948731 Bijlage 1.a - Toelichting ontwerp Schietbaanweg 6 Epe
Tekst van het document
Daarmee wordt voorliggend plan echter niet ontslagen van een integrale blik op het totale project: dus inclusief ingrepen die ook zonder het beoogde Wro-besluit mogelijk zijn. 4.8.2.1 Relatie met het initiatief In de omgeving van het plangebied ligt het vogel- en habitatrichtlijngebied "Veluwe". De kortste afstand van het plangebied tot de speciale beschermingszone "Veluwe" bedraagt circa 500 meter. Aangezien er geen grote wijzigingen worden meegenomen binnen voorliggend bestemmingsplan, mag aangenomen worden dat er geen significant negatieve gevolgen optreden voor de in de speciale beschermingszone voorkomende soorten. Daarnaast wordt het plangebied intensief gebruikt door de huidige bewoners en zijn er geen beschermde diersoorten aanwezig. Indien er gesloopt gaat worden zal er worden onderzocht of er geen beschermde diersoorten nestelen in de bestaande bebouwing. Op dit moment kunnen de bewoners aangeven dat er geen dieren (vleermuizen) in hun woning nestelen. 4.8.2.2 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit initiatief
P a g i n a 26 | 31
Ruimtelijke Onderbouwing Schietbaanweg 6 te Epe 4.9
[24-08-2023]
cultuurhistorie en archeologie
Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 4.9.1
Relatie met het initiatief
Uit de archeologische verwachtingswaardenkaart blijkt dat er een middelhoge verwachte dichtheid aan archeologische resten is, met een dikte van het conserverend dek van 30 cm of minder. Voor zones met een middelhoge verwachting worden vrijstellingsgrenzen van 1000 m2 en 35 cm -Mv aangehouden. Het geschatte oppervlak van max. 192 voor de nieuwe woning gaat de gemeentelijke vrijstellingsgrenzen niet overschrijden. Hierdoor is er geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. 4.9.2
Conclusie:
Er zijn geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit initiatief. 4.10 verkeer en parkeren 4.10.1 Relatie met het initiatief De ontwikkeling zal niet leiden tot een permanente toename van verkeersgeneratie en parkeerdruk. Bovendien biedt het perceel van voldoende mogelijkheden om te parkeren. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit verkeer en parkeren. 4.10.2 Conclusie: Er zijn geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit initiatief
P a g i n a 27 | 31
Ruimtelijke Onderbouwing Schietbaanweg 6 te Epe
[24-08-2023]
4.11 economische uitvoerbaarheid Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. 4.11.1 Relatie tot het initiatief Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De gemeente en de initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de ontwikkelaar als de gemeente zijn aangegeven, alsmede de definitieve regeling van kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. 4.11.2 conclusie De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.
P a g i n a 28 | 31
Ruimtelijke Onderbouwing Schietbaanweg 6 te Epe
5
[24-08-2023]
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving
5.1
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. 5.1.1
Verbeelding
De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. 5.1.2
Regels
De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. 1. Hoofdstuk 1 : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; 2. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. 3. Hoofdstuk 3: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. 4. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotbepalingen. 5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: • •
Tuin, waarbij de functie van de tuin in stand blijft. De tuinbestemming neemt in omvang af, ten gunste van de bestemming wonen. Wonen, waarbij de huidige woonfunctie behouden blijft en wordt uitgebreid.
Dit plan kent geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Besluit Ruimtelijke Ordening.
P a g i n a 29 | 31
Ruimtelijke Onderbouwing Schietbaanweg 6 te Epe
6
Procedure
6.1
Algemeen
[24-08-2023]
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 van Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO). Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 BRO dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 van de Alegemene Wet Bestuursrecht (AWB) gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door het college wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. 6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 BRO
Het bestemmingsplan zal in het kader van het wettelijk vooroverleg worden toegestuurd aan de belanghebbende instanties. Het Waterschap Vallei en Veluwe is middels de digitale watertoets op de hoogte gesteld van het plan. 6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 BRO & participatie
Via fysieke en digitale media (e-mail en papieren brief) zijn alle omwonenden over het voorgenomen project geïnformeerd. Het betrof hier de door de gemeente aangewezen eigenaren van buurpercelen. Over de uitkomsten van de buurtparticipatie het volgende: Er is aan de buren gevraagd om na ontvangst van de brief (fysiek en digitaal) binnen 4 weken een schriftelijke reactie te geven. Er is verzocht om zowel met “geen bezwaar” als met “wel bezwaar” te reageren. Hiermee wordt beoogd om al in een vroeg stadium de uitslag vast te stellen. Er kan een voorlopige conclusie worden getrokken dat de buurt geen bezwaar zal aantekenen. 6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan Schietbaanweg 6, heeft 6 weken ter inzage gelegen.
P a g i n a 30 | 31