995404 Jaarstukken 2023 Raad aangepast
Tekst van het document
6. Uitwerking van de maatregelen uit het raadsbesluit “Gripop-samenwerking” (WGR-samenwerkingsverbanden).
Ja
Er zijn diverse voorstellen voor wijzigingen van de Gemeenschappelijke Regelingen waar Epe in meedoet vastgesteld. De wijzigingen op basis van een nieuwe wet zijn doorgevoerd en daarnaast zijn de voorstellen ook
1. Opstellen participatieverordening
Collegeprogramma 2022-2026: 4. Opstellen van een algemene visie op de positie van de gemeente in de Eper samenleving, inclusief kernwaarden.
28
steeds getoetst aan het raadsbesluit “Grip-opsamenwerking". Organisatie Activiteit programmabegroting
Portefeuillehouder: T.C.M. Horn Uitgevoerd? Toelichting
Ja
In september heeft het College ingestemd met het nieuwe informatiebeleid 2023-2027. In januari 2024 is ook het bijbehorende uitvoeringsprogramma (UP) door Directie vastgesteld. In het UP staan uit te voeren activiteiten en een aanpak waarmee we in staat zijn flexibel te kunnen inspelen op dat wat op dat moment nodig is.
Ja
Voor het invoeren van de Wet Generieke Digitale Infrastructuur (WGDI) zijn de acties in de lijn opgepakt. In 2022 is een meting uitgevoerd naar de kwaliteit van gegevensmanagement binnen Epe op operationeel, tactisch en strategisch niveau. De belangrijkste aandachtspunten uit deze meting zijn opgepakt. Zo worden er regelmatig kwaliteitsmetingen gedaan op de basisregistraties, is gegevensmanagement in het nieuwe informatiebeleid en uitvoeringsprogramma opgenomen. De aansluiting op digimelding en digilevering is gerealiseerd.
Ja
Het proces rond het aanvragen en publiceren van Wooverzoeken is in gebruik genomen. Sinds 1 mei zijn 42 Woo aanvragen behandeld en gepubliceerd. Naast openbaarmakingen op verzoek, zijn 17 informatiecategorieën aangewezen om actief te publiceren. Voor 4 van deze categorieën is dat inmiddels geregeld. Documenten worden deels geautomatiseerd, geanonimiseerd en gepubliceerd op open.epe.nl en het landelijke Woogle (woogle.wooverheid.nl). Woogle is de voorloper van de landelijke Woo-index waarop alle overheden moeten aansluiten.
4. Opstellen programma voor organisatieontwikkeling.
Ja
In beeld is gebracht wat in verschillende documenten aan visies, werkwijzen, doelen en acties de voornemens waren voor de doorontwikkeling van onze organisatie. Dit is samengebracht in een document (De Kapstok) met daarin concrete doelen en acties voor de verbetering van onze dienstverlening en participatie en op het gebied van organisatie ontwikkeling. De uitwerking van diverse acties loopt. Daarbij betrekken we de medewerkers en informeren we ze regelmatig over de voortgang.
5. Actualiseren van het informatiebeleid.
Ja
Zie “uitwerken informatiebeleid” hiervoor.
1. Uitwerken informatiebeleid.
2. Invoeren Wet Generieke Digitale Infrastructuur(WGDI).
3. Invoeren Wet Open Overheid.
Collegeprogramma 2022-2026:
Dienstverlening Activiteit programmabegroting 1. Een geactualiseerd implementatieplan KCC is opgesteld.
Portefeuillehouder: T.C.M. Horn Uitgevoerd? Toelichting Nee
Dit volgt uit actie 4 bij het onderdeel “Burger en bestuur hiervoor.
Nee
Dit volgt uit actie 4 bij het onderdeel “Burger en bestuur hiervoor.
Collegeprogramma 2022-2026: 2. Opstellen uitwerkingsplan voor gemeentelijke dienstverlening. Streekarchief Epe / Heerde / Hattem Activiteit programmabegroting
1. Bewaren van documenten in een e-depot.
Portefeuillehouder: G. van den Berg Uitgevoerd? Toelichting
Nee
Voor het duurzaam kunnen opslaan van informatie is wettelijk geregeld dat wij gebruik moeten maken van een edepot. Onder andere hiervoor sluit Epe aan bij het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe (SNWV). Deze fusie zal in gaan per 01-01-2025. In de loop van dat jaar zal dan ook de aansluiting op het e-depot worden gerealiseerd. Het SNWV is op dit moment bezig met het voorbereiden van een aanbesteding om het huidige e-depot te vernieuwen waarmee meer functionaliteit ontstaat.
29
Wat heeft dat gekost Bedragen x € 1.000 Begroting 2023
Begroting 2023 na wijziging
Werkelijk 2023
Verschil 2023
Lasten
5.365
5.353
4.068
1.285
Baten
303
303
395
92
-5.062
-5.050
-3.673
1.377
Saldo
30
Paragrafen 1 | Lokale heffingen 1.1 Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de lokale heffingen. 1.2 Beleidskaders Het beleid over de lokale heffingen staat in: • landelijke wet- en regelgeving, zoals de Gemeentewet • in de paragraaf lokale heffingen in de programmabegroting • belastingverordeningen • tarieventabel 2023 • collegeprogramma 2022-2026 • regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 1.3 Beleidsverantwoording Algemeen Tribuut belastingsamenwerking heeft de belastingen en WOZ uitgevoerd. Het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in 2022 heeft ook in 2023 geleid tot vluchtelingen die hier onderdak hebben gevonden. Net als in 2022 hebben deze vluchtelingen in 2023 geen gemeentelijke belasting hoeven te betalen. Daarnaast is Tribuut in 2023 overspoeld met bezwaren tegen de WOZ-waarde. Hieronder staat per specifieke taak een korte verantwoording. In het overzicht algemene dekkingsmiddelen in deel 3 van deze jaarstukken staan de bedragen van de geraamde en gerealiseerde opbrengsten. Wet waardering onroerende zaken In februari zijn de WOZ-waarden bekend gemaakt. Tribuut is in 2023 overspoeld met bezwaren tegen de WOZ-waarde. Veel van die bezwaren zijn ingediend door gespecialiseerde bureaus. Die bureaus verdienen geld als de WOZ-waarde verlaagd wordt ("no cure no pay"). De wet heeft bepaald dat Tribuut dan een vergoeding moet betalen aan zulke bureaus.
Die vergoedingen bedragen in 2023 in totaal circa 1,85 miljoen euro. De gemeenten betalen dat aan Tribuut en uiteindelijk betalen alle inwoners hieraan mee. Het is geld dat de gemeenten dan niet aan andere zaken kan uitgeven. Dit is een landelijke kwestie. Voor 2024 is een wetsvoorstel aangenomen dat de proceskosten en de immateriële schadevergoeding voor WOZ-aanslagen matigt. De Waarderingskamer houdt toezicht en geeft een algemeen oordeel over de uitvoering. Dat oordeel is net als in 2022 'goed'. Dit komt overeen met de afgesproken ambitie. Onroerende-zaakbelastingen Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen deze belasting. De WOZ-waarde is de grondslag. Woongedeeltes binnen niet-woningen betalen geen OZB. De WOZwaarden waren hoger dan begroot, waardoor de opbrengst € 145.000 hoger uitvalt. Dit was eind 2023 reeds bekend bij het college. Het college heeft daarom besloten om € 100.000 als hogere OZBopbrengst alvast te reserveren. In 2024 wordt het gereserveerde bedrag van de te realiseren totale OZB opbrengst afgehaald. Daardoor kan het OZB-tarief lager worden en betalen woningeigenaren minder dan anders het geval zou zijn. Reinigingsheffingen Waar mensen leven en werken ontstaat afval. Daar wil je vanaf. De gemeente zorgt daarvoor en dat kost geld. Inwoners en bedrijven betalen daarvoor reinigingsheffingen.
Naast een vastrecht betalen mensen per keer dat ze de container aan de weg zetten of afval in de ondergrondse container stoppen. Hieronder staat welke kosten de gemeente heeft gemaakt en welke inkomsten daar tegenover staan. Op straat ligt zwerfafval en soms storten mensen hun afval illegaal. De gemeente ruimt dat op. Ook die kosten tellen mee. Voor zwerfafval, papier en plastic ontvangt de gemeente geld. Dat staat onder 'baten taakvelden'. Voor de BTW over de inzameling van bedrijfsafval krijgen we geen geld uit het BTW compensatiefonds (BCF). Voor een deel van de ontvangen bijdragen geldt dat ook.
31
De kosten vallen € 101.000 hoger uit dan begroot. De opbrengst is € 254.000 minder dan begroot. Bij elkaar zorgt dit voor een berekende onttrekking van € 355.000. Aangezien in de reserve een saldo van € 304.000 zit, kan € 304.000 aan de reserve onttrokken worden. Het restant ad € 51.000 komt ten laste van de algemene middelen. De reserve gebruiken we om grote schokken in de tarieven te voorkomen. bedragen x € 1.000
Kostendekkingsoverzicht reinigingsheffingen Lasten taakveld verkeer en vervoer incl. (omslag)rente
77
Lasten taakveld inkomensregelingen incl. (omslag)rente
12
Lasten taakveld afval incl. (omslag)rente
3.628
Baten taakveld afval
213
Netto lasten taakvelden
3.503
Overhead incl. (omslag)rente
129
BCF-BTW
684
Totale lasten (A)
4.317
Opbrengst heffingen
4.068
Kwijtschelding
-108
Totale baten (B)
3.961
Kostendekkendheid (B:A)
92%
Rioolheffingen Inwoners en bedrijven willen dat afvalwater netjes wegstroomt. Ook regenwater moet ergens heen en grondwater moet op peil blijven. De gemeente heeft daarin wettelijke taken. In het gemeentelijk watertakenplan (GWP) staat wat en hoe. Daarin staat ook dat inwoners en bedrijven daaraan meebetalen. Dat gebeurt via de rioolheffingen. Eigenaren betalen een vast bedrag. Gebruikers betalen meer als ze meer water verbruiken. Zuinig zijn met water bespaart dus kosten. Voor nieuwe aansluitingen op het bestaande riool betalen inwoners via het eenmalig rioolaanleg geld. In onderstaand overzicht staat wat de gemeentelijke taken hebben gekost. Vanwege boekhoudvoorschriften verwerken we dat voor lasten en baten gescheiden in reserves en voorzieningen. Het nadeel van € 4.000 bij de baten onttrekken we aan de reserve riolering . Het nadeel op de lasten van € 35.000 is aan de voorziening riolering onttrokken. De kostendekkendheid was 94%. bedragen x € 1.000 verhaalbare lasten
Kostendekkingsoverzicht rioolheffingen
baten
begroot
werkelijk
begroot
Taakveld verkeer en vervoer incl. (omslag)rente
95
106
-
-
Taakveld inkomensregelingen incl. (omslag)rente
12
12
-23
-22
Taakveld riolering incl. (omslag)rente
werkelijk
2.673
2.684
3.153
3.148
Overhead incl. (omslag)rente
94
85
-
-
BCF-BTW
422
444
-
-
3.296
3.331
3.130
3.126
totaal
Forensenbelasting Mensen met een gemeubileerde woning die niet in de gemeente wonen betalen deze belasting. De WOZ-waarde is daarvoor de grondslag. Het tarief is een percentage van de waarde. De opbrengst is een inschatting, omdat Tribuut de aanslagen na afloop van het jaar verstuurt. We verwachten een iets hoger bedrag binnen te halen dan in de begroting staat, namelijk € 380.000 (begroot € 372.000). Precariobelasting Bedrijven met bijvoorbeeld terrassen of winkeluitstallingen op gemeentegrond betalen deze belasting. Dat geldt ook voor marktkooplieden en mensen met een standplaats op gemeentegrond. Vanwege de coronamaatregelen hoefde er voor de periode tot 1 juli 2022 niet betaald te worden voor terrassen en winkeluitstallingen. Vanwege corona en personele wisselingen was er achterstand ontstaan bij het in beeld brengen van de standplaatsen en terrasvergunningen. De aanslagen standplaatsen 2022 zijn
32
eind 2023 verzonden. De aanslagen voor terrasvergunningen zijn nog niet verzonden. De opbrengst is daarom deels een inschatting. Toeristenbelasting Toerisme is belangrijk voor de gemeente Epe. Mensen die hier niet wonen, maar wel overnachten betalen deze belasting. Dat gaat via de campings, hotels, B&B's en andere aanbieders. Als je in een eigen kampeermiddel overnacht, hoef je minder toeristenbelasting (€ 1,00 per overnachting) te betalen dan als je overnacht in een hotel of in een huurtent (€ 1,25 per overnachting) bijvoorbeeld. In 2022 gold deze manier van heffen voor het eerst. We hebben toen daarover extra uitleg laten geven aan recreatieondernemers. Tribuut verstuurt de aanslagen na afloop van het jaar. Begraafrechten Nabestaanden willen hun overleden dierbaren op een waardige manier kunnen begraven. De begraafplaats moet er verzorgd uitzien. De gemeente zorgt voor begraafplaatsen en het onderhoud daarvan. Om de kosten daarvan te dekken is er deze heffing. Nabestaanden betalen voor het begraven, voor het graf, het onderhoud enzovoort. Van tevoren betalen zij voor de hele periode waarvoor het graf blijft bestaan. Daarom is er is een egalisatievoorziening. Daaruit betalen we de onderhoudskosten die in het verleden zijn afgekocht. De gemeente moet nog onderzoeken hoe groot die voorziening moet zijn om ook in de toekomst alle kosten te kunnen blijven betalen.
Hieronder staan de kosten en baten. De lasten zijn inclusief BTW. In 2023 was de opbrengst lager dan begroot . De kosten waren hoger dan begroot. Daardoor ontstaat een tekort van € 202.000. Dat tekort dekken we uit de voorziening begraven. bedragen x € 1.000 Kostendekkingsoverzicht begraafrechten Lasten taakveld begraafplaatsen incl. (omslag)rente
1.030
Baten taakveld begraafplaatsen
69
Netto lasten taakveld begraafplaatsen
961
Overhead
52
Totale lasten (A)
1.013
Opbrengst heffingen (B)
811
Kostendekkendheid (B:A)
80%
Leges Vraag je een vergunning aan, wil je een paspoort of ga je trouwen? Dan betaal je daarvoor leges. Je betaalt voor de dienst die je van de gemeente vraagt. De opbrengst omgevingsvergunningen is verreweg de grootste groep die onder de leges valt. Voor 2023 geldt dat de gerealiseerde opbrengst (€ 1.428.000) redelijk in lijn ligt met de geraamde opbrengst (€ 1.338.000). Bij de omgevingsvergunningen is het tarief afhankelijk van de bouwkosten. Daar is gemiddeld genomen sprake van 'subsidiëring' van dure bouwwerken aan goedkope bouwwerken. Bij de andere legesproducten is geen sprake van beleid om te subsidiëren tussen producten. Hieronder is de begrote en gerealiseerde kostendekking per product weergegeven. De kostendekkendheid van de totale legesverordening was 116%. Product
Kostendekking raming
werkelijk
Burgerlijke stand
67%
53%
BRP-verstrekkingen
49%
70%
Rijbewijzen
77%
95%
Reisdocumenten
105%
95%
Bijzondere wetten
100%
119%
Kapvergunningen
34%
40%
Bestemmingsplannen
100%
100%
Omgevingsvergunningen
113%
135%
Europese Dienstenrichtlijn
42%
35%
33
1.4 Kostendekking Naast de lasten die op de taakvelden staan, rekenen we ook overheadkosten mee. Hoe we dat doen staat in de Financiële verordening gemeente Epe 2023. Over de kosten die we aan derden betalen (dus niet het eigen personeel) rekenen we BTW. Op investeringen schrijven we af. Over het deel van de afschrijving dat gaat over de kosten aan derden rekenen we ook de BTW mee. 1.5 Kwijtschelding Mensen met een inkomen op ongeveer bijstandsniveau en zonder vermogen kunnen de gemeentelijke belasting eigenlijk niet betalen. Zij komen voor kwijtschelding in aanmerking. Dat geldt alleen voor de rioolheffing van gebruikers en voor het vastrecht afvalstoffenheffing. Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk tot maximaal € 69. Het geld de gemeente daardoor misloopt wordt via de belastingtarieven betaald door de mensen die geen kwijtschelding krijgen. Gemeenten mogen beperkt eigen beleid voeren. De raad van Epe heeft een zo ruim mogelijk beleid vastgesteld. Er is € 129.500 aan belastingschuld kwijtgescholden. Dit is € 11.500 minder dan geraamd. 1.6 Woonlasten De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning bedroegen in 2023 € 896 (bron: COELO).
34
2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2.1 Inleiding Economische ontwikkelingen en ontwikkelingen op wereldwijde schaal. •
Energiekosten De energieprijzen zijn in Nederland in 2023 sterk gedaald. Echter doordat de gemeente gebruik maakt van een contract waarbij de energieprijzen vastgezet worden voor 1 jaar (de energieprijzen voor de gemeente zijn bepaald eind 2022), komt die landelijke prijsdaling niet tot uiting in de gemeentelijke kosten in 2023. In 2024 komt de prijsdaling sterker tot uitdrukking in de cijfers. Het prijsniveau is op het moment weer terug op het niveau van eind 2021 - begin 2022 mede door de besparingen op energieverbruik en zachte winters in Nederland. De gemeenteraad is tussentijds via de eerste voortgangsrapportage 2023 geïnformeerd over de gestegen energiekosten ten opzicht van de begroting 2023. De gemeente had in de begroting 2023 een voorziening getroffen van € 1,1 mln. ter dekking van deze sterk gestegen kosten.
•
Rente Lange tijd kon in de gemeentelijke financiële positie rekening worden gehouden met stabilisatie of verlaging van het renteniveau. Sinds begin 2022 is daar verandering in gekomen met een toenemend rentepercentage. Ook in 2023 is de het rentepercentage stapsgewijs gestegen. De verwachting voor 2024 is onzeker wat betreft de renteontwikkeling. De verwachting is echter wel dat de Europese Centrale Bank de rente eerder zal verlagen dan verhogen. De renteontwikkeling heeft geen effect gehad op de jaarrekening 2023 vanwege het feit dat de gemeente geen externe financiering heeft lopen of moeten aantrekken. In de begroting 2024 echter wordt uitgegaan van een verhoogd investeringsniveau wat zou kunnen betekenen dat de gemeente externe financiering zou moeten aantrekken. Vanaf dat moment heeft de renteontwikkeling invloed op de gemeentelijke financiële positie.
•
Lonen De landelijk gemiddelde loonstijging in 2023 was de hoogste in veertig jaar tijd. Ook de CAO voor gemeenteambtenaren kende in 2023 een relatief grote verhoging van de loonkosten. In de begroting 2023 was geen rekening gehouden met deze mate van verhoging. Daarnaast is in de algemene uitkering van het rijk slechts een gedeeltelijke compensatie ontvangen. Dit heeft een negatief effect gehad op de financiële positie van de gemeente. De gemeenteraad is tussentijds via de eerste voortgangsrapportage 2023 geïnformeerd over het effect van de gestegen loonkosten ten opzicht van de begroting 2023.
•
Prijzen en inflatie Na een record inflatie van 11,6% in 2022, is de inflatie in 2023 gedaald naar 4,1%. De verwachting van de De Nederlandse Bank is dat deze in 2024 verder zal dalen naar 2,9% en in de toekomst, in 2025, verder daalt naar 2,2%. De lagere energieprijzen en de renteverhogingen van de centrale banken zijn een belangrijke oorzaak van de hogere inflatie in 2022 en 2023. De economische groei is met 0,1% in 2023 laag, maar zal naar verwachting van De Nederlands Bank in 2024 licht stijgen naar 0,3%. De economie groei is in 2023 uitgekomen op 0,1%. Dat is fors lager dan in 2022 maar toen was er veel groei na de inzakking door de coronapandemie. In 2024 en 2025 zal de groei volgens De Nederlandse Bank licht hoger zijn, met 0,3% in 2024 en 1% in 2025. Wel is de economische onzekerheid toegenomen door de aanhoudende oorlog in Oekraïne, de oplopende spanningen in het Midden-Oosten en toenemende handelsbarrières. De gemeenteraad is tussentijds via de eerste voortgangsrapportage 2023 geïnformeerd over de negatieve effecten van de prijsstijgingen ten opzicht van de begroting 2023.
•
Ontwikkelingen op wereldwijde schaal Verder zien we een aantal ontwikkelingen op wereldschaal die ook van invloed kunnen zijn op onze gemeente omdat ze gevolgen hebben op inwoners van de gemeente, gemeentelijke eigendommen en/of de financiële positie van de gemeente. Een aantal, door wereldwijde expert, verwachte grote risico, die niet makkelijk te kwantificeren zijn, zijn:
35
o
o
o
Extreme weersomstandigheden. Extreme weersomstandigheden kunnen directe invloed hebben op onze inwoners persoonlijk maar ook indirect via gemeentelijke eigendommen die beschadigd zijn door stormen, extreme regenval, droogte en hitte. De gemeentelijke financiële positie wordt hiermee beïnvloed door extra benodigde investeringen of onderhoud in bijvoorbeeld gebouwen en de (inrichting van) de openbare ruimte. Dit risico wordt in de komende 10 jaar naar verwachting groter. Sociale polarisatie. Sociale polarisatie kan de leefbaarheid in (delen van) de gemeente raken. Onlusten kunnen een directe invloed hebben op eigendommen van inwoners maar ook op eigendommen van de gemeente. Het kan leiden tot beschadiging van vastgoed, maar een negatieve invloed hebben op de leefbaarheid in (delen van) de gemeente, waarmee de leefbaarheidsdoelstelling in gevaar komen. Cyber onveiligheid. Cyber onveiligheid neemt als risico alleen maar verder toenemen. Verder automatisering, robotisering en kunstmatige intelligentie nemen meer en meer delen van handmatige werkprocessen over. Hiermee veranderen de risico's in de processen en zijn andere beheersmaatregelen daarop nodig. Beheersmaatregelen zijn overigens als gemeente zelf te nemen door bijvoorbeeld een information security management system (ISMS) te implementeren. Als gemeente Epe maken we deels al gebruik van een ISMS.
Algemeen Risicobeheersing wordt in de gemeente Epe procesmatig uitgevoerd in een risicomanagement proces. Het risicomanagement proces is een systematisch en cyclisch proces om risico’s te identificeren, te analyseren en te beoordelen, op basis hiervan maatregelen te nemen (beheersing) en die te evalueren. Door de gekozen manier van beheersen van een bepaald risico kan er een restrisico voor de organisatie overblijven. Op het moment dat een risico als een daadwerkelijke gebeurtenis voordoet is het uitgangspunt van de gemeente Epe dat er middelen beschikbaar zijn binnen de organisatie zodat de (financiële) gevolgen van het risico geen invloed hebben op de normale bedrijfsvoering. Ofwel restrisico’s dienen opgevangen te worden binnen de normale bedrijfsvoering en hebben daarop geen invloed. Het uitgangspunt is dat het overgrote deel van de financiële gevolgen (eenmalig) opgevangen kunnen worden in de algemene reserve waarvan de hoogte is vastgesteld op minimaal € 2,5 mln. De relatie tussen de beschikbare middelen (ook wel weerstandscapaciteit genoemd) en de restrisico’s wordt het weerstandsvermogen genoemd. Nader uitgewerkt is het weerstandsvermogen de relatie tussen: • Weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen.
• Risico’s: Dit zijn de restrisico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente. Schematisch ziet dat er als volgt uit:
36
2.2 Beleidskaders In februari 2018 heeft de gemeenteraad van Epe de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. In deze nota is het risicomanagementproces vastgelegd en de kaders aangegeven voor de uitvoering van het risicomanagement en het weerstandsvermogen. De volgende randvoorwaarden zijn vastgelegd: a. Het risicomanagement wordt procesmatig en conform de standaarden in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen uitgevoerd. b. De risico’s waarbij het financiële effect op de bedrijfsvoering Groot tot Zeer groot is en de kans daarop ook Groot tot Zeer groot is, worden (in de regel) maatregelen getroffen voor het restrisico in de vorm van een voorziening, bestemmingsreserves of (structurele) stelpost(en) in de begroting. c. De weerstandscapaciteit wordt gevormd uit het saldo van de algemene reserve, de begrotingsruimte of het rekeningresultaat en het bedrag voor onvoorzien. d. De ratio voor het weerstandsvermogen is minimaal voldoende (groter dan 1). e. De verhouding algemene reserve in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit is minimaal voldoende (groter dan 1). 2.3 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. Onder deze middelen worden opgenomen de algemene reserve, de begrotingsruimte (of het rekeningresultaat) en het bedrag voor onvoorzien.
De onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen een structureel of een incidenteel karakter hebben. Incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit eenmalig beschikbare middelen, structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit structureel beschikbare middelen. In de onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit aangegeven. Bedragen * € 1.000 Weerstandscapaciteit
2023
karakter
Algemene reserve
2.500
incidenteel
Jaarrekeningresultaat 2023
9.341
incidenteel
Totaal
11.841
De stand van de algemene reserve op 31 december 2023 bedraagt € 3,3 miljoen. Het bij het opstellen van de begroting 2024 ingeschatte surplus boven de minimale benodigde stand van € 2,5 mln. is ingezet als dekking voor kosten in de begroting 2024.
2.4 Risico's Een risico voor een organisatie is een onzekere gebeurtenis die, als die zou plaatsvinden, vertragend of belemmerend werkt om de doelstellingen te bereiken. De gevolgen van het zich werkelijk voordoen van deze gebeurtenissen vertalen zich vaak in financiële schade maar ook in niet-financiële schade. De inventarisatie van risico’s heeft als doel om de, op het moment van het opstellen van deze jaarrekening, bekende risico’s te benoemen en toe te lichten. Voor zover risico’s als concrete toekomstige financiële verplichtingen te kwantificeren zijn, zijn daarvoor (financiële) voorzieningen gevormd. Het kwantificeren van risico’s is lastig en in veel gevallen zullen de gemaakte keuzes arbitrair zijn. Bij de kwantificering van risico's wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is het risico zonder dat er rekening gehouden is met het effect van een beheersmaatregel die getroffen is om het risico in te perken. Door het nemen van beheersmaatregelen wordt de omvang van het risico minder. Het risico dat overblijft na het nemen van beheersmaatregelen wordt het restrisico genoemd. De risico’s zijn in een risicokaart weergegeven waarbij het effect (het restrisico) van de gebeurtenis op de financiële positie van de gemeente, is afgezet tegen de kans dat de gebeurtenis zich voordoet.
Onder de tabel wordt een omschrijving van het risico gegeven en de risicokenmerken benoemd.
37
Risicokaart:
Toelichting risico’s. Onderstaand wordt een korte toelichting gegeven op de in de risicokaart opgenomen risico's en enkele kenmerken benoemd.
Sociaal Domein De middelen voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein (Wmo en jeugdzorg) verstrekt het Rijk via de algemene uitkering en integratie-uitkeringen. De gemeente kan deze middelen naar eigen inzicht besteden, verantwoording aan het Rijk is niet nodig. De gemeente loopt met de uitvoering van deze taken aanzienlijke financiële risico’s. Dit wordt mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken. Vooralsnog kunnen de uitgaven van het sociaal domein worden opgevangen binnen de beschikbare middelen van het Rijk. Zorgtrajecten worden over het algemeen zwaarder en zorg blijkt langer nodig. Dit zorgt voor een toename van de uitgaven bij jeugdzorg. Om de risico’s te beheersen is een monitoring systematiek opgezet waardoor tijdig signalen worden ontvangen zodat bijgestuurd kan worden, zowel beleidsmatig als in de uitvoering en financieel. Vanaf 2022 worden van het Rijk extra middelen ontvangen voor jeugdzorg (hervormingsagenda). Omdat in de eerste jaren de extra middelen de uitgaven overtreffen, worden deze in eerste instantie gereserveerd (nieuwe reserve: Hervorming jeugdzorg-Wmo), voor zover deze niet worden uitgegeven. Vanaf 2025 is de verwachting dat de middelen van het rijk niet meer toereikend zullen zijn. De verwachting is dat de nieuwe reserve Hervorming jeugdzorg-Wmo tot 2027 het tekort kan compenseren.
Op termijn zal een evaluatie inzicht moeten geven in de ontwikkeling van de noodzakelijke uitgaven en de beschikbare financiële dekkingsmogelijkheden. Met de reserve risico’s sociaal domein worden de financiële risico’s opgevangen die de gemeente loopt als gevolg van de uitvoering van de taken in het sociaal domein. Grondexploitatie De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid. Daarbij is de gemeente bij ontwikkelingen eerder volgend dan initiërend. Hiermee worden de risico's voor de gemeente sterk beperkt. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Paragraaf 7 Grondbeleid. Uit deze paragraaf blijkt dat de risico’s binnen het
Risico kenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicoreserve Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen
Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicoreserve Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven
38
grondbedrijf en regionale woningbouwprogrammering voldoende afgedekt worden met een bestemmingsreserve.
Verbonden partijen De gemeente heeft (zeer uiteenlopende) relaties en verbindingen met instellingen en vennootschappen. In paragraaf 6: Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op relaties en verbindingen van de gemeente met deze verbonden partijen. Kenmerkend voor verbonden partijen is dat zij op afstand van het college en de gemeenteraad functioneren. Elk van de verbonden partijen hebben hun eigen risicoprofiel met een daarbij behorend pakket aan maatregelen om de bestuurlijke en financiële risico's te beheersen. Bij verbonden partijen wordt ernaar gestreefd dat de eigen vermogenspositie van de verbonden partij een solide omvang heeft zodat in eerste instantie financiële tegenvallers door de verbonden partij zelf opgevangen kunnen worden. Het risico van de gemeente in vennootschappen bedraagt formeel niet meer dan de waarde van de aandelen die de gemeente bezit. In de praktijk zal het echter zo zijn dat in financieel slechte tijden (insolvabiliteit) de gemeente (bestuurlijk) zal worden aangesproken om bij te dragen in mogelijke oplossingen. Voor het afdekken van de risico’s in de privaat-publieke samenwerking zijn middelen opgenomen in de reserve bouwgrondexploitatie.
Juridische risico's en aansprakelijkheid De gemeente loopt juridische risico’s, omdat veel primaire processen binnen de gemeente van juridische aard zijn en bij het onrechtmatig handelen van de gemeente kan een schadeclaim worden ingediend. Juridische procedures kunnen zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk van aard zijn. 1. Bestuursrechtelijke risico’s worden -voor zover het om beschikkingen gaat- beperkt doordat in bezwarenprocedures een toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke commissie. 2. Civielrechtelijke procedures betreffen zowel gevallen waarin de gemeente door derden in een juridische procedure wordt betrokken (dagvaarding, aansprakelijkheidstelling, derdenbeslag etc.) als gevallen waarbij de gemeente zelf tegenover derden een juridische procedure start (aansprakelijkheidstelling, dagvaarding etc.). Het financiële risico is vaak moeilijk van te voren in te schatten. De kosten voor (verplichte) externe juridische bijstand, alsmede proceskosten, zijn de laatste jaren opgelopen, maar lijken zich te stabiliseren. Het claimen van proceskosten en het toewijzen daarvan door de rechter is standaard geworden. Tegen civielrechtelijke claims, voortvloeiend uit onrechtmatige daad en onrechtmatige besluiten (bijv. vernietigde besluiten) heeft de gemeente zich verzekerd.
Voor juridische bijstand, veroordelingen in proceskosten/griffiekosten, eigen risico’s en eigen bijdragen heeft de gemeente regulier budgetten opgenomen. Naarmate de gemeente meer optreedt als regievoerder en opdrachtgever, wordt de kans dat in de uitvoering verschillen van inzicht optreden over gemaakte afspraken groter. Dit kan ook leiden tot procedures wanneer partijen er niet in slagen hun verschillen van inzicht in onderling overleg op te lossen. Borg en garantstellingen De gemeente heeft diverse waarborgen verstrekt voor geldleningen. Dit betekent dat de gemeente als achtervang borg staat op het moment dat de instantie of persoon waaraan de lening verstrekt is, niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De grootste waarborgen die de gemeente heeft verstrekt zijn (1) Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningstichtingen en (2) Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Het risico bij de WSW en de WEW is klein door de structuur. Voordat de waarborgfondsen een beroep doen op de achtervang wordt eerst het vermogen van het Waarborgfonds zelf aangesproken. Is het daarna noodzakelijk om de achtervang aan te spreken dan bestaat er een garantieverdeling van 50% Rijk / 50% gemeenten, in de vorm van een lening. Daarbij vervult het Rijk voor het WEW een volledige achtervang positie voor garantstellingen afgegeven vanaf 1 januari 2011.
Door de totale omvang van de achtervang posities (bijna € 100 mln.) kunnen de financiële gevolgen voor de gemeente groot zijn. Algemene uitkering Het ‘herijking’ traject is nagenoeg afgerond. Enkele onderzoeken lopen nog, waarvan het resultaat nog van invloed kan zijn op de uiteindelijke uitkomst van de herijking. Voor het resterende risico hiervan is in de begroting een stelpost opgenomen van € 100.000 vanaf 2025. Voor de jaren 2022 t/m 2025 ontstaat een incidenteel (tijdelijk) voordeel door het schrappen van de zgn. ‘opschalingskorting’. Daarnaast komen de komende jaren zowel incidenteel als structureel extra middelen beschikbaar binnen de algemene uitkering. De meicirculaire 2023
Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 383.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 77.000
Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 450.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risicokarakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 90.000
Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer groot Restrisico: € 984.000 Ontwikkeling risico: Toegenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 197.000
Risico kenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risico stelposten Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen
39
geeft een positieve ontwikkeling te zien in het ‘accres’ (met name bijstelling voor hogere loon-en prijsontwikkeling). Daarnaast is er sprake van een reële stijging door de toename vanaf 2026, omdat het rijk compensatie geeft voor het afschaffen van de huidige financieringsmethodiek (‘samen trap-op-trap-af’). De ‘voordelen’ moeten echter volledig worden ingezet ter compensatie van stijgende prijzen, lonen en rente. In de algemene uitkering worden extra middelen voor jeugdzorg en daarmee voor uitvoering van de ‘hervormingsagenda’ ontvangen. De inzet is dat de maatregelen vanuit de hervormingsagenda op den duur resulteren in lagere uitgaven voor de duurdere zorg. In de periode vanaf 2028 is de financiering niet meer financieel dekkend en zal het uitgavenniveau moeten zijn gedaald met mogelijk € 1,5 tot 2 mln. structureel. Omdat in de jaren vanaf 2022 de extra middelen voor jeugdzorg die van het rijk worden ontvangen, de uitgaven overtreffen, wordt het verschil in eerste instantie gereserveerd. Vanaf 2024/2025 zijn de middelen van het rijk niet meer toereikend en zal de reserve tijdelijk kunnen worden ingezet om het tekort te dekken. Daarnaast zijn afspraken gemaakt tussen de VNG en het Rijk, waardoor extra besparingen op de kosten van de jeugdzorg moeten worden gerealiseerd. Hier staat een daling van de algemene uitkering tegenover.
In de programmabegroting 2024-2027 is hiervoor een (kostenverlagende) stelpost opgenomen van structureel € 850.000 vanaf 2025. Vooralsnog vallen de genoemde voordelen t/m 2025 voor een belangrijk deel weg vanaf 2026. Ook moeten de ‘voordelen’ voor een belangrijk deel worden ingezet ter compensatie van stijgende prijzen en lonen. De ontwikkeling van de algemene uitkering is sterk afhankelijk van politieke keuzes die worden gemaakt bij de vorming van het nieuwe kabinet. Uitkering inkomensvoorziening Vanuit de via het Rijk beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van de Wet Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeente (BUIG) bekostigd de gemeente de inkomensvoorzieningen WWB, IOAZ, IOAW en een deel van de Bbz. In hoeverre de gemeente uit komt met deze middelen is afhankelijk van o.a. de economische ontwikkelingen binnen de regio als de ontwikkelingen van de verdeelmaatstaven waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. Hier zitten de grootste onzekerheden.
Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicoreserve Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen
Doordat de coronacrisis inmiddels weer een tijd achter ons ligt hebben veel mensen met een uitkering weer betaald werk gevonden. Daarnaast is door de krapte op de arbeidsmarkt en de ingezette dienstverlening in de afgelopen jaren om mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt te laten participeren/ reintegreren het aantal inwoners met een uitkering verder gedaald. Eind 2020 (in de coronapandemie) was het aantal huishoudens met een uitkering nog 505, eind 2021 ontvingen 382 huishoudens een uitkering, eind 2022 nog 361 en eind 2023 was de stand 364. We zien dus een lichte stijging van ons gehele uitkeringsbestand van 0,8% in 2023. Binnen ons uitkeringsbestand zien we in veel subgroepen een dalende trend, maar we zien ook een toename van het aantal statushouders met een uitkering. Ook constateren we een lichte stijging van het aantal jongeren tot 27 jaar en van het aantal bijstandsgerechtigden die in een inrichting verblijven. Landelijk is er ook een lichte stijging door o.a. meer baanverlies en meer jeugdwerkloosheid. Het is onduidelijk hoe de aantallen zich in 2024 verder zullen ontwikkelen. Voor de fluctuaties in het aantal uitkeringsgerechtigden en de daar tegenover verkregen Rijksbijdrage hebben we een reserve opgebouwd om de financiële risico’s op te kunnen vangen.
Organisatie - Personeel Een risico dat zich altijd kan voordoen is het onverwacht wegvallen van personeel op kritische functies door langdurige ziekte en (gedwongen) vertrek van medewerkers. Het is niet vooraf te voorzien wanneer en in welke mate dit zich zal voordoen in het personeelsbestand van de gemeente. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. Voor het opvangen van de kosten van (vervanging bij) langdurige ziekte en het vertrek van medewerkers is een reserve gevormd waaruit deze lasten gedekt kunnen worden. Jaarlijks wordt bij de begroting (op basis van op dat moment bekende situaties) het risico ingeschat van de te verwachten uitgaven. Omdat is gebleken dat deze problematiek een structureel karakter heeft, is vanaf de begroting 2023 voor dit risico een structurele jaarlijkse toevoeging aan de reserve in de begroting opgenomen. Aangezien de uitgaven een sterke fluctuatie vertonen zal moeten blijken in hoeverre deze stelpost het risico structureel voldoende afdekt. Onderhoud Openbare Ruimte Het beheer van de Openbare Ruimte is in de gemeente uitbesteed aan een derde (markt)partij via een dienstverleningsovereenkomst. Het onderhoud wordt op basis van door de gemeente opgestelde specificaties uitgevoerd.
Echter de leefomgeving verandert door klimaatverandering, burgers hebben veranderde wensen/eisen ten aanzien van het onderhoudsniveau en bijvoorbeeld de biodiversiteit en verschillende onderdelen van het gemeentelijk "areaal"
Risico kenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicoreserve Restrisico: geen Ontwikkeling risico: gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: geen
Risicokenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Midden Restrisico: € 215.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel
40
verouderen (denk bijvoorbeeld aan het ouder worden van bomen waardoor meer onderhoud nodig is). Daarnaast blijkt het contractueel afgesproken indexpercentage structureel lager te liggen dan de stijging van de werkelijke kosten die aannemers maken. Dit leidt tot het risico dat bij een nieuwe opdracht de kosten van dezelfde werkzaamheden structureel aanzienlijk hoger liggen. Al met al zien we dat ook bij een gelijkblijvend niveau van onderhoud van de openbare ruimte de kosten zullen gaan stijgen de komende jaren. In de komende jaren zal in de reguliere periodieke actualisatie van beheerplannen, financiële voorzieningen en reserves rekening gehouden worden met deze ontwikkelingen.
Beslag op weerstandscapaciteit: € 129.000
2.5 Conclusie weerstandsvermogen De gekwantificeerde risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit laat het volgende beeld zien: Weerstandsvermogen
2023
Weerstandscapaciteit
11.841.000
Risico's
493.000 Weerstandsvermogen
11.348.000
Gerekend in ratio’s wordt de weerstandscapaciteit ultimo 2023 als volgt weergegeven: 1. Algemene reserve in relatie tot de risico’s: 5,1 2. Weerstandscapaciteit in relatie tot risico’s: 24,0 De stand van de algemene reserve bedraagt (na inzet surplus bij de programmabegroting 2024) € 2,5 miljoen. De ratio weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s (24) is uitstekend. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de weerstandscapaciteit in zeer grote mate beïnvloed wordt door het incidentele hoge resultaat van de jaarrekening waarvan een groot deel bestemd wordt bij de besluitvorming over de jaarrekening. Dit zal de ratio aanzienlijk omlaag brengen en bijna halveren.
2.6 Kengetallen De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel worden deze kengetallen weergegeven. Kengetal
Verslag 2022
Begroting 2023
Verslag 2023
1a. Netto schuldquote
-12,9%
-10,8%
-16,9%
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-19,2%
-16,4%
-23,2%
2. Solvabiliteitsratio
76%
81%
74%
3. Grondexploitatie
-0,7%
-0,2%
-0,4%
4. Structurele exploitatieruimte
7,5%
1,3%
4,8%
5. Belastingcapaciteit
83%
98%
95%
41
2.6.1 Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Duiding Sinds 2019 zijn de langlopende (vaste) schulden van de gemeente nul. De totale kortlopende schulden en de overlopende passiva samen bedragen in de jaarrekening 2023 € 17,5 mln. Dit ligt ruim boven het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar en ligt veertig procent boven het niveau van eind 2022. De financiële bezittingen (in de vorm van uitgegeven lang- en kortlopende leningen, liquide middelen en overlopende activa) van de gemeente nemen de afgelopen jaren toe. Dit leidt er eind 2023 toe dat de financiële bezittingen van de gemeente groter zijn dan de totale schulden. Dit komt tot uitdrukking in het percentage van -16,9% (resp. -23,2%) bij de jaarrekening 2023. 2.6.2 Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.
Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal. Duiding Het solvabiliteitspercentage van de gemeente is de afgelopen vier jaar redelijk stabiel met een percentage tussen de 70% en 80%. In de jaarrekening 2023 komt het solvabiliteitspercentage uit op 74%. Sinds 2011 is de solvabiliteit gestegen (van 58% naar 74% op dit moment) met name als gevolg van een toename van het eigen vermogen van de gemeente. 2.6.3 Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond voor grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De accountant beoordeelt ieder jaar in de controle de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de gevormde reserve.
42
2.6.4 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Duiding De structurele baten in 2023 zijn hoger dan de structurele lasten per programma ook als daar de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves in worden meegenomen. Dit houdt in dat de gemeente een structureel sluitende exploitatie heeft omdat als alle incidentele baten en lasten buiten beschouwing worden gelaten in deze jaarrekening, de dan overgebleven structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten. 2.6.5 Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Duiding Dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente onder het landelijk gemiddelde liggen.
43
3 | Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Inleiding In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de rekening is gemoeid, is een goed overzicht van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de rekening omdat de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s is verspreid. 3.2 Beleidskaders Het beleid van de gemeente Epe voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande beleidsplannen.
• Wegenbeleidsplan • Gemeentelijk Watertakenplan • Groenstructuurplan / Bomenbeleidsplan • Beleidsplan Openbare Verlichting • Beleidsplan Civiele Kunstwerken • Beleidsplan gemeentelijke begraafplaatsen /Beheervisie begraafplaatsen • MJOP gebouwen 3.3 Stand van zaken Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de rekening. Financiële vertaling van het onderhoud in de jaarrekening (bedragen in € 1.000): Jaar vaststelling raad
Looptijd t/m
Achterstand onderhoud
Kosten 2023
Begroting 2023
Wegen
2014
2018
Nee
1.976
2.130
Gemeentelijk watertakenplan
2021
2025
Nee
830
848
982 structureel budget
Civiele kunstwerken
2023
2027
Nee
33
17
34 storting voorziening
15
18
18 structureel budget
Bomen en groen
2010
-
Nee
1.184
1.084
1.349 structureel budget
Openbare verlichting
2018
2026
Nee
96
61
63 structureel budget
Gebouwen
-
-
Nee
467
349
444 storting voorziening
195
286
270 structureel budget
Beleids-en beheerplan
Structureel Wijze m.i.v. 2024 2.196
structureel budget met egalisatiereserve
3.3.1 Wegen In de gemeente Epe ligt ongeveer 785 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat ongeveer 2.763.000 m2. De helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 27% uit elementen en 23% uit onverhard en beton. Jaarlijks wordt het wegareaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar waarin de inspectie plaats had. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een reserve voor de egalisatie van de onderhoudskosten. Ieder jaar worden in de hele gemeente werkzaamheden uitgevoerd om het kwaliteitsniveau constant te houden. Het actualiseren van het wegenbeleidsplan zou in 2022 worden uitgevoerd. Door gewijzigde inzichten is dit niet uitgevoerd. Vanwege de behoefte aan een integrale visie op het onderhoud van de openbare ruimte is er voor gekozen het wegenbeleid los te laten en na de visie een uitvoeringsplan wegen op te
44
stellen. Het mobiliteitsplan is in 2022 vastgesteld. Het gladheidbestrijdingsplan gaat los van het wegenbeleid in 2024 worden geactualiseerd. Het reguliere onderhoudswerk is overeenkomstig de planning nagenoeg in zijn geheel uitgevoerd 3.3.2 Gemeentelijke Watertaken In 2021 zijn het BRP en GWP (gemeentelijk watertakenplan) 2021 t/m 2025 opgesteld en door gemeenteraad vastgesteld. Eén van de kernfactoren voor het behouden van een goede leefomgeving is het in stand houden en optimaliseren van de voorzieningen omtrent de riolering en het watersysteem. Deze hebben een aantal belangrijke doelen voor het dagelijks leven: • Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten; • Het schoon houden van de bodem en het oppervlaktewater; • Het voorkomen van schade door hevige regenval én bij extreme droogte; • Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater. Het rioolnetwerk in de gemeente is ca 460 kilometer lang. Daarvan is ca 229 kilometer drukriolering en ca 231 kilometer vrij verval riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.023 minigemalen en 28 rioolgemalen. Jaarlijks wordt met gedetailleerde camera-inspecties circa 7% (15 km) van het areaal geïnspecteerd. Deze wijze van inspecteren wordt de komende jaren doorgezet, hoe wordt omgegaan met de bevindingen wordt nader uitgewerkt in het Rioolbeheerplan.
De kwalitatieve toestand van nagenoeg het gehele stelsel is in beeld. Hieronder volgt een opsomming van de uitgevoerde werken en werkzaamheden in 2023: • Uitvoering van centrumplan fase 3, aanleg vuilwater en infiltratieriool; • Vervangen persleiding in Vaassen en Emst; • Uitvoering reconstructie Krugerstraat/van Riebeeckstraat en Tuindorpweg; • Vervangen defecte riolering; • Voorbereiding Hoge Weerd fase 4; • Voorbereiding en aanleg retentie Vegtelarij Epe; • Start uitvoering centrumplan Oene; • Voorbereiding reconstructie Woestijnweg 3.3.3 Civiele kunstwerken Een brug is een overspanning over water om twee weggedeelten te verbinden. De gemeente Epe heeft in totaal 64 bruggen en 2 tunnels in eigendom: 41 met een draagconstructie van beton en 23 met een draagconstructie van staal met een kunststof, houten of metselwerk opbouw. De kosten voor de vervanging van bruggen worden betaald uit een daartoe ingestelde reserve. Voor het opvangen van kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van deze voorziening is in lijn met het beleidsplan bruggen. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. In 2023 is 1 brug vervangen, nl in de Deventerstraat in Vaassen, daarnaast is regulier onderhoud uitgevoerd.
3.3.4 Bomen en groen Het Bomenbeleidsplan en het Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan ruim 32.500 onderhoudsplichtige bomen op gemeentelijke gronden. Om de boomveiligheid te waarborgen worden de bomen regelmatig gecontroleerd. De frequentie is op basis van kwaliteit en gebruiksdruk geprioriteerd. Het onderhoud van de openbare ruimte - waaronder bomen en gazons (ongeveer 50 ha), zandwegen en begraafplaatsen - is vastgelegd in kwaliteitsniveaus gebaseerd op het CROW. De beeldkwaliteit wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren. Voor de centra en wijken van Epe en Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats. Daarnaast wordt extra aandacht
45
geschonken aan de bestrijding van boomziekten zoals de kastanjeziekte, iepziekte en essentaksterfte en de bestrijding van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw e.d. Het nieuwe Bomenbeleidsplan zou in 2022 worden vastgesteld maar is door gewijzigde inzichten en implementatie omgevingswet en de verordening fysieke leefomgeving (VFL) uitgesteld tot 2024. Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan Vebego (Axent Groen) en vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd tot 2025. Daarin is vastgelegd dat Vebego de openbare ruimte op basisniveau onderhoudt. Gemeente Epe heeft hierin de rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte. De geraamde financiële middelen in de begroting waren voldoende om het huidige niveau in stand te houden. 3.3.5 Openbare verlichting Het beleids- en beheerplan openbare verlichting is geactualiseerd in een nieuw plan met een looptijd van 2017 tot 2026. Het heeft als belangrijkste doel het leggen van een bestuurlijke, beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. Eind 2023 zijn er ca 6.331 masten in beheer bij de gemeente Epe (uitbreiding/verbetering Hoge Weerd, Krugerstraat, Riebeeckstraat inclusief diverse aansluitingen fietsenstallingen en ABRI's).
Binnen de gemeentegrenzen zijn bij de provincie Gelderland 8 masten in het beheer, bij Dorpsbelang Oene 6 stuks en bij Triada 346 stuks. Er zijn ca. 6.423 armaturen, dat zijn er meer dan er lichtmasten zijn en dat komt omdat op sommige lichtmasten meer armaturen met meer lampen zijn gemonteerd. Het doel is om de komende jaren de gemeente Epe geheel uit te rusten met ledverlichting. Eind 2023 was deze vervangingsslag voor meer dan de helft uitgevoerd, dit betreft 82%. De werkzaamheden liggen op schema. Voor het onderhoud is er een voorziening waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort. 3.3.6 Gebouwen Er zijn 46 gebouwen en woningen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan 6 gymlokalen. Het beheer en onderhoud bestaat hoofdzakelijk uit het reguliere (dagelijks) en groot onderhoud. Het groot onderhoud wordt onder andere uitgevoerd op basis van MJOP’s. Het MJOP is gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen. Per jaar wordt minimaal 50% van de MJOP’s van de gebouwen geactualiseerd, zodat een cyclus van max. 2 jaar ontstaat. Een actuele MJOP levert een begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert ook de gegevens voor een jaarplanning voor de uitvoering. Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis diverse uitgangspunten, zoals toekomst, bouwjaar, huidige status e.d.
Op basis van de MJOP’s zijn voorzieningen gevormd, waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd voor het streekarchief, gemeentehuis, de buiten- en binnenzijde van de gymzalen, de brandweerkazernes, kinderopvang St. Crusiusweg, de wijkgebouwen, de bibliotheek, de Ossenstal, de dienstgebouwen en de onderkomens op de begraafplaatsen.
46
4 | Financiering 4.1 Inleiding De paragraaf Financiering heeft tot doel inzicht te verschaffen in de activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s, ofwel: treasury. 4.2 Beleidskaders In het Treasurystatuut (2014) is het beleid ten aanzien van de treasuryfunctie vastgelegd. Belangrijkste doelstellingen van de treasuryfunctie zijn: • het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico's zoals renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's en liquiditeitsrisico's, • het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido (Wet Financiering decentrale overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut. 4.3 Beleidsverantwoording De Wet Fido bevordert een solide financieringswijze bij decentrale overheden. Doel is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van decentrale overheden, die mogelijk consequenties kunnen hebben voor hun financiële positie. De wet geeft twee concrete richtlijnen voor de gemeenten voor het beheersen van renterisico’s. Het gaat daarbij om de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. In bijlage 3 zijn de verplichte overzichten, die de gemeente jaarlijks moet opstellen, opgenomen.
4.3.1 Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. Om een grens te stellen aan de korte financiering is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen, waarbij een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) over het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het begrotingsjaar. Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2023 € 9,9 miljoen (zie bijlage 3). Door het positieve liquiditeitssaldo gedurende het hele jaar en de afwezigheid van opgenomen korte geldleningen, blijft de gemeente ruimschoots binnen deze limiet. 4.3.2 Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. Dit wordt bereikt door een limiet te stellen aan dat deel van de vaste schuld, waarover het rentepercentage in een bepaald jaar moet worden aangepast aan de op dat moment geldende markttarieven. Dit doet zich voor bij herfinanciering en renteherziening.
Herfinanciering houdt in dat een vervangende lening wordt aangetrokken om aan de aflossingsverplichtingen van bestaande leningen te voldoen. Renteherziening doet zich voor wanneer de geldgever het rentepercentage van een lening gedurende de looptijd herziet. De renterisiconorm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal aan leningen in aanmerking mag komen voor herfinanciering en/of renteherziening. Voor Epe bedraagt de renterisiconorm € 23 miljoen (zie bijlage 3). Aangezien de gemeente op dit moment geen gebruik maakt van leningen, blijft de gemeente binnen deze norm. 4.4 Financiering 4.4.1 Financieringspositie Het financieringssaldo ultimo 2023 is € 19 miljoen positief (berekening: eigen vermogen (reserves en voorzieningen) minus boekwaarde vaste activa). Gedurende 2023 was er voldoende liquiditeit om de benodigde uitgaven te kunnen doen (inclusief de financiering van investeringen).
47
Bij het opstellen van de begroting 2023 werd een financieringstekort in 2023 verwacht (€ 7,9 miljoen). Dit tekort zou gefinancierd worden met kortlopende geldleningen. Toen was nog niet bekend dat het boekjaar 2022 zou eindigen met een financieringsoverschot, mede als gevolg van het positieve jaarrekeningsaldo. Daarnaast waren er in 2023 een aantal (niet begrote) ontwikkelingen met een gunstig effect op de liquiditeit: • het positieve jaarrekeningsaldo 2023, • de vooruit ontvangen specifieke uitkeringen vanuit het Rijk en andere overheidslichamen, bestemd voor de uitvoering van regelingen op het gebied van Samenleving en Ruimte, waarvan de uitgaven in de loop van 2024 worden gedaan dan wel afgerekend, en • het uitstel van geplande uitgaven in de exploitatie en investeringen (zie bijvoorbeeld de overgeboekte restantbudgetten naar 2024 en de afwijkingen ten opzichte van de begrote toevoegingen en onttrekkingen aan reserves en voorzieningen). De overtollige liquide middelen in 2023 zijn, overeenkomstig de Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden, gestald in 's Rijks' schatkist. Daarbij is het drempelbedrag van wat de gemeente buiten de schatkist mag aanhouden, niet overschreden. In de toelichting op de balans, onder het kopje Schatkistbankieren is een berekening hiervan opgenomen. In 2023 was het dus niet nodig om externe financiering aan te trekken.
In 2022 is voor het laatst een kortlopende kasgeldlening (bij BNG, € 3,0 miljoen met een rentepercentage van -0.25%) aangetrokken, welke 1 juli 2022 is afgelost. 4.4.2 Leningenportefeuille Sinds medio 2019 heeft Epe geen langlopende geldleningen. In het kader van het financieel toezicht publiceert de provincie jaarlijks een overzicht van de schuldenpositie van de gemeenten in Gelderland. Uit dat overzicht blijkt dat de netto schuld per inwoner van Epe in vergelijking met de andere 51 gemeenten laag is. In de publicatie over 2022 staat Epe op de 4e plaats (en op de 3e plaats in 2021) van de Gelderse gemeenten. 4.4.3 Uitzettingen Alle gemeenten moeten hun overtollige middelen in de schatkist van het Rijk aanhouden. In 2023 is gedurende het jaar een hoog positief saldo in 's Rijks' schatkist aangehouden (ter illustratie: zie bijlage 3 Kasgeldlimiet). Door de stijgende rente in 2023 heeft dit geleid tot een rentebate van €447.000. Daarnaast heeft de gemeente diverse uitzettingen/beleggingen bij o.a. BNG en Vitens vanwege haar publieke taak. 4.5 EMU-saldo De Europese Unie heeft bepaald dat het EMU-tekort van een land niet hoger mag zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Binnen Nederland is dit tekort 'verdeeld' tussen de verschillende overheden, de zogenaamde EMU-referentiewaarde. Voor de gemeente Epe is de EMU-saldo referentiewaarde in 2023 € 3,8 mln.