972763 annex 4 uitvoeringsafspraken
Tekst van het document
REGIO OOST-VELUWE UITVOERINGSAFSPRAKEN (annex 4) MAATSCHAPPELIJKE OPVANG EN BESCHERMD WONEN
Datum: Status:
4 januari 2024 definitief
Annex 4 - uitvoeringsafspraken
1
Inleiding Gemeenten wensen met de aanbieders met wie de raamovereenkomst wordt gesloten een aantal uitvoeringsafspraken te maken in verband met de dienstverlening binnen het domein beschermd wonen. Artikel 1 Strategisch partnerschap Gemeenten gaan met 10 aanbieders een contract sluiten. Door met een relatief beperkt aantal partijen te werken, is het mogelijk om het strategisch partnerschap op een goede manier handen en voeten geven. Dat is ook nodig gelet op de grote opgaven waar we voor staan (zie o.a. om- en afbouw). Partijen zien strategisch partnerschap als een gezamenlijke verantwoordelijkheid (tussen de aanbieders en gemeenten) en gaan uit van gelijkwaardigheid. Partijen respecteren elkaars rollen en verantwoordelijkheden. Tijdens de dialoogfase hebben gemeenten met aanbieders besproken welke onderwerpen in dit verband aan de orde moeten komen en op welke manier we de verschillende overlegvormen gaan inrichten. Strategisch overleg: Het overleg vindt eens per 4 weken plaats. In overleg kan de frequentie worden aangepast. Partijen onderkennen dat in de periode tussen de ondertekening van het contract en de ingangsdatum van het contract (implementatiefase) mogelijk behoefte is aan een hogere frequentie. Gemeenten organiseren, faciliteren en zitten het overleg voor.
Alle deelnemers kunnen onderwerpen voor de agenda en wensen voor deelnemende partijen aandragen bij de gemeenten. In dit overleg wordt de strategisch lijn uitgezet en richting gegeven waar deelnemers in het kader van strategisch partnerschap aan willen werken. Ook zal in dat overleg de inrichting van het zorglandschap aan de orde komen. Ingeval voor een bepaalde doelgroep lacunes worden voorzien, zal in overleg met de aanbieders worden bekeken door welke partij en op welke manier daar in kan worden voorzien. In dit overleg zullen aanbieders en gemeenten ook werken aan samenwerkingsafspraken met aanpalende domeinen. Deelnemers vanuit aanbieders: managers Deelnemers vanuit gemeenten: accountmanagement, beleid Gemeenten en aanbieders kunnen deelnemers aandragen en in overleg toevoegen aan het strategisch overleg. Tactisch/operationeel overleg: Het overleg vindt eens per 4 weken plaats. In overleg kan de frequentie worden aangepast. Gemeenten organiseren, faciliteren en zitten het overleg voor. Alle deelnemers kunnen onderwerpen aandragen bij de gemeenten voor de agenda. In dit overleg wordt de ingezette strategische lijn (zie hiervoor) concreet uitgewerkt en uitgevoerd.
Annex 4 - uitvoeringsafspraken
2
Deelnemers vanuit aanbieders: manager zorg(toeleiding/coördinator), trajectmanagers of vergelijkbare functies. Deelnemers vanuit gemeenten: account/contractmanagement, beleid en toegang. Gemeenten en aanbieders kunnen deelnemers aandragen en in overleg toevoegen aan het strategisch overleg. Artikel 2 Doorontwikkeling Partijen willen de afspraken zoals die in de contractdocumenten vastliggen, tijdens de looptijd van de overeenkomst in ieder geval kunnen door ontwikkelen op de volgende onderdelen. Het voornemen tot doorvoeren van wijzigingen van één of meer van deze onderwerpen zal altijd met aanbieders worden besproken. Gemeenten streven naar consensus met in achtneming van wederzijdse rollen en verantwoordlijkheden. Bekostiging Bij de start van de overeenkomst worden de integrale hersteltrajecten en herstelgericht verblijf bekostigd volgens de P x Q-systematiek. Gemeenten wensen de mogelijkheid van andere vormen van bekostiging open te houden en te onderzoeken of het wenselijk is om tijdens de looptijd van de overeenkomst andere bekostigingsvormen in te zetten. De budgettaire kaders zullen ook in geval van een andere bekostiging blijven gelden. Aantal uren integraal hersteltraject Het integraal hersteltraject is gebaseerd op uren per week.
Deze uren zijn, op basis van een pilot en na overleg met aanbieders vastgesteld op 5 uur voor een ‘integraal hersteltraject perspectief’ en 10 uur voor ‘integraal hersteltraject intensief’ per week. De aanbieders zullen de besteding van deze uren registreren. Gemeenten kunnen deze registratie opvragen. Als blijkt dat er een discrepantie zit tussen het aantal uren waarop het integraal hersteltraject is gebaseerd en de daadwerkelijk bestede uren, kan dit leiden tot een wijziging van het aantal uren per integraal hersteltraject en in het verlengde daarvan tot wijziging van de tarieven. Monitoring, verantwoording en KPI’s Gemeenten willen beter zicht krijgen op de cliënten binnen het domein van beschermd thuis. Daarom worden, lopende het contract, monitorings- en verantwoordingsafspraken aan het contract toegevoegd. Deze worden vertaald in KPI’s. Deze afspraken worden in overleg met de aanbieders vormgegeven. Hierbij is aandacht voor data die gemeenten zelf uit de systemen kunnen halen en het beperken van de (additionele) administratieve lasten voor aanbieders. De data moet in ieder geval kwantitatief (financiën, aantal plekken) en kwalitatief (instroom, doorstroom en uitstroom, doelrealisatie) zicht geven op cliënten binnen het domein van beschermd thuis.
Artikel 3 Wachtlijsten en complexe casuïstiek/beëindigen zorg/spoedplaatsingen Wachtlijsten De aanbieder is op grond van artikel 3.22 van de Algemene voorwaarden sociaal domein (annex 1) gehouden elke cliënt passende zorg en ondersteuning te bieden. Een cliënt heeft nadat de indicatie is afgegeven zelf 2 maanden de tijd een passende aanbieder te kiezen. Ingeval een cliënt binnen twee maanden nog geen aanbieder heeft gekozen bij wie de cliënt Annex 4 - uitvoeringsafspraken
3
de indicatie wil verzilveren, dan overleggen aanbieders onderling welke aanbieder de meest passende zorg kan leveren. Mocht dat overleg niet tot de start van een ondersteuning leiden, dan zullen gemeenten een aanbieder kiezen die naar hun oordeel het meest passend is. De aanbieder dient de toegewezen cliënt te accepteren. De periode van 2 maanden is niet van toepassing ingeval sprake is van een spoedplaatsing. Complexe casuïstiek/beëindigen zorg Aanbieders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het herplaatsen van de cliënt in geval van een onhoudbare situatie. Aanbieders hanteren de volgende procedure: in geval sprake is van een onhoudbare situatie binnen een zorgtraject, bespreekt de aanbieder bij wie de cliënt in zorg is deze casus in een periodiek tactisch overleg met de gecontracteerde aanbieders. De aanbieders dienen tot een passende oplossing te komen. Tot het moment dat dit overleg heeft plaatsgevonden en een oplossing is gevonden, blijft aanbieder bij wie de cliënt in zorg is verantwoordelijk voor de zorglevering aan deze cliënt. Ingeval geen oplossing wordt gevonden, treedt de aanbieder bij wie de cliënt in zorg is in overleg met de gemeente Apeldoorn via beeindigenzorg@apeldoorn.nl. Het is aan die gemeente voorbehouden om schriftelijk in te stemmen met beëindiging van zorg.
Gemeenten realiseren zich dat acceptatieplicht van complexe cliënten bij aanbieders tot problemen zou kunnen leiden. Gemeenten zeggen toe in dergelijke situaties mee te denken en na te gaan of nog flankerende inzet nodig is. Partijen spreken uit dat de ondersteuning die nodig is, ook moet worden verleend. Indien een cliënt met een passende indicatie niet zelf een passende plek kan vinden, overleggen aanbieders gezamenlijk wie de zorg kan leveren. De acceptatieplicht is hiermee in principe een collectieve verantwoordelijkheid geworden. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, wijst opdrachtgever een aanbieder aan. Dit doet opdrachtgever op basis van alfabetische volgorde van aanbieders, tenzij deze aanbieder naar het oordeel van opdrachtgever niet passend is. In dat geval gaat de cliënt naar de eerstvolgende die naar oordeel van opdrachtgever wel passend is. Gemeenten zullen de afweging aan de aanbieders toelichten tijdens het tactisch/operationeel overleg. Artikel 4 Overgang van jeugdcliënten Aanbieders en gemeenten vinden het belangrijk dat een jeugdige die jeugdhulp krijgt en overgaat naar de WMO in verband met bereiken van de leeftijd van 18 jaar, te maken krijgt met een soepele overgang naar de WMO. Aanbieder en gemeenten zullen hier nauw op toezien.
Ingeval een jeugdige bij een gecontracteerde beschermd wonen aanbieder in zorg is, zal die aanbieder minimaal een jaar voordat de cliënt de leeftijd van 18 jaar bereikt, in overleg treden met de lokale toegang teneinde de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen. Artikel 5 Budgetplafond Gemeenten zien de afbouw van het rijksbudget als maatgevend voor de zorg en ondersteuning die t.b.v. de doelgroep kan worden gefinancierd. Gemeenten moeten binnen de steeds krapper wordende financiële kaders blijven. Daarom wordt voor de gecontracteerde aanbieders per kalenderjaar een gezamenlijk budgetplafond vastgelegd. Annex 4 - uitvoeringsafspraken
4
Dat plafond is gelijk aan het beschikbare budget voor de maatwerkvoorzieningen en zal met de afbouw van het rijksbudget in de pas lopen. Elke drie maanden zal de stand van zaken van het budget met aanbieders worden besproken en zullen de gevolgen in beeld worden gebracht. Door in te schrijven op deze aanbesteding committeert de aanbieder zich aan de gezamenlijke opgave om de dienstverlening binnen het budgetplafond uit te voeren. Om een zo actueel mogelijk beeld van de realisatie te hebben, moeten aanbieders de zorgkosten factureren uiterlijk voor afloop van de maand volgend op de maand waarin de zorg is verleend. Ook zullen aanbieders strikt toezien op de zg. start/stopberichten. Voor de maanden waarover nog niet gefactureerd is, zal worden gewerkt met een prognose op basis van de afgegeven indicaties. Gemeenten zullen voor het eerst in december 2025 een budgetplafond vaststellen. Dat geldt dan voor het jaar 2026. De reden van de eerste vaststelling in december 2025 is dat gemeenten het jaar 2025 beschouwen als een overgangsjaar omdat in dat jaar nog cliënten zullen overgaan van aanbieders die per 1 januari 2025 niet meer zijn gecontracteerd naar een van de aanbieders die per 1 januari 2025 een contract hebben getekend. Gemeenten spreken uit dat het overschrijden van het budgetplafond niet zal leiden tot ongefinancierde zorg.
Ingeval een overschrijding dreigt, zullen aanbieders worden gevraagd om gezamenlijk afspraken te maken om meer cliënten te laten door- en/of uitstromen. Gemeenten hebben de bevoegdheid het budgetplafond te verhogen. Artikel 6 Functiemix In het productenboek is bepaald welke (minimale) verhouding tussen HBO en MBOgeschoolde hulpverleners moet worden ingezet voor integrale hersteltrajecten en voor herstelgericht verblijf. Aanbieders moeten op het hierna genoemde niveau voldoen aan de vereiste mix:
In geval van een integraal hersteltraject: op niveau van de groep van medewerkers die voor dit product wordt ingezet. In geval van herstelgericht verblijf: op niveau van de groep van medewerkers die het rooster vult voor de betreffende locatie(s) waar herstel gericht verblijf wordt geleverd. Gemeenten onderkennen de huidige situatie op de arbeidsmarkt en begrijpen de zorgen die op dit punt leven bij de aanbieders. Gemeenten en aanbieders werken samen vanuit een strategisch partnerschap met een beperkt aantal aanbieders. Gemeenten willen de aanbieders meer ruimte geven als het gaat om de inzet van personeel. Belangrijke voorwaarde is dat de kwaliteit van zorg voldoende is. Pas op het moment dat een concreet signaal over het gebrek aan kwaliteit binnenkomt, kijken gemeenten of de juiste (minimale) verhouding tussen HBO en MBO-geschoolde hulpverleners wordt ingezet. Indien op dat moment blijkt dat de juiste (minimale) verhouding niet wordt ingezet, dient aanbieder een plan van aanpak in te dienen waaruit blijkt dat binnen 12 maanden wel aan de (minimale) verhouding tussen HBO en MBOgeschoolde hulpverleners wordt voldaan. De regisseur dient altijd HBO-geschoold zijn.
Annex 4 - uitvoeringsafspraken
5
Artikel 7 Woonplaatsbeginsel en landelijke toegang De invoering van het nieuw verdeelmodel beschermd wonen hangt samen met de invoering van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen. Voor zover nu bekend is de nieuwe ingangsdatum 1 januari 2024. Gemeenten vragen aanbieders om mee te denken in de implementatie van het woonplaatsbeginsel met als doel de risico’s voor de regio te minimaliseren. Uitgangspunt is dat aanbieders cliënten vanuit andere gemeenten dan die binnen de zorgregio Oost Veluwe niet plaatsen maar deze cliënten verwijzen naar de gemeenten die volgens de geldende wet- en regelgeving hiervoor verantwoordelijk zijn. Artikel 8 7/24 bereikbaarheid/beschikbaarheid Inhoudelijk Kenmerkend voor de zorgvorm beschermd wonen is de 24 uurs bereikbaarheid/beschikbaarheid. De Aanbieder biedt een snelle interventie bij incidenten en calamiteiten en de cliënt kan 24 uur per dag terugvallen op deskundig en bekwame medewerkers. De gemeenten eisen dat de 24 uurs bereikbaar- en beschikbaarheid is georganiseerd en geborgd. Voor de bereikbaarheidsdienst geldt dat die door aanbieders gezamenlijk (in combinatie) uitgevoerd mag worden. De gedachte hierachter is dat deze dienstverlening daarmee efficiënter kan worden ingericht, hetgeen leidt tot meer geld voor de inhoudelijke zorg.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanbieders om hierover, in de periode tussen de definitieve gunning en 1 januari 2025 afspraken te maken op basis waarvan de gemeenten kunnen toetsen dat daadwerkelijk wordt voldaan aan de eis van 7/24 uur bereikbaarheid. Op voorgaande is een inspanningsverplichting van toepassing. Ingeval de inspanningen van de aanbieders desondanks niet leiden tot een gecombineerde bereikbaarheidsdienst, dan geldt dat de aanbieders die niet een samenwerkingsafspraak hebben gemaakt zelf 7/24 bereikbaar dienen te zijn. Ingeval een cliënt tijdens de uren waarvoor de bereikbaarheid geldt, contact opneemt dan wel de aanbieder moet uitrukken, wordt de tijd die dan besteed wordt, gefinancierd binnen het integraal hersteltraject. Ingeval het om een cliënt gaat die bij een andere aanbieder in zorg is, zullen de betrokken aanbieders zelf een evt. verrekening van de kosten regelen. Indien 7/24 bereikbaarheid gezamenlijk wordt vormgegeven, dienen aanbieders de geldende privacywetgeving te respecteren en in verband hiermee afspraken te maken. Financiering Gemeenten stellen de volgende financiering beschikbaar. Voor de 7/24 uur bereikbaarheid worden in totaal 108 uur per week gefinancierd.
De hoogte van het beschikbare bedrag wordt bepaald op basis van de (relevante) CAO die geldt bij de aanbieder en van toepassing is op de hulpverleners die ondersteuning aan deze doelgroep bieden. Per 1 oktober 2023 zal worden bepaald welke CAO dat is. Op basis van het prijspeil 2024 gaat het om de volgende bedragen per CAO:
Annex 4 - uitvoeringsafspraken
6
Cao
Kosten
Sociaal werk
€ 24.066
per jaar
GZZ
€ 64.175
per jaar
GZ
€ 32.088
per jaar
Jeugdzorg
€ 27.521
per jaar
Jaarlijks mag de aanbieder het bedrag dat is gebaseerd op de relevante CAO bij de gemeente Apeldoorn in rekening brengen. Indien alle of een deel van de aanbieders besluiten om de 7/24 uur bereikbaarheid gezamenlijk uit te voeren, zullen die aanbieders zelf afspraken maken over de verrekening van de kosten. Ingeval sprake is van samenwerking is er sprake van een financieel voordeel. Aanbieders verbinden zich om dit voordeel aan de doelgroep ten goede te laten komen. Aanbieders moeten dit op begrotingsniveau kunnen aangeven. Artikel 9 Terugvalvoorziening Inhoudelijk De gemeenten eisen dat uiterlijk per 1 januari 2025 in totaal 10 plekken beschikbaar zijn voor de terugvalvoorziening. Aanbieders mogen de terugvalvoorziening gecombineerd inrichten. Het is de verantwoordelijkheid van de aanbieders om hierover tussen het moment van definitieve gunning en 1 januari 2025 afspraken te maken op basis waarvan de gemeenten kunnen toetsen dat daadwerkelijk wordt voldaan aan deze eis. Financiering Gemeenten financieren de terugvalvoorziening als volgt:
ingeval een plek niet is bezet, geldt het tarief ‘Terugvalvoorziening (leegstandstarief)’. Voor de dagen dat de plek niet bezet is, bestaat geen koppeling met een cliënt en kan deze facturatie niet via het berichtenverkeer lopen. Zodra bekend is welke aanbieder(s) de terugvalvoorziening gaat(n) leveren, zullen concrete afspraken worden gemaakt over de manier van facturatie voor de dagen dat de plek niet bezet is. vanaf de dag dat een cliënt op een terugvalvoorziening wordt geplaatst is het tarief ‘herstelgericht verblijf’ van toepassing. Gemeenten onderkennen dat ingeval een cliënt van deze voorziening gebruik maakt, extra inzet nodig is om terugkeer naar de thuissituatie mogelijk te maken en de bestaande zorglijn niet te doorbreken. Daarom wordt naast de indicatie voor herstelgericht verblijf ook nog de indicatie ‘regisseur terugvalvoorziening’ toegekend. Het tarief voor deze regisseur is gebaseerd op de inzet van 2 uur per week.
Artikel 10 Vaststellen tarief voor herstelgericht verblijf Gemeenten wensen het tarief voor herstelgericht verblijf te baseren op de verhouding tussen de indicaties wonen/verblijf die vallen in de categorie ‘intensief’ en ‘perspectief’ volgens onderstaande tabel. De verwachting is dat het aandeel ‘intensief’ de komende jaren gaat Annex 4 - uitvoeringsafspraken
7
stijgen en het aandeel ‘perspectief’ gaat dalen. Gemeenten wensen het tarief met die ontwikkeling te laten meebewegen. intensief Wonen/verblijf Crisis Basis
perspectief Wonen/verblijf Groep met begeleiding Duurzaam Wonen/verblijf groep met begeleiding Duurzaam (scheiden wonen/zorg) Wonen/verblijf Groep met begeleiding Perspectief Wonen/verblijf groep met begeleiding Perspectief (scheiden wonen/zorg) Wonen/verblijf Individueel met begeleiding Perspectief Wonen/verblijf individueel met begeleiding perspectief (scheiden wonen/zorg)
Wonen/verblijf Crisis Hoog Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief - partnerplaats Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief (scheiden wonen/zorg)
Tarief per 1 januari 2025 Gemeenten stellen op 1 oktober 2024 (meetmoment) voor de gecontracteerde aanbieders per aanbieder de verhouding tussen ‘perspectief’ en ‘intensief’ vast. Dit doen zij op basis van de indicaties van cliënten die op dat moment in zorg zijn bij deze aanbieders en volgens de categorieën zoals hiervoor genoemd. Het tarief wordt bepaald zoals weergegeven in onderstaand schema. W/V Perspectief (%) W/V Intensief (%) Etmaaltarief herstelgericht verblijf
2025 66% 34% € 210,53
2026 60% 40% € 213,70
2027 55% 45% € 217,00
2028 49% 51% € 220,44
2029 42% 58% € 224,35
2030 35% 65% € 228,20
2031 28% 72% € 232,31
2032 20% 80% € 236,77
2033 11% 89% € 241,94
2034 5% 95% € 245,46
2035 0% 100% € 248,20
Tarief per 1 januari 2025 Als het aandeel ‘intensief’ niet hoger is dan 34%, is het tarief voor 2025 van toepassing. Elke jaar daarna is het tarief voor het volgende jaar van toepassing.
Afwijkingen voor tarief per 1 januari 2025: Als blijkt dat een aanbieder op het meetmoment een aandeel ‘intensief’ heeft dat:
hoger is dan 34% doch lager dan 40%: tarief voor 2026 van toepassing hoger is dan 40% doch lager dan 45%: tarief voor 2027 van toepassing hoger is dan 45% doch lager dan 51%: tarief voor 2028 van toepassing hoger is dan 51% doch lager dan 58%: tarief voor 2029 van toepassing hoger is dan 58% doch lager dan 65%: tarief voor 2030 van toepassing hoger dan 65% doch lager dan 72%: tarief voor 2031 van toepassing hoger dan 72% doch lager dan 80%: tarief voor 2032 van toepassing hoger dan 80% doch lager dan 89%: tarief voor 2033 van toepassing hoger dan 89% doch lager dan 95%: tarief voor 2034 van toepassing. hoger dan 95%: tarief voor 2025 van toepassing.
Tarief voor jaar volgend op het ‘instapjaar’: tarief zoals dat geldt voor het daaropvolgende jaar. NB:
Deze tarieven zijn excl. de jaarlijkse indexatie. De bedragen zijn gebaseerd op prijspeil 1 januari 2024
Annex 4 - uitvoeringsafspraken
8
Uiterlijk op 1 november 2024 zullen de tarieven per 2025 schriftelijk aan de aanbieder worden meegedeeld.
Artikel 11 Af- en ombouwopgave De gemeenten zijn in verband met de dalende rijksbudgetten genoodzaakt het aantal intramurale beschermd wonen plekken de komende jaren fors te verminderen. Daarbij willen de gemeenten een transformatie naar meer zelfstandig wonen in de wijk in gang zetten. De af- en ombouwopgave bestaat uit 2 onderdelen. Afbouw Aanbieders hebben gezamenlijk de inspanningsverplichting om een jaarlijkse afbouw van het aantal cliënten te realiseren conform onderstaande tabel. Op dit moment zijn 500 cliënten in zorg. Op 1 januari 2025 zal een nieuwe meting worden gedaan en kunnen deze aantallen wijzigen. Aantal cliënten
2025 500
2026 484
2027 468
2028 452
2029 436
Gemeenten realiseren zich dat aanbieders weinig of geen invloed hebben op de instroom maar wel op de door- en uitstroom. Evenmin hebben aanbieders invloed op het beschikbaar komen van woonplekken in de wijk. Gemeenten zullen met deze twee factoren rekening houden bij de beoordeling van de vraag in hoeverre aanbieders aan de inspanningsverplichting hebben voldaan. Ombouw Het aantal indicaties voor herstelgericht verblijf dient jaarlijks af te nemen conform onderstaande tabel. De overige cliënten vallen binnen de integrale herteltrajecten en het aandeel IHT intensief mag niet hoger zijn dan het percentage zoals hieronder genoemd. Indien een hoger percentage IHT Intensief gepaard gaat met een lager percentage herstelgericht verblijf is dit toegestaan. Indien een hoger percentage IHT Perspectief gepaard gaat met een lager percentage IHT Intensief en/of herstelgericht verblijf is dit toegestaan.
IHT perspectief (%) IHT intensief (%) Herstelgericht verblijf (%)
2025 10% 10% 80%
2026 12% 12% 76%
2027 14% 14% 72%
2028 16% 16% 68%
2029 18% 18% 64%
Indien de percentages herstelgericht verblijf sneller afnemen dan aangegeven in bovenstaand schema en het aantal cliënten niet hoger is dan de aantallen genoemd in het schema onder het kopje ‘afbouw’, zal in overleg tussen opdrachtnemer en gemeenten gekeken worden of een opwaartse bijstelling van het tarief redelijk is. Plan van aanpak Aanbieders zullen worden gevraagd om gezamenlijk een afbouwplan te maken waaruit blijkt dat het uiteindelijke doel wordt behaald. Iedere aanbieder is verantwoordelijk voor zijn eigen aandeel van dat plan. Ingeval aanbieders er niet in slagen gezamenlijk tot een plan te komen, dan zijn gemeenten genoodzaakt om een afbouwplan per aanbieder vast te stellen. Periodiek zullen aanbieders het plan actualiseren. Annex 4 - uitvoeringsafspraken
9
Ingeval blijkt dat de aanbieder niet voldoet aan het afbouwplan zoals hiervoor bedoeld, dan zullen gemeenten een plan van aanpak vragen. Aanbieder dient daarin zodanige maatregelen te beschrijven op basis waarvan gemeenten er op kunnen vertrouwen dat de totale af- en ombouwopgave wordt gehaald. Aanbieders hebben de mogelijkheid om onderling afspraken te maken over het eigen aandeel in de gezamenlijke opgave. Artikel 12 Combineren van verblijf Uitgangspunt is dat iedere aanbieder verantwoordelijk is voor het bieden van verblijf. Gemeenten laten ruimte aan aanbieders om cliënten met een indicatie herstelgericht verblijf in samenwerking met een andere gecontracteerde aanbieder ondersteuning te bieden. Hierbij geldt dat de aanbieder die de DVO (dienstverleningsopdracht) voor herstelgericht verblijf heeft, minimaal de individuele begeleiding en de regiefunctie moet bieden. Artikel 13 24/7 uur beschikbaarheid op de locatie aanwezig Ingeval een cliënt verblijft op een locatie met de indicatie ‘herstelgericht verblijf’ dient de hulpverlening 24/7 uur op de locatie aanwezig te zijn. Deze eis geldt niet voor de periode van 1 januari 2025 t/m 31 december 2025 voor die locaties waar uitsluitend cliënten verblijven die per 1 januari 2025 een indicatie hebben binnen de categorie ‘perspectief’ zoals in het schema op pag. 8 van dit document is weergegeven.
Artikel 14 Locaties van de aanbieder In de beweging van Beschermd wonen naar een Beschermd thuis wordt landelijk gewerkt een objectief verdeelmodel. Dit betekent dat de budgetten die regio Midden IJssel/Oost Veluwe van het Rijk krijgt, in de komende jaren fors zullen dalen. Binnen de regio is in verhouding met andere regio’s te veel aanbod. Het is uit een oogpunt van kostenbeheersing en de transformatie van Beschermd wonen naar Beschermd thuis van belang om zicht en sturing te houden op het aantal en de omvang van de verblijfslocaties (voor herstelgericht verblijf). Opdrachtgever vraagt bij de voorlopig gegunde partijen een overzicht op van alle plekken en locaties die (kunnen) worden ingezet voor herstelgericht verblijf. Een format hiervoor volgt. De aanbieder actualiseert dit overzicht jaarlijks. Ingeval een aanbieder het voornemen heeft om een nieuwe locatie te openen, dan wel een bestaande locatie uit te breiden, communiceert zij dit actief en vroegtijdig met haar accountmanager van de Zorgregio. Aanbieder is, zowel bij bestaande locaties als bij het starten van nieuwe locaties, verantwoordelijk voor een zorgvuldige communicatie en informatie over de locatie en de daar te leveren zorg met de buurtbewoners. Aanbieder geeft hier invulling aan in samenspraak met de lokale partners (politie, gemeente).
Aanbieders dragen er zorg voor dat omwonenden contactgegevens van de aanbieder hebben waar zij evt. zorgen en/of overlast kunnen melden. Aanbieder is bereikbaar voor buurtbewoners en lokale ketenpartners in het sociaal domein en onderneemt actie op grond van concrete signalen.
Annex 4 - uitvoeringsafspraken
10
Artikel 15 Wonen Beschermd thuis In geval de aanbieder woonruimte verhuurt aan een cliënt (die gebruik maakt van een integraal hersteltraject) moet de hoogte van de huur in verhouding staan tot het aangebodene, conform het woningwaarderingssysteem. De huur moet passen bij het inkomen van de cliënt. De aanbieder hanteert hiervoor de normen voor passend toewijzen zoals die regionaal worden gehanteerd. De aanbieder informeert de cliënt over zijn rechten en plichten conform de verplichtingen uit de wet goed verhuurderschap. Aanbieder en cliënten maken afspraken over de huur en bijbehorende voorwaarden en leggen die schriftelijk vast. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huurprijs-en-puntentelling http://www.huurcommissie.nl https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/huurtoeslag/huurtoeslag https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/woning-verhuren/vraag-en-antwoord/nieuweregels-voor-verhuurders-en-verhuurbemiddelaars-1-juli-2023 Artikel 16 Locatie-eisen Het pand waar ondersteuning wordt geboden voldoet aan de brandveiligheidseisen, bouwbesluit, omgevingsvergunning brandveiligheid gebruik en overige eisen rondom veiligheid van het gebouw. De aanbieder kan aantonen dat de leefomgeving die hij gebruikt om cliënten te ontvangen schoon, veilig en passend is voor cliënten. Een schoon leefbaar huis kan onderdeel zijn van het ondersteuningsplan
Annex 4 - uitvoeringsafspraken
11