CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

973774 Ontwerp Toekomstplan en Begroting 2025-2028

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Hamerstuk: Begroting 2025 Tribuut belastingsamenwerking11.234 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1.1: Waarderen

12,64

€ 1058

€ 890

€ 921

€ 946

€ 972

€ 999

1.2: Gegevensbeheer WOZ

10,86

€ 1180

€ 1036

€ 1072

€ 1101

€ 1132

€ 1163

1.3: Heffen

7,58

€ 813

€ 622

€ 643

€ 661

€ 679

€ 698

1.4: Invordering

8,89

€ 954

€ 729

€ 754

€ 775

€ 796

€ 818

1.5: Frontoffice

5,22

€ 561

€ 428

€ 443

€ 455

€ 468

€ 480

Totaal

45,19

€ 4566

€ 3705

€ 3832

€ 3938

€ 4046

€ 4158

3.6

Financiering

Het financieringsvraagstuk van Tribuut was voorheen relatief klein. Dit kwam voornamelijk doordat de begroting hoofdzakelijk bestond uit personeelskosten en ICT-uitgaven. Hierdoor waren de financiële risico's beperkt. Hoewel de exacte kosten voor de nieuwe huisvesting nog niet bekend zijn, is het duidelijk dat we deze kosten moeten voorfinancieren. Op dit moment lijkt dit niet haalbaar met onze eigen liquide middelen en eigen vermogen. Daarom zullen we afspraken moeten maken met de deelnemende gemeenten of een bancaire financiering moeten regelen. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Fido een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal voor 2025 bedraagt € 8.140.103. De kasgeldlimiet bedraagt daarom € 667.488. Zo lang de korte rente lager is dan de rente voor langere looptijden zal de kasgeldlimiet optimaal worden benut. Renterisiconorm Het renterisico op de lange financiering wordt wettelijk begrensd door de renterisiconorm. Als lange financiering wordt volgens de Wet Fido aangemerkt: alle financieringsvormen met een rentetypische looptijd vanaf één jaar.

Het renterisico wordt gedefinieerd als de betaalde aflossingen, vermeerderd met het saldo van de contractuele renteherzieningen op de opgenomen geldleningen. De renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 2,5 miljoen. Achterliggende reden voor het gebruik van de renterisiconorm is de spreiding van het renterisico over de jaren. Voor Tribuut geldt de minimumnorm ad € 2,5 mln. voor de renterisiconorm. Dit minimum is bedoeld om kleinere organisaties niet al te zeer te beperken bij het komen tot een efficiënt liquiditeitsbeheer. Financiering Tribuut heeft een eenvoudige rol op treasurygebied. De behoefte is: • Het aantrekken van langlopende geldleningen voor investeringen voor de bedrijfsvoering. • Het overbruggen van de mate van bevoorschotting door de deelnemers. Als grotere investeringen in de bedrijfsvoering worden gedaan, ontstaat behoefte aan langlopende financiering. Dit wordt niet verwacht. Schatkistbankieren Tribuut neemt als decentrale overheid verplicht deel aan het zogenaamde schatkistbankieren. Dit houdt in dat eventuele positieve banksaldi bij het Rijk worden uitgezet. Om het dagelijks kasbeheer te vereenvoudigen, mag Tribuut een drempelbedrag van 0,75% van het begrotingstotaal buiten de schatkist aanhouden. De drempel is nooit lager dan € 250.000. Wat betekent dat Tribuut altijd gemiddeld € 250.000 buiten de schatkist mag houden.

Betaalde belastingopbrengsten worden zo snel mogelijk afgeboekt naar de schatkist. Vanwege de zeer hoge bedragen (tot tientallen miljoenen per dag) in de piekperiode ten opzichte van het minimale begrotingstotaal van Tribuut is het onrealistisch om te Ontwerp toekomstplan en begroting 2025-2028

27

verwachten dat Tribuut in de eerste twee kwartalen onder het drempelbedrag blijft. Uit hoofde van de treasuryfunctie kunnen middelen worden uitgezet. Het treasurystatuut is hierbij leidend. Bankrelatie Het betalingsverkeer is sinds 1 januari 2022 ondergebracht bij de Coöperatieve Rabobank U.A. Tribuut maakt hierbij gebruik van drie bankrekeningen, namelijk de bedrijfsvoeringsrekening, de rekening voor de belastinginning en een tegenrekening voor het schatkistbankieren. Beleidsvoornemens Tribuut streeft naar optimale financiële afstemming met de deelnemende gemeenten. Hierbij ligt de nadruk op het zo efficiënt mogelijk doorsluizen van de belastinginkomsten naar de deelnemende gemeenten. Daarnaast wordt de bevoorschotting van de gemeenten zodanig afgestemd dat het aangaan van leningen tot een minimum wordt beperkt. Tribuut werkt hierbij met gescheiden bankrekeningen voor de bedrijfsvoering en belastinginning. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor de programmabegroting van provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Voor de belastingsamenwerking zijn de paragrafen ‘lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, grondbeleid en verbonden partijen’ niet relevant. Deze paragrafen zijn daarom niet in de begroting van Tribuut opgenomen.

Ontwerp toekomstplan en begroting 2025-2028

28

4. Financiële begroting De begroting is opgesteld volgens de eisen die voortkomen uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Naast de programmabegroting presenteren we ook de financiële (exploitatie)begroting.

4.1

Financiële begroting

Financiële begroting (x € 1.000) 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Personeelskosten Processen

€ 3132 € 3542 € 3999 € 4211 € 4388 € 4572

Inhuur processen

€ 834

€ 498

Personeelskosten algemeen

€ 807

€ 1174 € 1286 € 1341 € 1393 € 1446

Automatisering

€ 1145 € 1254 € 1192 € 1225 € 1255 € 1287

Huisvesting

€ 234

€ 234

€ 216

€ 208

€ 209

€ 209

Financiën

€ 117

€ 104

€ 129

€ 132

€ 136

€ 139

Organisatie / Communicatie / Advieskosten

€ 381

€ 463

€ 520

€ 529

€ 539

€ 549

Proceskostenvergoeding

€ 1854 € 476

€ 489

€ 502

€ 515

€ 528

Projectkosten

€ 29

€0

€0

€0

€0

Totaal

€ 8533 € 7744 € 8140 € 8466 € 8758 € 9062

€0

€ 309

€ 317

€ 325

€ 333

Personeelskosten Directe loonkosten en algemene personeelskosten worden direct toegerekend aan de programma’s; het opleidingsbudget ter grootte van 1,5% van de totale salariskosten valt onder ‘personeelskosten algemeen’. Inhuur processen We hebben het personeelsbudget aangepast aan het laatste formatieplan. We kunnen daarmee een constante bezetting nastreven en het inhuurbudget beperken tot de noodzakelijk bezetting in de piekmomenten. Automatisering Dit zijn de kosten voor licenties, beheer en onderhoud van gebruikte programmatuur en ondersteuning door leveranciers voor verbeteringen en probleemoplossingen. Opmerkelijk is wel dat de kosten van automatisering door indexering enorm snel oploopt. Indexeringen zijn vaak gekoppeld aan inflatiecijfers die eind vorig jaar enorm opliepen. Vooralsnog gaan we ervan uit dat dit binnen de begroting is op te vangen. Huisvesting De huisvestingskosten zijn vooral huur en vaste lasten die we via gemeente Epe afnemen. Ook de schoonmaakkosten vallen hieronder. Door de opzegging van de DVO door gemeente Epe zal Tribuut een ander huurpand betrekken. Het is nog onzeker of dit nog in 2024 zal plaatsvinden maar normaal gesproken wel uiterlijk 1 juli 2025.. Financieringskosten Door een nieuwe aanbesteding van bankdiensten zijn we per 1 januari 2022 overgaan naar de Rabobank. De kosten zijn volgens deze aanbesteding begroot.

Daarnaast zijn er kosten van verzekeringen en accountantskosten ondergebracht bij financieringskosten.

Ontwerp toekomstplan en begroting 2025-2028

29

Organisatie, communicatie en advieskosten Kosten voor communicatie, post, contributie, drukwerk, telefoon, adviseurskosten, afschrijving telefoon en computers en de post onvoorzien. Ook deze kosten zijn slechts geïndexeerd.

4.2

Toelichting op de opgenomen wijzigingen

Hieronder vindt u de wijziging t.o.v. de laatste voorgelegde meerjarenbegroting. Deze komen grotendeels overeen de begrotingswijziging 2024 die in april 2024 is vastgesteld door het bestuur. Personeelskosten € 183.000,Extra FTE trainee (conform kadernota) Hogere indexering en extra CAO over totale loonkosten (ca 2.5%)

€ €

70.000,100.000,-

Personeelskosten Algemeen € 232.000,Extra reiskosten woonwerk-verkeer (conform kadernota) Extra FTE functioneel beheerder (conform kadernota) Nieuwe aanbesteding arbodienst WKR kosten Nieuwe aanbesteding bedrijfsvoeringskosten (i.v.m. verhuizing)

€ € € € €

75.000,82.000,12.500,16.000,21.500,-

Automatisering € 160.000,Toename kosten nieuwe DVO gemeente Apeldoorn Hogere indexering ICT-contracten (gem. 6%) VerSaaSing applicaties en extra functionaliteiten

€ € €

35.000,35.000,65.000,-

Financiën € 20.000,Rentekosten voorfinanciering huurdersinvesteringen

€

22.000,-

€ € €

8.000,19.000,46.000,-

€

87.500,-

Org.- / Comm.- / Advieskosten Post- en archiefkosten Drukwerk- en portokosten Afschrijvingen huurderinvesteringen

€ 74.000,-

Proceskostenvergoeding € 87.500,Voordeel aanpassing wetgeving PKV (inschatting) Toelichting

Personeelskosten • Er is een trainee opgenomen volgens het besluit in de kadernota. Deze draait mee in de uitvoerende teams. • De indexering uit septembercirculaire in 2022 was lager dan de loonstijging en indexering voor 2025. Personeel algemeen • Per 1 januari 2024 vergoeden we bij Tribuut ook reiskosten woon-werkverkeer. • Om de beheersbaarheid en het adequaat functioneren van de applicaties te garanderen, is een extra FTE voor functioneel beheer gevraagd in de kadernota 2025. De verSaaSing van de applicaties vraagt veel meer afstemming en regie van Tribuut en minder van de serverbeheerders bij gemeente Apeldoorn. • De CAO en de nieuwe aanbesteding van de Arbodienstverlening leveren extra kosten op. Ontwerp toekomstplan en begroting 2025-2028

30

•

Na de verhuizing moeten zelf de bedrijfsvoering organiseren op het gebied schoonmaak, beveiliging, koffie, etc. Automatisering • Het project GO-IT, dat we op initiatief van gemeente Apeldoorn hebben opgepakt om onze automatisering te moderniseren, heeft in tegenstelling tot de verwachting die ons is voorgerekend geen kostenbesparing opgeleverd. Het doel was om een besparing te realiseren die extra kosten van SaaS-omgevingen zou inverdienen, maar heeft geleid tot een structurele verhoging van de DVO bij gemeente Apeldoorn. Om dat project af te ronden, moeten er ook eenmalig extra kosten gemaakt worden. • De extra kosten voor meerdere SaaS-omgevingen bij leveranciers leiden tot extra structurele kosten. • We ervaren dat de indexeringen bij ICT-contracten hoger uitvallen dan begroot. De index uit de septembercirculaire dekt de prijsstijgingen niet. Financieringskosten • We zullen het voorfinancieren van de huurdersinvesteringen en inrichting niet zelf voor kunnen financieren. Daarvoor is het voorstel om dit geld te lenen bij één of meerdere deelnemende gemeenten. De kosten zijn berekend op een rentepercentage van 4%. Post-, drukwerk- en portokosten • Deze kosten zijn gestegen en mogen conform de contracten doorberekend worden. De portokosten volgen bijvoorbeeld de kosten van PostNL. Proceskostenvergoeding (PKV) • De nieuwe wetgeving heeft de proceskosten fors beperkt.

Voor WOZ-bezwaren geldt nu een uitbetalingscorrectie van 75%. Als we voor 2024 uitgaan van 6.000 bezwaren, waarvan ca. 70% van NCNP-bureaus en die in 40% van de gevallen een bezwaar toegekend krijgen, dan komen we op ca. 3.500 keer € 150,-. Echter mogen die bureaus ook de taxatiekosten die men heeft gemaakt, declareren. Dat is vijf uur á € 53,- plus BTW. De verwachting is dat dit een nieuw onderdeel van het verdienmodel wordt. Op alle vergoedingen lopen nog juridische procedures en worden procedures uitgelokt. De inschatting van werkelijke kosten blijft dus onzeker. Daarnaast weten we ook nog niet hoeveel beroepen we over onze uitspraken op bezwaar mogen verwachten. Bij veel andere gemeenten en samenwerkingsverbanden zijn ook heel veel beroepen binnengekomen. De rechtbank heeft grote achterstanden, dus kunnen we definitieve aantallen op dit moment niet opleveren. Op basis van de inschatting op proceskosten verwachten we het budget voor 2024 met ruim 87.000 euro naar beneden bij te kunnen stellen.

Ontwerp toekomstplan en begroting 2025-2028

31

4.3

Kostenverdeling per gemeente

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de totale bijdrage per deelnemende gemeente. Kostenverdeling per gemeente (x € 1.000) 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Apeldoorn

€ 4238

€ 3862

€ 4057

€ 4219

€ 4365

€ 4516

Brummen

€ 445

€ 519

€ 546

€ 568

€ 587

€ 608

Epe

€ 846

€ 799

€ 839

€ 873

€ 903

€ 934

Lochem

€ 930

€ 863

€ 905

€ 941

€ 974

€ 1008

Voorst

€ 565

€ 507

€ 534

€ 555

€ 574

€ 594

Zutphen

€ 1509

€ 1195

€ 1259

€ 1310

€ 1356

€ 1403

€ 8533

€ 7744

€ 8140

€ 8466

€ 8758

€ 9062

Dekking algemene reserve Totaal

4.4

Balans

In de balans van Tribuut aan het einde van 2022 zijn voornamelijk overlopende activa en passiva te vinden, zoals ook beschreven in de paragraaf over weerstandsvermogen. Sinds 2020 zijn er slechts beperkte vaste activa, vanwege de aanschaf van laptops en mobiele telefoons. Vanaf 2025 zal het saldo van vaste activa toenemen vanwege de aanschaf van inboedel voor het nieuwe pand. Er is geen winstdoelstelling; het resultaat wordt direct verdeeld onder de deelnemende gemeenten en er wordt geen structurele algemene reserve aangehouden. Het belangrijkste doel is om vlottende activa en passiva tot een minimum te beperken. Op basis van deze beleidsvoornemens wordt voor de jaren volgend op dit begrotingsjaar de balans als volgt geprognosticeerd: 2025

2026

2027

2028

Activa

€ 492.262

€ 403.728

€ 365.194

€ 276.660

Passiva

€ 492.262

€ 403.728

€ 365.194

€ 276.660

De opgenomen bedragen onder de post activa (materieel) over 2025 zijn als volgt opgebouwd: Activa Meubelen

€ 74.000

Huurdersinvestering

€ 416.250

Mobile Devices Totaal

€ 2.012 € 492.262

Ontwerp toekomstplan en begroting 2025-2028

32

Bij Tribuut wordt ervoor gekozen om de jaarrekening op een beleidsarme te presenteren. Dit betekent dat een eventueel positief resultaat over 2025 niet wordt toegeschreven aan de algemene reserve. Hierdoor zal er per 31 december 2025 geen eigen vermogen op de balans aanwezig zijn. In samenspraak met de gemeenten zal het risicobeleid worden geëvalueerd om te bepalen of het nog steeds aansluit bij de huidige omstandigheden. Het uitkeren van de algemene reserve zal leiden tot een daling van de dekkingsratio tot 0 (wat ruim onvoldoende is).

Reserve 01 januari Overschot deel SOK 1e begrotingswijziging Bijdrage uit algemene reserve (zie 2e begrotingswijziging) GBO vrijval in 2023 Uitkering reserve Stand algemene reserve excl. resultaat Resultaat Algemene reserve 31 december

Ontwerp toekomstplan en begroting 2025-2028

€ € €

2023 2024 2025 783.727 € 590.649 € 148.574 163.450 € 123.450 € -109.000 € -565.525 € -

€ -1.095.812 € 350.231 € € 92.596 € 621.503 € 714.099

€ € 148.574 € € 148.574

€ -148.574 € 0 € € 0

33

Bijlage 1: lasten per taakveld 2025 Taakveld Omschrijving

Tribuut

0.1

Bestuur

€

70.432

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

0.4

Overhead

€

2.821.815

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

0.61

OZB Woningen

€

3.856.049

€

2.307.734

€

273.589

€

450.295

€

479.694

€

292.392

€

667.142

0.62

OZB niet woningen

€

677.809

€

347.173

€

42.870

€

91.127

€

117.845

€

79.352

€

107.705

0.63

Parkeerbelasting

€

6.016

€

11.341

€

-

€

-

€

-

€

-

€

36.608

0.64

Belastingen overig

€

25.262

€

59.848

€

-

€

3.983

€

4.904

€

1.417

€

3.053

Overige baten en lasten Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen Economische promotie

€

51.400

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

233

€

-

€

412

€

571

€

-

€

-

€

-

€

3.637

€

6.438

€

312

€

1.021

€

2.170

€

1.616

€

184

6.3

Inkomensregelingen

€

461.032

€

258.436

€

36.366

€

31.000

€

30.404

€

16.096

€

88.729

7.2

Riolering

€

25.420

€

344.428

€

72.341

€

130.874

€

79.575

€

44.310

€

119.510

7.3

Afval

€

121.794

€

694.403

€

119.968

€

122.643

€

183.420

€

93.608

€

213.097

7.5

Begraafplaats en crematoria

€

5.342

€

9.060

€

-

€

5.317

€

1.603

€

500

€

5.723

8.3

Wonen en Bouwen

€

13.863

€

18.115

€

-

€

2.277

€

5.562

€

4.436

€

17.508

€

8.140.103

€

4.056.974

€

545.857

€

839.109

€

905.178

€

533.727

€

1.259.257

0.8 3.3 3.4

Totaal

• •

Apeldoorn

Brummen

Epe

Lochem

Voorst

Zutphen

De lasten per taakveld worden bepaald door de gemeentelijke bijdrage per programmaonderdeel om te rekenen naar rato van het aantal aanslagregels per taakveld. De lasten per taakveld zijn voor de gemeenten ‘all inclusive’; Tribuut verantwoord de lasten op de taakvelden 0.1, 0.4 en 0.8 afzonderlijk. Dit leidt ertoe dat de lasten horizontaal niet optelbaar zijn tot de lasten van Tribuut.

Ontwerp toekomstplan en begroting 2025-2028

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14185217/1