving

-

-

-

-

9. Bedrijvigheid

85

-

-

-

-

-

10. Weer aan het werk

187

816

2.582

-

-

74

11. Bestuur en Organisatie

-

-

500

-

-

-

Algemene dekkingsmiddelen

-

-

-

-

-

1.432

Overhead Mutaties in reserves Totaal

305

125

351

-

-

100

19.290

23.009

26.450

18.832

24.182

27.408

22.443

26.284

32.475

21.057

26.407

36.665

Uit het overzicht blijkt dat de in deze jaarrekening verantwoorde incidentele baten hoger zijn dan de incidentele lasten. De structurele baten zijn ondanks dit wel hoger dan de structurele lasten. Hieruit wordt geconcludeerd dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Toelichting incidentele bedragen in de realisatie > € 50.000: Programma 1: · Ventilatie scholen uitgaven; € 258.000, bijdrage Rijk; € 155.000 · Tijdelijke onderwijshuisvestiging ontheemden; € 64.000 Programma 2: · Aanvullende subsidie hogere energiekosten wijkgebouwen; € 180.000 · Provinciale bijdrage Winterfonds € 157.000 i.r.t. subsidie wijkgebouwen · Uitvoering Gezond en Actief Leven Akkoord (incidenteel gedeelte) bijdrage Rijk en lasten; € 84.000 · Noodfonds energie amateursportverenigingen bijdrage Rijk en bijdrage aan verenigingen; € 59.000 Programma 3: · Opvang vluchtelingen Oekraïne; lasten € 1.439.000 en bijdrage Rijk € 5.738.000 Programma 5: · Bouwgrondexploitatie; lasten € 283.000, opbrengsten € 348.000 · Opbrengst verkoop grond; € 370.000

85

Programma 7: · Bijdrage Rijk in kader van capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE); € 511.000 Programma 10: · Omzetting collectief aanvullende zorgververzekering; € 79.000 · Trajectbegeleider werkervaringsplekken; € 108.000 · Uitkering energietoeslag; € 2.321.000 · Uitvoering regeling Energiearmoede; € 74.000 Programma 11: · Storting voorziening wachtgeld in relatie tot arbeidsongeschiktheid oud-wethouder; € 500.000 Algemene dekkingsmiddelen: · Bijdrage Rijk uitkering energietoeslag; € 1.432.000 Overhead: · Werving en selectie; € 72.000 · Storting voorziening verlofuren; € 119.000 · Vormen voorziening RVU verplichtingen; € 107.000 · Tegemoetkoming nadeel hogere energietarieven voortijdig opzeggen contract SEFE Energy (voorheen Gazprom); € 100.000 Mutaties in reserves (groter dan € 500.000): · Toevoeging aan de Reserve Eenmalige dekkingsmiddelen; € 9.900.000 · Onttrekking aan de Reserve Eenmalige dekkingsmiddelen; € 8.075.000 · Onttrekking aan de Reserve ICT; € 1.293.000 · Onttrekking aan de Reserve Vervanging openbare verlichting; € 572.000 · Toevoeging aan de Reserve Huisvesting onderwijsvoorzieningen; € 4.660.000 · Onttrekking aan de Reserve Risico's sociaal domein; € 2.260.000 · Toevoeging aan de Reserve Huisvesting statushouders; € 1.625.000 · Onttrekking aan de Reserve Huisvesting statushouders; € 1.778.000 · Toevoeging aan de Reserve

Hervorming Jeugdzorg/WMO; € 1.194.000 · Onttrekking aan de Reserve Participatie; 617.000 · Onttrekking aan de Reserve BUIG middelen; € 632.000 · Toevoeging aan de Reserve Egalisatie opbrengst bouwleges; € 633.000 · Onttrekking aan de Reserve Egalisatie opbrengst bouwleges; € 544.000 · Onttrekking aan de Reserve Langdurig zieken voormalig personeel; € 758.000 · Onttrekking aan de Reserve Herstel- en Stimuleringsagenda; € 1.692.000 · Toevoeging aan de Reserve Dekking kapitaallasten; € 2.568.000 · Onttrekking aan de Reserve Restantbudgetten; € 4.402.000 · Toevoeging aan de Reserve Restantbudgetten; € 2.723.000

86

Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Dit overzicht ondersteunt bij de bepaling en de beoordeling van het structurele evenwicht voor 2023. Structurele toevoeging Bedragen in € 1.000

Structurele onttrekking

Begroting

Begroting na wijziging

Realisatie

Begroting

Begroting na wijziging

Realisatie

ICT investeringen

215

215

216

360

438

445

Vervanging openbare verlichting

287

286

286

-

-

-

Vervanging bruggen

74

74

77

-

-

-

Onderhoud Abri's

9

9

8

-

-

-

Aflossing achtergestelde lening Vitens

47

47

47

47

47

47

Verkoop aandelen VNB

16

16

16

Aflossing achtergestelde lening Nuon

38

38

38

38

38

38

Egalisatie winstuitkering Nuon

9

9

9

39

39

39

Overdracht RGV fietspaden

52

52

54

Meubilair gymlokalen

23

23

23

22

22

18

Participatie

-

-

-

26

26

26

Huisvesting onderwijsvoorziening

-

-

-

27

27

27

56

56

82

9

9

9

-

-

-

996

996

554

826

825

856

1.564

1.642

1.203

Starterslening Dekking kapitaallasten Totaal

Bezoldiging topfunctionarissen De Wet Normering Topinkomens (WNT) stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Onder ‘beloningen betaalbaar op termijn’ vallen de door de gemeente betaalde premies voor de pensioenregeling (het werkgeversdeel). De toegekende bezoldigingen liggen onder de bezoldigingsnorm. 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking Gegevens 2023 Bedragen x € 1

N.L.J.J. Dusink

Functiegegevens:

Gemeentesecretaris

Griffier

1-2 t/m 31-12

1-1 t/m 31-12

Omvang dienstverband (in fte)

1,0

0,89

Dienstbetrekking

ja

ja

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€ 105.856

€ 86.554

Beloningen betaalbaar op termijn

€ 16.844

€ 14.578

€ 122.700

€ 101.132

€ 204.000

€ 198.000

Aanvang en einde functievervulling in 2023

D. Kattenberg

Bezoldiging:

Subtotaal Individueel toepasselijke WNT-maximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

N.v.t.

€ 122.700

€ 101.132

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

N.v.t.

Bezoldiging

87

Gegevens 2022 Bedragen x € 1

D. Kattenberg

Functiegegevens:

Griffier

Aanvang en einde functievervulling in 2022

N.v.t.

1-1 t/m 31-12

Omvang dienstverband (in fte)

0,89

Dienstbetrekking

ja

Bezoldiging: € 85.680

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€ 15.072

Beloningen betaalbaar op termijn

€ 100.752

Subtotaal Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 192.000

Bezoldiging

€ 100.752

1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 Gegevens 2023 Bedragen x € 1

B. Marinussen

Functiegegevens

Gemeentesecretaris a.i.

Kalenderjaar Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang - einde)

2023

2022

1-1 t/m 31-1 1-3 t/m 31-12

Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar

1

10

Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar

121

1073

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar

€ 212

€ 206

Maxima op basis van de normbedragen per maand

€ 22.400

€ 258.400

Individueel toepasselijk maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12

€ 246.690

Bezoldiging (alle bedragen exclusief btw) Bezoldiging in de betreffende periode Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12 -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

€ 16.940

€ 150.150

€ 167.090 N.v.t. € 167.090

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

88

Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid college van burgemeester en wethouders De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruiken oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad op 9 november 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 3.805.110.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV van november 2023. Bevinding Het college is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. De geconstateerde afwijkingen betreffen: • Afwijkingen inzake begrotingscriterium: € 5.708.000 * • Afwijkingen inzake investeringskredieten: € 493.000 ** • Afwijkingen voorwaarden criterium: € 915.000 * Geconstateerde afwijkingen inzake begrotingscriterium die door de Raad als acceptabel (artikel 14.5 van de financiële verordening) worden aangemerkt. •

Afwijkingen inzake begrotingscriterium: € 5.708.000 (betreft open-einde regeling sociaal domein, kosten waar direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren en/of dat de raad gedurende het jaar geïnformeerd is) ** Geconstateerde afwijkingen inzake de investeringskredieten zijn voor een bedrag van € 320.000 reeds gecommuniceerd met de Raad in 2023.

Rekening houdend met de acceptabele overschrijdingen blijft het college (resterende fout € 1.088.000) binnen de daarvoor gestelde grens (€ 3.805.110) van de Raad. In Paragraaf 5 Bedrijfsvoering van deze jaarrekening is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met de raad aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het college ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

89

Gerealiseerde baten en lasten per taakveld Programma / taakvelden

Baten

Lasten

Saldo

Programma 1: Opgroeien in Epe

1.259

16.402

-15.142

4.1

Openbaar basisonderwijs

155

552

-396

4.2

Onderwijshuisvesting

17

1.490

-1.473

4.3

Onderwijsbeleid en leerlingzaken

1.054

2.647

-1.593

5.7

Openbaar groen en (openlucht) recreatie

-

96

-96

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

22

561

-539

6.2

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen

10

2.043

-2.032

6.72

Maatwerkdienstverlening 18-

-

100

-100

6.72A

Jeugdhulp begeleiding

-

2.006

-2.006

6.72B

Jeugdhulp behandeling

-

2.001

-2.001

6.72D

Jeugdhulp zonder verblijf overig

-

114

-114

6.73A

Pleegzorg

-

388

-388

6.73B

Gezinsgericht

-

548

-548

6.74A

Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf

-

2.164

-2.164

6.74B

Jeugdhulp crisisLTAGGZ-verblijf

-

601

-601

6.82B

Jeugdreclassering

-

544

-544

7.1

Volksgezondheid

-

547

-547 -3.964

Programma 2: Actief in Epe

1.045

5.008

5.1

Sportbeleid en activering

280

480

-200

5.2

Sportaccommodaties

337

1.645

-1.308

5.3

Cultuur: presentatie, productie, participatie

-

734

-734

5.6

Media

66

705

-638

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

362

1.445

-1.083

Programma 3: Zorg en opvang

7.680

14.621

-6.941

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

6.057

3.276

2.781

6.2

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen

118

1.465

-1.347

6.3

Inkomensregelingen

41

350

-309

6.6

Maatwerkvoorziening (WMO)

67

2.167

-2.100

6.71A

Hulp bij het huishouden (WMO)

-

3.006

-3.006

6.71B

Begeleiding (WMO)

-

2.438

-2.438

6.71C

Dagbesteding (WMO)

18

1.246

-1.229

6.71D

Overige maatwerkarrangementen (WMO)

254

59

195

6.72

Maatwerkdienstverlening 18-

-

448

-448

6.81A

Beschermd wonen (WMO)

1.126

48

1.078

6.82A

Jeugdbescherming

-

120

-120

Programma 4: Leefbaar en veilig

-

2.933

-2.933

1.1

Crisisbeheersing en brandweer

-

2.580

-2.580

1.2

Openbare orde en veiligheid

-

259

-259

8.3

Wonen en bouwen

Programma 5: Ruimte en wonen

-

94

-94

3.562

4.800

-1.238

0.3

Beheer overige gebouwen en gronden

595

700

-105

5.4

Musea

98

270

-172

5.5

Cultureel erfgoed

-

94

-94

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

60

92

-33

8.1

Ruimte en leefomgeving

543

939

-396

8.2

Grondexploitatie (niet-bedrijven terreinen)

709

644

66

8.3

Wonen en bouwen

1.557

2.062

-504

Programma 6: Epe op orde

1.442

7.676

-6.234

2.1

Verkeer en vervoer

42

4.420

-4.378

2.2

Parkeren

2

23

-21

2.5

Openbaar vervoer

-

2

-2

5.7

Openbaar groen en (openlucht) recreatie

316

2.226

-1.910

7.5

Begraafplaatsen en crematoria

1.083

1.006

77

90

Programma / taakvelden

Baten

Lasten

Saldo

Programma 7: Duurzaamheid

7.959

8.301

-342

114

118

-3 501

3.2

Fysieke bedrijfsinfrastructuur

7.2

Riolering

3.185

2.684

7.3

Afval

4.304

3.675

629

7.4

Milieubeheer

139

1.539

-1.400

8.3

Wonen en bouwen

216

285

-69

Programma 8: Toezicht en handhaving

155

1.148

-993

1.2

Openbare orde en veiligheid

40

1.032

-993

8.1

Ruimte en leefomgeving

-

3

-3

8.3

Wonen en bouwen

115

113

2

Programma 9: Bedrijvigheid

186

1.308

-1.122

2.1

Verkeer en vervoer

98

14

84

3.1

Economische ontwikkeling

78

455

-377

3.3

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

-

167

-167

3.4

Economische promotie

0

403

-402

5.7

Openbaar groen en (openlucht) recreatie

10

270

-260

Programma 10: Weer aan het werk

7.797

18.711

-10.913

6.3

Inkomensregelingen

7.797

13.151

-5.354

6.4

WSW en beschut werk

-

4.511

-4.511

6.5

Arbeidsparticipatie

-

1.048

-1.048

Programma 11: Bestuur en organisatie

395

4.068

-3.673

8

2.638

-2.630

385

1.193

-808 -205

0.1

Bestuur

0.2

Burgerzaken

0.8

Overige baten en lasten

2

207

0.9

Vennootschapsbelasting (VpB)

-

30

-30

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

75.379

996

74.383

0.5

Treasury

2.383

343

2.040

0.61

OZB woningen

4.928

438

4.490

0.62

OZB niet-woningen

1.788

92

1.696

0.64

Belastingen overig

175

3

172

0.7

Algemene en overige uitkeringen gemeentefonds

64.797

-

64.797

0.8

Overige baten en lasten

-

119

-119

3.4

Economische promotie

1.307

1

1.307

708

13.558

-12.850

708

13.558

-12.850

Resultaatbestemming

28.612

27.306

1.306

0.10

28.612

27.306

1.306

136.178

126.837

9.341

Overhead 0.4

Overhead Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

91

Balans per 31 december

92

(bedragen x € 1.000,-) ACTIVA

31-12-2023

31-12-2022

Vaste activa

PASSIVA

31-12-2023

31-12-2022

Vaste passiva

Immateriële vaste activa

514

427 Eigen vermogen

- Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en saldo agio/disagio

- Algemene reserve

- Kosten van onderzoek en ontwikkeling

408

306

- Bestemmingsreserves

- Bijdragen aan activa in eigendom van derden

105

121

· Voor egalisatie van tarieven

81.124

73.089

3.305

5.112

75

375

68.402

63.544

9.341

4.058

· Overige bestemmingsreserves Materiële vaste activa

67.543

65.181

· Gerealiseerd resultaat

- Investeringen met een economisch nut - gronden uitgegeven in erfpacht

Voorzieningen

- overige investeringen met een economisch nut

- Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

6.068

5.872

- Onderhoudsegalisatievoorzieningen

2.779

2.369

- Door derden beklemde middelen met een specifieke aanwendingsrichting

2.642

2.624

- Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding

35.228

35.171

21.280

20.050

van de kosten een heffing kan worden geheven. - Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut

11.489

10.865

9.960 11.035 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

Financiële vaste activa

6.979

6.400 - Obligatieleningen

-

-

-

-

· binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen

-

-

· binnenlandse banken en overige financiële instellingen

-

-

- overige verbonden partijen

· binnenlandse bedrijven

-

-

- Leningen aan:

· overige binnenlandse sectoren

-

-

- woningbouwcorporaties

· buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren

-

-

- deelnemingen

- Door derden belegde gelden

-

-

- Verplichtingen uit hoofde van financial-lease overeenkomsten

-

-

- Kapitaalverstrekkingen aan:

- Onderhandse leningen van:

- deelnemingen - gemeenschappelijke regelingen

- overige verbonden partijen - Overige langlopende leningen u/g - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

6.790

6.211

189

189

93

- Bijdragen aan activa in eigendom van derden

-

-

Totaal vaste activa

75.036

72.008

Vlottende activa

Totaal vaste passiva

92.613

83.953

Vlottende passiva

Voorraden

445-

682- Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar

- Grond- en hulpstoffen - Onderhanden werk, waaronder gronden in exploitatie door gemeente - Gereed product en handelsgoederen

445-

682-

-

-

-

-

- Banksaldi

-

-

4.617

4.445

-

-

- Uitzetttingen in 's Rijks schatkist

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Verstrekte kasgeldleningen

21.725

11.181

173

895

-

-

- Uitzetttingen in 's Rijks schatkist

4.445

- Kasgeldleningen

- Overige schulden

- Vooruitbetalingen

4.617

Overlopende passiva

7.754

12.872

8.106

- Nog te betalen bedragen

6.540

4.838

- Vooruit ontvangen bedragen (overheidslichamen)

6.315

3.251

17

17

19.275 - Rekening-courantverhoudingen met niet financiële instellingen - Overige vorderingen

- Vooruit ontvangen bedragen (overig) 2.278

2.532

- Overige uitzettingen Liquide middelen

3

5

- Kassaldi

1

1

- Banksaldi

2

4

Overlopende activa Totaal vlottende activa Totaal generaal

13.783

13.991

35.065

24.496

110.101

96.504 Totaal generaal

Totaal vlottende passiva

Borg en garantstellingen

17.488

12.551

110.101

96.504

98.383

97.047

94

Toelichting op de balans Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividend van deelnemingen wordt als bate genomen in het jaar volgend op het jaar waarop het dividend betrekking heeft. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Omdat het niet is toegestaan om voorzieningen c.q.

schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume op te nemen, worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. In de verslagperiode is hiervan geen sprake geweest. Eigen bijdrage WMO: Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding, zorg in natura of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de WMO een eigen bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK. De informatie van het CAK (om privacy redenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen.

Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de WMO geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen. In de jaarrekening zijn onder overlopende passiva opgenomen de van overheidslichamen ontvangen maar nog niet bestede voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet;

95

•

•

De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 9 november 2023 door de raad is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten op programmaniveau onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld, tijdig melden kan ook het toelichten zijn in de jaarrekening bij de programma’s. De overschrijdingen en onderschrijdingen van de baten en onderschrijdingen van de lasten worden toegelicht in de jaarstukken bij het onderdeel ‘Financiële analyses per programma’. o Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 3 % (zijnde € 3.805.110) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 126.837 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

Grondslagen voor de balans Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikneming van het gerelateerde materiële vaste actief. Afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden afgeschreven over de looptijd van de betrokken geldlening. Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd. Dergelijke geactiveerde bijdragen zijn gewaardeerd op het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven over de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak. Materiële vaste activa met economisch nut • In erfpacht uitgegeven gronden. De in erfpacht uitgegeven percelen zijn gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs (i.c. de waarde die bij eerste uitgifte als basis voor de canonberekening in aanmerking is genomen). Percelen waarvan de erfpacht eeuwigdurend is afgekocht zijn tegen een geringe registratiewaarde opgenomen.

• Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het netto investeringsbedrag afgeschreven. • De nog niet in exploitatie genomen bouwgronden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, dan wel lagere marktwaarde.

96

Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Op investeringen die zijn gerealiseerd tot en met 2016 is in sommige gevallen eenmalig extra afgeschreven zonder economische noodzaak (ter vermindering van toekomstige lasten) of zijn reserves op de investeringen afgeboekt (investeringen met een maatschappelijk nut). Vanaf 2017 worden (door gewijzigde regelgeving) investeringen in alle gevallen geactiveerd en afgeschreven. In die gevallen waarin voor de investering een specifieke reserve is gevormd, wordt bij realisatie het desbetreffende bedrag uit de reserve toegevoegd aan de reserve dekking kapitaallasten. Vervolgens worden de kapitaallasten van de investering over de afschrijvingsduur jaarlijks gedekt door een onttrekking aan deze reserve. De gehanteerde afschrijvingstermijnen vloeien voort uit de Nota activerings- en afschrijvingsbeleid en bedragen in jaren: Activa soort Gronden en terreinen Woonruimten

Termijn n.v.t. 40

Bedrijfsgebouwen

15 - 40

Grond, weg en waterbouwkundige werken

5 - 40

Vervoermiddelen

6 - 15

Machines, apparaten en installaties

5 - 15

Overige materiële vaste activa waaronder inventarissen

5 - 10

Automatisering hardware/software

4 - 10

Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut. Infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld wegen, pleinen, bruggen, viaducten en parken, worden geactiveerd en afgeschreven. De ondergrond van deze werken wordt daarbij als integraal onderdeel van het werk beschouwd (en dus ook afgeschreven volgens bovenstaande afschrijvingstermijnen). Voor zover specifieke dekking van de investeringsuitgaven aanwezig is binnen reserves, worden bij realisatie deze middelen toegevoegd aan de reserve dekking kapitaallasten. Vervolgens worden de kapitaallasten over de afschrijvingsduur van de investering jaarlijks gedekt door een onttrekking aan deze reserve. Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en verstrekte leningen zijn opgenomen tegen nominale waarde. Participaties in het aandelenkapitaal van N.V.’s en B.V.’s (“kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen” in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen structureel daalt tot onder de verkrijgingsprijs, zal afwaardering plaatsvinden. Tot nu toe is een dergelijke afwaardering niet noodzakelijk gebleken. De actuele waarde ligt ruim boven de verkrijgingsprijs.

Vlottende activa • Voorraden De als “onderhanden werken” opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken) en een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Winsten uit de grondexploitatie worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Voor zover daarvan geen sprake is worden de verkregen verkoopopbrengsten op de vervaardigingskosten in mindering gebracht. Hierbij wordt de 'POC-methode' toegepast

97

•

•

(percentage of completion, ofwel: het resultaat wordt naar rato van de verrichte prestaties geboekt). Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt dynamisch bepaald op basis van de geschatte kansen op inning van de vordering. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies of het risico. De voorziening voor pensioenverplichtingen politieke ambtsdragers is tegen de contante waarde van de (al opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. De voorzieningen voor groot onderhoud zijn gebaseerd op een meerjarenplanning voor het onderhoud van de gemeentelijke panden. Hierbij is rekening gehouden met de kwaliteitseisen en het beleid zoals dat is geformuleerd in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Borg- en garantstellingen De gewaarborgde geldleningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde verminderd met de aflossingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14275729/3