CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

930788 Wijnbergweg 17 regels

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Hamerstuk: Bestemmingsplan Wijnbergweg 17 Emst3.396 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REGELS ONTWERPBESTEMMINGSPLAN WIJNBERGWEG 17, EMST

Inhoud Regels 1. Inleidende regels ...................................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen.................................................................................................................... 3 Artikel 2 Wijze van meten .......................................................................................................... 7 2. Bestemmingsregels................................................................................................................... 8 Artikel 3 Recreatie - Verblijfsrecreatie......................................................................................... 8 3. Algemene regels ......................................................................................................................11 Artikel 4 Anti-dubbeltelregel .....................................................................................................11 Artikel 5 Algemene gebruiksregels.............................................................................................12 Artikel 6 Algemene afwijkingsregels ..........................................................................................13 Artikel 7 Algemene procedureregels..........................................................................................15 4.

Overgangs- en slotregels ..........................................................................................................16 Artikel 8 Overgangsrecht ..........................................................................................................16 Artikel 9 Slotregel.....................................................................................................................17

2

1. Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan het bestemmingsplan Wijnbergweg 17, Emst met NL.IMRO.0232.BG106Wijnbergweg17-OBP1 van de gemeente Epe;

identificatienummer

1.2 Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of bebouwen van deze gronden;

1.4 Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.6 Bed and breakfast het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;

1.7 Bedrijfsmatige exploitatie het via een bedrijf, stichting, andere rechtspersoon of natuurlijke persoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie dat in de recreatiebungalows – permanent wisselende - recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden;

1.8 Bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bestemd voor (het gezin of een daarmee gelijk te stellen samenlevingsvorm van) één persoon, wiens huisvesting daar, met het oog op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is;

1.9 Bestaand a. met betrekking tot bebouwing: legale bebouwing die op tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; b. met betrekking tot gebruik: het legale gebruik van grond en bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel toegestaan krachtens een omgevingsvergunning;

1.10 Bestaande situatie a. de activiteit die is toegestaan op grond van een ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan verleende vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 7 lid 5 van de Wet natuurbescherming is aangehaakt, of een melding op grond van artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming of de rechtsopvolger daarvan, of

3

b. indien een vergunning of melding als bedoeld onder a ontbreekt: een aan het bedrijf ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan reeds verleende omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu, dan wel een melding op grond van het activiteitenbesluit;

1.11 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.12 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.13 Bijgebouw al dan niet aangebouwd gebouw of een gedeelte van een gebouw dat ten dienste van het wonen wordt gebruikt en waarin niet wordt gewoond;

1.14 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.15 Bouwgrens de grens van een bouwvlak;

1.16 Bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.17 Bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel;

1.18 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.19 Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal welke, hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.20 Bouwwerk voor recreatief verblijf een bouwwerk dat uitsluitend bedoeld is om door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, te gebruiken voor toeristisch of recreatief gebruik; niet zijnde recreatiewoningen en kampeermiddelen;

1.21 Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of (af-)leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan diegenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.22 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

4

1.23 Hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

1.24 Hoofdverblijf het adres waar betrokkene woont of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal verblijven;

1.25 Horeca onder horeca wordt verstaan: a. horeca ten dienste van de bestemming en gericht op de eigen gasten, niet zijnde partycentra, nachtclubs, discotheken, zaalverhuur en in aard en omvang op de omgeving vergelijkbare horecagelegenheden; b. detailhandel ten dienste van de bestemming en gericht op de eigen gasten.

1.26 Kampeerauto een auto, waarin voorzieningen zijn getroffen voor dag- en nachtverblijf;

1.27 Kampeermiddel a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een toercaravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde; één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

1.28 Normale onderhouds- en exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming;

1.29 Onderkomens voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen;

1.30 Paardenbak een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony’s en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen;

1.31 Peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het oorspronkelijke aansluitende terrein;

1.32 Permanente bewoning bewoning van een recreatieverblijf als hoofdverblijf;

5

1.33 Recreatiewoning een gebouw, dat dient als recreatieverblijf, niet voor permanente bewoning is bestemd, en dat dient als periodiek verblijf voor wisselende groepen van recreanten, die hun hoofdverblijf elders hebben;

1.34 Seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.35 Verblijfsrecreatie recreatief verblijf, waarbij overnacht wordt in kampeermiddelen, bouwwerken voor recreatief verblijf en/of recreatiewoningen;

1.36 Woning een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van een huishouden, en waarbij alle woonruimtes aan elkaar grenzen;

6

Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 Breedte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van scheidingsmuren;

2.2 De oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.3 De inhoud van een bouwwerk tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen, tenzij anders is aangegeven in de regels;

2.4 De goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.5 De bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.6 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

7

2. Bestemmingsregels Artikel 3 Recreatie - Verblijfsrecreatie 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het door middel van bedrijfsmatige exploitatie al dan niet als eenheid bieden van recreatief verblijf aan personen - die elders hun hoofdverblijf hebben - in kampeermiddelen, bouwwerken voor recreatief verblijf en recreatiewoningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'parkeren' is uitsluitend een onverhard dan wel semi-verhard parkeerterrein ten dienste van het kleinschalig kampeerterrein toegestaan; met daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i.

sanitaire voorzieningen; voorzieningen ten behoeve van het onderhoud en het beheer; ontsluitingswegen en -paden; groenvoorzieningen; sport- en speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de landschappelijke inpassing teneinde een visuele afscherming te bereiken.

3.2 Bouwregels Op de voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat voor: a. voor het bouwen van recreatiewoningen geldt dat: 1. recreatiewoningen uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; 2. de inhoud per recreatiewoning, inclusief eventuele kelder, inpandige dan wel vrijstaande bergingen niet meer dan de bestaande inhoud mag bedragen; 3. de oppervlakte van een recreatiewoning inclusief eventuele (al dan niet vrijstaande) bergingen niet meer dan de bestaande oppervlakte mag bedragen; 4. de goothoogte niet meer dan de bestaande goothoogte mag bedragen; 5. de bouwhoogte niet meer dan de bestaande bouwhoogte mag bedragen; 6. de bouwhoogte van een vrijstaande berging niet meer dan 3 m mag bedragen; 7. de afstand van een vrijstaande berging tot de recreatiewoning niet meer dan 10 m mag bedragen; b. voor het bouwen van bouwwerken voor recreatief verblijf geldt dat: 1. bouwwerken voor recreatief verblijf uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - bouwwerk voor recreatief verblijf'; 2. per bouwvlak één bouwwerk voor recreatief verblijf is toegestaan; 3.

de oppervlakte van een bouwwerk voor recreatief verblijf (exclusief eventuele bergingen) niet meer dan 70 m² mag bedragen; 4. de onderlinge afstand tussen bouwwerken voor recreatief verblijf (inclusief eventuele bergingen) niet minder dan 5 m mag bedragen; 5. de bouwhoogte niet meer dan 5 m mag bedragen;

8

6. per bouwwerk voor recreatief verblijf ten hoogste 1 bijgebouw in de vorm van een (al dan niet vrijstaande) berging is toegestaan, met dien verstande dat de oppervlakte ten hoogste 5 m² mag bedragen; 7. de bouwhoogte van een vrijstaande berging niet meer dan 2,5 m mag bedragen; c. voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor bouwwerken voor recreatief verblijf en recreatiewoningen, waaronder sanitaire voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van onderhoud en beheer, geldt dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte per bestemmingsvlak niet meer bedraagt dan 50 m²; 2. de goothoogte niet meer dan 3 m mag bedragen; 3. de bouwhoogte niet meer dan 5 m mag bedragen; d. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat: 1. de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer dan 2 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte en de oppervlakte van overkappingen behorende bij een recreatiewoning of een bouwwerk voor recreatief verblijf niet meer dan respectievelijk 3 m en 15 m² mag bedragen; 3. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 5 m mag bedragen.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.

het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de brandveiligheid.

3.4 Specifieke gebruiksregels a. Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor: 1. permanente bewoning; 2. het gebruik van recreatiewoningen als tweede woning. b. Het gebruik van gronden en gebouwen zoals bedoeld in artikel 3.1 is uitsluitend toegestaan indien wordt voldaan aan de uitgangspunten en randvoorwaarden uit het inrichtingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels.

3.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' te wijzigen ten behoeve van een vermeerdering van de oppervlakte van gebouwen, met dien verstande dat: a. de vermeerdering van de oppervlakte wordt aangewend voor de uitbreiding van voorzieningen; b. de noodzaak daartoe uit hoofde van de bedrijfsvoering dient te zijn aangetoond;

9

c. een evenredige belangenafweging plaatsvindt waarbij de volgende belangen worden betrokken: d. de uitvoerbaarheid - waaronder begrepen de milieutechnische uitvoerbaarheid en toelaatbaarheid - en het behoud en bescherming van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden; e. de belangen van gebruikers dan wel eigenaren van aangrenzende gronden en/of nabijgelegen agrarische bedrijven; f. de landschappelijke inpassing is gewaarborgd.

10

3. Algemene regels Artikel 4 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

11

Artikel 5 Algemene gebruiksregels 5.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met het plan wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik of laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruiken of het laten gebruiken van een gedeelte van een (bedrijfs)woning dan wel aanen bijgebouwen als zelfstandige woning.

12

Artikel 6 Algemene afwijkingsregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan: a. ten aanzien van ondergeschikte punten met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen in het terrein, met dien verstande dat de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de omgevingsvergunning gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; b. ten behoeve van de bouw van kleine niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor openbare diensten met dien verstande dat: 1. de inhoud niet meer dan 50 m³ mag bedragen; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1 de inhoud van een gasdrukregel- en meetstation niet meer dan 15 m³ mag bedragen; 3. de bouwhoogte niet meer dan 5 m mag bedragen; c. voor de bouw van masten ten behoeve van het landelijke alarmeringsnet, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 20 m bedraagt en de belangen van de gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden niet onevenredig worden geschaad. Bij de plaatsing van masten binnen een laagvliegroute worden de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen en/of de Nederlandse Luchtvaart Autoriteit gehoord; d.

ten behoeve van het incidenteel gebruik van gronden voor evenementen, vertoningen, feesten en dergelijke, mits daarvoor ingevolge de plaatselijke verordening een vergunning, ontheffing of vrijstelling wordt verleend, dan wel een melding is gedaan; e. ten behoeve van het gebruik, de aanleg en de bouw van een paardenbak inclusief bijbehorende omheiningen en lichtmasten, met dien verstande dat: 1. voor wat betreft de situering van de paardenbak geldt dat: • de paardenbak dient te worden geplaatst op een perceel waar sprake is van een woonfunctie (al dan niet als bedrijfswoning dan wel als recreatiewoning), en wel achter de voorgevelrooilijn van de woning aansluitend aan de bestaande bebouwing, dan wel; • indien het voorgaande ruimtelijk gezien onmogelijk is, mag de paardenbak direct aansluitend aan de achterzijde van het bouwperceel worden geplaatst, dan wel achter de voorgevelrooilijn van de (bedrijfs/recreatie) woning; • de afstand tussen de paardenbak en de (bedrijfs/recreatie)woning van derden niet minder mag zijn dan 25 m; 2.

voor wat betreft aantallen en maatvoering van de paardenbak geldt dat: • per woning mag niet meer dan 1 paardenbak worden gerealiseerd; • de oppervlakte van de paardenbak mag niet meer dan 800 m2 bedragen bij een aaneengesloten peceelsoppervlakte van meer dan 0,5 ha dan wel, bij een aaneengesloten perceelsoppervlakte van meer dan 1 ha, niet meer dan 1.200 m2; 3. voor wat betreft stapmolens bij de paardenbak geldt dat: • een stapmolen uitsluitend mag worden gerealiseerd op een perceel met een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,5 ha; • de buitendiameter niet meer dan 14 m mag bedragen, dan wel indien sprake is van het bedrijfsmatig houden van paarden, niet meer dan 20 m; • de spilhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen; 4. voor wat betreft omheiningen bij een paardenbak geldt dat de hoogte niet meer dan 1,80 m mag bedragen; 5. voor wat betreft lichtmasten bij een paardenbak geldt dat: • de hoogte niet meer dan 8 m mag bedragen;

13

6. de omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • de landschappelijke en/of natuurlijke waarden; • in aanvulling op het voorgaande, de natuurlijke waarden van de voorgenomen omgevingsvergunning voor gebieden waarvoor bovendien geldt dat boscompensatie aan de orde is; • de archeologische waarden, waarbij in elk geval geldt dat realisatie binnen gronden met de bestemmingen Waarde - Archeologie 2, Waarde Archeologie 3, Waarde - Archeologie 4 en Waarde - Archeologie 5 geldt dat omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend indien daartegen uit hoofde van de bescherming van de archeologische en/of cultuurhistorische waarde geen bezwaar bestaat en nadat een erkend archeoloog daaromtrent is gehoord en uitsluitend indien: •

•

• •

de belangen van gebruikers dan wel eigenaren van aangrenzende gronden niet onevenredig worden geschaad, waarbij in elk geval aandacht dient te worden besteed aan de aspecten geur-, stof-, geluid- en lichthinder; er sprake is van een goede landschappelijke inpassing, waarbij aandacht wordt besteed aan kleurstelling (donker) en materiaalgebruik (zo mogelijk hout) van de omheining alsmede aan de beplantingssoorten (inheems); er sprake is van een goede drainage; er geen onevenredige schade wordt toegebracht aan het milieu.

14

Artikel 7 Algemene procedureregels 7.1 Nadere eisen Voor een besluit tot het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. een ontwerpbesluit ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage; b. de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws of huis-aanhuisbladen of op een andere geschikte wijze; c. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de in artikel 7.1 sub a genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

15

4. Overgangs- en slotregels Artikel 8 Overgangsrecht 8.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde in artikel 8.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%. c. Het bepaalde in artikel 8.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

8.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 8.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in artikel 8.2 sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde in artikel 8.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

16

Artikel 9 Slotregel Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan 'Wijnbergweg 17, Emst'

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13650822/1