CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

972210 Bijlage 5 Nota met Zienswijzen

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Voorlopig Ontwerp 'Regionale fietsroute Apeldoorn-Epe (F50)13.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Vanuit briefschrijver en vanuit Agro en omgeving is de wens het groen als buffer te willen behouden. Dit punt wordt bij de verdere uitwerking meegenomen en wordt besproken in de werksessie met de omgeving. Ad c. Zie beantwoording Ad b. Daarin betrekken we ook dit punt. Ad d. Zie voor beantwoording ten aanzien van groen/landschap beantwoording zienswijze 12 onder Ad a.. Ad e. Zie beantwoording onder Ad a. en beantwoording zienswijze 4 onder Ad a. Ad f. Zoals in het toelichtende rapport is besloten om vooralsnog geen voertuigen toe te laten die harder kunnen dan 30 km/u (denk aan speedpedelecs). Na realisatie zal de situatie worden gemonitord en geëvalueerd. Verkeersdeelnemers zullen ook eerst moeten wennen aan de nieuwe situatie. Ten aanzien van de huidige en mogelijk toekomstige overlast ten aanzien van o.a. scooters zullen we in DO-fase onderzoeken welke maatregelen nodig, wenselijk en haalbaar zijn. We zullen daarbij ook kijken naar reeds bestaande/vergelijkbare fietsroutes en bezien op welke wijze zij hier mee omgaan (praktijkvoorbeelden: denk aan fysieke maatregelen, informatievoorziening/bewustwording, handhaving, etc.). Ad g. Zie beantwoording zienswijze 6 onder Ad g. Ad h. In het voorliggend ontwerp is als uitgangspunt genomen om in principe alleen de kruisingen te verlichten. In DO-fase wordt dit nader uitgewerkt en afgestemd met o.a. de omgeving.

Zie ook de beantwoording van zienswijze 4 onder Ad. c.. Ad i. Zie beantwoording zienswijze 4 onder Ad a (en het rapport ‘fietspotentie’ dat in 2023 is opgesteld).

Zienswijze 9: binnengekomen op 11 april 2024

Samenvatting reactie: a. Briefschrijver vindt het zeer belangrijk dat er een veilige situatie wordt gecreëerd rondom de kruispunten nabij ons bedrijf. Mede omdat er naar en van het bedrijf de nodige (transport) bewegingen zijn moet dit voor zowel de gebruiker van de F50 en het kruisende verkeer altijd voldoende veilig zijn. Graag deze zienswijze meenemen in de plannen. Reactie gemeente: Ad a. Mede vanwege de transportbewegingen op en rondom de Spoorstraat is reeds in 2014 aangegeven dat een vrijliggend fietspad gewenst is. Ter hoogte van de Coöperatieweg is de oplossingsrichting om een uitbuiging op te nemen om te zorgen dat er een veilige situatie wordt gecreëerd voor kruisend vrachtverkeer van/naar bedrijf briefschrijver. Het idee van een uitbuiging zorgt ervoor de kruisend vrachtverkeer zo haaks mogelijk het fietspad kan kruisen en de fietser daarmee niet verdwijnt uit het gezichtsveld/in de dode hoek terecht komt. In een nog te plannen Werksessie/Omgevingsgesprek wordt de kruisingen met de Spoorstraat nader uitgewerkt en onderzocht samen met de direct belanghebbenden. Daarna wordt deze voorgelegd ter besluitvorming.

18

Zienswijze 10: binnengekomen op 11 april 2024 Samenvatting reactie: De Vereniging Cumela Nederland wil graag haar zienswijze geven op het Ontwerp regionale fietsroute F50. Dit ontwerp ligt voor zienswijze ter inzage tot 12 april 2024 en heeft zaaknummer 228311. a. Verkeersplateaus: Verkeersdrempels en verkeersplateaus vormen voor landbouwvoertuigen altijd een belemmering. De meeste landbouwvoertuigen hebben geen vering, omdat zij ontworpen zijn om op onverharde terreinen te werken. Alleen moderne landbouwtrekkers zijn voorzien van een geveerde vooras, waarbij de achteras nog steeds ongeveer is. Drempels en plateaus zijn dan ook oncomfortabel voor de bestuurder van landbouwvoertuigen en tevens extra belastend voor de constructie van het landbouwmaterieel. Net als bij fietsen vormen de banden de vering van een landbouwvoertuig. Dit volstaat voor het opvangen van kleine oneffenheden in de weg, maar is absoluut onvoldoende bij verkeersdrempels of zelfs verkeersplateaus. Een landbouwtrekker met een werktuig in de driepuntsherinrichting of een aanhangwagen moet een drempel of plateau dan ook met zeer lage snelheid (5 - 10 km/u) of zelfs stapvoets passeren. Over het gehele ontwerp wordt bij kruisingen van de F50 met andere wegen gebruik gemaakt van verkeersplateaus. De hinder van een verkeersplateau wordt mede bepaald door de uitvoering ervan.

Daarbij is vooral de hoogte van het verkeersplateau bepalend alsmede de lengte en de uitvoering van de oprit. In een CROW-publicatie voor verkeersplateaus wordt een aangegeven dat landbouwvoertuigen bij het passeren van 8 cm hoge plateaus nauwelijks problemen ervaren, in tegenstelling tot 12 cm hoge plateaus. CROW adviseert voor 30 km/u-wegen verkeersplateaus van 8 cm hoog voor de passeerbaarheid en alleen 12 cm hoog als tevens een goede oversteekbaarheid van de weg nodig is. Er is ons inziens hier geen noodzaak voor de oversteekbaarheid van de verkeersplateaus voor voetgangers. Wanneer het aandeel grote voertuigen (vrachtauto’s, landbouwvoertuigen) meer is dan 5 % van de verkeersintensiteit dan moet volgens CROW naar een alternatieve maatregel worden gezocht. Cumela is van mening dat een verkeersplateau maximaal 8 cm hoog dient te zijn en een minimale lengte van vlakke deel van minimaal 8 meter. Zodoende kan een landbouwvoertuig met een werktuig of aanhangwagen volledig op het plateau staan, zonder dat er problemen ontstaan met inveren. Verder wil Cumela een lengte van oprit en afrit van minimaal 1,50 m i.p.v. 1,00 m zoals de richtlijn bij een 30 km/u-plateau van 0,08 m hoogte voorschrijft. b. Eekterweg fietsvrij: De oversteek van de F50 met de Eekterweg betreft een drukke oversteek. Hier komt veel verkeer langs van alle soorten.

Met het oog op de veiligheid geniet het de voorkeur de Eekterweg vrij te houden van fietsers door hier een fietstunnel te realiseren. c. Voldoende zicht: Cumela vraagt aandacht voor het realiseren van voldoende zicht bij de verschillende overgangen. Verschillende bossages verhinderen dit zicht momenteel. Fietsers kunnen onverwachts snel zijn en landbouwvoertuigen hebben soms pas laat zicht door de soms lange voorkanten. Met in het bijzonder wordt extra aandacht gevraagd voor voldoende zicht op de kruisingen met de Westendorperweg en de Tolweg. Het huidige zicht wordt hier ervaren als onvoldoende, hetgeen kan leiden tot gevaarlijke situaties. Reactie gemeente: Ad a. In de vormgeving van de verkeersplateaus wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het landbouwverkeer. De helling wordt in een sinusvorm gemaakt, zodat het op- en afrijden zo comfortabel mogelijk is en de gewenste toe te passen hoogte van 8 cm stemmen we graag af in D.O.-fase. Overal waar mogelijk wordt een lang bovenvlak toegepast van minimaal 8 meter, wat aansluit bij de wens van Cumela. De wens ten aanzien van de lengte van de op- en afrit van minimaal 1,50 in plaats van 1 meter wegen we af in relatie tot andere belangen in D.O.fase. De steilte van de helling bepaalt namelijk ook het snelheidsremmende effect van de maatregel.

Dit wegen we daarom mee in de uitwerking, waarbij we ook kijken naar de huidige snelheid van het verkeer op de betreffende locatie en de gewenste mate van snelheidsverlaging. Ad b. Deze inbreng nemen wij met in de verdere uitwerking van de drie knelpunten in Vaassen. Ad c. Ook wij vinden het van essentieel belang dat er voldoende zicht is zowel vanuit de automobilist op de kruisende fietser als wel vanuit de fietsers op de kruisende automobilist. Er

19

is in het voorliggend ontwerp een schouw uitgevoerd van de zichthoeken. Daaruit is niet gebleken dat er grote knelpunten zijn (denk aan grote bomen die het zicht (grotendeels) belemmeren), die bij de verdere uitwerking in de DO-fase een probleem gaan vormen. Zoals aangegeven in de zienswijze gaat het veelal om (onder)beplanting. Bij de Smallertsweg staat een trafohuisje die het zicht belemmert. Hierover wordt in gesprek gegaan met Liander over de mogelijkheid van verplaatsing.

Zienswijze 11: binnengekomen op 11 april 2024 Samenvatting reactie: Briefschrijvers hebben kennis genomen van het voorgenomen besluit van de gemeente om het Fietspad “Ontwerp regionale fietsroute F50 deeltraject Apeldoorn-Epe” welke gelegen is langs hun percelen aan beide kanten van het fietspad. Dit stuk fietspad is gelegen tussen de Verloren Beek en de kruising met de Korte Kopermolenweg. Graag willen briefschrijvers meedenken in de planning, uitvoering en knelpunten van het Plan “Ontwerp regionale fietsroute F50 deeltraject Apeldoorn-Epe”. De volgende punten verdienen aandacht en maken briefschrijvers zich zorgen over haalbaarheid, overlast, verkeersveiligheid. a. In en Uitrit perceel EPE00-M-3942: Sinds 1981 is de in en uitgang van de korte kopermolenweg 2 gelegen aan de spoorbaan / het fietspad. Bij de aanleg van het huidige fietspad is speciaal hiervoor een brede asfalt strook voor de toegang aangelegd. Aangezien dit een ingang is en tevens de bereikbaarheid van het perceel EPE00-M-3980 aan de andere kant van het fietspad is het belangrijk dat bewoners hier veilig in en uit kunnen rijden en over kunnen steken. Voor de bereikbaarheid van de percelen gelegen aan het fietspad dient toestemming te zijn voor gebruik van het fietspad (met een motorrijtuig) om bij de percelen te komen. Hiervoor geldt een gebruikersrecht.

Om de fietsers bewust te maken van een in / uitrit dient aan beide zijde dit door een waarschuwingsbord aangegeven te worden. Daarnaast zou het aanbrengen van een zogenaamde dubbele drempel voor en na de inrit ervoor zorgen dat de snelheid gereduceerd wordt teneinde verkeersveiligheid te bevorderen. b. Paaltjes op fietspad / autoverkeer: Na de aanleg van het fietspad reden er regelmatig auto’s als sluiproute over het fietspad van de Korte kopermolenweg 2 richting de Tolweg. Op verzoek van mijn (schoon)moeder is hierop een paaltje geplaatst. Briefschrijvers realiseren zich dat dit voor fietsers wellicht een onveilige situatie kan zijn. Een auto of overige gemotoriseerd verkeer (brommers en scooters) op het fietspad is dat echter allerminst! Handhaving heeft in de afgelopen decennia niet of nauwelijks plaatsgevonden. Briefschrijvers maken zich dan ook ernstig zorgen over de keuzes die nu worden gemaakt en garanderen, dat er met regelmaat auto’s en brommers over het fietspad gaan rijden. Dit is een onwenselijke en zeer verkeersonveilige situatie. In de nieuwe plannen komen deze paaltjes namelijk niet terug. Graag aandacht voor terugplaatsing van de paaltjes (deze kunnen meegenomen worden in plaats van drempels om de snelheid te reduceren). c.

Bomen langs fietspad: Aangezien het fietspad verbreed zal worden van 2 / 2,5 naar 4 meter breed worden er langs het fietspad diverse bomen gekapt. Ook zo staan er dikke eiken aan de oostkant van het fietspad welke door hun vorm en groeirichting inmiddels een opstal van bewoners beschadigd heeft. De boom dreigt om te vallen en over de stal / schuur heen te vallen. De kosten indien de boom op de stal / schuur komt te vallen komen voor rekening van de eigenaar van de boom, niet zijnde de bewoners. Aan de westkant van het fietspad staan 2 groepen bomen. (ter hoogte van het paaltje op het fietspad). Deze bomen zijn nimmer onderhouden en fors gegroeid. Hierdoor hebben bewoners hinder van de bomen. De bomen staan overigens te dicht op de erfgrens van perceel EPE00-M-3980. Verzoek is mee te denken aan mogelijkheden deze 2 bomen groepen weg te halen. (oogpunt minder hinder voor bewoners en hogere verkeersveiligheid) d. Overlast fietspad (brommers en ezels): Op het fietspad ondervinden de bewoners langs het gehele fietspad grote hinder van bromfietsen en fatbikes welke met zeer hoge snelheden over het fietspad racen. Dit gebeurt zowel overdag alsook in de nacht. In 2013 heeft mijn (schoon)moeder hierover een brief geschreven. Zij maakte zich toen al grote zorgen over de verkeersveiligheid op het fietspad.

Haar brief over handhaving is niet serieus genomen en door de gemeente afgedaan met een nietszeggend antwoord. Handhaving is daarna ook nooit serieus opgepakt. Daarnaast is het fietspad ook een vaste route voor de ezels met karren van bedrijf de Koperen Ezel. In de zomerperiode lopen er dan ook dagelijks ouders met hun kinderen met ezels en karren tussen de fietsers. De ezels laten ontlasting

20

vallen op het fietspad welke niet regelmatig wordt opgeruimd. De brommers rijden al toeterend en in groepen in slalom met hoge snelheden door deze wandelende ouders, kinderen en ezels. Ook is er grote overlast van scooter (blauwe plaatjes) Ze zijn onderweg naar het Emstergat. Zowel de brommers alsook de ezels zijn conform de Wegenverkeerswet niet geoorloofd gebruik te maken van het fietspad. De brommers en ezels mogen géén gebruik maken van het fietspad. De afgelopen twintig jaar is nimmer hierop gehandhaafd. Niets geeft ons het vertrouwen dat – ondanks vele signalen, klachten en brieven – dat er nu wel handhaving gaat plaatsvinden. e. Voorrangssituatie: De Korte Kopermolen is een doodlopende weg. Er is slechts 1 uitrit voor alle aanwonenden, te weten over het fietspad. De Korte Kopermolenweg heeft nu voorrang op de fietsers. In de nieuwe plannen heft u deze voorrangssituatie op. Al het verkeer over het fietspad (nu ook brommers door harder dan 60 km/h rijden!) komt met hoge snelheid aanrijden. Een zeer verkeersonveilige en gevaarlijke situatie. Ook voor de kruising fietspad / Brakerweg is gekozen dat gemotoriseerd verkeer voorrang heeft op het fietspad. Een eenduidig verkeersbeeld m.b.t. geen voorrang van fietsers verhoogt de verkeersveiligheid. f. Picknickplaatsoverlast: Naast de Verloren Beek is recent een picknicktafel met banken geplaatst.

Deze is bedoeld voor fietsers om uit te rusten in de mooie en rustige natuur. In de praktijk landen in de zomer vaak jongeren die daar komen op brommers en met luide muziek en veel lawaai de avond doorbrengen. In het hout zijn zelfs hakenkruizen gekerfd. Dit is zeer ernstig gedrag en hierop werd ook nimmer gehandhaafd. Dergelijks hangjongeren met dergelijk gedrag is zeer bedroevend. Deze overlast is zeer hinderlijk, onwenselijk en bedreigend voor de omwonenden. Meerder keren hebben de omwonenden gebeld of er gehandhaafd kon worden hierop. De politie kwam niet eens opdagen en wederom werd hier niet gehandhaafd. g. Wij dienen dan ook deze zienswijze in met het verzoek voor een persoonlijk gesprek over bovengenoemde punten. Als wij ’s avonds genieten van de stilte en de natuur van het prachtige buitengebied van Epe, zien wij in het donker, vossen, kerkuilen, dassen en bijzondere vleermuissoorten. Wij maken ons ernstig zorgen dat de aanleg van het fietspad een ernstige verstoring gaat geven voor de natuurlijke rust die de dieren nodig hebben in hun habitat. Reactie gemeente: Ad a. Ter plaatse van dit dubbel gebruik zijn extra attentie verhogende maatregelen nodig. In gezamenlijk overleg zal naar een passende inpassing gezocht worden in de D.O fase. De omgevingsmanager zal daarover contact met u opnemen. Ad b.

Ten aanzien van de huidige en mogelijk toekomstige overlast ten aanzien van scooters/auto’s op het fietspad zullen we in DO-fase onderzoeken welke maatregelen nodig, wenselijk en haalbaar zijn. We zullen daarbij ook kijken naar reeds bestaande/vergelijkbare fietsroutes en bezien op welke wijze zij hier mee omgaan (praktijkvoorbeelden: denk aan fysieke maatregelen, informatievoorziening/bewustwording, handhaving, etc.). Ad c. Zie beantwoording onder Ad a. In een gesprek zal de situatie van de bomen met u worden bekeken en de mogelijke inpassing in het ontwerp worden afgewogen. Ad d. Zie beantwoording onder Ad b. Ad e. Zie beantwoording zienswijze 5 onder Ad b. Ad f. Naast de politie kunnen ook onze gemeentelijke handhavingsambtenaren hier ook een rol in vervullen. Deze melding zal daarom worden doorgezet met het verzoek contact op te nemen. Ad g. Zie beantwoording Ad a. Bij de verdere uitwerking in DO-fase zullen wij (uiteraard) met u in gesprek gaan.

Zienswijze 12: binnengekomen op 12 april 2024 (KNNV) Samenvatting reactie: a. KNNV Epe-Heerde is het er volledig mee eens dat het gebruik van de auto zo veel mogelijk door de fiets wordt vervangen. Zeker op een regionaal traject als Epe-Apeldoorn kan een goed fietspad de automobilist stimuleren de fiets te gaan gebruiken. Aanleg of uitbreiding van infrastructuur mag echter niet ten koste gaan van natuur en milieu. Wij gaan er vanuit dat eventuele aantasting van natuur en/of milieu door de aanleg van een nieuw of verbreed fietspad gecompenseerd wordt. Met name omdat

21

natuur in ons land al onder zeer grote druk staat. In een eerder stadium heeft KNNV Epe-Heerde de bedenkingen bij het realiseren van een snelfietsroute F50 onder aandacht van de plannenmakers en verantwoordelijke besturen van de gemeenten gebracht. Deze bedenkingen komen in deze zienswijze grotendeels terug. b. De voormalige spoorlijn is een heel belangrijke ecologische verbinding en is landschappelijk en cultuurhistorisch zeer interessant. Instandhouding van deze ecologische verbindingszone is zeer belangrijk voor onder andere insecten als vlinders, maar ook voor bijvoorbeeld vogels. Hier en daar is (een duidelijke) verbetering wenselijk, zoals bijvoorbeeld even ten zuiden van de Egelbeek. Het traject kruist enkele zeer waardevolle beken en beekdalen (Egelbeek, Dorpse beek Vaassen, Nieuwe beek, Hartense molenbeek, (Nijmolense beek, Smallertse beek, Verloren beek en Klaarbeek). De hoge ecologische en landschappelijke waarden van beken en beekdalen worden onderschreven in provinciale en gemeentelijke plannen, en die van het waterschap Vallei en Veluwe. Hoewel in het ontwerpplan aandacht is voor deze beken, vinden wij dat er geen aantasting door de aanleg van het fietspad plaatst mag vinden, maar waar mogelijk een versterking van de ecologische en landschappelijke waarde moet worden gerealiseerd.

De voormalige spoorbaan Apeldoorn – Epe (en verder naar het noorden) heeft zich in de loop van de jaren, na het buiten bedrijf stellen ervan, ontwikkeld tot een ecologisch en landschappelijk waardevolle verbindingszone. Flora en fauna vinden hier een refugium dat in het intensief gebruikte gebied in steeds mindere mate aanwezig is. Verbreding van het fietspad over de voormalige spoorbaan is slechts in beperkte mate mogelijk zonder aantasting van de ecologische en landschappelijke waarde. De (berm)stroken aan weerszijden van het huidige fietspad zijn voor een ecologische verbindingszone al vrij smal. Verdere versmalling heeft grote invloed op de biodiversiteit. Wij hechten zwaar aan handhaving van de huidige structuur van de voormalige spoorbaan. Dus ook geen of minimaal bomen en struiken kappen. Uit het ontwerpplan blijkt dat er toch vrij veel bomen en struiken worden gekapt. Wij vinden dat in het project gekapte bomen en struiken moeten worden vervangen door inheemse bomen en struiken. Er zijn voldoende locaties langs de oude spoorbaan waar bomen en struiken kunnen worden aangeplant die passen in het landschap. Ondanks de ecologische en landschappelijke waarde is op sommige plaatsen herstel nodig, omdat particulieren delen hebben ingericht met niet-passende beplanting en/of slecht onderhoud uitvoeren.

Ook de gemeente zal het onderhoud moeten aanpassen om geen verdere verspreiding van invasieve exoten als Aziatische duizendknopen te veroorzaken. Zo groeien even ten zuiden van de Laan van Fasna veel Aziatische duizendknopen in de berm, die door grondbewerking inmiddels vele meters vanuit de berm van het fietspad het akkerland ingroeien. Wij juichen herstel van landschappelijke en ecologische waarden van harte toe. Dit betreft bijv. planten van berken langs zandpaden in jonge ontginningsgebieden, elzen aan zuidkanten van beken (zeker niet langs alle trajecten), inplanten van overhoeken, aanleggen van poelen, inzaaien van akkerranden (enkel inheemse soorten) e.d. Op veel plaatsen heeft zich in de bermen en op het traject van de oude spoorbaan tussen de Stationsweg en de Brinkerweg (waar nu nog geen fietspad ligt) een interessante vegetatie ontwikkeld met onder andere veel zandblauwtjes, indicatief voor o.a. droge en voedselarme gronden. Wij vinden dat hier bij de aanleg van het fietspad zeer zorgvuldig mee moet worden omgegaan en deze vegetatie zo goed mogelijk in stand moet worden gehouden. c. Het verlichten van het fietspad dient zo veel mogelijk te worden beperkt, omdat o.a. vleermuizen en vogels hiervan veel overlast ondervinden. d. Wij vragen ons af waarom voor een breedte van het fietspad voor 4 meter is gekozen.

De gemeente Apeldoorn gaat, naar wij hebben begrepen, het fietspad tot 3,5 meter verbreden. Gezien de centrumfunctie van Apeldoorn zal van het traject Vaassen-Apeldoorn (veel) frequenter gebruik worden gemaakt dan het traject Vaassen-Epe. De ecologisch functionele berm zal bij een 4 meter breed fietspad (plus aan weerszijden 0,5 meter berm) uiterst smal zijn. Uit ecologisch en financieel oogpunt is een iets smaller fietspad aansluitend bij het Apeldoorns traject een betere oplossing. Hoewel het niet ons ‘werkterrein’ is, is iedereen gebaat bij veiligheid. Wij brengen drie belangrijke aspecten onder uw aandacht: • Voor de veiligheid van de fietser lijkt het ons raadzaam over het gehele traject een zo uniform mogelijk voorrangsbeleid te handteren. Ook aansluiten op het traject in de gemeente Apeldoorn.

22

• • •

Het lijkt ons belangrijk eerst de knelpunten in het traject op te lossen voor het fietspad te verbreden of tenminste gelijktijdig. Omdat wijziging in voorrangsituaties optreedt is ter bescherming van de fietser duidelijke voorlichting in brede zin noodzakelijk. De fietsroute wordt ook veelvuldig gebruikt door voetgangers/wandelaars. Dit vraagt om aandacht bij ontwerp en aanleg.

Reactie gemeente: Ad a. Landschap en flora/fauna: In het Voorlopig Ontwerp zijn de uitgangspunten bepaald voor de landschappelijke inpasbaarheid. In de D.O.-fase wordt dit uitgewerkt en wordt een concreet inpassingsplan gemaakt. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken welke kansen er zijn voor versterking van landschap (gekoppeld aan het LandschapsOntwikkelingsPlan). Naast landschap vormt ecologie (flora en fauna) daarin ook een wezenlijk onderdeel. Recent (april 2024) is een geactualiseerd en volledig ecologisch rapport opgesteld. De aanbevelingen die daarin worden gedaan betrekken we hier ook in. De mogelijkheden voor compensatie en versterking worden gezocht binnen het plangebied (spoorbaantracé). Het concrete inpassingsplan werken we in D.O.-fase samen met de omgeving uit en ook hopen we daarin de (lokale) kennis en expertise van de KNNV te kunnen inzetten.

Ad b. Ad c. Ad d. Ad d.

Bomen: We hebben per deelgebied uitgewerkt hoeveel bomen er gekapt moeten worden en om welk type bomen het gaat. Daarbij geldt dat de ene boom meer waarde heeft dan een andere boom. In de D.O.-fase wordt een BomenEffectenAnalyse (BEA) uitgevoerd. De Bomen Effect Analyse laat zien welk effect de uitvoering van een de realisatie/bouw van het fietspad zal hebben op de aanwezige bomen. De verwachting is dat deze BEA niet zal leiden tot significant andere uitkomsten dan het door ons uitgevoerde onderzoek/schouw ten aanzien van het aantal te kappen bomen. De BEA biedt ook inzicht in de mogelijk te nemen beschermende-/voorzorgsmaatregelen. Zie beantwoording onder Ad a. Zie beantwoording zienswijze 4 onder Ad c. Zie beantwoording zienswijze 4 onder Ad a. Essentieel bij verkeersveiligheid is een logisch verwachtingspatroon bij fietsers en kruisend (gemotoriseerd) verkeer. Dit vraagt om zoveel mogelijk uniformiteit, ook ten aanzien van de voorrangsituatie. Er wordt daarom op de kruisingen van openbare wegen (waar ook onbekend verkeer kan en mag rijden) een uniforme inrichting toegepast met in principe de fietser in de voorrang. Ten aanzien van de drie kruisingen in Vaassen en de drie kruisingen met de Spoorstraat geldt dat hier nog nadere uitwerking/onderzoek nodig is en afstemming met de omgeving om te komen tot een goed onderbouwde keuze.

Daarnaast is er voor de drie kruisingen in Vaassen cofinanciering nodig. Wij zetten erop in om dit traject zo spoedig mogelijk te laten verlopen. Voor de tijdelijkheid is het nodig dat ook dan de veiligheid kan worden gewaarborgd, door elke kruising na te lopen op zichtbaarheid, waarneembaarheid en snelheid van kruisend verkeer. Ontwerpuitgangspunt is dat kruisingen worden verlicht. De exacte locatie en wijze van verlichting wordt uitgewerkt in DO-fase. Zie verder de beantwoording van zienswijze 4 onder Ad c.. Wij kunnen ons er zeker in vinden dat communicatie en voorlichting essentieel zijn. Hiervoor komt ook landelijk, provinciaal en regionaal steeds meer aandacht voor. Dus niet alleen een fietspad aanleggen, maar ook nadenken over hoe we mensen kunnen informeren en bewustwording creëren om deze fietsroute te gaan gebruiken en wat de voordelen van fietsen zijn, zowel individueel als vanuit het algemeen belang. Tenslotte zijn wij ons er van bewust dat er sprake is van medegebruik (o.a. voetgangers/wandelaars) van het (toekomstige) fietspad. Op een aantal delen die intensiever gebruikt worden, wordt daarom gekeken naar een voetpad/struinpad. De exacte invulling krijgt vorm in de DO-fase.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14182354/1