CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

946457 Kanaalweg 30 - 30a Bijlagen toelichting

Gemeenteraad 27 maart 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Hamerstuk: Bestemmingsplan Kanaalweg 30-30a Epe6.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bestemmingsplan Kanaalweg 30 - 30a ontwerp

bestemmingsplan Bijlagen toelichting

Kanaalweg 30 - 30a ontwerp 25-10-2023

bestemmingsplan Kanaalweg 30 - 30a

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

7

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

21

Bijlage 3

Bodemonderzoek

35

Bijlage 4

Aanvullend bodemonderzoek 1

185

Bijlage 5

Aanvullend bodemonderzoek 2

271

Bijlage 6

Stikstofberekening

389

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek

459

Bijlage 8

Beknopte natuurtoets

513

Bijlage 9

Watertoets

531

Bijlage 10

Archeologisch onderzoek

541

3

bestemmingsplan Kanaalweg 30 - 30a

4

bestemmingsplan Kanaalweg 30 - 30a

Bijlagen toelichting

5

bestemmingsplan Kanaalweg 30 - 30a

6

bestemmingsplan Kanaalweg 30 - 30a

Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan

7

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

KANAALWEG 30, EPE

APRIL 2023

INHOUD 1.

Inleiding

5

2.

Analyse

7

3.

Landschappelijke inpassing

11

Colofon Separate bijlage Schets landschappelijke inpassing op schaal 1:500

12

N276

A73

0

Afbeelding 1: Plangebied Kanaalweg 30, Epe (bron: BügelHajema). 4

0,05 0,1

0,2

0,3

Kilometers 0,4

Esri Nederland, Jan Willem van Aalst - www.imergis.nl

1. INLEIDING Het perceel Kanaalweg 30 – 30a ligt in het buitengebied van de gemeente Epe, tussen de kernen Epe en Oene in. Ter plaatse van de locatie Kanaalweg 30 is een agrarisch bedrijf aanwezig. De eigenaar heeft het voornemen om het melkveebedrijf de stoppen en de bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. Hierbij wil de eigenaar de bestaande agrarische bebouwing op het perceel slopen en deze inruilen voor een tweede burgerwoning op het perceel. Ter plaatse van de bedrijfswoning wonen op het moment twee huishoudens. Dit gebruik vindt inmiddels al 30 jaar plaats, en is een legale afwijking van het bestemmingsplan ter plaatse. De schoonmoeder van de initiatiefneemster, die ongeveer 4 jaar geleden is overleden, heeft op dit adres ca. 90 jaar gewoond. De initiatiefneemster, heeft 30 jaar geleden deze woning zodanig verbouwd, zodat de woning geschikt is gemaakt als woning voor twee huishoudens. Om deze reden zijn ter plaatse twee adressen te vinden: Kanaalweg 30 en 30a. De initiatiefnemer sloopt ruim 1.400 m² aan bebouwing, en wenst deze sloopmeters in te zetten voor de bouw van een extra woning ter plaatse. De verwijdering van de ontsierde stallen en het grote oppervlak verharding (asfalt) biedt een aanzienlijke kans voor kwaliteitsverbetering langs de Kanaalweg. De initiatiefnemer heeft het voornemen een vrijstaande woning te realiseren.

Op basis van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Epe is het echter niet mogelijk om deze functieverandering en de nieuwe woning te realiseren. Om deze reden is een bestemmingsplanherziening ter plaatse noodzakelijk. Het plangebied betreft het perceel kadastraal bekend als gemeente Epe, sectie K, nummer 1884. Om de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk in te passen, is deze landschapsanalyse uitgevoerd. Uit deze analyse volgt het landschappelijke inpassingsplan voor de betreffende ontwikkeling. Leeswijzer Hoofdstuk 1 bestaat uit een algemene inleiding. Het tweede hoofdstuk beschrijft de analyse van het landschapstype en de ontstaansgeschiedenis van het plangebied. Op basis van de ruimtelijke analyse wordt in hoofdstuk 3 een passende landschappelijke inpassingsschets voorgesteld.

5

Legenda Kampenontginningen Broekontginningen Heideontginningen Kommen

Afbeelding 2: Landschapstypenkaart plangebied Kanaalweg 30, Epe (SLGnederland.nl). 6

Apeldoors ka naal

Epe

2. ANALYSE Kampenlandschap Het plangebied ligt in het Kampenlandschap (zie afbeelding 2). Om precies te zijn op de flank van de Veluwe, onderaan de stuwwal. De dekzandruggen liggen over het algemeen in een dwarsrichting (oost-west) op de Veluwe. Kenmerkend voor de hogere zandgronden is de aanwezigheid van bebouwingslinten en een groot complex of collectief van oude bouwlanden bij het dorp. Over het algemeen loopt de hoofdontsluiting evenwijdig aan de stuwwal, op de overgang van hoog naar laag of tussen de bouwlanden door.

Conclusie landschap De kleinschaligheid en de grillige perceelsbegrenzing in het Kampenlandschap moet worden behouden en versterkt. Belangrijk om het zicht onderaan de stuwwal op de hooilanden zoveel mogelijk te behouden of versterken door doorzichten te houden zodat het contrast tussen de hoge, besloten stuwwal en de lager gelegen hooilanden beleefbaar blijft .

Het Kampenlandschap kenmerkt zich door kleinschalige verkaveling en waar de (grillige) perceelsgrenzen zijn omringd met houtwallen. Vanuit de stuwwalrand heeft het een overgang naar de natte, open IJsselvallei. In dit gebied zijn hooilanden gelegen. Dit zijn laaggelegen broekgebieden waar het water stagneerde (vanuit de beekdalen en door kwel), waardoor hier sprake is van natte omstandigheden. Het zijn open bouwlanden met plaatselijk enkele boerderijen. Gemeentelijk beleid Ook in het bestemmingsplan Buitengebied Epe wordt aangegeven dat het plangebied op de rand van het landschap van de Dekzandruggen en oude bouwlanden en de hooilanden valt (zie afbeelding 3). De belangrijke landschaps- en natuurwaarden die voor dit gebied genoemd worden zijn: Kernkwaliteiten dekzandruggen en oude bouwlanden • Besloten openheid • Laanbeplantingen • Bebouwingslinten met doorzichten • Oude wegen en paden • Bolle ligging • Grote open percelen met randbeplantingen • Steilranden Kernkwaliteiten Hooilanden • Grootschalige openheid • Natte omstandigheden • Incidentele bebouwing • Hoge natuurwaarde

Legenda Dekzandruggen en oude bouwlanden Hooilanden Afbeelding 3: Landschapstypenkaart (Ruimtelijke plannen.nl - Bestemmingsplan Buitengegbied Epe).

7

HISTORISCHE ANALYSE VAN HET PLANGEBIED. 1850-HEDEN 1850

1990

Afbeelding 4: Historische analyse plangebied 1850 - heden (bron: BügelHajema).

1901

2022

Historie Door de tijd heen zien we dat het landschap, op de aanleg van de A50 na, weinig is veranderd. Wel zijn houtwallen, door landbouwactiviteit, en de westelijke groenstructuur door de jaren heen deels verdwenen. Ook heeft er een gematigde schaalvergroting van de kavels plaatsgevonden. De schaalvergroting is voor de tijdsgeest beperkt gebleven waardoor het historische karakter van het landschap is bewaard. De kleinschaligheid van de kavels, in een grillig mozaïek, kan worden gekenmerkt als een karakteristiek element van het omliggende landschap. In het landschap is het Apeldoorns Kanaal een constante ruimtelijke drager dat onveranderd is ingebed in het gebied. Op de historische kaarten is de laanstructuur zichtbaar langs het Apeldoorns Kanaal. De aanleg van de A50 heeft grote betekenis gehad voor het landschap. Dit heeft invloed gehad op de stedenbouwkundige structuur waarin de bochtige wegen, o.a. het verlengde van de huidige Horsterweg, zijn opgeknipt door de komst van de snelweg. Het huidige perceel is gelegen aan een kruispunt dat verbonden is met de Oenerweg en de Kanaalweg.

Conclusie/uitgangspunten analyse Voor het plangebied zijn de besloten openheid, doorzichten, grillige perceelsbegrenzing en laanbeplanting van belang. Bomenlanen komen van oudsher voor in het Kampenlandschap en belangrijk om hierop aan te haken en deze landschappelijke contouren op sommige punten te herstellen in het landschap. De kleinschaligheid van de kavels met grillige perceelsbegrenzing kan worden gekenmerkt als een karakteristiek element van het omliggende landschap. Op en rondom erven komen meer heggen en hagen voor. Deze hagen werden vaak aangeplant rondom de voortuin, moestuin of boomgaard. Rondom de voortuin werd het beeld veelal bepaald door een meidoorn, beukhaag of haagbeuk (de haagbeuk vooral op kalkrijkere delen) (zie afbeelding 6). Ter bescherming tegen de wind en vraat door wild werden akkers omgeven door houtwallen en singels. Deze houtwallen en houtsingels komen vooral voor rondom de percelen. Belangrijk om deze landschapselementen te behouden en te herstellen om de besloten openheid te waarborgen in het landschap.

Huidige situatie Rondom het plangebied bevinden zich meerdere erven die op verschillende manieren gebruikt worden, zoals: wonen, agrarisch bedrijf of kwekerij. Kenmerkend in dit gebied is dat erven veelal worden omringd door erfbeplanting. De erven in het landschap kennen een vrij traditionele indeling, met voor het huis de voortuin omgeven door een haag. Terzijde van de voortuin is vaak een boomgaard aan te treffen. Achter het huis stonden vervolgens de opslaglocaties zoals stallen en schuren. Op het erf en rond het huis zijn ook vaak aansprekende solitaire bomen te zien. De bebouwing langs de wegen staan voornamelijk haaks op de weg georiënteerd. Aan de oostzijde van de Kanaalweg bevinden zich nabij het plangebied een aantal volgroeide eikenbomen (zie afbeelding 5). Onder deze bomen door zijn open weilanden te zien.

Afbeelding 5: Aanzicht Kanaalweg met rechts het

Afbeelding 6: Eperweg 64 (rechterzijde), vrijliggende erven,

Apeldoorns Kanaal en de bomenlaan met doorzichten

waarvan de perceelsgrenzen rondom beplant zijn. Op het

richting de open weilanden landschap (bron: Googlemaps).

voorerf staat een solitaire boom (bron: Googlemaps). 9

10

3. LANDSCHAPPELIJKE INPASSING De landschappelijke inpassing geldt voor het gehele voormalige agrarische bouwvlak. De aanwezige woning blijft in gebruik als woning. Het erf blijft verder intact. Met dit ontwerp zal worden aangesloten bij het oorspronkelijke karakter van het gebied. Het verbeteren van het landschapsherstel en een nieuwe functie wonen, zal een verbeterde toevoeging worden aan de Kanaalweg. Uitgangspunten De landschappelijke inpassing is zorgvuldig afgestemd op de karakteristieken van de omgeving/het landschap. Om dit te bereiken zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Het beeld vanaf Kanaalweg niet aantasten. • Huidige bebouwing handhaven aan de noordzijde. • Huidige inrit behouden. • Nieuwe inrit realiseren voor het nieuwe woonerf. • Het nieuwe gebouw wordt haaks op de weg georiënteerd. • Het erf als groen cluster behouden, door de groene randen te herstellen, versterken en/of te vernieuwen. • Het erf krijgt een groene uitstraling. Het oppervlak verharding wordt zoveel mogelijk beperkt tot noodzakelijk. • Het herstellen en/of versterken van de bestaande laanbeplanting langs de Kanaalweg. Erfinrichting Het erf kent een vrij traditionele indeling met representatief deel nabij de woning en een meer functioneel/landschappelijk deel als overgang naar het agrarisch landschap (zie landschappelijke schets).

Deze overgang wordt gemarkeerd door een boomgaard, zodat er een duidelijke grens ontstaat tussen de tuin en het landschappelijke gedeelte.

Boomsoorten welke nieuw worden aangeplant, sluiten aan op de inheemse en al bestaande bomen. De tuin Het perceel wordt aan de kanaalzijde voorzien van een fraaie haag, die terugkomt rondom de voortuin waarin we vooral oude rassen voorstellen. Op het erf en rondom de woningen staan aansprekende solitairen van een rode beuk, tulpenboom, de trompetboom en een sierlijke Magnolia. Tussen de twee percelen zorgt een struweelhaag van wilde kers, Gelderse roos, hazelaar en een paar fruitbomen voor een erfafscheiding in de traditie van de houtwallen. Aan de achterzijde van het perceel zorgt het bloemrijkstruweel voor een natuurlijke grens naar de achterliggende weilanden. Op deze manier wordt de perceelsgrens gemarkeerd en blijft het open hooiland beleefbaar. De hoogte van het bloemrijkstruweel wordt ongeveer 0,3m tot 0,6m hoog. De samenstelling bestaat uit een inheems mengsel van M1 bloemrijke bermen van Cruydthoeck. De soorten zijn o.a.: duizendblad, gewoon biggenkruid, gewone margriet, gewone rolklaver, smalle weegbree, gewone brunel, scherpe boterbloem en witte klaver. De boomgaard Op de overgang van privé naar het landschappelijke gedeelte wordt een boomgaard geplaatst met hoog- en laagstam fruitbomen. Onder de boomgaard wordt een inheems FB1 en G5 mengsel van Cruydthoeck toegevoegd. De hoogte van het bloemrijkstruweel wordt ongeveer 0,3m tot 0,6m hoog.

De samenstelling bestaat o.a. uit: duizendblad, fluitenkruid, korenbloem, knoopkruid, klein streepzaad, grote klaproos, rode klaver, klein streepzaad, ratelaar, veldzuring, moerasrolklaver en scherpe boterbloem. Het weiland Het zuidelijke deel van het perceel wordt landschappelijk ingericht als kruidenrijk weiland met een G5 mengsel van Cruydthoeck. Hierdoor wordt de overgang naar het hooiland behouden. De samenstelling bestaat o.a. uit: rode klaver, klein streepzaad, ratelaar, veldzuring, moerasrolklaver en scherpe boterbloem.

De bestaande bomenstructuur wordt behouden en aan de westkant van het perceel aangevuld met nieuw aan te planten eikenbomen. Hierdoor worden de gaten in de bomenlaanstructuur van de Kanaalweg op deze plek aangevuld, dat gespiegeld wordt aan de overzijde van het Apeldoorns Kanaal. 11

Colofon April 2023 BügelHajema Adviseurs Utrechtseweg 7 3811 NA AMERSFOORT T 033 - 465 65 45 E info@bugelhajema.nl I www.bugelhajema.nl

12

bestemmingsplan Kanaalweg 30 - 30a

Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan

21

bestemmingsplan Kanaalweg 30 - 30a

Bijlage 3 Bodemonderzoek

35

RAPPORTAGE Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem Kanaalweg 30 en 30a Epe

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ......................................................................................................... 2

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ....................................................................................... 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................................ 3 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................................ 3 Toekomstige situatie ...................................................................................................................... 5 Calamiteiten ................................................................................................................................... 6 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ..................................................... 6 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................................ 6 Terreininspectie ............................................................................................................................. 7 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ..................................................................... 7 Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................................. 8

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) .............................. 8

5

VELDWERK ................................................................................................................................................. 9 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6

LABORATORIUMONDERZOEK .................................................................................................................. 14 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

7

Algemeen ....................................................................................................................................... 9 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest ............................................................................. 10 Grondonderzoek .......................................................................................................................... 10 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal ....................................... 11 Grondwateronderzoek ................................................................................................................. 13 Uitvoering veldwerk ..................................................................................................................... 13 Grondwaterbemonstering ........................................................................................................... 13

Uitvoering analyses ...................................................................................................................... 14 Toetsingskader ............................................................................................................................. 16 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ............................... 18 Resultaten verkennend onderzoek asbest (incl. PCB) .................................................................. 19 Interpretatie analyseresultaten ................................................................................................... 20

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES .............................................................................................. 21

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 5. 6.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschetsen (2a-I en 2a-II) - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Informatie vooronderzoek

1

INLEIDING

BügelHajema Amersfoort heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem op de locatie Kanaalweg 30 en 30a te Epe. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie alsmede de voorgenomen nieuwbouw. Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het verkennend onderzoek asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond".

Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

20527.001 versie D1

1 / 22

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 5.070 m²) is gelegen aan de Kanaalweg 30 en 30a te Epe (zie bijlage 1 en figuur 2.1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend als gemeente Epe en Oene, sectie K, nummer 1884. De onderzoekslocatie betreft het boerderij-erf (klinkerverharding) met diverse stallen/schuren. De woning (nr. 30/30a) en de onbebouwde/onverharde terreindelen zijn op verzoek van de opdrachtgever vooralsnog buiten beschouwing gelaten en maken geen deel uit van onderhavige onderzoekslocatie.

Figuur 2.1

Ligging onderzoekslocatie (luchtfoto 2022).

Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 6,0 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 198.410, Y = 484.300. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.

20527.001 versie D1

2 / 22

Figuur 3.1 Situatie 1960.

Figuur 3.2 Situatie 1980.

Figuur 3.3 Situatie 1990.

Figuur 3.4 Situatie 2000.

Figuur 3.5 Situatie 2010.

Figuur 3.6 Situatie 2021.

Uit de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland blijkt dat een deel van de stallen en schuren mogelijk voorzien zijn van asbestverdachte daken (zie figuur 3.7). De stallen en schuren zijn deels voorzien van asbestverdachte daken, deels met dakgoten en deels met afstroming van regenwater op klinkerverharding. Ter plaatse van een oude koeienstal zonder dakgoten is deels sprake van afstroming van regenwater op de onverharde bodem.

Figuur 3.7 Asbestdakenkaart Gelderland.

20527.001 versie D1

4 / 22

Ten zuiden van de garageboxen is in het verleden een bovengrondse dieseltank (volume onbekend) onder een afdak aanwezig geweest. Meer informatie over deze voormalige tank is vooralsnog niet bekend. In de garagebox, direct ten noorden van de voormalige tank, bevindt zich in de huidige situatie een bovengrondse dubbelwandige kunststof dieseltank (1.200 l) in een lekbak. De ontluchting bevindt zich aan de buitenzijde van de garagebox. Voor zover bij de opdrachtgever en de Omgevingsdienst Veluwe IJssel bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse tanks plaatsgevonden. Ook zijn er geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen.

3.3 Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens om de agrarische bedrijfsactiviteiten te beëindigen, de agrarische bebouwing te slopen en een nieuwe woning op de locatie te realiseren. Het bouwvlak van de geplande woning bevindt zich deels ter plaatse van de te slopen zuidelijke stal. In figuur 3.8 is een impressie van de toekomstige situatie en de te realiseren woning weergegeven.

Figuur 3.8

Impressie toekomstige situatie (bron: BügelHajema)

20527.001 versie D1

5 / 22

3.4 Calamiteiten Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.

3.5 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie Op een deel van de onderzoekslocatie is in 1993 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Fugro-Ecolyse BV, kenmerk: onbekend, 19 oktober 1993). De sterk gedateerde rapportage is niet (digitaal) beschikbaar bij de Omgevingsdienst Veluwe IJssel en de opdrachtgever. Uit een van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel ontvangen samenvatting blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd was met molybdeen, zink, kwik, EOX en PAK. De ondergrond was licht verontreinigd met PAK. Verder zijn op de onderzoekslocatie, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd.

3.6 Aangrenzende terreindelen/percelen In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt: • • • •

aan de noordzijde bevinden zich weilanden en de Eperweg; aan de oostzijde bevinden zich weilanden en een agrarisch-/woonperceel (Eperweg 67); aan de zuidzijde bevinden zich weilanden; aan de westzijde bevinden zich een woonhuis (nr. 30-30A), de Kanaalweg en het Apeldoorns Kanaal.

Volgens informatie uit de Omgevingsrapportage van de provincie Gelderland (zie bijlage 6) zou ten oosten van de onderzoekslocatie, ter hoogte van Eperweg 67, in het verleden een benzineservicestation (Beekstraat, locatiecode AA023201507/GE023201606) aanwezig zijn geweest. Uit een samenvatting van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel blijkt dat de locatie zich op de hoek Tongerenseweg/Beekstraat/Gagelstraat bevond (zie bijlage 6). De genoemde locatie bevindt zich derhalve niet nabij onderhavige onderzoekslocatie, maar circa 500 m ten westen van de kern van Epe. Vermoedelijk betreft het een foutieve vermelding in het bodeminformatiesysteem. Uit de Omgevingsrapportage van de provincie Gelderland blijkt dat ter plaatse van het Apeldoorns Kanaal (pand 1 t/m 5, tussen Dieren en Hattem) in het verleden diverse waterbodemonderzoeken en een waterbodemsanering ten behoeve van (onderhouds-)baggerwerkzaamheden zijn uitgevoerd. Uit het nul- of eindsituatie onderzoek (Tauw, rapport R3507319.W03/PRM, d.d. 6 oktober 1996) blijkt dat het overgrote deel van de onderzochte waterbodemlocaties matig tot sterk verontreinigd waren met zware metalen, PAK, PCB en DDT. In 2001 is een nader waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van 7 uitstromingslocaties (Tauw, rapport R001-3937941CJL-D01-D, d.d. 21 juni 2001). De uitstromingslocaties bevonden zich niet nabij onderhavige onderzoekslocatie.

Specifieke (actuele) informatie over de kwaliteit van de waterbodem binnen 25 m van onderhavige onderzoekslocatie is niet bekend.

20527.001 versie D1

6 / 22

Van de overige aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Uit de verzamelde informatie blijkt niet dat er vanuit de omliggende percelen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten.

3.7 Terreininspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt grotendeels overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Tijdens de terreininspectie bleek dat de werktuigenloods voorzien is van een zandvloer. In de werktuigenloods bevinden zich diverse landbouwmachines. Volgens informatie van de eigenaar ( ) werden onderhoudswerkzaamheden in het verleden uitbesteed aan een landbouwmechanisatiebedrijf en hebben nooit onderhoudswerkzaamheden in de loods of op de locatie plaatsgevonden. De (voormalige) stallen staan leeg en zijn deels in gebruik voor opslag van diverse materialen. Ter plaatse van een oude koeienstal met asbestverdachte dak zonder dakgoten (zie ook paragraaf 3.2) is deels sprake van afstroming van regenwater op de onverharde bodem (< 25 m²). De overige asbestverdachte daken zijn voorzien van dakgoten of stromen af op een klinkerverharding. Op het oostelijk terreindeel zijn plaatselijk diverse materialen opgeslagen (veevoer, landbouwplastic, gronddoek en klinkers). Ten oosten van de oude koeienstal bevindt zich een ingestort bouwwerk met metalen golfplaten.

Ten oosten van de oude koeienstal bevindt zich een betonplaat met een afgedekte put. Volgens informatie van de eigenaar bevindt zich onder of nabij de betonplaat nog een voormalige gierkelder. Afgezien van de potentiële bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging, die in de voorgaande paragrafen zijn beschreven, zijn er tijdens de terreininspectie geen aanvullende potentiële bronnen aangetroffen.

3.8 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten Algemene verwachting bodemkwaliteit De onderzoekslocatie is met betrekking tot de boven- en ondergrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszones "B14. Buitengebied Epe”, “T7. Overig gebied” (0,5-1,0 m -mv) en “O7. Overig gebied” (1,0-2,0 m -mv), van het gebied waarvoor de gemeenten Epe, Apeldoorn, Brummen en Voorst gezamenlijk een “Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart” (Lievense Milieu B.V., project SOB005100.RAP002, 6 oktober 2020) hebben opgesteld. Op basis van de 80-percentiel waarden (P80) komen in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan kwik en PAK voor. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor.

20527.001 versie D1

7 / 22

PFAS Op basis van het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Atmosferische depositie kan leiden tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek.

5

VELDWERK

5.1 Algemeen Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten/gaten en de peilbuizen. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen van de asbestinspectiegaten en de boringen opgenomen. Bijlage 3b bevat enkele foto’s van de asbestinspectiegaten en het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal. Het veldwerk is tussen 12 en 20 januari 2023 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van en Deze medewerkers van Econsultancy staan geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 en 2018 van de SIKB BRL 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemen waterbodemonderzoek". De boringen en peilbuizen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor en/of een zuigerboor. Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn.

Het opgeboorde materiaal ter plaatse van deellocatie A is tevens middels een olie-waterreactie beoordeeld op de aanwezigheid van olie(gerelateerde) producten. Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest is het opgegraven materiaal gezeefd over een 20 mm zeef en zintuiglijk beoordeeld. Indien van toepassing is een schatting gemaakt van het asbestgehalte per gat.

20527.001 versie D1

9 / 22

-

tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;

-

interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.

In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.

Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.

20527.001 versie D1

17 / 22

7

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

Econsultancy heeft in opdracht van BügelHajema Amersfoort een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd aan de Kanaalweg 30 en 30a te Epe. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie alsmede de voorgenomen nieuwbouw. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zwak tot matig grindig, zeer fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak oerhoudend en/of zwak veenhoudend. In de ondergrond is lokaal een sterk zandige veenlaag aanwezig. In de boven- en/of ondergrond van de gehele onderzoekslocatie zijn in verschillende gradaties baksteen-, beton-, aardewerk-, asfalt-, plastic-, metaal- en kooldelen aangetroffen. Tijdens de werkzaamheden zijn er zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Deellocatie A: voormalige en huidige bovengrondse dieseltank (in lekbak) Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met plaatselijk bodembelasting en met een duidelijke verontreinigingskern" (VEP). De bodem is plaatselijk zwak baksteenhoudend.

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in het opgeboorde materiaal geen olie-waterreacties waargenomen. De bodem is licht verontreinigd met minerale olie. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "plaatselijk verdacht" dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie aangenomen ten aanzien van minerale olie. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Deellocatie B: overige terreindelen Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). In de boven- en/of ondergrond van deellocatie B zijn in verschillende gradaties baksteen-, beton-, aardewerk-, asfalt-, plastic-, metaal- en kooldelen aangetroffen. Plaatselijk is de bovengrond sterk verontreinigd met zink (boring B10, 0,15-0,5 m -mv). In het mengmonster (MMB5) van de direct onderliggende laag zijn geen verhoogde gehalten aan zink aangetoond. De verontreinigingen zijn vermoedelijk (deels) te relateren aan de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met arseen en kwik.

In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond.

20527.001 versie D1

21 / 22

De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie aangenomen. Gelet op de aard en mate van de aangetroffen verontreiniging bestaat er aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek naar de parameter zink. Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Deellocatie B: overige terreindelen Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming" (VED-HE). Het doel van het onderzoek in deze situatie is vast te stellen of de verdenking al dan niet terecht is en in hoeverre de bepalingsgrens wordt overschreden. In de bodem zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 20 mm eveneens geen asbest aangetoond. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie ten aanzien van asbest als "verdacht" dient te worden beschouwd, wordt voor wat betreft de parameter asbest verworpen.

Deellocatie C: druppelzone koeienstal Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met plaatselijk bodembelasting en met een duidelijke verontreinigingskern" (VEP). In de bodem zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 20 mm eveneens geen asbest aangetoond. In de bodem is eveneens geen PCB aangetoond. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie ten aanzien van asbest en PCB als "verdacht" dient te worden beschouwd, wordt voor beide parameters verworpen. Advies In het algemeen is de bodem plaatselijk licht verontreinigd met arseen, kwik, lood, zink, minerale olie, PAK en/of PCB. Plaatselijk is de bovengrond echter sterk verontreinigd met zink (boring B10). Met betrekking tot het sterk verhoogde gehalte aan zink in de bovengrond bestaan er in het kader van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem mogelijk belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Econsultancy adviseert om op termijn de aard en de omvang van de vastgestelde zinkverontreiniging ter plaatse van boring B10 nader te onderzoeken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem/puin.

In geval van grondwerkzaamheden op de locatie behoeven er ten aanzien van asbest geen specifieke maatregelen te worden getroffen. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Econsultancy 3 februari 2023 20527.001 versie D1

22 / 22

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 1.

Foto 2.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 3.

Foto 4.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 5.

Foto 6.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 7.

Foto 8.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 9.

Foto 10.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 11.

Foto 12.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 13.

Foto 14.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 15.

Bijlage 3

Boorprofielen

Bijlage 3b. Foto’s asbestinspectiegaten, opgegraven en gezeefd materiaal

Foto 1. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B01

Foto 2. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B02

Foto 3. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B03

Foto 4. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B04

Foto 5. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B05

Foto 6. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B06

Foto 7. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B07

Foto 8. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B08

Foto 9. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B09

Foto 10. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B10

Foto 11. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B12

Foto 12 Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B13

Foto 13. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B14

Foto 14. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B15

Foto 15. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B16

Foto 16. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B17

Foto 17. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B18

Foto 18 Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat B19

Foto 19. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat/sleuf C01

Foto 20. Opgegraven en gezeefd materiaal inspectiegat/sleuf C02

Bijlage 4a Analysecertificaten

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2023005129/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode

13328504

Uw monsteromschrijving Boornr

Van

Tot

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

MMA1 A01 (30-70) A02 (30-80)

0539797369

A01

30

70

13-Jan-2023

2

0539797374

A02

30

80

13-Jan-2023

2

13328505

MMB1 B01 (20-50) B12 (0-50) B18 (0-50)

0539797655

B12

0

50

13-Jan-2023

1

0539717769

B01

20

50

13-Jan-2023

2

0539797746

B18

0

50

12-Jan-2023

1

13328506

MMB2 B02 (0-30) B07 (0-40) B13 (25-50) B14 (35-60)

0539797608

B13

25

50

12-Jan-2023

2

0539797668

B14

35

60

12-Jan-2023

2

0539717753

B02

0

30

13-Jan-2023

1

0539797667

13328507

MMB3 B04 (20-70) B10 (15-50) B19 (0-50)

0539797757

B19

0

50

12-Jan-2023

1

0539717767

B10

15

50

13-Jan-2023

2

0539717757

B04

20

70

13-Jan-2023

2

13328508

MMB4 B05 (50-90) B08 (80-100) B15 (35-50)

0539797673

B15

35

50

12-Jan-2023

2

0539797665

B08

80

100

12-Jan-2023

3

0539797384

B05

50

90

13-Jan-2023

3

13328509

MMB5 B04 (70-120) B05 (90-140) B07 (70-120) B10 (5 0-70)

0539797671

B07

70

120

12-Jan-2023

3

0539717756

B10

50

70

13-Jan-2023

3

0539797382

B05

90

140

13-Jan-2023

4

0539797381

B04

70

120

13-Jan-2023

3

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2023005129/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

Het organische stof gehalte is gecorrigeerd voor het lutumgehalte van 5.4 % m/m (SIKB 3010 pb 3). Opmerking 2)

PCB 138 kan positief beïnvloed worden door PCB 163. Opmerking 3)

PCB 153 kan positief beïnvloed worden door PCB 132. Opmerking 4)

De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2023005129/1

Analyse

Pagina 1/1

Methode

Techniek

Methode referentie

W0106

Voorbehandeling

AS3000

Droge Stof

W0104

Gravimetrie

pb 3010-2 en NEN-EN 15934

Organische stof (gloeiverlies)

W0109

Gravimetrie

pb 3010-3 en NEN 5754

Korrelgrootte < 2 µm (lutum)

W0171

Sedimentatie

pb 3010-4 en NEN 5753

Arseen (As)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Barium (Ba)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Cadmium (Cd)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kobalt (Co)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Koper (Cu)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kwik (Hg)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Molybdeen (Mo)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Nikkel (Ni)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Lood (Pb)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Zink (Zn)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Minerale Olie (C10-C40)

W0202

GC-FID

pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703

Chromatogram MO (GC)

W0202

GC-FID

NEN-EN-ISO 16703

W0271

GC-MS

pb 3010-8 en NEN 6980

Voorbehandeling

Cryogeen malen Bodemkundige analyses

Metalen

Minerale olie

Polychloorbifenylen, PCB

PCB (7)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

PAK (10) (VROM)

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

PAK som AS3000/AP04

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

Nadere informatie over de t staan vermeld in ons overzic

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13858002/1