938287 brief Kadernota 2024 2028 inclusief bijlage kadernota
Tekst van het document
Postbus 234 7300 AE Apeldoorn 088 310 4000 info@vnog.nl www.vnog.nl
Aan de colleges van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Datum Ons kenmerk Behandeld door Onderwerp
: 14 december 2023 : 23-65775/23-092308/AM : M. Rademaker : Kadernota 2025-2028
Uw brief van Uw kenmerk Bijlage(n)
: : :
Kadernota
Geacht college, Op 14 december 2023 heeft het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) de Kadernota 2025-2028 vastgesteld. De Kadernota bevat onder andere de financieeltechnische uitgangspunten voor de begroting 2025. Wij verzoeken u deze brief en de Kadernota ter kennisname aan uw raad aan te bieden. Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen moet VNOG de financiële en beleidsmatige kaders van de komende begroting voor uiterlijk 30 april ter kennisname aan de raden van de deelnemende gemeenten zenden. Hier voldoet VNOG nu aan. Aanvullend hierop informeren wij u dat er in april 2024 weer een webinar voor de raden wordt georganiseerd. Op de agenda staan diverse actuele onderwerpen waarbij VNOG u informeert over de stand van zaken. In dit webinar gaan we ook in op de financiële en beleidsmatige doorkijk naar de komende jaren. Een separate uitnodiging voor het webinar volgt nog naar de griffies. Kernboodschap Deze Kadernota bevat besparingen, omdat VNOG de wettelijke opdracht én de ambities uit de Toekomstvisie en op het gebied van o.a. duurzaamheid, wil realiseren bij een ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage, die binnen de gemeentelijke meerjarenbegrotingen te dragen is.
De VNOG bespaart structureel € 600.000 met ingang van 2024; in deze Kadernota wordt daaraan een structurele besparing van € 800.000 toegevoegd, terwijl we de op termijn voorziene stijging van de kapitaallasten kunnen uitstellen en verminderen met € 500.000 structureel. Dit is mogelijk door enerzijds in de ramingsgrondslagen een stuk voorzichtigheid te laten varen. Dit is verantwoord, doordat VNOG de risico's scherp in beeld houdt (prijs- en marktontwikkelingen e.d.) én de laatste jaren een solide vermogenspositie heeft opgebouwd. Risico's & Reserves bewegen zich binnen de beleidskaders die door het AB hieromtrent zijn bepaald. Indien zich echter de komende jaren nieuwe majeure risico's aandienen, moet dan naar bevind van zaken worden gehandeld. Anderzijds zijn in de bedrijfsvoering maatregelen genomen, die bijdragen aan een efficiënte en effectieve uitvoering. Als onlosmakelijk onderdeel van de lokale overheid stelt dit VNOG voor uitdagingen, die het gevolg zijn van “het ravijnjaar 2026” en die in onze gezamenlijke veiligheidsorganisatie voelbaar zijn en zullen zijn.
Relatie met het komende nieuwe Beleidsplan 2025-2028 Doorgaans schetsen we in de Kadernota ook (nieuw) beleid, etc. Dat is nu echter niet het geval. Dat heeft te maken met het nieuwe Regionaal Beleidsplan van VNOG. In 2024 moet er een nieuw meerjarig Regionaal Beleidsplan 2025-2028 tot stand komen. Het huidige plan loopt eind 2024 af. In het Beleidsplan staat het strategische beleid voor de komende jaren. Vooruitlopend op het nieuwe Beleidsplan kunnen we in deze Kadernota1 daarom nog niet ambities voor 2025 vastleggen. Medio 2024 sturen wij een concept van het nieuwe Beleidsplan via de colleges ter consultatie naar de raden, alsook van het Regionaal Risicoprofiel. De raden kunnen dan hun input geven. Het AB stelt in december 2024, gehoord hebbende de input van de raden, het Beleidsplan definitief vast. Besparingsvoorstellen Er waren de afgelopen jaren overschotten, dat hebben we onderzocht en geanalyseerd. We kunnen nu een besparing doorvoeren van structureel circa € 600.000 per 2024 + circa € 800.000 per 2025. De besparingsvoorstellen voor 2025 staat in bijgevoegde Kadernota. VNOG heeft de verzoeken voor besparing vanuit diverse gemeenten goed verstaan en wij begrijpen de (financiële) uitdagingen waar u voor staat. Het AB had dan ook opdracht gegeven om mogelijkheden hiervoor in beeld te brengen.
De besparing voor 2024 is reeds verwerkt in de begroting 2024, die op 7 september jl. is vastgesteld. De besparing voor 2025 zal VNOG verwerken in de conceptbegroting 2025 en die ontvangt u in april a.s. Deze besparing komt dus bovenop de besparing die VNOG per 2024 al gaat doorvoeren. Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage 2025 De gemeentelijke bijdrage gaat vanaf 2025 met name stijgen als gevolg van de loon- en prijsindex en daarnaast door enkele autonome, voor VNOG niet te beïnvloeden, ontwikkelingen. De hiervoor genoemde besparingen matigen de stijging. De stijging van de gemeentelijke bijdrage per 2025 bedraagt € 2.833.300 (exclusief de individuele verrekening per gemeente in het kader van o.a. de facilitaire kosten in de kazernes (‘programma 8’)). In de Kadernota worden tevens de laatste ontwikkelingen geschetst rondom het materieel, de kapitaallasten, de bijbehorende egalisatiereserve, alsmede over de stijging van de gemeentelijke bijdrage die hiermee gepaard gaat. Hierover is de afgelopen jaren al diverse keren informatie verstrekt. Op basis van de nieuwste inzichten gaat de stijging een jaar later in, per 2027 (in de vorige Kadernota was nog sprake van een stijging per 2026).
De latere stijging wordt veroorzaakt doordat een aantal investeringen (van (specialistische) voertuigen) in de tijd zijn opgeschoven naar latere jaren en er in 2023 nog een verwachte toevoeging aan de egalisatiereserve komt. De stijging loopt op van structureel € 3 miljoen in 2027 + € 1,5 miljoen in 2028 naar structureel € 4,5 miljoen. Dit in plaats van de € 5 miljoen, waar vorig jaar van werd uitgegaan. De Kadernota eindigt als gebruikelijk met een risicoparagraaf en diverse overzichten. Vervolg Op basis van de Kadernota stelt VNOG een concept (ontwerp) meerjarenbegroting 2025-2028 op. Begin april 2024 sturen wij deze ontwerpbegroting via u ter zienswijze aan de raden. Dat is het wettelijk formele moment voor de raden om te reageren. De raden hebben hier volgens de wet twaalf weken de tijd voor. We plannen de zienswijzenperiode zo in, dat hij vóór het zomerreces klaar is, zodat de raden de volle twaalf weken de tijd hebben. 1 En in de komende concept begroting 2025 die volgt in april 2024
2
Volgens de wet moet het DB op de ingediende zienswijzen schriftelijk en gemotiveerd reageren. Dat moeten wij doen vóór het AB de begroting definitief vaststelt. Wij voorzien dat wij in juli 2024 gaan reageren. Tijdens het zomerreces ligt de procedure stil. Vervolgens stelt het AB de begroting definitief vast in de eerste vergadering na de zomer, namelijk begin september 2024. De raden worden hier daarna over geïnformeerd. Bij wet moet de begroting vóór 15 september zijn vastgesteld. Als het Beleidsplan in december 2024 definitief wordt vastgesteld en hieruit blijkt dat de begroting 2025 nog een aanpassing behoeft, dan kunnen we begin 2025 de begroting 2025 nog bijstellen indien nodig. Raden betrekken Om de raden (tussentijds) goed mee te nemen in de ontwikkelingen zet VNOG, naast de wettelijk verplichte momenten, andere middelen en instrumenten in, aansluitend op de behoeften. Wij vinden de relatie met de raden namelijk van groot belang. VNOG maakt raadsmagazines, houdt raadsevents, webinars en raadsbijeenkomsten en komt op verzoek langs bij gemeenteraden. Zoals aan het begin van deze brief vermeld, wordt in april volgend jaar weer een webinar georganiseerd. Tenslotte zijn ook de werkzaamheden gestart om te komen tot een raadscommissie. De Wet gemeenschappelijke regelingen biedt hiertoe de mogelijkheid als alle 22 raden hier gezamenlijk om verzoeken.
VNOG is, samen met de griffies, aan het onderzoeken of en hoe er een raadscommissie kan komen. Diverse raden hebben al aangegeven voorstander te zijn van een raadscommissie en hebben ook suggesties gedaan voor de invulling. We hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zien uw raadsleden graag bij het webinar.
Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland,
drs. D.G.L. Kransen secretaris
A.J.M. Heerts voorzitter
3
Kadernota 2025-2028
16 november 2023
Inhoudsopgave 1. Inleiding / samenvatting
3
2. Wat doet VNOG?
6
3. Ontwikkelingen en reguliere taken
8
4. Ramingsgrondslagen begroting 2025
12
5. Nieuw beleid en voorstellen voor besparingen
14
6. Autonome ontwikkelingen
16
7. Financiële ontwikkelingen
18
8. Beleidsregels risico’s, reserves en weerstandscapaciteit
24
9. De uitgevoerde risico-inventarisatie
26
10. Risico’s versus weerstandscapaciteit
30
11. Financieel meerjarenperspectief 2025-2028
32
Bijlagen
33
Pagina 2 van 41
1. Inleiding / samenvatting Voor u ligt de Kadernota 2025 – 2028 van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). De Kadernota vormt de basis voor de komende begroting 2025-2028 en bevat daarvoor de financieeltechnische uitgangspunten. Dit betreft met name de loon- en prijsindex en doorwerking daarvan in de gemeentelijke bijdrage, alsmede enkele autonome ontwikkelingen o.a. op het gebied van duurzaamheid. Doorgaans schetsen we in de Kadernota ook (nieuw) beleid, etc. Dat is nu echter niet het geval. In 2024 moet er namelijk een nieuw meerjarig Regionaal Beleidsplan 2025-2028 tot stand komen. Het huidige plan loopt eind 2024 af. In het Beleidsplan staat het strategische beleid voor de komende jaren. Het plan zal in 2024 onder andere eerst nog ter consultatie aan de raden worden voorgelegd. Het plan wordt in december 2024 definitief vastgesteld. Vooruitlopend op dit nieuwe Beleidsplan willen we in deze Kadernota géén nieuw beleid (voornemens met een beslag op (structureel, extra) budget) opnemen. Het Beleidsplan is immers de grondslag voor de begroting, niet andersom. Wel bevat deze Kadernota enkele structurele voorstellen voor besparingen om de gemeentelijke bijdrage te dempen van € 780.000. Hiermee geven we opnieuw gehoor aan de oproep van de gemeenten om wat strakker te begroten.
De financiële bufferruimte die in 2019 is opgenomen, toen als reactie op een tekort in 2018, wordt verlaagd. In de Kadernota en begroting van vorig jaar was hierin al een stap gezet voor een structureel bedrag van € 600.000. 1.1. Effect Kadernota op de gemeentelijke bijdrage1 In 2025 stijgt de gemeentelijke bijdrage door financiële ontwikkelingen in loon- en prijsindexatie en door autonome ontwikkelingen. Hiernaast zijn de kapitaallasten opnieuw berekend, waarbij rekening is gehouden met de meest recente investeringsbedragen en planning van de levering van de aanbestede voertuigen van het brandweermaterieel. Als gevolg van deze herberekening wordt een stijging van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van stijgende kapitaallasten niet voorzien voor 2026 maar voor 2027. a. Besparingsvoorstellen voor demping van de gemeentelijke bijdrage Er zijn enkele mogelijkheden binnen de bedrijfsvoering (€ 240.000) en er kunnen nog middelen worden ingezet uit het begrotingsprogramma ‘Algemene dekkingsmiddelen’ (€ 540.000) waardoor een deel van de gestegen lasten kan worden gedekt. Totaal besparingen: € 780.000 structureel. b. Autonome ontwikkelingen Dit zijn ontwikkelingen die leiden tot kostenstijgingen, die verplicht of op een andere manier onvermijdbaar zijn. Het betreft nu de inspanningen voor onze verduurzamingsopdracht.
Hiermee willen wij invulling geven aan onze verantwoordelijkheid voor deze planeet en de oproepen van gemeenten, alsmede aan de wettelijke verplichting. Veel voertuigen (met name de grote brandweervoertuigen) rijden (nog) op diesel, omdat er op dit moment in de markt nog geen werkbare, voldoende betrouwbare en/of betaalbare alternatieven beschikbaar zijn. Door over te stappen op bio-diesel (HVO 100) worden toch belangrijke stappen gezet. Voor personenauto’s en dienstbussen worden zo veel mogelijk elektrische voertuigen aangeschaft. Deze zijn echter duurder dan in eerdere 1 Bedragen t.o.v. begroting 2024
Pagina 3 van 41
investeringsplannen mee werd gerekend. Daarnaast vindt binnen VNOG onderzoek plaats naar verdere verduurzaming terwijl over de kazernes met alle gemeenten een gespreksronde plaatsvindt over de verduurzaming hiervan (o.a. bij nieuwbouw- en verbouwtrajecten n.a.v. de demarcatieafspraken). Tenslotte zijn er autonome ontwikkelingen bij de meldkamer MKON, onderdeel Brandweer-Multi (MKON-MKBM), dat de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel gezamenlijk hebben. De totale autonome kostenstijging loopt op van € 348.300 tot bijna € 4 ton structureel. c. Financiële ontwikkelingen VNOG wil oog hebben voor de financiële situatie bij de gemeenten en voert een terughoudend beleid, maar wel met de insteek dat wordt voldaan aan de taken die de samenleving haar oplegt en de bedrijfsvoering (conform Toekomstvisie) op orde blijft. Waar mogelijk, is voor de ontwikkelingen dekking gevonden binnen de bestaande middelen. • Lonen en prijzen De verwachte ontwikkeling van de loonsom conform vastgesteld beleid (op basis van de gegevens van het Centraal Planbureau) leidt in 2025 tot een stijging van € 3.007.000. Voor de prijsindex wordt gerekend met een bedrag van € 258.000. Samen € 3.265.000. Vanaf 2026 wordt zoals gebruikelijk gerekend met constante prijzen t.o.v. 2025. De loon- en prijsindex van de MKON-MKBM (€ 86.000 en € 2.000) is opgenomen in het onderdeel “autonome ontwikkelingen”.
• Investeringen en kapitaallasten In de Kadernota 2024 was opgenomen, en vertaald in de meerjarenbegroting 2024 - 2027, dat de kapitaallasten dusdanig stijgen dat deze met ingang van 2026 niet meer gedekt kunnen worden door een onttrekking aan de beschikbare egalisatiereserve. Daarom was in de meerjarenbegroting met ingang van 2026 een stijging van de gemeentelijke bijdrage opgenomen. Voor de Kadernota 2025 zijn de investeringen, de planning van de levering van aanbestede voertuigen en de rente opnieuw doorgerekend. Als gevolg hiervan kan de stijging van de gemeentelijke bijdrage een jaar later plaatsvinden (vanaf 2027 in plaats van vanaf 2026) en is € 500.000 minder nodig. Het totale effect van deze Kadernota is als volgt: Effect van deze Kadernota ten opzichte van de gemeentelijke bijdrage 2024
2025 Gemeentelijke bijdrage volgens de meerjarenbegroting 2024 e.v. Loon- en prijscompensatie Autonome ontwikkelingen Demping gemeentelijke bijdrage Ontwikkeling kapitaallasten Ontwikkeling kapitaallasten Totaal
2026
2027
2028
53.322.200
56.222.200 58.222.200 58.222.200
3.265.000 348.300 -780.000
3.265.000 370.200 -780.000 -3.000.000
56.155.500
3.265.000 3.265.000 370.700 390.300 -780.000 -780.000 -5.000.000 -5.000.000 3.000.000 4.500.000 56.077.400 59.077.900 60.597.500
De stijging van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van de kapitaallasten gaat volgens de huidige berekening in 2027 in (één jaar na het “ravijnjaar 2026” van de gemeentefinanciën). Deze stijging loopt op van structureel € 3 miljoen in 2027 + € 1,5 miljoen in 2028 naar structureel € 4,5 miljoen. Dit in plaats van de 3 miljoen in 2026 + 2 miljoen in 2027 naar structureel € 5 miljoen, die in de meerjarenbegroting 2024 e.v. was opgenomen.
Pagina 4 van 41
1.2. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft wat VNOG doet, in antwoord op de vragen van de samenleving. In hoofdstuk 3 worden de reguliere taken en ontwikkelingen op de Opgaven van VNOG op hoofdlijnen gememoreerd. Hoofdstuk 4 gaat in op de technische uitgangspunten. Hoofdstuk 5 behandelt voorstellen voor besparingen en hoofdstuk 6 gaat in op autonome ontwikkelingen. In hoofdstuk 7 worden de financiele ontwikkelingen toegelicht. Hoofdstuk 8 beschrijft de beleidsregels en werkwijzen ten aanzien van risico’s en het weerstandsvermogen. Hoofdstuk 9 bevat de inventarisatie van de inhoudelijke en financiële risico’s en de waardering daarvan. In hoofdstuk 10 worden deze risico’s tegenover de beschikbare weerstandscapaciteit gezet en wordt de weerstandsratio vergeleken met de daarvoor bepaalde streefwaarde. De Kadernota sluit af met hoofdstuk 11 over het meerjarenperspectief en enkele bijlagen.
Pagina 5 van 41
2. Wat doet VNOG? De vragen van de samenleving en het antwoord van VNOG daarop:
Opgaven - VNOG: • • •
Beperkt en bestrijdt (Opgave 0.) Is vakbekwaam en deskundig (Opgave 2.) Werkt vanuit een sterke informatiepositie (Opgave 3.)
• • • •
Voorkomt risico’s (Opgave 0.) Stimuleert zelfredzaamheid en risicobewustzijn (Opgave 1.) Is deskundig (Opgave 2.) Werkt vanuit een sterke informatiepositie (Opgave 3)
VNOG levert: Brandweer
GHOR
Crisisbeheersing
VNOG heeft: • Een compacte en slagvaardige brandweer, GHOR en multidisciplinaire crisisorganisatie. • Passend materieel met bijbehorend goed opgeleide en getrainde medewerkers. • Duidelijke informatie, die VNOG verzamelt, duidt en verspreidt waardoor zorg en hulp verbeteren.
Voorlichting
Risico-analyse /-duiding
Advisering
Informatie en systemen
VNOG: • Informeert en stimuleert inwoners, bedrijven en organisaties. • Biedt handelingsperspectief (wat kan ik zelf doen). • Verzamelt, duidt en verspreidt informatie.
Missie: Samen werken aan veiligheid | Kernwaarden: Daadkrachtig – Deskundig – Gepassioneerd
Pagina 6 van 41
2.1. Vragen van de samenleving en Missie De samenleving stelt grofweg twee vragen aan VNOG: • Ik heb hulp nodig (bij brand, ongevallen, rampen, crises). • Leer mij gevaar te voorkomen (veilig wonen, werken en recreëren). Inwoners, bedrijven, instellingen en andere overheden stellen deze vragen aan VNOG. VNOG moet, op grond van haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veiligheidsregio’s, deze vragen beantwoorden. De missie van VNOG daarbij is: “Samen werken aan veiligheid”. Zoals in hoofdstuk 1 geschetst komt er een nieuw Beleidsplan. De twee vragen van de samenleving en de missie van VNOG zijn echter nog steeds geldig en blijven ook in het nieuwe Beleidsplan de basis vormen; ze zijn immers geworteld in de wettelijke taken van VNOG en die veranderen niet. 2.2. Opgaven De Opgaven van VNOG vormen het antwoord op de beide vragen van de samenleving. De huidige Opgaven zijn breed gesteld en daarmee toekomstbestendig. Naar verwachting worden zij doorgezet in het nieuwe Beleidsplan: o Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises (maatschappelijke opdracht) o Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust o Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig o Opgave 3. Sterke informatiepositie o Opgave 4.
Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde, gezonde bedrijfsvoering) De Opgaven vormen de rode draad in alle beleidsdocumenten van VNOG, waaronder de opgavegerichte begroting. 2.3. Visie De visie beschrijft hoe VNOG haar missie gestalte geeft. Naar verwachting zal de visie in het nieuwe Beleidsplan (al dan niet met wat aanvullingen/aanpassingen) worden voortgezet, want de punten hierin zijn ook nog steeds geldig. De huidige visie luidt: − VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. Het is een operationele organisatie, die bij een crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professionele hulpverlening aan de inwoners en bezoekers van de regio. − Noord- en Oost-Gelderland is een regio waar veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. VNOG speelt in op demografische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op hedendaagse en toekomstige veiligheidsrisico’s. VNOG is een toekomstbestendige veiligheidsregio. − VNOG werkt met compacte en slagvaardige posten in een fijnmazig netwerk van posten, met passend materieel met goed getrainde vrijwilligers vanuit een versterkte informatiepositie. − VNOG verzamelt, duidt en verspreidt informatie (waardoor zorg en hulp verbeteren) en biedt handelingsperspectieven.
− VNOG stimuleert inwoners, instellingen en bedrijven tot zelf- en samenredzaamheid en het nemen van eigen verantwoordelijkheid bij incidenten, rampen en crises en het voorkomen daarvan. − VNOG werkt samen met vele partners (zoals: gemeenten, GGD, andere veiligheidsregio’s, waterschappen, omgevingsdiensten, regionaal, interregionaal, landelijk en internationaal).
Pagina 7 van 41
3. Ontwikkelingen en reguliere taken Zoals in hoofdstuk 1 aangegeven komt er een nieuw Beleidsplan voor VNOG. In deze Kadernota willen we daar niet op vooruit lopen. Wel worden hierna ontwikkelingen en trends aangestipt. Afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden in het Beleidsplan, zal VNOG deze ontwikkelingen wel of niet oppakken. En over de manier waarop ontwikkelingen worden opgepakt, volgt daarna ook besluitvorming. Dit hoofdstuk beschrijft verder de reguliere taken die VNOG in ieder geval uitvoert. 3.1. Ontwikkelingen a. Het risicoprofiel verandert komende jaren door demografische ontwikkelingen, klimaatverandering, de energietransitie, data- en technologie, moedwillig handelen, langdurige crisis, schaarste aan grondstoffen/energie, wereldwijde instabiliteit (politiek, sociaal, economisch), etc. Nieuwe risico’s, vergrote risico’s (bijv. natuurbrand) en nieuwe typen crises (bijv. langduriger) vragen om een nieuwe/andere inzet van VNOG als brandweer, GHOR en crisisorganisatie. Met het nieuwe Beleidsplan maken we ook een nieuw Regionaal Risicoprofiel en zullen we deze punten beschouwen en waar nodig verwerken in het Beleidsplan. b. Er wordt steeds meer naar veiligheidsregio’s gekeken o.a. ook bij langduriger (multi) crises.
De regio’s moeten zich hierop voorbereiden (getrainde medewerkers, bredere functies en flexibele organisatievormen en werkwijzen, sterke informatiepositie (24/7) en goede informatie-verbinding regionaal, interregionaal en landelijk)2. c. Landelijke en wereldwijde omstandigheden hebben invloed op de praktische uitvoering van taken, zoals de gestegen grondstofprijzen (en daardoor meerkosten bij de aanschaf van materieel en materiaal), het onderzoek naar de toekomst van de huidige inrichting van het vrijwillige brandweerbestel en crisisbeheersing in de zorg die in beweging is. d. Er is sprake van een aantal maatschappelijke ontwikkelingen die de aandacht voor (brand)veiligheid zeer noodzakelijk maken. Verder is sprake van de terugtredende overheid, aanhoudende aandacht voor prestatieverbetering van de overheid en de behoefte aan nieuwe adviesvaardigheden en bekwaamheden van de veiligheidsregio’s. Ook hierin zoekt VNOG nadrukkelijk de samenwerking in Oost-53 verband. e. Het versterken van de democratische legitimatie voor het optreden van veiligheidsregio's is belangrijk, ook nu in algemene zin het vertrouwen van de burger in de overheid onder druk staat. Gemeenten en andere belanghebbenden vragen om goede informatie, goede communicatie en verantwoording en willen betrokken en gehoord worden.
De verhouding tussen het Rijk en de veiligheidsregio's wordt mede bij de komende update van de Wet veiligheidsregio's (naar aanleiding van de wetsevaluatie) herijkt.
2 Het Rijk faciliteert de komende jaren een versterking van de crisisbeheersing en informatiepositie door een stapsgewijze
substantiële ophoging van de rijksbijdrage (BDuR) aan de veiligheidsregio’s. Dit is gestart in 2023. VNOG heeft hiervoor een meerjarig bestedingsplan gemaakt, dat het AB op 30 maart 2023 heeft vastgesteld. Dit is dus al in gang gezet en vormt al onderdeel van de reguliere taakuitvoering. De jaarschijf 2025 uit het bestedingsplan zal dan ook in de primitieve begroting 2025 worden verwerkt. Er zit hier wel een voorbehoud: het Rijk heeft besloten om steeds pas in juni voorafgaand aan het nieuwe jaar definitieve duidelijkheid te geven over de tranche van het komende jaar. Pas in juni 2024 weten we dus zeker of de extra middelen voor 2025 ook daadwerkelijk komen en wat de definitieve omvang zal zijn. De kabinetsformatie die na 22 november 2023 zal spelen, brengt nog een stuk extra onzekerheid met zich mee rondom deze middelen. Het Rijk kijkt inmiddels zelf ook naar besparingsmogelijkheden en de BDuR is daarbij ook genoemd. Als in de zomer 2024 blijkt dat zaken toch anders lopen, wijzigen we de begroting voor 2025 en passen het bestedingsplan dan aan. 3 Oost-5 is de samenwerking tussen de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel. Onder andere hebben zij ook samen de verantwoordelijkheid over het meldkameronderdeel “Brandweer en Multi” (MKBM) van de Meldkamer Oost-Nederland (MKON), de MKON-MKBM. Op vele terreinen wordt in Oost-5 samengewerkt.
Pagina 8 van 41
f.
Samenwerking is en blijft belangrijk: met de gemeenten en ketenpartners, GGD, bovenregionaal (Oost-5), nationaal (NIPV, Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) en internationaal (Duitsland). Crises beperken zich immers niet tot bestuurlijke grenzen; langduriger crises al helemaal niet. g. Technologische ontwikkelingen en technologische innovaties bieden kansen, zoals gebruik van business intelligence en AI. De afhankelijkheid van (informatie) technologie is echter evenzeer een risico (storingen, crimineel gebruik of terrorisme). De governance op I(C)T en in bovenregionale (Oost-5) en landelijke samenwerking moet versterkt worden, zeker ook als de veiligheidsregio’s op termijn tot de ‘vitale infrastructuur’ gerekend gaan worden. h. De arbeidsmarkt is krap, in het bijzonder voor professionals in de (informatie)technologie. Duurzame inzetbaarheid van medewerkers is en blijft een belangrijk thema. Er is een trend van meer accent op maatwerk, persoonlijke ontwikkeling en nieuwe innovatieve vormen van opleiding en training. Voor de Brandweer speelt het thema “Toekomstbestendige Brandweer”, ingegeven door maatschappelijke ontwikkelingen waardoor er druk is op het personeelsbestand. Specifieke uitdagingen zijn het verloop onder vrijwillig personeel, het bekwaam houden van personeel en het borgen van kennis. i.
Een veiligheidsregio kan binnen de veiligheid één of meer thema's kiezen, waarin het op kop gaat en een breed erkende expert-regio is. j. Innovatie in brede zin is een belangrijk thema. Overal in VNOG vinden al innovaties plaats zoals rondom dashboarding, scenario denken, informatie, samenwerkingen (bijv. met startups en bedrijfsleven), meer inzet van gedragswetenschap, nieuw materieel en inzettechnieken (bijv. drones), etc. In het nieuwe Beleidsplan kan ervoor gekozen worden dit verder uit te bouwen. k. Duurzaamheid: de wereld staat voor een grote opgave voor de leefbaarheid op onze planeet. Tot nog toe is de ambitie van VNOG om de landelijke eisen te volgen en daar waar zich kansen voordoen, nog een stap verder te zetten, mits de (financiële) mogelijkheden dat toestaan en VNOG haar wettelijke kerntaken kan blijven uitvoeren. De hoofdbestanddelen in de huidige duurzaamheidsstrategie zijn: vastgoed, inkoop, mobiliteit, bewustwording en gedrag. In het nieuwe Beleidsplan kan er een hoger ambitieniveau worden gekozen. Duurzaamheid betekent voor de Brandweer mogelijk ook een andere manier van (realistisch) oefenen: minder gebruik van (vervuilende) materialen, mogelijk meer virtueel oefenen. l. Wetgeving gaat veranderen / is recent veranderd: Wet veiligheidsregio’s (n.a.v.
wetsevaluatie), Omgevingswet, Energiewet, Herziening staatsnoodrecht, Wijziging Wet publieke gezondheid, Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA), Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), Nieuwe inrichting vrijwillig brandweerbestel, Aanpassing wet gemeenschappelijke regelingen, veranderende financiële wetgeving, Verzamelwet gegevensbescherming, diverse uitwerkingen van de Wet digitale overheid, Invoering e-privacy verordening. 3.2. Reguliere taken op de Opgaven De reguliere taken zijn taken die VNOG, ongeacht hoe het Beleidsplan er straks uit komt te zien, moet uitvoeren. Verdeeld over de Opgaven gaat het om de volgende taken: Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises Drie afdelingen van VNOG zijn primair met deze Opgave bezig: Brandweerzorg, Risico- & Crisisbeheersing en de GHOR. De afdeling Brandweerzorg staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week paraat om incidenten af te handelen. De afdeling voorziet in adequaat, veilig en betrouwbaar materieel en materiaal, de vakbekwaamheid van de medewerkers en de logistiek. De komst van veel nieuw materieel en materiaal vraagt om extra inspanningen naast de bestaande werkdruk voor reguliere activiteiten.
Pagina 9 van 41
De afdeling Risico- & Crisisbeheersing voorziet bij incidenten, rampen en crises in de crisisorganisatie die flexibel, slagvaardig en outputgericht optreedt. Omdat verwacht wordt dat crises langduriger worden, heeft het Rijk een impuls op de crisisbeheersing (incl. vergroting flexibiliteit) en informatievoorziening ingezet door een substantiële ophoging van de rijksbijdrage (BDuR) aan de veiligheidsregio’s. Deze ophoging komt in vier tranches (eerste tranche in 2023). VNOG heeft hiervoor een meerjarig bestedingsplan gemaakt en voert dit uit4. Deze BDuR-ophoging raakt ook Opgave 2 (Vakbekwaam en deskundig) en Opgave 3 (Sterke informatiepositie). De GHOR is een netwerkorganisatie en coördineert de geneeskundige zorg bij incidenten, rampen en crises. Dit gebeurt door de hulpverlening tijdens incidenten te laten functioneren als één (witte) keten. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) verbindt het zorgnetwerk aan de veiligheidsketen vanuit zijn/haar reguliere bekendheid met dit netwerk en is adviseur van het openbaar bestuur én partner van de andere partijen in het veiligheidsdomein. De GHOR kan gezien worden als het uitvoerend bureau voor de DPG en de bijbehorende taken. De GHOR draagt bij aan de voorbereiding van de geneeskundige hulpverleningsorganisatie.
Dit vereist veel afstemming met ketenpartners uit de zorgsector, met de gemeenten en andere diensten, onder regie van het openbaar bestuur. Opgave 1. Zelfredzaam & (risico)bewust De afdeling Risico- & Crisisbeheersing is primair met deze Opgave bezig. VNOG stimuleert inwoners, instellingen en bedrijven tot zelf- en samenredzaamheid en het nemen van eigen verantwoordelijkheid bij incidenten, rampen en crisis en het voorkomen daarvan. VNOG informeert inwoners en bezoekers over risico’s en biedt handelingsperspectieven ter preventie én bij incidenten. VNOG wil een betrouwbare leverancier van kwalitatief hoogwaardige adviesdiensten en voorlichting zijn voor inwoners en bedrijven, voor ketenpartners en – op basis van gemaakte afspraken – in de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig Alle afdelingen van VNOG zijn bij deze opgave betrokken. Voor alle afdelingen zijn vakbekwame en goed opgeleide en getrainde medewerkers van groot belang. Met de inspanningen voor vakbekwaamheid versterkt VNOG de kwaliteit van de vrijwillige, de beroepsbrandweer- en de beroepsmedewerkers. De (landelijke en maatschappelijke) ontwikkelingen vragen de komende jaren extra aandacht voor de vakbekwaamheid van de brandweer (bijv. energietransitie, klimaatverandering (natuurbrand), duurzaamheid, nieuwe technieken/werkwijzen, etc.).
In de Halfjaarrapportage 2023 zijn voor een versterking van organisatorische knelpunten al eerste voorstellen gedaan. Zoals hiervoor aangegeven: in het kader van de BDuR-ophoging wordt komende jaren ook nog extra ingezet op de vakbekwaamheid van de crisisorganisatie. Opgave 3. Sterke informatiepositie Alle afdelingen van VNOG zijn bij deze Opgave betrokken. Door het verzamelen, duiden en verspreiden van duidelijke informatie worden veiligheid en het optreden van VNOG verbeterd, zowel in de koude als in de warme fase. Voor inwoners betekent dit dat zij weten waar zij de juiste informatie over veiligheid kunnen vinden en wat zij zelf, of samen met anderen, kunnen doen (link met Opgave 1.). Daarnaast gaat het hier ook om de interne informatievoorziening van VNOG en de informatie, verantwoording en communicatie naar de diverse stakeholders, belanghebbenden en dragers van VNOG. Verder gaat het om het delen van informatie met (landelijke en regionale) partners. Zoals hiervoor aangegeven: in het kader van de BDuR-ophoging wordt komende jaren ook nog extra ingezet op dit onderwerp. Zo moet VNOG een 24/7 Veiligheidsinformatie en coördinatiecentrum 4 Zie eerdere voetnoot voor voorbehoud hierbij.
Pagina 10 van 41
(VICC) ontwikkelen ten behoeve van informatiesturing bij onze crisispartners. Het is de bedoeling dat er een continu en actueel risicobeeld bestaat, dat geduid wordt ten behoeve van (bestuurlijke) besluitvorming en operationeel handelen. Het hebben van een dergelijk centrum is een landelijke verplichting, alsook de aansluiting op de landelijke voorziening KCR-2 (Knooppunt Coördinatie Regio’sRijk). Dashboards/speciale websites met onderwerpen uit ons multi-risicoprofiel worden in het VICC gebruikt. Deze dashboards/websites worden komende jaren verder uitgebouwd (o.a. R!SQ5). Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers Deze opgave wordt door alle afdelingen van VNOG uitgevoerd, waarbij de afdeling Bedrijfsvoering de organisatie ondersteunt met diverse diensten: administratie en praktische ondersteuning, beleidsen juridisch advies, communicatie, financiën, inkoop, verzekeringen, vastgoed, services en projecten, HRM en ARBO, informatisering, archief (DIV) en privacy. Overige reguliere taken Op 22 juni 2023 heeft het AB een impuls op natuurbrandbeheersing omarmd, gelet op het grote belang en de urgentie. Het plan van aanpak is opgesteld door de provincie Gelderland en de drie Gelderse veiligheidsregio’s. Er komt een versnelde uitvoering van de gebiedsgerichte aanpak voor natuurbrandbeheersing.
Daarnaast is VNOG goed vertegenwoordigd in de landelijke Taskforce Natuurbrandbeheersing die zich naast natuurbrandbeheersing richt op slimme repressie en onderzoek. Het doel is om de kans op onbeheersbare natuurbranden en de effecten ervan op termijn te verkleinen. Het is onverantwoord dit nog verder uit te stellen, vanwege de klimaatontwikkeling, de toename van het natuurbrandrisico en de mogelijk grote maatschappelijke impact. De (financiële) gevolgen van het plan komen separaat ter vaststelling in het AB. Dit onderwerp raakt diverse Opgaven (0, 1, 2, 3) en afdelingen binnen VNOG. Openbaarheidsparagraaf In de loop van 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden, de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). Volgens de Woo moet er in de begroting aandacht worden besteed aan beleidsvoornemens rondom de uitvoering van de Woo (in een openbaarheidsparagraaf) en in de jaarstukken moet er verslag worden gedaan van de uitvoering. Conform deze vereisten zullen we in de komende begroting 2025 weer een openbaarheidsparagraaf opnemen met de beleidsvoornemens. Voor 2025 geldt het volgende: Voor 2025 volgt VNOG de vereisten die de Woo stelt, door de wettelijke fasering van de Woo te volgen. Landelijk bleek de opzet van het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) te complex. Actieve openbaarmaking van informatie geschiedt nu via de Woo-index.
De Woo-index verwijst naar documenten die door VNOG raadpleegbaar zijn gemaakt. In een later stadium wordt een ondersteunende zoekfunctie aan de Woo-index toegevoegd.
5 R!SQ is een innovatieve interactieve website voor inwoners, partners en eigen collega’s. De gebruiker krijgt op basis van
allerlei filters, die hij zelf kan aangeven, gerichte informatie over het brandrisiconiveau in de eigen omgeving en concrete tips. R!SQ gaat nu alleen nog over brandrisico’s in woningen en woongebouwen.
Pagina 11 van 41
4. Ramingsgrondslagen begroting 2025 Dit hoofdstuk beschrijft de financiële uitgangspunten voor de begroting 2025. 4.1. Kaders systematiek loon- en prijscompensatie De systematiek voor de begroting 2025 verschilt niet van degene die is toegepast voor vorige begrotingen. Deze is als volgt: 1. Looncompensatie: De looncompensatie voor 2025 wordt berekend op basis van het percentage (loonvoet sector overheid), dat wordt genoemd in de septembercirculaire 2023 van het Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende was om de stijging van de lonen als gevolg van de afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoorden en als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdragen (correctie). 2. Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR): Voor de raming van de Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR) die de VNOG van het Rijk ontvangt, wordt uitgegaan van de laatste beschikking. Voor de begroting voor 2025 is dit de beschikking die de VNOG ontvangt in december 2023 voor 2024. De BDUR bedraagt ongeveer 16% van de inkomsten van de VNOG.
Als de uitkering in 2024 en 2025 (in juni wordt dit bekendgemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid) wordt verhoogd voor loon- en prijscompensatie, wordt dit onderdeel van het betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van het jaarrekeningresultaat bijvoorbeeld terugvloeien naar de gemeenten of er wordt een voorstel voorgelegd voor bestemming. 3. Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de septembercirculaire (prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats. 4.2. Financiële kaders 1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2024. Hierin zijn begrepen de mutaties uit de Toekomstvisie. Uitbreiding en inkrimping van de formatie verloopt, voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de begroting, via de Kadernota. 2. De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie, rekening houdend met: a. de daarbij behorende functieschalen op de hoogste anciënniteit; b. incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties, arbeidsmarkt / functioneringstoelagen, extra periodieken e.d.) worden niet begroot, deze moeten worden opgevangen binnen het genormeerde formatiebudget; c. het laatst bekende arbeidsvoorwaardenakkoord 2023; d.
het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (5,8%). Voor 2025 is dit, na correctie, 8,3% (zie in de tabel in hoofdstuk 7 de berekening); e. het gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o.a. sociale verzekerings- en pensioenpremies) voor 2023 aangepast met de percentages voor 2024. Voor 2025 zijn de percentages voor de werkgeverslasten nog niet bekend; f. gedurende het begrotingsjaar 2025 wordt bij de tussentijdse rapportages en de jaarrekening een begrotings-brede toelichting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens worden de verschillen door onder- en/of overbezetting toegelicht; Pagina 12 van 41
3.
4.
5.
6.
7. 8.
g. het opleidingsbudget beweegt mee met de loonsom (2% minus 100.000, zie hoofdstuk 11) h. de begroting 2025 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2024. Voor de raming van de vrijwilligersvergoedingen: a. wordt het bedrag voor 2024 genomen vermeerderd met de gevolgen van het laatste arbeidsvoorwaardenakkoord; b. het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (5,8%). Voor 2025 is dit, na correctie, 8,3% (zie in de tabel in hoofdstuk 7 de berekening); c. voor het aantal repressieve vrijwilligers wordt uitgegaan van het vertrekpunt van de Toekomstvisie t.w. 1.355. Hierop worden de aanpassingen uit de Toekomstvisie voor de betreffende jaren in mindering gebracht; d. de begroting 2025 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2024. Voor de exploitatielasten wordt: a. de vastgestelde begroting (2024) gebruikt inclusief de structurele wijzigingen uit 2023, die nog niet in de primitieve begroting 2024 waren opgenomen; b. autonome ontwikkelingen worden meegenomen voor zover opgenomen in de Kadernota 2025; c. uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds “prijs overheidsconsumptie, netto materieel”, voor het jaar 2025: 1,6%; d.
de begroting 2025 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in volgende circulaires. Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen conform de Toekomstvisie, die is verwerkt in het MeerjarenInvesteringsprogramma (MJIP) plus de reguliere vervangingen die geen onderdeel uitmaken van het vernieuwde dekkings- en spreidingsplan, bijvoorbeeld ICT. Voor investeren en activeren zijn de uitgangspunten: a. disagio wordt niet geactiveerd; b. verkrijgings- of vervaardigingsprijs, waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het vervaardigingsproces; c. lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annuïtair afgeschreven; d. componenten worden zo nodig apart geactiveerd; e. afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten, wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve kapitaallasten materieel gebracht; f. voor het jaar van investeren wordt alleen een half jaar rente gerekend, voor de jaren daarna rente en afschrijving (100%). Bij de berekening van het rente-omslagpercentage is uitgegaan van 3% voor de nog af te sluiten leningen voor de toekomstige investeringen voor met name de voertuigen in de periode 20252030. Het omslagpercentage voor 2025 komt dan uit op 1,4%. Gemiddeld over de periode t/m 2028 wordt gerekend met 1,5%.
Voor de producten dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG en is voor 2025 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren.
De loon- en prijscompensaties voor het jaar 2025, na toepassing van de hiervoor beschreven systematiek en kaders, staat in hoofdstuk 7 beschreven/toegelicht.
Pagina 13 van 41
5. Nieuw beleid en besparingen 5.1. Voor nu géén nieuw beleid Zoals in hoofdstuk 1 geschetst komt er een nieuw Beleidsplan voor VNOG. Pas nadat het meerjarige beleid is geformuleerd en vastgesteld in het Beleidsplan, kan worden beschouwd of er mogelijk sprake is van nieuw beleid en wat de (financiële) gevolgen daarvan zijn. Daarom bevat deze Kadernota voor nu géén voorstellen voor nieuw beleid. Wel staan hierna besparingsvoorstellen om de gemeentelijke bijdrage te dempen. 5.2. Analyse In de jaarrekeningen vanaf 2019 hield VNOG middelen over. In het begin kwam dat door de combinatie van het opstellen van de Toekomstvisie en de “hand op de knip”. Sinds 2020 kwam daarbij de coronacrisis, waardoor we minder mogelijkheden hadden om activiteiten te ontplooien (bijv. oefenen). Later speelde de Oekraïne- en vluchtelingencrisis, waardoor wereldwijd leveranties onder druk stonden. Ook de krappe arbeidsmarkt maakt het vaak lastig om vacatures in te vullen. Inmiddels lijkt de situatie stabieler; toch geeft VNOG minder uit dan begroot. In de recente Halfjaarrapportage 2023 wordt eveneens een overschot voorspeld. Uit de verschillenanalyses bij de laatste jaarrekeningen bleek dat de overschotten uit verschillende componenten bestaan en wisselende oorzaken hebben. 1. Een deel van het overschot gaat de komende jaren vanzelf verdwijnen.
Zo heeft VNOG een aantal leningen lopen tegen een lage rente, die straks tegen een hogere rente moeten worden afgesloten. Daarnaast vallen de reeds in de meerjarenbegroting verwerkte besparingen (o.a. de Kadernota 2024, € 600.000 structureel) nog uit het budget. 2. Een ander deel van de overschotten zit in personele fricties. Vacatures doen zich op wisselende plekken in de organisatie voor, ziekte of andere omstandigheden leidden ertoe dat taken (en exploitatiebudget) tijdelijk blijven liggen. Omdat dit verschijnsel al wat langer speelt, is in de Halfjaarrapportage 2023 een meerjarenaanpak vastgesteld. De lijn is om deze achterliggende oorzaak (van overschotten) op te lossen. Het geld wat hiervoor nodig is wordt gevonden in de budgetten die nu nog niet geheel besteed worden. Zo snijdt het mes aan twee kanten. De uitvoering wordt versterkt en het budget wordt besteed. 3. Een deel van het overschot is echter structureel en is met name een gevolg van de in eerdere Kadernota's afgesproken ramingsgrondslagen, waarin een bufferruimte was opgenomen. Dit gebeurde op advies van een externe gemeentelijke commissie, na een tekort in de jaarrekening 2018. In de Kadernota van vorig jaar is deze buffer reeds verkleind met een structureel bedrag van € 600.000; in de meerjarenbegroting vanuit de Toekomstvisie was bovendien een besparing van € 509.000 verwerkt. Vanaf 2025 kan o.a.
door het verlagen van deze ruimte nog eens circa € 800.000 bespaard worden. 5.3. Uitkomsten onderzoek/analyse: voorstellen 2025 Bij de behandeling van de Halfjaarrapportage 2023 heeft het algemeen bestuur op 7 september 2023 besloten dat VNOG onderzoekt of er structurele ruimte in de begroting zit en voorstellen voor 2025 voorlegt. De analyse is hierboven samengevat. Deze keuzes liggen nu voor. Voorgesteld wordt in deze Kadernota besparingen tot een bedrag van circa € 800.000 op te nemen om de gemeentelijke bijdrage te dempen. Hiermee geeft de VNOG gehoor aan de oproep van de Pagina 14 van 41
deelnemende gemeenten om, mede gelet op de krapte in de gemeentefinanciën (het “ravijnjaar 2026”), strakker te begroten. In deze begroting laat VNOG daarmee wel enige voorzichtigheden varen. Het betreft: − besparing op connectivity (via de tender voor vaste en mobiele telefonie waarbij is aangehaakt bij de VNG is een voordeliger contract tot stand gekomen); − loon- en prijscompensatie BDuR (de loon- en prijscompensatie over de Rijksbijdrage kwam over 2023 ruim uit en dit kan structureel worden ingezet voor besparing); − verzekeringen (van de landelijke samenwerking van de veiligheidsregio’s in het waarborgfonds en expertisebureau worden voordelen verwacht, zoals in de desbetreffende voorstellen gemeld); − 2e loopbaan beleid (in afwachting op de landelijke ontwikkelingen wordt ervan uitgegaan dat toekomstige uitgaven kunnen worden opgevangen in het opleidingsbudget voor persoonlijke ontwikkeling). Voor het jaar 2024 wordt voorgesteld om bovengenoemde ruimte nog in de VNOG begroting te houden. Bij het doorrekenen van het arbeidsvoorwaardenakkoord 2023 voor het jaar 2024 bleek dat de beschikbare looncompensatie niet voldoende is voor de dekking van de loonsom c.a. in 2024. Voor de dekking van een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord (vanaf 1 mei 2024) zijn geen middelen beschikbaar.
De vastgestelde werkwijze is dat de VNOG de loon- (en prijs-) compensatie doorrekent in de gemeentelijke bijdrage. Door het “bewaren” van de bovengenoemde ruimte in het begrotingsjaar 2024, kan deze te verwachten doorberekening van de gestegen lonen bij de VNOG aan de deelnemende gemeenten over dat jaar gematigd worden. 5.4. Vervolg: Kadernota 2026-2029 Zoals in hoofdstuk 1 en hierboven aangegeven komt er een nieuw Beleidsplan voor VNOG. Nadat het meerjarige beleid is geformuleerd en vastgesteld in het Beleidsplan, kan worden beschouwd of er sprake is van gewenste beleidsintensiveringen, nieuw beleid of mogelijkheden voor besparingen. Een keuze hierover kan vervolgens worden meegenomen in de volgende Kadernota 2026-2029. Deze Kadernota 2026-2029 zal in het najaar van 2024 worden opgesteld. Ook dat is nog vooruitlopend op de definitieve vaststelling van het Beleidsplan (december 2024), maar in het najaar 2024 zal al wel meer duidelijk zijn over de verwachte richting en ambities. De definitieve vaststelling van de Kadernota 2026-2029 loopt wel gelijk op met de definitieve vaststelling van het Beleidsplan. 5.5. Voorstellen besparingen ter demping van de gemeentelijke bijdrage Demping gemeentelijke bijdrage Besparing op connectivity Loon- en prijscompensatie BDuR juni 2023 Verzekeringen 2e loopbaanbeleid opvangen in algemene opleidingsbudget Totaal
2025 -100.000 -540.000 -60.000
2026 -100.000 -540.000 -60.000
2027 -100.000 -540.000 -60.000
2028 -100.000 -540.000 -60.000
-80.000
-80.000
-80.000
-80.000
-780.000
-780.000
-780.000
-780.000
Pagina 15 van 41
6. Autonome ontwikkelingen Dit hoofdstuk beschrijft de autonome ontwikkelingen (“van buiten komend onheil”). 6.1. Implementatie nachtdienstontheffing centralist/caco Landelijk is er nieuw beleid rondom de nachtdienstontheffing van centralisten van de meldkamer afgesproken. Centralisten mogen vanaf de leeftijd van 57 jaar kiezen om (een deel van) de nachtdiensten niet meer te hoeven draaien. Naarmate het aantal nachtdienstontheffingen in de groep groter wordt, kan dit niet meer door het resterende personeel worden opgevangen (ook vanwege de Arbeidstijdenwet) en moeten maatregelen worden getroffen. Op dit moment kunnen we deze ontwikkeling nog niet kwantificeren voor 2025. NB omdat wij een gezamenlijke meldkamer hebben met de vier andere veiligheidsregio’s in Gelderland/Overijssel, betalen wij een deel van de meerkosten conform de vaste financiële verdeelsleutel tussen de veiligheidsregio’s (VNOG: 25,45%). Bedrag: PM 6.2. Nieuwe opleidingsstructuur centralist Vanaf 2024 is er een nieuw landelijk kwalificatiedossier voor centralist en calamiteitencoördinator op de meldkamer opgenomen in het Besluit Personeel Veiligheidsregio's. Hiermee zijn er nieuwe landelijke eisen gekomen voor de opleiding en toetsing. De doorlooptijd en kosten gaan omhoog. We hebben een eerste verkenning gedaan.
Bij een gemiddeld verloop van 2 à 4 centralisten verwachten we extra structurele kosten van € 60.000 per jaar. Bovendien zal er een inhaalslag moeten worden gemaakt voor een aantal van de zittende centralisten, naar inschatting 10 personen. Wellicht dat deze inhaalslag via een verkort programma kan worden uitgevoerd. We houden rekening met incidentele kosten van circa € 35.000. Deze kosten gaan al spelen per 2024 en verwachten we in 2024 binnen bestaande middelen te kunnen opvangen. Bedrag per 2025: € 60.000 structureel. NB omdat wij een gezamenlijke meldkamer hebben met de vier andere veiligheidsregio’s in Gelderland/Overijssel, betalen wij een deel van de meerkosten conform de vaste financiële verdeelsleutel tussen de veiligheidsregio’s (VNOG: 25,45%). 6.3. Implementatie back-up voorziening voor C2000 (meldkamer) Er zijn plannen om bij de brandweer een back-up applicatie in te voeren voor een onverhoopte uitval van het communicatiesysteem C2000. De applicatie is landelijk aanbesteed door de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). Hierbij hoort ook een bedieningssysteem op de meldkamer. De vraag is nog wie de kosten hiervoor draagt: LMS of de regio’s. Bedrag per 2025: € 5.000 structureel.
NB omdat wij een gezamenlijke meldkamer hebben met de vier andere veiligheidsregio’s in Gelderland/Overijssel, betalen wij een deel van de meerkosten conform de vaste financiële verdeelsleutel tussen de veiligheidsregio’s (VNOG: 25,45%).
Pagina 16 van 41
Meldkamer Oost Nederland (MKON) - Meldkamer Brandweer Multi (MKBM) 2024 Implementatie nachtdienstontheffing p.m. centralist/calimiteitencoördinator Nieuwe opleidingsstructuur centralist (structureel) idem (incidenteel) 35.000 Implementatie back-up voorziening voor C2000 5.000 (meldkamer bediensysteem) Looncompensatie Prijscompensatie Totaal 40.000 Verdeling over de deelnemende veiligheidsregio's Percentage 2024 Veiligheidsregio Ijsselland 16,39% 6.600 Veilligheidsregio Twente 19,31% 7.700 Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland 25,45% 10.200 Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden 21,52% 8.600 Veiligheidsregio Gelderland Zuid 17,33% 6.900 Totaal 100,00% 40.000
2025
2026
2027
2028
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
60.000
60.000
60.000
60.000
5.000
5.000
5.000
5.000
353.000 7.000 425.000 2025 69.600 82.100 108.200 91.500 73.600 425.000
353.000 7.000 425.000 2026 69.600 82.100 108.200 91.500 73.600 425.000
353.000 7.000 425.000 2027 69.600 82.100 108.200 91.500 73.600 425.000
353.000 7.000 425.000 2028 69.600 82.100 108.200 91.500 73.600 425.000
6.4. Bio-diesel VNOG wil en moet stappen zetten op het gebied van de duurzaamheid. Veel voertuigen (met name de grote brandweervoertuigen) rijden (nog) op diesel, omdat er op dit moment in de markt nog geen werkbare, voldoende betrouwbare en/of betaalbare alternatieven beschikbaar zijn. Door over te stappen op bio-diesel (HVO 100) worden toch belangrijke stappen gezet. Dit leidt wel tot hogere brandstofkosten, omdat de toegepaste prijsindex niet voldoende is om de hogere kosten van biodiesel te kunnen dekken. Meerkosten voor 2025 bedragen € 150.000. 6.5. Mobiliteitsplan – meerkosten elektrisch rijden VNOG wil en moet stappen zetten op het gebied van de duurzaamheid. Onder andere moet bij wet het wagenpark voor een bepaald percentage geëlektrificeerd zijn. Daarom worden er voor de personenauto’s en dienstbussen elektrische voertuigen aangeschaft. Dit staat in het mobiliteitsplan. Het plan is doorgerekend met de actuele cijfers en prijzen voor elektrische voertuigen (80) en benzine voertuigen (met name piketvoertuigen, 32). De te investeren bedragen stijgen met € 1.371.000 ten opzichte van de bedragen die al opgenomen waren in het meerjarig investeringsplan. De elektrische voertuigen zijn (nog) duurder. De stijging van de kapitaallasten als gevolg van deze investeringen is weergegeven in onderstaande tabel en loopt op tot € 151.000 in 2030. 6.6.
Samenvatting autonome ontwikkelingen Onderstaande tabel vat de autonome ontwikkelingen samen: Autonome ontwikkelingen Bio-diesel Mobiliteitsplan meer-meerkosten elektrisch rijden MKON - MKBM (deel VNOG) Totaal
2025 150.000 90.100 108.200 348.300
Pagina 17 van 41
2026 150.000 112.000 108.200 370.200
2027 150.000 112.500 108.200 370.700
2028 150.000 132.100 108.200 390.300
7. Financiële ontwikkelingen 7.1. Inleiding Dit hoofdstuk gaat in op de financiële ontwikkelingen. Eerst volgt een korte beschouwing over de loon- en prijscompensatie over het jaar 2023 en 2024. Daarna volgt de specificatie van de loon- en prijscompensatie 2025, die conform de systematiek en kaders (zie hoofdstuk 4) is berekend. Daarna wordt ingegaan op de investeringen en kapitaallasten. 7.2. Loon- en prijscompensatie 2023 en 2024 In 2023 is een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord afgesloten met een looptijd tot 1 mei 2024. Doordat het jaarrekeningresultaat 2022 voor de dekking van dit akkoord is ingezet, is er voldoende looncompensatie in de begroting 2023 opgenomen voor de dekking van de gemaakte afspraken. Voor 2024 is er niet voldoende looncompensatie in de begroting opgenomen om de stijging van de lasten als gevolg van het arbeidsvoorwaardenakkoord 2023 op te vangen (-€ 280.000). Voor de uitkomsten van het arbeidsvoorwaardenakkoord die in 2024 moet worden afgesloten is dan ook geen looncompensatie meer beschikbaar in de begroting van de VNOG in 2024. Het percentage prijscompensatie voor 2024 op grond van de CPB-cijfers in de septembercirculaire 2023 van het Gemeentefonds zou 3,5% zijn. In de begroting voor 2024 is echter 2,4% opgenomen. Volgens de afspraken met de gemeenten wordt de looncompensatie bij de jaarrekening nagecalculeerd, maar de prijscompensatie niet. 7.3.
Specificatie loon- en prijscompensatie 2025 De loon- en prijscompensaties voor het jaar 2025 zijn als volgt (prijscompensatie inclusief verhoging opleidingsbudget): Loon- en prijscompensatie 2025 looncompensatie septembercirculaire septembercirculaire verschil 2022 2023 2024 4,20% 6,70% 2,50% 2025 5,80% 5,80% opnemen voor 2025 inclusief bijstelling 2024 8,30% Loon- en prijscompensatie 2025 exclusief MKON 3.007.000 Meldkamer Oost Nederland (Meldkamer Brandweer Multi) Bijdrage 4 Veiligheidsregio's Loon- en prijscompensatie 2025 MKON t.l.v. VNOG Totaal VNOG
prijscompensatie septembercirculaire 2023 1,60% 258.000
353.000 267.000 86.000
7.000 5.000 2.000
3.093.000
260.000
In de begroting voor 2024 was 4,2% looncompensatie opgenomen. Op grond van de cijfers van het CPB (septembercirculaire 2023; loonvoet sector overheid) is dit 6,7%. De begroting voor 2024 wordt hiervoor niet meer bijgesteld, maar bij het maken van de jaarrekening 2024 worden de eventuele meerkosten verrekend met de gemeenten conform de afspraak die hierover is gemaakt. Voor 2025 wordt het verschil tussen 4,2% en 6,7% (2,5%) opgeteld bij het percentage van het CPB voor 2025 van 5,8%, dit komt daarmee uit op totaal 8,3%.
Pagina 18 van 41
Prijscompensatie op grond van de cijfers van het CPB (septembercirculaire 2023 gemeentefonds; prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc). De veiligheidsregio's hebben eigen arbeidsvoorwaardenonderhandelingen en vallen niet meer onder de CAO-gemeenten zoals voorheen. De aanpassing van de arbeidsvoorwaarden kan daardoor afwijken van de afspraken die voor gemeenten worden gemaakt. Er zijn overigens geen aanwijzingen dat er zich hier grote verschillen gaan voordoen. De Werkgeversvereniging van de veiligheidsregio’s (WSVW) voert namens de veiligheidsregio’s de onderhandelingen met de bonden. Het arbeidsvoorwaardenakkoord voor veiligheidsregio’s gaat vier maanden later in dan de CAO-gemeenten hetgeen voor partijen mogelijkheden biedt om bij deze laatste aan te sluiten. Afwijkend van vorige jaren is dat de Meldkamer Oost-Nederland (onderdeel Meldkamer Brandweer Multi, MKON-MKBM) ondergebracht is bij VNOG, maar bekostigd wordt door de vijf deelnemende veiligheidsregio’s. De loon- en prijscompensatie voor dit deel van de begroting wordt door de vijf regio’s betaald, 25,45% hiervan komt ten laste van VNOG. 7.4. Ontwikkelingen materieel/materiaal, kapitaallasten, etc. Deze paragraaf gaat in op de ontwikkelingen rondom investeringen voor voertuigen, bepakking, ICT, etc. en de hierbij behorende kapitaallasten.
Vervanging voertuigen en bepakking Zoals in de Kadernota 2024 aangegeven, wordt een belangrijk deel van het voertuigenpark met de bijbehorende bepakkingsonderdelen in de komende jaren vervangen. In 2022 en deels ook nog in 2023 vond met name de vervanging van de bepakkingsonderdelen plaats. Daarnaast is in 2022 ook de aanbesteding afgerond en heeft de gunning plaatsgevonden voor het produceren van 75 nieuwe basis blusvoertuigen (tankautospuiten). Dit is het belangrijkste basisvoertuig van de brandweer en vormt de voornaamste uitgave in het voertuigenpark. De blusvoertuigen zullen feitelijk worden uitgeleverd in de periode (ultimo) 2023 t/m 2026. Bepakking De aanbestedingen en aanschaffingen van de bepakkingsmaterialen zijn over 2022 per saldo binnen de financiële kaders van de beschikbaar gestelde kredieten gebleven. Dat is ook de verwachting voor 2023. Dit geldt voor het geheel van de kredieten voor bepakkingen, daarbij wordt een mogelijke (lichte) overschrijding van het ene krediet (ruim) gecompenseerd door een onderschrijding van het andere. Voertuigen Naast de basis blusvoertuigen (de tankautospuiten) zijn er ook specialistische (blus) voertuigen. Bij de nog aan te schaffen specialistische (blus)voertuigen is sprake van een aantal voortschrijdende ontwikkelingen en inzichten in 2023.
Zo wordt enerzijds gekozen voor een eenvoudiger uitvoering van de watertransport-systemen (de WTS 500) waardoor de aanschafkosten en investeringslasten daarvoor lager zullen zijn. Anderzijds zijn de te investeren bedragen voor de Groot Vee Redding systemen (GVR) en Schuimbluswagens (fors) hoger. Bij de laatstgenoemde wagens heeft dit vooral te maken met de vereiste nieuwe blusmethodes met name voor brandbestrijding bij accu’s (elektrische voertuigen) en zonnepanelen. Voor de nog aan te schaffen overige specialistische voertuigen voor natuurbrandbestrijding en hulpverleningsvoertuigen wordt nog gekeken naar voor VNOG passende specificaties. Daarnaast is het noodzakelijk dat voor de (recent) aangeschafte Groot Water Transportsystemen (GWT-1500) er een viertal specialistische/toegewezen trekkende voertuigen worden aangeschaft.
Pagina 19 van 41
Als gevolg van de hiervoor genoemde ontwikkelingen moet het beschikbare bedrag aan kredieten voor de hier beschreven specialistische (blus)voertuigen, voor (afgerond) € 19 mln., worden herschikt. In 2024 wordt daarom een voorstel bestuurlijk voorgelegd voor de aanbesteding c.q. aanschaf van de WTS 500, de GVR, de Schuimbluswagens en de trekkende voertuigen GWT-1500. Hiervoor is op basis van de nieuwe inzichten bijna € 7 mln. nodig, die door genoemde herschikking ook beschikbaar is in de bestaande kredieten. Of de resterende kredieten van (afgerond) € 12 mln. toereikend zullen zijn voor de aanschaf van de overige specialistische voertuigen hangt af van de afwegingen die nog moeten worden gemaakt t.a.v. de vereiste specificaties. Hierbij bestaat de mogelijkheid dat er aanvullende kredieten nodig zijn. In deze Kadernota is nog geen rekening gehouden met aanvullende kredieten, maar is al wel de genoemde herschikking van de kredieten over de specialistische (blus)voertuigen verwerkt. Naast de vervanging van blusvoertuigen vindt ook vervanging plaats van de dienst- en piketvoertuigen. Hierbij speelt in het kader duurzaamheid ook de vereiste en verplichte elektrificatie een rol.