CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

969617 t en r Enkweg 5-7, Epe vastgesteld

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Hamerstuk: Vaststelling Bestemmingsplan Enkweg 5-716.036 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dan is er sprake van een vrijstelling bij een toename van het verhard oppervlak van minder dan 4.000 m². Waterplan Epe De gemeente ligt op het overgangsgebied van de stuwwal van de Veluwe naar de IJssel. Het water van de Veluwe komt aan de flanken van de stuwwal aan de oppervlakte en watert af richting de lager gelegen IJssel. Op de Veluweflank loopt dit watersysteem van west naar oost. In de IJsselvallei loopt het watersysteem van zuid naar noord. Deze twee stroomgebieden hebben een grote invloed op de waterhuishouding in de gemeente Epe. Het Waterplan Epe beschrijft hoe de gemeente Epe de komende jaren wil omgaan met het water in de gemeente. De gemeente stelt dat er op het eigen terrein 25 mm dynamische waterberging geborgen dient te worden. Overtollig hemelwater zal op eigen terrein worden verwerkt. Hiervoor is binnen het eigen perceel voldoende ruimte. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan.

De watertoets bestaat uit twee onderdelen:  de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en  de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Planspecifiek Voor dit plan is de digitale watertoets ingevuld. Het resultaat van de watertoets is opgenomen in bijlage 5. Hieruit blijkt dat voor voorliggend initiatief de korte procedure doorlopen dient te worden. Uit de digitale watertoets blijkt dat er geen (beschermingszones van) beschermde waterkeringen/ watergangen in het plangebied liggen. Er gelden hiervoor geen specifieke waterbelangen. Wel is gebleken dat het plangebied is gelegen in een gebied dat is geduid als 'grondwaterfluctuatiezone' binnen de Omgevingsvisie Gelderland. Dit is een zone langs het Veluwemassief waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Uit de rapportage van het bodemonderzoek is op te maken dat de verwachte grondwaterstand op 2,6 m -mv ligt. Aangezien de grondwaterflucuatiezone uitgaat van mogelijke verhoging van de

30

Enkweg 5-7, Epe

grondwaterstand van enkele decimeters, levert dit geen belemmeringen op voor onderhavig plan. Zoals in paragraaf 2.2 is beschreven wordt de nieuwbouw omringd door groen en wordt een wadi aangelegd. Daarnaast zullen de parkeerplaatsen voorzien worden van halfverharding. Deze maatregelen zorgen ervoor dat kan worden voldaan aan het principe 'vasthouden - bergen - afvoeren', waarmee het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Het aanplanten van extra groen verbetert eveneens het watervasthoudend vermogen van het plangebied. De woningen worden daarnaast aangesloten op het bestaande vuilwaterriool, dit zal in een later stadium worden uitgewerkt. Voorliggende ontwikkeling is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect water.

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden.

De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Gebiedsbescherming In de omgeving van het plangebied is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'De Veluwe'. Dit gebied ligt op circa 1,6 kilometer. Door de aard en de geringe omvang van de ontwikkeling en de afstand tot het te beschermen gebied, kan het optreden van significante negatieve effecten (zoals licht, geluid en trillingen) worden uitgesloten. Om de gevolgen van stikstofdepositie te bepalen is een voortoets stikstofdepositie uitgevoerd. De rapportage hiervan is toegevoegd als bijlage 6. Hierin wordt geconcludeerd dat de stikstofdepositie als gevolg van de ontwikkeling zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase niet toeneemt. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project. Soortenbescherming In het kader van voorliggend initiatief is een quickscan flora en fauna uitgevoerd.

De onderzoeksrapportage is toegevoegd in bijlage 7. Hierin wordt geconcludeerd dat voorafgaand aan de werkzaamheden met aanvullend

Enkweg 5-7, Epe

31

onderzoek dient te worden vastgesteld of het plangebied een relevante functie heeft voor huismus, gierzwaluw, steenmarter en vleermuizen. Voor de eventuele aanwezigheid van de sperwer moet in de winterperiode een controle plaatsvinden op grote nesten, gevolgd door eventueel gericht onderzoek als deze grote nesten worden aangetroffen. Er is geen reden om aan te nemen dat indien ontheffingen nodig blijken deze niet verkregen zouden worden. Het plan is daarmee op basis van de Wro uitvoerbaar op het gebied van soortenbescherming. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.

4.4

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van 20 appartementen. Deze ontwikkeling leidt tot een wijziging van het aantal verkeersbewegingen en de parkeerdruk. De huidige ontsluiting vindt plaats op de Enkweg. In de toekomstige situatie zal het perceel aan de Kapelstraat worden ontsloten voor autoverkeer. Aan de Enkweg is een toegangsweg gepositioneerd voor langzaamverkeer. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie als gevolg van onderhavig plan is gebruikt gemaakt van de CROW publicatie 381 'Toekomstigbestendig parkeren'. Het plangebied is te categoriseren als weinig stedelijk en ligt in het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. De appartementen worden gerealiseerd als appartement (middensegment). In dit geval is de maximale verkeersgeneratie per woning maximaal 4,5 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. Voor 20 woningen leidt dit tot maximaal 90 verkeersbewegingen per etmaal. Voorheen was er in het plangebied een (taxi)bedrijf aanwezig met een bedrijfswoning. De verkeersgeneratie van dit bedrijf (en de bedrijfsbestemming) verdwijnt definitief uit het plangebied. Naar verwachting neemt het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling nog wel toe.

De Kapelstraat en de omliggende straten hebben voldoende capaciteit om deze toename op te vangen en af te wikkelen. Parkeren Ter plaatse van het plangebied geldt Parapluplan Parkeren (vastgesteld 8 november 2018). Hierin is voorgeschreven dat bij bouwplannen de parkeernormen dienen te worden gevolgd uit de meest actuele versie van de Nota parkeernormen van de gemeente Epe (Nota Parkeernormen 2024). Voor onderhavig plan geldt dat het plangebied is gelegen in de rest bebouwde kom van Epe. Met voorliggend plan worden 20 appartementen in de categorie 'vrije sector huursegment' gerealiseerd. In de parkeernota hanteert de gemeente Epe verschillende parkeernormen voor verschillende gebruiksoppervlakten van woningen. Onderstaande tabel geeft de parkeerbehoefte van voorliggend plan weer op basis van de gemeentelijke parkeernota. Gebruiksoppervlakte woning vrije sector huursegment

aantal woningen

parkeernorm

parkeerbehoefte

< 60 m² 60 m² - 100 m² 100 m² - 150 m²

10 9 1

1,1 1,4 1,7

11 12,6 1,7

Totaal

25,3

Op basis van de parkeernormen komt de parkeerbehoefte met voorliggend plan op afgerond 26 parkeerplaatsen. Gezien het feit dat het hier appartementen betreft en gezien de grootte en doelgroep van de appartementen is de afspraak tussen de gemeente en de initiatiefnemer gemaakt dat een norm van 1,4 parkeerplaatsen per woning gebruik wordt. Op basis hiervan worden er 28 parkeerplaatsen in het plangebied

32

Enkweg 5-7, Epe

gerealiseerd (zie inrichtingstekening in bijlage 1 bij de regels). Hiermee wordt aan de parkeernormen en gemaakte afspraken voldaan. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect verkeer en parkeren.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.

Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie In en rondom het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden of cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig waar het plan een negatief effect op kan hebben. Het gebouw voegt zich in de bestaande stedenbouwkundige structuur, zie ook paragraaf 2.2. Archeologie Op de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart van 2021 is te zien dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft. Zie navolgende afbeelding waarop het plangebied blauw is omcirkeld. Bij een hoge verwachting horen de oppervlaktevrijstellingsgrenzen van 250 m² en 35 cm -Mv (categorie 4).

Enkweg 5-7, Epe

33

Archeologische waarden- en verwachtingenkaart, plangebied aan de Enkweg is blauw omcirkeld. Bron: Nedglobe.nedgraphicscs.nl

Met voorliggend plan worden vrijstellingsgrenzen voor onderzoek overschreden. Daarom is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 8. Hierin wordt geconcludeerd dat in het zuiden van het plangebied sprake is van een hoge verwachting op archeologische resten. Wanneer graafwerkzaamheden plaatsvinden in het zuiden van het plangebied die de bodem verstoren beneden 50 cm Mv (met een buffer van 30 cm boven archeologisch relevante niveau), is een vervolgonderzoek noodzakelijk (karterende en waarderende fase). Gezien een verwachting op hoofdzakelijk grondsporen wordt hiervoor een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) geadviseerd. Voor een gravend onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, dat op voorhand door de bevoegde overheid (gemeente Epe) moet worden goedgekeurd. Gezien de diepe verstoringen in het noorden van het plangebied en archeologische resten daarom hier niet meer worden verwacht, wordt geadviseerd dit gedeelte van het plangebied wat betreft archeologie vrij te geven.

34

Enkweg 5-7, Epe

4.6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.

Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

Enkweg 5-7, Epe

35

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

De systematiek en de regels van het voorliggend bestemmingsplan zijn overgenomen uit het bestemmingsplan 'Epe Zuid'. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Wonen De bestemming 'Wonen' ten behoeve van het realiseren van de woningen met de daarbij behorende bergingen, toegangswegen, parkeerplaatsen, erven en tuinen. Op de verbeelding zijn aanduidingen opgenomen die gestapeld bouwen mogelijk maken en de maximale goot- en bouwhoogte aangeven. Voor het behoud van enkele bestaande bomen en de aanplant van nieuwe bomen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Dit plan kent verder geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

36

Enkweg 5-7, Epe

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het bestemmingsplan zal in het kader van het wettelijk vooroverleg worden toegestuurd aan de belanghebbende instanties.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

In het kader van de omgevingsdialoog hebben de omwonenden van het plangebied een brief gekregen waarin zij zijn uitgenodigd voor een informatieavond. Deze informatieavond heeft plaatsgevonden op 23 mei 2023. Het verloop en de uitkomsten van deze informatieavond zijn opgenomen in een verslag, zie het participatieverslag in bijlage 9. Onder andere naar aanleiding van enkele vervolggesprekken met omwonenden is het ontwerp van de buitenruimte op enkele punten aangepast, zie het voorlopige schetsontwerp van de buitenruimte in bijlage 10.

6.4

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 25 december 2023 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er vier zienswijzen ingediend. Voor een samenvatting van de zienswijzen en de gemeentelijke reactie hierop wordt verwezen naar de zienswijzennota in bijlage 11.

Enkweg 5-7, Epe

37

38

Enkweg 5-7, Epe

Bijlagen bij de toelichting

Enkweg 5-7, Epe

39

40

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 1

Enkweg 5-7, Epe

Ontwerpvisie

41

42

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 2

Enkweg 5-7, Epe

Verkennend bodemonderzoek

43

44

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 3

Enkweg 5-7, Epe

Aanvullend bodemonderzoek

45

46

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 4

Enkweg 5-7, Epe

Akoestisch onderzoek

47

48

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 5

Enkweg 5-7, Epe

Watertoets

49

50

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 6

Enkweg 5-7, Epe

Voortoets stikstofdepositie

51

52

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 7

Enkweg 5-7, Epe

Quickscan flora en fauna

53

54

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 8

Enkweg 5-7, Epe

Archeologisch onderzoek

55

56

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 9

Enkweg 5-7, Epe

Participatieverslag

57

58

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 10

Enkweg 5-7, Epe

Schetsontwerp buitenruimte

59

60

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 11

Enkweg 5-7, Epe

Zienswijzennota

61

62

Enkweg 5-7, Epe

Regels

Enkweg 5-7, Epe

63

64

Enkweg 5-7, Epe

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Enkweg 5-7, Epe met identificatienummer NL.IMRO.0232.EPE051Enkweg5en7-VBP1 van de gemeente Epe. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 verbeelding: de analoge en digitale verbeelding van de bestemming(en) bij dit bestemmingsplan. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist. 1.7 aan-huis-verbonden beroep een dienstverlenend beroep en/of ambachtelijk beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.8 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de culturele overblijfselen uit oude tijden.

1.9 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.10 bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen. 1.11 begane grond de bouwlaag op de begane grond. 1.12 bestaand gebruik het op het tijdstip van het inwerking treden van het plan aanwezige legale gebruik.

Enkweg 5-7, Epe

65

1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15 Bevi-inrichting bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.16 bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.17 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist. 1.18 bouwen het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.20 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de bestemmingsomschrijving geschikt of geschikt te maken is, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.21 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.23 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.24 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Onder detailhandel wordt tevens begrepen ondergeschikte horeca. Onder detailhandel vallen geen afhaalzaken en maaltijdbezorgdiensten.

66

Enkweg 5-7, Epe

1.26 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van economische of maatschappelijke diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen. 1.27 eerste verdieping de tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen. 1.28 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29 gestapelde woning een woning in een gebouw, dat meerdere geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat. 1.30 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.31 ondergeschikte horeca niet-zelfstandige horeca, uitsluitend zijnde horeca die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is. Van de vloeroppervlakte mag maximaal 30% worden gebruikt ten behoeve van ondergeschikte horeca. 1.32 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b.

in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het oorspronkelijke aansluitende terrein; 1.33 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding. 1.34 seksinrichting het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen of het vertoningen van erotisch-pornografische aard. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar, alsmede thuisprostitutie met een uitstraling naar buiten. 1.35 uitbouw een gebouw dat als vergroting van een ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist. 1.36 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel.

Enkweg 5-7, Epe

67

1.37 voorgevelrooilijn voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening. 1.38 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 Gebouwen en bouwwerken a. de breedte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren; b. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; c. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; d. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; e. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; f. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; g.

de afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens: vanaf de buitenwerkse gevelvlakken dan wel, indien sprake is van overstekende daken met een overstekend gedeelte van meer dan 0,75 m, respectievelijk overstekken van meer dan 0,75 m, vanaf de buitenrand van het overstekende dak/de overstek, neerwaarts geprojecteerd, tot de kadastrale zijgrens van het perceel. Bij het meten op de kaart wordt gemeten uit het hart van de op de kaart aangegeven lijn. 2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

68

Enkweg 5-7, Epe

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, tot het maximum aantal woningen als aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; b. de waterhuishouding; met daarbijbehorende: c. gemeenschappelijke ruimten d. gebouwen; e. bouwwerken, geen gebouw zijnde; f. andere-werken, tuinen en erven; g. parkeervoorzieningen; met dien verstande dat: h. voor de voorziening in de parkeerbehoefte wordt voorzien in voldoende parkeer- of stallingsruimte. 3.2 Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.1 Hoofdgebouwen in casu woningen a. een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gerealiseerd; c. de breedte van een woning mag niet minder dan 5 m bedragen; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven goothoogte; e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte; f. afwijkingen in maten en afmetingen zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, ook in geval van nieuwbouw, mogen gehandhaafd worden.

3.2.2 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen Voor een aanbouw, een uitbouw en een bijgebouw gelden de volgende regels: a. de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 3 m bedragen; b. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelsgrens wordt gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' geldt dat bijgebouwen buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd tot een gezamenlijke maximale oppervlakte van 175 m² en met een bouwhoogte van niet meer dan 3 m; d. de goothoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; e. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen; f. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5 m bedragen;

Enkweg 5-7, Epe

69

g.

afwijkingen in maten en afmetingen mogen worden zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan gehandhaafd.

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2 m bedragen; d. in afwijking van het bepaalde onder a mag vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw de bouwhoogte van voorzieningen ten aanzien van de toegang tot de verdiepingen niet meer dan 3,5 m bedragen. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. de sociale veiligheid. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in 3.1, wordt in ieder geval gerekend: a. de bewoning van vrijstaande bijgebouwen; b. de recreatieve bewoning van bijgebouwen; c.

het gebruik van gronden voor de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voertuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, vuil- en afvalstoffen, behoudens de opslag die geschiedt in het kader van het normale gebruik. 3.4.2 Aan-huis-verbonden beroep Een aan huis verbonden beroep is toegestaan, met dien verstande dat: a. ten hoogste 40% van de oppervlakte van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat nimmer meer dan 50 m2 mag worden gebruikt ten behoeve van een aan huis verbonden beroep; b. de uitstraling als woning intact blijft; c. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; d. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale ontwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; e. geen detailhandel is toegestaan. 3.4.3 Voorwaardelijk verplichting bomen Gebruik van de nieuwe woningen overeenkomstig de bestemming conform lid 3.1 is enkel toegestaan onder de voorwaarden dat: a. de bestaande bomen, zoals aangeduid in bijlage 1 bij de regels worden behouden; b. de nieuwe bomen volgens de voorwaarden, zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels, binnen twee jaar na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen zijn aangeplant en vervolgens in stand worden gehouden.

70

Enkweg 5-7, Epe

3.4.4 Afwijken voorwaardelijke verplichting bomen Bij een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in artikel 3.4.3 mits de aard en kwaliteit van het plan naar oordeel van het bevoegd gezag niet wordt aangetast.

Enkweg 5-7, Epe

71

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 5

Algemene bouwregels

5.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's, afdaken, erkers en serres mits de overschrijding ten hoogste 1 m bedraagt.

Artikel 6

Algemene gebruiksregels

6.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het (laten) gebruiken van gronden als paardenbak; b. zelfstandige bewoning van bijgebouwen/bijbehorende bouwwerken; c. het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; d. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; e. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; f. een gebruik van gronden als opslagplaats van hout en/of aannemersmaterialen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden. 6.1.1 Toegestaan gebruik Onder een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt niet verstaan: a. het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: b.

buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is, tenzij deze in het plan specifiek geregeld zijn; c. hoogspanningsleidingen; d. buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 meter of meer en een lengte van 10 km of meer. 6.1.2 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in 6.1 is een strafbaar feit.

72

Enkweg 5-7, Epe

Artikel 7

Algemene afwijkingsregels

7.1 Afwijkingsbevoegdheid 7.1.1 Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels ten behoeve van een geringe aanpassing van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels ten behoeve van de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; d. de bestemmingsregels voor een aanpassing van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot niet meer dan 10 m; e. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van andere-bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; f. de bestemmingsregels het plan voor het overschrijden van de grenzen van een bouwvlak naar de buitenzijde door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken; 3.

(hoek)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de bouwvlakgrens met niet meer dan 1,5 m wordt overschreden; g. het bepaalde over de afstand van uitbouwen tot aan de voorgevel en het verlengde daarvan voor het bouwen van (hoek)erkers, mits de diepte van de (hoek)erker, gemeten uit de zijgevel, niet meer bedraagt dan 1,5 m; h. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen. 7.1.2 Afwegingskader Een in 7.1.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. de sociale veiligheid; g. de externe veiligheid.

Artikel 8

Algemene procedureregels

8.1 Wijziging Voor een besluit tot wijziging van het plan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging omtrent wijziging besluiten.

Enkweg 5-7, Epe

73

8.2 Afwijking of nadere eis Voor een besluit tot afwijken of het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. een ontwerpbesluit ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage; b. de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze; c. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

Artikel 9

Overige regels

9.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 9.2 Parkeren 9.2.1 Parkeernormen rest bebouwde kom a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan pas worden verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de parkeernormen en berekeningsmethode, zoals opgenomen in de de Nota parkeernormen 2018 van de gemeente Epe; b. indien gedurende de planperiode een nieuwe versie van de onder 1 bedoelde Nota parkeernormen wordt vastgesteld, wordt deze nieuwe versie in acht genomen. Het aanleggen en / of instandhouden van voornoemde parkeergelegenheid geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening.

9.2.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen, moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen. Het aanleggen en / of instandhouden van voornoemde ruimte, met bijhorende voorzieningen, geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. 9.2.3 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.1 en artikel 9.2.2 indien: a. het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit, en / of; b. op andere wijze of op een andere locatie wordt voorzien in de parkeerbehoefte.

74

Enkweg 5-7, Epe

9.2.4 Nadere eis Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aanvullend aan het bepaalde in artikel 9.2.1 en artikel 9.2.2 ten behoeve van het verhogen van de parkeernormen en / of het aanleggen van voorzieningen voor het laden en lossen indien dat nodig is gelet op het gebruik en / of het bouwplan waarbij het (functioneren van) de omgeving mede betrokken wordt. Het besluit tot het stellen van de nadere eis moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder blijkt dat de eis noodzakelijk is om de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Een nadere eis kan tevens gesteld worden bij die (bouw)plannen waarvan de functie niet genoemd wordt in de tabel met parkeernormen zoals opgenomen in het geldende gemeentelijke parkeerbeleid. 9.2.5 Wijzigingsbevoegheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het veranderen van de gebiedsbegrenzing 'rest bebouwde kom' naar 'centrum' en / of 'buitengebied' waarbij het wijzigingsplan voorzien wordt van een goede ruimtelijke motivering waaruit de noodzaak en gevolgen voor de wijziging worden toegelicht.

Enkweg 5-7, Epe

75

Hoofdstuk 4 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

10.1 Bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van het plan, mag mits de bestaande afwijkingen naar de aard en omvang niet worden vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na hde dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1 en toestaan dat een eenmalige vergroting plaatsvindt van de inhoud van de in 10.1 toegelaten bouwwerken met niet meer dan 10%. 10.3 Gebruik Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestaat op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijn inzake het behoud van de vogelstand en de Richtlijn inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik.

10.3.1 Verbod Het is verboden het met het plan strijdige gebruik te veranderen of te laten veranderen in een ander met het plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik als bedoeld in 10.3 na het van kracht worden van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik te hervatten of te laten hervatten. 10.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 10.3 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 10.4 Afwijking a. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in 10.3.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. b. Voor zover toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen, kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken. 10.4.1 Procedure Voor een besluit tot afwijken geldt de in 8.2 vermelde voorbereidingsprocedure.

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Enkweg 5-7, Epe'.

76

Enkweg 5-7, Epe

Bijlagen bij de regels

Enkweg 5-7, Epe

77

78

Enkweg 5-7, Epe

Bijlage 1

Enkweg 5-7, Epe

Inrichtingstekening

79

80

Enkweg 5-7, Epe

Verbeelding

Enkweg 5-7, Epe

81

82

Enkweg 5-7, Epe

Enkweg 5-7, Epe

83

84

Enkweg 5-7, Epe

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14275782/1